Hoofdstuk  II
___________________________
legenda/ [ I ][ II ] [ III ] [ IV ] [ V ] /woordenlijst]            <HOME> >

 

 

70;al.1;1

  • M2b: <Ne>>Een> vroege<+n> kille<+n> morgen<-d>

70;al.1;2

  • M2b: den andere<-n>

70;al.1;5-6

  • D: <Ze hebben>>Men is> er dezen nacht verscheidene<+n>

70;al.1;6

  • M2a: <+,> zegt er eene
  • D: , zegt er een<-e>

70;al.1;7

  • M2a: <hém>>hem>

70;al.1;8

  • M2a: in de<+n> nacht

70;al.1;8-9

  • D: <bijvallen>>bij vallen>

70;al.1;9

  • M2b: <ne>>een> lach

70;al.1;10

  • D: En <denzelfden>>hetzelfde> moment

70;al.1;11-12

  • M2b: <hare>>haar> man niet, dien<-en> pronten soldaat
  • D: haar man niet, die<-n> pronte<-n> soldaat

70;al.1;12

  • D: zeker<-s>

70;al.1;13

  • D: ook binnen <+,> Ingels?

70;al.1;13-14

  • M2b: Wat kunt ge anders <- doen> dan nekeer glimlachen,
  • D: Wat kunt ge anders dan <nekeer>>eens> glimlachen,

70;al.1;15

  • M2b: die het <- groote> wonder van de dood ondergaan,
  • D: die het wonder van de<+n> dood ondergaan,

70;al.1;17

  • D: een simpele<-n> soldaat

70;al.1;19

  • D: <- gaan> bewaken.

70;al.2

  • M2a: [+X] Haha,

70;al.2;6

  • M2a: zeker <+,> zeker, de kleine Albrik,
  • D: zeker, zeker, <- de> kleine Albrik,

70;al.2;7

  • M2b: de<-n> trap

70;al.2;8

  • M2a: weer <zóo>>zóó>. Serieus <,>>!> tatata.
  • D: weer <zóó>>zoo>. Serieus! tatata.

70;al.2;9

  • M2a: <+,> die ginder

70;al.2;11

  • M2b: Ze zit bij Elie binnen<-gekropen>.

70;al.2;12

  • M2a: <+,> mensch?

70;al.2;13

  • M2b: <haren>>haar> schoot

70;al.2;14-15

  • M2a: het hangt achterover gekamd <+,> en ge ziet er vettige stre<-e>pen tusschen liggen.
  • D: het hangt achterover gekamd, <en ge ziet er vettige strepen tusschen liggen>>met vettige strepen er tusschen>.

71;al.1;1

  • M2a: <+,> is ze. Ja <+,> vroeger poepte ze <haar>>zich> op,
  • M2b: , is ze. Ja, vroeger <poepte>>popte> ze zich op,

71;al.1;2

  • M2a: schilderijken <.>>,> <E>>e>n iedere mansmensch

71;al.1;5

  • M2a: willens <+,> nillens.

71;al.1;6

  • M2a: Eigenlijk bedoelde zij daar <- misschien> geen slecht mee.

71;al.1;8

  • M2a: gehad<-t>

71;al.1;10

  • M2a: <sanderdaagsch>>'s anderendaags>

71;al.1;11-12

  • M2a: Ja <+,> en dan had<-t> ze die natuurlijk lief. Ach <+,>
  • D: Ja, en dan had ze die<+n> natuurlijk lief. Ach,

71;al.1;12-13

  • M2b: met trouwen <.>>,> <Z>>z>ulke meisjes

71;al.1;14

  • D: zitten <.>>,> <D>>d>ie weten

71;al.1;16

  • M2a: niets op zijn plaat<+s>, vuil en rommel. Dedju <+,>

71;al.1;17

  • D: geen enkele<-n> knop

71;al.1;19-20

  • M2a: <laat>>zet> hij <hem>>zich> neer op ne stoel. Gotver<+,>gotver<+,>
  • M2b: zet hij zich neer op <ne>>een> stoel. Gotver, gotver,

71;al.1;22

  • D: <Jamaar,>>Ja, maar>

71;al.1;26

  • D: zoent het nat weg < . >> , > <D>>d>an is het kermis.

71;al.1;26-28

  • M1a: Den dag nadien zij hij haar staan klappen bij een mansmensch. Poep u zoo niet op, schreeuwt hij in een blinde jalouzie ./, [?] Elie van hierover
  • M2a: Den dag nadien <zij>>ziet> hij haar staan klappen bij een mansmensch. Poep u zoo niet op, schreeuwt hij in een blinde jalou<z>>s>ie <./, [?]>>.> [+X] Elie van hierover
  • M2b: Den dag nadien ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. <Poep>>Pop> u zoo niet op, schreeuwt hij in een blinde jalousie <.>>,> Elie van hierover [-X]
  • D: Den dag nadien ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. Pop u niet zoo op, schreeuwt hij in een blinde jalousie <,>>.> [+X] Elie van hierover
  • W: den dag nadien ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. Pop u niet zoo op, schreeuwt hij in een blinde jalousie [ . ]], ] [-X] Elie van hierover

71;al.1;30-31

  • M2a: het hangt met brokken rond hare<+n> kop.
  • M2b: het hangt met <brokken>>slierten> rond <haren>>haar> kop.

71;al.1;31

  • M2b: <felder>>feller>

71;al.1;34

  • M2a: En toch heeft ze beste bedoelingen <+,> want zie,
  • D: <- En> <t>>T>och heeft ze beste bedoelingen, want zie,

71;al.1;35

  • M2a: een<+s> grondig kuischen.

71;al.1;35

  • M2b: de<-n> allée

71;al.1;37

  • D: ander<+e> wijven

72;al.1;1

  • M2b: Over ander dingen<-s>
  • D: Over ander<+e> dingen

72;al.1;3-4

  • D: en op de kast <- staat> een Mariabeeldeken met waarempel echte versche blommekens <+er>voor.

72;al.1;6

  • M2b: de<-n> trap

72;al.1;6

  • M2a: Het is bij <ons>>onzen> <+,> Ingels,
  • M2b: Het is bij <onzen>>ons>, Ingels,

72;al.1;7

  • M2b: Uw<-en> brief

72;al.1;8

  • M2b: al dat water <.>>?>

72;al.1;9

  • M2b: zijn<-en> hals

72;al.1;11

  • M2b: hun eerste<-n>

72;al.1;13

  • D: <moeten de anderen>>moet iedereen> het nu weten?

72;al.1;16-17

  • M2a: en schreit ook nog heviger, Ingels overdonder<d>>t> hen
  • D: en schreit <- ook> nog heviger, Ingels overdondert hen

72;al.1;19

  • M2a: ne kazernekoer <!>>.>
  • M2b: <ne>>een> kazernekoer.
  • D: een kazernekoer <.>>!>

72;al.2;3

  • M2a: <+,> zoodat

72;al.2;4

  • D: noodzakelijkst<+e>

72;al.2;5

  • M2a: En ik ben weg <+,> zegt hij.

72;al.2;10-11

  • M2a: nooit over hare<+n> mond
  • M2b: nooit over <haren>>haar> mond
  • D: nooit <over>>uit> haar mond

72;al.2;12

  • M2a: <+,> zit boven op den trap
  • M2b: , zit boven op de<-n> trap

72;al.2;13

  • M2a: <+,> zegt Maria,

72;al.2;14

  • M2b: de<-n> trap

72;al.2;15-16

  • M1b: ze weten <+ het> rap als ge hen beklaagd. Ja zegt ze
  • M2a: ze weten het rap als ge hen beklaag<d>>t>. Ja <+,> zegt ze <+,>

72;al.2;16-17

  • M2b: naar mijn kamerkens <-,> mijn patatten schillen,

73;al.1;1

  • M2a: Telkens als ze zegt <+,> ik ga naar huis,
  • M2b: Telkens <- als> ze zegt, ik ga naar huis,
  • D: Telkens <+ als> ze zegt <,>>:> ik ga naar huis,

73;al.1;2

  • M2a: vast heeft <+,> begint ze een nieuw vertelselken.
  • D: vast heeft <-,> begint ze een nieuw vertelselken.
  • W: vast heeft [+, ] begint ze een nieuw vertelselken.

73;al.1;4

  • M2b: <ne>>een> koer, <ne>>een> stomme koer.

73;al.1;5

  • M2a: een <carree>>carré>

73;al.1;6

  • D: die<-n> zoogezegde<-n> stomme<-n> koer

73;al.1;7

  • M2a: nocht<-h>ans

73;al.1;7

  • D: iets nieuw<+s>

73;al.1;9-10

  • M2a: <+,> zegt Maria, en ze zucht. Ja <+,>

73;al.1;12

  • M2a: <+,> waar zijt ge?

73;al.1;15

  • M2a: <-,> zeker <!>>?>

73;al.1;17

  • M2b: <haren>>haar> schoot

73;al.1;18

  • M2a: laat <haar>>zich> vallen

73;al.1;19

  • M2a: <waarvoor>>waarom>

73;al.2;1

  • D: <achtergegaan>>om gegaan>

73;al.2;5

  • M2b: <ne>>een> mensch

73;al.2;6

  • M2b: die<-n> mensch

73;al.2;8

  • D: <en>>dat> ge van een ander

73;al.2;10

  • D: stof genoeg <- nu>

73;al.2;12

  • M2a: de <sinema>>cinema> staan gapen. Hij rekt <hem>>zich>,

73;al.2;13

  • M2b: hebben <,>>.> <m>>M>et zijn klein
  • D: hebben. Met zijn klein<+e>

73;al.2;16

  • M2a: mobilisatie <+,> aan de burgers

73;al.2;17

  • M2b: deze<+n> morgen<-d>

73;al.2;18

  • D: peutert er <- ook> aan

74;al.1;1-2

  • M2a: <+,> en hangt over zijne<+n> kop
  • M2b: , en hangt over zijn<-en> kop

74;al.1;2-3

  • M2a: <+,> omdat het lost <+,>
  • D: , omdat het <+ papier> lost,

74;al.1;3

  • M2a: over zijne<+n> kop hangt,
  • M2b: over zijn<-en> kop hangt <-,>

74;al.1;5

  • D: <van onder>>onderuit>

74;al.1;5

  • D: Oeioei manneken <,>>...>

74;al.1;9

  • M2b: zijn<-e> pa

74;al.1;11-12

  • D: En waar <hij>>het> niet aan kan smijt <hij>>het> modder over, daarmee heeft <- het> een ander <+ het> ook niet.

74;al.1;17

  • D: de<-n> aard is der menschen?

74;al.1;18

  • M2b: zijn<-e> pa

74;al.1;18

  • M2a: Ja <+,>

74;al.1;22

  • M2a: Ja <+,>

74;al.2;1

  • M2a: Zijne pa echter wordt oud <vóor>>voor> zijn jaren. Een nest kinderen
  • M2b: Zijn<-e> pa echter wordt oud voor zijn jaren <.>>;> <E>>e>en nest kinderen
  • D: Zijn pa echter wordt oud <+,> voor zijn jaren; een nest kinderen

74;al.2;3-4

  • M2b: en ze zijn vergeten dat <- ze> in het laatste van de zeven huizekens nog <ne>>een> vader <hebben zitten>>zit>.
  • D: en ze <- zijn> vergeten dat in het laatste van de zeven huizekens nog een vader zit.

74;al.2;5

  • M2a: <+,> dan staan ze alle vijf voeten op uwen dorpel
  • M2b: , dan staan ze alle vijf voeten op uw<-en> dorpel

74;al.2;6-7

  • M2a: Zijn vrouw krabbelt achteruit. Ze vermager<d>>t>, krijgt <holle kaken>>hollekaken> <+,> en oogen die binnen in hare<+n> kop kruipen.
  • M2b: Zijn vrouw krabbelt achteruit. Ze vermagert, krijgt <hollekaken>>holle kaken>, en oogen die binnen in <haren>>haar> kop kruipen.
  • D: Zijn vrouw krabbelt achteruit <.>>,> <Z>>z>e vermagert, krijgt holle kaken, en oogen die binnen in haar kop kruipen.

74;al.2;10-11

  • M2a: gehad<-t> in de kleinsten,
  • M2b: gehad in de kleinste<-n>,
  • D: gehad in de<+n> kleinste,

74;al.2;12

  • M2a: eens loeren om <het>>te> zien
  • M2b: <- eens> loeren om te zien

74;al.2;12-13

  • M2b: een<-e> keer dat ge het gezien hebt kunt ge uw<-en> kop niet meer terugtrekken
  • D: een keer dat ge het gezien <hebt>>hebe> kunt ge uw kop niet meer terugtrekken
  • W: een keer dat ge het gezien [hebe]]hebt] kunt ge uw kop niet meer terugtrekken

74;al.2;14

  • D: <ge>>gt>
  • W: [gt]]ge]

75;al.1;6

  • M2b: zijn<-e> rol

75;al.1;8

  • M2a: beteeken<d>>t>

75;al.1;9-11

  • M2a: met hun eigen bekende straat op <:>>,> het <café>>céfé> waar ge den helft van Saargebied kunt op lezen <,>>.> [+X] <- en> <d>>D>e nieuwe <carree>>carré> met de stellingen en de kuipen mortel.
  • M2b: met <+ de,> hun eigen bekende <+,> straat <- op>, het <céfé>>café> waar ge den helft van <+..> Saargebied kunt op lezen <.>>,> [-X] <+en> <D>>d>e nieuwe carré met de stellingen en de kuipen mortel.
  • D: met de, hun eigen bekende, straat, het café <+, > waar ge de<-n> helft van <-..> Saargebied kunt op lezen, en de nieuwe carré met de stellingen en de kuipen mortel.

75;al.1;11

  • M2a: Maar<+,> <alla>>[xxx]> <+,>
  • M2b: Maar, <[xxx]>>allà>,
  • D: <Maar, allà>>Maar kom>,

75;al.2;1

  • M2b: zijn<-e> pa

75;al.2;1-2

  • M2a: een stille mensch die zijn pintjes vergeet <+.> <savends>>'s Avends> eens gaat wandelen
  • M2b: een stil<-le> mensch die zijn pintjes vergeet. 's Avends eens gaat wandelen
  • D: een stil<+le> mensch die <zijn pintjes vergeet>>weinig pintjes drinkt> <. >>;> <'s Avends>>'s avends> eens gaat wandelen

75;al.2;4

  • M2b: zijn<-e> roem

75;al.2;5-6

  • M2a: zegt hij <.>>,> <E>>e>en kind dat nu nooit geen school gezien of gehoord heeft <.>>,> <E>>e>n hij heeft
  • D: zegt hij, een kind dat <- nu> nooit <geen>>een> school gezien of gehoord heeft, <- en> hij heeft

75;al.2;10

  • D: <- En> <s>>S>oms heb ik schrik als ik met hem alleen ben <.>>,> <H>> h>ij kan u bezien

75;al.2;10-11

  • M2a: <alla>>allà>
  • D: <allà>>alla>

75;al.2;11

  • M2a: <presies>>precies>

75;al.2;12

  • M2a: [-X] Het is misschien

75;al.2;17

  • M2a: <vrijft>>wrijft>

75;al.2;18

  • M1b: steene<-n>
  • M2a: steene<+n>

75;al.3;3-5

  • M2b: Voor zulken is het maar oorlog als de stukken muren neven hen <- zullen> omvertuimelen.
  • D: Voor zulken <is>>zal> het maar oorlog <+ zijn> als de stukken muren neven hen <+ zullen> omvertuimelen.

76;al.1;1

  • M2b: het meisken <dat>>die>
  • D: het meisken <die>>dat>

76;al.1;2

  • D: <bijvallen>>bij vallen>

76;al.1;3-4

  • M2b: van den vroegen morgen<-d> tot den laten avend
  • D: van den vroegen morgen tot den laten <avend>>avond>

76;al.1;6-7

  • M2a: het koper kuischen. Ze krijgt <savends>>'s avends> niet gedaan
  • M2b: <- het> koper kuischen. Ze krijgt <- 'savends> niet gedaan

76;al.1;7

  • D: de<-n> avend

76;al.1;9

  • M2b: om morgen toch de salons gedaan te krijgen, als ze <- nu> om zes uur opstaat
  • D: om morgen toch <- de salons> gedaan te krijgen, als ze om zes uur opstaat

76;al.1;13

  • M2a: en <+:> ja kind <+,>

76;al.1;15

  • D: Ze snelt trappen op <- en af>,

76;al.1;16

  • M2a: <+,> verward <haar>>zich> in een berenvel <vóor>>voor> een bed,
  • D: , verwar<d>>t> zich in een berenvel voor een bed,

76;al.1;17

  • D: <moeite>>moeheid>

76;al.1;17-18

  • M2b: mijn<-e> kop doet zeer, maar zij
  • D: mijn kop doet zeer <,>>.> <m>>M>aar zij

76;al.1;19-20

  • M2a: den ouden Durwez en zijn Hilda, wat gaat er nu om <!>>?>
  • M2b: de<-n> oude<-n> Durwez en zijn Hilda,wat gaat er nu om?

76;al.1;22-23

  • M2a: niet <- meer> buiten.

76;al.2;1

  • M2a: [+X] En ze stapt

76;al.2;4

  • M2b: groot <- en open> van verwondering

76;al.2;5

  • M2a: zet <haar>>zich>

76;al.2;6

  • M2a: <ç>>c>irage

76;al.2;7

  • M2a: [-X] Sander, Sander

76;al.1;12

  • M2b: nog <- ook>,
  • D: nog <+ ook>,

76;al.2;12

  • M2a: tot alles in staat. [+X] Die ziet
  • M2b: tot alles in staat. [-X] Die ziet

77;al.1;1

  • M2b: <- nog> slechts

77;al.1;3

  • M2a: [X] Doch Sander ginder ver, en Ilona <+,>
  • D: [-X] Doch Sander ginder ver, en Ilona,

77;al.1;3-4

  • M2a: zij lachen met den oorlog. Die <- twee> hebben
  • M2b: <zij>>die> lachen met den oorlog. Die hebben

77;al.1;5.

  • M2a: vreugde <+,> smart en lijken,

77;al.2;1

  • M2a: <+,> danst zij.
  • M2b: , danst <zij>>Ilona>.

77;al.2;2

  • M2b: <hare>>haar> borsten <+,>

77;al.2;3

  • D: <den kop>>het hoofd>

77;al.2;4

  • M2a: sle<-e>pend

77;al.2;5-6

  • M2a: En wat ze verbeel<d>>t> weet ze zelf niet, misschien. Het kan het wilde dier zijn
  • D: En wat ze verbeel<+d>t weet ze zelf niet <,>>.> <m>>M>isschien <- Het kan> het wilde dier <- zijn>

77;al.2;7

  • M2b: gebogene<-n>

77;al.2;11

  • D: De sluier valt <.>>,> <E>>e>n daar

77;al.2;15

  • M2a: Ze zouden <hun>>zich>

77;al.2;16-17

  • M2b: morgen<-d>schemer

77;al.2;17

  • M2a: krocht<-t>en

77;al.2;18

  • D: een anker<-ken>

77;al.2;19

  • M2b: schuine oogen <+,> en verborgen in hun hanpalm <+,>
  • D: schuine oogen <-,> en <+,> verborgen in hun handpalm,

77;al.2;20

  • D: <- En> <z>>Z>ij hing

77;al.2;22-23

  • M2b: <lantarenken>>lantaarnken>. [X] [?] Als de zon
  • D: lantaarnken. [-X] Als de zon

77;al.2;24

  • M2b: den kop op <een>>den> arm
  • D: <den kop>>het hoofd> op den arm

77;al.2;25

  • M2b: dingen<-s>

77;al.2;26

  • M2a: over haar land <+,> over

77;al.2;27

  • M2b: die er over hangen <,>>.> <m>>M>aar ze lacht.

78;al.1;1-2

  • D: de hartstochten van de menschen <.>>,> <Z>>z>ij prangen

78;al.1;3

  • M2a: Zwijg <+,> zegt Sander, zwijg
  • M2b: Zwijg, zegt Sander <,>>.> <z>>Z>wijg

78;al.1;4

  • M2b: dingen<-s>

78;al.1;4

  • M2a: vond<-t>

78;al.1;7

  • M1a: [X] <En # Naar> de zee
  • M2a: [-X] Naar de zee

78;al.2;1

  • M2a: Ze legden <hen>>zich> neer aan den voet van <een>>de> rots.

78;al.2;3-4

  • M2b: maakten hem laf en moe <.>>,> <E>>e>n wanhopig <,>>.> <z>>Z>oodat het leven,
  • D: maakten hem laf en moe <,>>...> en wanhopig. Zoodat het leven,

78;al.2;6

  • M2a: de<-e>den

78;al.2;7

  • D: geweldig<-e> zeer

78;al.2;7

  • M2a: dood<-t> me

78;al.2;8

  • M2a: mijn <A>>a>l.

78;al.3;3

  • M2a: den duivel met al zijn to<+o>venarij
  • M2b: de<-n> duivel met al zijn toovenarij
  • D: de<+n> duivel met al zijn toovenarij

78;al.3;6-7

  • M2a: zijn vingeren en zijn teen kromden <hen>>zich>, en zocht<-t>en het kleinste scheurtje.
  • M2b: zijn <vingeren>>vingers> en zijn teenen kromden zich, en zochten het kleinste scheurtje.
  • D: zijn vingers en zijn teenen kromden zich, en zochten het <kleinste>>minste> scheurtje.

78;al.3;7-8

  • M2b: schuimde de zee, <+ en> sloeg nijdig
  • D: schuimde de zee <-,> en sloeg nijdig

78;al.3;8-9

  • M2a: Hij hoorde <haar>>ze>

78;al.3;11-12

  • M2a: zijn borst zwoegde <+,> zijn hert hijgde,

78;al.3;13

  • M2b: zijn<-en> mond

78;al.3;13

  • D: zijn <vingeren>>vingers>

78;al.4

  • M2a: [+X] En Ilona

78;al.4;2

  • M2a: tot daar ho<+o>ren kraken.
  • M2b: <- tot daar> hooren kraken.

78;al.5;1

  • M2a: een beschokene<-n>

78;al.5;2

  • M1b: nauwelijks<-ch>

79;al.1;3

  • M2a: reeds waardeloos <+ acht>.
  • D: reeds waardeloos <acht>>is>.

79;al.1;4

  • M2a: <méer>>méér> gedaan dan weer <een>>één>
  • D: méér gedaan dan weer <één>>een>

79;al.1;5

  • M2b: <Hadt>>Waart> ge gevallen

79;al.1;5-6

  • M2a: ja dan had<-t> ze u misschien liefgehad<-t>,
  • D: ja dan had ze u misschien <liefgehad>>lief gekregen>,

79;al.2;3

  • M2a: Doch hij had<-t> haar lief.

79;al.2;4

  • M2b: de<-n> bril

79;al.2;5

  • D: goed wordt om <- aan> te zien?

79;al.3;1

  • M2a: werd<-t>

79;al.3;2

  • M2b: <gezien>>geweten>

79;al.3;4-5

  • D: blonken en flitsten <er>>de> messen.

79;al.3;9

  • M2a: had<-t> toegezien werd<-t>
  • M2b: <+,> had toegezien werd

79;al.3;11

  • M2b: een wilde<-n>

79;al.3;12

  • D: Hij hoorde haar <- woest> gillen

79;al.3;13

  • M2a: <vóor>voor> hem. Hij wierp zich lijk een bezetene<-n>

79;al.3;16

  • M2b: van <voren>>voor> hem

79;al.3;17

  • D: <in>>op> den grond

79;al.3;19

  • D: den andere<-n>

79;al.3;23-25

  • M2a: haar geliefd en kostelijk bloed vloeide warm en zoetekens naar beneden. [-X] Er ramme<i>>l>den
  • M2b: haar geliefd en kostelijk bloed <+,> vloeide warm en zoetekens naar beneden. Er ramme<l>>i>den

80;al.1;3

  • M2b: het bed<-de>

80;al.1;4-5

  • M2a: lijk den regen in een kapotte goot, altijd <tik-tik-tik>>tik, tik, tik,> zei. [-X] Hij vloekte niet,
  • D: lijk de<-n> regen in een kapotte goot <-,> altijd tik, tik, tik, zei. Hij vloekte niet,

80;al.1;5

  • M2a: hij bad<-t> niet <.>>,> <H>>h>ij zat stom

80;al.1;8

  • M2b: morgen<-d> zou worden. [-X] Hoe was hij deerlijk mis <!>>.>

80;al.1;10

  • M2a: <eterniet>>eternit>

80;al.1;11

  • D: dro<-o>gen

80;al.1;11

  • M2a: stond<-t>

80;al.1;13

  • D: Hij stond <langzaam>>moeilijk> recht

80;al.1;14

  • D: <+ Ja> <Z>>z>ij lag daar ook

80;al.1;16

  • M2b: vond<-t>

80;al.1;17

  • M2a: was weg. Voor altijd <.>>,> <V>>v>oor altijd.
  • D: was weg <-.> <V>>v>oor altijd <,>>.> <v>>V>oor altijd.

80;al.1;18

  • M2a: <hem>>zich> languit over de rotsen <-.> <E>>e>n riep

80;al.1;19

  • D: sterven <wou>>zou>.

80;al.1;19

  • M2a: mijne<+n> kop
  • M2b: mijn<-en> kop

80;al.1;21

  • D: de<-n> duivel

80;al.1;22

  • M2a: Hij hield <hem>>zich> maar met <een>>één> hand vast.

80;al.1;23

  • M2b: een losse<-n> steen

80;al.2;1

  • M2a: [+X] Hij <kón>>kon> niet vallen.

80;al.2;4

  • M2b: langsheen <+ de> uitgebrande huizekens

80;al.2;7

  • D: al roepende <op>>om> den dood

80;al.2;9

  • M2a: <+,> en toch

80;al.2;10

  • M2a: stond<-t>

80;al.2;12-13

  • M2a: wat had<-t> hij <méer>>méér> buiten het litteeken op zijn wang? [-X] In de blokken

81;al.1;1

  • M2b: den andere<-n> Sander is terug <!>>.>
  • D: den andere <+:> Sander is terug.

81;al.1;2

  • M2b: <haren>>haar> eigen man

81;al.1;3

  • M2a: <+,> zegt ze.

81;al.1;4

  • M2a: hij heeft <-,> van den dag
  • D: hij <heeft>>is> van den dag

81;al.1;6

  • M2a: haren dweil <liggen>>leggen>
  • M2b: <haren>>haar> dweil <leggen>>liggen>

81;al.1;6

  • D: het poortje<-n>

81;al.1;11

  • D: beide<-n>

81;al.2

  • M2a: [+X] Wonder is de wereld,

81;al.2;2

  • M2b: <sekonden>>seconden>

81;al.3;1

  • M2b: dingen<-s>

81;al.3;3

  • M2a: tesaam <,>>:> en bescherm Sander <!>>.>
  • M2b: te<s>>z>aam: en bescherm Sander.

81;al.3;10

  • M2b: zijn<-e> pa

81;al.3;11

  • M2b: zijn<-en> vestzak

81;al.3;13

  • M2b: zijn<-e> pa

81;al.3;15

  • M2b: envelop<+pe>

81;al.3;15

  • D: wat er in staat <.>>!>

81;al.3;17

  • M2a: dien<+e> mensch
  • M2b: die<-ne> mensch

81;al.3;18

  • M2a: <+,> zegt Bernard <savends>>'s avends>.

81;al.3;19-20

  • M2b: ziet ge dat <.>>,> <H>>h>et zijn oogen die wegdwalen en naar iets zoeken <dat>>wat>

82;al.1;2

  • M2a: <presies>>precies>

82;al.1;2

  • M2a: zijn<+en> kop
  • M2b: zijn<-en> kop

82;al.1;4

  • M2a: is lang weg <+,> en

82;al.1;5

  • M2a: <hen>>zich> vrijwillig aangegeven <+,> want

82;al.1;6

  • M2b: ge moet er maar simpel voor in een root <- gaan> staan
  • D: ge moet <- er> maar simpel <- voor> in een root staan

82;al.1;7

  • M2b: Een bed<-de>

82;al.1;8

  • M2b: <ne>>een> stoel

82;al.1;9-10

  • M2a: <smorgens>>'s morgens>

82;al.1;13

  • D: <loopt>>klopt>
  • W: [klopt]]loopt]

82;al.1;14

  • M2a: het café <+,> de nieuwe gas,

82;al.1;16

  • M2a: <presies>>precies>

82;al.2;1

  • M2a: [+X] Zoo eenzaam

82;al.2;1-2

  • M2b: De zon<-ne> gaat onder en de<-n> hemel wordt rood.

82;al.2;2

  • D: eenzaam zijn <.>>!>

82;al.3;1

  • D: en mistevreden <.>>!>

82;al.3;4-5

  • M2a: <+,> en vloekt omdat het <snoenens>'s noenens> ajuinsaus is en patatten met de schil aan.
  • D: , en vloekt omdat het 's noenens ajuinsaus is en patatten <met de schil aan>>in de schil>.

82;al.3;7

  • M1b: <[xxxxxxxxxx]>>boerenboterham>

82;al.4;2

  • M2b: dien oorlog <- in de geburen>

82;al.4;4-5

  • M2a: benieuwd <naar>>om>, niemand herinnert <hem>>zich> nog de drie.

82;al.4;10

  • M2a: het trekt <hem>>zich> niets aan van wat tusschen muren gebeurd.
  • D: het trekt zich niets aan van wat tusschen muren gebeur<d>>t>.

83;al.2;2-3

  • M2a: of ze hang<+t> achter een gordijn te loeren <+,>

83;al.2;4

  • M2a: <haar>>zich>

83;al.2;6

  • D: op <+ te> zien

83;al.2;7

  • D: op het kantwerk <- gericht>

83;al.2;8

  • D: waar ze hem <met>>mee> treiteren kan

83;al.2;9

  • D: een ander<+e> kamer

83;al.2;10

  • M1b: naar <+ haar> oogen zien

83;al.2;11

  • M2a: Ze bijt in haar vingeren en vraagt <haar>>zich> angstig af
  • M2b: Ze bijt in haar <vingeren>>vingers> en vraagt zich angstig af

83;al.2;12-13

  • M2a: Maar <wát>>wat> dan <,>>!> Angst?

83;al.2;13

  • M2b: angst <- gaan> hebben <.>>?>

83;al.2;14

  • M2a: schuift <haar>>zich>

83;al.2;16

  • M2a: <+,> vraagt hij. Ja <+,> zegt ze,

83;al.2;17

  • M2a: vraagt <haar>>zich> af

83;al.2;18

  • M2a: Ga weg <+,> denkt ze, ga weg <+,>

83;al.2;18

  • W: word[-t]

83;al.2;18-19

  • M2b: en mijn zelven, ga weg <+,> of ik sla iets op uw<-en> kop,
  • D: en <mijn zelven>>mijzelve>, ga weg, of ik sla iets op uw kop,

83;al.2;20

  • M2a: niet<-s> anders
  • M2b: niet<+s> anders
  • D: niet<-s> anders

83;al.2;21

  • M2a: moei<-e>lijk om onthouden, allemaal die klosjes
  • D: moeilijk om <+ te> onthouden <-, > allemaal die klosjes

83;al.2;24

  • M2a: hand in <.>>,> <H>>h>ij voelt

83;al.2;26

  • M2a: zijne<+n> mond
  • D: zijn<-en> mond

83;al.2;26

  • M2b: die hem <- eens> belachelijk wou maken.

83;al.3;2

  • M2a: Ja <+,>

83;al.3;4-5

  • M2a: <+,> alhoewel het maar een koelen dag is.
  • M2b: , alhoewel het maar een koele<-n> dag is.

83;al.3;8

  • D: <stokken van vingeren>>vingers>

84;al.1;1

  • D: <willen zien hebben>>hebben willen zien>.

84;al.1;1

  • M2a: <haar>>zich>

84;al.1;3

  • M2b: <+,> en haar beenen,

84;al.1;7

  • M2a: gecommandeer<t>>d>

84;al.2;3

  • M2b: <+,> dat de<-n> stielman

84;al.3;1

  • M2a: En Mark blijft weg <!>>.>

84;al.4;2

  • M2a: <+,> maar

84;al.4;4

  • D: Iets roomkleurig<+s>

84;al.4;6

  • D: vier <+,> vijf uren

84;al.4;10

  • M2b: in den hoek <+,> over het verfomfaaide kleed <+,>

84;al.5;1

  • D: <- En> <d>>D>an komt Mark wel.

84;al.6;6

  • M1b: <[xxx xxxx]>>zegt achter>

84;al.6;7-8

  • M2a: <+,> en misschien toevallig, misschien heel onwillekeurig <+,>

84;al.6;10

  • M2b: <haren>>haar> stoel

85;al.1;3-4

  • M2a: Durwez<- '> meer op, het is een anderen naam, <dezijnen>>de zijnen>.
  • M2b: Durwez meer op, het is een andere<-n> naam, de zijne<-n>.

85;al.2;2-3

  • M2a: Zij, Elie. En hij recht <hem>>zich> en wil <presies>>precies> iest van zijn schouders smijten.
  • D: <- Zij, Elie.> En hij recht zich en wil precies iets van zijn schouders smijten.

85;al.3;1

  • M2a: Die<+n>zelfden

85;al.3;7

  • M2a: Een <+,> twee <+,> drie,

85;al.3;9

  • M2b: de<-n> trap

85;al.3;11

  • M2a: ziet haar <.>>;> <Z>>z>ijn asem gaat traag en beklemd. Als ze haar nu
  • D: ziet haar; zijn <asem>>adem> gaat traag en beklemd. Als ze <haar>> zich> nu

85;al.3;13

  • M2a: dan wiekt hij op eigen vleugelen, hij zal er wel komen <+,> heel alleen,
  • M2b: <- dan wiekt hij op eigen vleugelen,> hij zal er wel komen, heel alleen,

85;al.3;14-15

  • M2a: Zij gaat altijd verder <+,> Elie.
  • M2b: <+ Doch> <Z>>z>ij gaat altijd verder, Elie.

85;al.3;15-16

  • M2b: zooveel de<-n> <donkeren>>duisternis> het toelaat
  • D: zooveel <de duisternis>>het duister> <het>>dat> toelaat

85;al.4;1-2

  • M2a: En dan ligt er in het Saargebied een gazet op het tafelken <+,> dicht<-st> bij de <vitrien>>[: vitrien]>.
  • M2b: <En dan ligt er in het Saargebied>>In het Saargebied ligt> een gazet op het tafelken dicht bij de [:vitrien].
  • D: <In het Saargebied ligt>>Dan ligt er in het Saargebied> een gazet op het tafelken <-,> dicht bij de <[:vitrien]>>vitrien>.

85;al.4;2

  • M2a: verveelt <hem>>zich>

85;al.4;4

  • M2a: voor de grootstad <.>>;> <E>>e>n Mejuffer Hilda Durwez

85;al.4;5

  • M2b: met den heer Mark <+...> enzoovoort, enzoovoort.
  • D: met den heer Mark <+;>... enzoovoort, enzoovoort.

85;al.4;6

  • M2a: gaapt <+,> en zou hij <hem>>zich> nu gaan

85;al.4;7-8

  • M2a: en <+:> dag Molleken. Merci <+,>

85; al.5;2

  • D: lit<-t>eratuur

86;al.1;1-2

  • M2a: die snijden of de nieuwe borstels <,>>...> [+X] <m>>M>aar neem nu eens
  • M2b: die snijden <+,> of de nieuwe borstels... [X] Maar neem nu eens
  • D: die snijden, of de nieuwe borstels... [-X] Maar neem nu eens

86;al.1;2-3

  • M2a: draait en waait <:>>.> In het begin gin ook alles goed, het water,
  • M2b: draait en waait. In het begin ging ook alles goed <,>>.> <h>>H>et water,

86;al.1;4-5

  • M2a: stond<-t> op zijn plaats <,>>.> <de blommen>>De bloemen> en de beesten waren alleen <+,> en gelukkig.

86;al.1;5

  • M2a: Maar nu <!>>...> De<+n> eene benijdt dat de<+n> andere<+n> scheit. En Hilda loopt seffens
  • M2b: Maar nu... De<-n> eene benijdt dat de<-n> andere<-n> scheit. En Hilda loopt seffens
  • D: Maar nu <...>>.> <- De eene benijdt dat de andere scheit. En> Hilda loopt seffens

86;al.1;6

  • D: den weg <.>>,> En omgekeerd.
  • W: den weg [ , ]] . ] En omgekeerd.

86;al.1;6

  • M2a: buiten kwam <+,> als eens

86;al.1;7

  • D: <haar>>zich> opsloot in de stilte en de <muffigheid>>mufheid>

86;al.1;8-9

  • M2b: waar de<-n> tijd niet meer bestaat, waar het riekt naar ouderdom en dood.
  • D: waar de tijd niet meer <bestaat>>bestond>, waar het <riekt>>rook> naar ouderdom en dood.

86;al.1;10

  • M2a: werd<-t>

86;al.1;11

  • M2a: de eene achter de<+n> <achtere>>andere>
  • M2b: de eene achter de<-n> andere
  • D: de eene achter de<+n> andere<+n>

86;al.1;14

  • D: en <+ ze> kwam

86;al.1;17

  • D: ieder<+e> kamer

86;al.1;19

  • M2a: [-X] Soms gingen ze op reis

86;al.1;23-24

  • D: En ze dacht soms <+ terug> aan de dagen in het klooster <- terug> <+,> met een

86;al.1;26-27

  • D: de<-n> schaduw

86;al.1;28-29

  • D: op de kinderkamer <,>>.> <d>>D>oor het hooge raam viel licht van de<-n> tuin

86;al.1;31

  • M2a: <zóo>>zoo>
  • D: <zoo>>zóó>

86;al.1;32

  • M2a: <sinema voorstelling>>cinemavoorstelling>. Zij kleedde <haar>>zich> op

86;al.1;35

  • D: klein vuist<en>>je>

86;al.1;36

  • M2a: <sinema>>cinema>

86;al.2;1

  • M2b: Zulke dingen<-s> vertel<de>>t> ze

87;al.1;1

  • M2b: <haren>>haar> mond

87;al.1;2

  • D: <datzelfden>>ditzelfde> liedje<-n>

87;al.1;3

  • M1b: geen spook <dat>>die>
  • D: geen spook <die>>dat>

87;al.1;4

  • D: Leef het heden <.>>,> <W>>w>ees met

87;al.1;5

  • M1a: in den dag van vandaag.
  • D: <in>>bij> den dag van vandaag.

87;al.1;6

  • M2b: de<-n> trap

87;al.1;6

  • M2a: [-X] Hilda moet

87;al.1;8

  • D: <kan in>>in kan> schoppen

87;al.1;10

  • M2b: door het huis <,>>.> <d>>D>e stilte

87;al.1;11

  • M2a: in den hoek <- of> op zolder.

87;al.1;12

  • M2a: <haar>>zich> in twee drie kamers.
  • D: zich in twee <+,> drie kamers.

87;al.1;13

  • D: de<-n> gang

87;al.1;14

  • M2a: het gebeur<d>>t> zelfs

87;al.1;15

  • M2a: zijn <-,> dat men

87;al.1;23-24

  • M2a: een oud <- oud> hoekje
  • M2b: een <- oud> hoekje

87;al.1;24

  • M2a: <teedere>>teedre> langvoorbije dingens
  • M2b: <teedre>>teedere> langvoorbije dingen<-s>

87;al.1;25

  • D: <een>>en> dik grijs papier

87;al.1;29-30

  • M2a: maar <-,> mijn hemel, wat staat <dáar>>daar>

87;al.1;31

  • M2a: keert <haar>>zich>

87;al.1;31-32

  • M2a: halftoegeknepen <,>>.> [+X] <e>>E>en half uur nadien
  • D: halftoegeknepen. [-X] Een half uur nadien

87;al.1;33

  • D: iets antiek<+s>

87;al.1;34

  • D: vreemde<-n> lantaarn

87;al.1;36

  • D: <+,> en <+ in> brons geverfd

88;al.1;2

  • D: naar beneden <-,> hier een brok

88;al.1;3

  • M2a: <+,> zegt ze.

88;al.1;3

  • M2b: in <den>>het> brons

88;al.1;4-5

  • M1b: Ze hadt iets heelemaal anders ge<[xxxx]>droomd>.
  • M2a: Ze had<-t> iets heelemaal anders gedroomd.

88;al.1;7

  • M2a: brons <+,> moeite en zweet.

88;al.2;1-2

  • M2a: en misloopt <hem>>zich>, van puur gewoonte
  • D: en misloopt zich, van <puur>>pure> gewoonte

88;al.2;10

  • M2a: <tik-tak, tik-tak>>tik tak, tik tak>

88;al.2;12

  • M2a: schikt <+,> past en telt

88;al.2;14-15

  • M2a: <+ een> eind verder neersmijten, zoodat ge niet meer verder lezen <kúnt>>kunt>.

88;al.2;15

  • M2a: God, wat steekt hij nu uit <!>>.>

88;al.2;17

  • M2a: Ze <kán>>kan> het niet

88;al.2;18

  • M2a: De halfuren verstrijken en waar blijft hij <+,> vraagt ze <haar>>zich> af.
  • M2b: De halfuren verstrijken <+.> <e>>E>n waar blijft hij, vraagt ze zich af.

88;al.2;20

  • M2a: <+,> zijn onmeedo<+o>genheid.
  • D: , zijn onmeedoogen<+d>heid.

88;al.2;21-22

  • M2a: de<+n> verzenbundel
  • M2b: de<-n> verzenbundel

88;al.3;2-89;al.1;1

  • M1b: te laten maken: misschien in blinkend congolees<+c>hout [?],
  • M2a: te laten maken <:>>.> Misschien in blinkend <congoleeschout>> congoleescj#h hout>,

89;al.1;3

  • M2a: Ja <+,>

89;al.1;7-8

  • D: ze moet <haar>>zich> inhouden

89;al.2;2

  • M2b: op zijn hoede <,>>.> <w>>W>acht maar <.>>!>

89;al.2;3

  • M2a: iets eenig <+,> zoo een bibliotheek.
  • D: iets eenig<+s>, zoo een bibliotheek.

89;al.2;4

  • M2a: Het volk gebaar<d>>t>

89;al.2;5

  • M2a: werkt door <:>>.> Het onweder zal gaan losbarsten.
  • D: werkt door <.>>,> <H>>h>et onweder zal gaan losbarsten.

89;al.2;7

  • M2a: in haar gezicht <!>>?>

89;al.2;8

  • M2b: <plekken>>vlekken>

89;al.3;3-4

  • M2a: keert <haar>>zich> om

89;al.3;6

  • D: <- En> <d>>D>e oude madam

89;al.3;8

  • M2b: <+,> aan de deur.

89;al.3;3-2 v.o.

  • M2a: Madame, het eten <!>>.>
  • M2b: Madam<-e>, het eten.

89;al.4;1

  • M2b: [X] Wat ze daar <+,> opgesloten tusschen vier muren doet <+,>
  • D: [X] Wat ze daar <-,> opgesloten tusschen vier muren doet <-,>

89;al.4;3

  • M2b: dingen<-s>

89;al.4;4

  • M2b: een verlangen meer <,>>:> dat haar kaarsken

89;al.4;7

  • M2b: in den familiekelder <+,> en Hilda

89;al.4;10

  • D: wacht u hetzelfde <.>>:> Eerst loopt ze alleen in het kasteelken <,>>.> <t>>T>rouwt

90;al.1;1

  • D: en verhuist <,>>.> <e>>E>n toch blijft het eender <:>>,> nu loopt ze hier alleen.

90;al.1;3

  • M2a: lang kan ze er <+ bi> niet bij zitten,
  • M2b: lang kan ze er <- bi> niet bij zitten,

90;al.1;5-6

  • M2a: kan op afbijten <+,>
  • D: <kan op>>op kan> afbijten,

90;al.1;6

  • M2b: <haren>>haar> mond

90;al.1;6

  • M2a: ook <dát>>dat>

90;al.1;9

  • M2a: een dief is <+ en> <in haar>>inhaar> eigen huis,
  • M2b: een dief is <- en> <inhaar>>in haar> eigen huis,

90;al.1;11

  • M2b: <den>>het> aardig<-en> boek
  • D: het aardig<+e> boek

90;al.1;13-14

  • D: een halve<-n> schemer

90;al.1;16-17

  • M2a: Ze ontkleedt <haar>>zich>, het een stuk stof
  • D: Ze ontkleedt zich, het een<+e> stuk stof

90;al.1;23

  • M1b: maar geloof niet dat er zulke dingen<-s>
  • D: maar <+ ik> geloof niet dat er zulke dingen

90;al.1;26

  • M2b: den oude<-n>

90;al.1;27

  • M2b: waar de mijnen <- ginder verre> liggen,
  • D: waar de mijnen <liggen>>zijn>,

90;al.1;29-30

  • M2a: uit duizende schouwen naar omhoog kronkelt <,>>;> en de locht <+,>
  • M2b: uit duizende<+n> schouwen naar omhoog kronkelt; en de locht,
  • D: uit duizenden schouwen naar omhoog kronkelt <;>>,> en de locht,

90;al.1;32

  • D: wat hij nu doet <!>>:>

90;al.1;34-35

  • D: Hij weet <+ goed> genoeg

91;al.1;2

  • M2a: malheuren, ontploffingen <+,> dooden

91;al.1;4

  • M2b: subiet neer <,>>.> <o>>O>h, het is de gazet van gister!

91;al.1;5

  • D: gister<-en>

91;al.1;8

  • D: steekt hij daar toch uit <.>>!>

91;al.1;9-10

  • M2a: <simphatiseerend>>symphatiseerend>
  • W: [symphatiseerend]]sympathiseerend]

91;al.1;12

  • M2a: noch<+t>tans
  • M2b: noch<-t>tans

91;al.1;12-13

  • M2a: een <schrijfmachien>>schrijfmachine> om hun manifesten af te kloppen <+.> <o>>O>f
  • D: een schrijfmachine om hun manifesten <- af> te kloppen. Of

91;al.1;15

  • M2b: zijn kameraad is <- zeker> weg.

91;al.1;16

  • D: gister<-en>

91;al.1;18

  • M2b: in <,>>.> <o>>O>p zijn manier

91;al.1;19

  • M2a: Maar twintig <+,>

91;al.2;1

  • M2a: [+X] Hij, Jean,
  • M2b: [-X] Hij, Jean,
  • D: [+X] Hij, Jean,

91;al.2;2

  • M2a: Goed <.>>,> <L>>l>ach nu voort.

91;al.2;2-3

  • M2a: Hoe <+,> ge zwijgt en zijt serieus <-,> omdat

91;al.2;4-5

  • D: twintig <- meer> overschieten.

91;al.2;8

  • M2a: <bogot>>godomme>

91;al.2;8-9

  • M2a: de stommerik<-k>en

91;al.2;10

  • M2b: van zijn stoel <,>>.> <e>>E>n rust haar bloote<-n> arm

91;al.2;12-13

  • M2b: <- Of is het verachting dat op haar gezicht zonder ouderdom te lezen ligt.>
  • D: <+ Of is het iets anders dat op haar gezicht zonder ouderdom te lezen ligt.>

91;al.2;15-16

  • D: <den>>het> waarom

91;al.2;16

  • D: de<-n> speciale<-n> entree

92;al.1;1

  • D: wil<-t>

92;al.1;1

  • M2a: <presies>>precies>

92;al.1;2-3

  • M2a: ze willen zeker de fout van den oorlog op hem schuiven <:>>.> Gij <+,> die een geleerden bol waart
  • M2b: ze willen <- zeker> de fout van den oorlog op hem schuiven: Gij, die een geleerden bol waart
  • D: ze willen de fout van den oorlog op hem schuiven. Gij, die een geleerde<-n> bol waart

92;al.1;4

  • M2a: stond<-t>

92;al.1;8-9

  • M2b: en ze gaan niet nutteloos hun front vergrooten, <- en> daarbij <- we zijn neutraal,> ze zullen ons niet raken.
  • D: <- en> ze gaan niet nutteloos hun front vergrooten, <+ en> daarbij ze zullen ons niet raken.

92;al.1;9

  • M2b: Neen, zegt deze<-n>
  • D: Neen, zegt <deze>>de man>

92;al.1;10-11

  • M2a: <hunzelfde>>hun zelfde> plaatsken, <N>>n>een zegt hij,
  • D: hun zelfde plaatsken, neen <+,> zegt hij,

92;al.1;14

  • M2a: iedere<+e>n

92;al.1;15

  • M2b: gaat <hem>zich>

92;al.1;18-19

  • M2a: <+,> zeggen ze.

92;al.1;19

  • D: <plaasteren>>pleisteren> mannen

92;al.1;21-22

  • M2b: <ne>>een> man

92;al.1;23

  • M2b: <ne>>een> porei en <ne>>een> selder

92;al.1;23

  • M2a: <presies>>precies>

92;al.1;26

  • D: <plaasteren>>pleisteren> bloem

92;al.1;27

  • M2b: Zijn<-e> pa

92;al.1;28

  • D: Het is stil<-le>, stil<-le>.

92;al.1;28-29

  • M2b: zijn<-e> mond

92;al.1;30

  • M2b: Zijn<-e> pa

92;al.1;31

  • D: <.>>;> <E>>e>n man

92;al.1;32-33

  • D: om dat te zien <+,> jongen.

92;al.1;33-34

  • M2a: Ja <+,> wat zegt ge als ze op uw eigen stoeffen <!>>?>
  • D: Ja, wat zegt ge als ze op <uw eigen>>u> stoef<-f>en?

93;al.1;2-3

  • M2b: <haren>>haar> tijd te verklappen, of <+ om> naar een malheur dat op straat gebeurd is <+,> <+ te gaan kijken>.
  • D: haar tijd te verklappen, of om naar een malheur <+,> dat op straat gebeurd is, te gaan kijken.

93;al.2;2

  • D: averecht<+s>

93;al.2;4

  • M2b: Bernard knikt <,>>.> <l>>L>ijk hij daar

93;al.2;5

  • M2a: <presies>>precies>

93;al.2;6

  • M2a: <+,> zegt hij,

93;al.2;7

  • M2a: Zulke fijn<+e> teekening

93;al.2;9

  • M2a: Ja <+,> zegt Jean,

93;al.2;10

  • M2b: die trachten van het hert op te <fretten>>vreten>, en zoo is het met alles <,>>;> ge hebt
  • D: die trachten <- van> het hert op te vreten, en zoo is het met alles; ge hebt

93;al.2;12

  • M2a: van lijn <+,> enzoovoort <,>>.> [+X] <m>>M>aar wat is een lijn?
  • M2b: van lijn, enzoovoort. [-X] Maar wat is een lijn?
  • D: van lijn, enzoovoort <.>>,> <M>>m>aar wat is een lijn?

93;al.2;14-16

  • M2b: over het geluk voor de menschen, over de menschen allemaal bijeen <,>>.> <o>>O>ver het groot huishouden dat de wereld zou moeten zijn <.>>,> <E>>e>n waar <ze>>men> een straat van <maken>>maakt>
  • D: over het geluk voor de menschen, <- over de menschen allemaal bijeen.> <O>>o>ver het groot huishouden dat de wereld zou moeten zijn, en waar <men>>ze> een straat van <maakt>>maken>

93;al.2;17

  • M2a: dood<k>>c>oncureeren

93;al.2;21

  • M2b: die <- over zijn halsbeentjes huivert en> hem stil maakt en gelukkig.
  • D: die <+ over zijn rug huivert en> hem stil maakt en gelukkig.

93;al.2;27-28

  • M2a: de smart <+,> de hoop, de<+n> honger

93;al.2;29-30

  • M2a: de<+n> weemoed en de dood. Ja, ze zwijgen, wat zegt ge dan nog?
  • M2b: den weemoed en de dood. Ja, ze zwijgen, <+ want> wat zegt ge dan nog?
  • D: den weemoed en de<+n> dood. Ja, ze zwijgen, <- want> wat zegt ge dan nog <+ meer>?

93;al.3;2

  • M2a: <méer>>méér>

93;al.3;2-3

  • M2b: Die heeft nochtans al meer dan genoeg afgezien <,>>.> <z>>Z>e hebben

93;al.3;4

  • D: omdat hij <- nu> een

94;al.1;2

  • D: En <als>>nu> hij zijn kinderleed

94;al.1;3-4

  • M2a: te zijn, ja <+,> en dat dezen die vroeger lacht<-t>en, nu zijn gebrek
  • M2b: te zijn <,>>;> <j>>J>a, en dat dezen die vroeger lachten, nu zijn gebrek
  • D: te zijn <;>>,> <J>>j>a, en <dat dezen>>nu zij> die vroeger lachten, <- nu> zijn gebrek

94;al.1;7

  • M2b: den andere<-n>

94;al.1;9-10

  • D: <- slechts> om te rijpen

94;al.1;10

  • D: het is <maar>>slechts>

94;al.1;12

  • M2a: aan de <bloemen>>blommen> <+,> schrijven ze
  • D: aan de <blommen>>bloemen>, schrijven ze

94;al.1;15

  • M2b: <simpelder>>simpeller> is dan zij het denken.
  • D: simpel<-l>er dan zij <- het> denken.

94;al.1;16

  • D: Jean is weg <-,>

94;al.1;18-19

  • M2b: wat ze willen en voelen <+,> en zeggen móeten.
  • D: wat ze willen <+,> <en voelen>>wat ze weten> <-,> en zeggen <móeten>>moeten>.

94;al.1;20

  • M2b: uw eigen <zelven>>ik>

94;al.1;21-22

  • M2b: zoekt en schreeuwt <.>>;> <E>>e>n toch nooit een andere wereld kan bereiken.
  • D: zoekt en schreeuwt <;>>,> en toch nooit een andere wereld kan bereiken <-.>
  • W: zoekt en schreeuwt, en toch nooit een andere wereld kan bereiken [+.]

94;al.1;24

  • D: te steken <.>>?>

94;al.1;26

  • M2b: <haren>>haar> kop

94;al.1;27-28

  • M2a: En ze zien al het geheim van liefde en leven, de simpelhied en den eenvoud vastgelegd op een tableauken. [-X] En Elie
  • M2b: En ze zien al het geheim van liefde en leven, <de>>in> simpelheid en <- den> eenvoud vastgelegd op een tableauken. [+X] En Elie
  • D: <- En> <z>>Z>e zien <al>>reeds> het geheim van liefde en leven, in simpelheid en eenvoud vastgelegd op een tableauken. [-X] En Elie

94;al.1;29

  • M2a: <savends>>'s avends>

94;al.1;30

  • M2b: <-haren> Ingels
  • D: <+ haar> Ingels

94;al.1;34

  • M2b: zoo niet <,>>.> <m>>M>aar de mannen

94;al.1;36

  • D: geen slechte<-n> man is, zoekt ze er een<-en>.

95;al.1;1-2

  • M2a: dat ze haar geven zal, dat ze <haar>>zich> hals over kop gaat in den afgrond smijten, maar toch eventjes eens bij den rand gaan
  • M2b: dat ze haar geven zal, dat ze zich hals over kop gaat in den afgrond smijten, maar toch eventjes <-eens> bij den rand <gaan>>gaat>
  • D: dat ze <haar>>zich> geven zal, dat ze zich hals over kop gaat in den afgrond <smijten>>helpen>, maar <+ ze moet> toch eventjes bij de rand <gaat>>gaan>

95;al.1;3

  • D: <maar>>doch> gevaarlijk dicht

95;al.2;1

  • M2a: [+X] Elie verstaat <haar>>zich>

95;al.2;2

  • M2b: tegen een muur <,>>.> <e>>E>n ze peinst

95;al.2;4

  • M2a: [-X] Ze laat Maria

95;al.2;4-5

  • M2b: met haar troebel<s>>en>
  • D: met haar troebelen <+,>

95;al.2;7

  • D: <Sintemarkuskerk>>Sint Markuskerk>

95;al.2;8

  • D: <Eerweerden>>Eerwaarden>

95;al.2;8-9

  • M2a: Zoo <+...> een kerk en ze keert <haar>>zich> om, ze <kán>>kan>
  • M2b: Zoo <...>>!..> een kerk en ze keert zich om, ze kan
  • D: Zoo <!..>>,> een kerk <+!> <e>>E>n ze keert zich om, ze kan

95;al.2;11

  • M2b: <ne>>een> weg

95;al.2;14

  • M2a: schreien <+,> zot worden

    95;al.2;21

    • M2a: minder, ze gaat ievers binnen en zet <haar>>zich>,
    • M2b: minder <,>>.> <z>>Z>e gaat ievers binnen en zet zich,

    95;al.2;22

    • M2b: <haren>>haar> schoot

    95;al.2;25

    • M2b: <haren>>haar> kop

    95;al.2;26

    • M2a: <+,> zegt ze

    95;al.2;28

    • M2b: stil<-le>

    95;al.2;28

    • D: <geern>>gaarne>

    95;al.2;29-30

    • D: te zien <.>>,> <Daar staat de voorstad>>waar de voorstad geteekend staat> lijk ze eens was,

    95;al.2;30-31

    • M2b: haar <- teer> verlangen lijk een <klein>>teder> plantje groeide.
    • D: haar verlangen lijk een te<+e>der plantje groeide.

    95;al.3;2

    • M2a: <+,> zegt hij.

    96;al.1;1

    • D: beginnen <- met het> te teekenen

    96;al.1;2

    • D: <op>>naar> hem toe

    96;al.1;4

    • D: haar oogen <+,> die

    96;al.1;5

    • M2b: <haren>>haar> stillen gesloten mond

    96;al.1;6

    • M2a: hij herinnert <hem>>zich> de woorden uit <dat>>het> gedichteken:
    • M2b: hij herinnert zich de woorden uit het gedicht<-eken>:

    96;al.1;6-7

    • D: <uw mond gesloten en duister is een tuin vol droeven luister.>>uw mond gesloten en duister is een tuin vol droeven luister.>

    96;al.1;11

    • M2b: <Het>>Hij> legt

    96;al.1;12

    • D: zijn schetsboeken <- waar ze altijd in zoekt>.

    96;al.1;12

    • M1a: <gauw # haast>

    96;al.1;13

    • M1a: zijn asem in, maar ze legt het
    • M2b: zijn asem in <,>>.> <m>>M>aar ze legt het
    • D: zijn <asem>>adem> in. Maar ze legt het

    96;al.1;15

    • M2b: <stilder>>stiller>

    96;al.1;17

    • M2a: <savends>>'s avends>

    96;al.1;18

    • M2a: moei<-e>lijkste

    96;al.1;19-20

    • D: van het leven <,>>?> <z>>Z>ou het eigenlijk

    96;al.1;22

    • M2b: <ne>>een> jongen

    96;al.1;23

    • D: Diep in hem antwoord<+t> er iets

    96;al.1;25

    • M2a: keert <hem>>zich>

    96;al.1;25-27

    • M2a: Schilderen dat moet hij, ge waart zoo gelukkig omdat ge anders niets moest doen dan schilderen en teekenen, en nu zijt ge weeral niet kontent <!>>.>
    • M2b: Schilderen dat moet <hij>>ik>, <ge waart>>ik was> zoo gelukkig omdat <ge>>ik> anders niets moest doen dan schilderen en teekenen, en nu <zijt ge>>ben ik> weeral niet kontent.

    96;al.1;28

    • D: geen recht op <.>>,> <I>>i>k zal

    96;al.1;30

    • D: niemand <+,>

    96;al.1;30-31

    • M2a: dat ook ik iemand heb liefgehad<-t>. Nu zal het weer
    • M2b: dat <- ook> ik iemand heb liefgehad. Nu zal <het>>ik> weer

    96;al.2;1

    • M2a: [+X] Hij draait <hem>>zich>

    96;al.2;2-3

    • M2a: heel den nacht door, om op den morgend verward<-d>e droomen
    • M2b: <+,> heel den nacht door, om op den morgen<-d> verwarde droomen
    • D: , heel den nacht door, om <op>>tegen> den morgen verwarde droomen

    96;al.2;3-4

    • D: <Hebt gij naar huis niet>>Zijt gij niet naar huis> geweest <+, > vraagt hij,

    97;al.1;1

    • M2a: <e>>E>n ze lacht
    • D: <- En> <z>>Z>e lacht

    97;al.1;5

    • D: iets ongewoon<+s>

    97;al.1;6

    • D: hij stapt met haar <- voort> langs

    97;al.1;7-8

    • D: Ze <ziet>>kijkt> naar zijn beenen.

    97;al.2;1

    • M2a: Die<+n>zelfden dag

    97;al.2;2

    • D: <alletwee>>allebei>

    97;al.2;3-4

    • M2a: dien onvergetelijken <+,> verdoemden <+,> heerlijken droom.

    97;al.2;6

    • M2b: los laat <+,> hoort hij hen niet meer <- klappen>.

    94;al.2;12

    • D: <boôm>>bodem>

    97;al.2;14

    • M2a: het café <+,> de nieuwe gas <+,>
    • D: het café, <de nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>,

    97;al.2;15

    • D: <+,> <waarvan>>en> niemand weet

    97;al.2;16

    • M2a: <+,> vraagt Elie.

    97;al.2;17-18

    • D: <+ en> haar schaars<+ch>e woorden hoort <-,en het simpelste dat ze aanheeft ziet>.

    97;al.2;20-21

    • M2b: moet springen <,>>.> <d>>D>an voelt hij een ontoombare kracht door zijn lijf bruisen.
    • D: moet springen. Dan voelt hij een ontoombare kracht door zijn lijf <bruisen>> gaan>.

    97;al.2;24

    • D: waaruit <- van> alle soorten rook omhoog kruipt,

    97;al.2;26-27

    • M2a: van vreugde <+,> van groei en geweld. En standvastig
    • D: van vreugde, van groei en geweld. En <standvastig>>steeds>

    98;al.1;3-4

    • M2a: Ja <+,> standvastig heeft hij iets te zeggen <+,> maar

    98;al.1;5-6

    • D: <standvastig>>voortdurend>

    98;al.1;6

    • M2a: <presies>>precies> verdriet. Aai <+,> ze loopt

    98;al.1;7-8

    • M2a: ze beklaag<d>>t> het <haar>>zich> dat ze met hem gaan wandelen is.
    • D: ze beklaagt het zich dat ze met hem <+ is> gaan wandelen <- is>.

    98;al.1;8

    • D: en <+ de> begeerte

    98;al.1;11

    • M2a: Elie <+,> zegt hij, Elie, en hij kust haar.
    • D: Elie, zegt hij, Elie <,>>.> <e>>E>n hij kust haar.

    98;al.1;11-12

    • M2a: <presies>>precies>

    98;al.1;13

    • M2a: Ja <+,> en dan weet hij niet <- niet> meer

    98;al.1;15

    • M2a: en is serieus <:>>.> En zie

    98;al.1;18

    • D: een plaats<+je> <- gaan> zoeken

    98;al.1;19

    • M2a: koopen <+,> <dat>>totdat> we een schoon huizeken hebben,
    • D: koopen, tot<-dat> we een schoon huizeken hebben,

    98;al.1;22

    • D: met een stootkar <doen moet>>moet doen>.

    98;al.1-al.2;24-2

    • M2a: of er zelfs een wiel afschiet <,>>.> [+X] <a>>A>chja [+ witregel] <+ Achja> <+,> dan tracht hij met <een>>één> wiel te rijden of de kar blijft in godsnaam maar staan.
    • M2b: of er zelfs een wiel afschiet <.>>,> <+ want> [-X] <- Achja> [- witregel] <A>>a>chja, dan tracht hij met één wiel te rijden <+,> of de kar blijft in godsnaam maar staan.
    • D: of er zelfs <+ onderwegen> een wiel afschiet <,>>.> <- want> [+X] <a>>A>chja, dan tracht hij met één wiel te rijden <,>>.> <o>>O>f de kar blijft in godsnaam staan.

    98;al.3;3

    • M2b: een spotlach <.>>,> <Z>>z>e hebben

    98;al.3;4

    • M2a: <+,> ge zaagt

    98;al.3;5

    • M2a: lacht<-t>e

    98;al.3;5

    • M2a: schreid<-d>e

    98;al.3;7

    • M2a: hangt <hem>>zich> op

    98;al.3;8-9

    • M2a: van waar is, Jean <:>>,> als er iemand trouwt
    • D: <van waar>> waar aan> is, Jean, als <- er> iemand trouwt

    98;al.3;10

    • M2a: koopen ze <hen>>zich> allemaal een kind.

    98;al.4;1

    • D: En lacht Molleken nu <- nog altijd> <+,> of

    99;al.1;1

    • M2a: <filosophie>>filosofie>

    99;al.1;2-3

    • D: lacht hem uit <-,> vanachter de vitrien.

    99;al.1;4

    • M2b: <- en het bijzonder>
    • D: <+ en in het bijzonder>

    99;al.1;6

    • D: betaal<d>>t>

    99;al.3;1

    • M2a: Een <habituee>>habitué>

    99;al.3;2

    • M2b: deze<-n> die altijd
    • D: <deze>>hij> die altijd

    99;al.3;3

    • D: ook <al>>reeds>

    99;al.3;6

    • D: aanbranden <.>>,> <H>>h>et veld

    99;al.3;6-7

    • M2a: den <carree>>carré>
    • M2b: de<-n> carré

    99;al.4;1

    • M2a: <carree's>>carré's>

    99;al.4;5

    • M2a: die wilt steekt er iets in, ne frank of vijf <s>>c>ent, de flauwe truuters staken er een witten knop in.
    • M2b: die wilt steekt er iets in, <ne>>een> frank of vijf cent <-,de flauwe truuters staken er een witten knop in>.
    • D: die wil<-t> steekt er iets in, een frank of vijf cent.

    99;al.4;6-7

    • M2b: Een <dik>>breed> postuur met een blikken horlogeken in <+,> dat maar
    • D: Een breed postuur met een blikken horlogeken <+ er> in <-, > dat maar

    99;al.4;8

    • M2b: zijn<-e> pa

    99;al.4;9

    • M2a: de schoon<+e> toekomst

    99;al.4;14

    • D: met plooien <+ er> in.

    99;al.4;15

    • M2a: moei<-e>lijk

    99;al.4;17

    • M2b: zijn<-e> pa

    99;al.4;18

    • M2a: broeb<-b>elen

    99;al.4;19

    • D: het linker <+, > en het is in gruizelementen vaneen. <- Spijtig.>

    100;al.1;1

    • M2b: zijn<-e> pa

    100;al.1;2

    • M2a: voelt <hem>>zich>

    100;al.1;4

    • D: geloof<+t> dat

    100;al.1;6

    • M2b: met zijn armen open <+,> al zingend, zwerft hij
    • D: met zijn armen open <-,> al zingend <-,> zwerft hij

    100;al.1;8

    • M2b: hun vest omgekeerd <-,> het binnenste naar buiten. En deze<-n>

    100;al.1;10-11

    • M2b: het noeneten blijft <- van>achter op de stoof staan
    • D: het noeneten blijft achter op de stoof staan <+,>

    100;al.1;11

    • M2a: <savends>>'s avends>

    100;al.1;11-12

    • D: <de nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>

    100;al.2;1

    • M2a: [+X] Sander hangt

    100;al.2;2

    • D: met een bitteren spotmond <.>>:> Zie hen

    100;al.2;6-7

    • D: en kan haast niet meer recht <+ komen>.

    100;al.2;7

    • D: met hem <,>>.> <z>>Z>oo gaat het

    100;al.2;10

    • M2b: Hij schiet <hem>>zich> regelrecht naar Bernard zijn<-e> pa

    100;al.2;11-12

    • M2a: En uwen manken <+,> zegt hij, dat hij een gezond been had<-t> <+,>
    • M2b: En uw<-en> manke<-n>, zegt hij, dat hij een gezond been had,
    • D: En uw manke, zegt hij, <dat>>als> hij een gezond been had,

    100;al.2;13

    • M2b: zijn<-e> pa

    100;al.2;15

    • M2b: zijn<-e> kop

    100;al.2;17

    • M2a: maar het gaat niet <,>>.> <h>>H>ij wordt blauw

    100;al.2;20

    • M2b: om een doktoor <,>>.> <h>>H>ij ligt plat te bed<-de>

    100;al.3;1

    • M2b: <sanderdaags>>'s anderdaags>

    100;al.3;2-3

    • D: <blommen>>bloemen>

    101;al.1;1

    • M2a: te schreien <+,> snottebellen lang,

    101;al.1;5-6

    • M2a: en merci <+,> zegt ze

    101;al.1;7

    • M1a: <en verstrooid # verstrooid>

    101;al.1;7-8

    • D: anders denkt <.>>,> Jean kan
    • W: anders denkt [ , ]] . ] Jean kan

    101;al.1;9

    • M2a: die moeten bezichtigd worden <!>>.>

    101;al.1;9-10

    • M2a: <Sanderdaags>>'s Anderdaags>

    101;al.1;12

    • M2a: En ge kent me toch <!>>.> Ik kom eens zien
    • D: En ge kent me toch <.>>,> <I>>i>k kom eens zien

    101;al.1;13-14

    • M2a: ze herinneren <hem>>zich> niet meer, ofwel herinneren ze <hem >> zich> maar al te goed.

    101;al.1;15-16

    • M2a: te staan, het is <presies>>precies>
    • M2b: te staan <,>>.> <h>>H>et is precies
    • D: te staan <.>>,> <H>>h>et is precies

    101;al.1;16-17

    • M2b: die<-n> anarchist

    101;al.1;19

    • M2b: en <dat>>waar> ze,

    101;al.2;1

    • M2a: <savends>>'s avends>

    101;al.2;2-3

    • M2b: <.>>,> <I>>i>ets dat hij niet voelt <,>>:> hij hoort standvastig neen zeggen<,>>.> <e>>E>n hij zit

    101;al.2;5

    • M2b: <haren>>haar> paltoo
    • D: haar <paltoo>>paletot>

    101;al.2;5

    • M2a: aan de deur <-,> en:

    101;al.2;7

    • D: bij Maria <+,> zegt ze.

    101;al.2; 8

    • M2b: <+...> enzoovoort.

    101;al.2;8

    • M2a: op zijn <hert>>hart>, het doet effenaf pijn.
    • D: op zijn hart <-, het doet effenaf pijn>.

    101;al.2;10

    • D: wie houdt er nu zijn hand <vast>>tegen>?

    101;al.2;11-12

    • M2b: de<-n> zot was, de<-n> teppen.

    101;al.2;12

    • M2b: Tot aan zijn kinderjaren ziet hij <.>>:> <H>>h>ij zit op een steen
    • D: Tot aan zijn kinderjaren <ziet hij>>toe>: hij zit op een steen

    101;al.2;13

    • D: de ander<+e> jongens

    101;al.2;14

    • M2a: <knieên>>knieën>

    101;al.2;15-16

    • D: of ben ik het niet <.>>,> <B>>b>en ik alleen zot in de wereld, of is <- het> de heele wereld <- die> zot <- is>?

    102;al.1;1

    • M2b: <- op den gang> de klink van de deur vast heeft.

    102;al.1;3-4

    • M2b: over haar voorhoofd <- waar zweet aan hangt>, ze zit op een laag stoelken, en zijt toch stil zegt ze.
    • D: over haar voorhoofd, ze zit op een laag stoelken, en zijt toch stil <+,> zegt ze.

    102;al.1;4

    • M2b: Mijn<-e> kop, mijn<-e> kop <+,>

    102;al.2;2

    • M2a: Ha, nu lacht ge zeker <!>>.>

    102;al.2;6

    • M2b: En overal gaat hij al vloekende voort <,>>:> ontploft,

    102;al.2;7-8

    • M2a: aan stukken <!>>.>
    • D: aan stukken <.>>?>

    102;al.2;12

    • M2a: Als zijn boek bijna uit is <+,> komt ze binnen.

    102;al.2;14

    • D: <zóo>>zoo> een dag

    102;al.2;15-16

    • M2a: ze ontkleedt <haar>>zich>

    102;al.2;16

    • M2a: Hij legt <hem>>zich>

    102;al.2;18

    • M2b: in hetzelfde bed <.>>,> <E>>e>n ze zijn

    102;al.2;20

    • D: maar spreek zoo een vrouw aan <!>>.>

    102;al.2;22

    • M2a: En waar waart ge zoo lang <+,> vraagt hij.
    • D: En waar waart ge zoo lang <,>>?> vraagt hij.

    102;al.2;23

    • M2a: Een kind <!>>.>

    102;al.2;24

    • M2b: met de heele wereld <,>>.> <m>>M>aar hij, Jean,

    102;al.2;25

    • M1b: belangstel<d>>t>
    • M2a: <belangstelt>>belang stelt>

    102;al.2;26

    • M2a: wat hebt gij toch al geleden man <!>>.> Een kind <!>>,> vraagt hij,
    • D: wat hebt gij toch al geleden <+,> Een kind, vraagt hij,

    102;al.2;27

    • M2a: Een meisken <+,> zegt ze.

    102;al.2;27

    • M2a: <presies>>precies>

    102;al.2;29

    • D: den donker<-en>

    102;al.3;1-2

    • M2a: hij kookt <en>>,> wascht en plast.

    102;al.3;2

    • M2a: tegen niemand <.>>,> <Behalven>>behalve>

    103;al.1;3

    • D: snijden <+,> manneken.

    103;al.1;6

    • M2a: hier zie <!>>.>

    103;al.1;7

    • M2a: zulle <!>>.>
    • D: <+,> zulle <.>>!>

    103;al.1;8

    • D: averecht<+s>

    103;al.1;10

    • M2a: in ieder<+e> stad

    103;al.1;11

    • D: <wél>>wel> zou moeten draaien <+,> en die

    103;al.2;1

    • M2a: <Smorgens>>'s Morgens>

    103;al.2;1-2

    • M2b: de<-n> trap

    103;al.2;2-3

    • D: naartoe <+,> Albrik?

    103;al.2;7

    • D: Ze zullen het weten <+,> Jean <.>>!>

    103;al.2;8

    • M2b: zijn<-e> mond <,>>:> we moeten zwijgen.

    103;al.2;10

    • M2a: <+,> en als de school uit is <+,> gaat hij weer binnen.

    103;al.2;11

    • M2a: geleerd <+,> vraagt Maria,

    103;al.2;12

    • M2a: Er komen kaarten <+,> waar

    103;al.2;14

    • D: <hen>>hun>

    103;al.2;14

    • M2b: de<+n> facteur

    103;al.2;16-17

    • D: hij moet niet naar <+ de> school.

    103;al.2;17

    • M2a: Neen <+,>

    103;al.2;21-22

    • M2b: de<-n> burger

    103;al.3;1

    • M2a: [+X] En Jean begint te vloeken dat er een deur
    • M2b: [X] En Jean begint te vloeken <+ zoo>dat er een deur

    104;al.1;2

    • D: <- ons> Carrie zien <+,> Jean,

    104;al.1;2-3

    • D: te <zien>>kijken> waar<+in> iets ligt <v>>w>riemelen

    104;al.1;8

    • D: En weet ge nog <- van> dien avend

    104;al.1;9

    • M2a: <presies>>precies>

    104;al.1;10

    • M2a: Neen <+,> zegt Jean,

    104;al.1;11

    • D: het <groen>>groensel>

    104;al.1;14

    • M2a: Hij draait <hem>>zich> om, en loopt <+,> loopt,

    104;al.2

    • D: [X] [- witregel] Aan de kerk

    104;al.2;1

    • M2a: nog niet <begonnen>>beginnen> <+ te bouwen>.
    • M2b: nog niet beginnen <- te> bouwen.
    • D: nog niet <beginnen>>begonnen> <+ te> bouwen.

    104;al.2;6

    • M1a: den traveau<x> [?]
    • M2a: den traveau<-x>

    104;al.2;9-10

    • D: een<-e> pap

    104;al.2;10

    • M2b: en in den zomer al stof. <- Zoodat Sander als hij in den donkeren door de modder polst naar de zon over het veld tracht, en in den zomer dat het stof langs zijn ooren binnenkomt naar de avenden achter de stoof snakt.> Soms is <hij>>Sander>

    104;al.2;12

    • M2a: <+,> dan beziet Sander die niet
    • D: , dan beziet Sander die<+n> niet

    104;al.3;3

    • M2a: hij raasde <hem>>zich>
    • M2b: <- hij> raasde zich

    104;al.3;4-5

    • D: aan den stroom <+,> om de booten

    104;al.3;6

    • M2a: op zijn schouders <+,> de armen

    105;al.1;3

    • M2a: honderd kilo<-'s>

    105;al.1;4-5

    • M2b: Zoo bleef het toch nutteloos <- dat zijn vrouw hem naar werk vroeg>.

    105;al.2;1

    • M2a: zet <hem>>zich>

    105;al.2;2

    • M1b: zijne<+n> kleine<+n>
    • M2b: zijn<-en> kleine<-n>

    105;al.2;4

    • D: rood van inspanning <-,> het zweet <bolt>>blot>
    • W: rood van inspanning [+,] het zweet [blot ]]bolt ]

    105;al.3;2

    • M2a: en trekt er mee vandoor <+,>

    105;al.3;2

    • D: <de nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>

    105;al.3;2

    • M2a: het le<-e>ge huis
    • D: het le<+e>ge huis

    105;al.3;3

    • M2a: Morrisk<é>>e>n, Morrisk<é>>e>n.

    105;al.3;4

    • M2b: den kleine<-n>

    105;al.3;4-5

    • M2b: Niemand kan <- het> <zoo>>zoó>
    • D: Niemand kan <zoó>>zoo>

    105;al.3;5

    • M2b: zijn<-e> pa

    105;al.3;5-6

    • M2a: in de ongerustheid <+,>
    • M2b: in <- de> ongerustheid,

    105;al.3;8

    • D: envelop<+pe>

    105;al.3;8

    • D: <asem>>adem>

    105;al.3;9

    • M2b: trekt zijn hand terug <- uit zijn zak> en stapt voort.

    105;al.4;2

    • M2a: nieuws te zien <.>>:> Telefoonpalen
    • D: nieuws te zien <:>>.> Telefoonpalen

    105;al.4;3

    • M2a: <+,> gas of elektriek <+.> Allemaal dingens
    • M2b: , gas of elektriek. Allemaal dingen<-s>
    • D: , gas of elektriek <.>>,> <A>>a>llemaal dingen

    105;al.4;4

    • M2b: het <een>>éen> kind
    • D: het <éen>>eene> kind

    105;al.4;5-6

    • M2a: nu een misval, lijk de natuur zelf: <E>>e>en goei jaar en een slecht jaar.
    • M2b: nu een misval <,>>.> <l>>L>ijk de natuur zelf: een goei jaar en een slecht jaar.
    • D: nu een misval <.>>,> <L>>l>ijk de natuur zelf <-:> een <goei>>goed> jaar en een slecht jaar.

    105;al.4;11-12

    • D: de <nieuwe gas>>Nieuwe Gas>

    105;al.4;12

    • D: <mij>>me>

    105;al.4;13

    • M2b: den kleine<-n>

    105;al.4;14

    • M2b: uw<-en> mond

    105;al.5;1

    • D: <in het Saargebied>>In het Saargebied>

    106;al.1;1

    • M2b: <- hebben> en het vuil naar dit hoeksken hebben gevaagd.
    • D: <+ hebben> en het vuil naar dit hoeksken <- hebben> gevaagd.

    106;al.1;3

    • D: rijdt er een<-e>

    106;al.1;4

    • M2b: potten <,>>.> <z>>Z>oo, is dat een schilder?
    • D: potten <.>>;><Z>>z>oo, is dat een schilder?

    106;al.1;3

    • M2a: <Sanderdaags>>'s Anderdaags>

    106;al.1;8-9

    • D: <in het Saargebied>>In het Saargebied>

    106;al.1;10

    • D: een air<-e>

    106;al.1;13

    • M2b: <haren>>haar> kop

    106;al.1;13-14

    • M2a: Neen Jean doe het niet. Ja <+,> zeg tegen iemand lijk Jean: doe het niet <!>>.> Hij speelt <mee>>nog eens> en verliest.
    • M2b: Neen Jean doe het niet. Ja, zeg tegen iemand lijk Jean: doe het niet. Hij speelt <- nog eens> en verliest.
    • D: Nee<-n> <+,> Jean <+,> doe het niet. Ja, zeg tegen iemand lijk jean: doe het niet. Hij speelt <+ eens> en verliest.

    106;al.1;15-16

    • D: dat het <met>>door> de slechte kaart komt.

    106;al.1;18

    • M2b: hij koopt <hem>>zich>

    106;al.1;20

    • M2a: <éen>>één> hand

    106;al.1;22-23

    • M2a: hij gebaar<d>>t> eerst van krommen <+ haas>, hij laat <hem>>zich> pressen.

    106;al.1;24

    • M2a: En nu zeggen de anderen <+:> dedju.

    106;al.1;25-26

    • M2b: en straf opletten <:>>...> <H>>h>ij wint. En
    • D: en straf opletten <...>>!> hij wint <.>>,> <E>>e>n

    106;al.1;27

    • M2a: Bah <+,> zegt hij,

    106;al.1;28

    • M2b: dat <- het in> het leven

    106;al.1;29-30

    • M2a: moet ge het ook leeren van met <een>>één> hand te geven,
    • D: moet ge <- het> ook leeren <- van> met één hand <- te> geven,

    106;al.1;31

    • M2a: <Savends>>'s Avends>

    106;al.1;32

    • D: er komt <eene>>iemand>

    106;al.1;34

    • M2a: Allé <+,>

    106;al.1;37

    • M2a: zijn zakken <zit>>zitten> vol gewonnen geld. Het is verkocht <+,> zegt hij.

    107;al.1;1

    • D: gaat hij <- nu> met

    107;al.1;2

    • D: den donker<-en>

    107;al.1;3

    • M2a: <+,> maar het is <half-nacht>>halfnacht>

    107;al.1;4

    • M2b: <binnenzak>>broekzak>

    107;al.1;6

    • M2b: in zijn <vest>>broek> daar op een stoel ligt.
    • D: in zijn broek <- daar> op een stoel ligt.

    107;al.2

    • M2a: [+X] Hij blijft

    107;al.2;2-3

    • M2a: <+ zoo>dat deze die er in ligt nog bleeker, nog doorschijnender <maakt. Liefde, >>wo [:rdt. Liefde, ]> en het geld
    • D: zoodat deze die er in ligt nog bleeker, nog doorschijnender <wo[:rdt. Liefde, ]>> wordt. Liefde.> <e>>E>n het geld

    107;al.2;4

    • M2a: Liefde, lief[:de. Wat] heeft hij haar toch liefgehadt <!>>.> En hij
    • M2b: Liefde, lief[:de. Wat] heeft hij haar toch liefgehadt. <- En> <h>>H>ij
    • D: Liefde, < lief[:de. Wat]>>liefde. Wat> heeft hij haar toch liefgehad<-t>. Hij

    107;al.2;4-5

    • M2b: <- En> <h>>H>ij steekt in een <schofken>>sch[:xxxxxx]>
    • D: Hij steekt het geld in een <sch[:xxxxxx]>>schuifken>

    107;al.2;6

    • D: klaarlichte<-n> dag

    107;al.2;7

    • M2b: <haren>>haar> hoedenwinkel

    107;al.2;8

    • M2b: Zondag <.>>,> <Z>>z>e is

    107;al.2;11

    • D: Hij fronst zijn <oogen toe>>voorhoofd>,

    107;al.2;12

    • M2b: het <schofken>>schuifken> dat nog nooit open geweest heeft <+:> <- en> zijn geld is weg.
    • D: het schuifken <+,> dat nog nooit open geweest <heeft>>is>: zijn geld is weg.

    107;al.2;13

    • M2a: deed<-t>

    107;al.2;14

    • M2b: <- eens> naar dat schuifken?

    107;al.3;3-4

    • D: dat eet ze <- toch zoo> geern.

    107;al.3;5-6

    • D: Den <m>>M>aandagmorgen<-d>

    109;al.3;7

    • M2b: Pak <- het> aan jongen.
    • D: Pak aan <+,> jongen.

    107;al.3;8

    • M2a: <pateetje>>pateeken>

    107;al.3;12

    • M2a: legt <haar>>zich> in bed.

    108;al.1;1

    • M2a: <presies>>precies> of hij den schuldigen is.
    • M2b: <+,> precies of hij de<-n> schuldige<-n> is.
    • D: <-,> precies of hij de schuldige is.

    108;al.1;2

    • M2a: <+,> zegt ze,

    108;al.1;2

    • M2b: Uw<-en> kop?

    108;al.1;3

    • M2a: natuurlijk <+,> maar

    108;al.1;4

    • M2a: Gaat ge niet meer werken <+,> vraagt hij
    • D: Gaat ge niet meer werken <,>>?> vraagt hij

    108;al.1;5

    • M2b: Aai <-,> gij kunt vragen

    108;al.1;6-7

    • M2a: Hij antwoord iets en zij<+n> <wéer>>weer>. Gij die geen verstand hebt
    • M2b: Hij antwoord<+t> iets en zij<-n> weer. Gij die geen verstand hebt
    • D: Hij antwoordt <iets>>niets> <+,> en zij <weer>>ook> <.>>:> Gij die geen verstand hebt

    108;al.1;9-10

    • M2a: uwen kop <!>>.> Hare<+n> kop, en ze schreit.
    • M2b: uw<-en> kop. <Haren>>Haar> kop <,>>...> en ze schreit.

    108;al.1;11

    • M1a: naar huis <komt. Ze zit daar # komt.> Soms beziet

    108;al.1;12

    • M2a: van <opzij>>op zij>

    108;al.1;12

    • M2b: God wat heeft hij haar toch liefgehad<-t>, en
    • D: God <+,> wat heeft hij haar toch liefgehad <,>>!> en
    • W: God, wat heeft hij haar toch liefgehad [ ! ]] , ] en

    108;al.1;13

    • D: <+ naar> wat hem vroeger

    108;al.1;14

    • M2a: <presies>>precies> een ander die daar zit, of hij
    • D: precies een ander die daar zit <,>>.> <o>>O>f hij

    108;al.1;15

    • D: <bemind heeft>>heeft bemind>

    108;al.1;16

    • M2a: Ja <+,> maar

    108;al.1;18-19

    • D: en <- ze> staart

    108;al.1;19

    • M2a: <presies>>precies>

    108;al.1;20

    • D: <hert>>hart>

    108;al.1;21

    • M2a: Ja <+,> het is <tóch>>toch>

    108;al.1;22-24

    • M2a: moei<-e>lijkheden en mis<b#v>erstanden die lijk bergen tusschen hen liggen <.>>,> <E>>e>n die

    108;al.1;27

    • M2a: Nocht<-h>ans

    108;al.1;28

    • M2b: de<-n> geschikte<-n> moment
    • D: <de>>het> geschikte moment

    108;al.1;29

    • D: Ze <ziet>>kijkt> op

    108;al.1;30

    • M2b: een <puren>>puur> vreemden mensch

    108;al.1;34

    • D: hooger <om>>en> hooger

    108;al.1;35

    • D: liefhad<-t>

    108;al.1;36

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    109;al.1

    • M2a: [+X] Hij gaat

    109;al.1;2

    • M2a: Neen <+,> neen,

    109;al.1;3-4

    • M2a: de kinderen komen buiten <:>>.> Dag Jean, dag Albrik <+,>
    • M2b: de kinderen komen buiten. Dag Jean <,>>.> <d>>D>ag Albrik,

    109;al.1;4-5

    • M2b: een groote<-n> mensch

    109;al.1;5

    • M2b: luistert <- er naar>

    109;al.1;9-10

    • M2b: pakt <den>>het> schrijfboek op en smijt <hem>>het> in een hoek.

    109;al.1;10

    • M2a: <+,> zegt ze,

    109;al.1;11

    • D: vuil<+e> boeken

    109;al.1;12

    • M2b: nooit iets van het leven weten <-,> zoo.
    • D: nooit iets van het leven weten <zoo>>zóó>.

    109;al.2;3-4

    • M2a: <+,> en giet een sjat kouden koffie in.
    • D: , en giet een sjat koude<-n> koffie in.

    109;al.2;8-9

    • M2b: want <- dat> waar ze goesting in heeft, wie weet is dat wel met geld te koop<-en>.
    • D: want waar ze goesting in heeft, wie weet is dat wel met geld te koop <.>>!>

    109;al.3;1

    • M2a: <Snachts>>'s Nachts> kreunt ze in haren slaap.
    • M2b: 's Nachts kreunt ze in <haren>>haar> slaap.

    109;al.3;1

    • D: Hij ligt <- er naar> te luisteren <.>>,> <E>>e>n het is

    109;al.3;2

    • M2b: er <mee>>om> glimlachen. Het is
    • D: er om glimlachen <.>>:> <H>>h>et is

    109;al.3;4

    • D: hij <laat dat>>doet of> hij slaapt.

    109;al.3;4

    • M2a: Mijn hemel <+,>

    109;al.3;5

    • M2a: Aai <+,>

    109;al.4;1

    • M2a: [+X] Hij is er van aangeslagen,

    109;al.4;2

    • M2a: het zotte te klappen <:>>.> Hij zal al doen

    109;al.4;6

    • M2a: met <- het> kind spelen.
    • M2b: met <+ het> kind spelen.

    109;al.4;7-8

    • M2b: <haren>>haar> arm

    109;al.4;9

    • M2b: op hun kamers <-,> zonder gordijnen

    110;al.1;2-3

    • M2a: Maar Maria toch! Wat gaat Ingels zeggen als hij komt <.>>?>
    • D: Maar Maria toch <!>>,> <W>>w>at gaat Ingels zeggen als hij komt?

    110;al.1;3

    • M2b: <áls>>als> hij komt
    • D: als hij komt <+,>

    110;al.1;5

    • M2b: Zoo is ze nu eenmaal <,>>.> <e>>E>n ze tatert

    110;al.1;7-8

    • M2a: En ze ziet naar Elie en verschiet: <Ei>>En> waarom
    • D: En ze ziet naar Elie en verschiet <:>>.> En waarom

    110;al.1;8-9

    • M2b: Och, zeg zoo iets niet Maria, zie <+,> ze houdt al op,
    • D: Och, zeg zoo iets niet <+,> Maria, zie, ze houdt <al>>reeds> op,

    110;al.1;12

    • M2b: over de terreinen loopt <.>>,> <E>>e>n eens

    110;al.1;13

    • M2a: Er werkt <tweeendertig>>twee en dertig> honderd man op
    • M2b: Er werkt twee en dertig honderd man <- op>

    110;al.1;14-15

    • M2a: <buitenbrobbelt>>buiten broebelt>

    110;al.1;16

    • M2b: uw<-en> eigen man

    110;al.1;17

    • M2a: hij <+,> ge weet wel wie, hij zou haar
    • M2b: hij, ge weet wel wie, hij zou <haar>>Elie>

    110;al.1;18-19

    • D: een bruin<-en> gelapten rok

    110;al.1;21

    • D: en al grijs haar <.>>!>

    110;al.2;2

    • W: [illusie's]]illusies]

    110;al.2;3

    • W: [illusie's]]illusies]

    110;al.2;3

    • D: de beste<+n>

    110;al.3;3

    • M2a: [-X] Godweet
    • D: [-X] <Godweet>>God weet>

    110;al.3;4-5

    • M2a: geen tijd. Geen tijd, voor wat zou hij gaan tijd hebben <!>>.>
    • D: geen tijd <.>>,> <G>>g>een tijd <,>>.> <v>>V>oor wat zou hij <- gaan> tijd hebben <.>>?>

    110;al.3;5

    • M2a: achterna jagen <:>>.> Een groot en machtig

    110;al.3;6

    • M2a: <een>>één> der grootste en der rijkste, en daarna
    • D: één der grootste en der rijkste <-,> en daarna

    111;al.1;1

    • M2b: Ze weten het niet <,>>.> <e>>E>n misschien

    111;al.1;2

    • D: iets geweldig<+s>

    111;al.1;3

    • M2b: alleen <al>>reeds>.
    • D: alleen <reeds>>al>.

    111;al.1;6

    • M2a: een veerken <+,> heel den

    111;al.1;7-8

    • M2a: met niemand affaires hebben <+,> vijzen het thoop
    • D: met niemand affaires hebben, vijzen het <thoop>>samen>

    111;al.1;10

    • D: na<-a>imachienen
    • W: na[+a]imachienen

    111;al.1;12

    • M2a: <+,> zegt er iemand:

    111;al.1;13

    • M2a: al hebben <!>>.>
    • D: <al>>reeds> hebben.

    111;al.1;13

    • M2b: een oude<-n> bankdraaier

    111;al.1;16-17

    • D: gezien heeft <+,> en allegelijk

    111;al.1;17-18

    • M2a: Ja <+,> dat is ook waar en ze scharten eens in hun haren. [-X] Eens heeft

    111;al.1;18-19

    • M2a: een snotneus <+,> die juist van den troep kwam <+,> gezegd
    • D: een snotneus <-,> die juist van den troep kwam, gezegd

    111;al.1;20

    • M2b: <tgeen>>hetgeen> in die bakken
    • D: <hetgeen>>wat> in die bakken

    111;al.1;21

    • M2a: onmiddel<+l>ijk

    111;al.1-al.2;21-1

    • M2a: op een bak iets schrijven als het niet waar is? [-X] Neen <+.>
    • [+X] <r>>R>ust gunt hij <hem>>zich> niet, Mark.
    • M2b: op een bak iets schrijven <als het>>wat> niet waar is? Neen.
    • [X] Rust gunt hij zich niet, Mark.
    • D: op een bak <- iets> schrijven wat niet waar is? Neen.
    • [X] Rust gunt hij zich niet, Mark.

    111;al.2;2

    • M2a: <daar over>>daarover>

    111;al.2;4

    • D: een <luierikstoel>>luierstoel>

    111;al.2;5

    • M2a: zoo mager en leelijk <,>>.> <i>>I>s dat nu

    108;al.2;7-8

    • M2a: hij verzet <hem>>zich>

    111;al.2;9-10

    • M2a: Ze wacht en zet een stuur<-s> gezicht <:>>.> Zit stil! [-X] Ander kinderen
    • D: Ze wacht en zet een stuur<+sch> gezicht. Zit stil! Ander<+e> kinderen

    111;al.2;13

    • M2a: zonder <hem>>zich> te verzetten.

    111;al.2;13

    • M2b: <haren>>haar> zetel

    112;al.1;5-6

    • D: moeten <- gaan> gelooven

    112;al.1;6-7

    • M2a: voor anders niets deugd dan om menschen te treiteren <:>>.> Ze pakt een postuurken op
    • M2b: voor anders niets deug<d>>t> dan om menschen te treiteren. Ze pakt een postuurken <- op>

    112;al.1;7-8

    • D: Zie eens <+,> Guido.

    112;al.1;11

    • M2a: Blijf er af <+,> Guido.

    112;al.1;11-12

    • M2a: En dan zijn de traantjes er terug, den heelen dag door. [X] [?] Als er een hel is <+,> zal die dan branden
    • D: En dan zijn de traantjes er terug <-,den heelen dag door>. [-X] Als er een hel is, zal die dan branden

    112;al.1;14-15

    • M1a: Komt er bezoek ze steekt Guido in een kamer en doet de deu<[x]> op slot.
    • M2a: Komt er bezoek <+,> ze steekt Guido in een kamer en doet de deu<[x] >>r> op slot.

    112;al.1;16

    • M2a: Goed <+,> merci,

    112;al.1;17

    • D: <in>>op> den vloer

    112;al.1;18

    • M1b: in de<-n> spiegelkast

    112;al.1;19-20

    • M1b: het sukkelaarken peinst <- misschien>
    • M2a: het sukkelaarken peinst <+ misschien>
    • D: het sukkelaarken peinst <- misschien>

    112;al.2

    • M2a: [+X] Ei,

    112;al.2;7

    • M2b: <dat>>het> ander ventje

    112;al.2;8

    • D: <+,> en altijd

    109;al.2;7 v.o.

  • M2a: Ja <+,> alle gebaartjes,

    112;al.2;11

    • M2a: maar <+ het> geluid

    112;al.2;12-13

    • M2a: En van hem te zien schreien <+,> weent het kindje ook, wat het verdriet van Guido verdubbel<d>>t>.

    112;al.2;14

    • D: Schrei niet <+,> manneken, en hij wil het stre<+e>len.

    113;al.1;1

    • M2a: <+,> maar

    113;al.2;2-3

    • M2b: En wie zou <- het> gelooven <-,> dat er wilde angsten komen losgestormd <.>>?> Dat ze <- nu> peinst
    • D: En wie zou <+ het> gelooven dat er wilde angsten komen losgestormd? Dat ze peinst

    113;al.2;5

    • M2b: <haren>>haar> spookkop

    113;al.3;2

    • M2b: haar kwellingen <+,> uit rijkdom

    113;al.3;3-4

    • M2a: Ach ja <+,> en juist daarom leert ze het manneken alles ontbe<-e>ren <+,> en moet het
    • D: Ach ja, en juist daarom leert ze het manneken alles ontberen, <- en> moet het

    113;al.3;4-5

    • M2a: arm <+,> eenzaam en vergeten.

    113;al.3;6

    • M1b: Dezen die de grootsten is, die<+n> niemand
    • M2b: Deze<-n> die de grootste<-n> is, dien niemand
    • D: Deze<+n> die de grootste is, dien niemand

    113;al.3;7

    • M2a: en waaraan ze <alleens>>eens> misschien niet gelooft,
    • M2b: en waaraan ze <- eens> misschien niet <+ eens> gelooft

    113;al.3;8

    • M2b: nutteloos is <,>>.> <h>>H>aar moeiten <,>>en> haar angsten <+,>
    • D: nutteloos is. Haar moeiten <en>> , > haar angsten,

    113;al.3;10

    • M2a: ach lieve God <+,> spreek <.>>,> <B>>b>en ik

    113;al.3;12

    • M2a: Guido <,>>.> <i>>I>s het

    113;al.3;12-13

    • D: <ons>>onze> zenuwen?

    113;al.3;13

    • M1b: wilde<+n> angst want och ja,
    • M2a: wilden angst <+,> want <+,> och ja,
    • D: wilden angst, want <-,> <och ja>>ach>,

    113;al.3;14

    • M2a: binnen in Guidoken, hij werd<-t>
    • M2b: binnen in Guidoken <,>>.> <h>>H>ij werd

    113;al.3;16-17

    • M2a: [-X] Zulke dingens
    • M2b: [-X] Zulke dingen<-s>

    113;al.3;17

    • M2a: op een <w>>W>oensdag <+,> en den <d>>D>onderdag

    113;al.3;20

    • M2b: Aai <-,>

    113;al.3;21

    • M1b: botterik<-k>en

    113;al.3;27

    • M2b: <hem>>hen> achterna

    113;al.3;27-28

    • M2b: weiger hem <- van> alles.

    114;al.1;3-4

    • D: uw bevelen <+,> waar ge voor betaald wordt <- gaan> <+,> ontloopen?

    114;al.1;5

    • D: ook <- al> iets.

    114; al.1;8

    • D: <vingeren>>vingers> te <zien>>kijken>.

    114;al.1;11

    • M2a: En ja <+,>

    114;al.1;12

    • M2a: En ze knikken. Zegt gij zooiets tegen een rijke mensch <!>>.>
    • D: En ze knikken <.>>,> <Z>>z>egt gij zooiets tegen een rijke mensch.

    114;al.1;12-13

    • M2a: Ja <+,> en als ze ons eens vermoor<d>>t> <+,> wat dan?
    • D: Ja, en als ze ons eens vermoor<t>>dt>, wat dan?

    114;al.1;14-15

    • M2b: <+,> legt zijn beetje moed bijeen <.>>:> <'kzal ik>>ik zal> het hem zeggen.

    114;al.1;15-16

    • M2b: of <hij>>Mark> het geriekt: de deur gaat open en <Mark>>hij> is daar.
    • D: of Mark het <- ge>riekt: de deur gaat open en hij is daar.

    114;al.1;16

    • M2a: Vandaag niet <+,>

    114;al.2

    • M2a: [+X] Jamaar,

    114;al.2;1

    • D: En die deur <,>>?> <e>>E>n geen eten?

    114;al.2;2-3

    • D: <koleuren>>kleuren>

    114;al.2;4-5

    • M2a: Hij luistert geduldig, hij verstijf<d>>t>.
    • M2b: Hij luistert geduldig <,>>.> <h>>H>ij verstijft.

    114;al.2;5

    • M2a: <presies>>precies>

    114;al.2;8

    • M2a: Och <+,> dat domme dienstvolk ook, wat ze hen toch
    • D: Och, dat domme dienstvolk ook, wat ze <hen>>zich> toch

    114;al.2;10-11

    • M2a: Zoo <!>>,> zegt Mark. Hij keert <hem>>zich om <.>>:> Maak den auto gereed, en kom Hilda.
    • D: Zoo, zegt Mark. Hij keert zich om: Maak den auto gereed, en kom <+,> Hilda.

    114;al.2;13

    • M2a: <een>>één> stuk.

    115;al.1;1

    • M1a: er zat een beest, daar stond<-t>
    • M2b: er zat een beest <,>>.> <d>>D>aar stond<-t>

    115;al.1;2

    • D: die hem <zou>>zon> opeten,
    • W: die hem [zon]]zou] opeten,

    115;al.1;4-5

    • M2a: <- Want> Guido stapt altijd voort, ziet van tijd tot tijd eens om, en niemand.
    • M2b: Guido stapt altijd voort, ziet van tijd tot tijd eens om <,>>:> <- en> niemand.

    115;al.1;6

    • D: hooger <om>>en> hooger

    115;al.1;7

    • M2b: alle soorten <- van> rommel.

    115;al.1;11-12

    • M2b: En hij moet lachen <,>>.> <w>>W>at een vreemd geluid is dat <,>>?> Guidoken die lacht!
    • D: En hij moet lachen. Wat een vreemd geluid is dat? Guidoken die lacht <!>>.>

    115;al.1;14

    • M2a: gaan straffen <:>>.> Hij heeft

    115;al.1;15

    • M2a: zet <hem>>zich>

    115;al.1;16

    • M2b: kijkt voor <hem>>zich> uit als altijd.
    • D: kijkt voor zich uit <als>>lijk> altijd.

    115;al.1;18

    • M2a: met een muizenval <!>>.>

    115;al.1;19

    • M2a: Alstublieft <+,> doe het niet <+,> lieven loekenbeer <!>>.>
    • M2b: Alstublieft, doe het niet, lieve<-n> loekenbeer.

    115;al.1;19-20

    • D: En hij vouwt zijn kleine zwarte pollekens <- thoop>.

    115;al.2;2

    • M2a: Maar <+,> zal ze

    115;al.2;3

    • D: niet zoo <van>>door> gekweld worden.

    115;al.2;6

    • D: <misterieuzen>>mysterieuzen>

    115;al.2;7

    • M2a: zullen naar toe gaan <.>>,> <D>>d>an lacht hij
    • D: zullen <naar toe>>heen> gaan, dan lacht hij

    115;al.3;2

    • M2a: <+,> allemaal op en weg.

    115;al.3;4

    • M2b: <Boeikens>>Boeykens>

    115;al.3;5

    • M2b: die wil onbekend blijven <,>>.> <o>>O>f
    • D: die <wil onbekend>>onbekend wil> blijven <.>>,> <O>>o>f

    116;al.1;4-5

    • M2a: op te zien <:>>.> En welk een kerk is het nu die ge gaat bouwen, vraagt hij.
    • D: op te zien. En welk een kerk is het nu die ge gaat bouwen <,>>?> vraagt hij.

    116;al.1;5

    • M2a: Hoe <+,>

    116;al.1;6

    • M2b: welk<+e> <- een> zeever is dat nu <!>>?>

    116;al.1;8-9

    • M2a: <+,> en achter Sander zijne rug gebaart er eenen
    • M2b: , en achter Sander zijn<-e> rug gebaart er eene<-n>

    116;al.1;11

    • D: Onsheer is toch Onsheer zeker <!>>.>

    116;al.2;3

    • M2a: Ja <+,>

    116;al.2;4-5

    • D: een pikzwarte<-n> nacht ligt waarin <van>>juist> alles kan gebeuren.

    116;al.2;5-6

    • M2a: In den prillen <- morgen>
    • M2b: In den prillen <+ morgen>

    116;al.2;10

    • M2a: Ja <+,> zeg dat,

    116;al.2;10

    • M2b: dingen<-s>

    116;al.2;12

    • M2a: u naar buiten <trékt>>trekt>.
    • M2b: u naar buiten trekt <+ en trekt>.

    116;al.3;2

    • M2a: Oorlog! Oorlog <,>>!> en de man

    116;al.3;3

    • M2a: stond<-t> en met iedereen lacht<-t>e

    116;al.3;3

    • D: als ze over oorlog klapte<-n>,
    • W: als ze over oorlog klapte [+n],

    116;al.3;7

    • M1a: op haren <schoot # arm>
    • M2b: op <haren>>haar> arm

    116;al.3;9

    • D: <komen werken is>>is komen werken>,

    116;al.3;10

    • M2a: zijn vrouw af <.>>:> Morisken,

    116;al.3;11

    • M2a: gehoord <!>>?>

    116;al.3;12

    • M2a: Het waren bommen <!>>.>

    116;al.3;13

    • M2a: <presies>>precies>

    116;al.3;14

    • M2b: dingen<-s>

    117;al.1;2

    • M2a: klein wordt <-,> verbeelden ze <hun>>zich>

    117;al.2;1

    • M2b: De <eenigste>>eenige> die kalm blijft midden <- van> donder en bliksem
    • D: De eenige die kalm blijft <+ te> midden <+ van> donder en bliksem

    117;al.2;2

    • D: de<-n> oorlog

    117;al.2;5-6

    • D: gaan zoeken <?>>.> Ze komen anders rap genoeg <.>>!>

    117;al.2;7

    • D: de<-n> boskool

    117;al.2;8

    • M2a: Ja <+,> en zijt stille,
    • M2b: Ja, en zijt stil<-le>,

    117;al.2;13-14

    • M2a: van alles <+,> van alles. Ik kan dat ook peinst hij <+,> en zijn herteken popelt <,>>.> <h>>H>ij heeft
    • D: van alles, van alles. Ik kan dat ook <+,> peinst hij, en zijn <herteken>> harteken> popelt. Hij heeft

    117;al.2;14

    • M2a: Kom Albrik <+,>

    117;al.2;16

    • M2a: wachten <,>>.> <h>>H>ij stormt alleen naar huis door de stra<-a>ten

    117;al.2;18

    • M2a: weg is <+,> zitten ze binnen hun angst en hun schrik te overpeinzen <:>>.> En wat

    117;al.3;3-4

    • M2a: te vinden is <:>>.> En laat mij hem behouden, God <+,> dat er hem eens iets moest overkomen <!>>.>

    117;al.3;5

    • M2a: binnen komen <+,> scharrelt

    117;al.3;7

    • M2a: <+,> zegt ze,

    117;al.3;8

    • M2a: Een teekenboek <+,>

    117;al.3;13

    • M2a: [-X] Een teekenboek <+,> gromt Sander.

    117;al.3;15

    • M2a: den houten muur <achter>>door>, <+ hij ziet er misschien> de vlakte <+ door>

    118;al.1;4-5

    • M2a: Hij antwoord niet, maar brengt <savends>>'savends> een schrijfboek mee.
    • M2b: Hij antwoord<+t> niet, maar brengt 'savends een schrijfboek mee.
    • D: Hij antwoordt niet, maar brengt <'savends>>'s avends> een schrijfboek mee.

    118;al.2;1

    • M2a: [+X]<- En> <t>>T>eekent mij nu eens een boot <+,>
    • M2b: [X] Teeken<-t> mij nu eens een boot,

    118;al.2;2

    • M2a: nog eenen en nog eenen, allemaal booten <+,> zijn heelen boek vol.
    • D: nog een<-en> en nog een<-en>, allemaal booten, zijn heele<-n> boek vol.

    118;al.2;3-4

    • D: <z>>Z>ondagachternoen dat het regent <+,> en de ander<+e> menschen voor de<-n> radio naar berichten luisteren van het front, <- dan> zit Sander

    118;al.2;6

    • M2b: van alles <- reeds> gehoord

    118;al.2;8

    • M2b: waar <- van> alles in ligt

    118;al.2;10-11

    • M2a: Maar <savends>>'s avends> bidt ze niet meer: <E>>e>n bescherm mijn Sander <+,> amen.

    118;al.2;11-12

    • D: Dat hij zijn plan trekt <+,> zegt ze, ik trek <den>>het> mijne<-n> ook.

    118;al.3;5

    • M2b: muur <,>>.> <w>>W>ant

    118;al.3;5

    • D: een nieuw<-en>

    118;al.3;7

    • M2a: wacht<-t>en naar iemand
    • D: wachten <naar>>op> iemand

    118;al.3;9

    • M2a: het is tijd voor school <!>>.>

    118;al.3;10-11

    • M1a: Onder aan den trap <roept # schreeuwt> hij: Albrie-ik, en hij kijkt naar alle dingens
    • M2b: Onder aan de<-n> trap schreeuwt hij: Albrie-ik <,>>.> <e>>E>n hij kijkt naar alle dingen<-s>
    • D: Onder aan de trap schreeuwt hij: Albrie-ik. <- En> <h>>H>ij kijkt naar alle dingen

    118;al.3;12-13

    • M2a: blik <.>>,> <Presies>>precies> of al de ander kinderen, de schoolmeesters, en de vliegtuigen
    • M2b: blik, precies of al de ander kinderen, de schoolmeesters, <- en> de vliegtuigen
    • D: blik, precies of al de ander<+e> kinderen, de schoolmeesters <-,> <+ en> de vliegtuigen

    118;al.3;13-14

    • M1a: een komediespel <dat # is dat>men voor hem alleen opvoert.

    118;al.4;1

    • M2a: Als Albrik <hem>>zich> lastig maakt

    118;al.4;1-2

    • M2b: lijk een groote<-n> omdat hij weer straf moet,
    • D: lijk een groote omdat hij weer straf moet <+ maken>,

    119;al.1;1

    • M2a: <+,> zegt Albrik,

    119;al.1;2-3

    • M2b: dingen<-s> die al honderde jaren
    • D: dingen die al honderde<+n> jaren

    119;al.1;3

    • D: Galli<-e>ërs

    119;al.1;5

    • M2a: Morrisken lacht, en er passeer<d>>t> hem iemand,
    • M2b: Morrisken lacht <,>>.> <e>>E>n er passeert <hem>>hen> iemand,

    119;al.1;6

    • M2b: blijft staan <.>>:> <E>>e>n <zijde>>zijt> gij Sander zijn<-e> jongen dan? <n>>N>aar huis

    119;al.1;9

    • M2a: geworden is <!>>.>

    119;al.2;3

    • M2a: gebeur<d>>t>

    119;al.2;4

    • D: en den oorlog <.>>?>

    119;al.2;4

    • M2b: mijn<-e> pa

    119;al.2;5

    • D: een<-e>

    119;al.2;7

    • D: krabben <.>>,> <D>>d>rie kinderen dat is geen kak <+,> zulle Morris!

    119;al.2;9

    • D: <+,> vraagt die.

    119;al.3;1

    • M2b: en het is zaterdag, godsdienstles <,>>.> <o>>O>ver de
    • D: en het is <z>>Z>aterdag, godsdienstles. Over de

    119;al.3;5

    • M2a: van over <- twee>duizend jaar.
    • D: van <over>>voor> duizend jaar.

    119;al.3;6

    • M2b: uw <-s>linke wang
    • D: uw <linke wang>>linkerwang>

    119;al.3;9

    • D: wat men <hen>>hun> wijsmaakt

    119;al.3;10

    • M2a: van hier naar daar geslingerd <.>>,> <T>>t>usschen

    119;al.3;11-12

    • M2a: leugens <+,> hatelijkheid <+,> recht en onderduims<+ch> gefoefel, terwijl
    • M2b: leugens, hatelijkheid, recht en onderduimsch gefoefel <,>>.> <t>>T>erwijl

    119;al.3;12

    • M2a: <- een ding is dat telt,> <een>>één> ding den grooten knoop is:
    • M2b: één ding de<-n> groote<-n> knoop is:

    119;al.3;12-13

    • M2b: aan uw<-en> boterham geraakt, en liefst eenen met een dikke plak bijval tusschen.
    • D: aan uw boterham geraakt, en liefst een<-en> met een dikke plak bijval <+ er> tusschen.

    119;al.3;14-15

    • D: de linker<+ -> en de rechterwang

    119;al.3;15-16

    • M2b: uw<-en> houten kloef

    119;al.4;1

    • M2a: <Een>>één> Mei. En op ander éenmeidagen
    • M2b: één Mei. En op ander <éenmeidagen>>jaren>
    • D: één Mei. En <- op> ander<+e> jaren

    119;al.4;2-3

    • M2a: <+,> wie het nu bij het rechte eind had<-t>, de <b>>B>elgische so<s>>c>ialisten of de spaansche, de rechtse<+n> of de linkse<+n>.
    • M2b: , wie het nu bij het rechte eind had, <- de Belgische socialisten of de spaansche,> de rechtse<-n> of de linkse<-n>.
    • D: , wie het nu bij het rechte eind had, de <rechtse>>rechtschen> of de <linkse>>linkschen>.

    119;al.4;3

    • M2b: op malkanders gezicht. Gij zijt <nen>>een> anarchist, en gij een bolsjewist <- in plaats van bij ons te blijven, bij de oude en echte rooden>. Maar
    • D: op malkanders gezicht. <- Gij zijt een anarchist, en gij een bolsjewist.> Maar

    119;al.4;4

    • M2b: <+,> want het is oorlog. <- En ge moogt tegen den oorlog zijn zoolang het geenen is, gelijk de kinderen die mogen zeggen, ik slaap van den achternoen niet, maar als het achternoen is moeten zwijgen en dodo doen.>

    120;al.1;2-3

    • M2a: een eersten <m>>M>ei zonder betooging is geen eersten <m>>M>ei,
    • M2b: een eerste<-n> Mei zoder betooging is geen eerste<-n> Mei,

    120;al.1;4

    • D: De ander<+e> kinderen

    120;al.1;7

    • M2a: schiet er <hem>>zich

    120;al.1;9

    • M2b: <dat>>hoe> hij krijtwit wordt

    120;al.1;9

    • M2a: <presies>>precies>

    120;al.1;10

    • M2a: ziel<+e>ken
    • M2b: ziel<-e>ken

    120;al.1;10

    • M2b: Zoo <.>>!> <H>>h>et is
    • D: Zoo <!>>,> het is

    120;al.1;13

    • M2b: zijn<-en> hiel

    120;al.1;13

    • D: doode gemak<-ken>

    120;al.1;14

    • M2a: bukt <hem>>zich> ineens en rap,
    • D: bukt zich ineens <+,> en rap

    120;al.1;15

    • M2a: Ja <+,>

    120;al.1;19

    • M2b: zijn<-e> pa

    120;al.1;21

    • M2a: Meester <+,> er hangt

    120;al.1;25-26

    • M2b: die scheur <,>>: ...> een onderwijzer
    • D: die scheur: <-...> een onderwijzer

    120;al.1;27

    • M2a: <hem>>zich>

    120;al.1;28

    • M2b: de <-s>linke en de rechte wang
    • D: <de linke en de rechte wang>>de linker- en de rechterwang>

    120;al.1;31-32

    • M2a: Het doet zeker zeer Mieleken, vraagt hij, en toe Albrik <+,> geef hem nog een kartats <+,> zegt hij. [X] [?] Ze
    • D: Het doet zeker zeer <+,> Mieleken <,>>?> vraagt hij, en toe <+,> Albrik , geef hem nog een kartats, zegt hij. [-X] Ze

    120;al.1;34-35

    • M2b: gremellacht <.>>,> <I>>i>n het begin <.>>,> <W>>w>ant

    120;al.1;36-37

    • D: zoveel straf <+ maken>

    120;al.1;37

    • M2a: dat ze er <hen>>zich> geen meester

    121;al.1;1-2

    • M2a: En <sanderdaags>> 's anderdaags> <niet durven>>durven ze niet> naar school gaan <+,> maar <op de vlakte blijven>>ze blijven op de vlakte> spelen,
    • M2b: En 's anderdaags durven ze niet naar school <- gaan>, <- maar> ze blijven op de vlakte spelen,

    121;al.1;2-3

    • M2a: Ze maken <-hen> een wierookpot <,>>.> <z>>Z>e staan

    121;al.1;5

    • M2a: <B>>b>onpa op bezoek. Die heeft het beter <+,> zegt

    121;al.1;12

    • M2a: Het slaat ineens, lijk een bliksemslag door zijn hoofdje <+,>
    • M2b: Het slaat ineens <-,> lijk een bliksemslag door zijn hoofdje,

    121;al.1;13

    • D: een andere<-n> wereld

    121;al.1;15

    • M2b: dingen<-s>

    121;al.1;15-16

    • M2a: <presies>>precies> op slag kleiner
    • M2b: precies <op slag>>ineens> kleiner

    121;al.1;16-17

    • M2a: Hij keert <hem>>zich> om

    121;al.1;18-19

    • M2a: Allez <+,> stap voort Guido <+,> en ge moogt nooit omzien, dat betaamt niet. [-X] En hebt ge het bogot gezien,
    • D: Alleze, stap voort <+,> Guido, en ge moogt nooit omzien, dat betaamt niet. En hebt ge het <bogot>>begot> gezien,

    121;al.1;19-20

    • M2a: hij schreid<-d>e toch ook al
    • D: hij schreide toch ook <+,> al

    121;al.2

    • M2a: [+X] Hij is terug kontent,

    121;al.2;1-2

    • M2b: een schoonen theater waar hij mag naar <zien>>kijken>.
    • D: een schoon<-en> theater waar hij <mag naar kijken>>naar kijken mag>.

    121;al.2;4

    • M2a: maakt hij <- hem> in het geheim

    121;al.2;9

    • M2b: Hij gaat <- maar> weer binnen

    121;al.2;11

    • M2a: <presies>>precies>

    121;al.2;12

    • M2b: den andere<-n>

    121;al.3;1-2

    • M2b: en <hem>>zich> suf te peinzen

    122;al.1;1-2

    • M2b: hoe grooter de<-n> berg wordt die ligt te wachten. <- Ze pompen Guido al maar meer verstand in, terwijl hij er ligt in te verdrinken.>
    • D: <+,> hoe grooter de berg wordt die ligt te wachten.

    122;al.1;3

    • M2a: letters en <c>>[x]>ijferkens
    • M2b: letters en <[x]>>c>ijferkens

    122;al.1;4

    • M2b: <dat zou>>is> een zachte hand <- zijn> die

    122;al.1;5-6

    • M2b: over zijn kopken <streek>>strijkt>, iemand die <zei>>zegt> <,>>:> kom eens hier mijn<-e> jongen.
    • D: over zijn kopken strijkt, iemand die zegt: kom eens hier <+,> mijn<+e> jongen.

    122;al.1;8

    • D: een <staal>>stalen> gezicht

    122;al.1;8

    • M2b: schudt ze <- eens> haar hoofd,
    • D: schudt ze <+ eens> <haar>>het> hoofd,

    122;al.2;3-4

    • M2b: eene<-n> die juist alles ziet. Hoe is het mogelijk
    • D: een<-e> die juist alles ziet <.>>,> <H>>h>oe is het mogelijk

    122;al.2;6

    • D: doodarme ouders <+,> die

    122;al.2;8

    • M2b: een schoone<-n> naam

    122;al.2;9

    • D: de<-n> zot

    122;al.2;14

    • M2a: den tijd dat ik dien nog onder mijn handen had<-t>.
    • D: de<-n> tijd dat ik dien nog onder mijn handen had <.>>!>

    122;al.3;1

    • M2a: vraagt <hem>>zich> af

    122;al.3;2

    • M2b: die<-n>

    122;al.3;7

    • M2a: duitsche woorden. [X] [?] Guido smijt <hem>>zich>
    • D: <d>>D>uitsche woorden. [-X] Guido smijt zich

    122;al.3;8

    • M2a: <aai-aai>>aai, aai>

    122;al.3;9

    • M2a: <+,> duivel die ge zijt.

    122;al.3;9

    • M2b: Het wordt stil<-le>.

    122;al.3;11

    • M2b: weet te zeggen <+,> manneken <!>>,> <I>>i>k heb

    122;al.3;12

    • M2b: uw<-en> kop

    122;al.3;14

    • M2b: op een moeder die <verweg>>ver weg>
    • D: <op>>om> een moeder die ver weg

    123;al.1;1

    • D: Zijn<-e> <p>>P>a komt niet <- op>, en ze steken hem <- maar> voorloopig

    123;al.1;2

    • M2b: <hem>>zich>

    123;al.1;4

    • M2a: zijn oogsken<+s>

    123;al.1;5

    • M2a: <presies>>precies>

    123;al.1;6

    • M2b: <hem>>zich>

    123;al.1;8

    • M2b: <hem>>zich>

    123;al.1;9-10

    • M2b: zijn handen <,>>.> <h>>H>ij laat

    123;al.2;1

    • M2a: <Savends>>'s Avends>

    123;al.2;1-2

    • M2a: te eten. En dan voort <.>>,> <Z>>z>aken, zaken.
    • D: te eten <.>>,> <E>>e>n dan voort, zaken, zaken.

    123;al.2;6-7

    • M2a: Kolen <+,> leder <+,> treinriggels <+,> lokomotieven, hij maakt alles,

    123;al.2;7-8

    • M2b: de<-n> groote<-n> toovenaar.

    123;al.2;10

    • M2a: vecht<-t>en

    123;al.2;13-14

    • M2b: heel ander dingen<-s> <,>>en> drinkt zijn koffie uit <:>>.> En waar
    • D: heel ander<+e> dingen en drinkt zijn koffie uit <.>>:> En waar

    123;al.2;15

    • M2b: twijfelt hij toch even<-tjes>.
    • D: twijfelt hij <- toch> even<+tjes>

    123;al.3

    • M2a: [+X] Ach, ach,

    123;al.3;1

    • M2a: lijk zijn moeder <!>>.>

    123;al.3;2

    • M2a: <hem>>zich>

    123;al.3;3

    • M2a: <presies>>precies>

    123;al.3;5

    • M2a: En zijde dood Guidoken? <H>>h>ij
    • M2b: En <zijde>>zijt ge> dood Guidoken? <h>>H>ij
    • D: En zijt ge dood <+,> Guidoken? Hij

    123;al.3;6-7

    • M2b: Ja <+,> waar slaapt Guido nu <,>>?> <h>>H>ij klampt een meisen aan <.>>:> Waar

    123;al.3;11

    • D: en ge ziet <- schoon> zijn kaaksbeenderen

    124;al.1;1

    • M2a: <+,> zegt hij,

    124;al.1;2

    • D: <teveel>>te veel>

    124;al.1;3

    • D: <hong>>hing>

    124;al.1;5-6

    • M2a: den man die langs hem heen slibbert <+,>
    • M2b: de<-n> man die langs hem heen slibbert,

    124;al.1;8

    • M2b: eene<-n>

    124;al.1;10

    • M2b: de<-n> doktoor

    124;al.1;13-14

    • M2a: langen <+,> langen duisteren tunnel

    124;al.1;14

    • D: een razende<-n> trein

    124;al.1;15

    • M2a: loopt <+,> loopt, valt en kan niet meer op, de trein
    • M2b: loopt, loopt, valt en kan niet meer op <,>>.> <d>>D>e trein

    124;al.1;16

    • M2a: <knieen>>knieën>

    124;al.1;17-18

    • M2b: de<-n> trein is weg <,>>...> hij ligt

    124;al.1;19

    • M2b: blinkende<-n>

    124;al.1;19

    • D: schoone<-n>

    124;al.1;20-21

    • M2a: [-X] Guido beziet het niet

    124;al.1;21

    • M2b: een nieuwe<-n> truk

    124;al.1;24

    • M2a: Hij laat <hem>>zich> vallen

    124;al.1;26

    • D: dat zullen ze <- wel> geern hebben.

    124;al.1;27

    • M2a: <een>>één> voor <een>>één>
    • D: <één>>eén> voor één
    • W: [eén]]één] voor één

    124;al.2;1

    • M2a: Hij wordt ouder <.>>,> <E>>e>n stilder.
    • M2b: Hij wordt ouder, en <stilder>>stiller>.

    124;al.2;2

    • M2a: gaan <-,> en ziet daar

    124;al.2;4-5

    • M2b: op het couvert <,>>.> <e>>E>n zijn oogen bezien dezen die
    • D: op het couvert. En zijn oogen bezien <dezen>>hen> die

    124;al.2;5

    • M2a: <+,> koud en bot.

    124;al.2;6

    • D: <+,> maar het is

    124;al.2;6-7

    • M2b: een gewaagde<-n> roman

    124;al.2;7

    • D: <laten slingeren heeft>>heeft laten slingeren>,

    124;al.2;8

    • M2a: het is dat <!>>.>

    125;al.1;3-4

    • M2b: en steekt <- ze> beiden weg.
    • D: en steekt beide<-n> weg.

    125;al.1-al.2;5-1

    • M2a: te betrappen <,>>.> [+X] <- En> <h>>H>et zou

    125;al.2;2

    • M2a: dan <+ van> verre

    125;al.2;3

    • M2a: <hen>>zich>, de lomperik<-k>en

    125;al.2;5

    • M2a: Mensch <+,> hond en kat,

    125;al.2;9-10

    • M2a: Goeden <- dag> soortgenoot <+,> zegt hij.
    • M2b: Goeden <+ dag> <+,> soortgenoot, zegt hij.

    125;al.2;13

    • M2a: daagt den onzichtbaren hemel uit <.>>,> <H>>h>ij vloekt waarom

    125;al.2;14

    • M2a: niets <méer>>méér> gemaakt hebben dan maar een lompen botten mensch <!>>.>
    • D: niets méér gemaakt hebben dan maar een lompe<-n> botte<-n> mensch.

    125;al.2;15

    • M2a: <+,> koel en stijf,

    125;al.2;20

    • M2a: om te zeggen <:>>[x]><I>>i>s het niet <méer>>méér>,
    • M2b: om te zeggen <[x]>>:> is het niet méér,

    125;al.2;23

    • M2a: <+,> manneken.

    125;al.2;23-24

    • M2a: een strikvraag, waar het juist moei<-e>lijk wordt.
    • M2b: een strikvraag <-,> waar het juist moeilijk wordt.

    125;al.2;27

    • M2b: En hij zegt <,>>:> en ge weet het niet

    125;al.2;31

    • M2b: Die<-ne> mensch

    125;al.2;32

    • M2b: <dat>>wat> ge

    126;al.1;1

    • M2a: beklaag<d>>t> <.>>,> <W>>w>oorden
    • M2b: beklaagt <,>>.> <w>>W>oorden

    126;al.1;2

    • M2a: aan meneer <+,> zijn papa <+,> meedeelt.

    126;al.1;5

    • M2a: <Savends>>'s Avends>

    126;al.1;6

    • D: <op>>over> zijn handen,

    126;al.1;7

    • M2b: <vroet>>wroet>

    126;al.1;8

    • M2b: gehad<-t>

    126;al.1;8

    • M2a: Hij legt <hem>>zich> neer op het open boek,
    • D: Hij legt zich neer <op>>over> het open boek,

    126;al.1;9

  • M1a: vingeren door <+,>
  • M2b: vingeren door <-,>
  • D: <vingeren>>vingers> door