Hoofdstuk  IV
___________________________
legenda/ [ I ][ II ] [ III ] [ IV ] [ V ] /woordenlijst]            <HOME> >

 



186;al.1;1

  • M2b: Ze beziet de gronden <+,> en de menschen
  • D: Ze beziet de gronden <-,> en de menschen

186;al.1;2

  • M2a: ijle <verwondernis>>verwondering> welke alle <droomers>>droome[x]>
  • M2b: ijle verwondering welke alle <droome[x]>>droomers>

186;al.1;5

  • D: <+,> of ze schiet

186;al.1;5-6

  • M2b: <haren>>haar> voet

186;al.1;8

  • M2a: groeft <hem>>zich>

186;al.1;9

  • M2a: den <carree>>carré>, aarzelt <+,> twijfelt en stapt
  • M2b: de<-n> carré, aarzelt, twijfelt en stapt

186;al.1;13

  • M2b: met een hopeloos leege verwondering <+.> <l>>L>ijk iemand die op een morgen<-d>

186;al.1;14

  • M2a: en <hem>>zich>
  • D: <+,> en zich

186;al.1;15

  • M2b: waar dat ergens was <+.> <e>>E>n maar

186;al.1;16-17

  • M2a: en tegen onbekende menschen spreekt <.>>,> <E>>e>n tevens
  • D: <+,> <- en> tegen onbekende menschen spreekt, en tevens

186;al.1;20

  • M2a: ze trekt <haar>>zich> terug

186;al.1;21

  • D: <het groensel>>de groenten>

186;al.1;31

  • M2a: den <allee>>allée>, waar den doktoor
  • M2b: de<-n> allée, waar de<-n> doktoor

186;al.1;32

  • D: <+ voor>geschreven heeft.

186;al.1;32-33

  • D: <zoolang>>totdat> het Jean embeteert

186;al.1;34

  • M2b: zal van de<-n> trap smijten. [X] [?] Ze gaat bij Maria
  • D: <- zal> van de trap <+ zal> smijten. [-X] Ze gaat bij Maria

187;al.1;1

  • M2b: <die>>de> vuile kinderen
  • D: <de>>die> vuile kinderen

187;al.1;1-2

  • M2a: <- En> Maria zit op haar <knieên>>knieën> in den vloer rond alle soorten
  • D: Maria zit op haar knieën <in>>op> den vloer <rond>>te midden van> alle soorten

187;al.1;4

  • M2a: <- En> Marian

187;al.1;7-8

  • M2a: <+,> ze voelt

187;al.1;9

  • M2a: <+,> zegt ze;

187;al.1;10

  • M2a: vol onrust <+,> aarzel en twijfel.
  • D: vol onrust, aarzel<+ing> en twijfel.

187;al.1;12-13

  • M2a: waar het kil wordt en eenzaam is. <- En> <z>>Z>e gaat
  • M2b: waar het kil <- wordt> en eenzaam is. Ze gaat

187;al.1;15-16

  • M2a: <+,> en hij kent

187;al.1;17

  • M2b: zonder model <,>>.> <e>>E>n

187;al.1;19-20

  • M2a: rondknoopen <.>>:> <O>>o>f er staat een nieuwen blanken doek
  • M2b: rondknoopen <:>>.> <o>>O>f er staat een nieuwe<-en> blanke<-en> doek
  • D: rondknoopen <.>>;> <O>>o>f er staat een nieuw blank doek

187;al.1;21

  • D: twee <+,> drie penseelen

187;al.1;22

  • M2a: ontkleedt <haar>>zich>.

187;al.1;23

  • M2a: donker<+e> oogen

187;al.1;23

  • M2b: <snokt>>komt> recht,
  • D: <komt recht>>recht zich>,

187;al.1;26-27

  • M1b: over <[xxx]>>het> wonder teeder lichaam de uren vergaan
  • M2a : over het <wonder teeder>>wonderteeder> lichaam <+,> de uren vergaan

187;al.2;1

  • M2a: [+X] Waarom moet iederen mensch geschokt en geslinger<t>>d> worden
  • M2b: [X] Waarom moet iedere<-n> mensch geschokt en geslingerd worden

187;al.2;3

  • M2a: telefoonpalen <+,> zonde,
  • D: telefoonpalen < , >>en> zonde,

187;al.2;4-5

  • M2b: en menschen die sterven. En een andere<-n> wereld die in ons gedachten
  • D: en menschen die sterven <.>>,> <E>>e>n een andere wereld die in <ons>>onze> gedachten

187;al.2;6

  • D: of ooit <komen zal>>zal komen> <.>>?>

187;al.3;2-3

  • M2b: die<-n> spookwereld, <- er> met leege handen <- moeten> rondloopen
  • D: die spookwereld, <+ er> met leege handen rondloopen

187;al.3;3

  • M2b: stil <zal>>gaat> worden,

187;al.3;4

  • M2b: iedere<-n> dag

188;al.1;1

  • M2a: <- En> <h>>H>ij moet

188;al.1;2

  • D: oortje<-n>s

188;al.1;3-4

  • M1b: en zoeken ze nog achter <mij>>iemand> vraagt hij.
  • M2a: en zoeken ze nog achter iemand <+,> vraagt hij.

188;al.1;4-5

  • D: <+,> maar niemand heeft gedacht<+en> van u.

188;al.1;5

  • M2a: <- En> <h>>H>ij richt een bureel op <+,>

188;al.1;6

  • M2a: hij <tiept>>typt>

188;al.1;7-8

  • M2a: Vereenig<+t> u, arbeiders <+,> doe dit en doe dat.
  • M2b: Vereenig<-t> u, <arbeiders>>volk der voorstad>, doe dit en doe dat.
  • D: Vereenig <u>>U>, volk der voorstad, doe dit en doe dat.

188;al.1;10

  • D: uw<-en> bond

188;al.1;11

  • M2b: nieuwe<-en> wereld

188;al.1;12

  • M2a: tot betoogen <+,> tot meetingen
  • D: tot <betoogen>>betoogingen>, tot meetingen

188;al.1;13-14

  • M2a: en twee jaar soldaat, <dan>>dat> men
  • D: en twee jaar soldaat <+ zijn>, dat men

188;al.1;14-15

  • D: een nieuwe<-n> oorlog

188;al.1;15-16

  • M2a: verontwaardigd <:>>.> We betalen toch zeker ons bijdrage <!>>?>
  • D: verontwaardigd. We betalen toch zeker <ons>>onze> bijdrage?

188;al.1;17

  • M2a: Ja <+,> dat het anders wordt <!>>.>

188;al.1;18

  • M2b: <hopeloos>>hopeloozer>

188;al.1;19-20

  • M2a: niet peinzen <+,> ze zou

188;al.1;21-22

  • M2a: [-X] En als het dan regent

188;al.1;22

  • M2a: regen <-, regen,> die <het allemaal>>alles>

188;al.1;24

  • M2a: om weg te zijn <.>>,> <O>>o>m weg te zijn

188;al.1;30

  • M2b: uw<-en> gedanen arbeid

188;al.1;32

  • M2a: het <- niets,> niets is <-,> en ge

188;al.1;36

  • D: die<+n> hij zoekt,

189;al.1;2

  • M2b: die<-n> verdomde<-n> wereld,

189;al.1;2-3

  • D: of zoek<-t> u mannen die de<-n> rotzooi

189;al.1;5

  • D: misschien is het <- dan> toch Marian

189;al.1;6-7

  • M2a: <- En> <m>>M>isschien

189;al.1;8

  • M2a: [X] [?] <- En> <h>>H>ij komt bij Bernard binnen.
  • D: [-X] Hij komt bij Bernard binnen.

189;al.1;9-10

  • M2b: hare naaktheid <+.> <w>>W>ant <-,> <mijnhemel>>mijn hemel>,
  • D: <hare>>haar> naaktheid. Want <+,> mijn hemel <-,>

189;al.1;11

  • D: mensch<-je>

189;al.1;12

  • M2a: <- En> <z>>Z>e voelt

189;al.1;13

  • M2a: zijt ge nu dood <+,> lieve, lieve Marian?

189;al.2;2

  • M2b: <hare>>haar> droomen. <- En> <z>>Z>e

189;al.2;3

  • M2b: tegen haar borst <,>>;> zie niet
  • D: tegen haar borst; <zie>>kijk> niet

189;al.2;5

  • M2a: iederen gewo<-o>nen mensch welke
  • M2b: iedere<-n> gewone<-n> mensch welke
  • D: iedere gewone mensch <welke>>die>

189;al.2;6-7

  • M2b: een andere<-n> wereld

189;al.2;8

  • M2a: mooier <+,> zoeter en onsterfelijker.

189;al.3;1

  • M2a: <- En> <h>>H>et is

189;al.3;1-2

  • M2b: te grijpen <+,> en te willen verbergen
  • D: te grijpen, en te <- willen> verbergen

189;al.3;2

  • M2a: <haar>>zich>

189;al.3;4-5

  • M2a: de <D>>d>uivel

189;al.3;6

  • M2a: ach laat <haar>>mij> met rust,
  • D: ach <+,> laat mij met rust,

189;al.4;3

  • M2a: krak <+,> krak,

189;al.4;4

  • M2a: sjatten <- en> <tellooren>>teljooren>
  • M2b: sjatten <+ en> teljooren

189;al.4;6

  • M1a: hij staat <ermee in # ermee los in> zijn handen,
  • M2a: hij staat <ermee>>er mee> los in zijn handen,
  • D: hij <staat>>stond> er mee los in zijn handen,

189;al.4;7

  • M2a: God <+,> wat is zij schoon geworden, en dat
  • M2b: God, wat is zij schoon geworden <,>>.> <e>>E>n dat

189;al.4;8-9

  • M2b: of die nu zijn lief was <,>>...> <e>>E>n zij dan
  • D: of die nu zijn lief was <...>>!> En zij dan

190;al.1;1

  • M2a: <+,> hij beeft en zet <hem>>zich> neer.

190;al.1;3-4

  • M2a: <- En> <h>>H>ij ziet naar Marian <+,> heel doodgewoon,

190;al.1;6

  • D: lijk ze het altijd <- bij Albrik> geweten heeft,

190;al.1;7-8

  • M1b: die niet gauw lachtten <en>>,> die altijd malkontent de wereld inzagen, en
  • M2a: die niet gauw lacht<-t>en, die altijd malkontent de wereld inzagen <-,> en
  • M2b: die niet gauw <lachten>>lachen>, die altijd malkontent de wereld <inzagen>>inzien> en
  • D: die niet gauw <lachen>>lachten>, die altijd malkontent de wereld <inzien>> inzagen> en

190;al.1;8

  • M2b: dingen<-s>

190;al.1;9

  • M2a: vond<-t>
  • M2b: <vond>>vinden>
  • D: <vinden>>vonden>

190;al.1;9

  • M2a: [-X] En ze glimlacht ook.

190;al.1;10

  • M2a: <haar>>zich>

190;al.1;12

  • M1b: van <[xxx]>alles> meer gaan maken
  • M2b: van alles meer <- gaan> maken

190;al.1;13-14

  • M2a: schoonheid, dank het leven, val op uw knieën en bid<-t> <+,> omdat er zoo iets schoon is
  • M2b: schoonheid <,>>:> dank het leven, val op uw knieën en bid, omdat er zoo iets schoon is
  • D: schoonheid: dank het leven, val op uw knieën en bid, omdat er zoo iets schoon<+s> is

190;al.1;15

  • M2a: <knieên>>knieën>

190;al.1;17

  • M2a: knaagt <.>>,> <B>>b>ij u, bij mij, bij Marian die met den minuut
  • D: knaagt, bij u, bij mij <,>>.> <b>>B>ij Marian die met de<-n> minuut

190;al.1;18

  • M2a: <zij>>hij> haren droom
  • M2b: <hij>>zij> <haren>>haar> droom

190;al.1;19-20

  • M2a: alleen zal lo<+o>pen in dien vreemden schoonen wereld.
  • M2b: alleen zal loopen in die<-n> vreemde<-n> schoone<-n> wereld.

190;al.1;21-22

  • M2a: zie eens hoe schoon <!>>.>

190;al.2;1

  • M2b: de<-n> worm

190;al.2;2

  • M2a: <G>>g>oddelijk en <M>>m>enschelijjk

190;al.2;4

  • M2a: <- En> <h>>H>ij

190;al.2;5

  • M1b: ze dacht dat <hij>>Hij>
  • M2a: ze dacht dat <Hij>>hij>
  • M2b: ze dacht dat <hij>>Hij>

190;al.2;8

  • M2b: <den>>het> doek

190;al.3;1

  • M1b: <den [?]>>de> worm

190;al.3;2

  • M2a: <+,> want

190;al.3;3

  • D: niet meer <lezen kunt>>kunt lezen>.

190;al.3;5

  • M2a: en het begrip <.>>;> <E>>e>n ge zijt mis <+,> want
  • D: en het begrip; en ge zijt mis <-,> want

191;al.1;1

  • M2b: een doodgewone<-n> mensch

191;al.2;1

  • M2a: Ik ga voort <+,> zegt Albrik,

191;al.2;2

  • M2b: en zucht <,>>...> en blijft.

191;al.2;3

  • M2a: <+,> kijkt Bernard omhoog.

191;al.2;4-5

  • M2a: Ach, Bernard, vreemden, nu zegt ge daar iets <.>>,> <E>>e>n Marian
  • D: Ach <-,> Bernard, vreemden, nu zegt ge daar iets, en Marian

191;al.3

  • M2a: [+X] En ze glimlacht
  • D: [X] [+ witregel] En ze glimlacht

191;al.3;2

  • M2b: uitleg <- geven>

191;al.3;4

  • M2a: tevens vergiffenis <:>>,> <H>>h>ij

191;al.3;5

  • M2a: en schreeuwen <.>>:> Hou dien

191;al.3;6

  • M2a: <+,> want

191;al.3;8

  • M2a: en teekent <+,> teekent,

191;al.3;9

  • M2a: en het andere <+,> het schoon gebaar

191;al.3;10

  • D: <- En> <h>>H>ij worstelt

191;al.3;12

  • M2a: <haar>>zich>

191;al.3;12

  • M2a: een <mensch>>[xxx]>
  • M2b: een <[xxx]>>mensch>

191;al.3;13

  • D: <een>>één> ding

191;al.3;14-15

  • M2a: in uw hoofd <+,> in uw hart,

191;al.3;15-16

  • M2b: en uw bloed <,>>.> <h>>H>et een schreeuwt tegen het ander op,
  • D: en uw bloed <.>>?> Het een<+e> schreeuwt tegen het ander<+e> op,

191;al.3;18

  • D: <+ voor> te moeten <- voor> missen.

191;al.3;18

  • M2a: <haar>>zich>

188;al.3;20

  • D: de<+n> deurklink

191;al.3;21

  • M2a: Ja <+,> zegt hij

191;al.3;22-23

  • M1b: Ze zet haar op het slaapkamerken <[xxx]>bij> het venster. En kijkt nu <- nu> eens
  • M2a: Ze zet <haar>>zich> op het slaapkamerken bij het venster <-.> <E>>e>n kijkt nu eens

191;al.3;25

  • M2a: Ja <+,> maar

192;al.1;5

  • D: tegen <uw>>u> zelve<-n>?

192;al.1;6

  • M2a: [-X] En in de straat

192;al.1;8

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

192;al.1;8

  • M2a: kijkt er naar <+,> maar

192;al.1;9

  • D: onverschillig <.>>,> Een mensch
  • W: onverschillig [ , ]] . ] Een mensch

192;al.1;12-13

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

192;al.1;13

  • M2b: en hebt ge geen kamer voor mij <?>>,> <E>>e>en heel klein

192;al.1;14-15

  • M2a: Tja <+,> zulken komen er genoeg, en de schoon kamers
  • D: Tja, zulken komen er genoeg, <- en> de schoon<+e> kamers

192;al.1;16

  • M2a: <proppendevol>>proppensvol>. Neen <+,> zegt Molleken.

192;al.1;21-22

  • M2b: op de<-n> eertse<-n> trap ligt een goedkoope tapijt, de<-n> tweede<-n> trap is geverfd, de<-n> derde<-n> bloot hout en de<-n> vierde<-n>...ach kom.
  • D: op de eerste trap ligt een goedkoop<-e> tapijt, de tweede trap is geverfd, de derde bloot hout en de vierde...ach kom.

192;al.1;24

  • D: voor hem <.>>,> <E>>e>n ze mag

192;al.1;26

  • M2b: gauw genoeg <haren>>haar> ouderdom.
  • D: <gauw>>rap> genoeg haar ouderdom.

192;al.1;31

  • M2a: Ach <+,> ach, en hij teekent ook <dát>>dat>,

192;al.1;35

  • M2a: Ja <+,> ieder

192;al.1;37

  • M2a: <dezijne>>de zijne>. <- En> <h>>H>ij droomt nog van iets anders, soms eens, als hij
  • M2b: de zijne. Hij droomt nog van iets anders <,>>.> <s>>S>oms eens, als hij
  • D: de zijne. Hij droomt nog van iets anders. Soms <- eens>, als hij

193;al.1;4

  • M2a: den horizon<+t>

193;al.1;4-5

  • M2a: en de zon achter wegzakt, dan droomt hij nog van iets anders <.>>,> <M>>m>aar
  • M2b: en de zon achter wegzakt <,>>.> <d>>D>an droomt hij nog van iets anders, maar
  • D: en <+ waar> de zon achter wegzakt. Dan droomt hij nog van iets anders, maar

193;al.2

  • M2a: [+X] Hij blijft op zijn zolderken

193;al.2;1

  • D: <+,> lijk een musch

193;al.2;3

  • M2a: het laatste uit <+,> alles

193;al.2;5

  • M2a: kan <.>>,> <E>>e>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet,
  • M2b: kan <,>>.> <e>>E>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet,
  • D: kan <.>>,> <E>>e>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet <, >>:>

193;al.2;6-7

  • M2a: En <- dat> hij moet <malgree>>malgré> een nieuwe broek koopen en ach ja <+,> dat hij nog moet eten ook.
  • M2b: En hij moet malgré een nieuwe broek koopen en ach ja, <- dat> hij <nog moet>> moet nog> eten ook.

193;al.2;8

  • M1b: <ver[xxx]>>verwen>
  • D: <verwen>>verven>

193;al.2;10-11

  • M2a: en hun zielen <.>>,> <E>>e>n hij teekent <+,> teekent, dien boek wordt een monument. [-X] Hij ontvangt
  • M2b: en hun zielen, en hij teekent, teekent, <dien>>dat> boek wordt een monument. Hij ontvangt
  • D: en hun zielen, en hij teekent, teekent <,>>:> dat boek wordt een monument. Hij ontvangt

193;al.2;12

  • M2a: en koopt er <- hem> een kast voor

193;al.2;13

  • M2a: <- En> <a>>A>lmeteens peinst hij er aa<-n> <+,> dat hij
  • M2b: Almeteens peinst hij er aa<+n>, dat hij

193;al.2;15

  • M2b: de<-n> trap

193;al.2;17

  • M2a: <+,> zegt hij,

193;al.2;18

  • M2a: Aai ja <+,>

193;al.2;20

  • M2a: tegen <:>>.> Dag Morris <.>>,> <D>>d>ag, heu...?
  • M2b: tegen. Dag Morris <,>>.> <d>>D>ag, heu...?

193;al.2;23-25

  • M2a: en hun leven ziet <.>>,> <Behalven>>behalve> soms eens, want ja <+,> ieder heeft zijn bittere dagen, dagen
  • M2b: en hun leven ziet <,>>.> <b>>B>ehalve soms eens, want ja, ieder heeft zijn bittere dagen, dagen
  • D: en hun leven ziet <.>>,> <B>>b>ehalve soms eens, want ja, ieder heeft zijn bittere dagen <,>>.> <d>>D>agen

193;al.2;26-27

  • M2a: haar arm <- hoofd>
  • M2b: haar arm <+ hoofd>

193;al.2;29

  • M2b: om te schilderen <,>>.> <e>>E>n

194;al.1;1

  • M2a: van zijn boek: <I>>i>s het

194;al.1;2-3

  • M2a: er vandoor trok <.>>,> <E>>e>rgens,

194;al.2;4-5

  • M2a: [-X] Hij laat zijn boek liggen en haalt <- hem> potaarde,

194;al.1;7

  • M2a: behalve<-n>

194;al.1;9

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

194;al.1;11

  • M2a: Ja <+,>

194;al.1;13

  • M2b: de<-n> schilder

194;al.1;14-15

  • M2a: dit is minder <.>>,> <H>>h>etgeen is beter. <- En> <h>>H>ij grimlacht,
  • D: dit is minder <-, hetgeen is beter>. Hij grimlacht,

194;al.1;17-18

  • M2a: houdt hij <hem>>zich> vast lijk den duivel
  • M2b: houdt hij zich vast lijk de<-n> duivel

194;al.1;18-19

  • M2a: verdrinkt <+, > aan een plank
  • M2b: verdrinkt <-, > aan een plank
  • D: verdrinkt <+,> aan een plank

194;al.1;19

  • M2a: <hem>>zich>

194;al.1;20

  • M2a: <knieên>>knieën>

194;al.1;23

  • D: vergeten <+ heeft> te leggen <- is>.

194;al.1;23

  • M2a: Tja <+,> peinst hij,

194;al.1;26

  • M2a: en die en die <.>>,> <H>>h>ij niet.

194;al.1;27

  • M2b: <c>>k>omedie

194;al.1;29

  • M2a: wel gaan willen schreien. [-X] Bernard hoort
  • M2b: wel gaan willen schreien. [+X] Bernard hoort
  • D: wel <gaan willen>>willen gaan> schreien. [-X] Bernard hoort

194;al.1;31

  • M2b: en <- die> nog veel leeren

194;al.1;32

  • M2b: en <- hij> geeft raad.

194;al.1;32

  • D: Ge moet werken <+,> Morris,

194;al.1;34

  • D: op <- een> nieuw

194;al.1;36-37

  • M2a: <éen>>één> enkel klein schetsken.

195;al.1;1

  • M2a: [+X] Och Bernard

195;al.1;2

  • D: geen enkel<+e>

195;al.2;3

  • D: wacht nog altijd <naar>>op> het werk

195;al.1;7

  • M2a: Hij zwijgt <.>>,> <O>>o>mdat

195;al.1;8

  • M2b: <+,> peinst hij,

195;al.1;10

  • M2a: <+,> zegt hij,

195;al.1;10-11

  • D: nieuw<+e> bouwwerk

195;al.1;11

  • M1b: kromde het <+ paard> zijn pooten, het gleed<-t>

195;al.1;12

  • M1b: en ik had<-t>
  • M2a: <+,> en ik had

195;al.1;16

  • M2a: dat goed is <.>>,> <E>>e>n morgen

195;al.1;17

  • M2a: <dat>>dàt> niet was. <- En> <o>>O>vermorgen
  • D: <dàt>>dat> niet was <.>>,> <O>>o>vermorgen

195;al.1;18

  • M2a: [-X] Hij zwijgt

195;al.1;20

  • M2a: <+,> zegt Bernard

195;al.1;23-24

  • M2a: <+,> vraagt Marian. Ja <+,> alle menschen <.>>,> <I>>i>edereen <.>>,> <I>>i>edereen.

195;al.1;26

  • M2a: kan <+,> tusschen

195;al.1;28-29

  • M2a: Villa <+,> mijn droom leeft.
  • M2b: Villa <-,> <m>>M>ijn <d>>D>room <l>>L>eeft
  • D: <Villa Mijn Droom Leeft>>Villa Mijn Droom Leeft>

195;al.1;29

  • M1a: het <zolderken # deurken>

195;al.1;30

  • M2a: [-X] Hij dus en Morris <.>>,> <E>>e>n Albrik
  • M2b: <Hij>>Bernard> dus en Morris, en Albrik

195;al.1;31

  • M2b: doen <.>>:> <H>>h>ij moet

195;al.1;32

  • M1b: zeggen ze, wij <[xxxxx]>>betalen> ons bijdrage,
  • D: <+,> zeggen ze, wij betalen <ons>>onze> bijdrage,

195;al.1;33

  • M2a: werken <+,> schept gij

195;al.1;34

  • D: met een hoed op <,>>;> en

195;al.1;36

  • M2a: <snoenens>>'s noenens> op ons <telloor>>teljoor> zien, en daarbij <+ ,> met ons

195;al.1;37

  • M2b: <+,> daar lachen we mee
  • D: , daar lachen we mee <+,>

196;al.1;1-2

  • M2a: <- En> Albrik zwijgt,

196;al.1;3

  • M2a: Ja <+,>

196;al.1;4

  • M2b: <,>>;> het regent en er hangen grauwe wolken
  • D: <;>>,> het regent en er hangen grauwe wolken

196;al.1;5

  • M1b: de <[xx]uren>>muren> oploopen

196;al.1;6

  • M2a: den zoeten inval, het is <presies>>precies>
  • M2b: de<-n> zoete<-n> inval, het is precies

196;al.1;7

  • D: <terug>>weer>

196;al.1;9

  • M2a: open houdt <+,> ziet ge

196;al.1;12

  • M2b: nieuwe<-n> morgen

196;al.1;15

  • M2a: maar wensch iets <+,> en ge

196;al.1;19

  • M2a: zou hebben <.>>,> <H>>h>eeremenschen <+,> dan zou ik

196;al.1;20

  • D: een stuksken geweest <+ zijn>

196;al.1;21

  • M2a: [-X] En wie

196;al.1;22

  • M2a: naar dien praat luistert <+,> gelooft

196;al.1;23

  • M2b: Marian neemt <dat>>het> toch allemaal ernstig op, ze
  • D: Marian neemt het toch allemaal ernstig op <,>>.> <z>>Z>e

196;al.1;25-26

  • M1b: zelven zegt ze: Hij lacht altijd, maar veel plezier heeft hij toch nog niet gehad<-t> in zijn leven,
  • D: zelve<-n> zegt ze: <Hij>>Gij> lacht altijd, maar veel plezier <heeft hij>>hebt gij> toch nog niet gehad in <zijn>>uw> leven,

196;al.1;26

  • M2b: <gij>>hij> gelooft
  • D: <hij>>gij> gelooft

196;al.1;27

  • M2a: blommen en zwervende <+ volges> vogels.
  • M2b: blommen en zwervende <- volges> vogels.
  • D: <blommen>>bloemen> en zwervende vogels.

196;al.1;27-28

  • M2b: Neen, daar gelooft <ge>>hij> niet aan, en <ge>>hij> spreekt
  • D: Neen, daar gelooft <hij>>ge> niet aan, en <hij>>ge> spreekt

196;al.1;30-31

  • M2a: knagen <,>>.> <j>>J>a <+,> iederen mensch heeft zeker iets dat hem <- kraakt peinst Marian, iets dat hem> vastgrijpt en neerslaat
  • M2b: knagen. Ja, iedere<-n> mensch heeft zeker iets dat hem vastgrijpt en neerslaat

196;al.2;1

  • M1a: [X] [?] Voor mij
  • M2a: [+X] Voor mij <+,>

196;al.2;2-3

  • M1b: hemel en aarde lucht wolken menschentranen en verftubekens uit eén woordeken <met [?]>>van> drie simpele letterkens: God.
  • M2a: hemel en aarde <+,> lucht <+,> wolken <+,> menschentranen en verftubekens uit <eén>>één> woordeken van drie simpele letterkens: God.

196;al.2;4

  • M2a: En Marian <+ beziet> beziet
  • M2b: En Marian <- beziet> beziet

197;al.1;3

  • M2a: wetens en willen<-s> misdoe <+,> verstoor ik
  • M2b: wetens en willen<+s> misdoe, verstoor ik

197;al.1;7

  • M2b: vraagteeken zetten <,>>.> <e>>E>n daarbij:

197;al.1;8

  • M2a: [-X] Iemand dood doen is geen zonde <+,> zegt Albrik,

197;al.1;10

  • M2b: een welbekende<-n>, deze<-n>

197;al.1;11

  • M2a: En Morris grimlacht: <J>>j>a <+,> maar

197;al.1;12

  • M2b: een andere<-n>

197;al.1;13

  • M2b: kan <hem>>zich> verzetten

197;al.1;14

  • M2b: den ander<-en>

197;al.1;15

  • M2a: Zwijg, zwijg <+,> laat hem

197;al.1;18

  • M2b: een manke<-n>

197;al.1;20

  • M2b: de<-n> <sekond>>seconde>

197;al.1;22

  • M2b: een verschrompelde<-n>

197;al.1;23

  • M2b: eene<-n>
  • D: een<-e>

197;al.1;24

  • M2a: profi<+e>teeren
  • M2b: profi<-e>teeren

197;al.1;26

  • M2a: een eenzamen manken. <- Punt.>
  • M2b: een eenzame<-n> manke<-n>.

197;al.2;2

  • M2a: <+,> want wat antwoordt ge op iemand
  • D: , want wat antwoordt ge <op>>aan> iemand

197;al.2;3-4

  • M2a: <+,> vraagt hij aan de schilderij waar hij zit naar te zien.
  • D: , vraagt hij aan de schilderij waar hij <zit naar>>naar zit> te zien.

197;al.2;4-5

  • M2b: en zeggen <+:> het is goed, Heer <+,> het is allemaal wel?
  • D: en zeggen <:>>,> het is goed, Heer, het is allemaal wel?

197;al.2;6

  • M2b: een meisken <die>>dat>

197;al.2;7

  • M1b: vouw<d>>t>

197;al.2;7-8

  • M1b: bezig ben bekruipt mij altijd die<-n>zelfde<-n> afschuwelijke<-n> gedachte,
  • M2a: bezig ben <+,> bekruipt mij altijd diezelfde afschuwelijke gedachte,

197;al.2;11

  • M1b: beproef<d>>t>

198;al.2;1

  • M2a: [-X] Voor <us # u> is alles
  • M2b: [+X] Voor u is alles

198;al.2;2

  • M1a: een diepen put <+,> zegt Morris. Een diepen put
  • D: een diepe<-n> put, zegt Morris. Een diepe<-n> put

198;al.2;4-5

  • M2a: eens geteekend <+,> de eene pakt den anderen zijnen hoed,
  • M2b: eens geteekend, de eene pakt den andere<-n> zijn<-en> hoed,

198;al.2;6

  • M2a: zijn schoonste gedachten, ik lach er mee <+,> maar
  • D: zijn schoonste gedachten <,>>.> <i>>I>k lach er mee, maar

198;al.2;7-8

  • D: de ander<+e> dieren

198;al.2;11

  • M2a: ze drinken <+,> paren

198;al.2;13-14

  • M2b: dat ons doet vragen <+:> waarom <,>>?> <e>>E>n datzelfde verstand welke ons zegt:
  • D: dat ons doet vragen: waarom? En datzelfde verstand <welke>>dat> ons zegt:

198;al.2;15

  • M2b: geen antwoord op <- dien waarom>.

198;al.3;1

  • M2a: Haha <+,> zoo klappen ze,

198;al.3;8

  • M2b: vinden <,>>.> <e>>E>n ziet ge het,

198;al.3;8

  • D: haar zelve<-n>

198;al.3;9

  • M2b: <alleen niet>>niet alleen>

198;al.4;4

  • M1b: presies iets tracht<-t>en te grijpen, en juist
  • M2a: <presies>>precies> iets trachten te grijpen, en juist
  • M2b: precies iets trachten te grijpen <,>>.> <e>>E>n juist

198;al.4;7-8

  • M2a: [-X] Alleen Albrik

198;al.4;9

  • M2a: <z>>d>ie <+,> daar
  • M2b: <d>>z>ie, daar

199;al.1;1

  • D: de ander<+e> twee

199;al.1;2

  • M2a: iets heelemaal anders <:>>.> Het kan

199;al.1;5

  • M2a: luisteren <.>>;> <W>>w>ant
  • D: luisteren <;>>:> <w>>W>ant

199;al.1;6

  • D: een donkere<-n> put <,>>:> de mensch

199;al.1;7-8

  • M2a: ziekte <+,> kwelling en dood, er is godslastering <+,> ellende en twijfel.

199;al.1;8-9

  • M2a: En aan de menschen zelf, de mensch als mensch, als kleine domme onwetende, als man van den luien hoek <+,> daar zoudt ge
  • M2b: En aan de menschen zelf, de mensch als <- mensch, als kleine domme onwetende,> man van den luien hoek, daar zoudt ge

199;al.1;13

  • M2b: duizende<+n> en duizende<+n>

199;al.1;14

  • M1b: Is dat niet <heerlijk>>schoon!>,
  • M2a: Is dat niet schoon <-!>,

199;al.1;15

  • M2a: om leven als ge zoo iets beseft <!>>?> Ja <+,>
  • D: om <+ te> leven als ge zoo iets beseft? Ja,

199;al.1;16-17

  • M2a: <- de> simbolen
  • D: <simbolen>>symbolen>

199;al.1;19

  • M2a: gelijk de mieren <+,>

199;al.1;21

  • M2a: neerstort<-t>en

199;al.1;22-23

  • M2a: van doode mierenlijven <+,> en dezen die na hen komen <+,> triomfantelijk
  • D: van doode mierenlijven <-,> <en dezen die na hen komen>>om hen die volgen>, triomfantelijk

199;al.1;24

  • M2b: een schoonere<-n> wereld

199;al.2;2

  • M2b: de<+n> andere

199;al.2;4

  • M2a: in terpentijn <+,> want

199;al.2;6

  • D: <heelzeker>>heel zeker>

199;al.2;7

  • M2b: een manke<-n>

199;al.2;8

  • M2b: een hulpelooze<-n>

199;al.2;9

  • M2a: [-X][?] Omdat Bernard
  • D: [-X][?] Omdat Bernard

199;al.2;11

  • M1a: niet wegkrijgen { } Want
  • M2a: niet wegkrijgen < { }>>,> <W>>w>ant
  • D: niet wegkrijgen <,>>;> want

200;al.1;1

  • D: verre <- verre> ster

200;al.1;2

  • M2b: eens zal werkelijkheid <- zijn>.
  • D: eens <- zal> werkelijkheid <+ zal zijn>.

200;al.1;3

  • D: als <al dezen>>allen> die ze nu kent en <- dezen> die

200;al.1;3-4

  • M2a: reeds lang <+,> lang gaan gestorven zijn, dan
  • M2b: reeds lang, lang gaan gestorven zijn <,>>.> <d>>D>an
  • D: reeds lang <-, lang> gaan gestorven zijn. Dan

200;al.1;5-6

  • M2a: <+,> druipend van zon en licht, van waarheid <+,> goedheid <+,> schoonheid <+,> menschen die

200;al.1;8

  • M2a: <haar>>zich>

200;al.1;8-9

  • M2a: tegen haar zelven: <N>>n>u kunt ge gerust zijn <!>>,> ge zijt een mier,
  • D: tegen haar zelve<-n>: nu kunt ge gerust zijn, ge zijt een mier,

200;al.1;9

  • M2a: stort<-t>en

200;al.1;12

  • D: ander<+e> menschen

200;al.1;13

  • M2a: <- En> <z>>Z>e blijft staan

200;al.1;15

  • M2a: <+,> zegt ze, alles heeft een doel.
  • D: , zegt ze, alles heeft <- een> doel.

200;al.1;16-17

  • M2a: <+ en> op haar roept <.>>,> <R>>r>oept en lacht en op hun billen kletst <,>>.> <g>>G>e moet
  • M2b: <en>>,> op haar roept, roept en lacht en op hun billen kletst. Ge moet
  • D: <-,> op haar roept, roept en lacht en op hun billen kletst. Ge moet

200;al.1;18-19

  • M2a: van achter een raam <+,>

200;al.1;19-20

  • M2a: hen gade te slaan <.>>:> Guido.

200;al.2;5

  • D: hoe leeger <+,> hoe doelloozer

200;al.2;5

  • M2a: sluit <hem>>zich> op

200;al.2;6-7

  • M2a: honderden boeken <.>>,> <B>>b>oeken die niets <méer>>meer> kunnen

200;al.2;9

  • M2b: die<-n> mensch

200;al.2;10

  • D: <camion's>>camions>

200;al.2;13

  • D: de namen <+ er> op

200;al.2;14-15

  • M2b: een andere<-n> mensch

201;al.1;1

  • M2a: <hem>>zich>

201;al.1;1-2

  • M2a: ter<+r>einen te kijken <,>>.> <h>>H>ij doolt

201;al.1;3

  • M2a: <+,> zegt hij,

201;al.1;5

  • M2a: den breed<-sten> muur
  • M2b: den breed<+en> muur

201;al.1;6

  • M2b: Iederen morgen<-d>

201;al.1;8

  • M2b: waar <- er> een mijnramp is,

201;al.1;8-9

  • M2a: <revolusie>>revolutie> of weeral een nieuwen oorlog,
  • M2b: revolutie of weeral een nieuwe<-n> oorlog,

201;al.1;9

  • M2b: <vlaggeken>>vlagsken>

201;al.1;10

  • M2a: Ja <+,> en zooveel vlaggekens
  • M2b: Ja, en zooveel <vlaggekens>>vlagskens>
  • D: Ja, en zooveel vlagskens <+,>

201;al.1;11-12

  • M1a: daar zit hij in { } uren aan een stuk
  • M2a: daar zit hij in <{ }>>,> uren aan een stuk <+,>

201;al.1;15

  • M2a: <- op>schrijfboeken

201;al.1;16

  • M2a: <+,> want hij draagt

201;al.1;17

  • M2a: [-X] Hij komt terug beneden

201;al.1;18-19

  • M2a: koopt hij <- hem> een camera, het duurste <het>>en> fijnste aparaat <+,> want
  • D: koopt hij een camera, het duurste en fijnste ap<+p>araat, want

201;al.1;19-20

  • M1b: <biolog[xxx]>>biologies>
  • M2a: <biologies>>biologisch>

201;al.1;20

  • M2a: de <meiden>>meisens>

201;al.1;21

  • M2b: een groot geleerde<-n>

201;al.1;22

  • M2b: een groote<-n> zot

201;al.1;23-24

  • M2a: <d>>D>at is toch om de <- ander> landen

201;al.1;25

  • M2b: zitten te doen <.>>?>
  • D: zitten <- te> doen?

201;al.1;25

  • D: filmap<+p>araat

201;al.1;26

  • M2b: mee filmen <.>>!>

201;al.2;4-5

  • M2a: pakt ze <- haar> een dure sigaar.

201;al.2;5

  • M2a: in een zetel <+,> met haar <knieên>>knieën>

201;al.2;6

  • M2a: te smooren en den rook in te halen <+,>
  • D: te smo<-o>ren en den rook in te halen,

201;al.2;7-8

  • M2a: Ja <+,> als een man die smoort <+,> iets tegenkomt eender wat,
  • M2b: Ja, als een man die smoort <-,> iets tegenkomt <+,> eender wat,

201;al.2;9

  • M2b: pakken <,>>.> <e>>E>n zet

201;al.2;11

  • D: smo<-o>ren

202;al.1;1

  • M2a: <presies>>precies>

202;al.1;1

  • M2a: [-X] Ze ligt daar

202;al.1;2-3

  • M2a: de <dubbeldeur>>dubbele deur>

202;al.2;2

  • M2a: twee knechten <.>>[x]> <-En> het jong ding dat
  • M2b: twee knechten <[x]>>.> <h>>H>et jong ding dat
  • D: twee knechten <.>>;> <H>>h>et jong ding <+,> dat

202;al.2;2-3

  • M2a: lijk een riet <+,> brengt

202;al.2;4-5

  • M2a: felder <+,> zegt er eenen,
  • M2b: <felder>>feller>, zegt er een<-en>,

202;al.2;5

  • D: <k>>c>ontentement

202;al.3;1

  • M2a: [+X] Ze ziet hem en rap
  • M2b: [X] Ze ziet hem <+.> <e>>E>n rap

202;al.3;3

  • M2b: Het is een fijne<-n> <+,> zegt een

202;al.4;3

  • M2a: open, er moet een wit scherm geplaatst <+,> en vanachter
  • M2b: open <,>>.> <e>>E>r moet een wit scherm geplaatst, en vanachter
  • D: open <.>>,> <E>>e>r moet een wit scherm geplaatst, en vanachter

202;al.4;4-5

  • M2a: drie <+,> vier keeren

202;al.4;6

  • M2b: zitten <zien>>kijken> <+,>
  • D: zitten <kijken>>zien>,

202;al.4;7

  • D: en <+ er> iemand anders

202;al.4;8

  • M2a: <- En> <a>>A>lmeteens

202;al.4;9-10

  • M2b: in zijn<-en> kop kon geboren worden.
  • D: in zijn kop <kon geboren>>geboren kon> worden.

202;al.4;10

  • M2a: <- En> <v>>V>anavend

202;al.4;16

  • D: <paletoo>>paletot>

202;al.4;16

  • M2a: <Savends>>'s Avends>

203;al.1;1

  • M2a: flapt uit en zijt nu stil <+,>
  • M2b: flapt uit <+.> <e>>E>n zijt nu stil,
  • D: flapt uit <.>>,> <E>>e>n zijt nu stil,

203;al.1;2

  • D: de<-n> cinema

203;al.1;3

  • M2a: onverwacht<-t>e momenten

203;al.1;3

  • M2a: dacht<-t>en

203;al.1;7

  • M2a: over Onsheer <:>.> En zijt nu

203;al.1;8

  • M2a: <+,> op wat trekt dat nu?

203;al.1;9

  • M2a: tenminste<-n>

203;al.1;12

  • M2b: te zwieren <,>>.> <h>>H>ij zingt

203;al.1;12

  • M2a: <+,> want het is

203;al.1;16-17

  • D: <in>>op> den grond

203;al.1;17-18

  • M2a: [X] [?] Die oude
  • D : [-X] Die oude

203;al.1;18

  • M2b: <zoo>>zóó> zijn zelven ziet <+,>

203;al.1;22

  • M2a: lach maar <+,> uwen toer
  • M2b: lach maar, uw<-en> toer

203;al.1;24-25

  • M2a: Hij drukt <hem>>zich> dicht tegen den trap
  • M2b: hij drukt zich dicht tegen de<-n> trap

203;al.1;26

  • M2a: <haar>>zich>

203;al.1;27

  • M2a: [-X] Dan is het

203;al.1;28

  • M2a: <hem>>zich>

203;al.1;29

  • M2b: ander dingen<-s>
  • D: ander<+e> dingen

203;al.1;30

  • D: <krapuleuste>>crapuleuze>

203;al.1;30

  • D: het laatst<+e>

203;al.1;36

  • M2a: Ja <+,> daar zijn <erbij>>er bij>

204;al.1;1

  • M2a: <vanachter>>van achter>

204;al.1;2

  • M2b: [X] [?] Hij komt den laatste<-n> buiten,
  • D: [-X] Hij komt <den>>het> laatste buiten,

204;al.1;3

  • M2a: Ja <+,> wat

204;al.1;5-6

  • M2b: de<-n> meest troostelooze<-n> van allemaal <+.>

204;al.2;3

  • D: <ongedachts>>onbedachts>

204;al.2;4

  • D: Dan voekt hij <,>>:> waarom

204;al.2;6

  • M2a: <Oh>>Ho> <+,> goed dan,
  • D: Ho <-,> goed dan,

204;al.2;10

  • M2a: Hij kan <hem>>zich> ergens

204;al.2;12

  • M2a: hij stelt <hem>>hme><+ zich>
  • M2b: hij stelt <- hme> zich

204;al.2;14-15

  • M2a: gaan zien <+,> zegt hij daar, en ze zijn zoo hoog al.
  • D: gaan zien, zegt hij daar, en ze zijn <zoo>>zóó> hoog al.

204;al.2;16

  • M2a: Wel <+,> wel <- wel> Ingels!
  • M2b: Wel <-,> wel <+,> Ingels!

204;al.2;18

  • M2a: wacht<-t>en

204;al.2;19

  • M2a: [-X] Ondertusschen

204;al.2;21

  • M2b: rechts <,>>.> <z>>Z>e wacht.

204;al.2;21

  • D: <naar>>op> iets

204;al.2;22

  • M2b: Iedere<-n> mensch

204;al.2;23

  • D: <naar>>op> iets

204;al.2;23

  • M2a: <- En> <z>>Z>e gaat

204;al.2;24-25

  • M2a: <presies>>precies> voort <+,> zegt Elie,

204;al.2;25-26

  • M2b: <-s>linke schouder
  • D: <linke schouder>>linkerschouder>

204;al.2;26

  • M2a: reumathiek <+,> zegt Maria,
  • D: <reumathiek>>rheumatiek>, zegt Maria,

204;al.2;28

  • D: <+,> met een pak <ouate>>watte> onder uw kleed <+,>

204;al.2;30

  • M2b: dezelfde medicijn <,>>:> eens naar
  • D: dezelfde medicijn <:>>;> eens naar

205;al.1;1

  • D: haar zelve<-n>

205;al.1;3

  • M2b: in de voorstad <- gaan> doen?

205;al.1;5

  • M2a: tusschen de werken <.>>,> <E>>e>n als

205;al.1;8

  • M2a: <- En> <d>>D>e menschen

205;al.1;9

  • M2a: <snachts>>'snacht>
  • D: <'snacht>>'s nachts>

205;al.1;12

  • M2a: <presies>>precies>

205;al.2;3

  • M2a: met een affiche achter <+,> waarop
  • D: met een affiche <+ er> achter, waarop

205;al.2;5

  • M2a: vereenigen <hen>>zich>

205;al.2;10

  • M2b: vraagt <hem>>zich> twijfelend af

205;al.2;15

  • M2a: Ja <+,> en dan

205;al.2;16

  • M2b: uw<-en> bond

205;al.2;19

  • M2a: Zotten <+,> roept <+ hij>, driedubbele idioten.

205;al.2;20

  • M2a: <hem>>zich>

205;al.3;1

  • M2a: [+X] Jean zoekt den eersten den besten
  • M2b: [X] Jean zoekt den eerste<-n> den beste<-n>

205;al.3;1

  • M2a: behoor<d>>t>

206;al.1;1

  • M2a: <hem>>zich>

206;al.1;1-2

  • M2b: ander dingen<-s> rond zijn hoofd <,>>.> <m>>M>et een tweeduizend misschien.
  • D: ander<+e> dingen rond zijn hoofd. Met een tweeduizend misschien.

206;al.1;3

  • M2a: brand<-d>en

206;al.1;5

  • M2a: en st<-r>ooi dat geld
  • M2b: en st<+r>ooi <dat>>hun> geld
  • D: en strooi <hun>>dat> geld

206;al.1;6

  • M2a: leef zonder geld <+,>

206;al.1;7

  • M2a: brood <+,> patatten en vleesch

206;al.1;8

  • D: <steken hebben>>hebben steken>?

206;al.1;8

  • M2a: Ja <+,>

206;al.1;13-14

  • M2a: alle veertien dagen <!>>,> roept hij Jean achterna. [X] [?] In zeven haasten
  • D: alle veertien dagen, roept hij Jean achterna. [-X] In zeven haasten

206;al.1;15

  • M2a: den <allee>>allée>
  • M2b: de<-n> allée

206;al.1;16

  • M2b: zoo <+ rap> mogelijk

206;al.1;18

  • M2b: <- Van> <m>>M>et de eerste klaarte

206;al.1;20

  • M2b: in den morgen<-d>, grauw en dood met
  • D: in den morgen, grauw en dood <+,> met

206;al.1;21-22

  • M2a: kapotgetorten boskool <+,> tubekens verf
  • D: kapotgetorte<-n> boskool, tubekens verf

206;al.1;26-27

  • D: om doorgebracht <,>>.> <l>>L>ijnen en kleuren <en>>,> tonen

206;al.1;28

  • M2a: Een mondhoek van Marian <+,> die

206;al.1;30

  • M2b: zachte<-n> schijn

206;al.1;31-32

  • M2b: in den schaduw <,>>.> <e>>E>n in de diepte van de keel een teedere<-n>
  • D: in de<-n> schaduw <-.> <E>>e>n in de diepte van de keel <+.> <e>>E>en teedere

206;al.1;32-33

  • M2b: voelen moet <-,> als ge schilder zijt <+,> rap rap

206;al.1;34

  • M2a: [X] [?] Hij wacht naar Marian,
  • D: [-X] Hij wacht <naar>>op> Marian,

206;al.1;35

  • M2b: horloge <,>>:> nog twee uur <,>>.> <e>>E>n die
  • D: horloge <:>>,> nog twee uur <.>>,> <E>>e>n die

206;al.1;36

  • M2b: naar de<-n> koer, van de<-n> koer

207;al.1;2

  • M2b: een koude<-n> rommel

207;al.1;3

  • M2a: stond<-t>

207;al.1;6

  • M2a: <zélf>>zelf> gewacht heeft naar
  • D: zelf gewacht heeft <naar>>op>

206;al.1;7

  • M2a: haren beto<+o>verenden glimlach.
  • M2b: <haren>>haar> betooverenden glimlach.

207;al.1;7-8

  • M2b: morgen<-d>licht

207;al.1;9

  • M2a: wacht<-t>en

207;al.1;11

  • M2a: <alles-zeggenden>alleszeggenden>

207;al.1;12

  • D: [-X] En denkt ge

207;al.1;13

  • M2a: een stommerik <.>>,> <D>>d>at hij

207;al.1;16

  • D: Wat zou hij <.>>!>

207;al.2;2

  • D: een <dooden-rust>>doodenrust>

207;al.2;4

  • M2a: aan te geven, er bestaat geen tijd meer <+,>
  • M2b: aan te geven <,>>.> <e>>E>r betsaat geen tijd meer,

207;al.2;6-7

  • D: een diepe<-n> diepe<-n> koele<-n> vijver

207;al.2;7

  • M2b: Haar oogen en haar mond <,>>!> <e>>E>n zijn

207;al.2;10

  • D: laat men <- na> hem zeggen

207;al.3;1

  • M2a: [+X] Hier zitten

207;al.3;2

  • M2a: <zelf-vergeten>>zelfvergeten>

207;al.3;5

  • D: haar zelve<-n>

207;al.3;8

  • M2a: wacht<-t>en

207;al.3;8-9

  • M2a: vergeten <.>>,> <E>>e>n misschien

208;al.1;2

  • M2a: <- En> <d>>D>e vrouw lacht,

208;al.1;3

  • D: niets gemeen<-s>

208;al.1;4

  • M2a: [-X] Ja <+,> en daar

208;al.1;5

  • D: dingen<-s>

208;al.1;7-8

  • M2b: stuk hemel is <,>>:> zij is maar een meisje, een mensch <,>>.> <e>> E>n daarom
  • D: stuk hemel is <:>>;> zij is maar een meisje, een mensch. En daarom

208;al.1;8-9

  • D: haar zelve<-n>

208;al.1;9

  • M2a: al mankende <!>>.> Ach <+,>

208;al.1;11

  • M2a: <hém>>hem>

208;al.2;3

  • M2a: <mórgen>>morgen>

208;al.2;5

  • M2a: <haar>>zich>

208;al.2;6

  • M1b: [X] Morgen zegt hij. Haha morgen, hoeve<-e>len
  • M2a: [-X] Morgen <+,> zegt hij. Haha <+,> morgen, hoevelen
  • D: [-X] Morgen, zegt hij. Haha, morgen <,>>.> <h>>H>oevelen

208;al.2;7

  • M2a: <voór>>voor> hem

208;al.2;8

  • M2a: grauwste <+,> dofste wanhoop <:>>.> Morgen. Daar klampt

208;al.2;12

  • M2a: Maar wacht: morgen <.>>,> <M>>m>orgen.

208;al.2;14-15

  • M2a: ach <+,> het is <presies>>precies>

208;al.2;16

  • D: den donker<-en>

208;al.2;18

  • M2b: de<-n> trap

208;al.2;19

  • D: iets heel simpel<+s>

208;al.2;19

  • M2a: <haar>>zich>

208;al.2;21

  • M2a: een leven<-d> iets
  • M2b: een leven<+d> iets

208;al.2;24

  • M2a: dat hij <hem>>zich> afvraagt <+:> hoe hoort ze het niet <!>>[x]>
  • D: <+,> dat hij zich afvraagt: hoe hoort ze het niet <[x]>.>

208;al.2;24-25

  • M2a: [X] [?] Als zij daar stond<-t>
  • D: [-X] Als zij daar stond

208;al.2;25

  • D: iets onstoffelijk<+s>

209;al.1;1-2

  • M2a: van maanlicht <+,> sneeuw of mist

209;al.1;2-3

  • D: <dat>>die> een broos

209;al.1;3

  • M2a: [-X] Hij komt binnen

209;al.1;5

  • D: vleesch en bloed is <,>>.> <h>>H>et almachtige,

209;al.1;6

  • M2a: [-X] Loop nu weg <+,> zegt hij

209;al.1;6-7

  • M2a: loop nu weg <+,> arme manke dwaas,

209;al.1;9-10

  • M2b: een razende<-n> trein

209;al.1;12

  • M2a: <haar>>zich>

209;al.1;14

  • D: <+,> en zijn wereld

209;al.1;15-16

  • M2a: ineenstort<-t>en. [-X]<- En> <l>>L>ijk een autovoerder

209;al.1;19

  • D: <+,> want het breekt,

209;al.1;20-21

  • M2b: in zijn mouw loopen <.>>...> Ze is lang weg, Marian.

209;al.1;22

  • M1b: hij verwar<-d>t <hem>>zich>.

209;al.1;23

  • M2a: Elie <+,> zegt hij,

209;al.2;1

  • M2a: [X] [- witregel] Marian weet

209;al.2;2

  • M2b: morgen<-d>

209;al.2;4-5

  • M2a: op iemand <.>>,> <I>>i>emand

209;al.2;5

  • M2a: den <carree>>carré>

209;al.2;5-7

  • M2a: Wel wel Carrie, Carrie <+,> leeft ge nog? Ja <+,> ze leeft nog, en spijtig genoeg misschien
  • D: Wel wel <+,> Carrie, Carrie, leeft ge nog? Ja, ze leeft nog, en spijtig genoeg misschien <+,>

209;al.2;7

  • M2a: Heengaan is niets <+,>

207;al.2;13

  • M2a: naar u vraagt <+,> zegt Marian en de andere
  • M2b: naar u vraagt, zegt Marian <+.> <e>>E>n de andere

209;al.2;14

  • M1b: gekam<t>>d>, met haren pullover
  • M2b: gekamd, met <haren>>haar> pullover

210;al.1;1

  • M2a: zegeviert ze <+,> van voor

210;al.1;5

  • M2a: dat ge ziet <+,> zegt er

210;al.1;6

  • M2a: Ja <+,> zeg maar

210;al.1;6-7

  • M2a: zoo totaal <óp>>op>. [-X] Maria verbergt iets

210;al.1;7

  • D: met een grauw papier <+ er> over.

210;al.1;8-9

  • M2a: Och niets, een mand <+ met> <.>>...> En Carrie
  • D: Och niets <-,> een mand met... En Carrie

210;al.1;10-11

  • M1b: haar oogen van veel <+ verbeten> <leed>>pijn> en opgekropt <pijn>> leed>,
  • D: haar oogen <+,> van veel verbeten pijn en opgekropt leed,

210;al.1;13

  • M2b: <haren>>haar> mond

210;al.1;13

  • M2a: niet waar <+,> moeder,

210;al.1;14

  • M2b: <haren>>haar> kop

210;al.1;14-15

  • M2a: <H>>h>et was niet voor mij <+,> kind. Neen <+,> en voor wie dan? Ja <+,>

210;al.1;15

  • M2a: <presies>>precies>

210;al.1;16

  • M2a: <J>>j>a <+,> hoe kan ik dat nu weten <+,> maar ik dacht,
  • D: ja, hoe kan ik dat nu weten <,>>...> maar ik dacht <, >>...>

210;al.1;19

  • M2a: Moeder, moeder <+,> zegt ze,

210;al.1;22

  • D: <dat>>als> Maria

210;al.1;25

  • M2a: de <knieên>>knieën>

210;al.1;29

  • M2a: Heer <+,> verlos ons van de zonde.
  • 210;al.1;29
    • D: [-X] Marian loopt

    210;al.1;35

    • M2b: die ze nog heel goed kent, een<-en>
    • D: die<+n> ze nog heel goed kent, een

    211;al.1;1-2

    • M2b: zooiets vragen <,>>.> <e>>E>n toch krijgt ze het over haar bloedelooze lippen niet.
    • D: zooiets vragen. En toch krijgt ze het <+ niet> over haar bloedelooze lippen <- niet>.

    211;al.1;3

    • M2b: zijn<-en> bureau

    211;al.1;4

    • M2a: moei<-e>lijk

    211;al.1;5-6

    • M2a: ziet voortgaan doet het goed aan uw hart <+,>
    • M2b: ziet voortgaan <+,> doet het goed aan uw hart <-,>

    211;al.1;9

    • M2a: in vlam en vuur <,>>.> <h>>H>ij legt

    211;al.1;13-14

    • M2a: <- Want> <a>>A>lles

    211;al.1;15

    • M2a: <- En> <z>>Z>e denkt aan

    211;al.1;16

    • M2a: [-X] Veel kan Marian

    211;al.1;17

    • M2b: <den>>het> blok

    211;al.2

    • M2a: [+X] En met haar lichte oogen

    211;al.2;2

    • M2a: geweest <heeft>>is>

    211;al.2;3

    • M2b: <- naar> buiten komt. Lijk iemand
    • D: <+ naar> buiten komt <.>>,> <L>>l>ijk iemand

    211;al.2;4

    • D: en <- die> tot het besef komt

    211;al.2;5

    • M1b: geen fout aan <- aan> heeft.
    • M2a: geen <fout>>schuld> aan heeft.

    211;al.2;5-6

    • M2a: bij Bernard gaan <+,> zegt Marian.

    211;al.2;6

    • D: ze zet <haar>>zich>

    211;al.2;8

    • M2a: <knieên>>knieën>

    211;al.2;9

    • M2a: <Marian's>>Marians>

    211;al.2;12

    • M2a: <zevenentwintig>>zeven en twintig>

    211;al.2;15

    • M2a: <eeuwig-zelfde>>eeuwigzelfde>

    211;al.3;3-4

    • M2a: <presies>>precies> een zondagmorgend of een morgend van de<-n> kermis
    • M2b: precies een zondagmorgen<-d> of een morgen<-d> van de kermis
    • D: precies een <z>>Z>ondagmorgen of een morgen van de kermis <+,>

    212;al.1;2

    • D: ze maakt kropkens sla schoon <+,> en

    212;al.1;3-4

    • M1b: Ze snijdt fritten, <E>>e>n het is toch goed voor van den noen vraagt ze,
    • M2a: Ze snijdt fritten <, >>.> <- En> <h>>H>et is toch goed voor van den noen <+,> vraagt ze,
    • M2b: Ze snijdt fritten. Het is toch goed voor van <- den> noen, vraagt ze,

    212;al.1;4-5

    • M2a: Ja <+,> het is goed, het kan hem eigenlijk geen zier schelen
    • M2b: Ja, het is goed, het kan hem eigenlijk <geen zier>>niet> schelen

    212;al.1;6

    • D: vinger<-en>
    • W: vinger[+en]

    212;al.1;8-9

    • M1b: als een ouden luien koning in zijn geluk te <ber[xx]ten>>berusten<, en lijk een machteloozen
    • M2b: als een ouden luien koning in zijn geluk te berusten, en lijk een machtelooze<-n>
    • D: als een oude<-n> luie<-n> koning in zijn geluk te berusten, en lijk een machtelooze

    212;al.1;9

    • D: verte<-e>ren

    212;al.1;11

    • M2a: <+,> zegt ze,

    212;al.1;12

    • D: schuif eens wat op <.>>!>

    212;al.1;13

    • D: zijn <hart>>hert>

    212;al.1;14

    • M2a: <+,> vraagt hij, maar hij verzet <hem>>zich> niet,

    212;al.1;18-19

    • M2a: Haha <+,> ze is terug <-,> en ze ziet zoo mager en zoo bleek!
    • D: Haha, ze is terug en ze ziet zoo mager en zoo bleek <!>>.>

    212;al.1;21

    • M2b: <den>>het> laatste<-n> tableau

    212;al.1;23

    • M2a: alledaags<+ch> geluk

    212;al.1;23

    • M2b: Bah, peinst hij <,>>.> <w>>W>ant

    212;al.1;26

    • M2a: En Rusten<+d> Meisje

    212;al.1;28

    • M2a: Het is niet slecht <+,> zegt hij, en den grimlach
    • D: Het is niet slecht, zegt hij, en de<-n> grimlach

    212;al.1;29

    • M2a: <hem>>zich> rond zijn mond. Hij zet <hem>>zich>

    212;al.1;31

    • M2a: laat hij <hem>>zich>

    212;al.1;32

    • M2b: van <+:> hoe doen ze u niet dood.
    • D: van <-:> <hoe doen ze>>hoe-doen-ze> u niet dood.
    • W: van [+:] [hoe-doen-ze]]hoe doen ze] u niet dood.

    212;al.1;34

    • M2b: Iedere<-n> mensch

    212;al.1;35

    • M2a: <+,> zegt hij,

    212;al.1;37

    • M2a: te hebben <,>>.> <v>>V>roeger

    213;al.1;2

    • D: denne<-n>naalden

    213;al.1;4

    • M2a: lacht<-t>e

    213;al.1;6-7

    • M2a: voorsteden, schilderijen <+,> brillen, boeken en paraplu's. Niemand kijkt naar Carrie.
    • M2b: voorsteden, schilderijen, brillen, boeken en paraplu's. [+X] Niemand kijkt naar Carrie.
    • D: voorsteden, schilderijen, brillen, boeken en paraplu's. [-X] Niemand kijkt naar Carrie.

    213;al.1;8

    • D: als een grapje op <,>>.> <e>>E>n God

    213;al.1;10

    • M1b: de<-n> wereld

    213;al.1;10-11

    • M2a: <+,> roept Morris,

    213;al.1-al.2;7-1

    • M2a: uw andere zijde gezien heeftt <,>>.> [+X] <i>>I>k ben tevreden,
    • M2b: uw andere zijde gezien heeft. [-X] Ik ben tevreden,
    • D: uw andere zijde gezien heeft. [+X] Ik ben tevreden,

    213;al.2;2

    • M2a: dat iemand zien zal. [-X] En Marian ziet
    • M2b: dat iemand zien zal. En Marian <ziet>>kijkt>
    • D: <dat iemand>>iemand dat> zien zal. En Marian kijkt

    213;al.2;4

    • M2a: <+ daar> krijtwit <ziet>>zit>.

    213;al.2;4

    • D: Hoe valt ze <+ niet> van den zetel <- niet>?

    213;al.2;5

    • M2a: zegt ze <+,>

    213;al.2;5

    • M1b: moet haar aan den <zetel [?]>>ezel>
    • M2a: moet <haar>>zich> aan den ezel

    213;al.2;7

    • M2a: snokt <haar>>zich>

    213;al.2;8

    • M2a: Ge zult gestraft worden <+,> gij,

    213;al.2;10

    • M2b: <- En Carrie valt op den grond.> Marian loopt er <naartoe>>heen>

    213;al.2;12

    • M2a: Neen <+,>

    213;al.2;13

    • M2a: zegt ze <+,>

    213;al.2;15

    • D: een zachtzinnige<-n> mensch

    213;al.2;17

    • D: een wreede<-n> meester

    213;al.2;20

    • M2a: [-X] Straks zult ge nog gaan beweren <+,>

    213;al.2;21

    • M2a: Aai <+,> zwijg nu Morris,

    213;al.2;22

    • M2a: om <shemelswil>>'s hemelswil>,

    213;al.2;24

    • M2a: Kom <+,> we gaan naar huis,

    214;al.1;1

    • M2b: onder Carrie <den haren>>haar arm>, op straat
    • D: onder Carrie haar arm <,>>.> <o>>O>p straat

    214;al.1;2

    • M2a: nu schreien <+,> Carrie? Ja <+,>

    214;al.1;3

    • M2a: vroeger <+,> herinnert ge het u nog? en toen
    • M2b: vroeger, herinnert ge het u nog? <e>>E>n toen

    214;al.1;4

    • M2a: <+,> want ge weet niets, ja <+,>

    214;al.1;5

    • M2a: gij weet niet <+,> kind <+,>

    214;al.1;6-7

    • M2a: den <entree>>entrée> van den blok,
    • M2b: de<-n> entrée van <den>>het> blok,

    214;al.1;9

    • M2a: <snachts>>'s nachts>

    214;al.1;10

    • M2b: een <droef>>donker> geweten
    • D: een <donker>>slecht> geweten

    214;al.1;11

    • M2a: [-X] En Marian

    214;al.1;12

    • M2b: los <,>>.> <m>>M>ijn moeder? zegt ze

    214;al.1;13

    • D: zeker niet waar Carrie <.>>?> Het spijt mij <+,> Marian,

    214;al.1;14

    • M1b: ik stond<-t> daar in den donkeren
    • D: ik stond daar in den donker<-en>

    214;al.1;16

    • M2b: de<-n> trap

    214;al.2;3

    • D: te zien <+,> en

    214;al.3;2

    • D: met uw <oogen open>>open oogen>

    214;al.3;2-3

    • M2a: tracht<-t>en naar den morgend
    • M2b: trachten naar den morgen<-d>

    214;al.3;4

    • D: <haar>>zich> op den elleboog

    214;al.3;4

    • M2a: Jean <hem>>zich>

    214;al.3;10

    • M2a: <pull-over>>pullover>aan, dien ouden <pull-over>>pullover>
    • M2b: <pullover>>pull-over>aan, dien ouden <pullover>>pull-over>

    214;al.3;11

    • M2a: <- En> <k>>K>leeren

    215;al.1;1

    • M1b: ge kunt er u moeilijk van ontdoen <- en nieuw koopen>, ge denkt

    215;al.1;2-3

    • M2a: u zullen verontwaardigd of <+ [xxxxxxx xxxxxx xxxx xxx]> <+ een tiental woorden> bedroefd aanstaren, <ge>>[xx]> koopt u iets nieuw,
    • M2b: u zullen verontwaardigd of <- [xxxxxxx xxxxxx xxxx xxx] een tiental woorden> bedroefd aanstaren <,>>;> <[xx]>>en ge> koopt u iets nieuw,
    • D: u <- zullen> verontwaardigd of bedroefd <+ zullen> aanstaren; en ge koopt u iets nieuw<+s>,

    215;al.1;4-5

    • M2a: uwen ouden <pull-over>>pullover>
    • M2b: uw<-en> ouden pullover
    • D: uw ouden <pullover>>pull-over>

    215;al.2;1

    • M2a: [+X] Elie blijft aan het venster

    215;al.2;4

    • M2a: <haar>>zich>

    215;al.2;5

    • M2a: <presies>>precies>

    215;al.2;6

    • M2a: <haar>>zich>

    215;al.2;7

    • M2b: een zachte<-n> schijn

    215;al.2;8

    • M2a: <haar>>zich>

    215;al.3;1

    • M2a: <snachts>>'s nachts>

    215;al.3;3

    • M2a: dat niet te vergeven is. Ach <+,>
    • M2b: <dat>>wat> niet te vergeven is. Ach,

    215;al.3;5

    • M2a: waar gaat ge naartoe <+,> moeder?

    215;al.3;7-8

    • M2a: Neen <+,> ze kan het niet, moeit gij u met dingens
    • M2b: Neen, ze kan het niet <,>>.> <m>>M>oeit gij u met dingen<-s>
    • D: Neen, ze kan het niet <.>>:> <M>>m>oeit gij u met dingen

    215;al.3;8-9

    • M2b: En dat ik haar eens volgde, peinst ze <,>>.> <e>>E>ens, maar nu vannacht niet.
    • D: En <dat>>als> ik haar eens volgde, <peinst>>peinsde> ze. Eens, maar nu vannacht niet.

    215;al.3;9-10

    • D: Morgen <.>>,> <O>>o>mdat

    215;al.3;10

    • M2b: te weet te komen <+.> <o>>O>mdat

    215;al.3;11-12

    • D: <ons>>onze> handen voor <ons>>onze> oogen houden dan het leven <- te moeten> in het gezicht <+ te moeten> zien.

    215;al.3;13

    • M2a: neen Carrie <+,> daar zijt ge mis in, het moet
    • M2b: neen Carrie, daar zijt ge mis in <,>>.> <h>>H>et moet
    • D: neen Carrie, daar zijt ge mis in <.>>,> <H>>h>et moet

    215;al.3;14

    • M2b: een gekwelde<-n> droom

    215;al.3;15-16

    • M2a: een uitzinnige begeerte misschien, zonde, of wie weet wat allemaal. [-X] Elie komt op straat
    • D: een uitzinnige begeerte misschien, <zonde, of wie weet wat allemaal>>maar een kwaad geweten? Neen...> Elie komt op straat

    215;al.3;17

    • D: de<-n> diepste<-n> schaduw

    215;al.3;21

    • M1a: <halven # een halven> meter

    216;al.1;5

    • D: de<-n> last

    216;al.2;2

    • D: ze wachtte <naar>>op> iemand

    216;al.2;3

    • D: niet meer <naar>>op> hem. Ze wacht <naar>>op>

    216;al.2;4

    • M2b: eene<-n> die
    • D: een<-e> die<+n>

    216;al.2;4

    • D: als <+,> als...

    216;al.2;6

    • M2a: <haar>>zich>

    216;al.2;7

    • M2a: naar iemand wachtte <+,> die ze <haar>>zich>
    • D: <naar>>op> iemand wachtte, die<+n> ze zich

    216;al.2;9

    • M2b: <-,> om in te doolen,
    • D: om in te do<-o>len,

    216;al.2;9-10

    • M2b: morgen komt hij <,>>.> <m>>M>orgen

    216;al.2;10

    • M2a: <hem>>zich>

    216;al.2;12

    • M2a: liefhad<-t>, maar aan haren glimlach
    • M2b: liefhad <,>>.> <m>>M>aar aan <haren>>haar> glimlach

    216;al.2;13

    • M2b: zien <,>>.> <d>>D>at alles goed is,

    216;al.2;14

    • D: [-X] Haar handen

    216;al.2;14

    • M2a: <moeê>>moeë>

    216;al.2;15

    • M2a: <haar>>zich>

    216;al.2;16

    • M2b: En ze zou zeggen <:>>...> Ja, wat zou ze

    216;al.2;18

    • M2b: het graf <,>>;> lijk iemand

    216;al.3;1

    • M2a: Ach <+,> in dien tijd stelde ze <haar>>zich>

    216;al.3;3

    • M2a: het werd<-t> noen <+,> avend en nacht,

    216;al.4;1

    • M2a: Ze werd<-t>

    213;al.4;2

    • M2a: alle zenuwen op, en stil <+,> onmerkbaar stil,
    • M2b: alle zenuwen op <,>>.> <e>>E>n stil, onmerkbaar stil,

    216;al.4;4

    • M2b: de<+n> andere<+n>

    216;al.4;5

    • D: <m>>M>aandagnoen was of <z>>Z>aterdagavend.

    216;al.4;5-6

    • D: vergat zij <naar>>op> wie<-n> ze wachtte.

    216;al.4;6-7

    • M2a: [-X] Het verging haar lijk iemand die een langen <+,> langen weg

    216;al.4;7

    • M2a: <hem>>zich>

    216;al.4;8

    • M2b: doen moest <,>>.> <e>>E>n toch

    217;al.1;2

    • D: <- van> nu nog om te keeren.

    217;al.2;5

    • M2a: ijlte <+,> duisternis en

    217;al.3;1-2

    • D: gewend was <,>>.> <i>>I>ederen dag,

    217;al.3;4

    • M2b: <haren>>haar> kop

    217;al.3;6

    • D: liefko<+o>zende

    217;al.3;7-8

    • M2a: teeder <+,> zacht en lokkend,

    217;al.4;3

    • M2a: komt het <dáarbij>>daarbij> dat
    • D: komt het <daarbij>>daardoor> dat

    217;al.4;4

    • M2a: <haar>>zich>

    217;al.4;4

    • M2a: <Z>>z>ondagnanoen
    • D: <z>>Z>ondagnanoen

    217;al.4;8

    • M2a: Neen <+, > neen <+, >

    217;al.4;8-9

    • M2a: ze wacht hier naar iemand, en kijk <+, > hij is daar <! >>. >
    • D: ze wacht hier <naar>>op> iemand <,>>...> <e>>E>n kijk, hij is daar.

    217;al.4;9

    • D: sport<k>>c>ostuum

    217;al.4;10

    • M2b: <al>>reeds> lang?

    217;al.4;12

    • D: het hoofd <,>>:> ze is er grijs door geworden.

    217;al.5;1

    • M2a: dichter <+,> en ginder

    217;al.5;2

    • D: breeder <om>>en> breeder

    217;al.5;3

    • M2b: <+,> pinkt er

    218;al.1;2

    • M1b: pinkt <open [?]>>aan>
    • M2b: pinkt <- aan>
    • D: pinkt <+ aan>

    218;al.1;3

    • M2a: met de vroegploeg zijn <.>>,> <E>>e>n die <hen>>zich>
    • D: <met>>bij> de vroegploeg zijn, en die zich

    218;al.1;6

    • D: den donker<-en>

    218;al.1;8

    • D: <tusschen>>in> de leege straten.

    218;al.1;9

    • M2a: twee op <+,> die

    218;al.1;12

    • D: een<-e> met een lange

    218;al.1;13

    • M2a: <+,> zegt

    218;al.1;14-15

    • M2a: Het spook <+,> vraagt de andere,
    • D: Het spook, vraagt de ander<-e>,

    218;al.1;15

    • M2a: Ja <+,>

    218;al.1;17

    • M2a: En almeteens, zie <+,> daar zit ze,

    218;al.1;18

    • M2a: had<-t> het

    218;al.1;19

    • M2a: maar nu <!>>.>

    218;al.1;20

    • M2a: roept gij maar <+:> heila.

    218;al.1;20

    • D: <alle twee>>alletwee>

    218;al.1;21

    • D: aan zijn moustache <:>>.> ze moest

    218;al.1;22

    • D: <voort gaan>>voortgaan>

    218;al.1;23

    • M2a: laten zitten <!>>.>

    218;al.1;24

    • M2b: zijn<-en> tijd

    218;al.1;24

    • M2a: Zwijg <+,> gotver toch,

    218;al.1;25

    • M2a: heel zeker dood <.>>,> <E>>e>n hij legt

    218;al.1;26

    • M2a: Hé mensch <!>>.>

    218;al.1;27

    • M2b: <haren>>haar> kop
    • D: haar <kop>>hoofd>

    218;al.1;29-30

    • M2a: en des Heiligen Geestes <+,> amen <+,> zegt de oudste, hij pakt
    • D: <e>>E>n des hieligen Geestes, amen, zegt de oudste <,>>.> <h>>H>ij pakt

    218;al.1;31

    • M2b: <den>>het> blok

    218;al.1;31

    • M2a: <- En> Marian

    218;al.1;32

    • M2b: de<-n> trap <,>>:>

    218;al.1;33

    • M2b: een zware<-n> last

    218;al.1;34

    • M2b: den morgen<-d> <.>>?>

    218;al.2;3

    • D: Och <+,>

    219;al.1;4

    • M2a: een kwartuurken, wat zou het <+,> zegt de oudste,
    • M2b: een kwartuurken <,>>.> <w>>W>at zou het, zegt de oudste,

    219;al.2;2

    • M2b: een stille<-n> lach

    219;al.2;5

    • D: en <+ het> mij zeggen

    219;al.2;6

    • M2a: tegen de doode <,>>.> <h>>H>oudt uw geheim <+,>

    219;al.2;9

    • M2a: <hem>>zich>

    219;al.2;10

    • M2a: Ja <+,> zegt hij,

    219;al.2;17-18

    • M2a: sla eenen zijn<+en> kop af
    • M2b: sla eene<-n> zijn<-en> kop af
    • D: sla <eene>>iemand> zijn kop af

    219;al.2;18-19

    • M2a: [X] [?] <- En> Elie wordt begraven,
    • D: [-X] Elie wordt begraven,

    219;al.2;20

    • M2b: de<-n> doodenwagen

    219;al.2;22-23

    • M2a: staan, <D>>d>en boulevard zegt het jong jong volk
    • M2b: staan, <+ op> den boulevard <+,> zegt het jong volk

    219;al.2;23

    • M2a: <Boeikens>>Boeykens>

    219;al.2;25

    • M2a: <- En> Maria schreit, schreit.

    219;al.2;26

    • M2b: er niet van over <:>>.> <e>>E>n zeggen
    • D: er niet van over <.>>;> <E>>e>n zeggen

    219;al.2;30

    • M2a: <Boeikens>>Boeykens>

    219;al.2;30-31

    • D: neven Jean <,>>.> Jean neven

    219;al.2;31

    • M2a: <Boeikens>>Boeykens>

    219;al.2;32

    • M2b: niet open <,>>.> <h>>H>et is

    219;al.2;33

    • M2a: <Boeikens>>Boeykens>

    219;al.2;34

    • M2a: Ja <+,> het is wel waar.

    220;al.1;3

    • M2a: <haar>>zich>

    220;al.1;4

    • D: iets nieuw<+s>

    220;al.1;4

    • M2a: [-X] Carrie peinst

    220;al.1;5

    • D: dat het een straf is <,>>.> <i>>I>emand

    220;al.1;6

    • M2a: buiten moet <+,> want

    220;al.1;7

    • M2b: doodnijpen <.>>,> <Z>>z>oo iemand
    • D: doodnijpen, <zoo>>zóó> iemand

    220;al.1;7-8

    • D: iets geweldig<+s>

    220;al.1;10

    • M2b: de<-n> Blinde<-n>

    220;al.1;11

    • D: een blinde<-n>

    220;al.2;1

    • M2a: [X] <- En> <D>>d>at wat u drijft naar duistere dingens,
    • M2b: [X] Dat wat u drijft naar duistere dingen<-s>,

    220;al.2;2

    • D: donker<-en>

    220;al.2;3-4

    • M2b: de<-n> simpelste<-n> om uit te spreken is vaneigens de<-n> duivel.

    220;al.2;8

    • M2b: aanraken <+,> werden ze voor haar neus dichtgeklapt <,>>:>

    220;al.2;10

    • M2a: toch in <+,> dat ik

    220;al.2;12

    • M2a: <,>>:> wat gebeur<d>>t> daar
    • D: <:>>,> wat gebeurt daar

    220;al.3

    • M2a: [+X] Heelzeker

    220;al.3;1

    • M2b: dingen<-s> die niet te noemen zijn, afgrijselijke dingen<-s>

    220;al.3;2

    • D: opwond<-d>en

    220;al.3;3-4

    • M2b: Toen liep ze heen <+...> en toen kwam ze terug <+...> bleek geworden en <presies>>precies> ziek.

    220;al.3;9

    • M2b: de<-n> koer waar de<-n> regen

    220;al.3;9

    • M2a: ze <moét>>moet>

    220;al.3;10

    • M2a: [-X] En ze is

    220;al.3;12

    • M2a: den specialen <entree>>entrée>
    • M2b: de<-n> speciale<-n> entrée

    220;al.3;12

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    220;al.3;13

    • M2a: soms eens blijven staan en <asem>>adem> scheppen.
    • D: soms <- eens> blijven staan en adem scheppen.

    220;al.3;14-15

    • D: haarzelve<-n> uit waarom ze hier komt <,>>.> <o>>O>mdat

    221;al.1;1

    • M1b: dien ansgt <- niet> onmogelijk

    221;al.1;2

    • M1b: <ieder>>elk> woord

    221;al.1;4

    • D: <naar>>op>

    221;al.1;4

    • M2a: Ja <+,>

    221;al.1;7

    • M2a: <knieên>>knieën>

    221;al.1;8

    • M2a: <+,> want

    221;al.1;9

    • D: <dán>>dan> zeggen <.>>!>

    221;al.1;10

    • M2a: <B>>b>eul die ge zijt, laat me toch met rust. <- En> <d>>D>an bidt ze

    221;al.1;12

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    221;al.1;12

  • M2a: <+,> die durft

    221;al.1;16

    • D: vergeet dat <+,> mijn kind,

    221;al.1;17

    • M2a: [-X] Ze komt op het bovenste <alléeken>>allééken>.

    221;al.1;20-21

    • M2a: Zoo <!>>,> kom binnen, zegt hij.

    221;al.1;22

    • M2a: ze vraagt <haar zelven>>zich> af

    221;al.1;25

    • M2a: <- En> <e>>E>r staat

    221;al.1;26

    • D: de<-n> vierde<-n> poot <+,> die afgebroken is.

    221;al.1;27

    • M2a: <+,> vraagt ze

    221;al.1;27-28

    • M2b: stemmeken, hoewel ze <zeer>>heel> goed ziet
    • D: stemmeken <,>>;> hoewel ze heel goed ziet

    221;al.1;30

    • M2a: <forsig>>forsch>

    221;al.1;32

    • M2b: haat <die>>wat> er in zijn oogen ligt
    • D: haat wat <- er> in zijn oogen ligt

    221;al.1;33-34

    • M2b: <den>>het> natte<-n> doek
    • D: <het>>den> natte<+n> doek

    221;al.1;35

    • M2a: wat had<-t>

    221;al.1;36

    • M2b: <den>>het> natte<-n> doek
    • D: <het>>den> natte<+n> doek

    221;al.1;37

    • D: een vormelooze<-n> bol

    222;al.1;2-3

    • M2b: <over>>mede> kwellen <+,> zegt hij, noch gij, noch ik <,>>.> <e>>E>n ge zijt

    222;al.1;3

    • D: die<+n>

    222;al.1;4

    • M2b: vreemde<-n> mensch

    222;al.1;4

    • M2a: opstond<-t>

    222;al.1;5-6

    • M2a: werd<-t> ook gekweld om dingens te zien
    • M2b: werd ook gekweld om dingen<-s> te zien

    222;al.1;6

    • D: <ons>>onze> oogen

    222;al.1;8

    • D: [-X] En gij dan, zegt Carrie <-,> die

    222;al.1;8-9

    • M2b: gekropen is <-,> tegen de kast

    222;al.1;10

    • M2a: gebeur<d>>t>

    222;al.1;14

    • M2a: niet zijn! <- En> <h>>H>oe wilt ge
    • D: niet zijn <!>>.> Hoe wilt ge

    222;al.1;14-15

    • M2a: met zulke nutteloosheden. <+.> [-X] Ze staat
    • D: met zulke nutteloosheden <..>>...> Ze staat

    222;al.1;18

    • D: <haar>>zich>

    222;al.2;1

    • M2a: Ge hebt me vertel<t>>d> van God,
    • M2b: Ge hebt me verteld <van>>over> God,
    • D: Ge hebt me verteld <over>>van> God,

    222;al.2;5

    • M2a: <- En> <n>>N>u hij

    222;al.2;7

    • D: ge komt <achter>>om> troost,

    222;al.2;8

    • D: u zelve<-n>

    222;al.2;10

    • M2b: <schreeuwt>>zegt> hij
    • D: <zegt>>schreeuwt> hij

    222;al.2;10-11

    • D: dat ik niet geslingerd word<-t>

    222;al.2;13

    • D: ander<+e> menschen

    222;al.2;14

    • M2a: <- En> <h>>H>ij keert <hem>>zich>

    222;al.2;15

    • M2a: Hij leunt <- hem> ver vooruit

    222;al.2;16

    • M2a: <den>>een> bijgang

    222;al.2;17

    • M2a: <presies>>precies>

    222;al.2;18

    • M2b: van onder schieten <,>>.> <w>>W>at is de<-n> mensch

    223;al.1;3

    • M2a: <- En> Morris kan <hem>>zich> niet wachten

    223;al.1;9-10

    • M2a: een uitgedroogden haring, <óp>>op> van levensmoeheid,
    • D: een uitgedroogde<-n> haring, op van levensmoeheid,

    223;al.1;11

    • M2b: In den nanoen <+ -> als het rumoer

    223;al.1;13

    • D: het dagelijksch<+e> brood

    223;al.1;14-15

    • M2b: soorten van menschen <+ -> <Iederen>>In den> nanoen
    • D: soorten van menschen - <In den>>iederen> nanoen

    223;al.1;15-16

    • D: eiken<h>>k>outen
    • W: eiken[k]]h]outen

    223;al.1;18

    • M2a: had<-t> hij spijt

    223;al.1;19-20

    • M2a: had<-t> <+,> vloekte hij inwendig <+,>

    223;al.1;21

    • D: de<+n> dood

    223;al.1;23

    • M2a: stond<-t>

    223;al.1;26

    • D: zou <geleefd hebben>>leven>.

    223;al.1;28

    • M2a: [-X] Zoo kwam

    223;al.1;29

    • M2a: <half-vier>>half vier>

    223;al.1;32

    • M2b: <daarover>>daarom>
    • D: <daarom>>daarover>

    223;al.1;33

    • D: hun <asem>>adem>

    223;al.1;34-35

    • M2a: <zát>>zat> <geéten>>geëten>
    • D: zat <geëten>>gegeten>

    223;al.1;35

    • M2a: [-X] Tot overmaat van ramp

    223;al.1;36

    • M2b: <van de>>der> dragers

    224;al.1;5

    • M2a: [-X] Om hem van zijn alteratie

    224;al.1;6

    • D: bekomen <+,> droegen ze hem

    224;al.1;10-11

    • M2a: Hem belieft niets <.>>,> <M>>m>aar

    224;al.1;12

    • M2a: <geéten>>geëten>
    • D: <geëten>>gegeten>

    224;al.2;1

    • M2a: <- En> <d>>D>e koning, dien ouden schobbejak,
    • M2b: De koning, die<-n> oude<-n> schobbejak,

    224;al.2;2

    • M2b: <+,> en daar om tweehonderd frank
    • D: , en daar <om>>voor> tweehonderd frank

    224;al.2;3

    • M2b: [X] De morgen<-d> komt
    • D: [-X] De morgen komt

    224;al.1;4

    • M2a: wacht<-t>en, dan
    • M2b: wachten <,>>.> <d>>D>an

    224;al.2;5-6

    • M2b: zijn een<-en> voet omzwachteld <+,> want
    • D: zijn een<+en> voet omzwachteld, want

    224;al.2;10

    • M2a: <weeê>>weeë> zoetigheid

    224;al.2;11

    • M2a: [-X] Nog, nog,

    224;al.2;12

    • D: <tweehonderd frank>>twee honderdfrank>
    • W: [twee honderdfrank]]tweehonderd frank]

    224;al.2;12

    • M2b: een heele<-n> hoop

    224;al.2;15

    • M2a: [-X] De oude koning

    224;al.2;19

    • M2b: van zijn troon <,>>.> <z>>Z>ijn jicht
    • D: van zijn troon <.>>,> <Z>>z>ijn jicht

    224;al.2;20

    • D: zijn nabijen dood vergetend <,>>.> <e>>E>n vergetend

    224;al.2;21

    • D: <hij werpt>>werpt hij> zich op <den onzienlijken bocht>>het onzienlijke vocht>

    225;al.1;1

    • M2b: Ze komt naar hem toe <,>>.> <- en> <z>>Z>wijg <+,> zegt ze, zwijg,

    225;al.1;2-3

    • M2b: <- ook> door het raamken
    • D: <+ ook> door het raamken

    225;al.2

    • M2a: [+X] Ze staat vlak voor

    225;al.2;3

    • M2b: de<-n> schoonste<-n> troost die
    • D: de schoonste troost die<+n>

    225;al.2;3

    • M2a: Ach ja <+,> Carrie,

    225;al.2;5

    • M2b: welk nut heeft dat <,>>?> <z>>Z>oolang

    225;al.2;8

    • D: van de aarde, Carrie <!>>.>

    225;al.2;9

    • M2a: ons moeder <!>>.>

    225;al.2;10

    • M2b: misken<d>>t>

    225;al.2;11

    • M2b: dingen<-s>

    225;al.3;3

    • M2a: Ja <+,>

    225;al.3;4

    • D: de<-n> oude<-n> koning

    225;al.3;5

    • M2a: <- En> <t>>T>enslotte

    225;al.3;6

    • M2b: vrees ik <+,> en vreest gij den dood.
    • D: vrees ik, en vreest gij den dood <.>>...>

    225;al.4;2

    • M2a: lichtje<-n>s

    225;al.4;2

    • M2a: Ja <+,> zegt hij,

    225;al.5;2

    • D: de een na de ander<-e>

    225;al.5;3

    • M1b: dak<raam>>venster>

    225;al.5;4

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    225;al.5;5

    • M2b: zien binnengaan <is>>heeft>, ziet er haar
    • D: <+ heeft> zien binnengaan <- heeft>, ziet <- er> haar

    225;al.5;6

    • D: iets slecht<+s>

    225;al.5;7-226;al.1;1

    • M2a: iets <méer>>meer>

    226;al.1;3

    • M2b: deze<-n>

    226;al.1;4

    • D: <hem>>zich>

    226;al.1;5

    • M2a: sterft <+,> dan

    226;al.2

    • M2a: [+X] Wat was het

    226;al.2;1

    • M2a: <haar>>zich>

    226;al.2;4-5

    • D: altijd de<-n>zelfde<-n> kring

    226;al.2;8

    • M2a: begeer<d>>t>

    226;al.2;9

    • M2a: vraagt ze <haar>>zich>

    226;al.2;11

    • D: om <slapen te gaan>>te gaan slapen>

    226;al.2;12

    • M2a: vraagt <haar>>zich> af

    226;al.2;18

    • M2a: En ja <+,>

    226;al.2;22

    • M2b: uit ons beenderen zuigt <+,> waar
    • D: <ons>>onze> beenderen zuigt <-,> waar

    226;al.2;24

    • M2b: nieuwe<-n> wereld

    226;al.2;26

    • D: die<-n> reine<-n> wereld

    226;al.2;26

    • M2a: [-X] De duisternis

    226;al.2;29

    • D: die<+n>

    226;al.2;30-31

    • M2a: aan den <carree>>carrée> voor haar he<+e>le leven. Altijd dienzelfden blok
    • M2b: aan de<-n> carrée voor haar heele leven. Altijd <dienzelfden>>datzelf-de> blok

    227;al.1;2

    • M2b: den <blinden>>Blinde>
    • D: de<-n> Blinde

    227;al.1;4-5

    • M2b: die<-n> koer

    227;al.1;5

    • M2a: dro<+o>gen
    • M2b: dro<-o>gen

    227;al.1;5

    • M2a: [-X] Zoo ligt Marian

    227;al.1;6-7

    • M2a: En ze verwar<-d>t de dingens van het leven. Ze verwar<-d>t
    • M2b: En ze verwart de dingen<-s> van het leven. Ze verwart

    227;al.1;8

    • M2a: En ze verwar<-d>t

    227;al.1;10-11

    • D: <de>>het> een na <de>>het> andere

    227;al.1;12

    • M2a: stond<-t>

    227;al.1;13

    • M2a: met wat werd<-t> die gekweld?
    • D: <met>>door> wat werd die gekweld?

    227;al.2;2

    • M2a: Nacht en stilte <-,> en het geheim

    227;al.2;3

    • D: met maanlicht <+ er>over.

    227;al.3;1

    • D: <- de> nachtelijke geluiden

    227;al.3;2

    • D: een waterclos<-s>et

    227;al.3;4

    • M2a: <+,> en de man die vloekt.

    227;al.3;6

    • M2a: <- En> <d>>D>an komt de <B>>b>linde Ingels
    • M2b: Dan komt <- de> blinde Ingels

    227;al.3;7

    • M2b: met zijn stok <+.> <e>>E>n vloekend, tegen
    • D: met zijn stok. En vloekend <-,> tegen

    228;al.1;2

    • D: <dat>>wat> in zijn weg staat.

    228;al.2;1

    • M2a: [+X] Hij tast rond naar haar en <vindte # vindt>

    228;al.2;2

    • D: <asem>>adem>

    228;al.2;3

    • M2a: <haar>>zich>

    228;al.2;4

    • M2b: allemaal die kinderen <+,> komen

    228;al.2;6-7

    • M2a: den <allee>>allée>
    • M2b: de<-n> allée

    228;al.2;7

    • M2a: <- En> <z>>Z>e roepen op de menschen, ze roepen op Elie,
    • D: Ze roepen <- op> de menschen, ze roepen <op>>om> Elie,

    228;al.2;8-9

    • M2b: kon tot rust brengen en haar zelven niet <,>>.> <m>>M>aar
    • D: <kon tot rust>>tot rust kon> brengen en haar zelve<-n> niet. Maar

    228;al.2;9-10

    • M2b: natuurlijk niet. <- Ze wou buiten zijn en ze is nu voorgoed buiten.> En ze roepen op Marian. Marian help ons.
    • D: natuurlijk niet. En ze roepen <op>>om> Marian <.>>:> Marian help ons <.>>!>

    228;al.2;10

    • D: grauwer <om>>en> grauwer wordt <+,>

    228;al.2;11

    • M2b: roept op Marian <,>>.> <e>>E>n ginder
    • D: roept <op>>om> Marian. En ginder

    228;al.2;12

    • M2a: <haar>>zich>

    228;al.2;13

    • M2a: den <allee>>allée>
    • M2b: de<-n> allée

    228;al.2;14

    • M2a: <+,> zegt ze,

    228;al.2;15

    • M2a: [-X] Ja <+,> iederen mensch
    • M2b: [-X] Ja, iedere<-n> mensch

    228;al.2;16-17

    • M2b: de<+n> andere niet troosten, en de eene kan de<+n> andere
    • D: den andere niet troosten, en de een<-e> kan den andere

    228;al.2;18

    • M1a: den tiepe/tupe [?]
    • M2a: den <tiepe/tupe [?]>>dupe>
    • D: de<-n> dupe

    228;al.2;19

    • D: <- daar nu> over wat eens de<-n> grintweg was,

    228;al.2;20

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    228;al.2;20-21

    • D: Overwinning<+s>boulevard

    228;al.2;21

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    228;al.2;21-22

    • M2a: langs de<+n> eene<+n> kant, de <carree>>carré>

    228;al.2;23-24

    • M1b: <er>>[xx]> op
    • M2a: <[xx]>>er> op
    • M2b: er <op>>om>
    • D: <er om>>erover>

    228;al.2;24

    • M2a: al die steenen <+,> al dat zwart,

    228;al.2;25-26

    • D: in die doos <,>>.> <h>>H>et angstzweet

    228;al.2;26

    • M2a: Ja <+,>

    228;al.2;27

    • M2a: oplicht<-t>en? [-X] Ze begint

    228;al.2;28

    • D: harder <om>>en> harder,

    228;al.2;31

    • D: roept <- er> iemand <- op> haar,

    228;al.2;32

    • M2b: <+,> maar die

    228;al.2;33-34

    • M2a: [-X] En Marian loopt,

    228;al.2;35

    • M1b: <[xxxx]>>caou>tchoufabrieksken
    • M2a: caoutchou<+c>fabrieksken

    229;al.1;1-2

    • D: En hijgend <+,> tegen het laatste stuksken muur van de stad <+,> blijft ze hangen.

    229;al.1;3

    • M2a: <haar>>zich>

    229;al.1;3

    • D: <vanwaar>>waarvan>

    229;al.1;4

    • M2a: heengaat <?>>,>

    229;al.1;5

    • M2a: <haar>>zich>

    229;al.1;5

    • M2a: <+ Zoo een> <Z>>z>ottin <+,> zegt ze tegen haar zelven. Zottin <+,>
    • D: Zoo een zottin, zegt ze tegen haar zelve<-n>. Zottin,

    229;al.1;8

    • M2a: wegloopen <,>>.> <l>>L>oop, loop

    229;al.1;11

    • M2a: <voorbij gedraafd>>voorbijgedraafd>. [-X] Er komt een kat

    229;al.1;14

    • M2a: <+,> vraagt Marian,

    229;al.1;15

    • M2a: Kom <+,> zegt ze, kom <.>>,> <E>>e>n

    229;al.1;18

    • M2b: <haren>>haar> angst

    229;al.1;18

    • M2b: <haren>>haar> schoot

    229;al.1;20

    • M2a: <- En> <l>>L>aat ze maar

    229;al.1;21

    • M2a: dacht<-t>en

    229;al.1;22

    • D: niet waar <,>>.> <e>>E>r is alleen

    229;al.1;23

    • M2a: angst <+,> onrust en pijn, en ik
    • M2b: ansgt, onrust en pijn <,>>.> <e>>E>n ik

    229;al.1;24

    • M2a: <hem>>zich>

    229;al.1;25

    • M2a: dood zijn <,>>.> <h>>H>et kan zijn kind,

    229;al.1;26

    • M2a: <- En> <z>>Z>e kijkt

    229;al.1;28

    • D: mu<u>>o>r
    • W: [muor]]muur]

    229;al.1;30

    • M2a: Kom kind <+,> zegt ze,

    229;al.1;30

    • M2b: dingen<-s>

    229;al.1;31

    • M2a: [-X] Met de kat

    229;al.2

    • M2a: [+X] Zoo lang

    229;al.2;1

    • M2b: daar gezeten <+.> <e>>E>n ze komt moe en laf de<-n> trap

    229;al.2;3

    • M2b: geweest <is>>heeft>
    • D: geweest <heeft>>is>

    229;al.2;3

    • M2b: de<-n> <blinden>>Blinde>

    229;al.2;4

    • M2a: stond<-t> te dreigen en de kinderen schreiend over den <allee>>allée>
    • M2b: stond te dreigen en de kinderen schreiend over de<-n> allée
    • D: stond te dreigen <+,> en de kinderen schreiend over de allée

    229;al.2;5

    • M2a: <haar>>zich>

    230;al.1;1

    • M2a: <presies>>precies>

    230;al.1;2

    • M2b: morgen<-d>schemering

    230;al.1;4

    • M2a: <haar>>zich>

    230;al.1;6

    • M2a: milledju, <vanmorgen>>van morgen>
    • D: milledju <,>>!> van morgen

    230;al.1;10

    • M2a: <snachts>>'s nachts>

    230;al.1;11

    • D: moest ze weten <-.> Hij dacht:
    • W: moest ze weten [+. ] Hij dacht:

    230;al.1;13-14

    • M2b: en alleen zijn <,>>.> <z>>Z>e liep waar ze goed voor was, voor hem
    • D: en alleen zijn <.>>,> <Z>>z>e liep waar ze goed voor was <,>>.> <v>> V>oor hem

    230;al.1;14

    • M2b: meer in <,>>.> <h>>H>ij heeft afgebroken
    • D: meer in <.>>,> <H>>h>ij heeft afgebroken

    230;al.1;16-17

    • M2a: gebroodroof<t>>d> heeft, zijn werk miskend <+ heeft>,

    230;al.1;17

    • M2a: liefhad<-t>

    230;al.1;22

    • M2b: Als een serieuze<-n> mensch spreekt van een beter leven <+,> dan

    230;al.1,22-23

    • D: lachen ze <,>>.> <d>>D>at laat hen

    230;al.1;24

    • D: onnoozelaar<-d>

    230;al.1;25

    • M2a: <snachts>>'s nachts>

    230;al.1;25

    • M2b: hun<-nen> loop

    230;al.2;1

    • M2a: <hem>>zich>

    230;al.2;3

    • M2a: <een>>één> kous
    • D: één<+e> kous

    230;al.2;5

    • D: een ander<+e> kous

    230;al.2;7-8

    • M2a: verwar<-d>t

    230;al.2;9

    • M2a: <Een>>Eén> waar hij

    231;al.1;3

    • M2b: elk<-en> moment

    231;al.1;3

    • M2a: [-X] Ja <+,> maar

    231;al.1;6

    • M2b: barstens <- gereed> volgeperst.

    231;al.1;7

    • D: een zware<-n> steen

    231;al.1;7-8

    • M2a: <- En> <h>>H>et leed

    231;al.1;9

    • M2a: noch vrouw <+,> noch vriend <+,> noch kind

    231;al.1;13

    • M2a: <- En> <a>>A>lmeteens

    231;al.1;16

    • M2a: zijn onmacht uit <:>>.> O gij klein...

    231;al.1;17-18

    • M2a: [-X] <- En> <h>>H>oe eigenaardig

    231;al.1;22

    • M2a: Ja <+,>

    231;al.1;22

    • M2b: die<-n> stoel

    231;al.1;24

    • M2a: <+,> zoodat ze geen asem
    • D: , zoodat ze geen <asem>>adem>

    231;al.2

    • M2a: [+X] Ze beziet hem

    231;al.2;2

    • M2a: <presies>>precies>

    231;al.2;2

    • D: <kan mee>>mee kan>

    231;al.2;4

    • M2a: <- En> <o>>O>mdat

    231;al.2;7

    • M1a: nooit meer zie :/. [?] Hadt hij
    • M2a: nooit meer zie <:/. [?]>>.> Had<-t> hij

    231;al.2;8

    • M2b: <haren>>haar> kop

    231;al.2;10

    • M1b: niet méer verpletterd zijn geweest <- zijn>.
    • M2a: niet <méer>>méér> verpletterd zijn geweest.

    231;al.2;11

    • M2b: een wildvreemde<-n>, iemand die
    • D: een wildvreemde, iemand die<+n>

    231;al.2;12

    • M2a: <- En > <d>>D>ie zegt

    232;al.1;3

    • M2a: [-X] En hoe kan zij

    232;al.1;4

    • D: alles <- gaan> uitleggen?

    232;al.1;5

    • M1b: moei<-e>lijk

    232;al.1;6

    • M2a: <presies>>precies>

    232;al.1;7

    • M2a: Ja <+,>

    232;al.1;11

    • M2b: morgen<-d>

    232;al.1;12

    • M2a: [-X] Jean blijft zitten.

    232;al.1;12

    • D: die<-n> stoel

    232;al.1;13

    • M2a: Tja <+,>

    232;al.1;14

    • D: meer heeft <.>>!>

    232;al.1;16

    • D: <hem>>zich>

    232;al.1;18-19

    • M2a: tegen den muur <:>>.> <- En> <d>>D>at is nu de som van mijn dagen <,>>:>

    232;al.1;23

    • M2a: <- En> <h>>H>ij kijkt

    232;al.1;24

    • M2a: Dinsdag <+,> den zoveelsten, den zeven en twintigsten.
    • M2b: Dinsdag, de<-n> zooveelste<-n>, de<-n> zeven en twintigste<-n>.

    232;al.1;25

    • M2a: <- En> <h>>H>ij staat op, gaat buiten, vergeet
    • M2b: Hij staat op, gaat buiten <,>>en> vergeet

    232;al.1;26

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    232;al.1;26-27

    • M2a: Nog een <+,> zegt hij,

    232;al.1;28

    • D: ander<+e> dagen

    232;al.1;29

    • M2a: <presies>>precies>

    232;al.1;30

    • M2b: de<-n>zelfde<-n>

    232;al.1;32

    • D: <treins>>treinen>

    232;al.1;33-34

    • D: een nieuwe<-n> oorlog te <ontketenen>>ontbranden>,

    232;al.1;35

    • M2a: [-X] En Jean slaapt.

    233;al.1;1

    • M2b: de<+n> andere vreezen, want een kwaden slag
    • D: den andere vreezen, want een kwade<-n> slag

    233;al.1;2

    • D: die<+n> ge kent en die<+n> ge ziet,

    233;al.1;5

    • D: in den donkere<-n>

    233;al.1;6-7

    • M2b: die<-n> groote<-n> Mark

    233;al.1;11

    • D: geen enkel<-en>

    233;al.1;12-13

    • M2a: [-X] Zijn studeerkamer! Maar studeeren <+ dat> doet hij niet,

    233;al.1;20

    • M2a: van over drie vier jaar, van <voór>>vóór> den oorlog.
    • D: van <over>>voor> drie <+,> vier jaar, van vóór den oorlog.

    233;al.1;21

    • D: of een duren film <.>>?>

    233;al.1;23

    • D: Daarbij <+,>

    233;al.1;25

    • D: donkere<-n>

    233;al.1;25

    • M2a: [-X] Hij tikt

    233;al.1;27

    • M2a: zijn woonkazernen <+,>
    • D: zijn woonkazerne<n>>s>,

    233al.1;28

    • M2a: de <cafe's>>café's>...tja <+,> de <cafe's>>café's>...

    233al.1;33-34

    • M2a: brouwerij-koncern op te richt<-t>en.
    • D: brouwerij-<k>>c>oncern op te richten.

    233;al.1;35

    • M2a: [X] [?] En zie,
    • D: [-X] En zie,

    234;al.1;1

    • D: te bo<-o>ren <,>>.> <ij>>IJ>zergieterijen,

    234;al.1;2

    • M2a: <zeeên>>zeeën> en zijn camionnen
    • D: zeeën en zijn <camionnen>>camions>

    234;al.1;3

    • D: een ander<+e> vraag

    234;al.2;2

    • M2a: <hem>>zich>

    234;al.2;3-4

    • D: groen<+e> tafels

    234;al.2;4

    • M2a: <En>>Hij> sticht almaar

    234;al.2;5

    • D: <trust's>>trusts>

    234;al.2;6

    • M2a: [-X] En gij,

    234;al.2;7

    • D: aan alle menschen <.>>:> Weg, weg,

    234;al.2;8

    • M2a: voor de voeten <!>>.> En als het nacht is en er ontferming over hem zou moeten zijn, als een anderen mensch
    • M2b: voor de voeten. En als het nacht is en er ontferming over hem zou moeten zijn, als een andere<-n> mensch
    • D: voor de voeten <.>>,> <- En als het nacht is en er ontferming over hem zou moeten zijn,> als een andere mensch

    234;al.2;10

    • M2a: <maden>>maaien>

    234;al.2;11

    • M2b: te voorschijn <,>>.> <z>>Z>ij sluipen

    234;al.2;12

    • M2a: aangezicht <;>>,> zij kittelen

    234;al.2;16

    • M2a: <J>>j>an en alleman

    234;al.2;20

    • M2a: <- En> <g>>G>inder

    234;al.2;20-21

    • M2a: die klein<+e> duivelkens

    234;al.2;22-23

    • M2a: <+,> zoodat hij struikelt,

    234;al.2;23

    • M2a: Voort, voort <.>>,> <H>>h>ij

    234;al.2;28

    • M2a: begeer<d>>t>

    234;al.2;28-29

    • D: En <- deze> die

    234;al.2;30-32

    • M2a: verbergen ze <hen>>zich>, worden onzichtbaar <-.> <E>>e>n blijven toch rond hem. [-X] Hij wil beginnen loopen
    • D: verbergen ze zich, worden onzichtbaar en blijven toch rond hem. Hij wil beginnen <+ te> loopen

    235;al.1;2

    • D: belachelijk<+s>

    235;al.1;7-8

    • M2b: ook in het steen. En heeft die<-n> beeldhouwer
    • D: ook in <- het> steen. En heeft die beeldhouwer

    235;al.1;9

    • D: averecht<+s>

    235;al.1;9-10

    • D: <- het> zacht lachen.

    235;al.2;1

    • M2a: [+X] Ja <+,>

    235;al.2;2

    • M2a: <- En> <h>>H>ij rent en rent. O <!>>,> dat verdoemd zacht lachen,
    • D: Hij rent en rent. O, dat verdoemd<+e> zacht<+e> lachen,

    235;al.2;3

    • D: niet langer <- meer>

    235;al.2;3

    • D: wat het is <,>>.> <h>>H>ij kijkt

    235;al.2;6

    • M2a: Kom, kom dan toch <!>>.>

    235;al.2;8

    • M2b: <het>>de> donkere <haar>>haren>

    235;al.2;10

    • M2a: en trekt verder <.>>...>[-X] Als hij
    • D: en trekt verder <...>>.> Als hij

    235;al.2;12

    • M2a: En hij zucht<+te> terug,
    • M2b: En hij zucht<-te> terug,
    • D: En hij zucht <terug>>weer>,

    235;al.2;13

    • M2a: <hem>>zich>

    235;al.2;16

    • M2a: behalve<-n>

    235;al.2;19

    • M2a: belachelijken onnoozelen droom was het. [-X] En nu
    • M2b: belachelijke<-n> onnoozele<-n> droom was het. En nu

    235;al.2;22

    • D: midden in staat <,>>.> <- En> <h>>H>et meisje

    235;al.2;23

    • M2a: als de maan <.>>,> <H>>h>et is een stille kwelling

    236;al.1;2

    • M2a: had<-t> hij gedacht

    236;al.1;4

    • M2a: s<i>>o>mpelheid
    • M2b: s<o>>i>mpelheid

    236;al.1;5

    • M2a: had<-t> [-X] En nu leeft hij

    236;al.1;6

    • M2a: zoo iets onbenullig <!>>.>
    • D: zoo iets onbenullig<+s>.

    236;al.1;10

    • M2a: [X] [?] Hij vaagt
    • D: [-X] Hij vaagt

    236;al.1;11

    • M2a: <- En> <h>>H>et is

    236;al.1;16

    • D: <standaard-bier>>standaardbier>

    236;al.1;16

    • M2a: <En>>De> groote manne<-n>
    • M2b: De groote manne<+n>

    236;al.1;17-18

    • M2a: en besproken <+,> papieren afgelezen

    236;al.1;22

    • D: spoel<+ -> en aftrekmachienen,

    236;al.1;24

    • M2a: geen gemoedelijkheid <.>>,> <+ maar> <A>>a>rbeid,

    236;al.1;25

    • D: <Zoodus>>Dus>

    236;al.1;27

    • D: de <o>>O>verwinninglaan

    236;al.1;28

    • M2a: [-X] Zijn ingenieurs komen, me<-e>ten en passen. <- En> <t>>T>wee

    236;al.1;31-32

    • M2a: massa's steenen. <-En> <d>>D>aar
    • D: massa's steen<-en>. Daar

    236;al.1;33

    • D: stroom <,>>.> <m>>M>et een houten

    236;al.1;34

    • M2a: <snoenens>>'s noenens>

    236;al.1;36

    • D: <+,> en ze teekenen

    237;al.1;2

    • D: de<-n> stroom

    236;al.2;4

    • D: pretentie van <+:> dat

    237;al.2;5

    • D: de <o>>O>verwinninglaan

    237;al.2;6

    • M2a: den <carree>>carré>
    • M2b: de<-n> carré

    237;al.2;7

    • M2a: nog geteekend <!>>.>

    237;al.2;8-9

    • D: [-X] En de jongste

    237;al.2;15

    • D: mo<-o>rsen

    237;al.2;15-16

    • M2a: ni<+e>mendal

    237;al.2;16-17

    • D: met een dak <+ er> op en een gat <+ er>in

    237;al.2;18

    • M2a: op malkander <.>>,> <D>>d>e lijn,

    237;al.2;19

    • M2a: [-X] Ja <+,> om een lijn,

    237;al.2;21

    • M2b: De aannemers komen <+,> en krijgen

    237;al.2;24

    • M2a: en gepast <:>>.> Hoe kan

    237:al.2;24-25

    • M2b: zegt de eene van de<+n> andere,
    • D: zegt de een<-e> van den ander<-e>,

    237;al.2;29-30

    • M2b: <den>>het> bureau doet <+,> enfin,

    238;al.1;1

    • M2a: verdien<d>>t>

    238;al.1;2

    • D: <+ er> aan krepeeren doe ik me.

    238;al.1;6-7

    • M2a: Jamaar, jamaar <+,> zegt hij.

    238;al.1;10

    • D: <+,> met nog een kleiner<+e> doos <+ er> boven op,

    238;al.1;12

    • M2a: <- En> <d>>D>e glazenmaker

    238;al.1;14

    • M2b: <den>>het> mastik
    • D: het masti<+e>k

    238;al.1;16

    • M2a: <+,> het kan nu geen weg meer. [-X] De machienen

    238;al.1;18

    • M2b: loopende<-n> band en een heel<-n> hoop afgedankten.

    238;al.1;19

    • M2b: de<-n> massaker

    238;al.1;21

    • M2a: er bommen vielen, <+,> ik zag
    • D: er bommen vielen <,>>.> <i>>I>k zag

    238;al.1;22

    • M1b: met een kraak <open[xxxx]>>openscheuren>,
    • D: met een kra<-a>k openscheuren,

    238;al.1;23-24

    • M2a: <+,> en almeteens een geweldigen ploef,
    • D: , en almeteens een geweldige<-n> ploef,

    238;al.1;25

    • M2b: heel de<-n> boutiek, het stuikte allemaal naar beneden <,>>.> <e>>E>n

    238;al.1;28

    • M2a: [-X] Heel de voorstad

    238;al.1;28-29

    • D: alleman loopt <+ om te> kijken <+,> den boulevard over

    238;al.1;32

    • M2a: <billetekens>>biljettekens>

    238;al.1;33-34

    • M2a: niet meer mee <,>>.> <v>>V>ereenig u, vereenig u.
    • D: niet meer mee. Vereenig<+t> u, vereenig<+t> u.

    238;al.1;35

    • M1b: met een <- rooden> doek en een luidspreker. En de mannen
    • M2a: met een doek en een luidspreker. <- En> <d>>D>e mannen

    238;al.2;1

    • M2a: [+X] Ze vloeken en zeggen

    239;al.1;1

    • M2a: nemen <.>>,> <E>>e>n ze trekken

    239;al.1;1-2

    • M2a: [-X] Mark van in zijn bureau

    239;al.1;3

    • D: <hen>>hun>

    239;al.1;6

    • M2a: <S>>s>amenscholing verboden.

    239;al.1;7-8

    • M1b: [X] Het is spijtig dat ze nu juist <- [xxx]> niet
    • D: [-X] Het is spijtig dat ze nu juist niet

    239;al.1;9

    • M2a: <- En> <z>>Z>e komen

    239;al.1;10

    • M2b: hier en daar eene<-n>
    • D: hier en daar een<-e>

    239;al.1;11-12

    • D: de <o>>O>verwinninglaan

    239;al.1;12

    • M1b: met den <- rooden> doek
    • D: met <- den> doek

    239;al.1;13

    • M2a: Ja <+,>

    239;al.1;14

    • M1b: de<-n> trom en de<-n> bombardon.

    239;al.1;15

    • D: en ach <+,>

    239;al.1;15-16

    • M2b: de<-n> oude<-n> tamtam

    239;al.1;17-18

    • M2a: de ander straat, de welvaartstraat <+,>
    • D: de ander<+e> straat, de <w>>W>elvaartstraat,

    239;al.1;20

    • M2a: <savends>>'s avends>

    239;al.1;21

    • M2a: <savends>>'s avends>

    239;al.1;22

    • M2a: [X] [?] Ze komen af
    • D: [-X] Ze komen af

    239;al.1;23

    • M2a: in <shemelsnaam>>'s hemels naam>

    239;al.1;24

    • M2b: loopt <- er> een man, de <eenigste>>eenige>

    239;al.1;27-28

    • M2a: <weg>>[xxx]> met de sproo<k>>[x]>jes.
    • M2b: <[xxx]>>weg> met de sproo<[x]>>k>jes.

    239;al.1;30

    • M2a: stil <.>>,> <L>>l>angs beide kanten.

    239;al.1;31

    • M1b: een gekleurden <[xx]>>sj>erp
    • D: een gekleurde<-n> sjerp

    239;al.1;33

    • M2a: <noch>>nog> niet

    239;al.1;34-35

    • M2b: die<-n> afgejakkerde<-n> leeuw

    239;al.1;35

    • M2b: wat wil die<-n>

    239;al.1;36

    • M2a: roept het volk, <h>>H>ij komt
    • D: roept het volk <,>>.> Hij komt

    239;al.1;36

    • D: schoon<+e> beloften doen? En het is curieus om <+ te> zien:

    239;al.1;37

    • M1b: hoopen <+,> volk
    • M2a: hoopen <-,> volk

    240;al.1;1

    • M1b: de<+n> eene<+n> kant

    240;al.1;2

    • M2b: die<-n> meneer

    240;al.1;2-3

    • M1b: En een zatlap <van [?]>>uit>
    • M2a: <- En> <e>>E>en zatlap uit

    240;al.1;3

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    240;al.1;3

    • M2a: de <+ deru> deur
    • M2b: de <- deru> deur

    240;al.1;4

    • M2a: met uw flesch <!>>.>

    240;al.1;5

    • M2a: [-X] Albrik staat alleen

    240;al.1;7

    • M2b: verstaat niemand <,>>.> <a>>A>ls er

    240;al.1;9

    • M2a: <hen>>zich> gereed en trekken hun sabel <,>>.> <h>>H>et volk

    240;al.1;12

    • M2b: springen <+,> de gendarmen

    240;al.1;15

    • D: heel de voorstad <+,>

    240;al.1;16

    • M2a: [-X] Ja <+,> en nu

    240;al.1;17

    • M2b: iets doen <dat>>wat>

    240;al.1;17-18

    • M2a: ook wat meer vraagt dan dapperheid alleen <:>>.> <Z>>z>e moeten
    • M2b: ook <- wat> meer vraagt dan dapperheid alleen. <z>>Z>e moeten
    • D: ook <+ wat> meer vraagt dan dapperheid alleen <.>>:> Ze moeten

    240;al.1;19

    • M2b: van de massa <+,> aanhouden.

    240;al.1;20-21

    • M2a: laat het niet toe <+,> mannen, laat hem niet heengaan <!>>.>

    240;al.1;22

    • M2a: van uit een <+ klein> dakraam

    240;al.1;22

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    240;al.1;23

    • M2b: een wit gezicht door met blond haar omlijst <.>>:>
    • D: een wit gezicht door <+,> met blond haar omlijst:

    240;al.1;24

    • M2a: Ach Carrie <+,>

    240;al.1;30

    • M2a: te laat <,>>.> <h>>H>et leven

    240;al.1;31-32

    • M2a: [-X] <Sanderdaags>>'s Anderdaags>

    240;al.1;32

    • M2b: dingen<-s>

    240;al.1;33

    • D: een zwarte<-n> lap

    240;al.2;2

    • M2b: daar nu geraakt <alláh>>alla> <!>>?>
    • D: daar nu geraakt <- alla>?

    241;al.1;1

    • D: [+X] Het volk is naar zijn werk.

    241;al.1;2

    • D: <Saargebied>>Saargebied>

    241;al.1;2

    • D: aan <+ den> gang

    241;al.1;3

    • M2a: werd<-t>