186;al.1;1
- M2b: Ze beziet
de gronden <+,> en de menschen
- D: Ze beziet
de gronden <-,> en de menschen
186;al.1;2
- M2a: ijle <verwondernis>>verwondering>
welke alle <droomers>>droome[x]>
- M2b: ijle verwondering
welke alle <droome[x]>>droomers>
186;al.1;5
186;al.1;5-6
186;al.1;8
186;al.1;9
- M2a: den <carree>>carré>,
aarzelt <+,> twijfelt en stapt
- M2b: de<-n>
carré, aarzelt, twijfelt en stapt
186;al.1;13
- M2b: met een
hopeloos leege verwondering <+.> <l>>L>ijk iemand die op
een morgen<-d>
186;al.1;14
- M2a: en <hem>>zich>
- D: <+,>
en zich
186;al.1;15
- M2b: waar dat
ergens was <+.> <e>>E>n maar
186;al.1;16-17
- M2a: en tegen
onbekende menschen spreekt <.>>,> <E>>e>n tevens
- D: <+,>
<- en> tegen onbekende menschen spreekt, en tevens
186;al.1;20
- M2a: ze trekt
<haar>>zich> terug
186;al.1;21
- D: <het groensel>>de
groenten>
186;al.1;31
- M2a: den <allee>>allée>,
waar den doktoor
- M2b: de<-n>
allée, waar de<-n> doktoor
186;al.1;32
- D: <+ voor>geschreven
heeft.
186;al.1;32-33
- D: <zoolang>>totdat>
het Jean embeteert
186;al.1;34
- M2b: zal van
de<-n> trap smijten. [X] [?] Ze gaat bij Maria
- D: <- zal>
van de trap <+ zal> smijten. [-X] Ze gaat bij Maria
187;al.1;1
- M2b: <die>>de>
vuile kinderen
- D: <de>>die>
vuile kinderen
187;al.1;1-2
- M2a: <- En>
Maria zit op haar <knieên>>knieën> in den vloer rond
alle soorten
- D: Maria zit
op haar knieën <in>>op> den vloer <rond>>te midden
van> alle soorten
187;al.1;4
187;al.1;7-8
187;al.1;9
187;al.1;10
- M2a: vol onrust
<+,> aarzel en twijfel.
- D: vol onrust,
aarzel<+ing> en twijfel.
187;al.1;12-13
- M2a: waar het
kil wordt en eenzaam is. <- En> <z>>Z>e gaat
- M2b: waar het
kil <- wordt> en eenzaam is. Ze gaat
187;al.1;15-16
187;al.1;17
- M2b: zonder
model <,>>.> <e>>E>n
187;al.1;19-20
- M2a: rondknoopen
<.>>:> <O>>o>f er staat een nieuwen blanken doek
- M2b: rondknoopen
<:>>.> <o>>O>f er staat een nieuwe<-en> blanke<-en>
doek
- D: rondknoopen
<.>>;> <O>>o>f er staat een nieuw blank doek
187;al.1;21
- D: twee <+,>
drie penseelen
187;al.1;22
- M2a: ontkleedt
<haar>>zich>.
187;al.1;23
187;al.1;23
- M2b: <snokt>>komt>
recht,
- D: <komt
recht>>recht zich>,
187;al.1;26-27
- M1b: over <[xxx]>>het>
wonder teeder lichaam de uren vergaan
- M2a : over het
<wonder teeder>>wonderteeder> lichaam <+,> de uren vergaan
187;al.2;1
- M2a: [+X]
Waarom moet iederen mensch geschokt en geslinger<t>>d> worden
- M2b: [X]
Waarom moet iedere<-n> mensch geschokt en geslingerd worden
187;al.2;3
- M2a: telefoonpalen
<+,> zonde,
- D: telefoonpalen
< , >>en> zonde,
187;al.2;4-5
- M2b: en menschen
die sterven. En een andere<-n> wereld die in ons gedachten
- D: en menschen
die sterven <.>>,> <E>>e>n een andere wereld die in
<ons>>onze> gedachten
187;al.2;6
- D: of ooit <komen
zal>>zal komen> <.>>?>
187;al.3;2-3
- M2b: die<-n>
spookwereld, <- er> met leege handen <- moeten> rondloopen
- D: die spookwereld,
<+ er> met leege handen rondloopen
187;al.3;3
- M2b: stil <zal>>gaat>
worden,
187;al.3;4
188;al.1;1
- M2a: <- En>
<h>>H>ij moet
188;al.1;2
188;al.1;3-4
- M1b: en zoeken
ze nog achter <mij>>iemand> vraagt hij.
- M2a: en zoeken
ze nog achter iemand <+,> vraagt hij.
188;al.1;4-5
- D: <+,>
maar niemand heeft gedacht<+en> van u.
188;al.1;5
- M2a: <- En>
<h>>H>ij richt een bureel op <+,>
188;al.1;6
188;al.1;7-8
- M2a: Vereenig<+t>
u, arbeiders <+,> doe dit en doe dat.
- M2b: Vereenig<-t>
u, <arbeiders>>volk der voorstad>, doe dit en doe dat.
- D: Vereenig
<u>>U>, volk der voorstad, doe dit en doe dat.
188;al.1;10
188;al.1;11
188;al.1;12
- M2a: tot betoogen
<+,> tot meetingen
- D: tot <betoogen>>betoogingen>,
tot meetingen
188;al.1;13-14
- M2a: en twee
jaar soldaat, <dan>>dat> men
- D: en twee jaar
soldaat <+ zijn>, dat men
188;al.1;14-15
188;al.1;15-16
- M2a: verontwaardigd
<:>>.> We betalen toch zeker ons bijdrage <!>>?>
- D: verontwaardigd.
We betalen toch zeker <ons>>onze> bijdrage?
188;al.1;17
- M2a: Ja <+,>
dat het anders wordt <!>>.>
188;al.1;18
- M2b: <hopeloos>>hopeloozer>
188;al.1;19-20
- M2a: niet peinzen
<+,> ze zou
188;al.1;21-22
- M2a: [-X]
En als het dan regent
188;al.1;22
- M2a: regen <-,
regen,> die <het allemaal>>alles>
188;al.1;24
- M2a: om weg
te zijn <.>>,> <O>>o>m weg te zijn
188;al.1;30
- M2b: uw<-en>
gedanen arbeid
188;al.1;32
- M2a: het <-
niets,> niets is <-,> en ge
188;al.1;36
189;al.1;2
- M2b: die<-n>
verdomde<-n> wereld,
189;al.1;2-3
- D: of zoek<-t>
u mannen die de<-n> rotzooi
189;al.1;5
- D: misschien
is het <- dan> toch Marian
189;al.1;6-7
- M2a: <- En>
<m>>M>isschien
189;al.1;8
- M2a: [X]
[?] <- En> <h>>H>ij komt bij Bernard binnen.
- D: [-X]
Hij komt bij Bernard binnen.
189;al.1;9-10
- M2b: hare naaktheid
<+.> <w>>W>ant <-,> <mijnhemel>>mijn hemel>,
- D: <hare>>haar>
naaktheid. Want <+,> mijn hemel <-,>
189;al.1;11
189;al.1;12
- M2a: <- En>
<z>>Z>e voelt
189;al.1;13
- M2a: zijt ge
nu dood <+,> lieve, lieve Marian?
189;al.2;2
- M2b: <hare>>haar>
droomen. <- En> <z>>Z>e
189;al.2;3
- M2b: tegen haar
borst <,>>;> zie niet
- D: tegen haar
borst; <zie>>kijk> niet
189;al.2;5
- M2a: iederen
gewo<-o>nen mensch welke
- M2b: iedere<-n>
gewone<-n> mensch welke
- D: iedere gewone
mensch <welke>>die>
189;al.2;6-7
- M2b: een andere<-n>
wereld
189;al.2;8
- M2a: mooier
<+,> zoeter en onsterfelijker.
189;al.3;1
189;al.3;1-2
- M2b: te grijpen
<+,> en te willen verbergen
- D: te grijpen,
en te <- willen> verbergen
189;al.3;2
189;al.3;4-5
189;al.3;6
- M2a: ach laat
<haar>>mij> met rust,
- D: ach <+,>
laat mij met rust,
189;al.4;3
189;al.4;4
- M2a: sjatten
<- en> <tellooren>>teljooren>
- M2b: sjatten
<+ en> teljooren
189;al.4;6
- M1a: hij staat
<ermee in # ermee los in> zijn handen,
- M2a: hij staat
<ermee>>er mee> los in zijn handen,
- D: hij <staat>>stond>
er mee los in zijn handen,
189;al.4;7
- M2a: God <+,>
wat is zij schoon geworden, en dat
- M2b: God, wat
is zij schoon geworden <,>>.> <e>>E>n dat
189;al.4;8-9
- M2b: of die
nu zijn lief was <,>>...> <e>>E>n zij dan
- D: of die nu
zijn lief was <...>>!> En zij dan
190;al.1;1
- M2a: <+,>
hij beeft en zet <hem>>zich> neer.
190;al.1;3-4
- M2a: <- En>
<h>>H>ij ziet naar Marian <+,> heel doodgewoon,
190;al.1;6
- D: lijk ze het
altijd <- bij Albrik> geweten heeft,
190;al.1;7-8
- M1b: die niet
gauw lachtten <en>>,> die altijd malkontent de wereld inzagen,
en
- M2a: die niet
gauw lacht<-t>en, die altijd malkontent de wereld inzagen <-,>
en
- M2b: die niet
gauw <lachten>>lachen>, die altijd malkontent de wereld <inzagen>>inzien>
en
- D: die niet
gauw <lachen>>lachten>, die altijd malkontent de wereld <inzien>>
inzagen> en
190;al.1;8
190;al.1;9
- M2a: vond<-t>
- M2b: <vond>>vinden>
- D: <vinden>>vonden>
190;al.1;9
- M2a: [-X]
En ze glimlacht ook.
190;al.1;10
190;al.1;12
- M1b: van <[xxx]>alles>
meer gaan maken
- M2b: van alles
meer <- gaan> maken
190;al.1;13-14
- M2a: schoonheid,
dank het leven, val op uw knieën en bid<-t> <+,> omdat er
zoo iets schoon is
- M2b: schoonheid
<,>>:> dank het leven, val op uw knieën en bid, omdat er
zoo iets schoon is
- D: schoonheid:
dank het leven, val op uw knieën en bid, omdat er zoo iets schoon<+s>
is
190;al.1;15
190;al.1;17
- M2a: knaagt
<.>>,> <B>>b>ij u, bij mij, bij Marian die met den
minuut
- D: knaagt, bij
u, bij mij <,>>.> <b>>B>ij Marian die met de<-n>
minuut
190;al.1;18
- M2a: <zij>>hij>
haren droom
- M2b: <hij>>zij>
<haren>>haar> droom
190;al.1;19-20
- M2a: alleen
zal lo<+o>pen in dien vreemden schoonen wereld.
- M2b: alleen
zal loopen in die<-n> vreemde<-n> schoone<-n> wereld.
190;al.1;21-22
- M2a: zie eens
hoe schoon <!>>.>
190;al.2;1
190;al.2;2
- M2a: <G>>g>oddelijk
en <M>>m>enschelijjk
190;al.2;4
190;al.2;5
- M1b: ze dacht
dat <hij>>Hij>
- M2a: ze dacht
dat <Hij>>hij>
- M2b: ze dacht
dat <hij>>Hij>
190;al.2;8
190;al.3;1
190;al.3;2
190;al.3;3
- D: niet meer
<lezen kunt>>kunt lezen>.
190;al.3;5
- M2a: en het
begrip <.>>;> <E>>e>n ge zijt mis <+,> want
- D: en het begrip;
en ge zijt mis <-,> want
191;al.1;1
- M2b: een doodgewone<-n>
mensch
191;al.2;1
- M2a: Ik ga voort
<+,> zegt Albrik,
191;al.2;2
- M2b: en zucht
<,>>...> en blijft.
191;al.2;3
- M2a: <+,>
kijkt Bernard omhoog.
191;al.2;4-5
- M2a: Ach, Bernard,
vreemden, nu zegt ge daar iets <.>>,> <E>>e>n Marian
- D: Ach <-,>
Bernard, vreemden, nu zegt ge daar iets, en Marian
191;al.3
- M2a: [+X]
En ze glimlacht
- D: [X] [+
witregel] En ze glimlacht
191;al.3;2
191;al.3;4
- M2a: tevens
vergiffenis <:>>,> <H>>h>ij
191;al.3;5
- M2a: en schreeuwen
<.>>:> Hou dien
191;al.3;6
191;al.3;8
- M2a: en teekent
<+,> teekent,
191;al.3;9
- M2a: en het
andere <+,> het schoon gebaar
191;al.3;10
- D: <- En>
<h>>H>ij worstelt
191;al.3;12
191;al.3;12
- M2a: een <mensch>>[xxx]>
- M2b: een <[xxx]>>mensch>
191;al.3;13
191;al.3;14-15
- M2a: in uw hoofd
<+,> in uw hart,
191;al.3;15-16
- M2b: en uw bloed
<,>>.> <h>>H>et een schreeuwt tegen het ander op,
- D: en uw bloed
<.>>?> Het een<+e> schreeuwt tegen het ander<+e> op,
191;al.3;18
- D: <+ voor>
te moeten <- voor> missen.
191;al.3;18
188;al.3;20
191;al.3;21
191;al.3;22-23
- M1b: Ze zet
haar op het slaapkamerken <[xxx]>bij> het venster. En kijkt
nu <- nu> eens
- M2a: Ze zet
<haar>>zich> op het slaapkamerken bij het venster <-.> <E>>e>n
kijkt nu eens
191;al.3;25
192;al.1;5
- D: tegen <uw>>u>
zelve<-n>?
192;al.1;6
- M2a: [-X]
En in de straat
192;al.1;8
- D: <Saargebied>>Saargebied>
192;al.1;8
- M2a: kijkt er
naar <+,> maar
192;al.1;9
- D: onverschillig
<.>>,> Een mensch
- W: onverschillig
[ , ]] . ] Een mensch
192;al.1;12-13
- D: <Saargebied>>Saargebied>
192;al.1;13
- M2b: en hebt
ge geen kamer voor mij <?>>,> <E>>e>en heel klein
192;al.1;14-15
- M2a: Tja <+,>
zulken komen er genoeg, en de schoon kamers
- D: Tja, zulken
komen er genoeg, <- en> de schoon<+e> kamers
192;al.1;16
- M2a: <proppendevol>>proppensvol>.
Neen <+,> zegt Molleken.
192;al.1;21-22
- M2b: op de<-n>
eertse<-n> trap ligt een goedkoope tapijt, de<-n> tweede<-n>
trap is geverfd, de<-n> derde<-n> bloot hout en de<-n> vierde<-n>...ach
kom.
- D: op de eerste
trap ligt een goedkoop<-e> tapijt, de tweede trap is geverfd, de derde
bloot hout en de vierde...ach kom.
192;al.1;24
- D: voor hem
<.>>,> <E>>e>n ze mag
192;al.1;26
- M2b: gauw genoeg
<haren>>haar> ouderdom.
- D: <gauw>>rap>
genoeg haar ouderdom.
192;al.1;31
- M2a: Ach <+,>
ach, en hij teekent ook <dát>>dat>,
192;al.1;35
192;al.1;37
- M2a: <dezijne>>de
zijne>. <- En> <h>>H>ij droomt nog van iets anders, soms
eens, als hij
- M2b: de zijne.
Hij droomt nog van iets anders <,>>.> <s>>S>oms eens,
als hij
- D: de zijne.
Hij droomt nog van iets anders. Soms <- eens>, als hij
193;al.1;4
193;al.1;4-5
- M2a: en de zon
achter wegzakt, dan droomt hij nog van iets anders <.>>,> <M>>m>aar
- M2b: en de zon
achter wegzakt <,>>.> <d>>D>an droomt hij nog van
iets anders, maar
- D: en <+
waar> de zon achter wegzakt. Dan droomt hij nog van iets anders, maar
193;al.2
- M2a: [+X]
Hij blijft op zijn zolderken
193;al.2;1
193;al.2;3
- M2a: het laatste
uit <+,> alles
193;al.2;5
- M2a: kan <.>>,>
<E>>e>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet,
- M2b: kan <,>>.>
<e>>E>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet,
- D: kan <.>>,>
<E>>e>n vergeet dat hij zelf aan Molleken iets geven moet <,
>>:>
193;al.2;6-7
- M2a: En <-
dat> hij moet <malgree>>malgré> een nieuwe broek koopen
en ach ja <+,> dat hij nog moet eten ook.
- M2b: En hij
moet malgré een nieuwe broek koopen en ach ja, <- dat> hij <nog
moet>> moet nog> eten ook.
193;al.2;8
- M1b: <ver[xxx]>>verwen>
- D: <verwen>>verven>
193;al.2;10-11
- M2a: en hun
zielen <.>>,> <E>>e>n hij teekent <+,> teekent,
dien boek wordt een monument. [-X] Hij ontvangt
- M2b: en hun
zielen, en hij teekent, teekent, <dien>>dat> boek wordt een monument.
Hij ontvangt
- D: en hun zielen,
en hij teekent, teekent <,>>:> dat boek wordt een monument. Hij
ontvangt
193;al.2;12
- M2a: en koopt
er <- hem> een kast voor
193;al.2;13
- M2a: <- En>
<a>>A>lmeteens peinst hij er aa<-n> <+,> dat hij
- M2b: Almeteens
peinst hij er aa<+n>, dat hij
193;al.2;15
193;al.2;17
193;al.2;18
193;al.2;20
- M2a: tegen <:>>.>
Dag Morris <.>>,> <D>>d>ag, heu...?
- M2b: tegen.
Dag Morris <,>>.> <d>>D>ag, heu...?
193;al.2;23-25
- M2a: en hun
leven ziet <.>>,> <Behalven>>behalve> soms eens, want
ja <+,> ieder heeft zijn bittere dagen, dagen
- M2b: en hun
leven ziet <,>>.> <b>>B>ehalve soms eens, want ja,
ieder heeft zijn bittere dagen, dagen
- D: en hun leven
ziet <.>>,> <B>>b>ehalve soms eens, want ja, ieder
heeft zijn bittere dagen <,>>.> <d>>D>agen
193;al.2;26-27
- M2a: haar arm
<- hoofd>
- M2b: haar arm
<+ hoofd>
193;al.2;29
- M2b: om te schilderen
<,>>.> <e>>E>n
194;al.1;1
- M2a: van zijn
boek: <I>>i>s het
194;al.1;2-3
- M2a: er vandoor
trok <.>>,> <E>>e>rgens,
194;al.2;4-5
- M2a: [-X]
Hij laat zijn boek liggen en haalt <- hem> potaarde,
194;al.1;7
194;al.1;9
- D: <Saargebied>>Saargebied>
194;al.1;11
194;al.1;13
194;al.1;14-15
- M2a: dit is
minder <.>>,> <H>>h>etgeen is beter. <- En>
<h>>H>ij grimlacht,
- D: dit is minder
<-, hetgeen is beter>. Hij grimlacht,
194;al.1;17-18
- M2a: houdt hij
<hem>>zich> vast lijk den duivel
- M2b: houdt hij
zich vast lijk de<-n> duivel
194;al.1;18-19
- M2a: verdrinkt
<+, > aan een plank
- M2b: verdrinkt
<-, > aan een plank
- D: verdrinkt
<+,> aan een plank
194;al.1;19
194;al.1;20
194;al.1;23
- D: vergeten
<+ heeft> te leggen <- is>.
194;al.1;23
- M2a: Tja <+,>
peinst hij,
194;al.1;26
- M2a: en die
en die <.>>,> <H>>h>ij niet.
194;al.1;27
194;al.1;29
- M2a: wel gaan
willen schreien. [-X] Bernard hoort
- M2b: wel gaan
willen schreien. [+X] Bernard hoort
- D: wel <gaan
willen>>willen gaan> schreien. [-X] Bernard hoort
194;al.1;31
- M2b: en <-
die> nog veel leeren
194;al.1;32
- M2b: en <-
hij> geeft raad.
194;al.1;32
- D: Ge moet werken
<+,> Morris,
194;al.1;34
194;al.1;36-37
- M2a: <éen>>één>
enkel klein schetsken.
195;al.1;1
195;al.1;2
195;al.2;3
- D: wacht nog
altijd <naar>>op> het werk
195;al.1;7
- M2a: Hij zwijgt
<.>>,> <O>>o>mdat
195;al.1;8
195;al.1;10
195;al.1;10-11
195;al.1;11
- M1b: kromde
het <+ paard> zijn pooten, het gleed<-t>
195;al.1;12
- M1b: en ik had<-t>
- M2a: <+,>
en ik had
195;al.1;16
- M2a: dat goed
is <.>>,> <E>>e>n morgen
195;al.1;17
- M2a: <dat>>dàt>
niet was. <- En> <o>>O>vermorgen
- D: <dàt>>dat>
niet was <.>>,> <O>>o>vermorgen
195;al.1;18
195;al.1;20
195;al.1;23-24
- M2a: <+,>
vraagt Marian. Ja <+,> alle menschen <.>>,> <I>>i>edereen
<.>>,> <I>>i>edereen.
195;al.1;26
195;al.1;28-29
- M2a: Villa <+,>
mijn droom leeft.
- M2b: Villa <-,>
<m>>M>ijn <d>>D>room <l>>L>eeft
- D: <Villa
Mijn Droom Leeft>>Villa Mijn Droom Leeft>
195;al.1;29
- M1a: het <zolderken
# deurken>
195;al.1;30
- M2a: [-X]
Hij dus en Morris <.>>,> <E>>e>n Albrik
- M2b: <Hij>>Bernard>
dus en Morris, en Albrik
195;al.1;31
- M2b: doen <.>>:>
<H>>h>ij moet
195;al.1;32
- M1b: zeggen
ze, wij <[xxxxx]>>betalen> ons bijdrage,
- D: <+,>
zeggen ze, wij betalen <ons>>onze> bijdrage,
195;al.1;33
- M2a: werken
<+,> schept gij
195;al.1;34
- D: met een hoed
op <,>>;> en
195;al.1;36
- M2a: <snoenens>>'s
noenens> op ons <telloor>>teljoor> zien, en daarbij <+ ,>
met ons
195;al.1;37
- M2b: <+,>
daar lachen we mee
- D: , daar lachen
we mee <+,>
196;al.1;1-2
- M2a: <- En>
Albrik zwijgt,
196;al.1;3
196;al.1;4
- M2b: <,>>;> het regent en er hangen grauwe wolken
- D: <;>>,> het regent en er hangen grauwe wolken
196;al.1;5
- M1b:
de <[xx]uren>>muren> oploopen
196;al.1;6
- M2a: den zoeten
inval, het is <presies>>precies>
- M2b: de<-n>
zoete<-n> inval, het is precies
196;al.1;7
196;al.1;9
- M2a: open houdt
<+,> ziet ge
196;al.1;12
196;al.1;15
- M2a: maar wensch
iets <+,> en ge
196;al.1;19
- M2a: zou hebben
<.>>,> <H>>h>eeremenschen <+,> dan zou ik
196;al.1;20
- D: een stuksken
geweest <+ zijn>
196;al.1;21
196;al.1;22
- M2a: naar dien
praat luistert <+,> gelooft
196;al.1;23
- M2b: Marian
neemt <dat>>het> toch allemaal ernstig op, ze
- D: Marian neemt
het toch allemaal ernstig op <,>>.> <z>>Z>e
196;al.1;25-26
- M1b: zelven
zegt ze: Hij lacht altijd, maar veel plezier heeft hij toch nog niet gehad<-t>
in zijn leven,
- D: zelve<-n>
zegt ze: <Hij>>Gij> lacht altijd, maar veel plezier <heeft
hij>>hebt gij> toch nog niet gehad in <zijn>>uw> leven,
196;al.1;26
- M2b: <gij>>hij>
gelooft
- D: <hij>>gij>
gelooft
196;al.1;27
- M2a: blommen
en zwervende <+ volges> vogels.
- M2b: blommen
en zwervende <- volges> vogels.
- D: <blommen>>bloemen>
en zwervende vogels.
196;al.1;27-28
- M2b: Neen, daar
gelooft <ge>>hij> niet aan, en <ge>>hij> spreekt
- D: Neen, daar
gelooft <hij>>ge> niet aan, en <hij>>ge> spreekt
196;al.1;30-31
- M2a: knagen
<,>>.> <j>>J>a <+,> iederen mensch heeft zeker
iets dat hem <- kraakt peinst Marian, iets dat hem> vastgrijpt en neerslaat
- M2b: knagen.
Ja, iedere<-n> mensch heeft zeker iets dat hem vastgrijpt en neerslaat
196;al.2;1
- M1a: [X]
[?] Voor mij
- M2a: [+X]
Voor mij <+,>
196;al.2;2-3
- M1b: hemel en
aarde lucht wolken menschentranen en verftubekens uit eén woordeken
<met [?]>>van> drie simpele letterkens: God.
- M2a: hemel en
aarde <+,> lucht <+,> wolken <+,> menschentranen en verftubekens
uit <eén>>één> woordeken van drie simpele
letterkens: God.
196;al.2;4
- M2a: En Marian
<+ beziet> beziet
- M2b: En Marian
<- beziet> beziet
197;al.1;3
- M2a: wetens
en willen<-s> misdoe <+,> verstoor ik
- M2b: wetens
en willen<+s> misdoe, verstoor ik
197;al.1;7
- M2b: vraagteeken
zetten <,>>.> <e>>E>n daarbij:
197;al.1;8
- M2a: [-X]
Iemand dood doen is geen zonde <+,> zegt Albrik,
197;al.1;10
- M2b: een welbekende<-n>,
deze<-n>
197;al.1;11
- M2a: En Morris
grimlacht: <J>>j>a <+,> maar
197;al.1;12
197;al.1;13
- M2b: kan <hem>>zich>
verzetten
197;al.1;14
197;al.1;15
- M2a: Zwijg,
zwijg <+,> laat hem
197;al.1;18
197;al.1;20
- M2b: de<-n>
<sekond>>seconde>
197;al.1;22
- M2b: een verschrompelde<-n>
197;al.1;23
197;al.1;24
- M2a: profi<+e>teeren
- M2b: profi<-e>teeren
197;al.1;26
- M2a: een eenzamen
manken. <- Punt.>
- M2b: een eenzame<-n>
manke<-n>.
197;al.2;2
- M2a: <+,>
want wat antwoordt ge op iemand
- D: , want wat
antwoordt ge <op>>aan> iemand
197;al.2;3-4
- M2a: <+,>
vraagt hij aan de schilderij waar hij zit naar te zien.
- D: , vraagt
hij aan de schilderij waar hij <zit naar>>naar zit> te zien.
197;al.2;4-5
- M2b: en zeggen
<+:> het is goed, Heer <+,> het is allemaal wel?
- D: en zeggen
<:>>,> het is goed, Heer, het is allemaal wel?
197;al.2;6
- M2b: een meisken
<die>>dat>
197;al.2;7
197;al.2;7-8
- M1b: bezig ben
bekruipt mij altijd die<-n>zelfde<-n> afschuwelijke<-n>
gedachte,
- M2a: bezig ben
<+,> bekruipt mij altijd diezelfde afschuwelijke gedachte,
197;al.2;11
198;al.2;1
- M2a: [-X]
Voor <us # u> is alles
- M2b: [+X]
Voor u is alles
198;al.2;2
- M1a: een diepen
put <+,> zegt Morris. Een diepen put
- D: een diepe<-n>
put, zegt Morris. Een diepe<-n> put
198;al.2;4-5
- M2a: eens geteekend
<+,> de eene pakt den anderen zijnen hoed,
- M2b: eens geteekend,
de eene pakt den andere<-n> zijn<-en> hoed,
198;al.2;6
- M2a: zijn schoonste
gedachten, ik lach er mee <+,> maar
- D: zijn schoonste
gedachten <,>>.> <i>>I>k lach er mee, maar
198;al.2;7-8
198;al.2;11
- M2a: ze drinken
<+,> paren
198;al.2;13-14
- M2b: dat ons
doet vragen <+:> waarom <,>>?> <e>>E>n datzelfde
verstand welke ons zegt:
- D: dat ons doet
vragen: waarom? En datzelfde verstand <welke>>dat> ons zegt:
198;al.2;15
- M2b: geen antwoord
op <- dien waarom>.
198;al.3;1
- M2a: Haha <+,>
zoo klappen ze,
198;al.3;8
- M2b: vinden
<,>>.> <e>>E>n ziet ge het,
198;al.3;8
198;al.3;9
- M2b: <alleen
niet>>niet alleen>
198;al.4;4
- M1b: presies
iets tracht<-t>en te grijpen, en juist
- M2a: <presies>>precies>
iets trachten te grijpen, en juist
- M2b: precies
iets trachten te grijpen <,>>.> <e>>E>n juist
198;al.4;7-8
198;al.4;9
- M2a: <z>>d>ie
<+,> daar
- M2b: <d>>z>ie,
daar
199;al.1;1
199;al.1;2
- M2a: iets heelemaal
anders <:>>.> Het kan
199;al.1;5
- M2a: luisteren
<.>>;> <W>>w>ant
- D: luisteren
<;>>:> <w>>W>ant
199;al.1;6
- D: een donkere<-n>
put <,>>:> de mensch
199;al.1;7-8
- M2a: ziekte
<+,> kwelling en dood, er is godslastering <+,> ellende en twijfel.
199;al.1;8-9
- M2a: En aan
de menschen zelf, de mensch als mensch, als kleine domme onwetende, als man
van den luien hoek <+,> daar zoudt ge
- M2b: En aan
de menschen zelf, de mensch als <- mensch, als kleine domme onwetende,>
man van den luien hoek, daar zoudt ge
199;al.1;13
- M2b: duizende<+n>
en duizende<+n>
199;al.1;14
- M1b: Is dat
niet <heerlijk>>schoon!>,
- M2a: Is dat
niet schoon <-!>,
199;al.1;15
- M2a: om leven
als ge zoo iets beseft <!>>?> Ja <+,>
- D: om <+
te> leven als ge zoo iets beseft? Ja,
199;al.1;16-17
- M2a: <- de>
simbolen
- D: <simbolen>>symbolen>
199;al.1;19
- M2a: gelijk
de mieren <+,>
199;al.1;21
199;al.1;22-23
- M2a: van doode
mierenlijven <+,> en dezen die na hen komen <+,> triomfantelijk
- D: van doode
mierenlijven <-,> <en dezen die na hen komen>>om hen die volgen>,
triomfantelijk
199;al.1;24
- M2b: een schoonere<-n>
wereld
199;al.2;2
199;al.2;4
- M2a: in terpentijn
<+,> want
199;al.2;6
- D: <heelzeker>>heel
zeker>
199;al.2;7
199;al.2;8
199;al.2;9
- M2a: [-X][?] Omdat Bernard
- D: [-X][?] Omdat Bernard
199;al.2;11
- M1a: niet wegkrijgen
{Ø } Want
- M2a: niet wegkrijgen
< {Ø }>>,> <W>>w>ant
- D: niet wegkrijgen
<,>>;> want
200;al.1;1
200;al.1;2
- M2b: eens zal
werkelijkheid <- zijn>.
- D: eens <-
zal> werkelijkheid <+ zal zijn>.
200;al.1;3
- D: als <al
dezen>>allen> die ze nu kent en <- dezen> die
200;al.1;3-4
- M2a: reeds lang
<+,> lang gaan gestorven zijn, dan
- M2b: reeds lang,
lang gaan gestorven zijn <,>>.> <d>>D>an
- D: reeds lang
<-, lang> gaan gestorven zijn. Dan
200;al.1;5-6
- M2a: <+,>
druipend van zon en licht, van waarheid <+,> goedheid <+,> schoonheid
<+,> menschen die
200;al.1;8
200;al.1;8-9
- M2a: tegen haar
zelven: <N>>n>u kunt ge gerust zijn <!>>,> ge zijt
een mier,
- D: tegen haar
zelve<-n>: nu kunt ge gerust zijn, ge zijt een mier,
200;al.1;9
200;al.1;12
200;al.1;13
- M2a: <- En>
<z>>Z>e blijft staan
200;al.1;15
- M2a: <+,>
zegt ze, alles heeft een doel.
- D: , zegt ze,
alles heeft <- een> doel.
200;al.1;16-17
- M2a: <+ en>
op haar roept <.>>,> <R>>r>oept en lacht en op hun
billen kletst <,>>.> <g>>G>e moet
- M2b: <en>>,>
op haar roept, roept en lacht en op hun billen kletst. Ge moet
- D: <-,>
op haar roept, roept en lacht en op hun billen kletst. Ge moet
200;al.1;18-19
- M2a: van achter
een raam <+,>
200;al.1;19-20
- M2a: hen gade
te slaan <.>>:> Guido.
200;al.2;5
- D: hoe leeger
<+,> hoe doelloozer
200;al.2;5
- M2a: sluit <hem>>zich>
op
200;al.2;6-7
- M2a: honderden
boeken <.>>,> <B>>b>oeken die niets <méer>>meer>
kunnen
200;al.2;9
200;al.2;10
200;al.2;13
200;al.2;14-15
- M2b: een andere<-n>
mensch
201;al.1;1
201;al.1;1-2
- M2a: ter<+r>einen
te kijken <,>>.> <h>>H>ij doolt
201;al.1;3
201;al.1;5
- M2a: den breed<-sten>
muur
- M2b: den breed<+en>
muur
201;al.1;6
201;al.1;8
- M2b: waar <-
er> een mijnramp is,
201;al.1;8-9
- M2a: <revolusie>>revolutie>
of weeral een nieuwen oorlog,
- M2b: revolutie
of weeral een nieuwe<-n> oorlog,
201;al.1;9
- M2b: <vlaggeken>>vlagsken>
201;al.1;10
- M2a: Ja <+,>
en zooveel vlaggekens
- M2b: Ja, en
zooveel <vlaggekens>>vlagskens>
- D: Ja, en zooveel
vlagskens <+,>
201;al.1;11-12
- M1a: daar zit
hij in {Ø } uren aan een stuk
- M2a: daar zit
hij in <{Ø }>>,> uren aan een stuk <+,>
201;al.1;15
201;al.1;16
- M2a: <+,>
want hij draagt
201;al.1;17
- M2a: [-X]
Hij komt terug beneden
201;al.1;18-19
- M2a: koopt hij
<- hem> een camera, het duurste <het>>en> fijnste aparaat
<+,> want
- D: koopt hij
een camera, het duurste en fijnste ap<+p>araat, want
201;al.1;19-20
- M1b: <biolog[xxx]>>biologies>
- M2a: <biologies>>biologisch>
201;al.1;20
- M2a: de <meiden>>meisens>
201;al.1;21
- M2b: een groot
geleerde<-n>
201;al.1;22
201;al.1;23-24
- M2a: <d>>D>at
is toch om de <- ander> landen
201;al.1;25
- M2b: zitten
te doen <.>>?>
- D: zitten <-
te> doen?
201;al.1;25
201;al.1;26
201;al.2;4-5
- M2a: pakt ze
<- haar> een dure sigaar.
201;al.2;5
- M2a: in een
zetel <+,> met haar <knieên>>knieën>
201;al.2;6
- M2a: te smooren
en den rook in te halen <+,>
- D: te smo<-o>ren
en den rook in te halen,
201;al.2;7-8
- M2a: Ja <+,>
als een man die smoort <+,> iets tegenkomt eender wat,
- M2b: Ja, als
een man die smoort <-,> iets tegenkomt <+,> eender wat,
201;al.2;9
- M2b: pakken
<,>>.> <e>>E>n zet
201;al.2;11
202;al.1;1
202;al.1;1
202;al.1;2-3
- M2a: de <dubbeldeur>>dubbele
deur>
202;al.2;2
- M2a: twee knechten
<.>>[x]> <-En> het jong ding dat
- M2b: twee knechten
<[x]>>.> <h>>H>et jong ding dat
- D: twee knechten
<.>>;> <H>>h>et jong ding <+,> dat
202;al.2;2-3
- M2a: lijk een
riet <+,> brengt
202;al.2;4-5
- M2a: felder
<+,> zegt er eenen,
- M2b: <felder>>feller>,
zegt er een<-en>,
202;al.2;5
202;al.3;1
- M2a: [+X]
Ze ziet hem en rap
- M2b: [X]
Ze ziet hem <+.> <e>>E>n rap
202;al.3;3
- M2b: Het is
een fijne<-n> <+,> zegt een
202;al.4;3
- M2a: open, er
moet een wit scherm geplaatst <+,> en vanachter
- M2b: open <,>>.>
<e>>E>r moet een wit scherm geplaatst, en vanachter
- D: open <.>>,>
<E>>e>r moet een wit scherm geplaatst, en vanachter
202;al.4;4-5
- M2a: drie <+,>
vier keeren
202;al.4;6
- M2b: zitten
<zien>>kijken> <+,>
- D: zitten <kijken>>zien>,
202;al.4;7
- D: en <+
er> iemand anders
202;al.4;8
- M2a: <- En>
<a>>A>lmeteens
202;al.4;9-10
- M2b: in zijn<-en>
kop kon geboren worden.
- D: in zijn kop
<kon geboren>>geboren kon> worden.
202;al.4;10
- M2a: <- En>
<v>>V>anavend
202;al.4;16
202;al.4;16
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
203;al.1;1
- M2a: flapt uit
en zijt nu stil <+,>
- M2b: flapt uit
<+.> <e>>E>n zijt nu stil,
- D: flapt uit
<.>>,> <E>>e>n zijt nu stil,
203;al.1;2
203;al.1;3
- M2a: onverwacht<-t>e
momenten
203;al.1;3
203;al.1;7
- M2a: over Onsheer
<:>.> En zijt nu
203;al.1;8
- M2a: <+,>
op wat trekt dat nu?
203;al.1;9
203;al.1;12
- M2b: te zwieren
<,>>.> <h>>H>ij zingt
203;al.1;12
203;al.1;16-17
203;al.1;17-18
- M2a: [X]
[?] Die oude
- D : [-X]
Die oude
203;al.1;18
- M2b: <zoo>>zóó>
zijn zelven ziet <+,>
203;al.1;22
- M2a: lach maar
<+,> uwen toer
- M2b: lach maar,
uw<-en> toer
203;al.1;24-25
- M2a: Hij drukt
<hem>>zich> dicht tegen den trap
- M2b: hij drukt
zich dicht tegen de<-n> trap
203;al.1;26
203;al.1;27
203;al.1;28
203;al.1;29
- M2b: ander dingen<-s>
- D: ander<+e>
dingen
203;al.1;30
- D: <krapuleuste>>crapuleuze>
203;al.1;30
203;al.1;36
- M2a: Ja <+,>
daar zijn <erbij>>er bij>
204;al.1;1
- M2a: <vanachter>>van
achter>
204;al.1;2
- M2b: [X]
[?] Hij komt den laatste<-n> buiten,
- D: [-X]
Hij komt <den>>het> laatste buiten,
204;al.1;3
204;al.1;5-6
- M2b: de<-n>
meest troostelooze<-n> van allemaal <+.>
204;al.2;3
- D: <ongedachts>>onbedachts>
204;al.2;4
- D: Dan voekt
hij <,>>:> waarom
204;al.2;6
- M2a: <Oh>>Ho>
<+,> goed dan,
- D: Ho <-,>
goed dan,
204;al.2;10
- M2a: Hij kan
<hem>>zich> ergens
204;al.2;12
- M2a: hij stelt
<hem>>hme><+ zich>
- M2b: hij stelt
<- hme> zich
204;al.2;14-15
- M2a: gaan zien
<+,> zegt hij daar, en ze zijn zoo hoog al.
- D: gaan zien,
zegt hij daar, en ze zijn <zoo>>zóó> hoog al.
204;al.2;16
- M2a: Wel <+,>
wel <- wel> Ingels!
- M2b: Wel <-,>
wel <+,> Ingels!
204;al.2;18
204;al.2;19
204;al.2;21
- M2b: rechts
<,>>.> <z>>Z>e wacht.
204;al.2;21
204;al.2;22
204;al.2;23
204;al.2;23
204;al.2;24-25
- M2a: <presies>>precies>
voort <+,> zegt Elie,
204;al.2;25-26
- M2b: <-s>linke
schouder
- D: <linke
schouder>>linkerschouder>
204;al.2;26
- M2a: reumathiek
<+,> zegt Maria,
- D: <reumathiek>>rheumatiek>,
zegt Maria,
204;al.2;28
- D: <+,>
met een pak <ouate>>watte> onder uw kleed <+,>
204;al.2;30
- M2b: dezelfde
medicijn <,>>:> eens naar
- D: dezelfde
medicijn <:>>;> eens naar
205;al.1;1
205;al.1;3
- M2b: in de voorstad
<- gaan> doen?
205;al.1;5
- M2a: tusschen
de werken <.>>,> <E>>e>n als
205;al.1;8
- M2a: <- En>
<d>>D>e menschen
205;al.1;9
- M2a: <snachts>>'snacht>
- D: <'snacht>>'s
nachts>
205;al.1;12
205;al.2;3
- M2a: met een
affiche achter <+,> waarop
- D: met een affiche
<+ er> achter, waarop
205;al.2;5
- M2a: vereenigen
<hen>>zich>
205;al.2;10
- M2b: vraagt
<hem>>zich> twijfelend af
205;al.2;15
205;al.2;16
205;al.2;19
- M2a: Zotten
<+,> roept <+ hij>, driedubbele idioten.
205;al.2;20
205;al.3;1
- M2a: [+X]
Jean zoekt den eersten den besten
- M2b: [X]
Jean zoekt den eerste<-n> den beste<-n>
205;al.3;1
206;al.1;1
206;al.1;1-2
- M2b: ander dingen<-s>
rond zijn hoofd <,>>.> <m>>M>et een tweeduizend misschien.
- D: ander<+e>
dingen rond zijn hoofd. Met een tweeduizend misschien.
206;al.1;3
206;al.1;5
- M2a: en st<-r>ooi
dat geld
- M2b: en st<+r>ooi
<dat>>hun> geld
- D: en strooi
<hun>>dat> geld
206;al.1;6
- M2a: leef zonder
geld <+,>
206;al.1;7
- M2a: brood <+,>
patatten en vleesch
206;al.1;8
- D: <steken
hebben>>hebben steken>?
206;al.1;8
206;al.1;13-14
- M2a: alle veertien
dagen <!>>,> roept hij Jean achterna. [X] [?] In zeven
haasten
- D: alle veertien
dagen, roept hij Jean achterna. [-X] In zeven haasten
206;al.1;15
- M2a: den <allee>>allée>
- M2b: de<-n>
allée
206;al.1;16
- M2b: zoo <+
rap> mogelijk
206;al.1;18
- M2b: <- Van>
<m>>M>et de eerste klaarte
206;al.1;20
- M2b: in den
morgen<-d>, grauw en dood met
- D: in den morgen,
grauw en dood <+,> met
206;al.1;21-22
- M2a: kapotgetorten
boskool <+,> tubekens verf
- D: kapotgetorte<-n>
boskool, tubekens verf
206;al.1;26-27
- D: om doorgebracht
<,>>.> <l>>L>ijnen en kleuren <en>>,>
tonen
206;al.1;28
- M2a: Een mondhoek
van Marian <+,> die
206;al.1;30
206;al.1;31-32
- M2b: in den
schaduw <,>>.> <e>>E>n in de diepte van de keel een
teedere<-n>
- D: in de<-n>
schaduw <-.> <E>>e>n in de diepte van de keel <+.>
<e>>E>en teedere
206;al.1;32-33
- M2b: voelen
moet <-,> als ge schilder zijt <+,> rap rap
206;al.1;34
- M2a: [X]
[?] Hij wacht naar Marian,
- D: [-X]
Hij wacht <naar>>op> Marian,
206;al.1;35
- M2b: horloge
<,>>:> nog twee uur <,>>.> <e>>E>n die
- D: horloge <:>>,>
nog twee uur <.>>,> <E>>e>n die
206;al.1;36
- M2b: naar de<-n>
koer, van de<-n> koer
207;al.1;2
- M2b: een koude<-n>
rommel
207;al.1;3
207;al.1;6
- M2a: <zélf>>zelf>
gewacht heeft naar
- D: zelf gewacht
heeft <naar>>op>
206;al.1;7
- M2a: haren beto<+o>verenden
glimlach.
- M2b: <haren>>haar>
betooverenden glimlach.
207;al.1;7-8
207;al.1;9
207;al.1;11
- M2a: <alles-zeggenden>alleszeggenden>
207;al.1;12
207;al.1;13
- M2a: een stommerik
<.>>,> <D>>d>at hij
207;al.1;16
207;al.2;2
- D: een <dooden-rust>>doodenrust>
207;al.2;4
- M2a: aan te
geven, er bestaat geen tijd meer <+,>
- M2b: aan te
geven <,>>.> <e>>E>r betsaat geen tijd meer,
207;al.2;6-7
- D: een diepe<-n>
diepe<-n> koele<-n> vijver
207;al.2;7
- M2b: Haar oogen
en haar mond <,>>!> <e>>E>n zijn
207;al.2;10
- D: laat men
<- na> hem zeggen
207;al.3;1
207;al.3;2
- M2a: <zelf-vergeten>>zelfvergeten>
207;al.3;5
207;al.3;8
207;al.3;8-9
- M2a: vergeten
<.>>,> <E>>e>n misschien
208;al.1;2
- M2a: <- En>
<d>>D>e vrouw lacht,
208;al.1;3
208;al.1;4
- M2a: [-X]
Ja <+,> en daar
208;al.1;5
208;al.1;7-8
- M2b: stuk hemel
is <,>>:> zij is maar een meisje, een mensch <,>>.>
<e>> E>n daarom
- D: stuk hemel
is <:>>;> zij is maar een meisje, een mensch. En daarom
208;al.1;8-9
208;al.1;9
- M2a: al mankende
<!>>.> Ach <+,>
208;al.1;11
208;al.2;3
208;al.2;5
208;al.2;6
- M1b: [X]
Morgen zegt hij. Haha morgen, hoeve<-e>len
- M2a: [-X]
Morgen <+,> zegt hij. Haha <+,> morgen, hoevelen
- D: [-X]
Morgen, zegt hij. Haha, morgen <,>>.> <h>>H>oevelen
208;al.2;7
208;al.2;8
- M2a: grauwste
<+,> dofste wanhoop <:>>.> Morgen. Daar klampt
208;al.2;12
- M2a: Maar wacht:
morgen <.>>,> <M>>m>orgen.
208;al.2;14-15
- M2a: ach <+,>
het is <presies>>precies>
208;al.2;16
208;al.2;18
208;al.2;19
208;al.2;19
208;al.2;21
- M2a: een leven<-d>
iets
- M2b: een leven<+d>
iets
208;al.2;24
- M2a: dat hij
<hem>>zich> afvraagt <+:> hoe hoort ze het niet <!>>[x]>
- D: <+,>
dat hij zich afvraagt: hoe hoort ze het niet <[x]>.>
208;al.2;24-25
- M2a: [X]
[?] Als zij daar stond<-t>
- D: [-X]
Als zij daar stond
208;al.2;25
209;al.1;1-2
- M2a: van maanlicht
<+,> sneeuw of mist
209;al.1;2-3
209;al.1;3
- M2a: [-X]
Hij komt binnen
209;al.1;5
- D: vleesch en
bloed is <,>>.> <h>>H>et almachtige,
209;al.1;6
- M2a: [-X]
Loop nu weg <+,> zegt hij
209;al.1;6-7
- M2a: loop nu
weg <+,> arme manke dwaas,
209;al.1;9-10
- M2b: een razende<-n>
trein
209;al.1;12
209;al.1;14
209;al.1;15-16
- M2a: ineenstort<-t>en.
[-X]<- En> <l>>L>ijk een autovoerder
209;al.1;19
209;al.1;20-21
- M2b: in zijn
mouw loopen <.>>...> Ze is lang weg, Marian.
209;al.1;22
- M1b: hij verwar<-d>t
<hem>>zich>.
209;al.1;23
209;al.2;1
- M2a: [X]
[- witregel] Marian weet
209;al.2;2
209;al.2;4-5
- M2a: op iemand
<.>>,> <I>>i>emand
209;al.2;5
209;al.2;5-7
- M2a: Wel wel
Carrie, Carrie <+,> leeft ge nog? Ja <+,> ze leeft nog, en spijtig
genoeg misschien
- D: Wel wel <+,>
Carrie, Carrie, leeft ge nog? Ja, ze leeft nog, en spijtig genoeg misschien
<+,>
209;al.2;7
- M2a: Heengaan
is niets <+,>
207;al.2;13
- M2a: naar u
vraagt <+,> zegt Marian en de andere
- M2b: naar u
vraagt, zegt Marian <+.> <e>>E>n de andere
209;al.2;14
- M1b: gekam<t>>d>,
met haren pullover
- M2b: gekamd,
met <haren>>haar> pullover
210;al.1;1
- M2a: zegeviert
ze <+,> van voor
210;al.1;5
- M2a: dat ge
ziet <+,> zegt er
210;al.1;6
210;al.1;6-7
- M2a: zoo totaal
<óp>>op>. [-X] Maria verbergt iets
210;al.1;7
- D: met een grauw
papier <+ er> over.
210;al.1;8-9
- M2a: Och niets,
een mand <+ met> <.>>...> En Carrie
- D: Och niets
<-,> een mand met... En Carrie
210;al.1;10-11
- M1b: haar oogen
van veel <+ verbeten> <leed>>pijn> en opgekropt <pijn>>
leed>,
- D: haar oogen
<+,> van veel verbeten pijn en opgekropt leed,
210;al.1;13
210;al.1;13
- M2a: niet waar
<+,> moeder,
210;al.1;14
210;al.1;14-15
- M2a: <H>>h>et
was niet voor mij <+,> kind. Neen <+,> en voor wie dan? Ja <+,>
210;al.1;15
210;al.1;16
- M2a: <J>>j>a
<+,> hoe kan ik dat nu weten <+,> maar ik dacht,
- D: ja, hoe kan
ik dat nu weten <,>>...> maar ik dacht <, >>...>
210;al.1;19
- M2a: Moeder,
moeder <+,> zegt ze,
210;al.1;22
210;al.1;25
210;al.1;29
M2a: Heer <+,>
verlos ons van de zonde.
210;al.1;29
210;al.1;35
- M2b: die ze
nog heel goed kent, een<-en>
- D: die<+n>
ze nog heel goed kent, een
211;al.1;1-2
- M2b: zooiets
vragen <,>>.> <e>>E>n toch krijgt ze het over haar
bloedelooze lippen niet.
- D: zooiets
vragen. En toch krijgt ze het <+ niet> over haar bloedelooze lippen
<- niet>.
211;al.1;3
211;al.1;4
211;al.1;5-6
- M2a: ziet
voortgaan doet het goed aan uw hart <+,>
- M2b: ziet
voortgaan <+,> doet het goed aan uw hart <-,>
211;al.1;9
- M2a: in vlam
en vuur <,>>.> <h>>H>ij legt
211;al.1;13-14
211;al.1;15
- M2a: <-
En> <z>>Z>e denkt aan
211;al.1;16
- M2a: [-X]
Veel kan Marian
211;al.1;17
211;al.2
- M2a: [+X]
En met haar lichte oogen
211;al.2;2
211;al.2;3
- M2b: <-
naar> buiten komt. Lijk iemand
- D: <+ naar>
buiten komt <.>>,> <L>>l>ijk iemand
211;al.2;4
- D: en <-
die> tot het besef komt
211;al.2;5
- M1b: geen
fout aan <- aan> heeft.
- M2a: geen
<fout>>schuld> aan heeft.
211;al.2;5-6
- M2a: bij Bernard
gaan <+,> zegt Marian.
211;al.2;6
211;al.2;8
211;al.2;9
211;al.2;12
- M2a: <zevenentwintig>>zeven
en twintig>
211;al.2;15
- M2a: <eeuwig-zelfde>>eeuwigzelfde>
211;al.3;3-4
- M2a: <presies>>precies>
een zondagmorgend of een morgend van de<-n> kermis
- M2b: precies
een zondagmorgen<-d> of een morgen<-d> van de kermis
- D: precies
een <z>>Z>ondagmorgen of een morgen van de kermis <+,>
212;al.1;2
- D: ze maakt
kropkens sla schoon <+,> en
212;al.1;3-4
- M1b: Ze snijdt
fritten, <E>>e>n het is toch goed voor van den noen vraagt ze,
- M2a: Ze snijdt
fritten <, >>.> <- En> <h>>H>et is toch goed
voor van den noen <+,> vraagt ze,
- M2b: Ze snijdt
fritten. Het is toch goed voor van <- den> noen, vraagt ze,
212;al.1;4-5
- M2a: Ja <+,>
het is goed, het kan hem eigenlijk geen zier schelen
- M2b: Ja, het
is goed, het kan hem eigenlijk <geen zier>>niet> schelen
212;al.1;6
- D: vinger<-en>
- W: vinger[+en]
212;al.1;8-9
- M1b: als een
ouden luien koning in zijn geluk te <ber[xx]ten>>berusten<,
en lijk een machteloozen
- M2b: als een
ouden luien koning in zijn geluk te berusten, en lijk een machtelooze<-n>
- D: als een
oude<-n> luie<-n> koning in zijn geluk te berusten, en lijk
een machtelooze
212;al.1;9
212;al.1;11
212;al.1;12
- D: schuif
eens wat op <.>>!>
212;al.1;13
212;al.1;14
- M2a: <+,>
vraagt hij, maar hij verzet <hem>>zich> niet,
212;al.1;18-19
- M2a: Haha
<+,> ze is terug <-,> en ze ziet zoo mager en zoo bleek!
- D: Haha, ze
is terug en ze ziet zoo mager en zoo bleek <!>>.>
212;al.1;21
- M2b: <den>>het>
laatste<-n> tableau
212;al.1;23
- M2a: alledaags<+ch>
geluk
212;al.1;23
- M2b: Bah,
peinst hij <,>>.> <w>>W>ant
212;al.1;26
- M2a: En Rusten<+d>
Meisje
212;al.1;28
- M2a: Het is
niet slecht <+,> zegt hij, en den grimlach
- D: Het is
niet slecht, zegt hij, en de<-n> grimlach
212;al.1;29
- M2a: <hem>>zich>
rond zijn mond. Hij zet <hem>>zich>
212;al.1;31
- M2a: laat
hij <hem>>zich>
212;al.1;32
- M2b: van <+:>
hoe doen ze u niet dood.
- D: van <-:>
<hoe doen ze>>hoe-doen-ze> u niet dood.
- W: van [+:]
[hoe-doen-ze]]hoe doen ze] u niet dood.
212;al.1;34
212;al.1;35
212;al.1;37
- M2a: te hebben
<,>>.> <v>>V>roeger
213;al.1;2
213;al.1;4
213;al.1;6-7
- M2a: voorsteden,
schilderijen <+,> brillen, boeken en paraplu's. Niemand kijkt naar
Carrie.
- M2b: voorsteden,
schilderijen, brillen, boeken en paraplu's. [+X] Niemand kijkt
naar Carrie.
- D: voorsteden,
schilderijen, brillen, boeken en paraplu's. [-X] Niemand kijkt
naar Carrie.
213;al.1;8
- D: als een
grapje op <,>>.> <e>>E>n God
213;al.1;10
213;al.1;10-11
213;al.1-al.2;7-1
- M2a: uw andere
zijde gezien heeftt <,>>.> [+X] <i>>I>k
ben tevreden,
- M2b: uw andere
zijde gezien heeft. [-X] Ik ben tevreden,
- D: uw andere
zijde gezien heeft. [+X] Ik ben tevreden,
213;al.2;2
- M2a: dat iemand
zien zal. [-X] En Marian ziet
- M2b: dat iemand
zien zal. En Marian <ziet>>kijkt>
- D: <dat
iemand>>iemand dat> zien zal. En Marian kijkt
213;al.2;4
- M2a: <+
daar> krijtwit <ziet>>zit>.
213;al.2;4
- D: Hoe valt
ze <+ niet> van den zetel <- niet>?
213;al.2;5
213;al.2;5
- M1b: moet
haar aan den <zetel [?]>>ezel>
- M2a: moet
<haar>>zich> aan den ezel
213;al.2;7
213;al.2;8
- M2a: Ge zult
gestraft worden <+,> gij,
213;al.2;10
- M2b: <-
En Carrie valt op den grond.> Marian loopt er <naartoe>>heen>
213;al.2;12
213;al.2;13
213;al.2;15
- D: een zachtzinnige<-n>
mensch
213;al.2;17
- D: een wreede<-n>
meester
213;al.2;20
- M2a: [-X]
Straks zult ge nog gaan beweren <+,>
213;al.2;21
- M2a: Aai <+,>
zwijg nu Morris,
213;al.2;22
- M2a: om <shemelswil>>'s
hemelswil>,
213;al.2;24
- M2a: Kom <+,>
we gaan naar huis,
214;al.1;1
- M2b: onder
Carrie <den haren>>haar arm>, op straat
- D: onder Carrie
haar arm <,>>.> <o>>O>p straat
214;al.1;2
- M2a: nu schreien
<+,> Carrie? Ja <+,>
214;al.1;3
- M2a: vroeger
<+,> herinnert ge het u nog? en toen
- M2b: vroeger,
herinnert ge het u nog? <e>>E>n toen
214;al.1;4
- M2a: <+,>
want ge weet niets, ja <+,>
214;al.1;5
- M2a: gij weet
niet <+,> kind <+,>
214;al.1;6-7
- M2a: den <entree>>entrée>
van den blok,
- M2b: de<-n>
entrée van <den>>het> blok,
214;al.1;9
- M2a: <snachts>>'s
nachts>
214;al.1;10
- M2b: een <droef>>donker>
geweten
- D: een <donker>>slecht>
geweten
214;al.1;11
214;al.1;12
- M2b: los <,>>.>
<m>>M>ijn moeder? zegt ze
214;al.1;13
- D: zeker niet
waar Carrie <.>>?> Het spijt mij <+,> Marian,
214;al.1;14
- M1b: ik stond<-t>
daar in den donkeren
- D: ik stond
daar in den donker<-en>
214;al.1;16
214;al.2;3
214;al.3;2
- D: met uw
<oogen open>>open oogen>
214;al.3;2-3
- M2a: tracht<-t>en
naar den morgend
- M2b: trachten
naar den morgen<-d>
214;al.3;4
- D: <haar>>zich>
op den elleboog
214;al.3;4
214;al.3;10
- M2a: <pull-over>>pullover>aan,
dien ouden <pull-over>>pullover>
- M2b: <pullover>>pull-over>aan,
dien ouden <pullover>>pull-over>
214;al.3;11
215;al.1;1
- M1b: ge kunt
er u moeilijk van ontdoen <- en nieuw koopen>, ge denkt
215;al.1;2-3
- M2a: u zullen
verontwaardigd of <+ [xxxxxxx xxxxxx xxxx xxx]> <+ een
tiental woorden> bedroefd aanstaren, <ge>>[xx]>
koopt u iets nieuw,
- M2b: u zullen
verontwaardigd of <- [xxxxxxx xxxxxx xxxx xxx] een tiental woorden>
bedroefd aanstaren <,>>;> <[xx]>>en ge>
koopt u iets nieuw,
- D: u <-
zullen> verontwaardigd of bedroefd <+ zullen> aanstaren; en ge
koopt u iets nieuw<+s>,
215;al.1;4-5
- M2a: uwen
ouden <pull-over>>pullover>
- M2b: uw<-en>
ouden pullover
- D: uw ouden
<pullover>>pull-over>
215;al.2;1
- M2a: [+X]
Elie blijft aan het venster
215;al.2;4
215;al.2;5
215;al.2;6
215;al.2;7
- M2b: een zachte<-n>
schijn
215;al.2;8
215;al.3;1
- M2a: <snachts>>'s
nachts>
215;al.3;3
- M2a: dat niet
te vergeven is. Ach <+,>
- M2b: <dat>>wat>
niet te vergeven is. Ach,
215;al.3;5
- M2a: waar
gaat ge naartoe <+,> moeder?
215;al.3;7-8
- M2a: Neen
<+,> ze kan het niet, moeit gij u met dingens
- M2b: Neen,
ze kan het niet <,>>.> <m>>M>oeit gij u met dingen<-s>
- D: Neen, ze
kan het niet <.>>:> <M>>m>oeit gij u met dingen
215;al.3;8-9
- M2b: En dat
ik haar eens volgde, peinst ze <,>>.> <e>>E>ens,
maar nu vannacht niet.
- D: En <dat>>als>
ik haar eens volgde, <peinst>>peinsde> ze. Eens, maar nu vannacht
niet.
215;al.3;9-10
- D: Morgen
<.>>,> <O>>o>mdat
215;al.3;10
- M2b: te weet
te komen <+.> <o>>O>mdat
215;al.3;11-12
- D: <ons>>onze>
handen voor <ons>>onze> oogen houden dan het leven <- te
moeten> in het gezicht <+ te moeten> zien.
215;al.3;13
- M2a: neen
Carrie <+,> daar zijt ge mis in, het moet
- M2b: neen
Carrie, daar zijt ge mis in <,>>.> <h>>H>et moet
- D: neen Carrie,
daar zijt ge mis in <.>>,> <H>>h>et moet
215;al.3;14
- M2b: een gekwelde<-n>
droom
215;al.3;15-16
- M2a: een uitzinnige
begeerte misschien, zonde, of wie weet wat allemaal. [-X] Elie
komt op straat
- D: een uitzinnige
begeerte misschien, <zonde, of wie weet wat allemaal>>maar een
kwaad geweten? Neen...> Elie komt op straat
215;al.3;17
- D: de<-n>
diepste<-n> schaduw
215;al.3;21
- M1a: <halven
# een halven> meter
216;al.1;5
216;al.2;2
- D: ze wachtte
<naar>>op> iemand
216;al.2;3
- D: niet meer
<naar>>op> hem. Ze wacht <naar>>op>
216;al.2;4
- M2b: eene<-n>
die
- D: een<-e>
die<+n>
216;al.2;4
216;al.2;6
216;al.2;7
- M2a: naar
iemand wachtte <+,> die ze <haar>>zich>
- D: <naar>>op>
iemand wachtte, die<+n> ze zich
216;al.2;9
- M2b: <-,>
om in te doolen,
- D: om in te
do<-o>len,
216;al.2;9-10
- M2b: morgen
komt hij <,>>.> <m>>M>orgen
216;al.2;10
216;al.2;12
- M2a: liefhad<-t>,
maar aan haren glimlach
- M2b: liefhad
<,>>.> <m>>M>aar aan <haren>>haar> glimlach
216;al.2;13
- M2b: zien
<,>>.> <d>>D>at alles goed is,
216;al.2;14
216;al.2;14
216;al.2;15
216;al.2;16
- M2b: En ze
zou zeggen <:>>...> Ja, wat zou ze
216;al.2;18
- M2b: het graf
<,>>;> lijk iemand
216;al.3;1
- M2a: Ach <+,>
in dien tijd stelde ze <haar>>zich>
216;al.3;3
- M2a: het werd<-t>
noen <+,> avend en nacht,
216;al.4;1
213;al.4;2
- M2a: alle
zenuwen op, en stil <+,> onmerkbaar stil,
- M2b: alle
zenuwen op <,>>.> <e>>E>n stil, onmerkbaar stil,
216;al.4;4
216;al.4;5
- D: <m>>M>aandagnoen
was of <z>>Z>aterdagavend.
216;al.4;5-6
- D: vergat
zij <naar>>op> wie<-n> ze wachtte.
216;al.4;6-7
- M2a: [-X]
Het verging haar lijk iemand die een langen <+,> langen weg
216;al.4;7
216;al.4;8
- M2b: doen
moest <,>>.> <e>>E>n toch
217;al.1;2
- D: <- van>
nu nog om te keeren.
217;al.2;5
- M2a: ijlte
<+,> duisternis en
217;al.3;1-2
- D: gewend
was <,>>.> <i>>I>ederen dag,
217;al.3;4
217;al.3;6
217;al.3;7-8
- M2a: teeder
<+,> zacht en lokkend,
217;al.4;3
- M2a: komt
het <dáarbij>>daarbij> dat
- D: komt het
<daarbij>>daardoor> dat
217;al.4;4
217;al.4;4
- M2a: <Z>>z>ondagnanoen
- D: <z>>Z>ondagnanoen
217;al.4;8
- M2a: Neen
<+, > neen <+, >
217;al.4;8-9
- M2a: ze wacht
hier naar iemand, en kijk <+, > hij is daar <! >>. >
- D: ze wacht
hier <naar>>op> iemand <,>>...> <e>>E>n
kijk, hij is daar.
217;al.4;9
217;al.4;10
217;al.4;12
- D: het hoofd
<,>>:> ze is er grijs door geworden.
217;al.5;1
- M2a: dichter
<+,> en ginder
217;al.5;2
- D: breeder
<om>>en> breeder
217;al.5;3
218;al.1;2
- M1b: pinkt
<open [?]>>aan>
- M2b: pinkt
<- aan>
- D: pinkt <+
aan>
218;al.1;3
- M2a: met de
vroegploeg zijn <.>>,> <E>>e>n die <hen>>zich>
- D: <met>>bij>
de vroegploeg zijn, en die zich
218;al.1;6
218;al.1;8
- D: <tusschen>>in>
de leege straten.
218;al.1;9
218;al.1;12
218;al.1;13
218;al.1;14-15
- M2a: Het spook
<+,> vraagt de andere,
- D: Het spook,
vraagt de ander<-e>,
218;al.1;15
218;al.1;17
- M2a: En almeteens,
zie <+,> daar zit ze,
218;al.1;18
218;al.1;19
218;al.1;20
- M2a: roept
gij maar <+:> heila.
218;al.1;20
218;al.1;21
- D: aan zijn
moustache <:>>.> ze moest
218;al.1;22
- D: <voort
gaan>>voortgaan>
218;al.1;23
218;al.1;24
218;al.1;24
- M2a: Zwijg
<+,> gotver toch,
218;al.1;25
- M2a: heel
zeker dood <.>>,> <E>>e>n hij legt
218;al.1;26
218;al.1;27
- M2b: <haren>>haar>
kop
- D: haar <kop>>hoofd>
218;al.1;29-30
- M2a: en des
Heiligen Geestes <+,> amen <+,> zegt de oudste, hij pakt
- D: <e>>E>n
des hieligen Geestes, amen, zegt de oudste <,>>.> <h>>H>ij
pakt
218;al.1;31
218;al.1;31
218;al.1;32
218;al.1;33
218;al.1;34
- M2b: den morgen<-d>
<.>>?>
218;al.2;3
219;al.1;4
- M2a: een kwartuurken,
wat zou het <+,> zegt de oudste,
- M2b: een kwartuurken
<,>>.> <w>>W>at zou het, zegt de oudste,
219;al.2;2
219;al.2;5
219;al.2;6
- M2a: tegen
de doode <,>>.> <h>>H>oudt uw geheim <+,>
219;al.2;9
219;al.2;10
219;al.2;17-18
- M2a: sla eenen
zijn<+en> kop af
- M2b: sla eene<-n>
zijn<-en> kop af
- D: sla <eene>>iemand>
zijn kop af
219;al.2;18-19
- M2a: [X]
[?] <- En> Elie wordt begraven,
- D: [-X]
Elie wordt begraven,
219;al.2;20
219;al.2;22-23
- M2a: staan,
<D>>d>en boulevard zegt het jong jong volk
- M2b: staan,
<+ op> den boulevard <+,> zegt het jong volk
219;al.2;23
- M2a: <Boeikens>>Boeykens>
219;al.2;25
- M2a: <-
En> Maria schreit, schreit.
219;al.2;26
- M2b: er niet
van over <:>>.> <e>>E>n zeggen
- D: er niet
van over <.>>;> <E>>e>n zeggen
219;al.2;30
- M2a: <Boeikens>>Boeykens>
219;al.2;30-31
- D: neven Jean
<,>>.> Jean neven
219;al.2;31
- M2a: <Boeikens>>Boeykens>
219;al.2;32
- M2b: niet
open <,>>.> <h>>H>et is
219;al.2;33
- M2a: <Boeikens>>Boeykens>
219;al.2;34
- M2a: Ja <+,>
het is wel waar.
220;al.1;3
220;al.1;4
220;al.1;4
220;al.1;5
- D: dat het
een straf is <,>>.> <i>>I>emand
220;al.1;6
- M2a: buiten
moet <+,> want
220;al.1;7
- M2b: doodnijpen
<.>>,> <Z>>z>oo iemand
- D: doodnijpen,
<zoo>>zóó> iemand
220;al.1;7-8
220;al.1;10
220;al.1;11
220;al.2;1
- M2a: [X]
<- En> <D>>d>at wat u drijft naar duistere dingens,
- M2b: [X]
Dat wat u drijft naar duistere dingen<-s>,
220;al.2;2
220;al.2;3-4
- M2b: de<-n>
simpelste<-n> om uit te spreken is vaneigens de<-n> duivel.
220;al.2;8
- M2b: aanraken
<+,> werden ze voor haar neus dichtgeklapt <,>>:>
220;al.2;10
220;al.2;12
- M2a: <,>>:>
wat gebeur<d>>t> daar
- D: <:>>,>
wat gebeurt daar
220;al.3
220;al.3;1
- M2b: dingen<-s>
die niet te noemen zijn, afgrijselijke dingen<-s>
220;al.3;2
220;al.3;3-4
- M2b: Toen
liep ze heen <+...> en toen kwam ze terug <+...> bleek geworden
en <presies>>precies> ziek.
220;al.3;9
- M2b: de<-n>
koer waar de<-n> regen
220;al.3;9
220;al.3;10
220;al.3;12
- M2a: den specialen
<entree>>entrée>
- M2b: de<-n>
speciale<-n> entrée
220;al.3;12
- D: <Saargebied>>Saargebied>
220;al.3;13
- M2a: soms
eens blijven staan en <asem>>adem> scheppen.
- D: soms <-
eens> blijven staan en adem scheppen.
220;al.3;14-15
- D: haarzelve<-n>
uit waarom ze hier komt <,>>.> <o>>O>mdat
221;al.1;1
- M1b: dien
ansgt <- niet> onmogelijk
221;al.1;2
221;al.1;4
221;al.1;4
221;al.1;7
221;al.1;8
221;al.1;9
- D: <dán>>dan>
zeggen <.>>!>
221;al.1;10
- M2a: <B>>b>eul
die ge zijt, laat me toch met rust. <- En> <d>>D>an bidt
ze
221;al.1;12
- D: <Saargebied>>Saargebied>
221;al.1;12
M2a: <+,>
die durft
221;al.1;16
- D: vergeet
dat <+,> mijn kind,
221;al.1;17
- M2a: [-X]
Ze komt op het bovenste <alléeken>>allééken>.
221;al.1;20-21
- M2a: Zoo <!>>,>
kom binnen, zegt hij.
221;al.1;22
- M2a: ze vraagt
<haar zelven>>zich> af
221;al.1;25
- M2a: <-
En> <e>>E>r staat
221;al.1;26
- D: de<-n>
vierde<-n> poot <+,> die afgebroken is.
221;al.1;27
221;al.1;27-28
- M2b: stemmeken,
hoewel ze <zeer>>heel> goed ziet
- D: stemmeken
<,>>;> hoewel ze heel goed ziet
221;al.1;30
221;al.1;32
- M2b: haat
<die>>wat> er in zijn oogen ligt
- D: haat wat
<- er> in zijn oogen ligt
221;al.1;33-34
- M2b: <den>>het>
natte<-n> doek
- D: <het>>den>
natte<+n> doek
221;al.1;35
221;al.1;36
- M2b: <den>>het>
natte<-n> doek
- D: <het>>den>
natte<+n> doek
221;al.1;37
- D: een vormelooze<-n>
bol
222;al.1;2-3
- M2b: <over>>mede>
kwellen <+,> zegt hij, noch gij, noch ik <,>>.> <e>>E>n
ge zijt
222;al.1;3
222;al.1;4
222;al.1;4
222;al.1;5-6
- M2a: werd<-t>
ook gekweld om dingens te zien
- M2b: werd
ook gekweld om dingen<-s> te zien
222;al.1;6
222;al.1;8
- D: [-X]
En gij dan, zegt Carrie <-,> die
222;al.1;8-9
- M2b: gekropen
is <-,> tegen de kast
222;al.1;10
222;al.1;14
- M2a: niet
zijn! <- En> <h>>H>oe wilt ge
- D: niet zijn
<!>>.> Hoe wilt ge
222;al.1;14-15
- M2a: met zulke
nutteloosheden. <+.> [-X] Ze staat
- D: met zulke
nutteloosheden <..>>...> Ze staat
222;al.1;18
222;al.2;1
- M2a: Ge hebt
me vertel<t>>d> van God,
- M2b: Ge hebt
me verteld <van>>over> God,
- D: Ge hebt
me verteld <over>>van> God,
222;al.2;5
222;al.2;7
- D: ge komt
<achter>>om> troost,
222;al.2;8
222;al.2;10
- M2b: <schreeuwt>>zegt>
hij
- D: <zegt>>schreeuwt>
hij
222;al.2;10-11
- D: dat ik
niet geslingerd word<-t>
222;al.2;13
222;al.2;14
- M2a: <-
En> <h>>H>ij keert <hem>>zich>
222;al.2;15
- M2a: Hij leunt
<- hem> ver vooruit
222;al.2;16
222;al.2;17
222;al.2;18
- M2b: van onder
schieten <,>>.> <w>>W>at is de<-n> mensch
223;al.1;3
- M2a: <-
En> Morris kan <hem>>zich> niet wachten
223;al.1;9-10
- M2a: een uitgedroogden
haring, <óp>>op> van levensmoeheid,
- D: een uitgedroogde<-n>
haring, op van levensmoeheid,
223;al.1;11
- M2b: In den
nanoen <+ -> als het rumoer
223;al.1;13
- D: het dagelijksch<+e>
brood
223;al.1;14-15
- M2b: soorten
van menschen <+ -> <Iederen>>In den> nanoen
- D: soorten
van menschen - <In den>>iederen> nanoen
223;al.1;15-16
- D: eiken<h>>k>outen
- W: eiken[k]]h]outen
223;al.1;18
223;al.1;19-20
- M2a: had<-t>
<+,> vloekte hij inwendig <+,>
223;al.1;21
223;al.1;23
223;al.1;26
- D: zou <geleefd
hebben>>leven>.
223;al.1;28
223;al.1;29
- M2a: <half-vier>>half
vier>
223;al.1;32
- M2b: <daarover>>daarom>
- D: <daarom>>daarover>
223;al.1;33
223;al.1;34-35
- M2a: <zát>>zat>
<geéten>>geëten>
- D: zat <geëten>>gegeten>
223;al.1;35
- M2a: [-X]
Tot overmaat van ramp
223;al.1;36
- M2b: <van
de>>der> dragers
224;al.1;5
- M2a: [-X]
Om hem van zijn alteratie
224;al.1;6
- D: bekomen
<+,> droegen ze hem
224;al.1;10-11
- M2a: Hem belieft
niets <.>>,> <M>>m>aar
224;al.1;12
- M2a: <geéten>>geëten>
- D: <geëten>>gegeten>
224;al.2;1
- M2a: <-
En> <d>>D>e koning, dien ouden schobbejak,
- M2b: De koning,
die<-n> oude<-n> schobbejak,
224;al.2;2
- M2b: <+,>
en daar om tweehonderd frank
- D: , en daar
<om>>voor> tweehonderd frank
224;al.2;3
- M2b: [X]
De morgen<-d> komt
- D: [-X]
De morgen komt
224;al.1;4
- M2a: wacht<-t>en,
dan
- M2b: wachten
<,>>.> <d>>D>an
224;al.2;5-6
- M2b: zijn
een<-en> voet omzwachteld <+,> want
- D: zijn een<+en>
voet omzwachteld, want
224;al.2;10
- M2a: <weeê>>weeë>
zoetigheid
224;al.2;11
224;al.2;12
- D: <tweehonderd
frank>>twee honderdfrank>
- W: [twee
honderdfrank]]tweehonderd frank]
224;al.2;12
224;al.2;15
224;al.2;19
- M2b: van zijn
troon <,>>.> <z>>Z>ijn jicht
- D: van zijn
troon <.>>,> <Z>>z>ijn jicht
224;al.2;20
- D: zijn nabijen
dood vergetend <,>>.> <e>>E>n vergetend
224;al.2;21
- D: <hij
werpt>>werpt hij> zich op <den onzienlijken bocht>>het
onzienlijke vocht>
225;al.1;1
- M2b: Ze komt
naar hem toe <,>>.> <- en> <z>>Z>wijg <+,>
zegt ze, zwijg,
225;al.1;2-3
- M2b: <-
ook> door het raamken
- D: <+ ook>
door het raamken
225;al.2
- M2a: [+X]
Ze staat vlak voor
225;al.2;3
- M2b: de<-n>
schoonste<-n> troost die
- D: de schoonste
troost die<+n>
225;al.2;3
225;al.2;5
- M2b: welk
nut heeft dat <,>>?> <z>>Z>oolang
225;al.2;8
- D: van de
aarde, Carrie <!>>.>
225;al.2;9
225;al.2;10
225;al.2;11
225;al.3;3
225;al.3;4
- D: de<-n>
oude<-n> koning
225;al.3;5
- M2a: <-
En> <t>>T>enslotte
225;al.3;6
- M2b: vrees
ik <+,> en vreest gij den dood.
- D: vrees ik,
en vreest gij den dood <.>>...>
225;al.4;2
225;al.4;2
225;al.5;2
- D: de een
na de ander<-e>
225;al.5;3
225;al.5;4
- D: <Saargebied>>Saargebied>
225;al.5;5
- M2b: zien
binnengaan <is>>heeft>, ziet er haar
- D: <+ heeft>
zien binnengaan <- heeft>, ziet <- er> haar
225;al.5;6
225;al.5;7-226;al.1;1
226;al.1;3
226;al.1;4
226;al.1;5
226;al.2
226;al.2;1
226;al.2;4-5
- D: altijd
de<-n>zelfde<-n> kring
226;al.2;8
226;al.2;9
- M2a: vraagt
ze <haar>>zich>
226;al.2;11
- D: om <slapen
te gaan>>te gaan slapen>
226;al.2;12
- M2a: vraagt
<haar>>zich> af
226;al.2;18
226;al.2;22
- M2b: uit ons
beenderen zuigt <+,> waar
- D: <ons>>onze>
beenderen zuigt <-,> waar
226;al.2;24
226;al.2;26
- D: die<-n>
reine<-n> wereld
226;al.2;26
226;al.2;29
226;al.2;30-31
- M2a: aan den
<carree>>carrée> voor haar he<+e>le leven. Altijd
dienzelfden blok
- M2b: aan de<-n>
carrée voor haar heele leven. Altijd <dienzelfden>>datzelf-de>
blok
227;al.1;2
- M2b: den <blinden>>Blinde>
- D: de<-n>
Blinde
227;al.1;4-5
227;al.1;5
- M2a: dro<+o>gen
- M2b: dro<-o>gen
227;al.1;5
- M2a: [-X]
Zoo ligt Marian
227;al.1;6-7
- M2a: En ze
verwar<-d>t de dingens van het leven. Ze verwar<-d>t
- M2b: En ze
verwart de dingen<-s> van het leven. Ze verwart
227;al.1;8
227;al.1;10-11
- D: <de>>het>
een na <de>>het> andere
227;al.1;12
227;al.1;13
- M2a: met wat
werd<-t> die gekweld?
- D: <met>>door>
wat werd die gekweld?
227;al.2;2
- M2a: Nacht
en stilte <-,> en het geheim
227;al.2;3
- D: met maanlicht
<+ er>over.
227;al.3;1
- D: <- de>
nachtelijke geluiden
227;al.3;2
227;al.3;4
- M2a: <+,>
en de man die vloekt.
227;al.3;6
- M2a: <-
En> <d>>D>an komt de <B>>b>linde Ingels
- M2b: Dan komt
<- de> blinde Ingels
227;al.3;7
- M2b: met zijn
stok <+.> <e>>E>n vloekend, tegen
- D: met zijn
stok. En vloekend <-,> tegen
228;al.1;2
- D: <dat>>wat>
in zijn weg staat.
228;al.2;1
- M2a: [+X]
Hij tast rond naar haar en <vindte # vindt>
228;al.2;2
228;al.2;3
228;al.2;4
- M2b: allemaal
die kinderen <+,> komen
228;al.2;6-7
- M2a: den <allee>>allée>
- M2b: de<-n>
allée
228;al.2;7
- M2a: <-
En> <z>>Z>e roepen op de menschen, ze roepen op Elie,
- D: Ze roepen
<- op> de menschen, ze roepen <op>>om> Elie,
228;al.2;8-9
- M2b: kon tot
rust brengen en haar zelven niet <,>>.> <m>>M>aar
- D: <kon
tot rust>>tot rust kon> brengen en haar zelve<-n> niet. Maar
228;al.2;9-10
- M2b: natuurlijk
niet. <- Ze wou buiten zijn en ze is nu voorgoed buiten.> En ze roepen
op Marian. Marian help ons.
- D: natuurlijk
niet. En ze roepen <op>>om> Marian <.>>:> Marian
help ons <.>>!>
228;al.2;10
- D: grauwer
<om>>en> grauwer wordt <+,>
228;al.2;11
- M2b: roept
op Marian <,>>.> <e>>E>n ginder
- D: roept <op>>om>
Marian. En ginder
228;al.2;12
228;al.2;13
- M2a: den <allee>>allée>
- M2b: de<-n>
allée
228;al.2;14
228;al.2;15
- M2a: [-X]
Ja <+,> iederen mensch
- M2b: [-X]
Ja, iedere<-n> mensch
228;al.2;16-17
- M2b: de<+n>
andere niet troosten, en de eene kan de<+n> andere
- D: den andere
niet troosten, en de een<-e> kan den andere
228;al.2;18
- M1a: den tiepe/tupe
[?]
- M2a: den <tiepe/tupe
[?]>>dupe>
- D: de<-n>
dupe
228;al.2;19
- D: <- daar
nu> over wat eens de<-n> grintweg was,
228;al.2;20
- D: <Saargebied>>Saargebied>
228;al.2;20-21
- D: Overwinning<+s>boulevard
228;al.2;21
- D: <Saargebied>>Saargebied>
228;al.2;21-22
- M2a: langs
de<+n> eene<+n> kant, de <carree>>carré>
228;al.2;23-24
- M1b: <er>>[xx]>
op
- M2a: <[xx]>>er>
op
- M2b: er <op>>om>
- D: <er
om>>erover>
228;al.2;24
- M2a: al die
steenen <+,> al dat zwart,
228;al.2;25-26
- D: in die
doos <,>>.> <h>>H>et angstzweet
228;al.2;26
228;al.2;27
- M2a: oplicht<-t>en?
[-X] Ze begint
228;al.2;28
- D: harder
<om>>en> harder,
228;al.2;31
- D: roept <-
er> iemand <- op> haar,
228;al.2;32
228;al.2;33-34
- M2a: [-X]
En Marian loopt,
228;al.2;35
- M1b: <[xxxx]>>caou>tchoufabrieksken
- M2a: caoutchou<+c>fabrieksken
229;al.1;1-2
- D: En hijgend
<+,> tegen het laatste stuksken muur van de stad <+,> blijft
ze hangen.
229;al.1;3
229;al.1;3
229;al.1;4
229;al.1;5
229;al.1;5
- M2a: <+
Zoo een> <Z>>z>ottin <+,> zegt ze tegen haar zelven.
Zottin <+,>
- D: Zoo een
zottin, zegt ze tegen haar zelve<-n>. Zottin,
229;al.1;8
- M2a: wegloopen
<,>>.> <l>>L>oop, loop
229;al.1;11
- M2a: <voorbij
gedraafd>>voorbijgedraafd>. [-X] Er komt een kat
229;al.1;14
229;al.1;15
- M2a: Kom <+,>
zegt ze, kom <.>>,> <E>>e>n
229;al.1;18
229;al.1;18
- M2b: <haren>>haar>
schoot
229;al.1;20
- M2a: <-
En> <l>>L>aat ze maar
229;al.1;21
229;al.1;22
- D: niet waar
<,>>.> <e>>E>r is alleen
229;al.1;23
- M2a: angst
<+,> onrust en pijn, en ik
- M2b: ansgt,
onrust en pijn <,>>.> <e>>E>n ik
229;al.1;24
229;al.1;25
- M2a: dood
zijn <,>>.> <h>>H>et kan zijn kind,
229;al.1;26
- M2a: <-
En> <z>>Z>e kijkt
229;al.1;28
- D: mu<u>>o>r
- W: [muor]]muur]
229;al.1;30
- M2a: Kom kind
<+,> zegt ze,
229;al.1;30
229;al.1;31
229;al.2
229;al.2;1
- M2b: daar
gezeten <+.> <e>>E>n ze komt moe en laf de<-n> trap
229;al.2;3
- M2b: geweest
<is>>heeft>
- D: geweest
<heeft>>is>
229;al.2;3
- M2b: de<-n>
<blinden>>Blinde>
229;al.2;4
- M2a: stond<-t>
te dreigen en de kinderen schreiend over den <allee>>allée>
- M2b: stond
te dreigen en de kinderen schreiend over de<-n> allée
- D: stond te
dreigen <+,> en de kinderen schreiend over de allée
229;al.2;5
230;al.1;1
230;al.1;2
- M2b: morgen<-d>schemering
230;al.1;4
230;al.1;6
- M2a: milledju,
<vanmorgen>>van morgen>
- D: milledju
<,>>!> van morgen
230;al.1;10
- M2a: <snachts>>'s
nachts>
230;al.1;11
- D: moest ze
weten <-.> Hij dacht:
- W: moest ze
weten [+. ] Hij dacht:
230;al.1;13-14
- M2b: en alleen
zijn <,>>.> <z>>Z>e liep waar ze goed voor was,
voor hem
- D: en alleen
zijn <.>>,> <Z>>z>e liep waar ze goed voor was <,>>.>
<v>> V>oor hem
230;al.1;14
- M2b: meer
in <,>>.> <h>>H>ij heeft afgebroken
- D: meer in
<.>>,> <H>>h>ij heeft afgebroken
230;al.1;16-17
- M2a: gebroodroof<t>>d>
heeft, zijn werk miskend <+ heeft>,
230;al.1;17
230;al.1;22
- M2b: Als een
serieuze<-n> mensch spreekt van een beter leven <+,> dan
230;al.1,22-23
- D: lachen
ze <,>>.> <d>>D>at laat hen
230;al.1;24
230;al.1;25
- M2a: <snachts>>'s
nachts>
230;al.1;25
230;al.2;1
230;al.2;3
- M2a: <een>>één>
kous
- D: één<+e>
kous
230;al.2;5
230;al.2;7-8
230;al.2;9
231;al.1;3
231;al.1;3
231;al.1;6
- M2b: barstens
<- gereed> volgeperst.
231;al.1;7
231;al.1;7-8
- M2a: <-
En> <h>>H>et leed
231;al.1;9
- M2a: noch
vrouw <+,> noch vriend <+,> noch kind
231;al.1;13
- M2a: <-
En> <a>>A>lmeteens
231;al.1;16
- M2a: zijn
onmacht uit <:>>.> O gij klein...
231;al.1;17-18
- M2a: [-X]
<- En> <h>>H>oe eigenaardig
231;al.1;22
231;al.1;22
231;al.1;24
- M2a: <+,>
zoodat ze geen asem
- D: , zoodat
ze geen <asem>>adem>
231;al.2
231;al.2;2
231;al.2;2
231;al.2;4
231;al.2;7
- M1a: nooit
meer zie :/. [?] Hadt hij
- M2a: nooit
meer zie <:/. [?]>>.> Had<-t> hij
231;al.2;8
231;al.2;10
- M1b: niet
méer verpletterd zijn geweest <- zijn>.
- M2a: niet
<méer>>méér> verpletterd zijn geweest.
231;al.2;11
- M2b: een wildvreemde<-n>,
iemand die
- D: een wildvreemde,
iemand die<+n>
231;al.2;12
- M2a: <-
En > <d>>D>ie zegt
232;al.1;3
232;al.1;4
- D: alles <-
gaan> uitleggen?
232;al.1;5
232;al.1;6
232;al.1;7
232;al.1;11
232;al.1;12
- M2a: [-X]
Jean blijft zitten.
232;al.1;12
232;al.1;13
232;al.1;14
232;al.1;16
232;al.1;18-19
- M2a: tegen
den muur <:>>.> <- En> <d>>D>at is nu de som
van mijn dagen <,>>:>
232;al.1;23
- M2a: <-
En> <h>>H>ij kijkt
232;al.1;24
- M2a: Dinsdag
<+,> den zoveelsten, den zeven en twintigsten.
- M2b: Dinsdag,
de<-n> zooveelste<-n>, de<-n> zeven en twintigste<-n>.
232;al.1;25
- M2a: <-
En> <h>>H>ij staat op, gaat buiten, vergeet
- M2b: Hij staat
op, gaat buiten <,>>en> vergeet
232;al.1;26
- D: <Saargebied>>Saargebied>
232;al.1;26-27
- M2a: Nog een
<+,> zegt hij,
232;al.1;28
232;al.1;29
232;al.1;30
232;al.1;32
232;al.1;33-34
- D: een nieuwe<-n>
oorlog te <ontketenen>>ontbranden>,
232;al.1;35
- M2a: [-X]
En Jean slaapt.
233;al.1;1
- M2b: de<+n>
andere vreezen, want een kwaden slag
- D: den andere
vreezen, want een kwade<-n> slag
233;al.1;2
- D: die<+n>
ge kent en die<+n> ge ziet,
233;al.1;5
233;al.1;6-7
- M2b: die<-n>
groote<-n> Mark
233;al.1;11
233;al.1;12-13
- M2a: [-X]
Zijn studeerkamer! Maar studeeren <+ dat> doet hij niet,
233;al.1;20
- M2a: van over
drie vier jaar, van <voór>>vóór> den oorlog.
- D: van <over>>voor>
drie <+,> vier jaar, van vóór den oorlog.
233;al.1;21
- D: of een
duren film <.>>?>
233;al.1;23
233;al.1;25
233;al.1;25
233;al.1;27
- M2a: zijn
woonkazernen <+,>
- D: zijn woonkazerne<n>>s>,
233al.1;28
- M2a: de <cafe's>>café's>...tja
<+,> de <cafe's>>café's>...
233al.1;33-34
- M2a: brouwerij-koncern
op te richt<-t>en.
- D: brouwerij-<k>>c>oncern
op te richten.
233;al.1;35
- M2a: [X]
[?] En zie,
- D: [-X]
En zie,
234;al.1;1
- D: te bo<-o>ren
<,>>.> <ij>>IJ>zergieterijen,
234;al.1;2
- M2a: <zeeên>>zeeën>
en zijn camionnen
- D: zeeën
en zijn <camionnen>>camions>
234;al.1;3
234;al.2;2
234;al.2;3-4
234;al.2;4
- M2a: <En>>Hij>
sticht almaar
234;al.2;5
234;al.2;6
234;al.2;7
- D: aan alle
menschen <.>>:> Weg, weg,
234;al.2;8
- M2a: voor
de voeten <!>>.> En als het nacht is en er ontferming over hem
zou moeten zijn, als een anderen mensch
- M2b: voor
de voeten. En als het nacht is en er ontferming over hem zou moeten zijn,
als een andere<-n> mensch
- D: voor de
voeten <.>>,> <- En als het nacht is en er ontferming over
hem zou moeten zijn,> als een andere mensch
234;al.2;10
234;al.2;11
- M2b: te voorschijn
<,>>.> <z>>Z>ij sluipen
234;al.2;12
- M2a: aangezicht
<;>>,> zij kittelen
234;al.2;16
234;al.2;20
234;al.2;20-21
- M2a: die klein<+e>
duivelkens
234;al.2;22-23
- M2a: <+,>
zoodat hij struikelt,
234;al.2;23
- M2a: Voort,
voort <.>>,> <H>>h>ij
234;al.2;28
234;al.2;28-29
234;al.2;30-32
- M2a: verbergen
ze <hen>>zich>, worden onzichtbaar <-.> <E>>e>n
blijven toch rond hem. [-X] Hij wil beginnen loopen
- D: verbergen
ze zich, worden onzichtbaar en blijven toch rond hem. Hij wil beginnen <+
te> loopen
235;al.1;2
235;al.1;7-8
- M2b: ook in
het steen. En heeft die<-n> beeldhouwer
- D: ook in
<- het> steen. En heeft die beeldhouwer
235;al.1;9
235;al.1;9-10
235;al.2;1
235;al.2;2
- M2a: <-
En> <h>>H>ij rent en rent. O <!>>,> dat verdoemd
zacht lachen,
- D: Hij rent
en rent. O, dat verdoemd<+e> zacht<+e> lachen,
235;al.2;3
235;al.2;3
- D: wat het
is <,>>.> <h>>H>ij kijkt
235;al.2;6
- M2a: Kom,
kom dan toch <!>>.>
235;al.2;8
- M2b: <het>>de>
donkere <haar>>haren>
235;al.2;10
- M2a: en trekt
verder <.>>...>[-X] Als hij
- D: en trekt
verder <...>>.> Als hij
235;al.2;12
- M2a: En hij
zucht<+te> terug,
- M2b: En hij
zucht<-te> terug,
- D: En hij
zucht <terug>>weer>,
235;al.2;13
235;al.2;16
235;al.2;19
- M2a: belachelijken
onnoozelen droom was het. [-X] En nu
- M2b: belachelijke<-n>
onnoozele<-n> droom was het. En nu
235;al.2;22
- D: midden
in staat <,>>.> <- En> <h>>H>et meisje
235;al.2;23
- M2a: als de
maan <.>>,> <H>>h>et is een stille kwelling
236;al.1;2
236;al.1;4
- M2a: s<i>>o>mpelheid
- M2b: s<o>>i>mpelheid
236;al.1;5
- M2a: had<-t>
[-X] En nu leeft hij
236;al.1;6
- M2a: zoo iets
onbenullig <!>>.>
- D: zoo iets
onbenullig<+s>.
236;al.1;10
- M2a: [X]
[?] Hij vaagt
- D: [-X]
Hij vaagt
236;al.1;11
236;al.1;16
- D: <standaard-bier>>standaardbier>
236;al.1;16
- M2a: <En>>De>
groote manne<-n>
- M2b: De groote
manne<+n>
236;al.1;17-18
- M2a: en besproken
<+,> papieren afgelezen
236;al.1;22
- D: spoel<+
-> en aftrekmachienen,
236;al.1;24
- M2a: geen
gemoedelijkheid <.>>,> <+ maar> <A>>a>rbeid,
236;al.1;25
236;al.1;27
- D: de <o>>O>verwinninglaan
236;al.1;28
- M2a: [-X]
Zijn ingenieurs komen, me<-e>ten en passen. <- En> <t>>T>wee
236;al.1;31-32
- M2a: massa's
steenen. <-En> <d>>D>aar
- D: massa's
steen<-en>. Daar
236;al.1;33
- D: stroom
<,>>.> <m>>M>et een houten
236;al.1;34
- M2a: <snoenens>>'s
noenens>
236;al.1;36
237;al.1;2
236;al.2;4
- D: pretentie
van <+:> dat
237;al.2;5
- D: de <o>>O>verwinninglaan
237;al.2;6
- M2a: den <carree>>carré>
- M2b: de<-n>
carré
237;al.2;7
- M2a: nog geteekend
<!>>.>
237;al.2;8-9
237;al.2;15
237;al.2;15-16
237;al.2;16-17
- D: met een
dak <+ er> op en een gat <+ er>in
237;al.2;18
- M2a: op malkander
<.>>,> <D>>d>e lijn,
237;al.2;19
- M2a: [-X]
Ja <+,> om een lijn,
237;al.2;21
- M2b: De aannemers
komen <+,> en krijgen
237;al.2;24
- M2a: en gepast
<:>>.> Hoe kan
237:al.2;24-25
- M2b: zegt
de eene van de<+n> andere,
- D: zegt de
een<-e> van den ander<-e>,
237;al.2;29-30
- M2b: <den>>het>
bureau doet <+,> enfin,
238;al.1;1
238;al.1;2
- D: <+ er>
aan krepeeren doe ik me.
238;al.1;6-7
- M2a: Jamaar,
jamaar <+,> zegt hij.
238;al.1;10
- D: <+,>
met nog een kleiner<+e> doos <+ er> boven op,
238;al.1;12
- M2a: <-
En> <d>>D>e glazenmaker
238;al.1;14
- M2b: <den>>het>
mastik
- D: het masti<+e>k
238;al.1;16
- M2a: <+,>
het kan nu geen weg meer. [-X] De machienen
238;al.1;18
- M2b: loopende<-n>
band en een heel<-n> hoop afgedankten.
238;al.1;19
238;al.1;21
- M2a: er bommen
vielen, <+,> ik zag
- D: er bommen
vielen <,>>.> <i>>I>k zag
238;al.1;22
- M1b: met een
kraak <open[xxxx]>>openscheuren>,
- D: met een
kra<-a>k openscheuren,
238;al.1;23-24
- M2a: <+,>
en almeteens een geweldigen ploef,
- D: , en almeteens
een geweldige<-n> ploef,
238;al.1;25
- M2b: heel
de<-n> boutiek, het stuikte allemaal naar beneden <,>>.>
<e>>E>n
238;al.1;28
- M2a: [-X]
Heel de voorstad
238;al.1;28-29
- D: alleman
loopt <+ om te> kijken <+,> den boulevard over
238;al.1;32
- M2a: <billetekens>>biljettekens>
238;al.1;33-34
- M2a: niet
meer mee <,>>.> <v>>V>ereenig u, vereenig u.
- D: niet meer
mee. Vereenig<+t> u, vereenig<+t> u.
238;al.1;35
- M1b: met een
<- rooden> doek en een luidspreker. En de mannen
- M2a: met een
doek en een luidspreker. <- En> <d>>D>e mannen
238;al.2;1
- M2a: [+X]
Ze vloeken en zeggen
239;al.1;1
- M2a: nemen
<.>>,> <E>>e>n ze trekken
239;al.1;1-2
- M2a: [-X]
Mark van in zijn bureau
239;al.1;3
239;al.1;6
- M2a: <S>>s>amenscholing
verboden.
239;al.1;7-8
- M1b: [X]
Het is spijtig dat ze nu juist <- [xxx]> niet
- D: [-X]
Het is spijtig dat ze nu juist niet
239;al.1;9
- M2a: <-
En> <z>>Z>e komen
239;al.1;10
- M2b: hier
en daar eene<-n>
- D: hier en
daar een<-e>
239;al.1;11-12
- D: de <o>>O>verwinninglaan
239;al.1;12
- M1b: met den
<- rooden> doek
- D: met <-
den> doek
239;al.1;13
239;al.1;14
- M1b: de<-n>
trom en de<-n> bombardon.
239;al.1;15
239;al.1;15-16
- M2b: de<-n>
oude<-n> tamtam
239;al.1;17-18
- M2a: de ander
straat, de welvaartstraat <+,>
- D: de ander<+e>
straat, de <w>>W>elvaartstraat,
239;al.1;20
- M2a: <savends>>'s
avends>
239;al.1;21
- M2a: <savends>>'s
avends>
239;al.1;22
- M2a: [X]
[?] Ze komen af
- D: [-X]
Ze komen af
239;al.1;23
- M2a: in <shemelsnaam>>'s
hemels naam>
239;al.1;24
- M2b: loopt
<- er> een man, de <eenigste>>eenige>
239;al.1;27-28
- M2a: <weg>>[xxx]>
met de sproo<k>>[x]>jes.
- M2b: <[xxx]>>weg>
met de sproo<[x]>>k>jes.
239;al.1;30
- M2a: stil
<.>>,> <L>>l>angs beide kanten.
239;al.1;31
- M1b: een gekleurden
<[xx]>>sj>erp
- D: een gekleurde<-n>
sjerp
239;al.1;33
239;al.1;34-35
- M2b: die<-n>
afgejakkerde<-n> leeuw
239;al.1;35
239;al.1;36
- M2a: roept
het volk, <h>>H>ij komt
- D: roept het
volk <,>>.> Hij komt
239;al.1;36
- D: schoon<+e>
beloften doen? En het is curieus om <+ te> zien:
239;al.1;37
- M1b: hoopen
<+,> volk
- M2a: hoopen
<-,> volk
240;al.1;1
- M1b: de<+n>
eene<+n> kant
240;al.1;2
240;al.1;2-3
- M1b: En een
zatlap <van [?]>>uit>
- M2a: <-
En> <e>>E>en zatlap uit
240;al.1;3
- D: <Saargebied>>Saargebied>
240;al.1;3
- M2a: de <+
deru> deur
- M2b: de <-
deru> deur
240;al.1;4
- M2a: met uw
flesch <!>>.>
240;al.1;5
- M2a: [-X]
Albrik staat alleen
240;al.1;7
- M2b: verstaat
niemand <,>>.> <a>>A>ls er
240;al.1;9
- M2a: <hen>>zich>
gereed en trekken hun sabel <,>>.> <h>>H>et volk
240;al.1;12
- M2b: springen
<+,> de gendarmen
240;al.1;15
240;al.1;16
240;al.1;17
- M2b: iets
doen <dat>>wat>
240;al.1;17-18
- M2a: ook wat
meer vraagt dan dapperheid alleen <:>>.> <Z>>z>e
moeten
- M2b: ook <-
wat> meer vraagt dan dapperheid alleen. <z>>Z>e moeten
- D: ook <+
wat> meer vraagt dan dapperheid alleen <.>>:> Ze moeten
240;al.1;19
- M2b: van de
massa <+,> aanhouden.
240;al.1;20-21
- M2a: laat
het niet toe <+,> mannen, laat hem niet heengaan <!>>.>
240;al.1;22
- M2a: van uit
een <+ klein> dakraam
240;al.1;22
- D: <Saargebied>>Saargebied>
240;al.1;23
- M2b: een wit
gezicht door met blond haar omlijst <.>>:>
- D: een wit
gezicht door <+,> met blond haar omlijst:
240;al.1;24
240;al.1;30
- M2a: te laat
<,>>.> <h>>H>et leven
240;al.1;31-32
- M2a: [-X]
<Sanderdaags>>'s Anderdaags>
240;al.1;32
240;al.1;33
240;al.2;2
- M2b: daar
nu geraakt <alláh>>alla> <!>>?>
- D: daar nu
geraakt <- alla>?
241;al.1;1
- D: [+X]
Het volk is naar zijn werk.
241;al.1;2
- D: <Saargebied>>Saargebied>
241;al.1;2
241;al.1;3
|