Hoofdstuk  V
___________________________
legenda/ [ I ][ II ] [ III ] [ IV ] [ V ] /woordenlijst]            <HOME> >

 

 

242;al.1;1

  • M1a: Dat voorplaatsken
  • M2b: <Dat>>Het> voorplaatsken

242;al.1;2-3

  • M2a: Albrik zit vast en wie weet voor hoe lang <,>>.> <h>>H>et is
  • D: Albrik zit vast <+,> en wie weet voor hoe lang. Het is

242;al.1;5

  • M2a: Ja <+,>

242;al.1;5

  • M1a: van hem <zijn ze niet # zijn ze echter niet> benauwd,
  • D: van hem zijn ze <- echter> niet benauwd,

242;al.1;5-6

  • M2b: betijen <,>>.> <h>>H>ij is

242;al.1;9

  • D: <den donkeren>>het donker>

242;al.1;10

  • M2a: <een>>één> voor <een>>één>,

242;al.1;12

  • M2b: er <op>>i[:n] >
  • D: <i[:n]>>in>

242;al.1;15-16

  • D: <+,> en goddelijk eenzamer waart <+,> alleen.

242;al.1;16

  • M2a: <- En> <savends>>'s Avends>

242;al.1;17-18

  • M2a: in te liggen <-,> en ze moeten heel dicht samen kruipen <+,> wil

242;al.2;1

  • M1b: En waar is Marian <?>>,> waar is Marian?
  • D: En waar is Marian <,>>...> waar is Marian?

242;al.2;4

  • M2a: <- En> <h>>H>ij stelt <hem>>zich> juist alles voor, hij stelt <hem>> zich>

242;al.2;5

  • M2b: <dien>>dat> nietige<-n> hulpelooze<-n> moment<+je>
  • D: dat nietige hulpelooze moment<-je>

242;al.2;7

  • M2a: <hem>>zich>

242;al.2;13

  • M2a: ik en u, ik en een manken. [-X] Hij wringt
  • M2b: ik en <u>>gij>, ik en een manke<-n>. Hij wringt

243;al.1;1

  • M2a: <hem>>zich>

243;al.1;2

  • M2a: <smorgens>>'s morgens>

243;al.1;3

  • M2a: <savends>>'s avends>

243;al.1;3

  • M2a: <smorgens>>'s morgens>

243;al.1;4

  • M2a: <snoenens>>'s noenens> geel en <savends>>'s avends>
  • D: 's noenens geel en 's av<e>>o>nds

243;al.1;4-5

  • M2b: grijs wordt <,>>en> grauw <+,> en uitdooft.

243;al.1;5

  • M2a: <voór>>vóór>

243;al.1;5-6

  • M2b: den maandagmorgen<-d> blank, den zaterdagavend
  • D: den <m>>M>aandagmorgen blank, den <z>>Z>aterdagavend

243;al.1;9-10

  • M2a: <aan>>[xxx]> het raam staan, er passeert
  • M2b: <[xxx]>>aan> het raam staan <,>>.> <e>>E>r passeert
  • D: <aan>>voor> het raam staan. Er passeert

243;al.1;11-12

  • M2a: aan haar hand, veel kinderen <+,> een verlaten hond,
  • D: aan haar hand <,>>.> <v>>V>eel kinderen, een verlaten hond,

243;al.1;13

  • M2a: <+,> maar geen Marian.

243;al.1;14-15

  • M2a: den <entree>>entrée> van den blok.
  • M2b: de<-n> entrée van <den>>het> blok.

243;al.1;16

  • M2a: naar hem, haha <.>>,> <E>>e>n
  • M2b: naar hem <,>>.> <h>>H>aha, en

243;al.1;18

  • M2a: [-X] Er komt iemand beneden <+,>

243;al.1;19

  • M2a: En Jean <+,>

243;al.1;20

  • M2a: <malgree>>malgré>

243;al.1;20

  • D: hebben <.>>?>
  • W: hebben [ ? ]] . ]

243;al.1;22

  • M2a: bebeir<d>>t>

243;al.1;23

  • M2a: u nu voor <!>>.>
  • D: u nu voor <.>>?>

243;al.1;24

  • M2a: <presies>>precies>

243;al.1;25

  • M2a: <dan>>dat> langs achter uit zijn muts komt gekropen <.>>,> <E>>e>n hij

243;al.1;26

  • M2a: Ja <+,>

243;al.1;28

  • D: de<-n> rug <+,> die er onder gebogen hangt, <die>>welke>

243;al.1;29

  • M2a: [-X] Bernard blijft

243;al.1;30

  • M2a: <E>>e>n hij keert

243;al.1;33-34

  • M2b: <den>>het> omslag

243;al.1;35

  • M2b: <veel>>heel> anders

243;al.1;36-37

  • D: een ander<+e> woonst

244;al.1;2

  • M2b: eischen <+,> dat men

244;al.1;2-3

  • D: <s>>S>paarzaamheidstraat en <o>>O>verwinninglaan

244;al.1;3

  • M2a: [X] [?] Afbreekt?
  • D: [-X] Afbreekt?

244;al.1;6

  • M2a: plast<-t>e, waar Marian stond, en waschte en plast<-t>e

244;al.1;7

  • M2a: Ach <+,>

244;al.1;9

  • D: <o>>O>verwinninglaan

244;al.1;9

  • M2a: Ja <+,>

244;al.1;10

  • M2a: <hem>>zich>

244;al.1;10

  • M2a: den grintweg <.>>,> <D>>d>en grintweg,
  • M2b: den grintweg <,>>.> <den>>De> grintweg,
  • D: den grintweg. De<+n> grintweg,

244;al.1;12

  • M2a: wilt ge zeggen <!>>.>

244;al.1;12-13

  • M2a: deze die <hen>>zich> nog de vlakte herinneren
  • M2b: deze<+n> die zich nog de vlakte herinneren <+,>
  • D: <- dezen> die zich nog de vlakte herinneren,

244;al.1;14

  • M2a: <hen>>zich>

244;al.1;16

  • M2a: [X] [?] Bernard pikkelt over dien beton voort,
  • D: [-X] Bernard pikkelt <- over dien beton> voort,

244;al.1;17

  • M1b: die volop <- naar> omhoog schieten,

244;al.1;19

  • M2a: stug hard gras <,>>.> <d>>D>aar staat

244;al.1;20

  • M2a: <hem>>zich>

244;al.1;21

  • M2a: <presies>>precies>

244;al.1;21

  • M2a: <hem>>zich> tracht te verwe<-e>ren

244;al.1;22

  • M2a: <- En> <a>>A>chter

244;al.1;23

  • M2a: <- En> <d>>D>e kinderen uit de blokken <+,>

244;al.1;23

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

244;al.1;25

  • M2a: <+,> want

244;al.1;28

  • M2a: twee neusdoeken <+,> een hemd en

244;al.1;30

  • M2a: [-X] Bernard zet <hem>>zich>

244;al.1;30

  • M2b: een droeve<-n> boot

244;al.1;32

  • M2a: zin of doel heeft <+,> zit hij

244;al.1;33

  • M2a: <hem>>zich>

244;al.1;34

  • M2b: die<-n> boot

244;al.1;36

  • M2b: de<-n> boot, boven het ankergat zet hij
  • D : de boot, boven het ankergat <+,> zet hij

245;al.1;1

  • M2a: [-X] Er komt een zonderling

245;al.1;2

  • M2b: uw<-en> boot niet, vraagt Bernard.
  • D: uw boot niet <,>>?> vraagt Bernard.

245;al.1;3

  • M2a: Neen <+,>

245;al.1;4

  • D: Bernard kijkt rond <,>>.> <- en> <a>>A>ls hij

245;al.1;5-6

  • M2a: <+,> dan heeft hij een grooten lichten atelier
  • M2b: , dan heeft hij een groot<-en> licht<-en> atelier

245;al.1;14

  • D: <aan>>van> afhangt.

245;al.1;14

  • M2a: <Savends>>'s Avends>

245;al.1;14-15

  • M2a: doodmoe <+,> maar met een wijdingvollen vrede. [-X] De schemer valt
  • M2b: doodmoe, maar <met>>in> een wijgingvollen vrede. De schemer valt

245;al.1;17

  • D: <+,> tot zijn boot toe.

245;al.1;18

  • M2a: <- En> <m>>M>et een

245;al.1;21

  • M2b: een oud<-en> boek

245;al.1;21-22

  • D: spijzig mij <+,> Heer,

245;al.1;22

  • M2a: <sanderdaags>>'s anderdaags>

245;al.1;23-24

  • M2a: [-X] Zoo is de naam van den boot,
  • M2b: Zoo is de naam van de<-n> boot,

245;al.1;24

  • D: de zonderling die <het hem>>haar> verhuurd heeft

245;al.1;25

  • D: de<-n> wasch

245;al.2

  • M2a: [+X] Hij keert zijn gezicht

245;al.2;2

  • M2b: <zaagt>>ziet>

245;al.2;11

  • M2a: [-X] Loop maar,

246;al.1;1

  • D: als <nergens u>>u nergens> iemand wacht.

246;al.1;2

  • M2b: zijt ge <- dan> nog altijd

246;al.1;3

  • M2a: horizon<+t>

246;al.1;3

  • M2a: <Voór>>Vóór>

246;al.1;3-4

  • M2a: horizon<+t>

246;al.1;4

  • M2a: uw<+en> hals
  • M2b: uw<-en> hals

246;al.1;8

  • M2a: [-X] Er staat

246;al.1;9

  • M2a: <+,> het water zegt <gloek-gloek>>gloek, gloek,>

246;al.1;10

  • D: krijs<+ch>t

246;al.1;11

  • M2a: <váder>>vader>

246;al.1;11-12

  • M2a: [-X] En Marian

246;al.1;13

  • D: om <aanzien>>aan te zien>.

246;al.1;15

  • M2a: de krijs<+ch>ende pomp

246;al.1;18

  • M2a: het strop van den horizo<+t>
  • D: <het>>den> strop van den horizont

246;al.1;21-22

  • M2a: <een>>één> voor <een>>één>

246;al.1;22-23

  • M2a: [-X] Hoe dichter

246;al.1;27

  • M2a: caoutchou<+c>fabriek

246;al.1;31

  • M2a: knarsend in de duisternis <...>.> Eens kwam ze hier,

246;al.1;32-33

  • M2b: droomer. Eene<-n> die is lijk ik peinst ze,
  • D: droomer <.>>,> <Eene>>een> die is lijk ik <+,> peinst ze,

246;al.1;33-34

  • M2a: dat niet te vinden is <,>>.> <h>>H>ij heeft

246;al.1;35

  • M2b: schoone<-n> wereld

246;al.1;37

  • D: Hij heeft er nu naar <.>>...> Maar

247;al.1;1-2

  • D: zijn wij toch <.>>!>

247;al.2;1

  • D: ander<+e> dwazen

247;al.2;2

  • M2a: <hen>>zich>

247;al.2;3

  • M2a: <presies>>precies>

247;al.2;7

  • M2b: <zijn>>haar> hoop en <zijn>>haar> zorgen

247;al.2;8

  • M2a: waar ge<+n> den waanzin <zóo>>zoo>
  • M2b: waar ge<-n> den waanzin zoo

247;al.2;9

  • M2b: eene<-n>
  • D: een<-e>

247;al.2;12-13

  • M1a: ze <nemen een # nemen uit een hoek een> halfopgebrande bougie

247;al.2;14

  • M1b: tusschen hen <- in>.

247;al.2;19

  • M2a: <haar>>zich>

247;al.2;25

  • M2a: <ge-weet-niet-wat>>ge weet niet wat> gericht <+,>

247;al.2;27

  • M2a: [-X] Marian kijkt

247;al.2;29

  • D: de<-n> avend

247;al.2;31

  • D: ze staat <al>>aan> den overkant

247;al.2;32

  • M2a: <dat>>het> gebouw

247;al.2;33

  • D: de<-n> groote<-n> hoop

247;al.2;34

  • M2b: de<-n> vogel

248;al.1;1-2

  • M2a: arme <+,> arme Albrik, arme droomer <+,> wat stelt gij u toch voor.
  • D: arme, arme Albrik, arme droomer, wat stelt gij u toch voor <.>>!>

248;al.1;4

  • M2a: [X] [?] Met de kin omhoog, de oogen nat en blinkend <+,>
  • D: [-X] Met de kin omhoog, de oogen nat en blinkend,

248;al.1;6-7

  • M2a: allé <+,> allé, gaat eens voort kind. [-X] Ze passeert
  • D: allé, allé, gaat eens voort <+,> kind. Ze passeert

248;al.1;10

  • M2a: alleen zijn <.>>,> <E>>e>n oud worden.

248;al.1;11

  • M1b: haar vastgrabbelt <,>>en> doorheenschudt
  • M2b: haar vastgrabbelt en doorheenschudt <+,>
  • D: haar vastgrabbelt en door<-h>eenschudt,

248;al.1;15

  • M2a: en op sukkel <?>>.>
  • D: en op sukkel <.>>?>

248;al.1;20

  • M2b: waarom <- dat> iedere<-n> mensch

248;al.1;21-22

  • D: hen wakker <.>>,> <Z>>z>e knipperen

248;al.1;24

  • M2b: uw<-en> waanzin

248;al.1;25

  • M2a: haal uw hart eens op <!>>.>

248;al.1;26

  • D: den midde<n>>l>ste

248;al.1;29

  • M2a: de twee andere<+n>

248;al.1;32

  • M2a: <hen>>zich>

248;al.1;33

  • M2a: rust<-t>en

249;al.2;1

  • M2b: die op de<-n> gemeenschappelijke<-n>
  • D: <+,> die op de gemeenschappelijke

249;al.2;2

  • M2b: <- met haren stoel> met <haren>>haar> stoel

249;al.2;4

  • M2b: de<-n> koer

249;al.2;7

  • M2b: <haren>>haar> stoel

249;al.2;8

  • M2b: dingen<-s>

249;al.2;9

  • M2b: <haren>>haar> duivel

249;al.2;10

  • M2a: [+X] <- En> <kan ze>>Ze kan> niet verdragen
  • D: [-X] Ze kan niet verdragen

249;al.2;13

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

249;al.2;13

  • M2b: <daar ook>>ook daar>

249;al.2;14

  • M2a: Carrie neemt <- haar> een boek,

249;al.2;20

  • M2b: dingen<-s>

249;al.2;22

  • D: <+,> peinst hij.

249;al.2;23-24

  • M2a: beleef<d>>t>

249;al.3;1

  • M2b: <haren>>haar> boek

249;al.3;6

  • D: belang<-e>loos

250;al.1;1

  • D: <barvoets>>bervoets>

250;al.1;2

  • M2a: Dag pa <+,> zegt hij.

250;al.1;3-4

  • M2b: nooit zal <hij>>Morris> die oogen vergeten.

250;al.1;8

  • M2a: <hem>>zich>

250;al.1;8

  • M2a: zoo <...>,> zoo...

250;al.2;1

  • M2a: en hem bekijkt <+,> vraagt:

250;al.2;4

  • M2a: <knieên>>knieën>

250;al.2;6

  • M2a: <- een> een beschroomde begeerte

250;al.2;7

  • M2b: overdrijven <+,> naar ergens den rand
  • D: overdrijven, <naar ergens>>ergens naar> den rand

250;al.2;8

  • M2a: r<i>>o>mpelloozen
  • M2b: r<o>>i>mpelloozen

250;al.2;14

  • M2a: voorbijgaat <:>>,> <M>>m>et van

250;al.2;15

  • D: iedere<-n> minuut

250;al.2;17

  • M2b: een beetje op <en>>.> <z>>Z>e slaapt.
  • D: een beetje op <.>>...> <Z>>z>e slaapt.

250;al.2;21

  • M2a: Hou <+,> zegt hij,

250;al.2;22

  • D: zijn <kop>>hoofd>

250;al.2;23-24

  • M2a: <- En> <d>>D>e zoete pijn

251;al.1;1

  • M2a: <Smorgens>>'s Morgens>

251;al.1;2

  • M2b: uw<-en> foorwagen

251;al.1;2-3

  • M2a: [-X] Ach <+,> waar gij nu over klapt Carrie,
  • D: [-X] Ach, waar gij nu over klapt <+,> Carrie,

251;al.1;4

  • D: een heele<-n> nacht, een eindelooze<-n> nacht

251;al.2;1

  • M1b: [+X] Hij grimlacht.

251;al.2;2

  • D: <verwen>>verven>

251;al.2;2

  • D: houtskoolte<-e>keningen

251;al.2;4

  • M2b: <haren>>haar> mond

251;al.2;7-8

  • D: aan een draad <- te zien en> te drogen gehangen,

251;al.2;9

  • M2a: zegt Carrie <.>>,> <E>>e>n ze is

251;al.2;11-12

  • M2a: [-X] Een foorwagen, zegt Morris. <- En> z>>Z>e leggen

251;al.2;13

  • M2a: <- En> <z>>Z>e koopen

251;al.2;15

  • D: <o>>O>verwinninglaan

251;al.2;16

  • M2a: <+,> en ju

251;al.2;17

  • M2a: <presies>>precies>

251;al.2;20

  • M2a: <- En> <t>>T>wee jongskens

251;al.2;22

  • M2b: beide<+n>

251;al.2;23

  • M2a: bemerkt <.>>,> <I>>i>emand

251;al.2;24

  • M2b: de<-n> boot

251;al.2;24

  • M2a: schildert <.>>,> <H>>h>et landschap

251;al.2;26

  • D: kleiner <+,> moeizamer

251;al.2;27

  • M2a: <hen>>zich>

251;al.2;28

  • M2a: <- En> Bernard,

251;al.2;29

  • M2a: de<+n> voornoen

251;al.2;30-31

  • M2b: vraagt <- aan> zijn zelven <+ af> waarom
  • D: vraagt zijn zelven af <+,> waarom

251;al.2;31

  • M2a: dan het leven hem geven kan? [-X] Hij
  • M2b: dan het leven <- hem> geven kan? Hij

252;al.1;1

  • M1b: <eksposeert>>exposeert> met: grijze dag, Regen,
  • M1a: <exposeert>>eksposeert> met: grijze dag, <R>>r>egen,
  • D: <eksposeert>>exposeert> met <:>>,> <grijze dag>>"grijze dag">, <regen>>"regen">,

252;al.1;2

  • M2b: <V>>v>alavend, <W>>w>inter, enzoovoort.
  • D: <valavend,>>"Valavend,"> <winter>>"Winter">, enzoovoort.
  • W:" Valavend [-, ] " [+, ] "Winter", enzoovoort.

252;al.1;3

  • D: <+,> want er is juist een groote velokoers

252;al.1;6-7

  • D: is losgekomen <,>>.> <e>>E>en stuk

252;al.1;8

  • D: in het late licht <,>>.> <d>>D>e handen

252;al.1;9

  • M2b: een gesloten boek <dien>>dat>

252;al.1;11

  • D: <+,> in het licht van

252;al.1;12

  • M2a: [-X] Iedere<-n> mensch

252;al.1;13

  • D: <de>>het> schilderij

252;al.1;14

  • M1b: <- en> zijn zelven

252;al.1;14

  • D: zooiets fijn<+s>, zooiets onstoffelijk<+s>

252;al.1;16

  • M2a: <E>>e>n de winden

252;al.2;1

  • M2a: [+X] <- En> <d>>D>aar is iemand

252;al.2;5

  • M2b: uw<-en> oud<-en> boek

252;al.3;1

  • M2a: [-X] Ze sluit de deur

252;al.3;5

  • M2a: <haar>>zich>

252;al.3;7

  • D: niet goed <- meer> wat. Ook hier zal ze niet gerust zijn <+,>

252;al.3;8

  • M2a: <presies>>precies>

252;al.3;10

  • M1b: beho<+o>ren

252;al.3;10

  • M2b: <haren>>haar> kop

252;al.3;11-12

  • D: <eens>>geen> van twee zien ze <- niet> dat hij zijn boek averecht<+s> vast heeft.

252;al.4;1

  • M2a: <- En> <h>>H>et wordt laat,

252;al.4-al.5;2-1

  • M2a: over den kop. [+X] Hij smijt
  • M2b: <over>>rond> den kop. [X] Hij smijt

253;al.1;2

  • M2b: zijn hopeloos verlangen <,>>;> dat hij

253;al.1;4-5

  • M2a: wieweet hebt ge reeds <geeêten>>geeëten>.
  • M2b: wieweet hebt ge reeds ge<-e>ëten.
  • D: <wieweet>>wie weet> hebt ge reeds <geëten>>gegeten>.

253;al.1;5

  • M2a: <+,> ze slurpen hun koffie.
  • D: , ze <slurpen>>drinken> hun koffie.

253;al.1;5-6

  • M2b: <die>>dat> schilderij nog niet verkocht <+,> vraagt ze, <die>>dat> waar
  • D: dat schilderij nog niet verkocht <,>>?> vraagt ze, dat waar

253;al.1;7

  • M2b: Neen, hij verkoopt <ze>>het> niet.

253;al.1;8

  • M2a: <- En> <o>>O>ndertusschen

253;al.1;10

  • M2a: loopen <+,> zegt hij.

253;al.1;10-11

  • M2b: <den>>het> atelier

253;al.1;12

  • D: <slijpen>>sleepen>

253;al.1;12-13

  • M2a: <+,> en gaat gij nu in bed liggen. [-X] Ja <+,> dat kan ze, in het bed liggen <.>>,> <M>>m>aar

253;al.1;14

  • M2a: niet toe <.>>,> <D>>d>e zijne

253;al.1;16

  • M2a: in den dag komt <+,> valt hij in slaap,

253;al.1;17-18

  • D: versche<-n> koffie

253;al.2;3

  • D: <een>>ee[x]> kostelijke oude lamp
  • W: [ee[x]]]een] kostelijke oude lamp

253;al.2;4

  • M2a: een beetje licht <-,> <I>>i>n een

253;al.2;5

  • D: waar hij <+ hij> een <- af>rastering <rondschildert>>rond schildert>.
  • W: waar hij [- hij] een rastering rond schildert.

253;al.2;5

  • M2b: de<-n> boot

253;al.2;6

  • M2b: een beetje afwezig <,>>.> <de>>Het> atelier
  • D: een beetje afwezig <.>>,> <H>>h>et atelier

253;al.2;8

  • M2b: de<-n> boot

253;al.2;10-11

  • D: <voermans>>voerlui>

253;al.2;11

  • M2a: <- En> <e>>E>en koppel

253;al.2;14

  • M2a: <presies>>precies>

253;al.2;16

  • M2a: José <+,>

253;al.2;16-17

  • M2a: [-X] Marian kijkt er naar

254;al.1;2

  • D: <haar>>zich>

254;al.1;4

  • D: ocharme <-,>

254;al.1;4-5

  • M2a: Ja <+,> daar zit ge nu <+,> zegt Marian,

254;al.1;6

  • M2a: <+,> en wat hebt ge

254;al.1;7-8

  • M2b: dat zult ge, ge zit hier lijk een andere<-n>,
  • D: dat zult ge <,>>.> <g>>G>e zit hier lijk een andere,

254;al.1;9

  • M2a: <+,> zegt ze

254;al.1;11

  • M2b: de<-n> boot

254;al.1;12

  • M2a: <haar>>zich>

254;al.1;14

  • M2a: brengen <.>>,> <H>>h>ij die ik geern zie. [-X] <- En> <z>>Z>e laat

254;al.1;15

  • M2a: Dus, dus... <H>>h>et is toch waar <.>>,> <Z>>z>ij

254;al.1;19

  • M1b: op elkander, en <+ dat>
  • D: op elkander <-,> en dat

254;al.1;20-21

  • M2a: kijkt er naar <.>>,> <E>>e>n ja,

254;al.1;21

  • M2a: [-X] Ginder beneden

254;al.1;22

  • M2a: <halftoeê>>halftoeë>

254;al.1;25

  • M2b: <den zelfden>>hetzelfde>

254;al.1;25-26

  • M2a: <+,> vraagt ze. Och <+,> zoo maar <-,> een boek. Ja <+,>

254;al.1;27

  • M2a: <- En> <o>>O>p een nacht

254;al.1;29

  • D: Wat is er <,>>?> vraagt ze.

254;al.1;30

  • M2a: <+,> zegt hij.

254;al.1;32-33

  • M2a: en ligt hem <+,> op haar elleboog geleund <+,> aan te staren. Zot <+,> zegt hij

254;al.2;1

  • M2a: geeft <+,> legt

251;al.1;4

  • M2a: [-X] Ze trekt het klein bootje

255;al.1;6

  • M2a: niets <!>>.>

255;al.2;1

  • M2a: <Beneen>>Beneden> is het of hij standvastig
  • D: Beneden is het of hij <standvastig>>steeds>

255;al.2;2

  • M2b: iedere<-n> dag

255;al.2;3

  • M2a: caoutchou<+c>fabrieksken

255;al.3;4

  • D: En <om wat>>waarom>?

255;al.3;7

  • M2a: zegt ze tegen hem <+,>
  • D: <+,> zegt ze tegen hem,

255;al.3;9

  • D: als <- een> inkt<-pot>.

255;al.3;10

  • M2b: die<-n>

255;al.3;11

  • D: <naar>>op>

255;al.3;12

  • M1b: wacht<-t>en en blijven wacht<-t>en

255;al.3;13-14

  • M1b: Als ze hem zullen lossen, ja, áls ze <- ze> hem zullen lossen waar zal zij dan zijn.
  • M2a: Als ze hem zullen lossen <-,> ja, áls ze hem zullen lossen <+,> waar zal zij dan zijn <.>>?>
  • D: Als ze hem zullen lossen ja, <áls>>als> ze hem zullen lossen, waar zal zij dan zijn?

255;al.3;14-15

  • M2a: [-X] Ze loopt langs de <o>>O>verwinninglaan

255;al.3;16

  • M1b: en het <[xxxx]>>valt> haar
  • M2b: <+,> en het valt haar

255;al.3;18

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

256;al.1;1

  • M2a: En kijk <:>>,> nu

256;al.1;2

  • D: wat <- er> overblijft

256;al.1;3-4

  • M2a: [X] [?] Ze blijft ergens aan een gevel hangen
  • D: [-X] Ze blijft ergens <aan>>voor> een gevel <hangen>>staan>

256;al.1;5

  • D: <hangt>>staat>

256;al.1;7

  • M2a: <- En> <z>>Z>e keert

256;al.1;8

  • M2a: <+,> maar

256;al.1;11

  • M2a: martel<e>>é>glas

256;al.1;12

  • M2a: Ze slapen <.>>,> <H>>h>eelzeker
  • D: Ze slapen, <heelzeker>>heel zeker>

256;al.1;13

  • M2a: Wordt nu wakker <+,>

256;al.1;15

  • M2a: ja <+,>

256;al.1;16

  • M1b: dat ik lijd<-t>
  • M2a: dat ik lijd <+,>

256;al.1;17

  • M1b: wacht<-t>en

256;al.1;18

  • M2b: dingen<-s>

256;al.1;19-20

  • M2a: [-X] En in het spooklicht dat door de dakramen blinkt en plast <+,>

256;al.2

  • M2a: [+X] Ze loopen achter elkander,

256;al.2;2

  • M1b: wend<-d>en

256;al.2;4

  • M2a: het vuil<+e>
  • M2b: het vuil<-e>

256;al.2;5

  • M2a: Ze dansen, <- en> ze zingen, een weemoedig lied
  • D: Ze dansen, ze zingen <-,> een weemoedig lied

256;al.2;6

  • M2a: misschien zong vroeger. <- Vroeger.>

256;al.2;7-8

  • D: in het nachtelijk uur <+ haar> beklemt.

256;al.2;8

  • M2a: <knieên>>knieën>

256;al.2;10

  • M2a: [-X] Ze komen rond haar zitten,

256;al.2;11

  • M2b: <vingeren>>vingers>

256;al.2;15-16

  • M1b: te<+e>der lijveken dat langs om witter, langsom blanker wordt
  • D: teeder lijveken dat <langs om>>langsom> witter, langsom blanker wordt

257;al.1;1

  • M2b: <vingeren>>vingers>

257;al.1;3

  • M2a: <- En> <e>>E>ens vindt ze

257;al.1;5

  • M2b: deze<-n> doode<-n> wereld

257;al.1;6

  • D: altijd <+ heeft> zien doen <- heeft>,

257;al.1;6-7

  • M1b: stre<-e>pen

257;al.2;5

  • M2b: de<-n> dag

257;al.2;6-7

  • M1b: <+ hoofd>kussen en kust het, flauwkens
  • M2b: hoofdkussen en kust het <,>>.> <f>>F>lauwkens

257;al.2;7

  • M2a: den reuk <der haren>>[xxx xxxx]>.
  • M2b: den reuk <[xxx xxxx]>>der haren>.
  • D: den reuk <der>>van de> haren.

257;al.2;8

  • M2a: <+,> zegt hij,

257;al.2;10-11

  • M2a: sterven zonder drinken. [-X] Neen, er is geen rust voor hem. [-X] Er is geen rust

257;al.2;11

  • M1b: Nooit. <+ Nergens.>
  • M2a: Nooit <.>>,> <N>>n>ergens.

257;al.2;13

  • D: met een plaat <+ er> op.

257;al.2;13

  • M2a: <- En> <n>>N>u

257;al.2;17

  • M2b: groensel <die>>dat>
  • D: <groensel dat>>groenten die>

257;al.2;19

  • M2a: <H>>h>et is goed <.>>,> <D>>d>an

257;al.2;20

  • M2a: <hen>>zich>

257;al.2;23

  • M2a: gepeinsd hebben <!>>.> Ze zet <haar>>zich> bij
  • D: gepeinsd hebben. Ze zet zich <+ er>bij

257;al.2;24

  • M2a: [-X] Maar almeteens

257;al.2;25

  • M2a: Aai <+,> zegt ze,

257;al.2;25-26

  • D: <op>>om> den buik

257;al.2;27

  • M2a: <- En> <z>>Z>e wordt wit.

257;al.2;28

  • M2a: <- En> <t>>T>wee <+,> drie keer

258;al.1;1

  • M2a: <haar>>zich>

258;al.1;1

  • M2b: <+,> en stapt toch binnen. Een killig elektrieklampken
  • D: <-,> en stapt <- toch> binnen. Een kil<-lig> elektrieklampken

258;al.1;4

  • M2a: een ander<-en>

258;al.1;6

  • M2b: Maar <dees>>deze> is een goeie<-n> doktoor.

258;al.1;7

  • M2b: goeie<-n>

258;al.1;8

  • M2a: Ja <+,>

258;al.1;9

  • M2a: <+,> zegt de andere<+n>,
  • M2b: , zegt de andere<-n>,

258;al.1;10

  • M2a: een dro<-o>gen hoest

258;al.1;13

  • D: goei<-e> beterschap. [-X] Marian zit

258;al.2

  • M2a: [+X] Nu zien ze

258;al.2;1

  • M2a: Ja <+,>

258;al.2;2

  • M2a: een slecht <+,> laag in de modder

258;al.2;3

  • M2b: bestaat <- er> niet

258;al.2;4-5

  • M2b: in de gevangenis <,>>.> <b>>B>ezie me nu,

258;al.2;5

  • D: stamp<+t> maar

258;al.2;5

  • M2a: [-X] De oude gaat binnen

258;al.2;6

  • M1b: de vrouw <die haar>>wier> kind

258;al.2;7

  • D: haar zelve<-n>

258;al.2;9-10

  • M2b: blinken. Het is een vieze<-n>, die<-n> doktoor, een mensch zonder ouderdom
  • D: blinken. <Het is een vieze, die doktoor,>>De doktoor is> een mensch zonder ouderdom

258;al.2;13

  • M2a: gebeur<d>>t>

258;al.2;14

  • M2a: <haar>>zich>

258;al.2;14

  • D: een ni<c>>k>kelen stoel

258;al.2;15

  • M2a: <+,> en de stoel

258;al.2;18

  • M2a: een caoutchou<-en> hand
  • M2b: een <- caoutchou> hand

258;al.2;19

  • D: het bril<+le>glas

258;al.2;21

  • M2a: stom <- moet> vastliggen
  • M2b: stom <vastliggen>>vastligt>

258;al.2;22

  • M2a: [-X] Ga weg, zegt ze kalm,

259;al.1;1

  • M2a: verdubbel<d>>t>

259;al.1;2

  • M2b: <hem>>zich>

259;al.1;2

  • M2a: <presies>>precies>

259;al.1;3

  • M2b: <hem>>zich>

259;al.1;5

  • M2a: De vrucht <+,> zegt hij.

259;al.1;6

  • M2a: <haar>>zich>

259;al.1;6

  • M2a: <presies>>precies>

259;al.1;7

  • M2a: [-X] Waar ze nu ook gaat,

259;al.1;8

  • M2a: beleef<d>>t>

259;al.1;10-11

  • D: niet<+s> aan doen kan, het is een kwestie van <puur>>pure> gewoonte.

259;al.1;11-12

  • M1b: Want slaat iemand <+ zijn hoofd af> die aan het stappen is <- zijn hoofd af>,
  • M2a: <- Want> <s>>S>laat iemand zijn hoofd af die aan het stappen is,
  • M2b: <Slaat>>Sla> iemand zijn hoofd af die aan het stappen is,

259;al.1;12

  • D: <hem>>zich>

259;al.1;18

  • D: <+ de> <de nieuwe gas>>de nieuwe gas>
  • W: [- de] de nieuwe gas

259;al.1;19

  • M2b: de<-n> lichtschijn

259;al.1;20

  • M2b: de<-n> pick-up

259;al.1;22

  • M2b: uw<-en> pa

259;al.1;29

  • M2b: de<-n> <blinden>>Blinde> zijn vrouw

259;al.1;31-32

  • M2a: Drink eens meisken <!>>.> [-X] De pick-up speelt

259;al.1;36

  • M2b: dingen<-s>

259;al.1;37

  • M2a: Ruwe handen grijpen <Marian>>haar> vast <-, fijnberingde handen grijpen haar vast>.

260;al.1;4-5

  • M2b: en waar begint haar droom <,>>.> <w>>W>aar eindigt
  • D: en waar begint haar droom <.>>?> Waar eindigt

260;al.1;5

  • M2a: [-X] Ze weet het niet,

260;al.1;6

  • M2a: <hem>>zich>

260;al.2

  • M2a: [+X] Een vies dronkenmansgezicht

260;al.2;3

  • M2a: begla<r>>[x]>iet
  • M2b: begla<[x]>>r>iet

260;al.2;4

  • D: het ander<+e> oog

260;al.2;5

  • M2a: <+,> en hangen

260;al.2;8-9

  • M2a: En ze lacht <.>>,> <E>>e>en hoonenden diepen lach van ontzetting <+,> pijn en waanzin. [-X] De nacht verloopt,

260;al.2;9

  • D: de <nieuwe gas>>Nieuwe Gas>

260;al.2;9

  • M2a: komt leeg <,>>.> <n>>N>og een
  • M2b: komt leeg. Nog een<+e>
  • D: komt leeg. Nog een<-e>

260;al.2;12

  • M2a: <+,> of ze zou

260;al.2;14

  • M2a: <+,> zegt tegen haar:

260;al.2;21

  • M2a: met een punaise <.>>,> <I>>i>ets uit de fabriek,

260;al.2;22

  • M2a: <haar>>zich>

260;al.2;23-24

  • M2b: naar den slaap <.>>,> <E>>e>n dat een andere<-n> vorm
  • D: naar den slaap <,>>;> en <dat>>die> een andere vorm

260;al.2;28

  • M2a: [-X] Bij avend en nacht

260;al.2;28

  • M2b: den morgen<-d>

260;al.2;29

  • M2a: <-en> <telt ze>>ze telt>

260;al.2;30

  • M2a: <+,> en onder

261;al.1;1

  • M2a: <- En> <d>>D>aar loopt ze nu
  • D: Daar loopt <ze nu>>nu ze>
  • W: Daar loopt [nu ze]]ze nu]

261;al.1;2-3

  • M2a: <+,> en maar juist tot boven de<-n> knie komt.

261;al.1;3-4

  • M2a: stumperds <+,> dronkaards en wijventoekers,

261;al.1;5-6

  • M2a: mij pijn doet, kom en sol met mijn lijf, neem me <+,> en maak
  • M2a: mij pijn doet <,>>.> <k>>K>om en sol met mijn lijf, neem me, en maak

261;al.1;7

  • M2a: [-X] En gij,

261;al.1;7-8

  • D: <+,> en wonderbaar met rust gelaten wordt <-,> nu zij weg is,

261;al.2;1

  • D: naakte<+n> arm

261;al.2;3

  • M2a: Ach <+,>

261;al.2;4

  • M2b: is dat <+,> waar

261;al.2;5

  • D: <+,> en waar

261;al.3;3

  • M1b: <komt [?]>>hangt> <- binnen> zwaar

261;al.3;4

  • M1b: <hangt [?]>>staat>

261;al.3;5

  • M2a: <- En> <d>>D>aar

261;al.4;1

  • M2a: [X][?] Bladzijden en bladzijden.
  • D: [X][?] Bladzijden en bladzijden.
  • W: [X] Bladzijden en bladzijden.

261;al.4;2

  • D: <overziet>>over ziet>

261;al.4;6

  • M2b: <hangt gezakt>>zakt>

261;al.4;6

  • D: <in lezen>>inlezen>

261;al.4;6-7

  • M2a: [-X] De deur gaat open.

261;al.4;7

  • M2a: <hem>>zich>

261;al.4;7-8

  • M2a: misloopen <+,> want

261;al.5;1

  • M2a: [+X] Zijn zoon <+ ziet> niet eens op.

261;al.5;1-2

  • M2a: tot aan het tafelken <.>>,> <E>>e>n Guido ziet op,
  • M2b: tot aan het tafelken, en Guido <ziet>>kijkt> op,

262;al.1;4-5

  • M2a: broekzakken <:>>.> Dat is nu zijn papa, op <een>>één> na

262;al.1;7

  • D: opengekrab<t>>d>

262;al.1;8

  • M2a: schart<-t>en

262;al.1;9

  • M2a: [X] [?] Ze bezien malkander <.>>,> <E>>e>n nog
  • D: [-X] Ze bezien malkander, en nog

262;al.1;11

  • M2a: <+,> zijn misschien ontelbaar,

262;al.1;11-12

  • M2a: soort van god geworden <...>.> Maar dan?

262;al.1;13-14

  • M2a: zijn mond <:>>.> <o>>O>p den weg die ik gegaan heb <+,>
  • M2b: zijn mond. Op den weg die<+n> ik gegaan heb,

262;al.1;18

  • M2b: eene<-n> die
  • D: een<-e> die

262;al.1;20

  • M1b: een <- [xxx]> spottend vlammeken

262;al.1;22

  • M2a: Ja <+,>

262;al.1;26-27

  • M2a: <+,> steekt een vlaggeken.
  • M2b: , steekt een <vlaggeken>>vlagsken>.

262;al.1;28

  • M2a: [-X] En gij,

262;al.1;30

  • D: wat <+ te> doen.

262;al.1;31

  • M2b: <hem>>zich>

262;al.1;35-36

  • M2b: <den>>het> boek op <haren>>haar> schoot

263;al.1;1

  • M2a: Elie <+,> zegt hij,

263;al.1;1-2

  • D: de pijn <aan>>van> zijn hart

263;al.1;4-5

  • M2a: zijn <knieên>>knieën> knikken <en>>,> <+ zijn> polsen bibberen,

263;al.1;5

  • M2b: hooge<-n> hooge<-n> trap

263;al.1;6

  • M2a: <hem>>zich>

263;al.2;1

  • M2a: de stad af <.>>,> <H>>h>ij moet haar zien <.>>,> <H>>h>ij <móet>> moet>.

263;al.2;3-4

  • M2a: de haast onstoffelijke droom van een <jonge meisjes-borst>>jonge-meisjesborst>.
  • D: de<+n> haast onstoffelijke<+n> droom van een jongemeisjesborst.

263;al.2;4

  • M2a: zien wil <+,> moet hij

263;al.2;8

  • M2a: absoluut niets <.>>,> <B>>b>uiten twee

263;al.3;2

  • M2a: Hij pakt <- hem> een appel,

263;al.3;4

  • M2a: Twee <+,> drie uren

263;al.3;5

  • M2b: <+,> peinst hij,

263;al.3;5-6

  • D: lijk iedereen <,>>?> <i>>I>edere mensch

263;al.3;9

  • M2a: Water. <- H2O.>
  • M2b: Water. <+ H2O.>
  • D: Water <-.> <H2O>>HO>.
  • W: Water. [HO]]H2O].

263;al.3;10-11

  • M2a: ijzermaal <.>>,> <E>>e>ther, ozon, ammoniak.

263;al.3;12

  • M2a: <leer>>leder>

263;al.3;16

  • M2a: ge<-e>le

263;al.3;17

  • M2b: <de>>het> venster

263;al.3;18-19

  • M2a: [-X] Een heel jonge monnik

264;al.1;1

  • D: saf<+f>ierblauw

264;al.1;5

  • M2a: Ja <+,>

264;al.1;6

  • M2a: gezegd heeft <+,>

264;al.1;11

  • M2a: lucht<-t>en

264;al.1;12

  • D: <den kop>>het hoofd>

264;al.1;13

  • M2a: <- En> Guido staat er voor.

264;al.1;16-17

  • M2a: sterven kan <,>>.> <i>>I>k,

264;al.1;18

  • M2a: verward<-d>e haren

264;al.1;21-22

  • D: <kortgeschoren>>kort geschoren> gras en <acaciaboompjes>>acacia boompjes>.
  • W: kort geschoren gras en [ acacia boompjes]]acaciaboompjes].

264;al.1;25

  • D: met het verlak <+ er> af,

264;al.1;26

  • M2a: [-X] Guido loopt voort

264;al.1;31

  • M1b: een zorgeloos <lieken [?]>>liedeken>

264;al.1;32

  • M2a: den eersten keer <+,> dat
  • M2b: de<-n> eerste<-n> keer, dat

264;al.1;33

  • M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat

264;al.1;35

  • M2a: <Boeikens>>Boeykens>

264;al.1;35

  • M1b: Guido ziet, <- en> zijn zwarten hoed

264;al.1;36-37

  • M2a: naar den grond langt <.>>,> <V>>v>oortgaat <+,> en de hemel weet wat

265;al.1;2

  • M2a: Ja <+,>

265;al.1;2

  • M2a: <hem>>zich>

265;al.1;3

  • D: <De nieuwe gas>>De nieuwe gas>

265;al.1;6

  • D: het strafste <bocht>>vocht>

265;al.1;11

  • D: het <bocht>>vocht>

265;al.1;11

  • M2b: wil weer <- naar> omhoog.

265;al.1;12

  • D: gepleisterde<-n> gang

265;al.1;14-15

  • M2a: <Presies>>Precies> of hij heeft nog niet genoeg mizerie gezien <.>>,> <O>>o>f
  • D: Precies of hij <- heeft> nog niet genoeg mizerie gezien <+ heeft>, of

265;al.1;15

  • D: <met>>aan> de ellende

265;al.1;17

  • D: <+,> waar korsten

265;al.2

  • M2a: [+X] Ze hangt over de trapleun

265;al.2;1-2

  • D: iets donker<+s> aan met blauwe vegen <+ er> in,

265;al.2;3

  • M2b: de<-n> trap

265;al.2;3

  • M1b: slaat het <ding weg [xx]>>open> kleed weg

265;al.2;4

  • M2a: En <- hij dacht aan het einde te zijn van alles,> hij dacht geen ziel meer

265;al.2;7

  • M2b: een vuile<-n> trap

265;al.2;8

  • D: <plaaster>>pleister>

265;al.2;8

  • M2a: [-X] In vrees en begeerte,

265;al.2;12

  • M1b: <[xxxx]>>stuikt> ineen <- elkander>. En achter
  • M2a: stuikt ineen. <- En> <a>>A>chter

265;al.2;14-15

  • M2a: den kop <- in deemoed> afwendt. [-X] Hij vlucht <.>>,> <H>>h>ij struikelt en valt <.>>,> <S>>s>taat weer op
  • D: <den kop>>het hoofd> afwendt. Hij vlucht, hij struikelt en valt, staat weer op

266;al.1;1-2

  • M2b: dingen<-s>

266;al.2;2

  • D: het <gescheurd>>gebarsten> glas

266;al.2;3

  • D: <haar>>zich>

266;al.2;3

  • D: een fijne<-n> zijden sjaal

266;al.2;5

  • M2b: tot <- iets> boven den knie.
  • D: tot boven de<-n> knie.

266;al.2;10

  • D: <de nieuwe gas>>de nieuwe gas>

266;al.2;14

  • M2a: [-X] En soms peinst ze:

266;al.2;15-16

  • M2a: <+,> en dat daaronder

266;al.2;21

  • M2a: <- En> <b>>B>inst ze telt

266;al.2;23

  • M2a: <+,> want

266;al.2;24

  • M2a: met haar <een>>één> hand
  • D: met haar één<+e> hand

266;al.2;26

  • D: Hij, een klein manneken <+,>

266;al.2;27

  • M2a: <haar>>zich>

266;al.2;34

  • M2b: en ik u niet <+,> en ge schreit

267;al.1;1

  • M2b: <uit>>weg>gesneden

267;al.1;2

  • M2a: <- En> <z>>Z>e opent

267;al.1;3-4

  • M2a: een leege holte <.>>,> <Z>>z>iet ge het <+,> Albrik?

267;al.1;4-5

  • M2a: [-X] Ze wordt wakker

267;al.1;5

  • D: die <- zijn> niet nat <+ zijn>,

267;al.2;2-3

  • M2b: de<-n> pick-up

267;al.2;4

  • M2a: <ho-ho-ho>>ho, ho, ho,>

267;al.3

  • M2a: [+X] Daar ligt ze nu te kermen

267;al.3;3

  • D: wat <+ te> zeggen

267;al.3;4

  • M2b: heeft ze zoo stom geweest dat niet eerder te hebben gezien <.>>?> Ze rolt
  • D: <heeft>>is> ze zoo stom geweest dat niet eerder te hebben gezien? Ze <rolt>>holt>

267;al.3;6-7

  • M1b: een ander heks binnen <,>>.> <n>>N>og
  • M2a: een ander heks binnen <.>>,> <N>>n>og
  • D: een ander<+e> heks binnen, nog

267;al.3;7-8

  • M2a: een toile-<ciree>>ciré> kabas onder haren doek.
  • M2b: een toile-ciré kabas onder <haren>>haar> doek.

267;al.3;13

  • M2a: [-X] Het beddeken kraakt,

267;al.3;15

  • D: uw zelve<-n>

267;al.3;15

  • M2a: <haar>>zich>

267;al.3;15-16

  • D: uw zelve<-n>

267;al.4;1

  • M2a: <- En> <w>>W>aar

267;al.4;1-2

  • M2a: te noemen <:>>.> Toor <+,> zegt ze, klein Tooreken <+,> mijne jongen.
  • D: te noemen. Toor, zegt ze, klein Tooreken, mijn<-e> jongen.

267;al.4;6

  • D: de <nieuwe gas>>Nieuwe Gas>

267;al.4;6

  • M2a: <heeft>>is> altijd

267;al.4;7

  • M2a: klein<+e> kinderen

268;al.1;1

  • M2a: buiten <+,> en binnen twee minuten

268;al.1;2

  • D: <hebt>>zijt> ge zoo stom geweest,

268;al.1;3

  • M2b: <haren>>haar> kop

268;al.1;4

  • M2a: den <allee>>allée>
  • M2b: de<-n> allée

268;al.1;4

  • M2a: [-X] Marian neemt

268;al.1;7

  • M2a: [-X] Schilder haar zoo eens:

268;al.1;8

  • M2a: droommeisje <!>>.>
  • D: <droommeisje>>droom-meisje>.
  • W: [droom-meisje]]droommeisje].

268;al.1;9

  • M2a: bij de idioten <.>>,> <E>>e>n ze heeft

268;al.1;11

  • M2a: <hem>>zich>

268;al.1;13

  • M2a: en weer land <.>>,> <E>>e>n zij

268;al.1;15

  • M2a: Zij <+ [xx]> met kleinen Toor <- zijn> de eenige
  • M2b: Zij <[xx]>>en> <- met> kleinen Toor <+ zijn> de eenige
  • D: Zij en kleine<-n> Toor zijn de eenige

268;al.1;16

  • M2a: andere <+ is> een film: lucht <+,> huizen en gronden,

268;al.1;19-20

  • D: dat <in haar alle>>al haar> droomen dood zijn.

268;al.2;3

  • D: <+,> maar

268;al.2;5

  • M2a: <haar>>zich>

268;al.2;5

  • M2a: den bliksem. Ja <+,>
  • D: de<-n> bliksem. Ja,

268;al.2;6

  • M2a: had<-t>

268;al.3;2

  • D: <+,> en hoort

268;al.3;3

  • M2a: Ja <+,>

268;al.3;6

  • M2b: weg wil<-t>,

268;al.3;6

  • D: En hij <-,> achter haar,

269;al.1;1

  • D: de<-n> boulevard

269;al.1;3

  • M2a: <presies>>precies>

269;al.1;4-5

  • M2a: [-X] Marian loopt de <v>>V>ooruitzichtstraat in, de <w>>W>elvaart-straat door

269;al.2

  • M2a: [+X] Ze gaat het fabrieksken binnen

269;al.2;2

  • M2a: nog niet lang <,>>.> <- want> <h>>H>un knoppen

269;al.3;1

  • M2a: de <o>>O>verwinninglaan

269;al.3;1-2

  • D: <den middensten>>het middelste> nieuwe<-n> blok <die>>dat>

269;al.3;3

  • D: Hij <hangt>>staat>

269;al.3;3

  • M2a: een <sigaretten-winkel>>sigarettenwinkel>

269;al.3;4-5

  • M2a: <bestondt>>bestaat>

269;al.3;6

  • M2b: een duistere<-n> wereld

269;al.3;13

  • D: <hen>>hun>

269;al.3;13-14

  • M2b: een nieuwe<-n> wereld

269;al.3;16

  • M2a: lacht<-t>en

269;al.4;1

  • D: de<-n> boulevard

269;al.4;4

  • D: smo<-o>ren

269;al.4;6

  • M2a: gehad<-t>

269;al.4;6

  • M2b: dien magere<-n>

270;al.1;1

  • M2b: Ze heeft eene<-n> gezien
  • D: Ze heeft <eene>>iemand> gezien

270;al.1;2

  • D: iets erger<+s>

270;al.1;3

  • D: <in>>naar> den grond

270;al.1;3-4

  • M2a: Hij gaat achter den hoek van de <v>>V>ooruitzichtstraat,
  • D: Hij gaat <- achter> den hoek van de Vooruitzichtstraat <+ om>,

270;al.1;4-5

  • M2a: de <w>>W>elvaartstraat

270;al.1;6

  • M2a: [-X] Zij peinst:

270;al.1;12

  • M2a: Onder hun <drieên>>drieën>, hij <+,> zij en het kind <-,>

270;al.1;13

  • M2a: voetje voor voetje <.>>,> <T>>t>wee

270;al.1;17-18

  • M2b: de<-n> gemeenschappelijke<-n> koer, de<-n> trap,

270;al.1;20-21

  • M2b: de<-n> almanak

270;al.1;21-22

  • M2a: <d>>D>insdag de<+n> <zevenentwintigste>>zeven en twintigste>
  • M2b: Dinsdag de<-n> zeven en twintigste

270;al.1;22

  • M2a: peinst Jean niet <.>>,> <E>>e>en almanak

270;al.2;2

  • M2a: brand<-d>en en zet <haar>>zich>

270;al.2;3

  • M2a: naar u gewacht <+,>
  • D: <naar>>op> u gewacht,

270;al.2;4

  • M2b: dingen<-s>

270;al.2;6

  • M2a: <- En> <h>>H>ij begint

270;al.2;9

  • M2a: En ze vertelt <over>>van>

270;al.2;9-10

  • D: de <nieuwe gas>>Nieuwe Gas>

270;al.2;10

  • M2a: wacht<-t>en

270;al.3;1

  • M2a: <knieên>>knieën>

271;al.1;1

  • M2b: een fijne<-n> regen

271;al.1;7-8

  • D: <pullover>>pull-over>

271;al.1;13-14

  • M2a: of toekomen gaat <.>>,> <W>>w>ant ge loopt en loopt <+,> maar

271;al.1;19

  • M2a: van het vleesch <.>>,> <D>>d>e herfst

271;al.1;21

  • M2b: De verboden boeken <+,>

271;al.1;22-23

  • M2a: dro<-o>ge lippen gelezen heeft <+,> liggen

271;al.1;24-25

  • M2a: Spijzig mij Heer met het brood uwer tranen. [-X] Ja <+,> de Heer
  • D: Spijzig mij <+,> Heer <+,> met het brood uwer tranen. Ja, de Heer

271;al.1;26

  • M2a: is niet te zeggen <:>>.> Het kind slaapt,

271;al.1;30

  • M2a: En hij voelt <haar>>Carrie> rillen,

271;al.1;31

  • M2a: <knieên>>knieën>

271;al.1;31

  • D: <asem>>adem>

271;al.1;32-33

  • M2a: Mijn hert <+,> zegt ze rap.

271;al.1;33

  • M2a: [-X] Voor een niets

271;al.1;37

  • D: haar zelve<-n>

272;al.1;1

  • M2a: verbrijzel<t>>d>

272;al.1;1

  • M2a: brokken en stukken <.>>,> <E>>e>n hij,

272;al.2;6-7

  • M2b: Die<-n> stap op het trapken en de<-n> klop

272;al.2;7

  • M2a: op de deur <-:> is dat nu <presies>>precies>

272;al.2;8

  • M2a: en zal zeggen <+:> geef
  • D: <+,> en <zal zeggen>>zeggen gaat>: geef

272;al.2;9

  • M2a: Ga weg <+,> gilt ze, ga weg, ik heb er <een>>één>

272;al.2;11

  • D: en het slot<-je> <+ er> op.

272;al.2;11

  • M2b: Die<-n> man

272;al.3;1

  • M2b: kleine<-n> Toor

272;al.3;2

  • M2b: uit te halen <.>>:> Albrik keert

272;al.4

  • M1b: [+X] Hij gaat binnen,

272;al.4;8-9

  • M2b: <+ dat> een lach

272;al.4;9

  • D: <naar>>op>

272;al.4;13

  • M2b: in de open deur <,>>.> <o>>O>p de gezichten

273;al.1;1

  • M2a: [X] [?] Dan gaat ge weer weg <-,> vanwaar
  • D: [-X] Dan gaat ge weer weg vanwaar

273;al.1;2

  • M2b: <omdat>>opdat>

273;al.1;4

  • M2b: niet <- meer> verder,

273;al.1;6-7

  • M2b: <den>>het> allerlaatste<-n> nieuwe<-n> blok

273;al.1;8

  • D: weg zijt <+,> zot,

273;al.1;12

  • M2b: <den>>het> blok

273;al.1;16

  • M2b: naar den baas <.>>:> <D>>d>ie daar

273;al.1;17

  • M2b: Hoe heet ge <+,> vraagt de<-n> bolhoed.
  • D: Hoe heet ge <,>>?> vraagt de bolhoed.

273;al.1;18

  • M2a: Neen <+,> dat zal niet gaan man. [-X] <Smorgens>>'s Morgens>

273;al.1;19

  • D: ni<c>>k>kelgeld

273;al.1;20

  • M2b: melk <,>>.> <w>>W>ant het kind gaat voor,
  • D: melk. Want het kind gaat <voor>>vóór>,

273;al.1;22-23

  • M2b: <anders niets>>niets anders> <- meer> over
  • D: niets anders <+ meer> over

273;al.1;23-24

  • M2a: nog <gewerkt heeft>>werkte> <+ samen> met Jean.
  • D: nog werkte <+,> samen met Jean.

273;al.1;24

  • D: Hoe is <de>>uw> naam,

273;al.1;26

  • M2b: te rooken <,>>.> <e>>E>n hij antwoordt dingen<-s>

273;al.1;27

  • M2a: gaan gelooven. [-X] Veel verdient hij niet.

273;al.1;28

  • M2a: dacht<-t>en

273;al.1;29

  • M2b: de<-n> koer. Hij moet de<-n> koer

273;al.1;30

  • M2a: <- En> <d>>D>en zaterdag
  • D: Den <z>>Z>aterdag

273;al.1;33

  • M2a: [-X] Den zondagmorgend
  • M2b: Den zondagmorgen<-d>
  • D: Den <z>>Z>ondagmorgen

273;al.1;33

  • D: doode gemak<-ken>

274;al.1;1

  • M2b: <+,> ongedachts.

274;al.1;3-4

  • M2b: die hij gaat is altijd de<-n>zelfde<-n>,
  • D: die<+n> hij gaat is altijd dezelfde,

274;al.1;4

  • M2a: den <carree>>carré>
  • M2b: de<-n> carré

274;al.1;4

  • D: de<-n> boulevard

274;al.1;5

  • M2a: caoutchou<+c>fabrieksken

274;al.1;6-7

  • D: <z>>Z>ondag of <w>>W>oensdag, <v>>V>astenavend of <k>>K>erstmis,

274;al.1;8

  • M2a: <hem>>zich>

274;al.1;11-12

  • M2a: hij koopt <- hem> een gazet

274;al.1;12

  • M2b: de<-n> oorlog

274;al.1;13-14

  • M2b: eindje van hier <,>>.> <m>>M>aar ge kunt nooit weten <.>>!>

274;al.1;15-16

  • D: <het>>de>zelfde politiek<+e> gedacht<+e>, <aangekleefd door de partij>>de gedachte der nieuwe partij>.

274;al.1;16

  • M2a: vecht<-t>en

274;al.1;22-23

  • M2b: een oude<-n> spiegel

274;al.1;23

  • D: met blaasjes <+ er> in,

274;al.1;25

  • M2a: <haar>>zich>

274;al.1;27

  • M2a: [-X] Gij verstaat

274;al.1;32-33

  • M2b: <+,> vraagt hij zijn zelven af.
  • D: , vraagt hij <zijn>>zich> zelven af.

274;al.1;34

  • D: dat idioot gezicht dan <?>>.>

274;al.1;34

  • M2a: Hij <+ gezicht> zwijgt,
  • M2b: Hij <- gezicht> zwijgt,

274;al.1;34-35

  • M2b: den <blinden>>Blinde>

274;al.1;35

  • M2a: <- En> <z>>Z>e gaan

274;al.1;37

  • M2a: <- En> <d>>D>en blinden
  • M2b: De<-n> <blinden>>Blinde>

275;al.1;1

  • M2a: de <J>>j>ury

275;al.1;1-2

  • M2a: den bal gevallen <+,> zegt hij,
  • M2b: de<-n> gevallen, zegt hij

275;al.1;6

  • M2a: <- En hij vloekt.> Hij vloekt. Millarde <+,> millarde.
  • D: Hij vloekt. Mill<+i>arde, mill<+i>arde.

275;al.1;9

  • M2a: En wie is nu zijn vader <+,> vraagt hij.
  • D: En wie is nu zijn vader <,>>?> vraagt hij.

275;al.1;10

  • D: midde<n>>l>vinger

275;al.1;11-12

  • M2b: <haren>>haar> kop weg <+,> beziet hem

275;al.1;12

  • M2a: zegt ze <+,> en ze maakt

275;al.1;14

  • M2a: Ach <+,>

275;al.2;2

  • D: <Saargebied>>Saargebied>

275;al.2;2

  • M2b: <+,> want

275;al.2;6

  • M2b: iederen morgen<-d>

275;al.2;7

  • M1b: ho<-o>pelooze

275;al.2;9

  • D: <kalanten>>klanten>

275;al.2;10

  • M2a: komt binnen, dag Molleken <+,> zegt hij.
  • M2b: komt binnen <,>>.> <d>>D>ag Molleken, zegt hij.
  • D: komt binnen. Dag Molleken <-,> zegt hij.

275;al.2;12

  • D: Ziet ge niets aan mij <+,> Jean?

275;al.2;14

  • M2a: <presies>>precies>

275;al.2;19-20

  • M2a: waar een kind ligt <.>>,> <D>>d>at kind wordt groot en trekt er van onder <.>>,> <E>>e>n ze

275;al.2;22

  • M2a: moei<-e>lijker

275;al.2;22-23

  • M2a: <- en> gaat eens bij uw peetje <+?> Toor,
  • M2b: gaat eens bij uw peetje <?>>,> Toor,

276;al.1;5-6

  • M2a: moei<-e>lijk

276;al.1;6

  • M2a: <presies>>precies>

276;al.1;8

  • D: niet eens <- goed> weet

276;al.2

  • M2a: [+X] Het manneken is nu al drie jaar oud

276;al.2;2

  • D: <+,> waar hij

276;al.2;2-3

  • D: <Thalven>>Midden> in zijn dik hoofd

276;al.2;8

  • D: De ander<+e> jongens

276;al.2;9

  • M2b: de <s>>S>tinker

276;al.2;12

  • D: de<+n> deurklink

276;al.2;15

  • D: van <over>>voor> jaren

276;al.2;17-18

  • M2a: <+,> zegt Jean <.>>,> <H>>h>et bootje

276;al.2;24-25

  • M2a: niet peinzen kan <!>>?> [-X] In de fabriek

276;al.2;27

  • M2a: in ieder plaat vijf hollekens <+,> en hij heeft
  • D: in ieder<+e> plaat vijf hollekens, en hij heeft

276;al.2;29

  • M2a: <+,> want

277;al.1;1

  • M2a: hollekens boort <+,> kan hij

277;al.1;2-3

  • M2a: Ja <+,> en als hij niet oppast <+,> boort hij

277;al.1;3-4

  • M2b: Ze zien hem bezig <,>>:> een goeie<-n> werkman, een stille<-n>,
  • D: Ze zien hem bezig: een goeie<+n> werkman, een stille,

277;al.1;5-6

  • D: <z>>Z>aterdag

277;al.1;9-10

  • D: voor Toor <+ om> een spek te koopen,

277;al.1;12

  • M2a: <hen>>zich>

277;al.1;12

  • M2a: <Tuttuttut>>Tut tut>,

277;al.1;13

  • M2a: uit hun oogen zien <!>>.>

277;al.1;14

  • M2b: Ieder<-en>

277;al.1;15

  • M2a: Rekent eens uit <+,> zegt Jean,
  • M2b: Reken<-t> eens uit, zegt Jean,

277;al.1;16

  • M2a: Hoe <+,>

277;al.1;18

  • D: ziet de uren <+,> en wat

277;al.1;19

  • M2a: <+,> zegt ze

277;al.2;1

  • M2a: <+,> maar

277;al.2;3

  • M2a: <+,> zegt Jean,

277;al.2;4

  • D: <+,> zegt Marian,

277;al.2;4

  • M2b: blinde<-n> Ingels
  • D: blinde<+n> Ingels

277;al.2;5

  • M2a: kom <+,> drink een sjat koffie <!>>.>

277;al.2;9-10

  • M2a: zijn ziel <.>>,> <E>>e>n Marian kijkt naar alles met een afwezigen glimlach <.>>,> <E>>e>en glimlach

277;al.2;10

  • M2b: dingen<-s>

277;al.2;11

  • M2b: <den>>het> overschot

277;al.2;12-13

  • M2a: na het eten, het is toch voor iets <z>>Z>ondag <+, zegt ze>. <- En> <n>>N>a het eten <+,> <sanderdaags>>'s anderdaags>
  • M2b: na <het>>den> eten, het is toch voor iets Zondag, zegt ze. Na <het>> den> eten, 's anderdaags
  • D: na <den>>het> eten, het is toch voor iets Zondag, zegt ze. Na <den>> het> eten, 's anderdaags

278;al.1;1

  • M2a: [+X] Niemand is daar <+,> buiten peetje Jean <+,> die

278;al.1;3-4

  • M2a: geen enkelen koek meer is <+,> staat hij op,
  • M2b: geen enkele<-n> koek meer is, staat hij op,

278;al.1;5

  • D: Marian vindt een <ijlen>>leeg> nest:

278;al.1;6-7

  • M2a: Alla <+,> ze kunnen toch niet vliegen zeker <!>>,> en ze zoekt overal.
  • D: Alla, ze kunnen toch niet vliegen <+,> zeker <,>>?> en ze zoekt overal.

278;al.1;7

  • D: <+,> zegt peetje,

278;al.1;8

  • M2a: ik kan dat <- niet> knabbelen,
  • M2b: ik kan dat <+ niet> knabbelen,

278;al.1;8

  • M2a: misschien hebt ge ze verlegd <?>>[x]>
  • D: misschien hebt ge ze verlegd <[x]>>!>

278;al.1;10

  • D: <z>>Z>ondaagsche

278;al.1;12

  • M2b: dingen<-s>

278;al.2;5

  • M2a: <speculoos-mannekens>>speculoosmannekens>

278;al.3;1

  • M2a: <- En> Albrik

278;al.3;3

  • M2a: <een>>[xxx]> dag
  • M2b: <[xxx]>>een> dag

278;al.3;3

  • M2a: moei<-e>lijk

278;al.3;6

  • M2a: moei<-e>lijker

278;al.4;1

  • M2b: morgen<-d>

278;al.4;5

  • M2a: <presies>>precies>

278;al.4;7

  • M2b: morgen<-d>

278;al.4;7

  • M2b: onged<a>>á>chts
  • D: onged<á>>a>chts

278;al.4;10

  • M2a: heeft aangedaan <?>>.>[-X] Soms ziet hij
  • D: heeft aangedaan <.>>?> Soms ziet hij

279;al.1;3

  • M2b: <vingeren>>vingers>

279;al.1;3

  • M2a: <presies>>precies>

279;al.1;6

  • M2b: <haren>>haar> jongsten <+,> zeggen ze, <+ -> maar
  • D: haar jongste<-n>, zeggen ze, <- -> maar

279;al.1;8

  • M2a: <+,> want

279;al.1;9

  • M2b: moet zijn. <+ -> Toor
  • D: moet zijn <-.> - Toor

279;al.1;11

  • D: niet koopen kunt <?>>.>

279;al.1;12

  • M2b: mijn<-e> jongen,

279;al.1;13

  • M2a: [-X] Ziek van zijn smokkeling,

279;al.1;14

  • D: een ander<+e> zalf

279;al.2;2

  • M2a: een anderen traveau<-x>
  • M2b: een andere<-n> traveau
  • D: een ander<-e> traveau

279;al.2;3

  • M2a: wacht<-t>en. Ze wacht<-t>en naar hem
  • D: wachten. Ze wachten<naar>>op> hem

279;al.2;3

  • M2b: de<+n> groote<+n> Mark

279;al.2;4

  • D: <naar>>op> zijn goedkeurend knikje

279;al.2;7

  • M2a: [-X] Hij heeft zijn bureau

279;al.2;9

  • D: <asschenbak>>aschbak>

279;al.2;9-10

  • M2b: een nagemaakte<-n> boot

279;al.3

  • M2a: [+X] Zijn bureau

279;al.3;6

  • M1a: <geboren het ja # geboren> zooveel

279;al.3;7

  • M2a: <o>>O>verwinninglaan 1A
  • D: Overwinninglaan <1A>>IA>

279;al.3;8

  • M2a: [-X] Hij gaat weg,

279;al.3;8

  • D: het dik<+ke> boek.

280;al.1;1

  • M2a: toe <:>>.> <n>>N>iemand moet weten

280;al.1;4

  • M2a: gezegd <?>>.>

280;al.1;12

  • M2a: [-X] Hij keert zich om,

280;al.1;13

  • M2a: <hen>>zich>

280;al.1;14

  • M2b: dingen<-s>

280;al.1;15

  • M2a: van iets anders <.>>,> <W>>w>ant

280;al.1;16

  • D: Vraag <dat>>het> maar

280;al.1;19

  • M2a: binnen in hem <+,> ontstel<-d>t

280;al.1;21

  • M2a: <+,> maken hem bang, want
  • M2b: , maken hem bang <,>>.> <w>>W>ant

280;al.1;22

  • M2a: die moegezocht <+,> hun armen uitsteken

280;al.1;25

  • M2a: die hem bang maken <+,> ze zien onverschillig

280;al.1;28

  • M2b: de werken <+,> die

280;al.1;29

  • D: en <dezen>>hen> die <naar>>op> hem staan <+ te> wachten.

280;al.1;29

  • M2a: Ha, hij is daar <!>>.>

280;al.1;30

  • M2a: in zijn handen <!>>.>

280;al.1;35

  • M2a: <o>>O>verwinninglaan

280;al.1;36

  • M2a: naar 1 A <-,> klein zeven,
  • D: naar <1 A>>I A> klein zeven,

280;al.1;36

  • M2b: eene<-n>
  • D: een<-e>

280;al.1;37

  • D: <zijn>>zich> zelven

281;al.1;2-3

  • D: <gaan wonen is>>is gaan wonen>,

281;al.1;3

  • M2a: met den wal rond <+,> waar hij
  • D: met den wal <rond>>er om>, waar hij

281;al.1;4

  • M2a: <+,> want

281;al.1;5

  • M2a: lucht<-t>en

281;al.1;8

  • D: ander<+e> woorden

281;al.1;12-13

  • M2b: bezien <,>>.> <e>>E>n midden

281;al.1;14-15

  • M2a: naar hem staat te wacht<-t>en. [-X] Achter boomen
  • D: <naar>>op> hem staat te wachten. Achter boomen

281;al.2

  • M2a: [+X] Er komt een man

281;al.2;1-2

  • M2a: met een teekenboek <.>>:> <H>>h>ij ziet den anderen
  • M2b: met een teekenboek: hij ziet den andere<-n>
  • D: met een teekenboek <:>>;> hij ziet den ander<-e>

281;al.2;2

  • M2b: overgaan <+.> <e>>E>n rap, rap,

281;al.2;4

  • D: [-X] Mark gaat den hof door,

281;al.2;6

  • D: Een <vies>>vreemd> beest

281;al.2;8

  • M2b: <+,> hoe stil

281;al.2;9-10

  • D: Hij zou wel willen terugkeeren <.>>,> Hij weet
  • W: Hij zou wel willen terugkeeren [ , ]] . ] Hij weet

281;al.2;10

  • D: <doen komt>>komt doen>.

281;al.2;11

  • D: <zijn>>zich> zelven

281;al.2;11

  • M2b: dingen<-s>

281;al.2;11

  • M2a: moei<-e>lijk

282;al.2;1-2

  • M2b: <Den>>Het> groote<-n> salon, <den>>het> kleine<-n> salon

282;al.2;3-4

  • M2a: getampon<-n>eerde verf heeft hij laten witten <.>>,> <Z>>z>oo,

282;al.2;5-6

  • M2a: De marmeren schouwen <+ zijn> weg. <- En> <e>>E>en groot vuur <+,>

282;al.2;7-8

  • M2a: [-X] Papa komt hier binnen

282;al.2;11-12

  • M2b: de<-n> hals lang uitgerokken met een koord rond.
  • D: de<+n> hals lang <uitgerokken>>uitgerekt> met een koord <rond>>er om>.

282;al.2;12

  • M2a: <- En> <z>>Z>ijn tong

282;al.2;15-16

  • M2b: komen de woorden er uit <.>>,> <A>>a>l zijn leed,

282;al.3;2

  • M1b: Het spreekmachien <[xxx]>>in> Mark
  • D: <Het>>De> spreekmachien in Mark

282;al.3;3

  • M2a: te bedenken <+,> en

282;al.3;4

  • D: een zware<-n> zak

282;al.3;5

  • M2a: een nieuwen <c>>s [?]>haplin
  • M2b: een nieuwen <s [?]>>C>haplin
  • D: een nieuwe<-n> Chaplin

282;al.3;7

  • M2a: wacht<-t>en

282;al.3;9

  • M2a: dringend <+,> maar vruchteloos,

282;al.4;1

  • D: <dacht die dan>>dan dacht die>:

283;al.1;1

  • M2b: de<+n> andere

283;al.1;4

  • M2a: wacht<-t>en

283;al.1;8

  • M2a: <Ook daar>>In die boot> gaat het leven

283;al.2;1-2

  • M2b: Wie in de<-n> boot zit
  • D: <Wie>>Die> in de boot zit <+,>

283;al.2;3

  • M2b: een <lijzigen>>lijzen> toon

283;al.3

  • M2a: [+X] Mariaken wordt groot

283;al.3;3

  • M2b: <- gaan> zetten?

283;al.3;4

  • D: een lapje leege<+n> grond

283;al.3;10-11

  • D: iets heel raar<+s>

283;al.3;11

  • M2a: <+,> en nu vertelt hij aan zijn zelven
  • D: , en nu vertelt hij aan <zijn zelven>>zich zelf>

283;al.3;12

  • D: <nooit>>ooit>

283;al.3;13-14

  • M2b: den <blinden>>Blinde>

283;al.3;14-15

  • M2b: de<-n> trap

283;al.3;17

  • D: aan <zijn>>zich> zelven

283;al.3;25

  • M2a: Ach <+,> naar niets <+,> kind, zegt hij.

284;al.1;4

  • M2a: <+,> peinst hij.

284;al.1;4-5

  • M2a: snippelen, koopt <- hem> een handpersken
  • D: <snippelen>>snipperen>, koopt een handpersken

284;al.1;5

  • M2a: te zien: <E>>e>en beetje

284;al.1;7

  • M2a: <+,> maar

284;al.2;4

  • M2a: Hij koopt er <- hem> een filmtoestel voor.

284;al.2;5-6

  • M2a: <miniatuur loopgraven>>miniatuurloopgraven>

284;al.2;8

  • M2a: <smijt>>snijdt [?]>
  • M2b: <snijdt [?]>>smijt>

284;al.2;11

  • M2b: neven<-s> een medicijnfleschken van Carrie, en
  • D: neven een medicijnfleschken van Carrie <-,> en

284;al.2;14

  • D: <hij>>zij>

284;al.2;15

  • M2a: [X] Maar als de nacht komt <-,>
  • D: [-X] Maar als de nacht komt

284;al.2;21

  • M2b: dingen<-s>

284;al.2;22

  • M2b: er <mee>>om> schreide.

284;al.3;1

  • M2b: de klein<+e>

285;al.1;3

  • M2a: <haar>>zich>

285;al.1;4

  • D: <asem>>adem>

285;al.2

  • M2a: [+X] Sommige menschen

285;al.2;3-4

  • D: uw moeken <heeft>>is> niet geweest

285;al.2;6

  • D: moeten uitzweeten <;>>:> hoe dikwijls

285;al.2;7

  • M2a: voor de ouders <!>>.>

285;al.2;7-8

  • M2a: Ze smijt <haar>>zich> op de <knieên>>knieën>, op de bloote planken <+,> voor een stuk bougie.

285;al.2;9-10

  • M2a: [-X] Morris ligt wakker, hoort en ziet het <.>>,> <M>>m>aar hij denkt aan iets anders <.>>,> <A>>a>an zijn schetsboek, die
  • D: Morris ligt wakker, hoort en ziet het, maar hij denkt aan iets anders, aan zijn schetsboek, <die>>dat>

285;al.2;12

  • M2b: met een paal <,>>:> verboden te storten.

285;al.2;12

  • M2a: <- En> <o>>O>p de laatste

285;al.2;14

  • M2a: <- En> <h>>H>ij denkt er aan,

285;al.2;14-15

  • M2b: iets onmogelijk denken kunt, om <dien>>dat> boek
  • D: iets onmogelijk<+s> denken kunt, om dat boek

285;al.3;2

  • M2a: werd<-t>

285;al.3;2-3

  • M2a: geslagen en een heelen hoop koper <+ werd> gestolen.
  • M2b: geslagen <+,> en een heele<-n> hoop koper werd gestolen.
  • D: geslagen <-,> en een heele hoop koper werd gestolen.

285;al.3;5

  • M2a: <- En> <i>>I>k heb

285;al.3;6

  • M2b: de<-n> koer

285;al.3;7-8

  • D: de<-n> koer moeten passeeren <-,> zooveel harten worden er vastgehouden <-,> want

285;al.3;8-9

  • M2b: den eene<-n> niet voor den andere<-n>.
  • D: den eene niet voor den andere <.>>?>

285;al.3;10-11

  • D: in den donker<-en> mispikkelt.
  • W: in den donker mispikkel[t ]]d].

285;al.3;12

  • M2a: uitkomen <!>>.>

285;al.3;16

  • M2b: verstaa<t>>n>

285;al.3;16

  • D: Wat is dat, een spoor <,>>?> vraagt hij.

286;al.1;6

  • D: Wat peinst ge nu <-,> zegt Jean,

286;al.1;8

  • D: als het <geen>>niet> waar is.

286;al.1;11

  • M2a: [-X] Nu echter

286;al.1;11

  • M2b: de<-n> trap

286;al.1;12

  • M2a: spion<+n>eeren

286;al.1;14

  • D: gekregen <+,> Toor?

286;al.1;15

  • M2a: <Oeioeie>>Oieoei> <+,>
  • M2b: <Oieoei>>Oeioei>,

286;al.2;2-3

  • M2a: Ja <+,> maar zeg iets tegen hem <!>>.> Haal eens wat hout Albrik. Ja <+,> straks <.>>,> <E>>e>n hij blijft zitten.
  • D: Ja, maar zeg iets tegen hem. Haal eens wat hout <+,> Albrik. Ja, straks, en hij blijft zitten.

286;al.2;6-7

  • M1b: spreidt zijn handen open en <- zegt>: Tusschen
  • M2a: spreidt zijn handen open en: <T>>t>usschen

286;al.2;7-8

  • M2b: een heilige<-n> of een schijnheilige<-n>

286;al.2;8-9

  • M2a: Neem <+ me> nu de wereld lijk hij is
  • D: Neem me nu de wereld lijk <hij>>zij> is

286;al.2;9

  • M2b: waar <- dat> ge al de draadjes

286;al.2;10-11

  • D: maar het een<+e> hangt vast aan het ander<+e>

286;al.2;13

  • D: het een<+e> draadje

286;al.2;14

  • M2a: [-X] Marian zwijgt <.>>,> <W>>w>at kunt ge

286;al.2;14

  • M2a: <+,> want het is een gevaarlijken, eenen die
  • M2b: , want het is een gevaarlijke<-n>, eene<-n> die
  • D: , want het is een gevaarlijke, een<-e> die

286;al.2;2

  • M2a: haar <jongsken>>jongsten>,
  • M2b: haar jongste<-n>,

287;al.1;2

  • D: <in>>naar> den grond

287;al.1;3

  • M2a: la <+,> <laa>>la>
  • M2b: la <-,> la
  • D: la <la>>là>

287;al.1;4

  • M2a: staat <+ eens> stil

287;al.1;5

  • M2a: laat hem nadenken <:>>.> Waar

287;al.1;8

  • M2a: [X] [?] Maar dat zwerven
  • D: [-X] Maar dat zwerven

287;al.1;9

  • M2b: de<-n> gemeenschappelijke<-n> koer

287;al.1;11

  • M2a: moei<-e>lijk

287;al.1;12

  • M2b: de<-n> koer

287;al.1;14

  • D: <+ af>geloopen

287;al.1;15

  • M2a: Ja <+,>

287;al.1;16

  • M2a: Toor moet onder ander volk <,>>.> <- en> <z>>Z>e slaat

287;al.1;18

  • M2a: Ze legt een droeven weg af <.>>,> <E>>e>en weg die
  • D: Ze legt een droeven weg af, een weg die<+n>

287;al.1;21

  • M2b: dingen<-s>

287;al.1;22

  • M2a: <+,> waar het net eender onder zoemt dan over zooveel jaren.
  • D: , waar het net eender onder zoemt <dan over>>als voor> zooveel jaren.

287;al.1;24

  • D: <+,> en gij

287;al.1;24

  • M2a: <- En> <p>>P>lots

287;al.1;26

  • M2a: <wél>>wel>

287;al.2;2-3

  • D: opgroeit <,>>.> <e>>E>n gij

287;al.2;4-5

  • M2a: [-X] Ze gaat de loopplank over,

287;al.2;7

  • D: iets heel fijn<+s>

287;al.2;9

  • M2a: wacht<-t>en

287;al.2;10

  • M1b: een <[xxxxxx]>>droogen> krak
  • M2a: een dro<-o>gen krak

287;al.2;11

  • M2b: nog niets zijn <,>>.> <h>>H>oe komt dat,

288;al.1;2

  • M2a: <+,> zegt hij.

288;al.1;3

  • M2a: <+,> en ze ziet

288;al.1;6

  • M2a: iets nieuw <bedenken>>gedanken [?]>
  • M2b: iets nieuw <gedanken [?]>>bedenken>
  • D: iets nieuw<+s> bedenken

288;al.1;8

  • D: iets nieuw<+s>

288;al.1;11

  • M2a: en schrijft er met een stuk boskool op: <I>>i>k zal
  • M2b: en schrijft er met <- een stuk> boskool op: ik zal

288;al.1;12-13

  • M2b: <+,> waar hij haar niet meer zien kan loopt ze
  • D: , waar hij haar niet meer zien kan <+,> loopt ze

288;al.1;15

  • M2a: En wie is dat <,>>?> vraagt hij

288;al.1;16

  • M2a: Is <dat>>dät [?]> nu niet gelijk zegt ze.
  • D: Is <dät [?]>>dat> nu niet gelijk <+,> zegt ze.

288;al.1;17

  • M2a: <haar>>zich>

288;al.1;17

  • M2a: 1 A <-,> klein zeven,
  • D: <1 A>>I A> klein zeven,

288;al.1;18

  • M2b: een oude<-n> dronkelap

288;al.1;18-19

  • M2a: die wartaal klapt <.>>,> <E>>e>n waar zij, heel alleen, den blok
  • M2b: die wartaal klapt, en waar zij, heel alleen, <den>>het> blok

288;al.1;19

  • D: <slijpen>>sleepen>

288;al.2;1

  • M2b: de<-n> boot

288;al.3

  • M2a: [+X] Er hangt

288;al.3;2

  • M2b: een klein rimpelken <hangt>>ligt>

288;al.3;2

  • M2a: <hen>>zich>

288;al.3;3

  • D: <hen>>hun>

288;al.3;3

  • M2a: [-X] Hij legt

288;al.3;4

  • M2a: <- En> <d>>D>an legt hij

288;al.3;5-6

  • M1b: Zijn verdriet <[xxxx] voor [xx]>>zegt hij> niet in zijn werk.

288;al.3;7

  • M2a: <Savends>>'s Avends>

288;al.3;7

  • M2b: uit zijn bijbel <+,> voor

288;al.3;8

  • M2a: Ja <+,>

288;al.3;8

  • M2a: <hem>>zich>

288;al.3;9

  • D: wat hij niet gaarn<+e> doet,

288;al.3;11-12

  • D: <Dat>>Het> is van iemand anders.

288;al.3;12

  • M2a: <+,> dan

288;al.3;14

  • M1b: Ja maar dien man stond<-t>
  • M2a: Ja <+,> maar dien man stond
  • M2b: Ja, maar die<-n> man stond

289;al.1;6-7

  • M2a: <hem>>zich> dan vlak <voor>>vóór> dat beetje koper zetten? <e>>E>r is toch koper genoeg in de wereld <!>>.>

289;al.1;8

  • M2b: vertwijfel<+en>d

289;al.1;9

  • M2a: <+,> zegt hij,

289;al.1;10

  • M2a: <hem>>zich>

289;al.1;11

  • M2b: de<-n> boot

289;al.1;13

  • M2a: den <allee>>allée>: ge moet naar dien boot
  • M2b: de<-n> allée: ge moet naar die<-n> boot

289;al.1;18

  • M2a: <+,> dat Fanieken <!>>[x]>
  • D: , dat Fanieken <[x]>>!>

289;al.1;19

  • D: <+,> Toor?

289;al.1;20

  • M2a: <+,> van plezier nu,

289;al.1;22

  • M2a: <- En> <o>>O>p een keer

289;al.1;22-23

  • M2a: de trappen op <.>>,> <E>>e>en lied

289;al.1;24

  • M2a: <smorgens>>'s morgens>

289;al.2;4

  • M2a: <+,> waar ge

289;al.2;4-5

  • M2a: <- En> <r>>R>echtover de kerk

289;al.2;7

  • M2a: een <pits-lichteken>>pitslichteken>, een snoezig gezicht
  • M2b: een pistlichteken <,>>.> <e>>E>en snoezig gezicht

289;al.2;8

  • M2a: <+,> want

290;al.2;1

  • M2a: <hem>>zich>

290;al.2;2

  • D: een boog die<+n>

290;al.2;5

  • M2a: aan kunnen geven <+,> peinst hij,

290;al.2;7

  • M2a: en wacht<-t>en naar Maria
  • D: <+,> en wachten <naar>>op> Maria

290;al.2;8

  • M2a: [-X] Zie, zegt Toor, hoe ik dat kindeken geern zie,
  • D: [-X] Zie, zegt Toor, hoe ik dat kindeken geern<+e> zie,

290;al.3;1

  • M2a: [X] [- witregel] Leen mij

290;al.3;2

  • D: waar zou ik die halen <+,> man, zegt Jean.

290;al.3;2

  • M2b: <het schof>>de schuif>

290;al.3;6

  • M2a: <presies>>precies>

290;al.3;8

  • M2a: <presies>>precies>

290;al.3;10

  • M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat

290;al.3;14

  • D: een klein<+e>

290;al.4;1

  • M2a: <+,> vraagt Carrie,

290;al.4;6-7

  • M2a: Het wordt een <+,> twee en drie uur.

290;al.4;7

  • D: Fanieken <komt niet>>komtniet>.
  • W: Fanieken [komtniet]]komt niet].

290;al.4;8

  • D: waar zit gij <+,> Fanieken?

291;al.1;1

  • M2a: Hij kijkt zijn dikken <- dikken> boek na,
  • M2b: Hij kijkt zijn dik<-ken> boek na,

291;al.1;2

  • M2b: en der voorstad <,>>.> <t>>T>eekening na teekening

291;al.1;3

  • M2a: en ziet hem niet, <H>>h>ij

291;al.1;6

  • M2b: lijk eene<-n>
  • D: lijk een<-e>

291;al.2;1

  • M2b: Op den morgen<-d>
  • D: <Op>>Tegen> den morgen

291;al.2;2-4

  • M2b: <- Het was> <e>>E>en vrouw die op den hoek <woonde>>woont> van <den>>het> laatste<-n> blok <+,> vlak tegenover de nieuwe gas <.>>,> <- Ze> gaat in den vroegen morgen<-d>
  • D: Een vrouw die op den hoek woont van het laatste blok, vlak tegenover <de nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>, gaat in den vroegen morgen

291;al.2;4-5

  • M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat

291;al.2;5-6

  • M2a: en de billekens <-,> ocharmen <-,> bloot,

291;al.2;8

  • M2a: een ander vrouw, en die nog een <.>>,> <D>>d>rie vrouwen
  • D: een ander<+e> vrouw, en die nog een, drie vrouwen

291;al.2;10

  • M2a: en de andere <.>>,> <E>>e>n seffens staat heel de <v>>V>olksverheffingstraat vol

291;al.2;12

  • M2a: <- En> <d>>D>eze die
  • D: <- Deze> <d>>D>ie

291;al.2;15

  • M2a: hier gepasseerd zijn <.>>,> <E>>e>n iemand

291;al.2;19

  • D: Een heele<-n> stoet

291;al.2;20

  • M2b: caoutchou<+c>fabrieksken

291;al.2;20

  • M2a: <- En> <d>>D>e drie dwazen

291;al.2;23-24

  • M2a: <+,> de <sm>>[xx]>eerlappen.
  • M2b: , de <[xx]>>sm>eerlappen.

291;al.2;24

  • M2a: De drie <+ di> idioten <+ die> kruipen
  • M2b: De drie <- di> idioten <- die> kruipen

291;al.2;25

  • D: Een<-e> is er die nog weg wil<-t>,

291;al.2;26

  • D: het dak <+,> bereiken.
  • W: het dak [-, ] bereiken.

291;al.2;27-28

  • M2b: De twee andere<+n> steken hun <vingeren>>vingers>

291-292;al.2-al.1;28-1

  • M2a: te hooren <.>>,> <E>>e>n de huilende bende

292;al.2;1

  • M2a: Ja <+,>

292;al.2;2

  • M2a: <hen>>zich>

292;al.2;3

  • M2a: <voor>>vóór> de kerk

292;al.2;5

  • M2a: <+,> zien ze hoogrood

292;al.3

  • M2a: [+X] Een beetje verder,

292;al.3;2

  • M1b: aanbrand<-d>en

292;al.3;3

  • M2a: op een mondmuzieksken <.>>,> <E>>e>n er staat

292;al.3;5

  • M2b: <haren>>haar> rok

292;al.3;6

  • D: de<-n> bijgang