|
242;al.1;1
- M1a: Dat voorplaatsken
- M2b: <Dat>>Het>
voorplaatsken
242;al.1;2-3
- M2a: Albrik
zit vast en wie weet voor hoe lang <,>>.> <h>>H>et
is
- D: Albrik zit
vast <+,> en wie weet voor hoe lang. Het is
242;al.1;5
242;al.1;5
- M1a: van hem
<zijn ze niet # zijn ze echter niet> benauwd,
- D: van hem zijn
ze <- echter> niet benauwd,
242;al.1;5-6
- M2b: betijen
<,>>.> <h>>H>ij is
242;al.1;9
- D: <den donkeren>>het
donker>
242;al.1;10
- M2a: <een>>één>
voor <een>>één>,
242;al.1;12
- M2b: er <op>>i[:n]
>
- D: <i[:n]>>in>
242;al.1;15-16
- D: <+,>
en goddelijk eenzamer waart <+,> alleen.
242;al.1;16
- M2a: <- En>
<savends>>'s Avends>
242;al.1;17-18
- M2a: in te liggen
<-,> en ze moeten heel dicht samen kruipen <+,> wil
242;al.2;1
- M1b: En waar
is Marian <?>>,> waar is Marian?
- D: En waar is
Marian <,>>...> waar is Marian?
242;al.2;4
- M2a: <- En>
<h>>H>ij stelt <hem>>zich> juist alles voor, hij stelt
<hem>> zich>
242;al.2;5
- M2b: <dien>>dat>
nietige<-n> hulpelooze<-n> moment<+je>
- D: dat nietige
hulpelooze moment<-je>
242;al.2;7
242;al.2;13
- M2a: ik en u,
ik en een manken. [-X] Hij wringt
- M2b: ik en <u>>gij>,
ik en een manke<-n>. Hij wringt
243;al.1;1
243;al.1;2
- M2a: <smorgens>>'s
morgens>
243;al.1;3
- M2a: <savends>>'s
avends>
243;al.1;3
- M2a: <smorgens>>'s
morgens>
243;al.1;4
- M2a: <snoenens>>'s
noenens> geel en <savends>>'s avends>
- D: 's noenens
geel en 's av<e>>o>nds
243;al.1;4-5
- M2b: grijs wordt
<,>>en> grauw <+,> en uitdooft.
243;al.1;5
243;al.1;5-6
- M2b: den maandagmorgen<-d>
blank, den zaterdagavend
- D: den <m>>M>aandagmorgen
blank, den <z>>Z>aterdagavend
243;al.1;9-10
- M2a: <aan>>[xxx]>
het raam staan, er passeert
- M2b: <[xxx]>>aan>
het raam staan <,>>.> <e>>E>r passeert
- D: <aan>>voor>
het raam staan. Er passeert
243;al.1;11-12
- M2a: aan haar
hand, veel kinderen <+,> een verlaten hond,
- D: aan haar
hand <,>>.> <v>>V>eel kinderen, een verlaten hond,
243;al.1;13
- M2a: <+,>
maar geen Marian.
243;al.1;14-15
- M2a: den <entree>>entrée>
van den blok.
- M2b: de<-n>
entrée van <den>>het> blok.
243;al.1;16
- M2a: naar hem,
haha <.>>,> <E>>e>n
- M2b: naar hem
<,>>.> <h>>H>aha, en
243;al.1;18
- M2a: [-X]
Er komt iemand beneden <+,>
243;al.1;19
243;al.1;20
243;al.1;20
- D: hebben <.>>?>
- W: hebben [
? ]] . ]
243;al.1;22
243;al.1;23
- M2a: u nu voor
<!>>.>
- D: u nu voor
<.>>?>
243;al.1;24
243;al.1;25
- M2a: <dan>>dat>
langs achter uit zijn muts komt gekropen <.>>,> <E>>e>n
hij
243;al.1;26
243;al.1;28
- D: de<-n>
rug <+,> die er onder gebogen hangt, <die>>welke>
243;al.1;29
243;al.1;30
243;al.1;33-34
243;al.1;35
243;al.1;36-37
244;al.1;2
- M2b: eischen
<+,> dat men
244;al.1;2-3
- D: <s>>S>paarzaamheidstraat
en <o>>O>verwinninglaan
244;al.1;3
- M2a: [X]
[?] Afbreekt?
- D: [-X]
Afbreekt?
244;al.1;6
- M2a: plast<-t>e,
waar Marian stond, en waschte en plast<-t>e
244;al.1;7
244;al.1;9
244;al.1;9
244;al.1;10
244;al.1;10
- M2a: den grintweg
<.>>,> <D>>d>en grintweg,
- M2b: den grintweg
<,>>.> <den>>De> grintweg,
- D: den grintweg.
De<+n> grintweg,
244;al.1;12
- M2a: wilt ge
zeggen <!>>.>
244;al.1;12-13
- M2a: deze die
<hen>>zich> nog de vlakte herinneren
- M2b: deze<+n>
die zich nog de vlakte herinneren <+,>
- D: <- dezen>
die zich nog de vlakte herinneren,
244;al.1;14
244;al.1;16
- M2a: [X]
[?] Bernard pikkelt over dien beton voort,
- D: [-X]
Bernard pikkelt <- over dien beton> voort,
244;al.1;17
- M1b: die volop
<- naar> omhoog schieten,
244;al.1;19
- M2a: stug hard
gras <,>>.> <d>>D>aar staat
244;al.1;20
244;al.1;21
244;al.1;21
- M2a: <hem>>zich>
tracht te verwe<-e>ren
244;al.1;22
244;al.1;23
- M2a: <- En>
<d>>D>e kinderen uit de blokken <+,>
244;al.1;23
- D: <Saargebied>>Saargebied>
244;al.1;25
244;al.1;28
- M2a: twee neusdoeken
<+,> een hemd en
244;al.1;30
- M2a: [-X]
Bernard zet <hem>>zich>
244;al.1;30
244;al.1;32
- M2a: zin of
doel heeft <+,> zit hij
244;al.1;33
244;al.1;34
244;al.1;36
- M2b: de<-n>
boot, boven het ankergat zet hij
- D : de boot,
boven het ankergat <+,> zet hij
245;al.1;1
- M2a: [-X]
Er komt een zonderling
245;al.1;2
- M2b: uw<-en>
boot niet, vraagt Bernard.
- D: uw boot niet
<,>>?> vraagt Bernard.
245;al.1;3
245;al.1;4
- D: Bernard kijkt
rond <,>>.> <- en> <a>>A>ls hij
245;al.1;5-6
- M2a: <+,>
dan heeft hij een grooten lichten atelier
- M2b: , dan heeft
hij een groot<-en> licht<-en> atelier
245;al.1;14
245;al.1;14
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
245;al.1;14-15
- M2a: doodmoe
<+,> maar met een wijdingvollen vrede. [-X] De schemer valt
- M2b: doodmoe,
maar <met>>in> een wijgingvollen vrede. De schemer valt
245;al.1;17
- D: <+,>
tot zijn boot toe.
245;al.1;18
245;al.1;21
245;al.1;21-22
- D: spijzig mij
<+,> Heer,
245;al.1;22
- M2a: <sanderdaags>>'s
anderdaags>
245;al.1;23-24
- M2a: [-X]
Zoo is de naam van den boot,
- M2b: Zoo is
de naam van de<-n> boot,
245;al.1;24
- D: de zonderling
die <het hem>>haar> verhuurd heeft
245;al.1;25
245;al.2
- M2a: [+X]
Hij keert zijn gezicht
245;al.2;2
245;al.2;11
246;al.1;1
- D: als <nergens
u>>u nergens> iemand wacht.
246;al.1;2
- M2b: zijt ge
<- dan> nog altijd
246;al.1;3
246;al.1;3
246;al.1;3-4
246;al.1;4
- M2a: uw<+en>
hals
- M2b: uw<-en>
hals
246;al.1;8
246;al.1;9
- M2a: <+,>
het water zegt <gloek-gloek>>gloek, gloek,>
246;al.1;10
246;al.1;11
246;al.1;11-12
246;al.1;13
- D: om <aanzien>>aan
te zien>.
246;al.1;15
- M2a: de krijs<+ch>ende
pomp
246;al.1;18
- M2a: het strop
van den horizo<+t>
- D: <het>>den>
strop van den horizont
246;al.1;21-22
- M2a: <een>>één>
voor <een>>één>
246;al.1;22-23
246;al.1;27
- M2a: caoutchou<+c>fabriek
246;al.1;31
- M2a: knarsend
in de duisternis <...>.> Eens kwam ze hier,
246;al.1;32-33
- M2b: droomer.
Eene<-n> die is lijk ik peinst ze,
- D: droomer <.>>,>
<Eene>>een> die is lijk ik <+,> peinst ze,
246;al.1;33-34
- M2a: dat niet
te vinden is <,>>.> <h>>H>ij heeft
246;al.1;35
246;al.1;37
- D: Hij heeft
er nu naar <.>>...> Maar
247;al.1;1-2
247;al.2;1
247;al.2;2
247;al.2;3
247;al.2;7
- M2b: <zijn>>haar>
hoop en <zijn>>haar> zorgen
247;al.2;8
- M2a: waar ge<+n>
den waanzin <zóo>>zoo>
- M2b: waar ge<-n>
den waanzin zoo
247;al.2;9
247;al.2;12-13
- M1a: ze <nemen
een # nemen uit een hoek een> halfopgebrande bougie
247;al.2;14
- M1b: tusschen
hen <- in>.
247;al.2;19
247;al.2;25
- M2a: <ge-weet-niet-wat>>ge
weet niet wat> gericht <+,>
247;al.2;27
247;al.2;29
247;al.2;31
- D: ze staat
<al>>aan> den overkant
247;al.2;32
247;al.2;33
- D: de<-n>
groote<-n> hoop
247;al.2;34
248;al.1;1-2
- M2a: arme <+,>
arme Albrik, arme droomer <+,> wat stelt gij u toch voor.
- D: arme, arme
Albrik, arme droomer, wat stelt gij u toch voor <.>>!>
248;al.1;4
- M2a: [X]
[?] Met de kin omhoog, de oogen nat en blinkend <+,>
- D: [-X]
Met de kin omhoog, de oogen nat en blinkend,
248;al.1;6-7
- M2a: allé
<+,> allé, gaat eens voort kind. [-X] Ze passeert
- D: allé,
allé, gaat eens voort <+,> kind. Ze passeert
248;al.1;10
- M2a: alleen
zijn <.>>,> <E>>e>n oud worden.
248;al.1;11
- M1b: haar vastgrabbelt
<,>>en> doorheenschudt
- M2b: haar vastgrabbelt
en doorheenschudt <+,>
- D: haar vastgrabbelt
en door<-h>eenschudt,
248;al.1;15
- M2a: en op sukkel
<?>>.>
- D: en op sukkel
<.>>?>
248;al.1;20
- M2b: waarom
<- dat> iedere<-n> mensch
248;al.1;21-22
- D: hen wakker
<.>>,> <Z>>z>e knipperen
248;al.1;24
248;al.1;25
- M2a: haal uw
hart eens op <!>>.>
248;al.1;26
248;al.1;29
248;al.1;32
248;al.1;33
249;al.2;1
- M2b: die op
de<-n> gemeenschappelijke<-n>
- D: <+,>
die op de gemeenschappelijke
249;al.2;2
- M2b: <- met
haren stoel> met <haren>>haar> stoel
249;al.2;4
249;al.2;7
249;al.2;8
249;al.2;9
- M2b: <haren>>haar>
duivel
249;al.2;10
- M2a: [+X]
<- En> <kan ze>>Ze kan> niet verdragen
- D: [-X]
Ze kan niet verdragen
249;al.2;13
- D: <Saargebied>>Saargebied>
249;al.2;13
- M2b: <daar
ook>>ook daar>
249;al.2;14
- M2a: Carrie
neemt <- haar> een boek,
249;al.2;20
249;al.2;22
249;al.2;23-24
249;al.3;1
249;al.3;6
250;al.1;1
250;al.1;2
- M2a: Dag pa
<+,> zegt hij.
250;al.1;3-4
- M2b: nooit zal
<hij>>Morris> die oogen vergeten.
250;al.1;8
250;al.1;8
250;al.2;1
- M2a: en hem
bekijkt <+,> vraagt:
250;al.2;4
250;al.2;6
- M2a: <- een>
een beschroomde begeerte
250;al.2;7
- M2b: overdrijven
<+,> naar ergens den rand
- D: overdrijven,
<naar ergens>>ergens naar> den rand
250;al.2;8
- M2a: r<i>>o>mpelloozen
- M2b: r<o>>i>mpelloozen
250;al.2;14
- M2a: voorbijgaat
<:>>,> <M>>m>et van
250;al.2;15
250;al.2;17
- M2b: een beetje
op <en>>.> <z>>Z>e slaapt.
- D: een beetje
op <.>>...> <Z>>z>e slaapt.
250;al.2;21
250;al.2;22
250;al.2;23-24
- M2a: <- En>
<d>>D>e zoete pijn
251;al.1;1
- M2a: <Smorgens>>'s
Morgens>
251;al.1;2
251;al.1;2-3
- M2a: [-X]
Ach <+,> waar gij nu over klapt Carrie,
- D: [-X]
Ach, waar gij nu over klapt <+,> Carrie,
251;al.1;4
- D: een heele<-n>
nacht, een eindelooze<-n> nacht
251;al.2;1
251;al.2;2
251;al.2;2
- D: houtskoolte<-e>keningen
251;al.2;4
251;al.2;7-8
- D: aan een draad
<- te zien en> te drogen gehangen,
251;al.2;9
- M2a: zegt Carrie
<.>>,> <E>>e>n ze is
251;al.2;11-12
- M2a: [-X]
Een foorwagen, zegt Morris. <- En> z>>Z>e leggen
251;al.2;13
- M2a: <- En>
<z>>Z>e koopen
251;al.2;15
251;al.2;16
251;al.2;17
251;al.2;20
- M2a: <- En>
<t>>T>wee jongskens
251;al.2;22
251;al.2;23
- M2a: bemerkt
<.>>,> <I>>i>emand
251;al.2;24
251;al.2;24
- M2a: schildert
<.>>,> <H>>h>et landschap
251;al.2;26
- D: kleiner <+,>
moeizamer
251;al.2;27
251;al.2;28
251;al.2;29
251;al.2;30-31
- M2b: vraagt
<- aan> zijn zelven <+ af> waarom
- D: vraagt zijn
zelven af <+,> waarom
251;al.2;31
- M2a: dan het
leven hem geven kan? [-X] Hij
- M2b: dan het
leven <- hem> geven kan? Hij
252;al.1;1
- M1b: <eksposeert>>exposeert>
met: grijze dag, Regen,
- M1a: <exposeert>>eksposeert>
met: grijze dag, <R>>r>egen,
- D: <eksposeert>>exposeert>
met <:>>,> <grijze dag>>"grijze dag">, <regen>>"regen">,
252;al.1;2
- M2b: <V>>v>alavend,
<W>>w>inter, enzoovoort.
- D: <valavend,>>"Valavend,">
<winter>>"Winter">, enzoovoort.
- W:" Valavend
[-, ] " [+, ] "Winter",
enzoovoort.
252;al.1;3
- D: <+,>
want er is juist een groote velokoers
252;al.1;6-7
- D: is losgekomen
<,>>.> <e>>E>en stuk
252;al.1;8
- D: in het late
licht <,>>.> <d>>D>e handen
252;al.1;9
- M2b: een gesloten
boek <dien>>dat>
252;al.1;11
252;al.1;12
- M2a: [-X]
Iedere<-n> mensch
252;al.1;13
252;al.1;14
252;al.1;14
- D: zooiets fijn<+s>,
zooiets onstoffelijk<+s>
252;al.1;16
252;al.2;1
- M2a: [+X]
<- En> <d>>D>aar is iemand
252;al.2;5
- M2b: uw<-en>
oud<-en> boek
252;al.3;1
- M2a: [-X]
Ze sluit de deur
252;al.3;5
252;al.3;7
- D: niet goed
<- meer> wat. Ook hier zal ze niet gerust zijn <+,>
252;al.3;8
252;al.3;10
252;al.3;10
252;al.3;11-12
- D: <eens>>geen>
van twee zien ze <- niet> dat hij zijn boek averecht<+s> vast
heeft.
252;al.4;1
- M2a: <- En>
<h>>H>et wordt laat,
252;al.4-al.5;2-1
- M2a: over den
kop. [+X] Hij smijt
- M2b: <over>>rond>
den kop. [X] Hij smijt
253;al.1;2
- M2b: zijn hopeloos
verlangen <,>>;> dat hij
253;al.1;4-5
- M2a: wieweet
hebt ge reeds <geeêten>>geeëten>.
- M2b: wieweet
hebt ge reeds ge<-e>ëten.
- D: <wieweet>>wie
weet> hebt ge reeds <geëten>>gegeten>.
253;al.1;5
- M2a: <+,>
ze slurpen hun koffie.
- D: , ze <slurpen>>drinken>
hun koffie.
253;al.1;5-6
- M2b: <die>>dat>
schilderij nog niet verkocht <+,> vraagt ze, <die>>dat>
waar
- D: dat schilderij
nog niet verkocht <,>>?> vraagt ze, dat waar
253;al.1;7
- M2b: Neen, hij
verkoopt <ze>>het> niet.
253;al.1;8
- M2a: <- En>
<o>>O>ndertusschen
253;al.1;10
- M2a: loopen
<+,> zegt hij.
253;al.1;10-11
253;al.1;12
253;al.1;12-13
- M2a: <+,>
en gaat gij nu in bed liggen. [-X] Ja <+,> dat kan ze, in het
bed liggen <.>>,> <M>>m>aar
253;al.1;14
- M2a: niet toe
<.>>,> <D>>d>e zijne
253;al.1;16
- M2a: in den
dag komt <+,> valt hij in slaap,
253;al.1;17-18
253;al.2;3
- D:
<een>>ee[x]> kostelijke oude lamp
- W: [ee[x]]]een]
kostelijke oude lamp
253;al.2;4
- M2a: een beetje
licht <-,> <I>>i>n een
253;al.2;5
- D: waar hij
<+ hij> een <- af>rastering <rondschildert>>rond schildert>.
- W: waar hij
[- hij] een rastering rond schildert.
253;al.2;5
253;al.2;6
- M2b: een beetje
afwezig <,>>.> <de>>Het> atelier
- D: een beetje
afwezig <.>>,> <H>>h>et atelier
253;al.2;8
253;al.2;10-11
253;al.2;11
- M2a: <- En>
<e>>E>en koppel
253;al.2;14
253;al.2;16
253;al.2;16-17
- M2a: [-X]
Marian kijkt er naar
254;al.1;2
254;al.1;4
254;al.1;4-5
- M2a: Ja <+,>
daar zit ge nu <+,> zegt Marian,
254;al.1;6
254;al.1;7-8
- M2b: dat zult
ge, ge zit hier lijk een andere<-n>,
- D: dat zult
ge <,>>.> <g>>G>e zit hier lijk een andere,
254;al.1;9
254;al.1;11
254;al.1;12
254;al.1;14
- M2a: brengen
<.>>,> <H>>h>ij die ik geern zie. [-X] <-
En> <z>>Z>e laat
254;al.1;15
- M2a: Dus, dus...
<H>>h>et is toch waar <.>>,> <Z>>z>ij
254;al.1;19
- M1b: op elkander,
en <+ dat>
- D: op elkander
<-,> en dat
254;al.1;20-21
- M2a: kijkt er
naar <.>>,> <E>>e>n ja,
254;al.1;21
254;al.1;22
- M2a: <halftoeê>>halftoeë>
254;al.1;25
- M2b: <den
zelfden>>hetzelfde>
254;al.1;25-26
- M2a: <+,>
vraagt ze. Och <+,> zoo maar <-,> een boek. Ja <+,>
254;al.1;27
- M2a: <- En>
<o>>O>p een nacht
254;al.1;29
- D: Wat is er
<,>>?> vraagt ze.
254;al.1;30
254;al.1;32-33
- M2a: en ligt
hem <+,> op haar elleboog geleund <+,> aan te staren. Zot <+,>
zegt hij
254;al.2;1
251;al.1;4
- M2a: [-X]
Ze trekt het klein bootje
255;al.1;6
255;al.2;1
- M2a: <Beneen>>Beneden>
is het of hij standvastig
- D: Beneden is
het of hij <standvastig>>steeds>
255;al.2;2
255;al.2;3
- M2a: caoutchou<+c>fabrieksken
255;al.3;4
255;al.3;7
- M2a: zegt ze
tegen hem <+,>
- D: <+,>
zegt ze tegen hem,
255;al.3;9
- D: als <-
een> inkt<-pot>.
255;al.3;10
255;al.3;11
255;al.3;12
- M1b: wacht<-t>en
en blijven wacht<-t>en
255;al.3;13-14
- M1b: Als ze
hem zullen lossen, ja, áls ze <- ze> hem zullen lossen waar zal
zij dan zijn.
- M2a: Als ze
hem zullen lossen <-,> ja, áls ze hem zullen lossen <+,>
waar zal zij dan zijn <.>>?>
- D: Als ze hem
zullen lossen ja, <áls>>als> ze hem zullen lossen, waar
zal zij dan zijn?
255;al.3;14-15
- M2a: [-X]
Ze loopt langs de <o>>O>verwinninglaan
255;al.3;16
- M1b: en het
<[xxxx]>>valt> haar
- M2b: <+,>
en het valt haar
255;al.3;18
- D: <Saargebied>>Saargebied>
256;al.1;1
256;al.1;2
256;al.1;3-4
- M2a: [X]
[?] Ze blijft ergens aan een gevel hangen
- D: [-X]
Ze blijft ergens <aan>>voor> een gevel <hangen>>staan>
256;al.1;5
256;al.1;7
- M2a: <- En>
<z>>Z>e keert
256;al.1;8
256;al.1;11
256;al.1;12
- M2a: Ze slapen
<.>>,> <H>>h>eelzeker
- D: Ze slapen,
<heelzeker>>heel zeker>
256;al.1;13
- M2a: Wordt nu
wakker <+,>
256;al.1;15
256;al.1;16
- M1b: dat ik
lijd<-t>
- M2a: dat ik
lijd <+,>
256;al.1;17
256;al.1;18
256;al.1;19-20
- M2a: [-X]
En in het spooklicht dat door de dakramen blinkt en plast <+,>
256;al.2
- M2a: [+X]
Ze loopen achter elkander,
256;al.2;2
256;al.2;4
- M2a: het vuil<+e>
- M2b: het vuil<-e>
256;al.2;5
- M2a: Ze dansen,
<- en> ze zingen, een weemoedig lied
- D: Ze dansen,
ze zingen <-,> een weemoedig lied
256;al.2;6
- M2a: misschien
zong vroeger. <- Vroeger.>
256;al.2;7-8
- D: in het nachtelijk
uur <+ haar> beklemt.
256;al.2;8
256;al.2;10
- M2a: [-X]
Ze komen rond haar zitten,
256;al.2;11
256;al.2;15-16
- M1b: te<+e>der
lijveken dat langs om witter, langsom blanker wordt
- D: teeder lijveken
dat <langs om>>langsom> witter, langsom blanker wordt
257;al.1;1
257;al.1;3
- M2a: <- En>
<e>>E>ens vindt ze
257;al.1;5
- M2b: deze<-n>
doode<-n> wereld
257;al.1;6
- D: altijd <+
heeft> zien doen <- heeft>,
257;al.1;6-7
257;al.2;5
257;al.2;6-7
- M1b: <+ hoofd>kussen
en kust het, flauwkens
- M2b: hoofdkussen
en kust het <,>>.> <f>>F>lauwkens
257;al.2;7
- M2a: den reuk
<der haren>>[xxx xxxx]>.
- M2b: den reuk
<[xxx xxxx]>>der haren>.
- D: den reuk
<der>>van de> haren.
257;al.2;8
257;al.2;10-11
- M2a: sterven
zonder drinken. [-X] Neen, er is geen rust voor hem. [-X]
Er is geen rust
257;al.2;11
- M1b: Nooit.
<+ Nergens.>
- M2a: Nooit <.>>,>
<N>>n>ergens.
257;al.2;13
- D: met een plaat
<+ er> op.
257;al.2;13
257;al.2;17
- M2b: groensel
<die>>dat>
- D: <groensel
dat>>groenten die>
257;al.2;19
- M2a: <H>>h>et
is goed <.>>,> <D>>d>an
257;al.2;20
257;al.2;23
- M2a: gepeinsd
hebben <!>>.> Ze zet <haar>>zich> bij
- D: gepeinsd
hebben. Ze zet zich <+ er>bij
257;al.2;24
257;al.2;25
257;al.2;25-26
257;al.2;27
- M2a: <- En>
<z>>Z>e wordt wit.
257;al.2;28
- M2a: <- En>
<t>>T>wee <+,> drie keer
258;al.1;1
258;al.1;1
- M2b: <+,>
en stapt toch binnen. Een killig elektrieklampken
- D: <-,>
en stapt <- toch> binnen. Een kil<-lig> elektrieklampken
258;al.1;4
258;al.1;6
- M2b: Maar <dees>>deze>
is een goeie<-n> doktoor.
258;al.1;7
258;al.1;8
258;al.1;9
- M2a: <+,>
zegt de andere<+n>,
- M2b: , zegt
de andere<-n>,
258;al.1;10
- M2a: een dro<-o>gen
hoest
258;al.1;13
- D: goei<-e>
beterschap. [-X] Marian zit
258;al.2
258;al.2;1
258;al.2;2
- M2a: een slecht
<+,> laag in de modder
258;al.2;3
258;al.2;4-5
- M2b: in de gevangenis
<,>>.> <b>>B>ezie me nu,
258;al.2;5
258;al.2;5
- M2a: [-X]
De oude gaat binnen
258;al.2;6
- M1b: de vrouw
<die haar>>wier> kind
258;al.2;7
258;al.2;9-10
- M2b: blinken.
Het is een vieze<-n>, die<-n> doktoor, een mensch zonder ouderdom
- D: blinken.
<Het is een vieze, die doktoor,>>De doktoor is> een mensch zonder
ouderdom
258;al.2;13
258;al.2;14
258;al.2;14
- D: een ni<c>>k>kelen
stoel
258;al.2;15
258;al.2;18
- M2a: een caoutchou<-en>
hand
- M2b: een <-
caoutchou> hand
258;al.2;19
258;al.2;21
- M2a: stom <-
moet> vastliggen
- M2b: stom <vastliggen>>vastligt>
258;al.2;22
- M2a: [-X]
Ga weg, zegt ze kalm,
259;al.1;1
259;al.1;2
259;al.1;2
259;al.1;3
259;al.1;5
- M2a: De vrucht
<+,> zegt hij.
259;al.1;6
259;al.1;6
259;al.1;7
- M2a: [-X]
Waar ze nu ook gaat,
259;al.1;8
259;al.1;10-11
- D: niet<+s>
aan doen kan, het is een kwestie van <puur>>pure> gewoonte.
259;al.1;11-12
- M1b: Want slaat
iemand <+ zijn hoofd af> die aan het stappen is <- zijn hoofd af>,
- M2a: <- Want>
<s>>S>laat iemand zijn hoofd af die aan het stappen is,
- M2b: <Slaat>>Sla>
iemand zijn hoofd af die aan het stappen is,
259;al.1;12
259;al.1;18
- D: <+ de>
<de nieuwe gas>>de nieuwe gas>
- W: [-
de] de nieuwe gas
259;al.1;19
259;al.1;20
259;al.1;22
259;al.1;29
- M2b: de<-n>
<blinden>>Blinde> zijn vrouw
259;al.1;31-32
- M2a: Drink eens
meisken <!>>.> [-X] De pick-up speelt
259;al.1;36
259;al.1;37
- M2a: Ruwe handen
grijpen <Marian>>haar> vast <-, fijnberingde handen grijpen
haar vast>.
260;al.1;4-5
- M2b: en waar
begint haar droom <,>>.> <w>>W>aar eindigt
- D: en waar begint
haar droom <.>>?> Waar eindigt
260;al.1;5
- M2a: [-X]
Ze weet het niet,
260;al.1;6
260;al.2
- M2a: [+X]
Een vies dronkenmansgezicht
260;al.2;3
- M2a: begla<r>>[x]>iet
- M2b: begla<[x]>>r>iet
260;al.2;4
260;al.2;5
260;al.2;8-9
- M2a: En ze lacht
<.>>,> <E>>e>en hoonenden diepen lach van ontzetting
<+,> pijn en waanzin. [-X] De nacht verloopt,
260;al.2;9
- D: de <nieuwe
gas>>Nieuwe Gas>
260;al.2;9
- M2a: komt leeg
<,>>.> <n>>N>og een
- M2b: komt leeg.
Nog een<+e>
- D: komt leeg.
Nog een<-e>
260;al.2;12
260;al.2;14
- M2a: <+,>
zegt tegen haar:
260;al.2;21
- M2a: met een
punaise <.>>,> <I>>i>ets uit de fabriek,
260;al.2;22
260;al.2;23-24
- M2b: naar den
slaap <.>>,> <E>>e>n dat een andere<-n> vorm
- D: naar den
slaap <,>>;> en <dat>>die> een andere vorm
260;al.2;28
- M2a: [-X]
Bij avend en nacht
260;al.2;28
260;al.2;29
- M2a: <-en>
<telt ze>>ze telt>
260;al.2;30
261;al.1;1
- M2a: <- En>
<d>>D>aar loopt ze nu
- D: Daar loopt
<ze nu>>nu ze>
- W: Daar loopt
[nu ze]]ze nu]
261;al.1;2-3
- M2a: <+,>
en maar juist tot boven de<-n> knie komt.
261;al.1;3-4
- M2a: stumperds
<+,> dronkaards en wijventoekers,
261;al.1;5-6
- M2a: mij pijn
doet, kom en sol met mijn lijf, neem me <+,> en maak
- M2a: mij pijn
doet <,>>.> <k>>K>om en sol met mijn lijf, neem me,
en maak
261;al.1;7
261;al.1;7-8
- D: <+,>
en wonderbaar met rust gelaten wordt <-,> nu zij weg is,
261;al.2;1
261;al.2;3
261;al.2;4
261;al.2;5
261;al.3;3
- M1b: <komt
[?]>>hangt> <- binnen> zwaar
261;al.3;4
261;al.3;5
261;al.4;1
- M2a: [X][?]
Bladzijden en bladzijden.
- D: [X][?]
Bladzijden en bladzijden.
- W: [X]
Bladzijden en bladzijden.
261;al.4;2
261;al.4;6
- M2b: <hangt
gezakt>>zakt>
261;al.4;6
261;al.4;6-7
- M2a: [-X]
De deur gaat open.
261;al.4;7
261;al.4;7-8
261;al.5;1
- M2a: [+X]
Zijn zoon <+ ziet> niet eens op.
261;al.5;1-2
- M2a: tot aan
het tafelken <.>>,> <E>>e>n Guido ziet op,
- M2b: tot aan
het tafelken, en Guido <ziet>>kijkt> op,
262;al.1;4-5
- M2a: broekzakken
<:>>.> Dat is nu zijn papa, op <een>>één>
na
262;al.1;7
262;al.1;8
262;al.1;9
- M2a: [X]
[?] Ze bezien malkander <.>>,> <E>>e>n nog
- D: [-X]
Ze bezien malkander, en nog
262;al.1;11
- M2a: <+,>
zijn misschien ontelbaar,
262;al.1;11-12
- M2a: soort van
god geworden <...>.> Maar dan?
262;al.1;13-14
- M2a: zijn mond
<:>>.> <o>>O>p den weg die ik gegaan heb <+,>
- M2b: zijn mond.
Op den weg die<+n> ik gegaan heb,
262;al.1;18
- M2b: eene<-n>
die
- D: een<-e>
die
262;al.1;20
- M1b: een <-
[xxx]> spottend vlammeken
262;al.1;22
262;al.1;26-27
- M2a: <+,>
steekt een vlaggeken.
- M2b: , steekt
een <vlaggeken>>vlagsken>.
262;al.1;28
262;al.1;30
262;al.1;31
262;al.1;35-36
- M2b: <den>>het>
boek op <haren>>haar> schoot
263;al.1;1
263;al.1;1-2
- D: de pijn <aan>>van>
zijn hart
263;al.1;4-5
- M2a: zijn <knieên>>knieën>
knikken <en>>,> <+ zijn> polsen bibberen,
263;al.1;5
- M2b: hooge<-n>
hooge<-n> trap
263;al.1;6
263;al.2;1
- M2a: de stad
af <.>>,> <H>>h>ij moet haar zien <.>>,>
<H>>h>ij <móet>> moet>.
263;al.2;3-4
- M2a: de haast
onstoffelijke droom van een <jonge meisjes-borst>>jonge-meisjesborst>.
- D: de<+n>
haast onstoffelijke<+n> droom van een jongemeisjesborst.
263;al.2;4
- M2a: zien wil
<+,> moet hij
263;al.2;8
- M2a: absoluut
niets <.>>,> <B>>b>uiten twee
263;al.3;2
- M2a: Hij pakt
<- hem> een appel,
263;al.3;4
263;al.3;5
263;al.3;5-6
- D: lijk iedereen
<,>>?> <i>>I>edere mensch
263;al.3;9
- M2a: Water.
<- H2O.>
- M2b: Water.
<+ H2O.>
- D: Water <-.>
<H2O>>H²O>.
- W: Water. [H²O]]H2O].
263;al.3;10-11
- M2a: ijzermaal
<.>>,> <E>>e>ther, ozon, ammoniak.
263;al.3;12
263;al.3;16
263;al.3;17
263;al.3;18-19
- M2a: [-X]
Een heel jonge monnik
264;al.1;1
264;al.1;5
264;al.1;6
264;al.1;11
264;al.1;12
264;al.1;13
- M2a: <- En>
Guido staat er voor.
264;al.1;16-17
- M2a: sterven
kan <,>>.> <i>>I>k,
264;al.1;18
264;al.1;21-22
- D: <kortgeschoren>>kort
geschoren> gras en <acaciaboompjes>>acacia boompjes>.
- W: kort geschoren
gras en [ acacia boompjes]]acaciaboompjes].
264;al.1;25
- D: met het verlak
<+ er> af,
264;al.1;26
- M2a: [-X]
Guido loopt voort
264;al.1;31
- M1b: een zorgeloos
<lieken [?]>>liedeken>
264;al.1;32
- M2a: den eersten
keer <+,> dat
- M2b: de<-n>
eerste<-n> keer, dat
264;al.1;33
- M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat
264;al.1;35
- M2a: <Boeikens>>Boeykens>
264;al.1;35
- M1b: Guido ziet,
<- en> zijn zwarten hoed
264;al.1;36-37
- M2a: naar den
grond langt <.>>,> <V>>v>oortgaat <+,> en de
hemel weet wat
265;al.1;2
265;al.1;2
265;al.1;3
- D: <De nieuwe
gas>>De nieuwe gas>
265;al.1;6
- D: het strafste
<bocht>>vocht>
265;al.1;11
265;al.1;11
- M2b: wil weer
<- naar> omhoog.
265;al.1;12
265;al.1;14-15
- M2a: <Presies>>Precies>
of hij heeft nog niet genoeg mizerie gezien <.>>,> <O>>o>f
- D: Precies of
hij <- heeft> nog niet genoeg mizerie gezien <+ heeft>, of
265;al.1;15
265;al.1;17
265;al.2
- M2a: [+X]
Ze hangt over de trapleun
265;al.2;1-2
- D: iets donker<+s>
aan met blauwe vegen <+ er> in,
265;al.2;3
265;al.2;3
- M1b: slaat het
<ding weg [xx]>>open> kleed weg
265;al.2;4
- M2a: En <-
hij dacht aan het einde te zijn van alles,> hij dacht geen ziel meer
265;al.2;7
265;al.2;8
265;al.2;8
- M2a: [-X]
In vrees en begeerte,
265;al.2;12
- M1b: <[xxxx]>>stuikt>
ineen <- elkander>. En achter
- M2a: stuikt
ineen. <- En> <a>>A>chter
265;al.2;14-15
- M2a: den kop
<- in deemoed> afwendt. [-X] Hij vlucht <.>>,>
<H>>h>ij struikelt en valt <.>>,> <S>>s>taat
weer op
- D: <den kop>>het
hoofd> afwendt. Hij vlucht, hij struikelt en valt, staat weer op
266;al.1;1-2
266;al.2;2
- D: het <gescheurd>>gebarsten>
glas
266;al.2;3
266;al.2;3
- D: een fijne<-n>
zijden sjaal
266;al.2;5
- M2b: tot <-
iets> boven den knie.
- D: tot boven
de<-n> knie.
266;al.2;10
- D: <de nieuwe
gas>>de nieuwe gas>
266;al.2;14
- M2a: [-X]
En soms peinst ze:
266;al.2;15-16
- M2a: <+,>
en dat daaronder
266;al.2;21
- M2a: <- En>
<b>>B>inst ze telt
266;al.2;23
266;al.2;24
- M2a: met haar
<een>>één> hand
- D: met haar
één<+e> hand
266;al.2;26
- D: Hij, een
klein manneken <+,>
266;al.2;27
266;al.2;34
- M2b: en ik u
niet <+,> en ge schreit
267;al.1;1
267;al.1;2
- M2a: <- En>
<z>>Z>e opent
267;al.1;3-4
- M2a: een leege
holte <.>>,> <Z>>z>iet ge het <+,> Albrik?
267;al.1;4-5
- M2a: [-X]
Ze wordt wakker
267;al.1;5
- D: die <-
zijn> niet nat <+ zijn>,
267;al.2;2-3
267;al.2;4
- M2a: <ho-ho-ho>>ho,
ho, ho,>
267;al.3
- M2a: [+X]
Daar ligt ze nu te kermen
267;al.3;3
267;al.3;4
- M2b: heeft ze
zoo stom geweest dat niet eerder te hebben gezien <.>>?> Ze rolt
- D: <heeft>>is>
ze zoo stom geweest dat niet eerder te hebben gezien? Ze <rolt>>holt>
267;al.3;6-7
- M1b: een ander
heks binnen <,>>.> <n>>N>og
- M2a: een ander
heks binnen <.>>,> <N>>n>og
- D: een ander<+e>
heks binnen, nog
267;al.3;7-8
- M2a: een toile-<ciree>>ciré>
kabas onder haren doek.
- M2b: een toile-ciré
kabas onder <haren>>haar> doek.
267;al.3;13
- M2a: [-X]
Het beddeken kraakt,
267;al.3;15
267;al.3;15
267;al.3;15-16
267;al.4;1
267;al.4;1-2
- M2a: te noemen
<:>>.> Toor <+,> zegt ze, klein Tooreken <+,> mijne
jongen.
- D: te noemen.
Toor, zegt ze, klein Tooreken, mijn<-e> jongen.
267;al.4;6
- D: de <nieuwe
gas>>Nieuwe Gas>
267;al.4;6
267;al.4;7
268;al.1;1
- M2a: buiten
<+,> en binnen twee minuten
268;al.1;2
- D: <hebt>>zijt>
ge zoo stom geweest,
268;al.1;3
268;al.1;4
- M2a: den <allee>>allée>
- M2b: de<-n>
allée
268;al.1;4
268;al.1;7
- M2a: [-X]
Schilder haar zoo eens:
268;al.1;8
- M2a: droommeisje
<!>>.>
- D: <droommeisje>>droom-meisje>.
- W: [droom-meisje]]droommeisje].
268;al.1;9
- M2a: bij de
idioten <.>>,> <E>>e>n ze heeft
268;al.1;11
268;al.1;13
- M2a: en weer
land <.>>,> <E>>e>n zij
268;al.1;15
- M2a: Zij <+
[xx]> met kleinen Toor <- zijn> de eenige
- M2b: Zij <[xx]>>en>
<- met> kleinen Toor <+ zijn> de eenige
- D: Zij en kleine<-n>
Toor zijn de eenige
268;al.1;16
- M2a: andere
<+ is> een film: lucht <+,> huizen en gronden,
268;al.1;19-20
- D: dat <in
haar alle>>al haar> droomen dood zijn.
268;al.2;3
268;al.2;5
268;al.2;5
- M2a: den bliksem.
Ja <+,>
- D: de<-n>
bliksem. Ja,
268;al.2;6
268;al.3;2
268;al.3;3
268;al.3;6
268;al.3;6
- D: En hij <-,>
achter haar,
269;al.1;1
269;al.1;3
269;al.1;4-5
- M2a: [-X]
Marian loopt de <v>>V>ooruitzichtstraat in, de <w>>W>elvaart-straat
door
269;al.2
- M2a: [+X]
Ze gaat het fabrieksken binnen
269;al.2;2
- M2a: nog niet
lang <,>>.> <- want> <h>>H>un knoppen
269;al.3;1
- M2a: de <o>>O>verwinninglaan
269;al.3;1-2
- D: <den middensten>>het
middelste> nieuwe<-n> blok <die>>dat>
269;al.3;3
269;al.3;3
- M2a: een <sigaretten-winkel>>sigarettenwinkel>
269;al.3;4-5
269;al.3;6
- M2b: een duistere<-n>
wereld
269;al.3;13
269;al.3;13-14
- M2b: een nieuwe<-n>
wereld
269;al.3;16
269;al.4;1
269;al.4;4
269;al.4;6
269;al.4;6
270;al.1;1
- M2b: Ze heeft
eene<-n> gezien
- D: Ze heeft
<eene>>iemand> gezien
270;al.1;2
270;al.1;3
270;al.1;3-4
- M2a: Hij gaat
achter den hoek van de <v>>V>ooruitzichtstraat,
- D: Hij gaat
<- achter> den hoek van de Vooruitzichtstraat <+ om>,
270;al.1;4-5
- M2a: de <w>>W>elvaartstraat
270;al.1;6
270;al.1;12
- M2a: Onder hun
<drieên>>drieën>, hij <+,> zij en het kind <-,>
270;al.1;13
- M2a: voetje
voor voetje <.>>,> <T>>t>wee
270;al.1;17-18
- M2b: de<-n>
gemeenschappelijke<-n> koer, de<-n> trap,
270;al.1;20-21
270;al.1;21-22
- M2a: <d>>D>insdag
de<+n> <zevenentwintigste>>zeven en twintigste>
- M2b: Dinsdag
de<-n> zeven en twintigste
270;al.1;22
- M2a: peinst
Jean niet <.>>,> <E>>e>en almanak
270;al.2;2
- M2a: brand<-d>en
en zet <haar>>zich>
270;al.2;3
- M2a: naar u
gewacht <+,>
- D: <naar>>op>
u gewacht,
270;al.2;4
270;al.2;6
- M2a: <- En>
<h>>H>ij begint
270;al.2;9
- M2a: En ze vertelt
<over>>van>
270;al.2;9-10
- D: de <nieuwe
gas>>Nieuwe Gas>
270;al.2;10
270;al.3;1
271;al.1;1
271;al.1;7-8
271;al.1;13-14
- M2a: of toekomen
gaat <.>>,> <W>>w>ant ge loopt en loopt <+,>
maar
271;al.1;19
- M2a: van het
vleesch <.>>,> <D>>d>e herfst
271;al.1;21
- M2b: De verboden
boeken <+,>
271;al.1;22-23
- M2a: dro<-o>ge
lippen gelezen heeft <+,> liggen
271;al.1;24-25
- M2a: Spijzig
mij Heer met het brood uwer tranen. [-X] Ja <+,> de Heer
- D: Spijzig mij
<+,> Heer <+,> met het brood uwer tranen. Ja, de Heer
271;al.1;26
- M2a: is niet
te zeggen <:>>.> Het kind slaapt,
271;al.1;30
- M2a: En hij
voelt <haar>>Carrie> rillen,
271;al.1;31
271;al.1;31
271;al.1;32-33
- M2a: Mijn hert
<+,> zegt ze rap.
271;al.1;33
271;al.1;37
272;al.1;1
272;al.1;1
- M2a: brokken
en stukken <.>>,> <E>>e>n hij,
272;al.2;6-7
- M2b: Die<-n>
stap op het trapken en de<-n> klop
272;al.2;7
- M2a: op de deur
<-:> is dat nu <presies>>precies>
272;al.2;8
- M2a: en zal
zeggen <+:> geef
- D: <+,>
en <zal zeggen>>zeggen gaat>: geef
272;al.2;9
- M2a: Ga weg
<+,> gilt ze, ga weg, ik heb er <een>>één>
272;al.2;11
- D: en het slot<-je>
<+ er> op.
272;al.2;11
272;al.3;1
272;al.3;2
- M2b: uit te
halen <.>>:> Albrik keert
272;al.4
- M1b: [+X]
Hij gaat binnen,
272;al.4;8-9
272;al.4;9
272;al.4;13
- M2b: in de open
deur <,>>.> <o>>O>p de gezichten
273;al.1;1
- M2a: [X]
[?] Dan gaat ge weer weg <-,> vanwaar
- D: [-X]
Dan gaat ge weer weg vanwaar
273;al.1;2
273;al.1;4
- M2b: niet <-
meer> verder,
273;al.1;6-7
- M2b: <den>>het>
allerlaatste<-n> nieuwe<-n> blok
273;al.1;8
273;al.1;12
273;al.1;16
- M2b: naar den
baas <.>>:> <D>>d>ie daar
273;al.1;17
- M2b: Hoe heet
ge <+,> vraagt de<-n> bolhoed.
- D: Hoe heet
ge <,>>?> vraagt de bolhoed.
273;al.1;18
- M2a: Neen <+,>
dat zal niet gaan man. [-X] <Smorgens>>'s Morgens>
273;al.1;19
273;al.1;20
- M2b: melk <,>>.>
<w>>W>ant het kind gaat voor,
- D: melk. Want
het kind gaat <voor>>vóór>,
273;al.1;22-23
- M2b: <anders
niets>>niets anders> <- meer> over
- D: niets anders
<+ meer> over
273;al.1;23-24
- M2a: nog <gewerkt
heeft>>werkte> <+ samen> met Jean.
- D: nog werkte
<+,> samen met Jean.
273;al.1;24
273;al.1;26
- M2b: te rooken
<,>>.> <e>>E>n hij antwoordt dingen<-s>
273;al.1;27
- M2a: gaan gelooven.
[-X] Veel verdient hij niet.
273;al.1;28
273;al.1;29
- M2b: de<-n>
koer. Hij moet de<-n> koer
273;al.1;30
- M2a: <- En>
<d>>D>en zaterdag
- D: Den <z>>Z>aterdag
273;al.1;33
- M2a: [-X]
Den zondagmorgend
- M2b: Den zondagmorgen<-d>
- D: Den <z>>Z>ondagmorgen
273;al.1;33
274;al.1;1
274;al.1;3-4
- M2b: die hij
gaat is altijd de<-n>zelfde<-n>,
- D: die<+n>
hij gaat is altijd dezelfde,
274;al.1;4
- M2a: den <carree>>carré>
- M2b: de<-n>
carré
274;al.1;4
274;al.1;5
- M2a: caoutchou<+c>fabrieksken
274;al.1;6-7
- D: <z>>Z>ondag
of <w>>W>oensdag, <v>>V>astenavend of <k>>K>erstmis,
274;al.1;8
274;al.1;11-12
- M2a: hij koopt
<- hem> een gazet
274;al.1;12
274;al.1;13-14
- M2b: eindje
van hier <,>>.> <m>>M>aar ge kunt nooit weten <.>>!>
274;al.1;15-16
- D: <het>>de>zelfde
politiek<+e> gedacht<+e>, <aangekleefd door de partij>>de
gedachte der nieuwe partij>.
274;al.1;16
274;al.1;22-23
- M2b: een oude<-n>
spiegel
274;al.1;23
- D: met blaasjes
<+ er> in,
274;al.1;25
274;al.1;27
274;al.1;32-33
- M2b: <+,>
vraagt hij zijn zelven af.
- D: , vraagt
hij <zijn>>zich> zelven af.
274;al.1;34
- D: dat idioot
gezicht dan <?>>.>
274;al.1;34
- M2a: Hij <+
gezicht> zwijgt,
- M2b: Hij <-
gezicht> zwijgt,
274;al.1;34-35
- M2b: den <blinden>>Blinde>
274;al.1;35
274;al.1;37
- M2a: <- En>
<d>>D>en blinden
- M2b: De<-n>
<blinden>>Blinde>
275;al.1;1
275;al.1;1-2
- M2a: den bal
gevallen <+,> zegt hij,
- M2b: de<-n>
gevallen, zegt hij
275;al.1;6
- M2a: <- En
hij vloekt.> Hij vloekt. Millarde <+,> millarde.
- D: Hij vloekt.
Mill<+i>arde, mill<+i>arde.
275;al.1;9
- M2a: En wie
is nu zijn vader <+,> vraagt hij.
- D: En wie is
nu zijn vader <,>>?> vraagt hij.
275;al.1;10
275;al.1;11-12
- M2b: <haren>>haar>
kop weg <+,> beziet hem
275;al.1;12
- M2a: zegt ze
<+,> en ze maakt
275;al.1;14
275;al.2;2
- D: <Saargebied>>Saargebied>
275;al.2;2
275;al.2;6
275;al.2;7
275;al.2;9
275;al.2;10
- M2a: komt binnen,
dag Molleken <+,> zegt hij.
- M2b: komt binnen
<,>>.> <d>>D>ag Molleken, zegt hij.
- D: komt binnen.
Dag Molleken <-,> zegt hij.
275;al.2;12
- D: Ziet ge niets
aan mij <+,> Jean?
275;al.2;14
275;al.2;19-20
- M2a: waar een
kind ligt <.>>,> <D>>d>at kind wordt groot en trekt
er van onder <.>>,> <E>>e>n ze
275;al.2;22
275;al.2;22-23
- M2a: <- en>
gaat eens bij uw peetje <+?> Toor,
- M2b: gaat eens
bij uw peetje <?>>,> Toor,
276;al.1;5-6
276;al.1;6
276;al.1;8
- D: niet eens
<- goed> weet
276;al.2
- M2a: [+X]
Het manneken is nu al drie jaar oud
276;al.2;2
276;al.2;2-3
- D: <Thalven>>Midden>
in zijn dik hoofd
276;al.2;8
276;al.2;9
276;al.2;12
276;al.2;15
- D: van <over>>voor>
jaren
276;al.2;17-18
- M2a: <+,>
zegt Jean <.>>,> <H>>h>et bootje
276;al.2;24-25
- M2a: niet peinzen
kan <!>>?> [-X] In de fabriek
276;al.2;27
- M2a: in ieder
plaat vijf hollekens <+,> en hij heeft
- D: in ieder<+e>
plaat vijf hollekens, en hij heeft
276;al.2;29
277;al.1;1
- M2a: hollekens
boort <+,> kan hij
277;al.1;2-3
- M2a: Ja <+,>
en als hij niet oppast <+,> boort hij
277;al.1;3-4
- M2b: Ze zien
hem bezig <,>>:> een goeie<-n> werkman, een stille<-n>,
- D: Ze zien hem
bezig: een goeie<+n> werkman, een stille,
277;al.1;5-6
277;al.1;9-10
- D: voor Toor
<+ om> een spek te koopen,
277;al.1;12
277;al.1;12
- M2a: <Tuttuttut>>Tut
tut>,
277;al.1;13
- M2a: uit hun
oogen zien <!>>.>
277;al.1;14
277;al.1;15
- M2a: Rekent
eens uit <+,> zegt Jean,
- M2b: Reken<-t>
eens uit, zegt Jean,
277;al.1;16
277;al.1;18
- D: ziet de uren
<+,> en wat
277;al.1;19
277;al.2;1
277;al.2;3
277;al.2;4
277;al.2;4
- M2b: blinde<-n>
Ingels
- D: blinde<+n>
Ingels
277;al.2;5
- M2a: kom <+,>
drink een sjat koffie <!>>.>
277;al.2;9-10
- M2a: zijn ziel
<.>>,> <E>>e>n Marian kijkt naar alles met een afwezigen
glimlach <.>>,> <E>>e>en glimlach
277;al.2;10
277;al.2;11
- M2b: <den>>het>
overschot
277;al.2;12-13
- M2a: na het
eten, het is toch voor iets <z>>Z>ondag <+, zegt ze>. <-
En> <n>>N>a het eten <+,> <sanderdaags>>'s anderdaags>
- M2b: na <het>>den>
eten, het is toch voor iets Zondag, zegt ze. Na <het>> den> eten,
's anderdaags
- D: na <den>>het>
eten, het is toch voor iets Zondag, zegt ze. Na <den>> het> eten,
's anderdaags
278;al.1;1
- M2a: [+X]
Niemand is daar <+,> buiten peetje Jean <+,> die
278;al.1;3-4
- M2a: geen enkelen
koek meer is <+,> staat hij op,
- M2b: geen enkele<-n>
koek meer is, staat hij op,
278;al.1;5
- D: Marian vindt
een <ijlen>>leeg> nest:
278;al.1;6-7
- M2a: Alla <+,>
ze kunnen toch niet vliegen zeker <!>>,> en ze zoekt overal.
- D: Alla, ze
kunnen toch niet vliegen <+,> zeker <,>>?> en ze zoekt overal.
278;al.1;7
278;al.1;8
- M2a: ik kan
dat <- niet> knabbelen,
- M2b: ik kan
dat <+ niet> knabbelen,
278;al.1;8
- M2a: misschien
hebt ge ze verlegd <?>>[x]>
- D: misschien
hebt ge ze verlegd <[x]>>!>
278;al.1;10
278;al.1;12
278;al.2;5
- M2a: <speculoos-mannekens>>speculoosmannekens>
278;al.3;1
278;al.3;3
- M2a: <een>>[xxx]>
dag
- M2b: <[xxx]>>een>
dag
278;al.3;3
278;al.3;6
278;al.4;1
278;al.4;5
278;al.4;7
278;al.4;7
- M2b: onged<a>>á>chts
- D: onged<á>>a>chts
278;al.4;10
- M2a: heeft aangedaan
<?>>.>[-X] Soms ziet hij
- D: heeft aangedaan
<.>>?> Soms ziet hij
279;al.1;3
279;al.1;3
279;al.1;6
- M2b: <haren>>haar>
jongsten <+,> zeggen ze, <+ -> maar
- D: haar jongste<-n>,
zeggen ze, <- -> maar
279;al.1;8
279;al.1;9
- M2b: moet zijn.
<+ -> Toor
- D: moet zijn
<-.> - Toor
279;al.1;11
- D: niet koopen
kunt <?>>.>
279;al.1;12
279;al.1;13
- M2a: [-X]
Ziek van zijn smokkeling,
279;al.1;14
279;al.2;2
- M2a: een anderen
traveau<-x>
- M2b: een andere<-n>
traveau
- D: een ander<-e>
traveau
279;al.2;3
- M2a: wacht<-t>en.
Ze wacht<-t>en naar hem
- D: wachten.
Ze wachten<naar>>op> hem
279;al.2;3
- M2b: de<+n>
groote<+n> Mark
279;al.2;4
- D: <naar>>op>
zijn goedkeurend knikje
279;al.2;7
- M2a: [-X]
Hij heeft zijn bureau
279;al.2;9
279;al.2;9-10
- M2b: een nagemaakte<-n>
boot
279;al.3
279;al.3;6
- M1a: <geboren
het ja # geboren> zooveel
279;al.3;7
- M2a: <o>>O>verwinninglaan
1A
- D: Overwinninglaan
<1A>>IA>
279;al.3;8
279;al.3;8
280;al.1;1
- M2a: toe <:>>.>
<n>>N>iemand moet weten
280;al.1;4
280;al.1;12
- M2a: [-X]
Hij keert zich om,
280;al.1;13
280;al.1;14
280;al.1;15
- M2a: van iets
anders <.>>,> <W>>w>ant
280;al.1;16
280;al.1;19
- M2a: binnen
in hem <+,> ontstel<-d>t
280;al.1;21
- M2a: <+,>
maken hem bang, want
- M2b: , maken
hem bang <,>>.> <w>>W>ant
280;al.1;22
- M2a: die moegezocht
<+,> hun armen uitsteken
280;al.1;25
- M2a: die hem
bang maken <+,> ze zien onverschillig
280;al.1;28
280;al.1;29
- D: en <dezen>>hen>
die <naar>>op> hem staan <+ te> wachten.
280;al.1;29
- M2a: Ha, hij
is daar <!>>.>
280;al.1;30
- M2a: in zijn
handen <!>>.>
280;al.1;35
- M2a: <o>>O>verwinninglaan
280;al.1;36
- M2a: naar 1
A <-,> klein zeven,
- D: naar <1
A>>I A> klein zeven,
280;al.1;36
280;al.1;37
281;al.1;2-3
- D: <gaan
wonen is>>is gaan wonen>,
281;al.1;3
- M2a: met den
wal rond <+,> waar hij
- D: met den wal
<rond>>er om>, waar hij
281;al.1;4
281;al.1;5
281;al.1;8
281;al.1;12-13
- M2b: bezien
<,>>.> <e>>E>n midden
281;al.1;14-15
- M2a: naar hem
staat te wacht<-t>en. [-X] Achter boomen
- D: <naar>>op>
hem staat te wachten. Achter boomen
281;al.2
- M2a: [+X]
Er komt een man
281;al.2;1-2
- M2a: met een
teekenboek <.>>:> <H>>h>ij ziet den anderen
- M2b: met een
teekenboek: hij ziet den andere<-n>
- D: met een teekenboek
<:>>;> hij ziet den ander<-e>
281;al.2;2
- M2b: overgaan
<+.> <e>>E>n rap, rap,
281;al.2;4
- D: [-X]
Mark gaat den hof door,
281;al.2;6
- D: Een <vies>>vreemd>
beest
281;al.2;8
281;al.2;9-10
- D: Hij zou wel
willen terugkeeren <.>>,> Hij weet
- W: Hij zou wel
willen terugkeeren [ , ]] . ] Hij weet
281;al.2;10
- D: <doen
komt>>komt doen>.
281;al.2;11
281;al.2;11
281;al.2;11
282;al.2;1-2
- M2b: <Den>>Het>
groote<-n> salon, <den>>het> kleine<-n> salon
282;al.2;3-4
- M2a: getampon<-n>eerde
verf heeft hij laten witten <.>>,> <Z>>z>oo,
282;al.2;5-6
- M2a: De marmeren
schouwen <+ zijn> weg. <- En> <e>>E>en groot vuur
<+,>
282;al.2;7-8
- M2a: [-X]
Papa komt hier binnen
282;al.2;11-12
- M2b: de<-n>
hals lang uitgerokken met een koord rond.
- D: de<+n>
hals lang <uitgerokken>>uitgerekt> met een koord <rond>>er
om>.
282;al.2;12
- M2a: <- En>
<z>>Z>ijn tong
282;al.2;15-16
- M2b: komen de
woorden er uit <.>>,> <A>>a>l zijn leed,
282;al.3;2
- M1b: Het spreekmachien
<[xxx]>>in> Mark
- D: <Het>>De>
spreekmachien in Mark
282;al.3;3
282;al.3;4
282;al.3;5
- M2a: een nieuwen
<c>>s [?]>haplin
- M2b: een nieuwen
<s [?]>>C>haplin
- D: een nieuwe<-n>
Chaplin
282;al.3;7
282;al.3;9
- M2a: dringend
<+,> maar vruchteloos,
282;al.4;1
- D: <dacht
die dan>>dan dacht die>:
283;al.1;1
283;al.1;4
283;al.1;8
- M2a: <Ook
daar>>In die boot> gaat het leven
283;al.2;1-2
- M2b: Wie in
de<-n> boot zit
- D: <Wie>>Die>
in de boot zit <+,>
283;al.2;3
- M2b: een <lijzigen>>lijzen>
toon
283;al.3
- M2a: [+X]
Mariaken wordt groot
283;al.3;3
283;al.3;4
- D: een lapje
leege<+n> grond
283;al.3;10-11
283;al.3;11
- M2a: <+,>
en nu vertelt hij aan zijn zelven
- D: , en nu vertelt
hij aan <zijn zelven>>zich zelf>
283;al.3;12
283;al.3;13-14
- M2b: den <blinden>>Blinde>
283;al.3;14-15
283;al.3;17
- D: aan <zijn>>zich>
zelven
283;al.3;25
- M2a: Ach <+,>
naar niets <+,> kind, zegt hij.
284;al.1;4
284;al.1;4-5
- M2a: snippelen,
koopt <- hem> een handpersken
- D: <snippelen>>snipperen>,
koopt een handpersken
284;al.1;5
- M2a: te zien:
<E>>e>en beetje
284;al.1;7
284;al.2;4
- M2a: Hij koopt
er <- hem> een filmtoestel voor.
284;al.2;5-6
- M2a: <miniatuur
loopgraven>>miniatuurloopgraven>
284;al.2;8
- M2a: <smijt>>snijdt
[?]>
- M2b: <snijdt
[?]>>smijt>
284;al.2;11
- M2b: neven<-s>
een medicijnfleschken van Carrie, en
- D: neven een
medicijnfleschken van Carrie <-,> en
284;al.2;14
284;al.2;15
- M2a: [X]
Maar als de nacht komt <-,>
- D: [-X]
Maar als de nacht komt
284;al.2;21
284;al.2;22
- M2b: er <mee>>om>
schreide.
284;al.3;1
285;al.1;3
285;al.1;4
285;al.2
- M2a: [+X]
Sommige menschen
285;al.2;3-4
- D: uw moeken
<heeft>>is> niet geweest
285;al.2;6
- D: moeten uitzweeten
<;>>:> hoe dikwijls
285;al.2;7
- M2a: voor de
ouders <!>>.>
285;al.2;7-8
- M2a: Ze smijt
<haar>>zich> op de <knieên>>knieën>, op
de bloote planken <+,> voor een stuk bougie.
285;al.2;9-10
- M2a: [-X]
Morris ligt wakker, hoort en ziet het <.>>,> <M>>m>aar
hij denkt aan iets anders <.>>,> <A>>a>an zijn schetsboek,
die
- D: Morris ligt
wakker, hoort en ziet het, maar hij denkt aan iets anders, aan zijn schetsboek,
<die>>dat>
285;al.2;12
- M2b: met een
paal <,>>:> verboden te storten.
285;al.2;12
- M2a: <- En>
<o>>O>p de laatste
285;al.2;14
- M2a: <- En>
<h>>H>ij denkt er aan,
285;al.2;14-15
- M2b: iets onmogelijk
denken kunt, om <dien>>dat> boek
- D: iets onmogelijk<+s>
denken kunt, om dat boek
285;al.3;2
285;al.3;2-3
- M2a: geslagen
en een heelen hoop koper <+ werd> gestolen.
- M2b: geslagen
<+,> en een heele<-n> hoop koper werd gestolen.
- D: geslagen
<-,> en een heele hoop koper werd gestolen.
285;al.3;5
285;al.3;6
285;al.3;7-8
- D: de<-n>
koer moeten passeeren <-,> zooveel harten worden er vastgehouden <-,>
want
285;al.3;8-9
- M2b: den eene<-n>
niet voor den andere<-n>.
- D: den eene
niet voor den andere <.>>?>
285;al.3;10-11
- D: in den donker<-en>
mispikkelt.
- W: in den donker
mispikkel[t ]]d].
285;al.3;12
285;al.3;16
285;al.3;16
- D: Wat is dat,
een spoor <,>>?> vraagt hij.
286;al.1;6
- D: Wat peinst
ge nu <-,> zegt Jean,
286;al.1;8
- D: als het <geen>>niet>
waar is.
286;al.1;11
286;al.1;11
286;al.1;12
286;al.1;14
286;al.1;15
- M2a: <Oeioeie>>Oieoei>
<+,>
- M2b: <Oieoei>>Oeioei>,
286;al.2;2-3
- M2a: Ja <+,>
maar zeg iets tegen hem <!>>.> Haal eens wat hout Albrik. Ja <+,>
straks <.>>,> <E>>e>n hij blijft zitten.
- D: Ja, maar
zeg iets tegen hem. Haal eens wat hout <+,> Albrik. Ja, straks, en hij
blijft zitten.
286;al.2;6-7
- M1b: spreidt
zijn handen open en <- zegt>: Tusschen
- M2a: spreidt
zijn handen open en: <T>>t>usschen
286;al.2;7-8
- M2b: een heilige<-n>
of een schijnheilige<-n>
286;al.2;8-9
- M2a: Neem <+
me> nu de wereld lijk hij is
- D: Neem me nu
de wereld lijk <hij>>zij> is
286;al.2;9
- M2b: waar <-
dat> ge al de draadjes
286;al.2;10-11
- D: maar het
een<+e> hangt vast aan het ander<+e>
286;al.2;13
286;al.2;14
- M2a: [-X]
Marian zwijgt <.>>,> <W>>w>at kunt ge
286;al.2;14
- M2a: <+,>
want het is een gevaarlijken, eenen die
- M2b: , want
het is een gevaarlijke<-n>, eene<-n> die
- D: , want het
is een gevaarlijke, een<-e> die
286;al.2;2
- M2a: haar <jongsken>>jongsten>,
- M2b: haar jongste<-n>,
287;al.1;2
287;al.1;3
- M2a: la <+,>
<laa>>la>
- M2b: la <-,>
la
- D: la <la>>là>
287;al.1;4
287;al.1;5
- M2a: laat hem
nadenken <:>>.> Waar
287;al.1;8
- M2a: [X]
[?] Maar dat zwerven
- D: [-X]
Maar dat zwerven
287;al.1;9
- M2b: de<-n>
gemeenschappelijke<-n> koer
287;al.1;11
287;al.1;12
287;al.1;14
287;al.1;15
287;al.1;16
- M2a: Toor moet
onder ander volk <,>>.> <- en> <z>>Z>e slaat
287;al.1;18
- M2a: Ze legt
een droeven weg af <.>>,> <E>>e>en weg die
- D: Ze legt een
droeven weg af, een weg die<+n>
287;al.1;21
287;al.1;22
- M2a: <+,>
waar het net eender onder zoemt dan over zooveel jaren.
- D: , waar het
net eender onder zoemt <dan over>>als voor> zooveel jaren.
287;al.1;24
287;al.1;24
287;al.1;26
287;al.2;2-3
- D: opgroeit
<,>>.> <e>>E>n gij
287;al.2;4-5
- M2a: [-X]
Ze gaat de loopplank over,
287;al.2;7
287;al.2;9
287;al.2;10
- M1b: een <[xxxxxx]>>droogen>
krak
- M2a: een dro<-o>gen
krak
287;al.2;11
- M2b: nog niets
zijn <,>>.> <h>>H>oe komt dat,
288;al.1;2
288;al.1;3
288;al.1;6
- M2a: iets nieuw
<bedenken>>gedanken [?]>
- M2b: iets nieuw
<gedanken [?]>>bedenken>
- D: iets nieuw<+s>
bedenken
288;al.1;8
288;al.1;11
- M2a: en schrijft
er met een stuk boskool op: <I>>i>k zal
- M2b: en schrijft
er met <- een stuk> boskool op: ik zal
288;al.1;12-13
- M2b: <+,>
waar hij haar niet meer zien kan loopt ze
- D: , waar hij
haar niet meer zien kan <+,> loopt ze
288;al.1;15
- M2a: En wie
is dat <,>>?> vraagt hij
288;al.1;16
- M2a: Is <dat>>dät
[?]> nu niet gelijk zegt ze.
- D: Is <dät
[?]>>dat> nu niet gelijk <+,> zegt ze.
288;al.1;17
288;al.1;17
- M2a: 1 A <-,>
klein zeven,
- D: <1 A>>I
A> klein zeven,
288;al.1;18
- M2b: een oude<-n>
dronkelap
288;al.1;18-19
- M2a: die wartaal
klapt <.>>,> <E>>e>n waar zij, heel alleen, den blok
- M2b: die wartaal
klapt, en waar zij, heel alleen, <den>>het> blok
288;al.1;19
288;al.2;1
288;al.3
288;al.3;2
- M2b: een klein
rimpelken <hangt>>ligt>
288;al.3;2
288;al.3;3
288;al.3;3
288;al.3;4
- M2a: <- En>
<d>>D>an legt hij
288;al.3;5-6
- M1b: Zijn verdriet
<[xxxx] voor [xx]>>zegt hij> niet in zijn werk.
288;al.3;7
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
288;al.3;7
- M2b: uit zijn
bijbel <+,> voor
288;al.3;8
288;al.3;8
288;al.3;9
- D: wat hij niet
gaarn<+e> doet,
288;al.3;11-12
- D: <Dat>>Het>
is van iemand anders.
288;al.3;12
288;al.3;14
- M1b: Ja maar
dien man stond<-t>
- M2a: Ja <+,>
maar dien man stond
- M2b: Ja, maar
die<-n> man stond
289;al.1;6-7
- M2a: <hem>>zich>
dan vlak <voor>>vóór> dat beetje koper zetten? <e>>E>r
is toch koper genoeg in de wereld <!>>.>
289;al.1;8
289;al.1;9
289;al.1;10
289;al.1;11
289;al.1;13
- M2a: den <allee>>allée>:
ge moet naar dien boot
- M2b: de<-n>
allée: ge moet naar die<-n> boot
289;al.1;18
- M2a: <+,>
dat Fanieken <!>>[x]>
- D: , dat Fanieken
<[x]>>!>
289;al.1;19
289;al.1;20
- M2a: <+,>
van plezier nu,
289;al.1;22
- M2a: <- En>
<o>>O>p een keer
289;al.1;22-23
- M2a: de trappen
op <.>>,> <E>>e>en lied
289;al.1;24
- M2a: <smorgens>>'s
morgens>
289;al.2;4
289;al.2;4-5
- M2a: <- En>
<r>>R>echtover de kerk
289;al.2;7
- M2a: een <pits-lichteken>>pitslichteken>,
een snoezig gezicht
- M2b: een pistlichteken
<,>>.> <e>>E>en snoezig gezicht
289;al.2;8
290;al.2;1
290;al.2;2
290;al.2;5
- M2a: aan kunnen
geven <+,> peinst hij,
290;al.2;7
- M2a: en wacht<-t>en
naar Maria
- D: <+,>
en wachten <naar>>op> Maria
290;al.2;8
- M2a: [-X]
Zie, zegt Toor, hoe ik dat kindeken geern zie,
- D: [-X]
Zie, zegt Toor, hoe ik dat kindeken geern<+e> zie,
290;al.3;1
- M2a: [X]
[- witregel] Leen mij
290;al.3;2
- D: waar zou
ik die halen <+,> man, zegt Jean.
290;al.3;2
- M2b: <het
schof>>de schuif>
290;al.3;6
290;al.3;8
290;al.3;10
- M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat
290;al.3;14
290;al.4;1
290;al.4;6-7
- M2a: Het wordt
een <+,> twee en drie uur.
290;al.4;7
- D: Fanieken
<komt niet>>komtniet>.
- W: Fanieken
[komtniet]]komt niet].
290;al.4;8
- D: waar zit
gij <+,> Fanieken?
291;al.1;1
- M2a: Hij kijkt
zijn dikken <- dikken> boek na,
- M2b: Hij kijkt
zijn dik<-ken> boek na,
291;al.1;2
- M2b: en der
voorstad <,>>.> <t>>T>eekening na teekening
291;al.1;3
- M2a: en ziet
hem niet, <H>>h>ij
291;al.1;6
- M2b: lijk eene<-n>
- D: lijk een<-e>
291;al.2;1
- M2b: Op den
morgen<-d>
- D: <Op>>Tegen>
den morgen
291;al.2;2-4
- M2b: <- Het
was> <e>>E>en vrouw die op den hoek <woonde>>woont>
van <den>>het> laatste<-n> blok <+,> vlak tegenover
de nieuwe gas <.>>,> <- Ze> gaat in den vroegen morgen<-d>
- D: Een vrouw
die op den hoek woont van het laatste blok, vlak tegenover <de nieuwe gas>>De
Nieuwe Gas>, gaat in den vroegen morgen
291;al.2;4-5
- M2a: de <v>>V>olksverheffingstraat
291;al.2;5-6
- M2a: en de billekens
<-,> ocharmen <-,> bloot,
291;al.2;8
- M2a: een ander
vrouw, en die nog een <.>>,> <D>>d>rie vrouwen
- D: een ander<+e>
vrouw, en die nog een, drie vrouwen
291;al.2;10
- M2a: en de andere
<.>>,> <E>>e>n seffens staat heel de <v>>V>olksverheffingstraat
vol
291;al.2;12
- M2a: <- En>
<d>>D>eze die
- D: <- Deze>
<d>>D>ie
291;al.2;15
- M2a: hier gepasseerd
zijn <.>>,> <E>>e>n iemand
291;al.2;19
291;al.2;20
- M2b: caoutchou<+c>fabrieksken
291;al.2;20
- M2a: <- En>
<d>>D>e drie dwazen
291;al.2;23-24
- M2a: <+,>
de <sm>>[xx]>eerlappen.
- M2b: , de <[xx]>>sm>eerlappen.
291;al.2;24
- M2a: De drie
<+ di> idioten <+ die> kruipen
- M2b: De drie
<- di> idioten <- die> kruipen
291;al.2;25
- D: Een<-e>
is er die nog weg wil<-t>,
291;al.2;26
- D: het dak <+,>
bereiken.
- W: het dak [-,
] bereiken.
291;al.2;27-28
- M2b: De twee
andere<+n> steken hun <vingeren>>vingers>
291-292;al.2-al.1;28-1
- M2a: te hooren
<.>>,> <E>>e>n de huilende bende
292;al.2;1
292;al.2;2
292;al.2;3
- M2a: <voor>>vóór>
de kerk
292;al.2;5
- M2a: <+,>
zien ze hoogrood
292;al.3
- M2a: [+X]
Een beetje verder,
292;al.3;2
292;al.3;3
- M2a: op een
mondmuzieksken <.>>,> <E>>e>n er staat
292;al.3;5
292;al.3;6
|