appendix III

[Antwerpen, september 1963]

Nondedju, Louis, ge doet mij echt verdriet aan. Ik ben pas terug van de Biennale der Internationale Poezie te Knokke waar men mij 4 dagen lang van de poezie heeft doen walgen, of gij vraagt mij daar weer mij met de poezie te bemoeien. Niet alleen is nu reeds alles gezegd over de 'experimentele' poëzie, dus ongeveer niets, en wat ik er zou aan toevoegen, zou ook niets zijn. Trouwens, wat is 1º klassieke poezie? Toch zeker niet die van V.d. Voorde of van V. Herreweghen? Wat men bij ons klassieke of traditionele poezie noemt, is er alleen maar een conventionele. 2º Wat is experimentele poëzie? Ik moet U zeggen dat die niet bestaat. Er bestaat alleen een avant-garde poezie die om de 20-30 jaar van stroming verandert. Zo waren de tachtigers in hun tijd avant-gardisten zoals het expressionisme in 1920 en zoals de huidige zeer verkeerd genoemde experimentelen, avant-gardisten zijn.
En dan dit, laat ik aannemen dat gij met klassieke poezie, traditionele poezie hebt willen zeggen, dan nog zou dat verkeerd zijn. Alle kunsten, poezie inbegrepen zijn traditioneel. Hoe zouden wij niet gemerkt zijn door een duizendjarige traditie die wèl evolueert, maar daarom juist traditie is. Want kan er een evolutie zijn waar niets zou zijn geweest. Nee, Louis, op dit ogenblik is er alleen een avant garde poezie die tevens traditioneel is (komen de zgn. experimentelen niet voort uit het surrealisme en/of het expressionisme?) en een conventionele poezie die slechts naäperij is van een reeds vroegere naäperij. Nu zou die naäperij nog enigszins origineel zijn als ze geestig was, maar de heren conventionelen kennen zelfs de humor niet.