1

[Aalst, kort na 18 mei 1947]

waarde vriend Burssens,

destijds vond ik op het vossenplein te Brussel - aan de hoek van het café "chez dikke Tich" - tussen vele prulboeken een verhakkeld exemplaar van de Bende van de Stronk - en ik dacht: dat moet hij weeral tegenkomen - ik heb het toen, na lezing, onmiddellijk doorgegeven aan vrienden en kennissen, ik heb het besproken in de Rode Vaan en noemde het daar een der zeldzame boeken waar de mannen van “More Brains” om schreeuwden - maar zelf niet konden schrijven - en in de vergeethoek duwden omdat het van “hem” was. Verscheidene werkmensen uit de vier hoeken van ons Dorp schreven me toen waar ze dat boek konden vinden en ik moest hen - helaas - dat verhakkeld exemplaar immer verder doorsturen.
Dit als een te lange inleiding om te melden dat 3 exemplaren welkom zullen zijn. Zijn er liefhebbers die betalen dan stuur ik het wel.
Wat uw suggestie aangaat om er een zekere (mij) onbekende Bloem van langs te geven: ten eerste halen de grote Deskundigen toch de schouders op, zij delen het gedacht - pardon, de gedachte - van mijn uitgeefster “aan Boontje is het toegestaan wat meer te zeggen, iedereen weet toch dat hij het er zomaar uitflapt”. En tevens is deze Afbreker-bouwt-op in de verste verte niet als een literaire kroniek bedoeld - de hemel beware er mij voor - er zijn immers zo ontzaglijk veel katten te geselen dat ik maar rondom mij heen grijp zonder er een van bepaalde kleur uit te kiezen.

hartelijk
Boontje

P.S. een der mooiste, en der bitterste stukjes, van hem, is het verslag van de voetbalmatch in Diergaarde, waar de beide spelers achteraf zeggen: eigenlijk was het fout, ge mocht hem niet met de handen aangeraakt hebben.... godomme, nu denk ik er aan, dat moest ik als besluit van de twist rondom hem gegeven hebben.