2

[Aalst, tussen 18 en 30 mei 1947]

Beste Burssens,

de boeken nog niet ontvangen, die zullen morgen komen. Maar uw schrijven medegedeeld aan de vrienden die me de huid hebben volgescholden omdat ik niet naar het Bordeel van Ikka Loch heb gevraagd. Zijn in ons bezit: bezette stad, één aan flarden hangende De bende, verzamelde gedichten Diergaarde, Brieven uit Mia voy, enkele nummers van Ruimte die uit een brand werden gehaald.
Kunnen wij niet iets stichten dat we zouden noemen:
“De Bende van de Stronk”?
(zeer on-officiëel) alleen maar om zijn verbleekt gebeente een plezier te doen.
Ik las van Toussaint van Broebelare een stukje over hem, waarin hij Apollinaire de Grrrote meester noemt en P.V.O. een zwakke caricatuur. Ik ben speciaal Apollinaire gaan lezen, maar hij raakt nog niet aan zijn kleine teen. Ik wou daarover een afbreker schrijven, maar ondertussen muisde er die Broebelare van uit. Ook ben ik aan het napluizen wat die Vermeylen voor iets was, en godverdomme Burssens, wat voor een ontzaglijke nul met pretentie was me dat?
Uw briefomslag waarop ge uw eigen nummer schreeft (grote steenweg - gentse steenweg) en daarna 628, gelijk iemand die aanklopt om buiten te gaan - zeer goed, ik zal hem in mijn collectie van vergissingen bewaren.

Hartelijk
Boontje