5

Aalst, juni 1947

Beste Burssens,

Ik schaam me een desperado te zijn, die vandaag naar iemand schrijft en hem “beste” noemt maar morgen weeral ergens heel elders zit en zijn oude vrienden vergeten durft. Wat uw Fabula Rasa aangaat, ik las er in toen ik op reportage was voor de wederopbouw in de Ardennen, en bij Nico Rost aanlandde. Ik herinner mij nog de kostelijke zet van de boterham die steeds met de beboterde kant op de grond valt. Graag zou ik dat boek vanzelfsprekend bezitten - ik trachtte het eens een reiziger af te luizen als recentie-exemplaar, maar hij was te gierig, de stinkerd - ook uw boekje over V.O. is welkom. - Self-defense bezit ik al, doe dus geen moeite daarvoor - In ruil zou ik u wel een van mijn mislukte boeken willen sturen, maar ik bezit er zelf geen, zijnde beschaamd die monsters van melodramatiek onder ogen te hebben. Ik tracht mijn reputatie te redden met mijn laatste boek illegaal boek van Boontje maar niemand wil het drukken - moest ik uitgever zijn, ik zou het trouwens ook niet doen -
Zal een bijdrage voor Podium maken, ze kunnen het vierde of vijfde Hollands blad zijn dat mijn spullen met schunnige dingen weigert.

hartelijk
Boontje