7

Antwerpen, 5 juli 1948

Beste Boon,

Ja, ge hebt daar iets gezegd; als ge nog min of meer van de Cyclopen afhangt zie ik ook niet goed in of uw Ill. Roman kan gepubliceerd worden in zijn huidige vorm; tenzij gij er de politiek integraal zou uit weglaten. Maar ja, dan wordt het een werkelijke roman, terwijl het nu een meesterlijk pamflet is.
Onder het lezen had ik voortdurend het gevoel met mijzelf geconfronteerd te zijn, ik bedoel dat ik mijn Fabula Rasa in een andere uitdrukking terugvond, met dit verschil dat gij, om in sportterminologie te spreken, op lange en ik op korte afstand heb gebokst. Ge begrijpt dus hoeveel plezier ik aan de lezing heb gehad. Ik betreur alleen dat mijn adem niet zo lang is als de uwe.
Ik zal u niet vervelen met de lof te zingen van uw stijl, uw vondsten en dgl. Dat hebben zoveel anderen al gedaan. Ik wil u alleen op een paar paragrafen wijzen die mij erg hebben getroffen (zo zijn er tientallen) b.v. nº 51 De leegte grijpt u aan: dat wolkenspel tegenover de leegte, het niets, met dat pakkend slot. En nº 57 Plastische Elementen in de natuur, die lach die zou misstaan, maar die vloek die er wel past als rode kleur op al dat grijze en strakke, het is voor mij een synthese van wat aan de schilderkunst en de literatuur ten grondslag ligt. Enz. enz.
Maar ik heb ook wel een paar bezwaren tegen uw roman. Voor mijn gevoel wordt er in sommig §§ te direct met de politiek afgerekend, b.v. nº 39 Pif-Paf betr. de affaire Fabelta-Fibranne, Demany enz. en verder de atoomenergie enz. Ik zou het indirecter hebben gedaan, meer bedekt en meer satyrisch, meer “literair” in de originele betekenis van het woord natuurlijk. - En dan, denk er eens aan of de titel niet beter zou luiden: Ondine of de eerste illegale roman van L.P. Boon (en niet Boontje!) In dat Boontje vermindert ge uw eigen persoon, terwijl het, àls persoon, stilaan tijd wordt dat ge al de kloten van wat meer uit de hoogte gaat bezien.
Ik stuur u nu zo spoedig mogelijk uw werk terug, of ik breng het u Zondag of Zondag over acht dagen persoonlijk, tenminste als ik er de gelegenheid toe vind.

Intussen de hartelijkste groeten
van GBurssens.