11

Antwerpen, 3 februari 1949

Beste Boon,

Uw briefje aan mij in Vooruit kwam mij toevallig onder de ogen. Ge hebt daar een beslissing genomen, vriend, die geen steek houdt. De pen kruipt waar ze niet gaan kan. Ik heb, zoals ik het u vroeger schreef, het eerste deel van uw Eerste illegale Roman met evenveel genoegen gelezen als ik de Tropics van Miller heb verslonden.
Dat ge Ondine aan stukken hebt gehakt, begrijp ik (iedereen vaagt zijn achterkant wel eens af aan zijn persoonlijke papieren) en dat ge de stukken niet hebt kunnen verkopen, begrijp ik ook. Ge zijt een slecht handelsreiziger. Goede waar prijst weliswaar zichzelf maar de beste marchandise wordt zonder reclame niet aan de man gebracht. Neem dat van mij aan, ik weet er iets van. Ik wil maar dit zeggen: ge hebt geen supporters, dat is al. Al heb ik horen vertellen dat ge er geen wilt. Bravo! Maar zorg er dan voor dat ge uw boterham verdient buiten de kunst om. En blijf dan schrijven voor uw eigen plezier. - Dat ge schildert, nogmaals bravo! Maar denk niet dat uw schilderijen beter zullen verkopen dan uw boeken. Verkocht worden alleen feuilletons (slechte) en prijs-van-Rome-schilderijen.
Intussen, spaar die arme Ondine het leven, en als ge haar niet kunt blijven voeden, stuur ze mij dan maar, ik zal ze voor U, zonder haar te verkrachten, ik geef u mijn woord, met zorg bewaren, tot op het ogenblik dat ge haar weer in huis wilt nemen. Geloof mij, na haar een tijdje te hebben gemist, zult ge weer naar haar verlangen en haar bij haar terugkomst misschien in een bordeel plaatsen. Wat in dit geval nu eens wel het mooiste van de grap zou zijn.
Houd inmiddels goede moed en werk hard, gelijk aan wat.

Uw
GBurssens.

Mag ik eens naar uw schilderijen komen kijken? Eén dezer Zondagen?

Ik ben verhuisd en woon nu Schoenmarkt 22 Antwerpen.