17

Antwerpen, 2 februari 1950

Beste Boon,

Helaas ja, die 5000 f. moeten die 10.000 f. zijn waaromtrent ik met Wauters heb getelefoneerd. De geschiedenis is zo: Ik heb een vriend die Pelckmans heet, directeur van de Nederl. Boekhandel, die een vriend is van Schmook, die een vriend is van Baekelmans enz. tot in het comité van het zgn. artistenfonds, waarin ook Herreman en Smits zitten, geloof ik. Die aaneenschakeling van onderlinge vrienden en hun verenigde krachten moeten tot het invullen van die armzalige chèque van 5000 f. hebben geleid, die vijf die er 10 hadden moeten zijn zoals men mij te verstaan had gegeven. Nu heb ik iedere schakeling van de vriendenketting weer in beweging gebracht om door die beweging hen te bewegen tot 10 te tellen. Of die slangenbeweging gaat lukken?
Anderzijds vernam ik van Wauters dat ge tenslotte naar een vast baantje zijt gaan verlangen. Hier op afgaand (niet letterlijk natuurlijk), ben ik de gouverneur van Antwerpen gaan vinden, die ook al een vriend is (ge zult u afvragen hoe het mogelijk is dat er zoveel vrienden in wereld rondlopen.) Maar dat was een vergissing van mij. Ik had moeten bedenken dat gij geen aarslikker zijt en dat alleen aan zulke soort strontvreters de staatsambten worden gereserveerd. De gouverneur vroeg mij toch of ge in A.B.C. (het weekblad van Volksgazet) zoudt willen schrijven. Hij zou bij die redactie dan een woordje voor u placeren. Wat denkt ge: oui ou merde?
Als het oui is schrijf mij dan, en als het merde is schrijf mij dan ook!

Allerhartelijkst van
G.B.

P.S. De Podiumavond staat nog niet op zijn poten. Ik weet zelfs niet of er nog iets van komt.
Dank voor de toezending van uw geestig stukje over Joachim. C'est tapé!