25

[Aalst, maart-juli 1951]

beste gaston,

daar gij mij de schande hebt aangedaan een uwer onmogelijke gedichten aan mij op te dragen, neem ik wraak: ik herwerkte integraal, en nu definitief, de boeken over den vos reinaerde en den wolf isengrimus, en draag het aan u op - ik heb trouwens, al schrijvende, menigmaal aan u gedacht, en mij afgevraagd: zou gaston daar nu eveneens in zijn baard om monkelen?
Het handschrift verstuur ik met gelijke post. Moest het u, na lezing, welgevalig zijn, zouden wij dan geen actie kunnen op touw zetten om het in zijn geheel in een paar nummers van Podium te krijgen?

uw Louis.

Moest er hier en daar in de tekst iets zijn dat verbeterd zou kunnen worden, dan kunnen we daar misschien eens over babbelen? In geval ge echter accoord gaat met een podium-uitgave (misschien in drie of vier nummers) dan moogt ge het doorsturen naar gerrit.