28

[Aalst, oktober-november 1952]

Beste Gaston,

Uw briefje met ingesloten de cheque goed ontvangen. Natuurlijk doe ik mijn best dit geld u zo spoedig mogelijk terug te bezorgen. Laat mij echter eerst een weinig op adem komen, doch alvast afspreken voor volgend jaar. Ondertussen, hartelijke dank! Het is best mogelijk dat Herreman het over uw verzen in Vooruit zal hebben. Maar dat geeft niet, om er op mijn beurt wat over te zeggen. Ik schreef artikeltjes over Bontridder, Wauters en de anderen, dus ben ik zedelijk verplicht het ook over u te hebben. En daar ik ook nog iets schrijven wil over Dood Hout van Bontridder, neem ik de gelegenheid bij zijn staart om ook Pegasus van Troje aan de beurt te laten komen. Opnieuw heeft mij vooral "Zee" en "De rekening van het kind" ontroert. Ook Boy verdient te worden bekend gemaakt.
Ondertussen, ik denk nog veel aan onze roman die we samen eens zullen schrijven. Ik stel me winteravonden voor, in mijn nieuw huizekot - en gij ginder ondertussen aan de stroom - met schemer die er over neerdaalt en die mij weer opnieuw goesting doet krijgen om veel en lang te schrijven. Maar ik stel me zoveel voor...
In elk geval, ge móét komen als het huis gedoopt wordt. 'den Isengrimus' verwacht u!

Zeer hartelijk en nogmaals dank,
uw Louis