35

[Erembodegem, kort na 11 september 1953]

Beste Gaston,

Eerst en vooral: proficiat met de prijs voor poesie. Welke zijn nu uw vreemde, en misschien wel wat (verholen) minachtende indrukken? Ik vraag dat alleen maar omdat ook ik wellicht eens, later - veel later - deze prijs, maar voor het proza, in de wacht zal slepen. De prijs zelf zal mij niet veel zeggen, maar de centen zullen dubbel spreken.
En nu een vraag die mij nauwer aan het hart ligt, en mij nu van de lever moet: waarom toch zijt ge niet gekomen in Augustus, zoals wij reeds min of meer waren afgesproken?
En nog iets: aan de roman, die wij eigenlijk samen moesten maken, heb ik dan maar alleen voortgewerkt. Het gaat over een kledden, die alles om zich heen ziet ten ondergaan, terwijl hij blijft bovendrijven - hij heeft dan ook, op het laatste, de bijnaam van: de Kurk. Nu hieromtrent een dubbel vraag:
a) Wauters vindt het een mislukte roman, terwijl Walravens zegt dat het "niet slecht" is. Ikzelf twijfel wel een beetje. Zoudt gij die niet willen lezen en zeggen of het ja dan neen goed is?
b) Of zoudt gij, integendeel, als ik u stuk per stuk opstuur, er niet aan voortwerken en er telkens een stuk bijschrijven? Dan herwerk ik weer het volgend stuk tot het een geheel vormt met de bladzijden Burssens-Boon, en krijgt gij weer dat volgend stuk... enzovoort?

ondertussen zeer hartelijke, groeten aan mevrouw Burssens, en groeten van mijn vrouw vice versa, uw
Louis

P.S. Ik zou liefst dit laatste hebben (b.) wij kunnen er werkelijk samen iets prachtig van maken. En zeg mij niet dat ge schilderen moet, godomme!