Adolf Molter (1896-1975) was de zoon van een naar België uitgeweken Duits echtpaar, Carl Molter en Susanna Knugely. Hij werd geboren in Antwerpen en verwierf in 1926 de Belgische nationaliteit. Molter behaalde vermoedelijk geen diploma; hij begon zijn carrière als kantoorklerk. (Telefoongesprek B. Kennis met B. Cools, dd. 24 november 2003) Hij was al op jonge leeftijd actief in de socialistische beweging en legde daarnaast een bijzondere interesse aan de dag voor de literatuur – beide interesses combineerde hij in de brochure De arbeid in de literatuur (1923). Zijn eerste schreden in de journalistiek zette Adolf Molter bij de Antwerpse socialistische partijkrant De volksgazet, hij was correspondent in Brussel en werd vervolgens benoemd tot redactiesecretaris. In 1933 werd hij hoofdredacteur van de krant, in opvolging van Camille Huysmans, Antwerpens nieuwe burgemeester. Conform de journalistieke tradities probeerde ook de nieuwe hoofdredacteur van De volksgazet een plaats in de politiek te verwerven en in 1952 zou hij gecoöpteerd senator worden voor de Belgische Socialistische Partij (BSP). Al bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Molter eerste schepen van Antwerpen. Begin september 1942 nam hij vrijwillig ontslag uit het schepenambt, nadat in de havenstad de jacht op de joden was geopend. Molter was actief in de tot maart 1944 door Leopold Flam geleide Antwerpse sectie van het Joods Verdedigingscomiteit/Comité de Défense des Juifs (JVC/CDJ). Hij is een van de ‘redders’ wier naam is opgenomen in de, in Ephraïm Schmidts Geschiedenis van de joden in Antwerpen (1963) afgedrukte, ‘erelijst’ (zie L. Saerens, Vreemdelingen in een wereldstad. Een geschiedenis van Antwerpen en zijn joodse bevolking (1880-1944), Lannoo, Tielt, 2000, p.684, 687, 704 en 710). In november 1945 werd Adolf Molter aangesteld als afgevaardigd-beheerder van de in 1923 gestichte S.M. (Samenwerkende, dit is coöperatieve Maatschappij) Ontwikkeling. Naast het dagblad Volksgazet (het lidwoord was intussen weggevallen) gaf Ontwikkeling na de bevrijding onder meer het maandblad voor politiek en cultuur Nieuwe stem (1946-1967) uit, de tweemaal per week verschijnende Sportgazet (1945-1947), het letterkundig maandblad Nieuw Vlaams tijdschrift (1946-1983) en het algemeen weekblad Parool (1946-1947). Daarnaast publiceerden het Antwerpse Ontwikkeling en het Gentse Het Licht samen het geïllustreerde familieweekblad ABC, waarvoor eens per week ten kantore van Volksgazet vergaderd werd door twee Antwerpse en twee Gentse redacteurs (zie brief 8, noot 3). Van de eerste redactie had Molter zelf nog deel uitgemaakt en dat onderstreept het belang dat de latere grote man van Ontwikkeling hechtte aan de band met het brede publiek. De naoorlogse partijkrant Volksgazet besteedde veel aandacht aan sport en lokaal nieuws, drukte met grote regelmaat reportages af en verzorgde haar promotie. Mede daardoor steeg de gemiddelde oplage in 1946 tot 144.000 exemplaren, waarmee de nog door ‘vadertje Anseele’ gestichte Gentse zusterkrant de loef werd afgestoken. Driekwart van die oplage werd in de provincie Antwerpen afgezet, maar ook in Oost- en West-Vlaanderen verkocht het sinds de bevrijding door Jos van Eynde geleide Volksgazet vrij aardig. (Zie B. Broeckx, Inventaris van het archief van SV Ontwikkeling & Excelsior NV uitgeverij en drukkerij van het dagblad ‘Volksgazet’, AMSAB, [s.l.], 1999, p.xii-xiii) Het succes verpestte de relatie met Het Licht, dat zich beriep op voor de oorlog gemaakte ‘territoriale afspraken’ tussen Vooruit en (De) Volksgazet. Met name het promotieoffensief van ‘de Antwerpenaren’ werd als imperialistisch ervaren. Ook Boon maakte occasioneel deel uit van de Antwerpse stoottroepen. Nadat hij begin 1945 een vergeefse poging ondernomen had om redacteur te worden van de Antwerpse rode krant, mocht hij in de zomer van 1947 twee reportages leveren aan Volksgazet: het in drie delen gepubliceerde ‘Jeugd van vandaag’ en het over elf afleveringen verspreide ‘Zwerftocht in Engeland’. Die occasionele medewerking alsmede zijn medewerking aan het bovenvermelde weekblad Parool (‘Ook de afbreker bouwt op’) moeten hoge verwachtingen omtrent vastere betrekkingen hebben gewekt bij Boon, hetgeen zijn voorbarig ontslag als redactiesecretaris van Front kan helpen verklaren (zie brief 7, noot 3). Onder meer via Hubert Lampo, literatuurcriticus van Volksgazet en redactiesecretaris van Parool en Nieuw Vlaams tijdschrift, drong Boon meermaals bij Molter aan op zijn regelmatige medewerking aan de krant of een of ander baantje. De grote baas van Ontwikkeling hapte echter niet toe en dankzij Richard Minne zou Boon in de herfst van 1948 integendeel een voet tussen de deur krijgen bij Vooruit, de Gentse ‘broederkrant’ (zie ook brief 1, noot 2 en brief 24, noot 5). Onder leiding van Gust De Block, de nieuwe directeur van Het Licht (zie brief 16, noot 6), was het door vader Anseele gestichte dagblad vanaf september 1947 de concurrentie met het populaire Volksgazet ten volle aangegaan en daardoor zou Boon uiteindelijk min of meer toevallig in ‘Gent’ onder de pannen raken (zie brief 49, noot 4). Door het dynamische beleid van De Blocks Antwerpse tegenvoeter Adolf Molter, nam Ontwikkeling intussen een hoge vlucht en de uitgeverij, die in 1949 in Antwerpen zelfs een eerste eigen boekhandel opende, ging vanaf de jaren vijftig naast populaire literatuur ook ambitieuzere letterkundige (Van Aken, Claus, Daisne, Lampo, Michiels, Mussche, Snoek, Walschap, Zielens), geschiedkundige (de door Jan Dhondt geredigeerde Geschiedenis van de socialistische arbeidersbeweging in België) en filosofische werken (diverse titels van Leopold Flam) in haar fonds opnemen. Van Boon zou bij Ontwikkeling in 1955 de korte roman Menuet verschijnen, in de prestigieuze ‘NVT-reeks’. Omdat de schrijver toen al enkele jaren onder contract lag bij De Arbeiderspers, ging de uitgave gepaard met de nodige strubbelingen en uiteindelijk verwierf Ontwikkeling alleen het publicatierecht voor Vlaanderen (zie brief 49, noot 5). Vermoedelijk verprutste Boon door zijn hoogst dubieuze optreden in deze zaak definitief zijn kansen om een baan in de wacht te slepen bij Ontwikkeling. Dat mocht ironisch heten, want zijn handelwijze viel goeddeels te verklaren door het verlangen om een vaste betrekking te forceren. Sinds zijn deal met Minne en Vooruit in het najaar van 1948 was Boon immers blijven proberen om, behalve onder meer bij het liberale Laatste nieuws (zie o.a. brief 29, noot 3), ‘binnen te raken’ bij de grote concurrent Volksgazet. Opnieuw werd Hubert Lampo ingeschakeld om ‘de grote baas’ te vermurwen: “Het is jammer dat Molter nogal weigerig staat tegenover mij, ik zou hem anders mooie bijdragen kunnen bezorgen voor het middenblad van Volksgazet of voor A.B.C.” (Ongedateerde brief van Louis Paul Boon aan Hubert Lampo, [dd. juni/juli 1954] – [NVT-archief AMVC-Letterenhuis, Antwerpen]) In een ongedateerde brief van Boon aan Raymond Herreman staat te lezen: “[h]et is wel gek, dat onze ganse socialistische pers niets niemandal nodig heeft, waaraan ik een handje toesteken kan. [...] Molter heb ik reeds de oren van de kop gezaagd, maar daar is niets te doen. […] Doe eens een kaarsje branden voor de heilige socialistus!” [Boon-archief AMVC-Letterenhuis, Antwerpen]

Sluit venster