6

[zomer 1949]

beste Minne,

hierbij 2 mislukte bijdragen: het ene dat veel te lang is, en waar ge zult moeten in knippen, en het andere dat eigenlijk niet geschikt is om te publiceren – ik dacht eerst nog dat het zou gaan met er een beetje in te schrappen... maar het zou haast in zijn geheel moeten weggeschrapt worden. Weet ge wat: steek het bij al het andere dat ge als Rommel ergens wegbergt.
Uw brief heeft mij een roze dag geschonken tussen al de andere grijze dagen... zelfs al geeft hij niet veel hoop, zelfs al deelt gij mij weinig mee dat ik nog niet wist: wijzelf geloven immers niet in de literatureluurderij... wij schrijven maar, om die bepaalde kliek van het nodige te voorzien, en langs die weg om een zeldzaam klontje suiker te bemachtigen – hoeveel keer heb ik nu al niet tegen hun been staan zijken, al beleefd vragend hoe laat het nu was? – Doch gevels schilderen! elaas, er is geen geld bij de mensen... en ook dáár moet ge met twéé zijn: ene die schildert en ene die laat schilderen. Schilderijen verkopen, op een bureel gaan zitten, in een fabriek gaan werken, redacteur worden op de rozerode vaan, redactiesecretaris worden van Front: naar al waar ik mijn poten uitsteek, verandert dadelijk in stront. Het schijnt dat ik misschien... misschien... proeflezer zou kunnen worden in het laatste nieuws, maar dan op voorwaarde dat ik nergens meer in schrijf... en dan zou ik 3000 frank krijgen: drie duizend frank per maand om mijn bek te houden: het is eigenlijk wat weinig. Ik wil drie duizend ontvangen, – ik heb dat immers nog nooit of nergens gehad – maar op voorwaarde dat ik nog kan publiceren en iets bijverdienen.
En nog iets: ik hou de kop boven water... doch het is mijn wijf en mijn jong dat mij naar beneden trekt, daar zij ginder in de diepte aan mijn been vasthangen. Soms vraag ik mij af wat er nu de heer Cuypers, de smeerlap, belette om mij ergens in een bureeltje binnen te duwen?

het beste van Boontje, die nog leeft in de hoop dat hij eens op hun beenderen zal kunnen spuwen.

P.S. pas toch op met de bijdrage: ‘de biecht van de kroes’!