7

[voor 11 augustus 1949]

beste Minne,

de brief die ik u gisteren of eergisteren stuurde, was eigenlijk reeds een 14 dagen geleden geschreven... maar ik ging op kamping naar de ardennen en vergat hem in de postbus te gooien. Nu stuur ik 2 nieuwe hoekjes, en deel u mede dat ik wat suf ben... ook van overal rond te rennen om iets in het zoutbakje te krijgen... hetgeen me inderdaad veelal lukt, doch steeds maar kleine bedragen voor grote bijdragen zijn.
Wat me echter ontbreekt is een vast loon, een vaste inschrijving voor ziekenbeurs en pensioen en sociale wetten, verplichtingen en voordelen. Want.... we hebben voor sociale verbeteringen gestreden, en die sociale verbeteringen hangen nu gelijk een blok aan ons been. Het is niet meer mogelijk om op avontuurlijke wijze ons brood te verdienen: we moeten bediende ergens zijn, of regelmatige arbeider... we moeten in het ministerie zijn of bij een baas werken, zoniet zijn we gelukzoekers en landlopers die in de bak worden gestoken.
Ik zou ook daar een hoekje over schrijven, ware het niet dat die... in een socialistisch blad moesten komen. Misschien zal ik nog wat wachten tot de c.v.p. helemaal de baas is, en wij opnieuw mogen anti zijn?

het beste van Boontje, die hoopt dat de zonne misschien wel eens zal dagen. Nog geen nieuws?