10

[september/oktober 1949]

beste minne,

als gij, spijtig genoeg, uit uw congee zult terugkomen, zult ge hier seffens 3 hoekjes van uw boontje vinden... uw oproep om er inderhaast een stuk of 4 gereed te maken, kruiste mijn eigen brief... toevallig had ik mij diezelfde dag haast doodgewerkt, ik kwam thuis en viel direct in slaap. En daarna was het de moeite niet meer: ge zoudt al in congee vertrokken zijn geweest: ik heb er de ganse tijd mee ingezeten of ik u nu met mijn tekort aan hoekjes geen pater heb bewerkt.
Ik schreef voor de Vlaamse Gids een vergelijkende critiek tussen (of over) André Gide en D.H. Lawrence... critiek die door onze vriend – of is hij het niet? – hoste, werd geweigerd: zou die niet gaan in uw ‘geestesleven’?... misschien in 2 delen?

hartelijk, uw Boontje