12

[november/december 1949]

beste Minne,

ik bijt door... ik ben er zelfs al 2 keer losdoor gebeten... de communisten van Voorpost beginnen al van hun kloten te maken omdat ik liever in de Vooruit schrijf dan bij hen. Gij doet wat gij kunt, en ik ben u daar zeer, zeer dankbaar voor... alleen de geste steekt een mens een riem onder het hart, en dat de anderen naar ons niet omzien moet ons niet verwonderen: eigenlijk zien wij toch naar hen ook niet om. Is het niet?
Ik doe voort met mijn serie over het Doel – lach niet – misschien wordt het vervelend voor u, maar ik heb het eens nodig om voor mezelf wat tot klaarheid te komen. Mijn ogen zijn beu van rond te zien, en mijn hersenen liggen verroest: ik sluit eens voor een poos de ogen en giet wat olie in mijn oren zodat het daar van binnen begint te werken. More brains, godverdomme!

uw Boontje

P.S. Steek uw tijd niet in die Voorstad, had ik geld en een huizeke temidden van een bos, ik zou eens een Andere charel schrijven.