16

[februari 1950]

beste Minne,

onze vriend Kuipers uit holland, die voor u een verbijsterende eerbied heeft, nodigde mij uit naar holland om er over de Vlaamse literkundigen te spreken. Iets wat ik dan ook deed. Zaken zijn zaken. Maar daardoor kwam ik wat in retard met mijn copy. Nu, ge hebt er toch nog een paar, en ik zet mij morgen eens definitief in gang. Er is echter iets anders waarvoor ik u graag wou waarschuwen. Het botert sinds lang niet meer met een bepaalde communistische kliek, wier centrums in het antwerpse en het brusselsche ligt, en die mij niet openlijk durven aanvallen, maar in het geniep allerlei vieze streken uithalen om mij naar de kelder te jagen. Ik verneem nu dat zij ook zinnens zijn om voortdurend naar de redactie van Vooruit te schrijven, onder allerlei namen die niet de hunne zijn, en waarin zij ‘als trouwe lezers van Vooruit’, als ‘beproefde socialist’ enzovoort, enzovoort, zullen bezweren dat mijn rubriek hun niet aanstaat, en zij die liever zouden zien wegvallen. Moest het gebeuren dat De Block u, vandaag of morgen, iets in die zin mededeelt, dan weet ge waar het paard gebonden ligt. Voor een schonere en betere maatschappij, amen.

uw boontje