20

[april 1950]

beste minne,

hierbij weeral 2 hoekjes waar ik, tot mijn ontsteltenis, weeral zo onmogelijk tevreden over ben. Wat is er met mij, dat ik de laatste tijd zo content ben over alles wat ik maak? Ben ik naar de kloten? Zie ik mijn fouten niet meer, of heb ik godzijdank ogenblikken van chance waarin ik de dingen kan zeggen die aan den onderkant van mijn maag liggen te knagen gelijk wormen?
Mijn verzameling briefjes van u groeit niet meer aan, ik herlees ze soms, ik peins dan: het is afgelopen, minne zal er mij geen meer schrijven.
Ik zal aan het einde der maand terug in Gent zijn... 30 april, 1 of 2 of 3 of 4 mei... is het mogelijk tegen dien tijd mijnen Jan de Lichte bij u te hebben?

het beste van uw Boontje