25

[3 juni - 26 juli 1950]

beste minne,

vergeef me dat ik u met potlood schrijf, ik heb voor het ogenblik geen enkele pen of ze is beroest, alle inktpotten zijn leeg, en mijn vier of vijf stylo’s marcheren geen van alle. Trouwens, het blijft toch hetzelfde: al schreef ik met goud, dan zoudt ge nog geen taal of teken van leven geven. Nu, een weinig nieuws van het litteraire front: in holland zijn daar enkele rare kerels die een tijdschrift hebben gesticht. Podium heet het, zij willen daar nu een benelux-tijdschrift van maken, met een uitgever in holland en een uitgever in belgie... een redactie hier en een redactie ginder. Een voorlopige vergadering werd gehouden bij Burssens, en mij werd gevraagd om iets als een soort hoofdredacteur te zijn. Daar zullen vaneigens veel meer jonge gasten deel van uit maken. Doch ook burssens zelf behoort er toe... de hollanders stelden ook voor om Willem Elsschot te vragen, en... Richard Minne. De hollanders trekken dus hun plan met hunne redactie, en de onze zou er dan als volgt uitzien (als allen tenminste accoord gaan, want ik heb nog niemand iets gevraagd): Jan Walravens, Remy van de Kerckhove, Claus, Van Snick, Bert Decorte, Elsschot, misschien ook Raymond Brulez, gij en ik en nog een paar anderen (meestal onbekenden) Heel die rompslomp betekent ook voor mij niet zoveel, maar er schemert voor mij een soort van klein maandloontje in de duisternis des dagelijkschen bitteren levens. En dus ... wat nu de heer Richard Minne betreft, vraag het hem eens, misschien weigert hij wel, maar alà, tot daar dan aan toe.

mag boontje een klein antwoord verwachten?