35

[23 juli 1951 - september 1951]

beste Minne,

zoals gij misschien eveneens gelezen hebt heeft onze vriend Herreman zijn pen gescherpt om te antwoorden op mijn artikel in de Vl. Gids, over uw boek. Ook ik heb daar nogmaals de pen voor in de hand genomen, en een nieuw artikel geschreven. Een schone ruzie, zoals Raymond die eens graag heeft. Ongelukkig heeft nu iemand terzelfdertijd een paar pamfletten geschreven op de kap van Raymond, naar aanleiding van de lieftallige Christine D’haen. Wie het deed weet ik niet, misschien wel Raymond zelf. Ik vrees echter dat hij, ten onrechte, mij daarvan als dader zou kunnen aanzien. Doch hoe nu... moet ik hem schrijven: beste raymond, ik heb dat niet gedaan, hoor! Het ware te gek, en het zou hem alleen maar kunnen in zijn overtuiging – áls hij die daarover hebben zou – versterken. Doch kom, ‘alles komt immers terecht’, nietwaar?
Wat de vergissing aangaat, op de administratie begaan, dat is reeds in orde!

Het bestje van Boontje..