40

[tussen 3 en 15 oktober 1953]

Beste Minne,

in uw ‘oneerbiedige pen’ hebt gij het standpunt ingenomen van het ‘tweede beroep’ laat mij, van mijn kant, het standpunt innemen van de ‘ras-schrijver’, die er zijn beroep van maakt. Voeg er desnoods aan toe dat Boontje, en Boontje alleen, voor deze bijdrage verantwoordelijk is. Maar ik neem deze verantwoordelijkheid op mij, en ben bereid er voor te vechten, en zelfs te sneven. Het moet dedju gedaan zijn met al deze marionnetten, welke mij in de weg blijven lopen.

Ondertussen, zeer hartelijk, uw Boontje.

MAAK ER IETS VAN DAT OPSCHUDDING VERWEKT!
Voeg er in uw ‘oneerbiedige pen’ iets aan toe, om EEN DISCUSSIE IN TE ZETTEN – laten wij eens wat lawaai maken!