49

[juli/augustus 1954]

Beste Richard,

hierbij dan mijn bijdragen over ‘Ismen en Isten’ – ik heb spijt dat het er niet méér kunnen zijn. En moest ik niet opnieuw met twee drie ander onderwerpen in de kop zitten, ik schreef daar eens een ganse brochure over. Maar ik heb nu geen tijd. Eindelijk heb ik den draad gevonden om mijn boek over het kaartspel te schrijven: nieuwe manier om het geluk en de toekomst te voorspellen en te verspelen. Het wordt verdomme iets goed! (laat mij rap wat hout aanraken!) Ondertussen ben ik ook aan een feuilleton voor Vooruit bezig. Binnen een paar dagen is die wel klaar. En Kuipers, Manteau en Molter vechten om mijn boeken te mogen uitgeven. Het geluk lacht mij toe... maar de centen blijven achter. Nu, tenslotte is de illusie al voldoende.

Tussen de regendruppelen door, de groeten van uw Boontje

P.S. ik had ‘bijkanst’ weer de staatsprijs. Ik voel mij gelijk ene die ‘bijkanst’ het groot lot won. Een stomme historie, die ik u wel eens in kleuren en geuren beschrijf...