50

[na 12] september 1954]

Beste Minne,

de laatste tijd nog geen tijd gehad om u zelfs de groeten te doen. Ik ben op koers achter een staatsbaantje, dat gebeurt mij meer. Om de drie jaar eens. Nu is het om de plaats van Inspecteur der bibliotheken te krijgen, die Jonckheere had. Ik tracht daar elkeen voor in beweging te krijgen – tot zelfs onze burgemeester Debunne toe. Ik zal die plaats vaneigens niet krijgen, gelijk ik nog nooit iets gekregen heb – maar mijn vrouw blijft toch iedere dinsdag de kapel van Sint Antonius stuklopen.
– Eenmaal lukt het toch, zegt ze.
– Ja, maar een dag dat ik het niet meer zal nodig hebben.
In elk geval, ik beleef plezier aan dat koersen. Moest ook gij een duwtje kunnen geven, bij de een of andere die toevallig minister van onderwijs en schone kunsten is: merci op voorhand.

P.S. Ingesloten ook een artikel, naar aanleiding van een brief van Johan Daisne. Plaats dat voorlopig nog niet: ik vraag eerst toelating aan Daisne zelf, en geef dan het startsein. Ik ben iedere dag wat meer een schurk aan het worden.

uw Boontje.