51

[september/oktober 1954]

Beste Minne,

Zopas krijg ik een brief van Daisne, dat hij volledig accoord is met het plaatsen van ‘Daisne in verdediging’. Dus, laat het maar komen! Ik schrijf vandaag geen nieuw artikel, omdat ge er nog genoeg hebt – dat is weer een dag meer, waarin ik kan lopen en dretsen om een achtbaar staatsbezoldigde te worden. Straks draag ik nog een hoed op het hoofd, en een decoratie op de borst. Ik denk er ook aan, mij zelfs in mijn brieven niet meer te laten gaan, en ook dáár een serieus gezicht te zetten. Ik ben bezield door deze ene gedachte: wie kan ik als piston gebruiken? Ik heb de oude Boon begraven en er wijwater over gekwispeld. Rust in vrede, arme opstandeling.

uw Boontje

P.S. Moest ge soms iemand ontmoeten die een lange arm heeft, spreek hem dan over mij. En gelijk over de doden, vertel niets dan goeds.