52

[augustus/oktober 1954]

Beste Minne,

Inderdaad, ik heb serieuzer dingen te doen, maar ja, wat wilt ge! Elk van ons is op zijn eigen wijze een beetje van lotje getikt. Zie nu eens, al jaren schrijf ik, het ene boek na het andere – en almeteens ontdekt Teirlinck daar een meesterwerk tussen, waarom weet ik niet. En toch is dat verhaal niet beter of niet slechter dan de rest... en toch heeft hij het over ‘vorm, en bouw’ en de ganse verdere santaboutiek. Waarom, vraagt hij, hebt ge in al uw andere werken niet deze zelfde prachtige bouw gestoken? En ik heb hem niet eens kunnen antwoorden – hij zou het niet eens geloven, dat dat dan toevallig moet gebeurd zijn.
Toevallig maken wij een meesterwerk, of een jong, of een vliegenscheet. Vergeef mij.

uw Boontje

P.S. krijg ik die foto van Lucebert terug? Ik zou het graag in een kadertje ophangen