205;al.1;1
- M2b: <Ne>>Een>
vroege<+n> kille<+n> morgen<-d>
205;al.1;2
205;al.1;5
- D: <Ze hebben>>Men
is> er dezen nacht verscheidene<+n>
205;al.1;6
- M2a: <+,>
zegt er eene
- D: , zegt er
een<-e>
205;al.1;7
205;al.1;8
205;al.1;8
- D: <bijvallen>>bij
vallen>
205;al.1;9
205;al.1;10
- D: En <denzelfden>>hetzelfde>
moment
205;al.1;11-12
- M2b: <hare>>haar>
man niet, dien<-en> pronten soldaat
- D: haar man
niet, die<-n> pronte<-n> soldaat
205;al.1;12
205;al.1;13
- D: ook binnen
<+,> Ingels?
205;al.1;13-14
- M2b: Wat kunt
ge anders <- doen> dan nekeer glimlachen,
- D: Wat kunt
ge anders dan <nekeer>>eens> glimlachen,
205;al.1;14-15
- M2b: die het
<- groote> wonder van de dood ondergaan,
- D: die het wonder
van de<+n> dood ondergaan,
205;al.1;17
- D: een simpele<-n>
soldaat
205;al.1;18-19
205;al.2
205;al.2;6
- M2a: zeker <+,>
zeker, de kleine Albrik,
- D: zeker, zeker,
<- de> kleine Albrik,
205;al.2;7
205;al.2;8
- M2a: weer <zóo>>zóó>.
Serieus <,>>!> tatata.
- D: weer <zóó>>zoo>.
Serieus! tatata.
205;al.2;9
205;al.2;11
- M2b: Ze zit
bij Elie binnen<-gekropen>.
205;al.2;12
206;al.1;1
- M2b: <haren>>haar>
schoot
206;al.1;2-3
- M2a: het hangt
achterover gekamd <+,> en ge ziet er vettige stre<-e>pen tusschen
liggen.
- D: het hangt
achterover gekamd, <en ge ziet er vettige strepen tusschen liggen>>met
vettige strepen er tusschen>.
206;al.1;3-4
- M2a: <+,>
is ze. Ja <+,> vroeger poepte ze <haar>>zich> op,
- M2b: , is ze.
Ja, vroeger <poepte>>popte> ze zich op,
206;al.1;4-5
- M2a: schilderijken
<.>>,> <E>>e>n iedere mansmensch
206;al.1;8
- M2a: willens
<+,> nillens.
206;al.1;8-9
- M2a: Eigenlijk
bedoelde zij daar <- misschien> geen slecht mee.
206;al.1;11
206;al.1;13
- M2a: <sanderdaagsch>>'s
anderendaags>
206;al.1;14
- M2a: Ja <+,>
en dan had<-t> ze die natuurlijk lief. Ach <+,>
- D: Ja, en dan
had ze die<+n> natuurlijk lief. Ach,
206;al.1;15
- M2b: met trouwen
<.>>,> <Z>>z>ulke meisjes
206;al.1;16-17
- D: zitten <.>>,>
<D>>d>ie weten
206;al.1;17-18
- M2a: niets op
zijn plaat<+s>, vuil en rommel. Dedju <+,>
206;al.1;19-20
206;al.1;22
- M2a: <laat>>zet>
hij <hem>>zich> neer op ne stoel. Gotver<+,>gotver<+,>
- M2b: zet hij
zich neer op <ne>>een> stoel. Gotver, gotver,
206;al.1;24
206;al.1;28
- D: zoent het
nat weg < . >> , > <D>>d>an is het kermis.
206;al.1;29-31
- M1a: Den dag
nadien zij hij haar staan klappen bij een mansmensch. Poep u zoo niet op,
schreeuwt hij in een blinde jalouzie ./, [?] Elie van hierover
- M2a: Den dag
nadien <zij>>ziet> hij haar staan klappen bij een mansmensch.
Poep u zoo niet op, schreeuwt hij in een blinde jalou<z>>s>ie
<./, [?]>>.> [+X] Elie van hierover
- M2b: Den dag
nadien ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. <Poep>>Pop>
u zoo niet op, schreeuwt hij in een blinde jalousie <.>>,> Elie
van hierover [-X]
- D: Den dag nadien
ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. Pop u niet zoo op, schreeuwt
hij in een blinde jalousie <,>>.> [+X] Elie van hierover
- VW: den dag nadien ziet hij haar staan klappen bij een mansmensch. Pop u niet zoo op, schreeuwt hij in een blinde jalousie [ . ]], ] [-X] Elie van hierover
206;al.1;32-33
- M2a: het hangt
met brokken rond hare<+n> kop.
- M2b: het hangt
met <brokken>>slierten> rond <haren>>haar> kop.
206;al.1;34
206;al.1;36
- M2a: En toch
heeft ze beste bedoelingen <+,> want zie,
- D: <- En>
<t>>T>och heeft ze beste bedoelingen, want zie,
206;al.1;37
- M2a: een<+s>
grondig kuischen.
207;al.1;1
207;al.1;2
207;al.1;4
- M2b: Over ander
dingen<-s>
- D: Over ander<+e>
dingen
207;al.1;5-7
- D: en op de
kast <- staat> een Mariabeeldeken met waarempel echte versche blommekens
<+er>voor.
207;al.1;8
207;al.1;8-9
- M2a: Het is
bij <ons>>onzen> <+,> Ingels,
- M2b: Het is
bij <onzen>>ons>, Ingels,
207;al.1;9
207;al.1;10
207;al.1;11
207;al.1;13
207;al.1;15
- D: <moeten
de anderen>>moet iedereen> het nu weten?
207;al.1;18-19
- M2a: en schreit
ook nog heviger, Ingels overdonder<d>>t> hen
- D: en schreit
<- ook> nog heviger, Ingels overdondert hen
207;al.1;21
- M2a: ne kazernekoer
<!>>.>
- M2b: <ne>>een>
kazernekoer.
- D: een kazernekoer
<.>>!>
207;al.2;3
207;al.2;4
207;al.2;5
- M2a: En ik ben
weg <+,> zegt hij.
207;al.2;10
- M2a: nooit over
hare<+n> mond
- M2b: nooit over
<haren>>haar> mond
- D: nooit <over>>uit>
haar mond
207;al.2;11-12
- M2a: <+,>
zit boven op den trap
- M2b: , zit boven
op de<-n> trap
207;al.2;13
207;al.2;14
207;al.2;15
- M1b: ze weten
<+ het> rap als ge hen beklaagd. Ja zegt ze
- M2a: ze weten
het rap als ge hen beklaag<d>>t>. Ja <+,> zegt ze <+,>
207;al.2;16
- M2b: naar mijn
kamerkens <-,> mijn patatten schillen,
208;al.1;2-3
- M2a: Telkens
als ze zegt <+,> ik ga naar huis,
- M2b: Telkens
<- als> ze zegt, ik ga naar huis,
- D: Telkens <+
als> ze zegt <,>>:> ik ga naar huis,
208;al.1;3-4
- M2a: vast heeft
<+,> begint ze een nieuw vertelselken.
- D: vast heeft
<-,> begint ze een nieuw vertelselken.
- VW: vast heeft
[+, ] begint ze een nieuw vertelselken.
208;al.1;5
- M2b: <ne>>een>
koer, <ne>>een> stomme koer.
208;al.1;6
208;al.1;7-8
- D: die<-n>
zoogezegde<-n> stomme<-n> koer
208;al.1;8
208;al.1;8
208;al.1;11
- M2a: <+,>
zegt Maria, en ze zucht. Ja <+,>
208;al.1;13
208;al.1;16
208;al.1;18
- M2b: <haren>>haar>
schoot
208;al.1;19
- M2a: laat <haar>>zich>
vallen
208;al.1;20
208;al.2;1
- D: <achtergegaan>>om
gegaan>
208;al.2;5
208;al.2;6
208;al.2;8
- D: <en>>dat>
ge van een ander
208;al.2;10
208;al.2;12
- M2a: de <sinema>>cinema>
staan gapen. Hij rekt <hem>>zich>,
208;al.2;13
- M2b: hebben
<,>>.> <m>>M>et zijn klein
- D: hebben. Met
zijn klein<+e>
208;al.2;16
- M2a: mobilisatie
<+,> aan de burgers
208;al.2;17
209;al.1;1
- D: peutert er
<- ook> aan
209;al.1;2
- M2a: <+,>
en hangt over zijne<+n> kop
- M2b: , en hangt
over zijn<-en> kop
209;al.1;3
- M2a: <+,>
omdat het lost <+,>
- D: , omdat het
<+ papier> lost,
209;al.1;4
- M2a: over zijne<+n>
kop hangt,
- M2b: over zijn<-en>
kop hangt <-,>
209;al.1;5-6
209;al.1;6
- D: Oeioei manneken
<,>>...>
209;al.1;9
209;al.1;11-12
- D: En waar <hij>>het>
niet aan kan smijt <hij>>het> modder over, daarmee heeft <-
het> een ander <+ het> ook niet.
209;al.1;18
- D: de<-n>
aard is der menschen?
209;al.1;18
209;al.1;19
209;al.1;23
209;al.2;1
- M2a: Zijne pa
echter wordt oud <vóor>>voor> zijn jaren. Een nest kinderen
- M2b: Zijn<-e>
pa echter wordt oud voor zijn jaren <.>>;> <E>>e>en
nest kinderen
- D: Zijn pa echter
wordt oud <+,> voor zijn jaren; een nest kinderen
209;al.2;3-4
- M2b: en ze zijn
vergeten dat <- ze> in het laatste van de zeven huizekens nog <ne>>een>
vader <hebben zitten>>zit>.
- D: en ze <-
zijn> vergeten dat in het laatste van de zeven huizekens nog een vader
zit.
209;al.2;5
- M2a: <+,>
dan staan ze alle vijf voeten op uwen dorpel
- M2b: , dan staan
ze alle vijf voeten op uw<-en> dorpel
209;al.2;6-7
- M2a: Zijn vrouw
krabbelt achteruit. Ze vermager<d>>t>, krijgt <holle kaken>>hollekaken>
<+,> en oogen die binnen in hare<+n> kop kruipen.
- M2b: Zijn vrouw
krabbelt achteruit. Ze vermagert, krijgt <hollekaken>>holle kaken>,
en oogen die binnen in <haren>>haar> kop kruipen.
- D: Zijn vrouw
krabbelt achteruit <.>>,> <Z>>z>e vermagert, krijgt
holle kaken, en oogen die binnen in haar kop kruipen.
209;al.2;10
- M2a: gehad<-t>
in de kleinsten,
- M2b: gehad in
de kleinste<-n>,
- D: gehad in
de<+n> kleinste,
209;al.2;12
- M2a: eens loeren
om <het>>te> zien
- M2b: <- eens>
loeren om te zien
209;al.2;12-13
- M2b: een<-e>
keer dat ge het gezien hebt kunt ge uw<-en> kop niet meer terugtrekken
- D: een keer
dat ge het gezien <hebt>>hebe> kunt ge uw kop niet meer terugtrekken
- VW: een keer dat ge het gezien [hebe]]hebt] kunt ge uw kop niet meer terugtrekken
209;al.2;13-14
- D: en <ge>>gt> blijft achter
- VW: en [gt]]ge] blijft achter
210;al.1;5
210;al.1;7-8
210;al.1;9-11
- M2a: met hun
eigen bekende straat op <:>>,> het <café>>céfé>
waar ge den helft van Saargebied kunt op lezen <,>>.> [+X]
<- en> <d>>D>e nieuwe <carree>>carré>
met de stellingen en de kuipen mortel.
- M2b: met <+
de,> hun eigen bekende <+,> straat <- op>, het <céfé>>café>
waar ge den helft van <+..> Saargebied kunt op lezen <.>>,>
[-X] <+en> <D>>d>e nieuwe carré met de stellingen
en de kuipen mortel.
- D: met de, hun
eigen bekende, straat, het café <+, > waar ge de<-n> helft
van <-..> Saargebied kunt op lezen, en de nieuwe carré met de
stellingen en de kuipen mortel.
210;al.1;11
- M2a: Maar<+,>
<alla>>[xxx]> <+,>
- M2b: Maar, <[xxx]>>allà>,
- D: <Maar,
allà>>Maar kom>,
210;al.2;1
210;al.2;1-2
- M2a: een stille
mensch die zijn pintjes vergeet <+.> <savends>>'s Avends>
eens gaat wandelen
- M2b: een stil<-le>
mensch die zijn pintjes vergeet. 's Avends eens gaat wandelen
- D: een stil<+le>
mensch die <zijn pintjes vergeet>>weinig pintjes drinkt> <.
>>;> <'s Avends>>'s avends> eens gaat wandelen
210;al.2;4
210;al.2;5-6
- M2a: zegt hij
<.>>,> <E>>e>en kind dat nu nooit geen school gezien
of gehoord heeft <.>>,> <E>>e>n hij heeft
- D: zegt hij,
een kind dat <- nu> nooit <geen>>een> school gezien of gehoord
heeft, <- en> hij heeft
210;al.2;9-10
- D: <- En>
<s>>S>oms heb ik schrik als ik met hem alleen ben <.>>,>
<H>> h>ij kan u bezien
210;al.2;10
- M2a: <alla>>allà>
- D: <allà>>alla>
210;al.2;11
210;al.2;12
- M2a: [-X]
Het is misschien
210;al.2;17
210;al.2;17
- M1b: steene<-n>
- M2a: steene<+n>
210;al.3;3-5
- M2b: Voor zulken
is het maar oorlog als de stukken muren neven hen <- zullen> omvertuimelen.
- D: Voor zulken
<is>>zal> het maar oorlog <+ zijn> als de stukken muren
neven hen <+ zullen> omvertuimelen.
211;al.1;1
- M2b: het meisken
<dat>>die>
- D: het meisken
<die>>dat>
211;al.1;2
- D: <bijvallen>>bij
vallen>
211;al.1;3
- M2b: van den
vroegen morgen<-d> tot den laten avend
- D: van den vroegen
morgen tot den laten <avend>>avond>
211;al.1;6
- M2a: het koper
kuischen. Ze krijgt <savends>>'s avends> niet gedaan
- M2b: <- het>
koper kuischen. Ze krijgt <- 'savends> niet gedaan
211;al.1;7
211;al.1;8-9
- M2b: om morgen
toch de salons gedaan te krijgen, als ze <- nu> om zes uur opstaat
- D: om morgen
toch <- de salons> gedaan te krijgen, als ze om zes uur opstaat
211;al.1;13
- M2a: en <+:>
ja kind <+,>
211;al.1;14
- D: Ze snelt
trappen op <- en af>,
211;al.1;115-6
- M2a: <+,>
verward <haar>>zich> in een berenvel <vóor>>voor>
een bed,
- D: , verwar<d>>t>
zich in een berenvel voor een bed,
211;al.1;16
211;al.1;17
- M2b: mijn<-e>
kop doet zeer, maar zij
- D: mijn kop
doet zeer <,>>.> <m>>M>aar zij
211;al.1;19
- M2a: den ouden
Durwez en zijn Hilda, wat gaat er nu om <!>>?>
- M2b: de<-n>
oude<-n> Durwez en zijn Hilda,wat gaat er nu om?
211;al.1;22
- M2a: niet <-
meer> buiten.
211;al.2;1
211;al.2;4
- M2b: groot <-
en open> van verwondering
211;al.2;5
211;al.2;6
211;al.2;7
211;al.2;11-12
- M2b: nog <-
ook>,
- D: nog <+
ook>,
211;al.2;12
- M2a: tot alles
in staat. [+X] Die ziet
- M2b: tot alles
in staat. [-X] Die ziet
211;al.2;13
212;al.1;1-2
- M2a: [X]
Doch Sander ginder ver, en Ilona <+,>
- D: [-X]
Doch Sander ginder ver, en Ilona,
212;al.1;2-3
- M2a: zij lachen
met den oorlog. Die <- twee> hebben
- M2b: <zij>>die>
lachen met den oorlog. Die hebben
212;al.1;3-4
- M2a: vreugde
<+,> smart en lijken,
212;al.2;1
- M2a: <+,>
danst zij.
- M2b: , danst
<zij>>Ilona>.
212;al.2;2
- M2b: <hare>>haar>
borsten <+,>
212;al.2;3
212;al.2;4
212;al.2;5
- M2a: En wat
ze verbeel<d>>t> weet ze zelf niet, misschien. Het kan het wilde
dier zijn
- D: En wat ze
verbeel<+d>t weet ze zelf niet <,>>.> <m>>M>isschien
<- Het kan> het wilde dier <- zijn>
212;al.2;7
212;al.2;10-11
- D: De sluier
valt <.>>,> <E>>e>n daar
212;al.2;15
- M2a: Ze zouden
<hun>>zich>
212;al.2;16
212;al.2;17
212;al.2;18
212;al.2;19
- M2b: schuine
oogen <+,> en verborgen in hun hanpalm <+,>
- D: schuine oogen
<-,> en <+,> verborgen in hun handpalm,
212;al.2;20
212;al.2;22
- M2b: <lantarenken>>lantaarnken>.
[X] [?] Als de zon
- D: lantaarnken.
[-X] Als de zon
212;al.2;24
- M2b: den kop
op <een>>den> arm
- D: <den kop>>het
hoofd> op den arm
212;al.2;25
212;al.2;25-26
- M2a: over haar
land <+,> over
212;al.2;26-27
- M2b: die er
over hangen <,>>.> <m>>M>aar ze lacht.
212;al.2;32
- D: de hartstochten
van de menschen <.>>,> <Z>>z>ij prangen
213;al.1;1
- M2a: Zwijg <+,>
zegt Sander, zwijg
- M2b: Zwijg,
zegt Sander <,>>.> <z>>Z>wijg
213;al.1;2
213;al.1;3
213;al.1;5
- M1a: [X]
<En # Naar> de zee
- M2a: [-X]
Naar de zee
213;al.2;1
- M2a: Ze legden
<hen>>zich> neer aan den voet van <een>>de> rots.
213;al.2;3-4
- M2b: maakten
hem laf en moe <.>>,> <E>>e>n wanhopig <,>>.>
<z>>Z>oodat het leven,
- D: maakten hem
laf en moe <,>>...> en wanhopig. Zoodat het leven,
213;al.2;6
213;al.2;7
213;al.2;7
213;al.2;8
213;al.3;3
- M2a: den duivel
met al zijn to<+o>venarij
- M2b: de<-n>
duivel met al zijn toovenarij
- D: de<+n>
duivel met al zijn toovenarij
213;al.3;6-7
- M2a: zijn vingeren
en zijn teen kromden <hen>>zich>, en zocht<-t>en het kleinste
scheurtje.
- M2b: zijn <vingeren>>vingers>
en zijn teenen kromden zich, en zochten het kleinste scheurtje.
- D: zijn vingers
en zijn teenen kromden zich, en zochten het <kleinste>>minste>
scheurtje.
213;al.3;7-8
- M2b: schuimde
de zee, <+ en> sloeg nijdig
- D: schuimde
de zee <-,> en sloeg nijdig
213;al.3;8
- M2a: Hij hoorde
<haar>>ze>
213;al.3;11
- M2a: zijn borst
zwoegde <+,> zijn hert hijgde,
213;al.3;12
213;al.3;13
- D: zijn <vingeren>>vingers>
213;al.4
213;al.4;2
- M2a: tot daar
ho<+o>ren kraken.
- M2b: <- tot
daar> hooren kraken.
213;al.5;1
213;al.5;2
214;al.1;1
- M2a: reeds waardeloos
<+ acht>.
- D: reeds waardeloos
<acht>>is>.
214;al.1;1-2
- M2a: <méer>>méér>
gedaan dan weer <een>>één>
- D: méér
gedaan dan weer <één>>een>
214;al.1;2-3
- M2b: <Hadt>>Waart>
ge gevallen
214;al.1;3-4
- M2a: ja dan
had<-t> ze u misschien liefgehad<-t>,
- D: ja dan had
ze u misschien <liefgehad>>lief gekregen>,
214;al.2;3
- M2a: Doch hij
had<-t> haar lief.
214;al.2;4
214;al.2;4-5
- D: goed wordt
om <- aan> te zien?
214;al.3;1
214;al.3;2
214;al.3;4
- D: blonken en
flitsten <er>>de> messen.
214;al.3;9
- M2a: had<-t>
toegezien werd<-t>
- M2b: <+,>
had toegezien werd
214;al.3;11
214;al.3;12
- D: Hij hoorde
haar <- woest> gillen
214;al.3;13
- M2a: <vóor>voor>
hem. Hij wierp zich lijk een bezetene<-n>
214;al.3;16
- M2b: van <voren>>voor>
hem
214;al.3;17
214;al.3;19
214;al.3;23-24
- M2a: haar geliefd
en kostelijk bloed vloeide warm en zoetekens naar beneden. [-X] Er
ramme<i>>l>den
- M2b: haar geliefd
en kostelijk bloed <+,> vloeide warm en zoetekens naar beneden. Er ramme<l>>i>den
215;al.1;1
215;al.1;2-3
- M2a: lijk den
regen in een kapotte goot, altijd <tik-tik-tik>>tik, tik, tik,>
zei. [-X] Hij vloekte niet,
- D: lijk de<-n>
regen in een kapotte goot <-,> altijd tik, tik, tik, zei. Hij vloekte
niet,
215;al.1;3
- M2a: hij bad<-t>
niet <.>>,> <H>>h>ij zat stom
215;al.1;5-6
- M2b: morgen<-d>
zou worden. [-X] Hoe was hij deerlijk mis <!>>.>
215;al.1;8
215;al.1;8
215;al.1;8
215;al.1;10-11
- D: Hij stond
<langzaam>>moeilijk> recht
215;al.1;11
- D: <+ Ja> <Z>>z>ij lag daar
215;al.1;13
215;al.1;14-15
- M2a: was weg.
Voor altijd <.>>,> <V>>v>oor altijd.
- D: was weg <-.>
<V>>v>oor altijd <,>>.> <v>>V>oor altijd.
215;al.1;15
- M2a: <hem>>zich>
languit over de rotsen <-.> <E>>e>n riep
215;al.1;16
215;al.1;17
- M2a: mijne<+n>
kop
- M2b: mijn<-en>
kop
215;al.1;18
215;al.1;19-20
- M2a: Hij hield
<hem>>zich> maar met <een>>één> hand
vast.
215;al.1;20
215;al.2;1
- M2a: [+X]
Hij <kón>>kon> niet vallen.
215;al.2;4
- M2b: langsheen
<+ de> uitgebrande huizekens
215;al.2;7
- D: al roepende
<op>>om> den dood
215;al.2;9
215;al.2;10
215;al.2;12-13
- M2a: wat had<-t>
hij <méer>>méér> buiten het litteeken op
zijn wang? [-X] In de blokken
215;al.2;14
- M2b: den andere<-n>
Sander is terug <!>>.>
- D: den andere
<+:> Sander is terug.
215;al.2;15
- M2b: <haren>>haar>
eigen man
215;al.2;16
216;al.1;1
- M2a: hij heeft
<-,> van den dag
- D: hij <heeft>>is>
van den dag
216;al.1;2
- M2a: haren dweil
<liggen>>leggen>
- M2b: <haren>>haar>
dweil <leggen>>liggen>
216;al.1;3
216;al.1;7
216;al.2
- M2a: [+X]
Wonder is de wereld,
216;al.2;2
- M2b: <sekonden>>seconden>
216;al.3;1
216;al.3;3
- M2a: tesaam
<,>>:> en bescherm Sander <!>>.>
- M2b: te<s>>z>aam:
en bescherm Sander.
216;al.3;10
216;al.3;11
216;al.3;13
216;al.3;14
216;al.3;15
- D: wat er in
staat <.>>!>
216;al.3;17
- M2a: dien<+e>
mensch
- M2b: die<-ne>
mensch
216;al.3;18
- M2a: <+,>
zegt Bernard <savends>>'s avends>.
216;al.3;18-19
- M2b: ziet ge
dat <.>>,> <H>>h>et zijn oogen die wegdwalen en naar
iets zoeken <dat>>wat>
216;al.4;3
216;al.4;3
- M2a: zijn<+en>
kop
- M2b: zijn<-en>
kop
216;al.4;5
217;al.1;1
- M2a: <hen>>zich>
vrijwillig aangegeven <+,> want
217;al.1;2
- M2b: ge moet
er maar simpel voor in een root <- gaan> staan
- D: ge moet <-
er> maar simpel <- voor> in een root staan
217;al.1;3
217;al.1;4
217;al.1;5
- M2a: <smorgens>>'s
morgens>
217;al.1;9
- D: <loopt>>klopt>
- VW: [klopt]]loopt]
217;al.1;9-10
- M2a: het café
<+,> de nieuwe gas,
217;al.1;11
217;al.2;1
217;al.2;1-2
- M2b: De zon<-ne>
gaat onder en de<-n> hemel wordt rood.
217;al.2;2
217;al.3;1
217;al.3;4-5
- M2a: <+,>
en vloekt omdat het <snoenens>'s noenens> ajuinsaus is en patatten
met de schil aan.
- D: , en vloekt
omdat het 's noenens ajuinsaus is en patatten <met de schil aan>>in
de schil>.
217;al.3;7
- M1b: <[xxxxxxxxxx]>>boerenboterham>
217;al.4;2
- M2b: dien oorlog
<- in de geburen>
217;al.4;4-5
- M2a: benieuwd
<naar>>om>, niemand herinnert <hem>>zich> nog de drie.
217;al.4;8
- VW: [apartementen]]appartementen]
217;al.4;9-10
- M2a: het trekt
<hem>>zich> niets aan van wat tusschen muren gebeurd.
- D: het trekt
zich niets aan van wat tusschen muren gebeur<d>>t>.
217;al.5;2-3
- M2a: of ze hang<+t>
achter een gordijn te loeren <+,>
218;al.1;1
218;al.1;3
218;al.1;4
- D: op het kantwerk
<- gericht>
218;al.1;5
- D: waar ze hem
<met>>mee> treiteren kan
218;al.1;6
218;al.1;7
- M1b: naar <+
haar> oogen zien
218;al.1;8
- M2a: Ze bijt
in haar vingeren en vraagt <haar>>zich> angstig af
- M2b: Ze bijt
in haar <vingeren>>vingers> en vraagt zich angstig af
218;al.1;9
- M2a: Maar <wát>>wat>
dan <,>>!> Angst?
218;al.1;10
- M2b: angst <-
gaan> hebben <.>>?>
218;al.1;11
- M2a: schuift
<haar>>zich>
218;al.1;12-13
- M2a: <+,>
vraagt hij. Ja <+,> zegt ze,
218;al.1;14
- M2a: vraagt
<haar>>zich> af
218;al.1;14-15
- M2a: Ga weg
<+,> denkt ze, ga weg <+,>
218;al.1;15
- VW: dat ik weer normaal word[-t]
218;al.1;15-16
- M2b: en mijn
zelven, ga weg <+,> of ik sla iets op uw<-en> kop,
- D: en <mijn
zelven>>mijzelve>, ga weg, of ik sla iets op uw kop,
218;al.1;16
- M2a: niet<-s>
anders
- M2b: niet<+s>
anders
- D: niet<-s>
anders
218;al.1;18
- M2a: moei<-e>lijk
om onthouden, allemaal die klosjes
- D: moeilijk
om <+ te> onthouden <-, > allemaal die klosjes
218;al.1;21
- M2a: hand in
<.>>,> <H>>h>ij voelt
218;al.1;22
- M2a: zijne<+n>
mond
- D: zijn<-en>
mond
218;al.1;22-23
- M2b: die hem
<- eens> belachelijk wou maken.
218;al.2;2
218;al.2;4
- M2a: <+,>
alhoewel het maar een koelen dag is.
- M2b: , alhoewel
het maar een koele<-n> dag is.
218;al.2;7
- D: <stokken
van vingeren>>vingers>
218;al.2;9-10
- D: <willen
zien hebben>>hebben willen zien>.
218;al.2;10
218;al.2;12
- M2b: <+,>
en haar beenen,
219;al.1;3
219;al.2;3
- M2b: <+,>
dat de<-n> stielman
219;al.3;1
- M2a: En Mark
blijft weg <!>>.>
219;al.4;2
219;al.4;4
219;al.4;6
219;al.4;10
- M2b: in den
hoek <+,> over het verfomfaaide kleed <+,>
219;al.5;1
- D: <- En>
<d>>D>an komt Mark wel.
219;al.6;6
- M1b: <[xxx
xxxx]>>zegt achter>
219;al.6;7-8
- M2a: <+,>
en misschien toevallig, misschien heel onwillekeurig <+,>
219;al.6;10
219;al.6;15-16
- M2a: Durwez<-
'> meer op, het is een anderen naam, <dezijnen>>de zijnen>.
- M2b: Durwez
meer op, het is een andere<-n> naam, de zijne<-n>.
220;al.1;1-2
- M2a: Zij, Elie.
En hij recht <hem>>zich> en wil <presies>>precies>
iest van zijn schouders smijten.
- D: <- Zij,
Elie.> En hij recht zich en wil precies iets van zijn schouders smijten.
220;al.2;1
220;al.2;7
- M2a: Een <+,>
twee <+,> drie,
220;al.2;9
220;al.2;11
- M2a: ziet haar
<.>>;> <Z>>z>ijn asem gaat traag en beklemd. Als ze
haar nu
- D: ziet haar;
zijn <asem>>adem> gaat traag en beklemd. Als ze <haar>>
zich> nu
220;al.2;13
- M2a: dan wiekt
hij op eigen vleugelen, hij zal er wel komen <+,> heel alleen,
- M2b: <- dan
wiekt hij op eigen vleugelen,> hij zal er wel komen, heel alleen,
220;al.2;14
- M2a: Zij gaat
altijd verder <+,> Elie.
- M2b: <+ Doch>
<Z>>z>ij gaat altijd verder, Elie.
220;al.2;15
- M2b: zooveel
de<-n> <donkeren>>duisternis> het toelaat
- D: zooveel <de
duisternis>>het duister> <het>>dat> toelaat
220;al.3;1-2
- M2a: En dan
ligt er in het Saargebied een gazet op het tafelken <+,> dicht<-st>
bij de <vitrien>>[: vitrien]>.
- M2b: <En
dan ligt er in het Saargebied>>In het Saargebied ligt> een gazet
op het tafelken dicht bij de [:vitrien].
- D: <In het
Saargebied ligt>>Dan ligt er in het Saargebied> een gazet op het
tafelken <-,> dicht bij de <[:vitrien]>>vitrien>.
220;al.3;2
- M2a: verveelt
<hem>>zich>
220;al.3;4
- M2a: voor de
grootstad <.>>;> <E>>e>n Mejuffer Hilda Durwez
220;al.3;5
- M2b: met den
heer Mark <+...> enzoovoort, enzoovoort.
- D: met den heer
Mark <+;>... enzoovoort, enzoovoort.
220;al.3;6
- M2a: gaapt <+,>
en zou hij <hem>>zich> nu gaan
220;al.3;7-8
- M2a: en <+:>
dag Molleken. Merci <+,>
220;al.4;2
220;al.4;4-5
- M2a: die snijden
of de nieuwe borstels <,>>...> [+X] <m>>M>aar
neem nu eens
- M2b: die snijden
<+,> of de nieuwe borstels... [X] Maar neem nu eens
- D: die snijden,
of de nieuwe borstels... [-X] Maar neem nu eens
220;al.4;5-6
- M2a: draait
en waait <:>>.> In het begin gin ook alles goed, het water,
- M2b: draait
en waait. In het begin ging ook alles goed <,>>.> <h>>H>et
water,
220;al.4;7-8
- M2a: stond<-t>
op zijn plaats <,>>.> <de blommen>>De bloemen> en
de beesten waren alleen <+,> en gelukkig.
220;al.4;8
- M2a: Maar nu
<!>>...> De<+n> eene benijdt dat de<+n> andere<+n>
scheit. En Hilda loopt seffens
- M2b: Maar nu...
De<-n> eene benijdt dat de<-n> andere<-n> scheit. En Hilda
loopt seffens
- D: Maar nu <...>>.>
<- De eene benijdt dat de andere scheit. En> Hilda loopt seffens
220;al.4;9
- D: den weg <.>>,>
En omgekeerd.
- VW: den weg [
, ]] . ] En omgekeerd.
220;al.4;9
- M2a: buiten
kwam <+,> als eens
221;al.1;1
- D: <haar>>zich>
opsloot in de stilte en de <muffigheid>>mufheid>
221;al.1;2-3
- M2b: waar de<-n>
tijd niet meer bestaat, waar het riekt naar ouderdom en dood.
- D: waar de tijd
niet meer <bestaat>>bestond>, waar het <riekt>>rook>
naar ouderdom en dood.
221;al.1;3
221;al.1;5
- M2a: de eene
achter de<+n> <achtere>>andere>
- M2b: de eene
achter de<-n> andere
- D: de eene achter
de<+n> andere<+n>
221;al.1;8
221;al.1;11
221;al.1;13
- M2a: [-X]
Soms gingen ze op reis
221;al.1;17-18
- D: En ze dacht
soms <+ terug> aan de dagen in het klooster <- terug> <+,>
met een
221;al.1;20
221;al.1;22-23
- D: op de kinderkamer
<,>>.> <d>>D>oor het hooge raam viel licht van de<-n>
tuin
221;al.1;25
- M2a: <zóo>>zoo>
- D: <zoo>>zóó>
221;al.1;25-26
- M2a: <sinema
voorstelling>>cinemavoorstelling>. Zij kleedde <haar>>zich>
op
221;al.1;29
221;al.1;29
221;al.2;1
- M2b: Zulke dingen<-s>
vertel<de>>t> ze
221;al.2;2
221;al.2;3
- D: <datzelfden>>ditzelfde>
liedje<-n>
221;al.2;4
- M1b: geen spook
<dat>>die>
- D: geen spook
<die>>dat>
221;al.2;5
- D: Leef het
heden <.>>,> <W>>w>ees met
221;al.2;6
- M1a: in den
dag van vandaag.
- D: <in>>bij>
den dag van vandaag.
221;al.2;7
221;al.2;7
222;al.1;2
- D: <kan in>>in
kan> schoppen
222;al.1;4
- M2b: door het
huis <,>>.> <d>>D>e stilte
222;al.1;5
- M2a: in den
hoek <- of> op zolder.
222;al.1;5-6
- M2a: <haar>>zich>
in twee drie kamers.
- D: zich in twee
<+,> drie kamers.
222;al.1;7
222;al.1;8
- M2a: het gebeur<d>>t>
zelfs
222;al.1;8-9
222;al.1;17-18
- M2a: een oud
<- oud> hoekje
- M2b: een <-
oud> hoekje
222;al.1;18
- M2a: <teedere>>teedre>
langvoorbije dingens
- M2b: <teedre>>teedere>
langvoorbije dingen<-s>
222;al.1;19
- D: <een>>en>
dik grijs papier
222;al.1;23-24
- M2a: maar <-,>
mijn hemel, wat staat <dáar>>daar>
222;al.1;25-26
- M2a: keert <haar>>zich> met de oogen
halftoegeknepen <,>>.> [+X] <e>>E>en half uur nadien
- D: keert zich met de oogen halftoegeknepen. [-X] Een half uur nadien
222;al.1;27
222;al.1;28
222;al.1;29-30
- D: <+,>
en <+ in> brons geverfd
222;al.1;32-33
- D: naar beneden
<-,> hier een brok
222;al.1;33
222;al.1;34
222;al.1;35-36
- M1b: Ze hadt
iets heelemaal anders ge<[xxxx]>droomd>.
- M2a: Ze had<-t>
iets heelemaal anders gedroomd.
222;al.1;37
- M2a: en dertig kilo brons <+,>
223;al.2;1-2
- M2a: en misloopt
<hem>>zich>, van puur gewoonte
- D: en misloopt
zich, van <puur>>pure> gewoonte
223;al.2;10
- M2a: <tik-tak,
tik-tak>>tik tak, tik tak>
223;al.2;12
- M2a: schikt
<+,> past en telt
223;al.2;14-15
- M2a: <+ een>
eind verder neersmijten, zoodat ge niet meer verder lezen <kúnt>>kunt>.
223;al.2;15-16
- M2a: God, wat
steekt hij nu uit <!>>.>
223;al.2;17
- M2a: Ze <kán>>kan>
het niet
223;al.2;18
- M2a: De halfuren
verstrijken en waar blijft hij <+,> vraagt ze <haar>>zich>
af.
- M2b: De halfuren
verstrijken <+.> <e>>E>n waar blijft hij, vraagt ze zich
af.
223;al.2;20
- M2a: <+,>
zijn onmeedo<+o>genheid.
- D: , zijn onmeedoogen<+d>heid.
223;al.2;21-22
- M2a: de<+n>
verzenbundel
- M2b: de<-n>
verzenbundel
223;al.3;2
- M1b: te laten
maken: misschien in blinkend congolees<+c>hout [?],
- M2a: te laten
maken <:>>.> Misschien in blinkend <congoleeschout>>
congoleescj#h hout>,
223;al.3;4
224;al.1;1
- D: ze moet <haar>>zich>
inhouden
224;al.2;2
- M2b: op zijn
hoede <,>>.> <w>>W>acht maar <.>>!>
224;al.2;3
- M2a: iets eenig
<+,> zoo een bibliotheek.
- D: iets eenig<+s>,
zoo een bibliotheek.
224;al.2;4
- M2a: Het volk
gebaar<d>>t>
224;al.2;4-5
- M2a: werkt door
<:>>.> Het onweder zal gaan losbarsten.
- D: werkt door
<.>>,> <H>>h>et onweder zal gaan losbarsten.
224;al.2;7
- M2a: in haar
gezicht <!>>?>
224;al.2;8
224;al.3;3-4
- M2a: keert <haar>>zich>
om
224;al.3;6
- D: <- En>
<d>>D>e oude madam
224;al.3;8
224;al.3;8-9
- M2a: Madame,
het eten <!>>.>
- M2b: Madam<-e>,
het eten.
224;al.4;1
- M2b: [X]
Wat ze daar <+,> opgesloten tusschen vier muren doet <+,>
- D: [X]
Wat ze daar <-,> opgesloten tusschen vier muren doet <-,>
224;al.4;3
224;al.4;4
- M2b: een verlangen
meer <,>>:> dat haar kaarsken
224;al.4;7
- M2b: in den
familiekelder <+,> en Hilda
224;al.4;9-10
- D: wacht u hetzelfde
<.>>:> Eerst loopt ze alleen in het kasteelken <,>>.>
<t>>T>rouwt
224;al.4;10-11
- D: en verhuist
<,>>.> <e>>E>n toch blijft het eender <:>>,>
nu loopt ze hier alleen.
224;al.4;13
- M2a: lang kan
ze er <+ bi> niet bij zitten,
- M2b: lang kan
ze er <- bi> niet bij zitten,
224;al.4;15
- M2a: kan op
afbijten <+,>
- D: <kan op>>op
kan> afbijten,
224;al.4;15-16
224;al.4;16
225;al.1;3
- M2a: een dief
is <+ en> <in haar>>inhaar> eigen huis,
- M2b: een dief
is <- en> <inhaar>>in haar> eigen huis,
225;al.1;5
- M2b: <den>>het>
aardig<-en> boek
- D: het aardig<+e>
boek
225;al.1;7
225;al.1;10
- M2a: Ze ontkleedt
<haar>>zich>, het een stuk stof
- D: Ze ontkleedt
zich, het een<+e> stuk stof
225;al.1;16
- M1b: maar geloof
niet dat er zulke dingen<-s>
- D: maar <+
ik> geloof niet dat er zulke dingen
225;al.1;19
225;al.1;20
- M2b: waar de
mijnen <- ginder verre> liggen,
- D: waar de mijnen
<liggen>>zijn>,
225;al.1;22-23
- M2a: uit duizende
schouwen naar omhoog kronkelt <,>>;> en de locht <+,>
- M2b: uit duizende<+n>
schouwen naar omhoog kronkelt; en de locht,
- D: uit duizenden
schouwen naar omhoog kronkelt <;>>,> en de locht,
225;al.1;25
- D: wat hij nu
doet <!>>:>
225;al.1;27-28
- D: Hij weet
<+ goed> genoeg
225;al.2;2
- M2a: malheuren,
ontploffingen <+,> dooden
225;al.2;4
- M2b: subiet
neer <,>>.> <o>>O>h, het is de gazet van gister!
225;al.2;5
225;al.2;7-8
- D: steekt hij
daar toch uit <.>>!>
226;al.1;1
- M2a: <simphatiseerend>>symphatiseerend>
- VW: [symphatiseerend]]sympathiseerend]
226;al.1;4
- M2a: noch<+t>tans
- M2b: noch<-t>tans
226;al.1;4
- M2a: een <schrijfmachien>>schrijfmachine>
om hun manifesten af te kloppen <+.> <o>>O>f
- D: een schrijfmachine
om hun manifesten <- af> te kloppen. Of
226;al.1;6-7
- M2b: zijn kameraad
is <- zeker> weg.
226;al.1;8
226;al.1;9
- M2b: in <,>>.>
<o>>O>p zijn manier
226;al.1;11
226;al.2;1
- M2a: [+X]
Hij, Jean,
- M2b: [-X]
Hij, Jean,
- D: [+X]
Hij, Jean,
226;al.2;2
- M2a: Goed <.>>,>
<L>>l>ach nu voort.
226;al.2;2-3
- M2a: Hoe <+,>
ge zwijgt en zijt serieus <-,> omdat
226;al.2;4-5
- D: twintig <-
meer> overschieten.
226;al.2;8
226;al.2;8
226;al.2;10
- M2b: van zijn
stoel <,>>.> <e>>E>n rust haar bloote<-n> arm
226;al.2;12-13
- M2b: <- Of
is het verachting dat op haar gezicht zonder ouderdom te lezen ligt.>
- D: <+ Of
is het iets anders dat op haar gezicht zonder ouderdom te lezen ligt.>
226;al.2;15
226;al.2;16
- D: de<-n>
speciale<-n> entree
226;al.2;17
226;al.2;17
226;al.2;18-19
- M2a: ze willen
zeker de fout van den oorlog op hem schuiven <:>>.> Gij <+,>
die een geleerden bol waart
- M2b: ze willen
<- zeker> de fout van den oorlog op hem schuiven: Gij, die een geleerden
bol waart
- D: ze willen
de fout van den oorlog op hem schuiven. Gij, die een geleerde<-n> bol
waart
226;al.2;20
226-227;al.2-al.1;24-1
- M2b: en ze gaan
niet nutteloos hun front vergrooten, <- en> daarbij <- we zijn neutraal,>
ze zullen ons niet raken.
- D: <- en>
ze gaan niet nutteloos hun front vergrooten, <+ en> daarbij ze zullen
ons niet raken.
227;al.1;1
- M2b: Neen, zegt
deze<-n>
- D: Neen, zegt
<deze>>de man>
227;al.1;2
- M2a: <hunzelfde>>hun
zelfde> plaatsken, <N>>n>een zegt hij,
- D: hun zelfde
plaatsken, neen <+,> zegt hij,
227;al.1;6
227;al.1;6
227;al.1;10
227;al.1;11
- D: <plaasteren>>pleisteren>
mannen
227;al.1;13
227;al.1;14
- M2b: <ne>>een>
porei en <ne>>een> selder
227;al.1;15
227;al.1;17
- D: <plaasteren>>pleisteren>
bloem
227;al.1;18
227;al.1;19
- D: Het is stil<-le>,
stil<-le>.
227;al.1;20
227;al.1;21
227;al.1;22
227;al.1;23-24
- D: om dat te
zien <+,> jongen.
227;al.1;24-25
- M2a: Ja <+,>
wat zegt ge als ze op uw eigen stoeffen <!>>?>
- D: Ja, wat zegt
ge als ze op <uw eigen>>u> stoef<-f>en?
227;al.2;5-6
- M2b: <haren>>haar>
tijd te verklappen, of <+ om> naar een malheur dat op straat gebeurd
is <+,> <+ te gaan kijken>.
- D: haar tijd
te verklappen, of om naar een malheur <+,> dat op straat gebeurd is,
te gaan kijken.
227;al.3;2
227;al.3;4
- M2b: Bernard
knikt <,>>.> <l>>L>ijk hij daar
227;al.3;5
227;al.3;6
228;al.1;1
- M2a: Zulke fijn<+e>
teekening
228;al.1;3
228;al.1;3-4
- M2b: die trachten
van het hert op te <fretten>>vreten>, en zoo is het met alles
<,>>;> ge hebt
- D: die trachten
<- van> het hert op te vreten, en zoo is het met alles; ge hebt
228;al.1;5-6
- M2a: van lijn
<+,> enzoovoort <,>>.> [+X] <m>>M>aar
wat is een lijn?
- M2b: van lijn,
enzoovoort. [-X] Maar wat is een lijn?
- D: van lijn,
enzoovoort <.>>,> <M>>m>aar wat is een lijn?
228;al.1;8-10
- M2b: over het
geluk voor de menschen, over de menschen allemaal bijeen <,>>.>
<o>>O>ver het groot huishouden dat de wereld zou moeten zijn <.>>,>
<E>>e>n waar <ze>>men> een straat van <maken>>maakt>
- D: over het
geluk voor de menschen, <- over de menschen allemaal bijeen.> <O>>o>ver
het groot huishouden dat de wereld zou moeten zijn, en waar <men>>ze>
een straat van <maakt>>maken>
228;al.1;10-11
- M2a: dood<k>>c>oncureeren
228;al.1;14-15
- M2b: die <-
over zijn halsbeentjes huivert en> hem stil maakt en gelukkig.
- D: die <+
over zijn rug huivert en> hem stil maakt en gelukkig.
228;al.1;21
- M2a: de smart
<+,> de hoop, de<+n> honger
228;al.1;22-23
- M2a: de<+n>
weemoed en de dood. Ja, ze zwijgen, wat zegt ge dan nog?
- M2b: den weemoed
en de dood. Ja, ze zwijgen, <+ want> wat zegt ge dan nog?
- D: den weemoed
en de<+n> dood. Ja, ze zwijgen, <- want> wat zegt ge dan nog <+
meer>?
228;al.2;2
228;al.2;2-3
- M2b: Die heeft
nochtans al meer dan genoeg afgezien <,>>.> <z>>Z>e
hebben
228;al.2;4
228;al.2;5-6
- D: En <als>>nu>
hij zijn kinderleed
228;al.2;7-8
- M2a: te zijn,
ja <+,> en dat dezen die vroeger lacht<-t>en, nu zijn gebrek
- M2b: te zijn
<,>>;> <j>>J>a, en dat dezen die vroeger lachten,
nu zijn gebrek
- D: te zijn <;>>,>
<J>>j>a, en <dat dezen>>nu zij> die vroeger lachten,
<- nu> zijn gebrek
228;al.2;11
228;al.2;13
- D: <- slechts>
om te rijpen
228;al.2;14
- D: het is <maar>>slechts>
229;al.1;2
- M2a: aan de
<bloemen>>blommen> <+,> schrijven ze
- D: aan de <blommen>>bloemen>,
schrijven ze
229;al.1;4-5
- M2b: <simpelder>>simpeller>
is dan zij het denken.
- D: simpel<-l>er
dan zij <- het> denken.
229;al.1;5
229;al.1;8
- M2b: wat ze
willen en voelen <+,> en zeggen móeten.
- D: wat ze willen
<+,> <en voelen>>wat ze weten> <-,> en zeggen <móeten>>moeten>.
229;al.1;10
- M2b: uw eigen
<zelven>>ik>
229;al.1;10-11
- M2b: zoekt en
schreeuwt <.>>;> <E>>e>n toch nooit een andere wereld
kan bereiken.
- D: zoekt en
schreeuwt <;>>,> en toch nooit een andere wereld kan bereiken
<-.>
- VW: zoekt en schreeuwt, en toch nooit een andere wereld kan bereiken [+.]
229;al.1;12-13
229;al.1;15
229;al.1-al.2;16-1
- M2a: En ze zien
al het geheim van liefde en leven, de simpelhied en den eenvoud vastgelegd
op een tableauken. [-X] En Elie
- M2b: En ze zien
al het geheim van liefde en leven, <de>>in> simpelheid en <-
den> eenvoud vastgelegd op een tableauken. [+X] En Elie
- D: <- En>
<z>>Z>e zien <al>>reeds> het geheim van liefde en
leven, in simpelheid en eenvoud vastgelegd op een tableauken. [-X]
En Elie
- VW: Ze zien reeds het geheim van liefde en leven, in simpelheid en eenvoud vastgelegd op een tableauken. [+X] En Elie
229;al.2;2
- M2a: <savends>>'s
avends>
229;al.2;2-3
- M2b: <-haren>
Ingels
- D: <+ haar>
Ingels
229;al.2;6-7
- M2b: zoo niet
<,>>.> <m>>M>aar de mannen
229;al.2;8-9
- D: geen slechte<-n>
man is, zoekt ze er een<-en>.
229;al.2;10-11
- M2a: dat ze
haar geven zal, dat ze <haar>>zich> hals over kop gaat in den
afgrond smijten, maar toch eventjes eens bij den rand gaan
- M2b: dat ze
haar geven zal, dat ze zich hals over kop gaat in den afgrond smijten, maar
toch eventjes <-eens> bij den rand <gaan>>gaat>
- D: dat ze <haar>>zich>
geven zal, dat ze zich hals over kop gaat in den afgrond <smijten>>helpen>,
maar <+ ze moet> toch eventjes bij de rand <gaat>>gaan>
229;al.2;12
- D: <maar>>doch>
gevaarlijk dicht
229;al.3;1
- M2a: [+X]
Elie verstaat <haar>>zich>
229;al.3;2
- M2b: tegen een
muur <,>>.> <e>>E>n ze peinst
229;al.2;4
229;al.3;4
- M2b: met haar
troebel<s>>en>
- D: met haar
troebelen <+,>
229;al.3;7
- D: <Sintemarkuskerk>>Sint
Markuskerk>
230;al.1;1
- D: <Eerweerden>>Eerwaarden>
230;al.1;1-2
- M2a: Zoo <+...>
een kerk en ze keert <haar>>zich> om, ze <kán>>kan>
- M2b: Zoo <...>>!..>
een kerk en ze keert zich om, ze kan
- D: Zoo <!..>>,>
een kerk <+!> <e>>E>n ze keert zich om, ze kan
230;al.1;4
230;al.1;6-7
- M2a: schreien <+,> zot worden
230;al.1;13-14
- M2a: minder,
ze gaat ievers binnen en zet <haar>>zich>,
- M2b: minder
<,>>.> <z>>Z>e gaat ievers binnen en zet zich,
230;al.1;15
- M2b: <haren>>haar>
schoot
230;al.1;17
230;al.1;19
230;al.1;20
230;al.1;21
230;al.1;21-22
- D: te zien
<.>>,> <Daar staat de voorstad>>waar de voorstad geteekend
staat> lijk ze eens was,
230;al.1;23
- M2b: haar
<- teer> verlangen lijk een <klein>>teder> plantje groeide.
- D: haar verlangen
lijk een te<+e>der plantje groeide.
230;al.2;2
230;al.2;4
- D: beginnen
<- met het> te teekenen
230;al.2;6
230;al.2;7
230;al.2;8
- M2b: <haren>>haar>
stillen gesloten mond
230;al.2;9
- M2a: hij herinnert
<hem>>zich> de woorden uit <dat>>het> gedichteken:
- M2b: hij herinnert
zich de woorden uit het gedicht<-eken>:
230;al.2;9-10
- D: <uw
mond gesloten en duister is een tuin vol droeven luister.>>uw
mond gesloten en duister is een tuin vol droeven luister.>
230;al.2;14
231;al.1;1
- D: zijn schetsboeken
<- waar ze altijd in zoekt>.
231;al.1;1
231;al.1;2
- M1a: zijn
asem in, maar ze legt het
- M2b: zijn
asem in <,>>.> <m>>M>aar ze legt het
- D: zijn <asem>>adem>
in. Maar ze legt het
231;al.1;4
231;al.1;6
- M2a: <savends>>'s
avends>
231;al.1;7
231;al.1;8-9
- D: van het
leven <,>>?> <z>>Z>ou het eigenlijk
231;al.1;11
231;al.1;11-12
- D: Diep in
hem antwoord<+t> er iets
231;al.1;14
231;al.1;14-16
- M2a: Schilderen
dat moet hij, ge waart zoo gelukkig omdat ge anders niets moest doen dan
schilderen en teekenen, en nu zijt ge weeral niet kontent <!>>.>
- M2b: Schilderen
dat moet <hij>>ik>, <ge waart>>ik was> zoo gelukkig
omdat <ge>>ik> anders niets moest doen dan schilderen en teekenen,
en nu <zijt ge>>ben ik> weeral niet kontent.
231;al.1;17
- D: geen recht
op <.>>,> <I>>i>k zal
231;al.1;19
231;al.1;19-20
- M2a: dat ook
ik iemand heb liefgehad<-t>. Nu zal het weer
- M2b: dat <-
ook> ik iemand heb liefgehad. Nu zal <het>>ik> weer
231;al.2;1
- M2a: [+X]
Hij draait <hem>>zich>
231;al.2;2
- M2a: heel
den nacht door, om op den morgend verward<-d>e droomen
- M2b: <+,>
heel den nacht door, om op den morgen<-d> verwarde droomen
- D: , heel
den nacht door, om <op>>tegen> den morgen verwarde droomen
231;al.2;3-4
- D: <Hebt
gij naar huis niet>>Zijt gij niet naar huis> geweest <+, >
vraagt hij,
231;al.2;4
- M2a: <e>>E>n
ze lacht
- D: <- En>
<z>>Z>e lacht
231;al.2;9
231;al.2;9-10
- D: hij stapt
met haar <- voort> langs
231;al.2;11-12
- D: Ze <ziet>>kijkt>
naar zijn beenen.
231;al.3;1
232;al.1;1
232;al.1;2-3
- M2a: dien
onvergetelijken <+,> verdoemden <+,> heerlijken droom.
232;al.1;5
- M2b: los laat
<+,> hoort hij hen niet meer <- klappen>.
232;al.1;11
232;al.1;12-13
- M2a: het café
<+,> de nieuwe gas <+,>
- D: het café,
<de nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>,
232;al.1;14
- D: <+,>
<waarvan>>en> niemand weet
232;al.1;15
232;al.1;16
- D: <+ en>
haar schaars<+ch>e woorden hoort <-,en het simpelste dat ze aanheeft
ziet>.
232;al.1;19-20
- M2b: moet
springen <,>>.> <d>>D>an voelt hij een ontoombare
kracht door zijn lijf bruisen.
- D: moet springen.
Dan voelt hij een ontoombare kracht door zijn lijf <bruisen>> gaan>.
232;al.1;23
- D: waaruit
<- van> alle soorten rook omhoog kruipt,
232;al.1;25
- M2a: van vreugde
<+,> van groei en geweld. En standvastig
- D: van vreugde,
van groei en geweld. En <standvastig>>steeds>
232;al.1;29
- M2a: Ja <+,>
standvastig heeft hij iets te zeggen <+,> maar
232;al.1;31
- D: <standvastig>>voortdurend>
232;al.1;31-32
- M2a: <presies>>precies>
verdriet. Aai <+,> ze loopt
232;al.1;32-33
- M2a: ze beklaag<d>>t>
het <haar>>zich> dat ze met hem gaan wandelen is.
- D: ze beklaagt
het zich dat ze met hem <+ is> gaan wandelen <- is>.
232;al.1;34
232;al.1;36
- M2a: Elie
<+,> zegt hij, Elie, en hij kust haar.
- D: Elie, zegt
hij, Elie <,>>.> <e>>E>n hij kust haar.
232;al.1;37
233;al.1;2-3
- M2a: Ja <+,>
en dan weet hij niet <- niet> meer
233;al.1;3-4
- M2a: en is
serieus <:>>.> En zie
233;al.1;6
- D: een plaats<+je>
<- gaan> zoeken
233;al.1;7
- M2a: koopen
<+,> <dat>>totdat> we een schoon huizeken hebben,
- D: koopen,
tot<-dat> we een schoon huizeken hebben,
233;al.1;10
- D: met een
stootkar <doen moet>>moet doen>.
233;al.1-al.2;11-1
- M2a: of er
zelfs een wiel afschiet <,>>.> [+X] <a>>A>chja
[+ witregel] <+ Achja> <+,> dan tracht hij met <een>>één>
wiel te rijden of de kar blijft in godsnaam maar staan.
- M2b: of er
zelfs een wiel afschiet <.>>,> <+ want> [-X]
<- Achja> [- witregel] <A>>a>chja, dan tracht
hij met één wiel te rijden <+,> of de kar blijft in
godsnaam maar staan.
- D: of er zelfs
<+ onderwegen> een wiel afschiet <,>>.> <- want>
[+X] <a>>A>chja, dan tracht hij met één
wiel te rijden <,>>.> <o>>O>f de kar blijft in godsnaam
staan.
233;al.3;3
- M2b: een spotlach
<.>>,> <Z>>z>e hebben
233;al.3;4
233;al.3;4-5
233;al.3;5
233;al.3;7
- M2a: hangt
<hem>>zich> op
233;al.3;8
- M2a: van waar
is, Jean <:>>,> als er iemand trouwt
- D: <van
waar>> waar aan> is, Jean, als <- er> iemand trouwt
233;al.3;9-10
- M2a: koopen
ze <hen>>zich> allemaal een kind.
233;al.4;1
- D: En lacht
Molleken nu <- nog altijd> <+,> of
233;al.4;2
- M2a: <filosophie>>filosofie>
233;al.4;3
- D: lacht hem
uit <-,> vanachter de vitrien.
233;al.4;5
- M2b: <-
en het bijzonder>
- D: <+ en
in het bijzonder>
233;al.4;6
233;al.6;1
- M2a: Een <habituee>>habitué>
233;al.6;2
- M2b: deze<-n>
die altijd
- D: <deze>>hij>
die altijd
233;al.6;3
234;al.1;2
- D: aanbranden
<.>>,> <H>>h>et veld
234;al.1;2
- M2a: den <carree>>carré>
- M2b: de<-n>
carré
234;al.2;1
234;al.2;4-5
- M2a: die wilt
steekt er iets in, ne frank of vijf <s>>c>ent, de flauwe truuters
staken er een witten knop in.
- M2b: die wilt
steekt er iets in, <ne>>een> frank of vijf cent <-,de flauwe
truuters staken er een witten knop in>.
- D: die wil<-t>
steekt er iets in, een frank of vijf cent.
234;al.2;6-7
- M2b: Een <dik>>breed>
postuur met een blikken horlogeken in <+,> dat maar
- D: Een breed
postuur met een blikken horlogeken <+ er>
in <-, > dat maar
234;al.2;8
234;al.2;9
- M2a: de schoon<+e>
toekomst
234;al.2;14
- D: met plooien
<+ er> in.
234;al.2;14
234;al.2;16
234;al.2;17
234;al.2;18-19
- D: het linker
<+, > en het is in gruizelementen vaneen. <- Spijtig.>
234;al.2;19
234;al.2;20
234;al.2;23
234;al.2;24-25
- M2b: met zijn
armen open <+,> al zingend, zwerft hij
- D: met zijn
armen open <-,> al zingend <-,> zwerft hij
234;al.2;26-27
- M2b: hun vest
omgekeerd <-,> het binnenste naar buiten. En deze<-n>
234;al.2;28-29
- M2b: het noeneten
blijft <- van>achter op de stoof staan
- D: het noeneten
blijft achter op de stoof staan <+,>
234;al.2;29
- M2a: <savends>>'s
avends>
234;al.2;30
- D: <de
nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>
234;al.3;1
235;al.1;1
- D: met een
bitteren spotmond <.>>:> Zie hen
235;al.1;5-6
- D: en kan
haast niet meer recht <+ komen>.
235;al.1;6
- D: met hem
<,>>.> <z>>Z>oo gaat het
235;al.1;9
- M2b: Hij schiet
<hem>>zich> regelrecht naar Bernard zijn<-e> pa
235;al.1;10-11
- M2a: En uwen
manken <+,> zegt hij, dat hij een gezond been had<-t> <+,>
- M2b: En uw<-en>
manke<-n>, zegt hij, dat hij een gezond been had,
- D: En uw manke,
zegt hij, <dat>>als> hij een gezond been had,
235;al.1;12
235;al.1;14
235;al.1;15-16
- M2a: maar
het gaat niet <,>>.> <h>>H>ij wordt blauw
235;al.1;19
- M2b: om een
doktoor <,>>.> <h>>H>ij ligt plat te bed<-de>
235;al.2;1
- M2b: <sanderdaags>>'s
anderdaags>
235;al.2;2-3
235;al.2;3-4
- M2a: te schreien
<+,> snottebellen lang,
235;al.2;8
- M2a: en merci
<+,> zegt ze
235;al.2;10
- M1a: <en
verstrooid # verstrooid>
235;al.2;10-11
- D: anders
denkt <.>>,> Jean kan
- VW: anders denkt [ , ]] . ] Jean kan
235;al.2;12
- M2a: die moeten
bezichtigd worden <!>>.>
235;al.2;12
- M2a: <Sanderdaags>>'s
Anderdaags>
235;al.2;14-15
- M2a: En ge
kent me toch <!>>.> Ik kom eens zien
- D: En ge kent
me toch <.>>,> <I>>i>k kom eens zien
235;al.2;16-17
- M2a: ze herinneren
<hem>>zich> niet meer, ofwel herinneren ze <hem >>
zich> maar al te goed.
236;al.1;1
- M2a: te staan,
het is <presies>>precies>
- M2b: te staan
<,>>.> <h>>H>et is precies
- D: te staan
<.>>,> <H>>h>et is precies
236;al.1;2
236;al.1;4-5
236;al.2;1
- M2a: <savends>>'s
avends>
236;al.2;2
- M2b: <.>>,>
<I>>i>ets dat hij niet voelt <,>>:> hij hoort standvastig
neen zeggen<,>>.> <e>>E>n hij zit
236;al.2;5
- M2b: <haren>>haar>
paltoo
- D: haar <paltoo>>paletot>
236;al.2;5
- M2a: aan de
deur <-,> en:
236;al.2;6-7
- D: bij Maria
<+,> zegt ze.
236;al.2;7-8
236;al.2;8
- M2a: op zijn
<hert>>hart>, het doet effenaf pijn.
- D: op zijn
hart <-, het doet effenaf pijn>.
236;al.2;10
- D: wie houdt
er nu zijn hand <vast>>tegen>?
236;al.2;11
- M2b: de<-n>
zot was, de<-n> teppen.
236;al.2;11-12
- M2b: Tot aan
zijn kinderjaren ziet hij <.>>:> <H>>h>ij zit op
een steen
- D: Tot aan
zijn kinderjaren <ziet hij>>toe>: hij zit op een steen
236;al.2;13
236;al.2;14
236;al.2;15-16
- D: of ben
ik het niet <.>>,> <B>>b>en ik alleen zot in de
wereld, of is <- het> de heele wereld <- die> zot <- is>?
236;al.2;17-18
- M2b: <-
op den gang> de klink van de deur vast heeft.
236;al.2;20-21
- M2b: over
haar voorhoofd <- waar zweet aan hangt>, ze zit op een laag stoelken,
en zijt toch stil zegt ze.
- D: over haar
voorhoofd, ze zit op een laag stoelken, en zijt toch stil <+,> zegt
ze.
236;al.2;21
- M2b: Mijn<-e>
kop, mijn<-e> kop <+,>
236;al.3;2
- M2a: Ha, nu
lacht ge zeker <!>>.>
236;al.3;6
- M2b: En overal
gaat hij al vloekende voort <,>>:> ontploft,
236;al.3;7
- M2a: aan stukken
<!>>.>
- D: aan stukken
<.>>?>
237;al.1;3
- M2a: Als zijn
boek bijna uit is <+,> komt ze binnen.
237;al.1;5
237;al.1;6
- M2a: ze ontkleedt
<haar>>zich>
237;al.1;7
- M2a: Hij legt
<hem>>zich>
237;al.1;8-9
- M2b: in hetzelfde
bed <.>>,> <E>>e>n ze zijn
237;al.1;10-11
- D: maar spreek
zoo een vrouw aan <!>>.>
237;al.1;12-13
- M2a: En waar
waart ge zoo lang <+,> vraagt hij.
- D: En waar
waart ge zoo lang <,>>?> vraagt hij.
237;al.1;14
237;al.1;15
- M2b: met de
heele wereld <,>>.> <m>>M>aar hij, Jean,
237;al.1;16
- M1b: belangstel<d>>t>
- M2a: <belangstelt>>belang
stelt>
237;al.1;16-17
- M2a: wat hebt
gij toch al geleden man <!>>.> Een kind <!>>,> vraagt
hij,
- D: wat hebt
gij toch al geleden <+,> Een kind, vraagt hij,
237;al.1;17
- M2a: Een meisken
<+,> zegt ze.
237;al.1;18
237;al.1;19
237;al.2;1-2
- M2a: hij kookt
<en>>,> wascht en plast.
237;al.2;2
- M2a: tegen
niemand <.>>,> <Behalven>>behalve>
237;al.2;5
- D: snijden
<+,> manneken.
237;al.2;8
237;al.2;9
- M2a: zulle
<!>>.>
- D: <+,>
zulle <.>>!>
237;al.2;10
237;al.2;11-12
237;al.2;13
- D: <wél>>wel>
zou moeten draaien <+,> en die
237;al.3;1
- M2a: <Smorgens>>'s
Morgens>
237;al.3;1-2
237;al.3;2
238;al.1;5
- D: Ze zullen
het weten <+,> Jean <.>>!>
238;al.1;6
- M2b: zijn<-e>
mond <,>>:> we moeten zwijgen.
238;al.1;8
- M2a: <+,>
en als de school uit is <+,> gaat hij weer binnen.
238;al.1;9
- M2a: geleerd
<+,> vraagt Maria,
238;al.1;10
- M2a: Er komen
kaarten <+,> waar
238;al.1;12
238;al.1;12
238;al.1;14-15
- D: hij moet
niet naar <+ de> school.
238;al.1;15
238;al.1;19-20
238;al.2;1
- M2a: [+X]
En Jean begint te vloeken dat er een deur
- M2b: [X]
En Jean begint te vloeken <+ zoo>dat er een deur
238;al.2;3-4
- D: <- ons>
Carrie zien <+,> Jean,
238;al.2;4-5
- D: te <zien>>kijken>
waar<+in> iets ligt <v>>w>riemelen
238;al.2;10
- D: En weet
ge nog <- van> dien avend
238;al.2;11
238;al.2;12
- M2a: Neen
<+,> zegt Jean,
238;al.2;13
238;al.2;16
- M2a: Hij draait
<hem>>zich> om, en loopt <+,> loopt,
239;al.2
- D: [X]
[- witregel] Aan de kerk
- VW: [X] [+ witregel] Aan de kerk
239;al.2;1
- M2a: nog niet
<begonnen>>beginnen> <+ te bouwen>.
- M2b: nog niet
beginnen <- te> bouwen.
- D: nog niet
<beginnen>>begonnen> <+ te> bouwen.
239;al.2;6
- M1a: den traveau<x>
[?]
- M2a: den traveau<-x>
239;al.2;9
239;al.2;10
- M2b: en in
den zomer al stof. <- Zoodat Sander als hij in den donkeren door de modder
polst naar de zon over het veld tracht, en in den zomer dat het stof langs
zijn ooren binnenkomt naar de avenden achter de stoof snakt.> Soms is
<hij>>Sander>
239;al.2;12
- M2a: <+,>
dan beziet Sander die niet
- D: , dan beziet
Sander die<+n> niet
239;al.3;3
- M2a: hij raasde
<hem>>zich>
- M2b: <-
hij> raasde zich
239;al.3;4-5
- D: aan den
stroom <+,> om de booten
239;al.3;6
- M2a: op zijn
schouders <+,> de armen
239;al.3;8
- M2a: onder de honderd kilo<-'s>
239;al.3;10
- M2b: Zoo bleef
het toch nutteloos <- dat zijn vrouw hem naar werk vroeg>.
239;al.4;1
239;al.4;2
- M1b: zijne<+n>
kleine<+n>
- M2b: zijn<-en>
kleine<-n>
239;al.4;4
- D: rood van
inspanning <-,> het zweet <bolt>>blot>
- VW: rood van inspanning [+,] het zweet [blot ]bolt]
239;al.5;2
- M2a: en trekt
er mee vandoor <+,>
239;al.5;2
- D: <de
nieuwe gas>>De Nieuwe Gas>
239;al.5;2
- M2a: het le<-e>ge
huis
- D: het le<+e>ge
huis
239;al.5;3
- M2a: Morrisk<é>>e>n,
Morrisk<é>>e>n.
239;al.5;4
239;al.5;4
- M2b: Niemand
kan <- het> <zoo>>zoó>
- D: Niemand
kan <zoó>>zoo>
239;al.5;5
239;al.5;5-6
- M2a: in de
ongerustheid <+,>
- M2b: in <-
de> ongerustheid,
240;al.1;1-2
240;al.1;2
240;al.1;2-3
- M2b: trekt
zijn hand terug <- uit zijn zak> en stapt voort.
240;al.2;2
- M2a: nieuws
te zien <.>>:> Telefoonpalen
- D: nieuws
te zien <:>>.> Telefoonpalen
240;al.2;3
- M2a: <+,>
gas of elektriek <+.> Allemaal dingens
- M2b: , gas
of elektriek. Allemaal dingen<-s>
- D: , gas of
elektriek <.>>,> <A>>a>llemaal dingen
240;al.2;4
- M2b: het <een>>éen>
kind
- D: het <éen>>eene>
kind
240;al.2;5-6
- M2a: nu een
misval, lijk de natuur zelf: <E>>e>en goei jaar en een slecht
jaar.
- M2b: nu een
misval <,>>.> <l>>L>ijk de natuur zelf: een goei
jaar en een slecht jaar.
- D: nu een
misval <.>>,> <L>>l>ijk de natuur zelf <-:>
een <goei>>goed> jaar en een slecht jaar.
240;al.2;11
- D: want in de <nieuwe gas>>Nieuwe Gas> zit <mij>>me>
240;al.2;13
240;al.2;14
240;al.3;1
- D: <in
het Saargebied>>In het Saargebied>
240;al.3;3
- M2b: <-
hebben> en het vuil naar dit hoeksken hebben gevaagd.
- D: <+ hebben>
en het vuil naar dit hoeksken <- hebben> gevaagd.
240;al.3;5
240;al.3;6
- M2b: potten
<,>>.> <z>>Z>oo, is dat een schilder?
- D: potten
<.>>;><Z>>z>oo, is dat een schilder?
240;al.3;6
- M2a: <Sanderdaags>>'s
Anderdaags>
240;al.3;10
- D: <in
het Saargebied>>In het Saargebied>
240;al.3;10
240;al.3;14
240;al.3;14-16
- M2a: Neen
Jean doe het niet. Ja <+,> zeg tegen iemand lijk Jean: doe het niet
<!>>.> Hij speelt <mee>>nog eens> en verliest.
- M2b: Neen
Jean doe het niet. Ja, zeg tegen iemand lijk Jean: doe het niet. Hij speelt
<- nog eens> en verliest.
- D: Nee<-n>
<+,> Jean <+,> doe het niet. Ja, zeg tegen iemand lijk jean:
doe het niet. Hij speelt <+ eens> en verliest.
240;al.3;17
- D: dat het
<met>>door> de slechte kaart komt.
241;al.1;1-2
- M2b: hij koopt
<hem>>zich>
241;al.1;4
241;al.1;6-7
- M2a: hij gebaar<d>>t>
eerst van krommen <+ haas>, hij laat <hem>>zich> pressen.
241;al.1;8
- M2a: En nu
zeggen de anderen <+:> dedju.
241;al.1;9
- M2b: en straf
opletten <:>>...> <H>>h>ij wint. En
- D: en straf
opletten <...>>!> hij wint <.>>,> <E>>e>n
241;al.1;10
241;al.1;11-12
- M2b: dat <-
het in> het leven
241;al.1;13
- M2a: moet
ge het ook leeren van met <een>>één> hand te geven,
- D: moet ge
<- het> ook leeren <- van> met één hand <-
te> geven,
241;al.1;15
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
241;al.1;15-16
- D: er komt
<eene>>iemand>
241;al.1;17
241;al.1;20-21
- M2a: zijn
zakken <zit>>zitten> vol gewonnen geld. Het is verkocht <+,>
zegt hij.
241;al.1;21
241;al.1;22
241;al.1;23
- M2a: <+,>
maar het is <half-nacht>>halfnacht>
241;al.1;24
- M2b: <binnenzak>>broekzak>
241;al.1;26
- M2b: in zijn
<vest>>broek> daar op een stoel ligt.
- D: in zijn
broek <- daar> op een stoel ligt.
241;al.2
241;al.2;2-3
- M2a: <+ zoo>dat deze die er in ligt nog bleeker, nog doorschijnender <maakt. Liefde, >>wo [:rdt. Liefde, ]>
en het geld
- D: zoodat
deze die er in ligt nog bleeker, nog doorschijnender <wo[:rdt.
Liefde, ]>> wordt. Liefde.> <e>>E>n het geld
241;al.2;4
- M2a: Liefde,
lief[:de. Wat] heeft hij haar toch liefgehadt <!>>.>
En hij
- M2b: Liefde,
lief[:de. Wat] heeft hij haar toch liefgehadt. <- En>
<h>>H>ij
- D: Liefde,
< lief[:de. Wat]>>liefde. Wat> heeft hij haar
toch liefgehad<-t>. Hij
241;al.2;4-5
- M2b: <-
En> <h>>H>ij steekt in een <schofken>>sch[:xxxxxx]>
- D: Hij steekt
het geld in een <sch[:xxxxxx]>>schuifken>
241;al.2;6
241;al.2;7
- M2b: <haren>>haar>
hoedenwinkel
241;al.2;7-8
- M2b: Zondag
<.>>,> <Z>>z>e is
242;al.1;3
- D: Hij fronst
zijn <oogen toe>>voorhoofd>,
242;al.1;3-4
- M2b: het <schofken>>schuifken>
dat nog nooit open geweest heeft <+:> <- en> zijn geld is weg.
- D: het schuifken
<+,> dat nog nooit open geweest <heeft>>is>: zijn geld
is weg.
242;al.1;5
242;al.1;6
- M2b: <-
eens> naar dat schuifken?
242;al.2;3-4
- D: dat eet
ze <- toch zoo> geern.
242;al.2;5-6
- D: Den <m>>M>aandagmorgen<-d>
242;al.2;7
- M2b: Pak <-
het> aan jongen.
- D: Pak aan
<+,> jongen.
242;al.2;8
- M2a: <pateetje>>pateeken>
242;al.2;12
- M2a: legt
<haar>>zich> in bed.
242;al.2;13
- M2a: <presies>>precies>
of hij den schuldigen is.
- M2b: <+,>
precies of hij de<-n> schuldige<-n> is.
- D: <-,>
precies of hij de schuldige is.
242;al.2;14
242;al.2;14
242;al.2;15
- M2a: natuurlijk
<+,> maar
242;al.2;16
- M2a: Gaat
ge niet meer werken <+,> vraagt hij
- D: Gaat ge
niet meer werken <,>>?> vraagt hij
242;al.2;17
- M2b: Aai <-,>
gij kunt vragen
242;al.2;18-19
- M2a: Hij antwoord
iets en zij<+n> <wéer>>weer>. Gij die geen verstand
hebt
- M2b: Hij antwoord<+t>
iets en zij<-n> weer. Gij die geen verstand hebt
- D: Hij antwoordt
<iets>>niets> <+,> en zij <weer>>ook> <.>>:>
Gij die geen verstand hebt
242;al.2;21-22
- M2a: uwen
kop <!>>.> Hare<+n> kop, en ze schreit.
- M2b: uw<-en>
kop. <Haren>>Haar> kop <,>>...> en ze schreit.
242;al.2;23
- M1a: naar
huis <komt. Ze zit daar # komt.> Soms beziet
242;al.2;24
242;al.2;24
- M2b: God wat
heeft hij haar toch liefgehad<-t>, en
- D: God <+,>
wat heeft hij haar toch liefgehad <,>>!> en
- VW: God, wat heeft hij haar toch liefgehad [ ! ]] , ] en
242;al.2;25
- D: <+ naar>
wat hem vroeger
242;al.2;26
- M2a: <presies>>precies>
een ander die daar zit, of hij
- D: precies
een ander die daar zit <,>>.> <o>>O>f hij
242;al.2;27
- D: <bemind
heeft>>heeft bemind>
242;al.2;28
243;al.1;1
243;al.1;2
243;al.1;3
243;al.1;3
- M2a: Ja <+,>
het is <tóch>>toch>
243;al.1;5-6
- M2a: moei<-e>lijkheden
en mis<b#v>erstanden die lijk bergen tusschen hen liggen <.>>,>
<E>>e>n die
243;al.1;10
243;al.1;10-11
- M2b: de<-n>
geschikte<-n> moment
- D: <de>>het>
geschikte moment
243;al.1;11
243;al.1;13
- M2b: een <puren>>puur>
vreemden mensch
243;al.1;16
- D: hooger
<om>>en> hooger
243;al.1;18
243;al.1;19
- D: <Saargebied>>Saargebied>
243;al.2
243;al.2;2
243;al.2;3
- M2a: de kinderen
komen buiten <:>>.> Dag Jean, dag Albrik <+,>
- M2b: de kinderen
komen buiten. Dag Jean <,>>.> <d>>D>ag Albrik,
243;al.2;4
- M2b: een groote<-n>
mensch
243;al.2;5
- M2b: luistert
<- er naar>
243;al.2;9
- M2b: pakt
<den>>het> schrijfboek op en smijt <hem>>het> in
een hoek.
243;al.2;10
243;al.2;11
243;al.2;12
- M2b: nooit
iets van het leven weten <-,> zoo.
- D: nooit iets
van het leven weten <zoo>>zóó>.
243;al.3;3-4
- M2a: <+,>
en giet een sjat kouden koffie in.
- D: , en giet
een sjat koude<-n> koffie in.
244;al.1;1-2
- M2b: want
<- dat> waar ze goesting in heeft, wie weet is dat wel met geld te
koop<-en>.
- D: want waar
ze goesting in heeft, wie weet is dat wel met geld te koop <.>>!>
244;al.2;1
- M2a: <Snachts>>'s
Nachts> kreunt ze in haren slaap.
- M2b: 's Nachts
kreunt ze in <haren>>haar> slaap.
244;al.2;1
- D: Hij ligt
<- er naar> te luisteren <.>>,> <E>>e>n het
is
244;al.2;2-3
- M2b: er <mee>>om>
glimlachen. Het is
- D: er om glimlachen
<.>>:> <H>>h>et is
244;al.2;3-4
- D: hij <laat
dat>>doet of> hij slaapt.
244;al.2;4
244;al.2;5
244;al.3;1
- M2a: [+X]
Hij is er van aangeslagen,
244;al.3;2
- M2a: het zotte
te klappen <:>>.> Hij zal al doen
244;al.3;6
- M2a: met <-
het> kind spelen.
- M2b: met <+
het> kind spelen.
244;al.3;7
244;al.3;9
- M2b: op hun
kamers <-,> zonder gordijnen
244;al.3;12-13
- M2a: Maar
Maria toch! Wat gaat Ingels zeggen als hij komt <.>>?>
- D: Maar Maria
toch <!>>,> <W>>w>at gaat Ingels zeggen als hij
komt?
244;al.3;13
- M2b: <áls>>als>
hij komt
- D: als hij
komt <+,>
244;al.3;15
- M2b: Zoo is
ze nu eenmaal <,>>.> <e>>E>n ze tatert
244;al.3;17-18
- M2a: En ze
ziet naar Elie en verschiet: <Ei>>En> waarom
- D: En ze ziet
naar Elie en verschiet <:>>.> En waarom
244;al.3;18-19
- M2b: Och,
zeg zoo iets niet Maria, zie <+,> ze houdt al op,
- D: Och, zeg
zoo iets niet <+,> Maria, zie, ze houdt <al>>reeds> op,
244;al.3;22
- M2b: over
de terreinen loopt <.>>,> <E>>e>n eens
244;al.3;23
- M2a: Er werkt
<tweeendertig>>twee en dertig> honderd man op
- M2b: Er werkt
twee en dertig honderd man <- op>
244;al.3;24
- M2a: <buitenbrobbelt>>buiten
broebelt>
244;al.3;25-26
244;al.3;27
- M2a: hij <+,>
ge weet wel wie, hij zou haar
- M2b: hij,
ge weet wel wie, hij zou <haar>>Elie>
244;al.3;28
- D: een bruin<-en>
gelapten rok
245;al.1;1
- D: en al grijs
haar <.>>!>
245;al.2;3
245;al.3;3
- M2a: [-X]
Godweet
- D: [-X]
<Godweet>>God weet>
245;al.3;4-5
- M2a: geen
tijd. Geen tijd, voor wat zou hij gaan tijd hebben <!>>.>
- D: geen tijd
<.>>,> <G>>g>een tijd <,>>.> <v>>V>oor
wat zou hij <- gaan> tijd hebben <.>>?>
245;al.3;5
- M2a: achterna
jagen <:>>.> Een groot en machtig
245;al.3;6
- M2a: <een>>één>
der grootste en der rijkste, en daarna
- D: één
der grootste en der rijkste <-,> en daarna
245;al.4;3
- M2b: Ze weten
het niet <,>>.> <e>>E>n misschien
245;al.4;4
245;al.4;4-5
- M2b: alleen
<al>>reeds>.
- D: alleen
<reeds>>al>.
245;al.4;8
- M2a: een veerken
<+,> heel den
245;al.4;9-10
- M2a: met niemand
affaires hebben <+,> vijzen het thoop
- D: met niemand
affaires hebben, vijzen het <thoop>>samen>
245;al.4;12
- D: na<-a>imachienen
- VW: na[+a]imachienen
245;al.4;13-14
- M2a: <+,>
zegt er iemand:
245;al.4;15
- M2a: al hebben
<!>>.>
- D: <al>>reeds>
hebben.
245;al.4;15
- M2b: een oude<-n>
bankdraaier
245;al.4;18
- D: gezien
heeft <+,> en allegelijk
245;al.4;19-20
- M2a: Ja <+,>
dat is ook waar en ze scharten eens in hun haren. [-X] Eens heeft
245;al.4;20-21
- M2a: een snotneus
<+,> die juist van den troep kwam <+,> gezegd
- D: een snotneus
<-,> die juist van den troep kwam, gezegd
245-246;al.4-al.1;21-1
- M2b: <tgeen>>hetgeen>
in die bakken
- D: <hetgeen>>wat>
in die bakken
246;al.1;1-2
246;al.1-al.2;3-1
- M2a: op een
bak iets schrijven als het niet waar is? [-X] Neen <+.>
- [+X]
<r>>R>ust gunt hij <hem>>zich> niet, Mark.
- M2b: op een
bak iets schrijven <als het>>wat> niet waar is? Neen.
- [X]
Rust gunt hij zich niet, Mark.
- D: op een
bak <- iets> schrijven wat niet waar is? Neen.
- [X]
Rust gunt hij zich niet, Mark.
246;al.2;2
- M2a: <daar
over>>daarover>
246;al.2;4
- D: een <luierikstoel>>luierstoel>
246;al.2;5
- M2a: zoo mager
en leelijk <,>>.> <i>>I>s dat nu
246;al.2;7
- M2a: hij verzet
<hem>>zich>
246;al.2;9-10
- M2a: Ze wacht
en zet een stuur<-s> gezicht <:>>.> Zit stil! [-X]
Ander kinderen
- D: Ze wacht
en zet een stuur<+sch> gezicht. Zit stil! Ander<+e> kinderen
246;al.2;13
- M2a: zonder
<hem>>zich> te verzetten.
246;al.2;13
246;al.2;19
- D: moeten
<- gaan> gelooven
246;al.2;19-20
- M2a: voor
anders niets deugd dan om menschen te treiteren <:>>.> Ze pakt
een postuurken op
- M2b: voor
anders niets deug<d>>t> dan om menschen te treiteren. Ze pakt
een postuurken <- op>
246;al.2;21
246;al.2;24
- M2a: Blijf
er af <+,> Guido.
246;al.2;25-26
- M2a: En dan
zijn de traantjes er terug, den heelen dag door. [X] [?] Als er
een hel is <+,> zal die dan branden
- D: En dan
zijn de traantjes er terug <-,den heelen dag door>. [-X] Als
er een hel is, zal die dan branden
246;al.2;27-28
- M1a: Komt
er bezoek ze steekt Guido in een kamer en doet de deu<[x]>
op slot.
- M2a: Komt
er bezoek <+,> ze steekt Guido in een kamer en doet de deu<[x]
>>r> op slot.
246;al.2;30
246;al.2;31
246;al.2;31-32
- M1b: in de<-n>
spiegelkast
246;al.2;33
- M1b: het sukkelaarken
peinst <- misschien>
- M2a: het sukkelaarken
peinst <+ misschien>
- D: het sukkelaarken
peinst <- misschien>
247;al.2
247;al.2;7
- M2b: <dat>>het>
ander ventje
247;al.2;8
247;al.2;9-10
- M2a: Ja <+,> alle gebaartjes,
247;al.2;10-11
247;al.2;12-13
- M2a: En van
hem te zien schreien <+,> weent het kindje ook, wat het verdriet van
Guido verdubbel<d>>t>.
247;al.2;13-14
- D: Schrei
niet <+,> manneken, en hij wil het stre<+e>len.
247;al.2;15
247;al.3;2-3
- M2b: En wie
zou <- het> gelooven <-,> dat er wilde angsten komen losgestormd
<.>>?> Dat ze <- nu> peinst
- D: En wie
zou <+ het> gelooven dat er wilde angsten komen losgestormd? Dat ze
peinst
247;al.3;5
- M2b: <haren>>haar>
spookkop
247;al.4;2
- M2b: haar
kwellingen <+,> uit rijkdom
247;al.4;3-4
- M2a: Ach ja
<+,> en juist daarom leert ze het manneken alles ontbe<-e>ren
<+,> en moet het
- D: Ach ja,
en juist daarom leert ze het manneken alles ontberen, <- en> moet
het
247;al.4;4-5
- M2a: arm <+,>
eenzaam en vergeten.
247;al.4;5-6
- M1b: Dezen
die de grootsten is, die<+n> niemand
- M2b: Deze<-n>
die de grootste<-n> is, dien niemand
- D: Deze<+n>
die de grootste is, dien niemand
247;al.4;6-7
- M2a: en waaraan
ze <alleens>>eens> misschien niet gelooft,
- M2b: en waaraan
ze <- eens> misschien niet <+ eens> gelooft
247;al.4;8
- M2b: nutteloos
is <,>>.> <h>>H>aar moeiten <,>>en>
haar angsten <+,>
- D: nutteloos
is. Haar moeiten <en>> , > haar angsten,
247;al.4;10
- M2a: ach lieve
God <+,> spreek <.>>,> <B>>b>en ik
247;al.4;11-12
- M2a: Guido
<,>>.> <i>>I>s het
247;al.4;12
248;al.1;1
- M1b: wilde<+n>
angst want och ja,
- M2a: wilden
angst <+,> want <+,> och ja,
- D: wilden
angst, want <-,> <och ja>>ach>,
248;al.1;2
- M2a: binnen
in Guidoken, hij werd<-t>
- M2b: binnen
in Guidoken <,>>.> <h>>H>ij werd
248;al.1;4
- M2a: [-X]
Zulke dingens
- M2b: [-X]
Zulke dingen<-s>
248;al.1;5
- M2a: op een
<w>>W>oensdag <+,> en den <d>>D>onderdag
248;al.1;8
248;al.1;9
248;al.1;14
248;al.1;15
- M2b: weiger
hem <- van> alles.
248;al.2;3-4
- D: uw bevelen
<+,> waar ge voor betaald wordt <- gaan> <+,> ontloopen?
248;al.2;5
248;al.2;8
- D: <vingeren>>vingers>
te <zien>>kijken>.
248;al.2;11
248;al.2;12
- M2a: En ze
knikken. Zegt gij zooiets tegen een rijke mensch <!>>.>
- D: En ze knikken
<.>>,> <Z>>z>egt gij zooiets tegen een rijke mensch.
248;al.2;12-13
- M2a: Ja <+,>
en als ze ons eens vermoor<d>>t> <+,> wat dan?
- D: Ja, en
als ze ons eens vermoor<t>>dt>, wat dan?
248;al.2;14-15
- M2b: <+,>
legt zijn beetje moed bijeen <.>>:> <'kzal ik>>ik zal>
het hem zeggen.
248;al.2;15-16
- M2b: of <hij>>Mark>
het geriekt: de deur gaat open en <Mark>>hij> is daar.
- D: of Mark
het <- ge>riekt: de deur gaat open en hij is daar.
248;al.2;16
248;al.3
248;al.3;1
- D: En die
deur <,>>?> <e>>E>n geen eten?
248;al.3;2-3
248-249;al.3-al.1;4-1
- M2a: Hij luistert
geduldig, hij verstijf<d>>t>.
- M2b: Hij luistert
geduldig <,>>.> <h>>H>ij verstijft.
249;al.1;1
249;al.1;4
- M2a: Och <+,>
dat domme dienstvolk ook, wat ze hen toch
- D: Och, dat
domme dienstvolk ook, wat ze <hen>>zich> toch
249;al.1;6-7
- M2a: Zoo <!>>,>
zegt Mark. Hij keert <hem>>zich om <.>>:> Maak den
auto gereed, en kom Hilda.
- D: Zoo, zegt
Mark. Hij keert zich om: Maak den auto gereed, en kom <+,> Hilda.
249;al.1;9
249;al.2;3
- M1a: er zat
een beest, daar stond<-t>
- M2b: er zat
een beest <,>>.> <d>>D>aar stond<-t>
249;al.2;4
- D: die hem
<zou>>zon> opeten,
- VW: die hem
[zon]]zou] opeten,
249;al.2;6-7
- M2a: <-
Want> Guido stapt altijd voort, ziet van tijd tot tijd eens om, en niemand.
- M2b: Guido
stapt altijd voort, ziet van tijd tot tijd eens om <,>>:> <-
en> niemand.
249;al.2;7
- D: hooger
<om>>en> hooger
249;al.2;9
- M2b: alle
soorten <- van> rommel.
249;al.2;13-14
- M2b: En hij
moet lachen <,>>.> <w>>W>at een vreemd geluid is
dat <,>>?> Guidoken die lacht!
- D: En hij
moet lachen. Wat een vreemd geluid is dat? Guidoken die lacht <!>>.>
249;al.2;15
- M2a: gaan
straffen <:>>.> Hij heeft
249;al.2;17
249;al.2;17-18
- M2b: kijkt
voor <hem>>zich> uit als altijd.
- D: kijkt voor
zich uit <als>>lijk> altijd.
249;al.2;20
- M2a: met een
muizenval <!>>.>
249;al.2;20
- M2a: Alstublieft
<+,> doe het niet <+,> lieven loekenbeer <!>>.>
- M2b: Alstublieft,
doe het niet, lieve<-n> loekenbeer.
249;al.2;20-21
- D: En hij
vouwt zijn kleine zwarte pollekens <- thoop>.
249;al.3;2
249;al.3;3
- D: niet zoo
<van>>door> gekweld worden.
250;al.1;2
- D: <misterieuzen>>mysterieuzen>
250;al.1;3
- M2a: zullen
naar toe gaan <.>>,> <D>>d>an lacht hij
- D: zullen
<naar toe>>heen> gaan, dan lacht hij
250;al.2;2
- M2a: <+,>
allemaal op en weg.
250;al.2;4
- M2b: <Boeikens>>Boeykens>
250;al.2;5
- M2b: die wil
onbekend blijven <,>>.> <o>>O>f
- D: die <wil
onbekend>>onbekend wil> blijven <.>>,> <O>>o>f
250;al.2;11-12
- M2a: op te
zien <:>>.> En welk een kerk is het nu die ge gaat bouwen, vraagt
hij.
- D: op te zien.
En welk een kerk is het nu die ge gaat bouwen <,>>?> vraagt
hij.
250;al.2;12
250;al.2;13
- M2b: welk<+e>
<- een> zeever is dat nu <!>>?>
250;al.2;10-11
- M2a: <+,>
en achter Sander zijne rug gebaart er eenen
- M2b: , en
achter Sander zijn<-e> rug gebaart er eene<-n>
250;al.2;12-13
- D: Onsheer
is toch Onsheer zeker <!>>.>
250;al.3;3
250;al.3;4-5
- D: een pikzwarte<-n>
nacht ligt waarin <van>>juist> alles kan gebeuren.
250;al.3;5
- M2a: In den
prillen <- morgen>
- M2b: In den
prillen <+ morgen>
250;al.3;9-10
250;al.3;10
250;al.3;12
- M2a: u naar
buiten <trékt>>trekt>.
- M2b: u naar
buiten trekt <+ en trekt>.
251;al.1;1
- M2a: Oorlog!
Oorlog <,>>!> en de man
251;al.1;2
- M2a: stond<-t>
en met iedereen lacht<-t>e
251;al.1;2
- D: als ze
over oorlog klapte<-n>,
- VW: als ze over oorlog klapte [+n],
251;al.1;6
- M1a: op haren
<schoot # arm>
- M2b: op <haren>>haar>
arm
251;al.1;8
- D: <komen
werken is>>is komen werken>,
251;al.1;8-9
- M2a: zijn
vrouw af <.>>:> Morisken,
251;al.1;10
251;al.1;11
- M2a: Het waren
bommen <!>>.>
251;al.1;12
251;al.1;13
251;al.1;14-15
- M2a: klein
wordt <-,> verbeelden ze <hun>>zich>
251;al.2;1
- M2b: De <eenigste>>eenige>
die kalm blijft midden <- van> donder en bliksem
- D: De eenige
die kalm blijft <+ te> midden <+ van> donder en bliksem
251;al.2;2
251;al.2;5-6
- D: gaan zoeken
<?>>.> Ze komen anders rap genoeg <.>>!>
251;al.2;7
251;al.2;8
- M2a: Ja <+,>
en zijt stille,
- M2b: Ja, en
zijt stil<-le>,
251;al.2;13-14
- M2a: van alles
<+,> van alles. Ik kan dat ook peinst hij <+,> en zijn herteken
popelt <,>>.> <h>>H>ij heeft
- D: van alles,
van alles. Ik kan dat ook <+,> peinst hij, en zijn <herteken>>
harteken> popelt. Hij heeft
251;al.2;14
251;al.2;16
- M2a: wachten
<,>>.> <h>>H>ij stormt alleen naar huis door de
stra<-a>ten
251;al.2;18-19
- M2a: weg is
<+,> zitten ze binnen hun angst en hun schrik te overpeinzen <:>>.>
En wat
252;al.1;1-2
- M2a: te vinden
is <:>>.> En laat mij hem behouden, God <+,> dat er hem
eens iets moest overkomen <!>>.>
252;al.1;3
- M2a: binnen
komen <+,> scharrelt
252;al.1;5
252;al.1;6
252;al.1;10-11
- M2a: [-X]
Een teekenboek <+,> gromt Sander.
252;al.1;12-13
- M2a: den houten
muur <achter>>door>, <+ hij ziet er misschien> de vlakte
<+ door>
252;al.1;17
- M2a: Hij antwoord
niet, maar brengt <savends>>'savends> een schrijfboek mee.
- M2b: Hij antwoord<+t>
niet, maar brengt 'savends een schrijfboek mee.
- D: Hij antwoordt
niet, maar brengt <'savends>>'s avends> een schrijfboek mee.
252;al.2;1
- M2a: [+X]<-
En> <t>>T>eekent mij nu eens een boot <+,>
- M2b: [X]
Teeken<-t> mij nu eens een boot,
252;al.2;2
- M2a: nog eenen
en nog eenen, allemaal booten <+,> zijn heelen boek vol.
- D: nog een<-en>
en nog een<-en>, allemaal booten, zijn heele<-n> boek vol.
252;al.2;3-4
- D: <z>>Z>ondagachternoen
dat het regent <+,> en de ander<+e> menschen voor de<-n>
radio naar berichten luisteren van het front, <- dan> zit Sander
252;al.2;6
- M2b: van alles
<- reeds> gehoord
252;al.2;8
- M2b: waar
<- van> alles in ligt
252;al.2;10-11
- M2a: Maar
<savends>>'s avends> bidt ze niet meer: <E>>e>n
bescherm mijn Sander <+,> amen.
252;al.2;11-12
- D: Dat hij
zijn plan trekt <+,> zegt ze, ik trek <den>>het> mijne<-n>
ook.
252;al.3;4-5
- M2b: muur
<,>>.> <w>>W>ant
252;al.3;5
253;al.1;2
- M2a: wacht<-t>en
naar iemand
- D: wachten
<naar>>op> iemand
253;al.1;4
- M2a: het is
tijd voor school <!>>.>
253;al.1;4-5
- M1a: Onder
aan den trap <roept # schreeuwt> hij: Albrie-ik, en hij kijkt naar
alle dingens
- M2b: Onder
aan de<-n> trap schreeuwt hij: Albrie-ik <,>>.> <e>>E>n
hij kijkt naar alle dingen<-s>
- D: Onder aan
de trap schreeuwt hij: Albrie-ik. <- En> <h>>H>ij kijkt
naar alle dingen
253;al.1;6-7
- M2a: blik
<.>>,> <Presies>>precies> of al de ander kinderen,
de schoolmeesters, en de vliegtuigen
- M2b: blik,
precies of al de ander kinderen, de schoolmeesters, <- en> de vliegtuigen
- D: blik, precies
of al de ander<+e> kinderen, de schoolmeesters <-,> <+ en>
de vliegtuigen
253;al.1;8-9
- M1a: een komediespel
<dat # is dat>men voor hem alleen opvoert.
253;al.2;1
- M2a: Als Albrik
<hem>>zich> lastig maakt
253;al.2;1-2
- M2b: lijk
een groote<-n> omdat hij weer straf moet,
- D: lijk een
groote omdat hij weer straf moet <+ maken>,
253;al.2;3-4
- M2a: Lach daar niet mee<+,> zegt Albrik,
253;al.2;5-6
- M2b: dingen<-s>
die al honderde jaren
- D: dingen
die al honderde<+n> jaren
253;al.2;6
253;al.2;7-8
- M2a: Morrisken
lacht, en er passeer<d>>t> hem iemand,
- M2b: Morrisken
lacht <,>>.> <e>>E>n er passeert <hem>>hen>
iemand,
253;al.2;8-9
- M2b: blijft
staan <.>>:> <E>>e>n <zijde>>zijt> gij
Sander zijn<-e> jongen dan? <n>>N>aar huis
253;al.2;10-11
253;al.3;3
253;al.3;4
253;al.3;4
253;al.3;5
253;al.3;7
- D: krabben
<.>>,> <D>>d>rie kinderen dat is geen kak <+,>
zulle Morris!
253;al.3;9
253;al.4;1
- M2b: en het
is zaterdag, godsdienstles <,>>.> <o>>O>ver de
- D: en het
is <z>>Z>aterdag, godsdienstles. Over de
253;al.4;5
- M2a: van over
<- twee>duizend jaar.
- D: van <over>>voor>
duizend jaar.
253;al.4;6
- M2b: uw <-s>linke
wang
- D: uw <linke
wang>>linkerwang>
254;al.1;1
- D: wat men
<hen>>hun> wijsmaakt
254;al.1;2
- M2a: van hier
naar daar geslingerd <.>>,> <T>>t>usschen
254;al.1;3
- M2a: leugens
<+,> hatelijkheid <+,> recht en onderduims<+ch> gefoefel,
terwijl
- M2b: leugens,
hatelijkheid, recht en onderduimsch gefoefel <,>>.> <t>>T>erwijl
254;al.1;4
- M2a: <-
een ding is dat telt,> <een>>één> ding den
grooten knoop is:
- M2b: één
ding de<-n> groote<-n> knoop is:
254;al.1;4-5
- M2b: aan uw<-en>
boterham geraakt, en liefst eenen met een dikke plak bijval tusschen.
- D: aan uw
boterham geraakt, en liefst een<-en> met een dikke plak bijval <+
er> tusschen.
254;al.1;6-7
- D: de linker<+
-> en de rechterwang
254;al.1;7
- M2b: uw<-en>
houten kloef
254;al.2;1
- M2a: <Een>>één>
Mei. En op ander éenmeidagen
- M2b: één
Mei. En op ander <éenmeidagen>>jaren>
- D: één
Mei. En <- op> ander<+e> jaren
254;al.2;2-3
- M2a: <+,>
wie het nu bij het rechte eind had<-t>, de <b>>B>elgische
so<s>>c>ialisten of de spaansche, de rechtse<+n> of de
linkse<+n>.
- M2b: , wie
het nu bij het rechte eind had, <- de Belgische socialisten of de spaansche,>
de rechtse<-n> of de linkse<-n>.
- D: , wie het
nu bij het rechte eind had, de <rechtse>>rechtschen> of de <linkse>>linkschen>.
254;al.2;3
- M2b: op malkanders
gezicht. Gij zijt <nen>>een> anarchist, en gij een bolsjewist
<- in plaats van bij ons te blijven, bij de oude en echte rooden>.
Maar
- D: op malkanders
gezicht. <- Gij zijt een anarchist, en gij een bolsjewist.> Maar
254;al.2;4
- M2b: <+,>
want het is oorlog. <- En ge moogt tegen den oorlog zijn zoolang het
geenen is, gelijk de kinderen die mogen zeggen, ik slaap van den achternoen
niet, maar als het achternoen is moeten zwijgen en dodo doen.>
254;al.2;6-7
- M2a: een eersten
<m>>M>ei zonder betooging is geen eersten <m>>M>ei,
- M2b: een eerste<-n>
Mei zoder betooging is geen eerste<-n> Mei,
254;al.2;8
254;al.2;11
- M2a: schiet
er <hem>>zich
254;al.2;13
- M2b: <dat>>hoe>
hij krijtwit wordt
254;al.2;13
254;al.2;14
- M2a: ziel<+e>ken
- M2b: ziel<-e>ken
254;al.2;14-15
- M2b: Zoo <.>>!>
<H>>h>et is
- D: Zoo <!>>,>
het is
254;al.2;17
254;al.2;17
254;al.2;18
- M2a: bukt
<hem>>zich> ineens en rap,
- D: bukt zich
ineens <+,> en rap
254;al.2;19
254;al.2;23
254;al.2;25
- M2a: Meester
<+,> er hangt
254;al.2;29
- M2b: die scheur <,>>: ...>
- D: die scheur: <-...>
255;al.1;1
255;al.1;3
- M2b: de <-s>linke
en de rechte wang
- D: <de
linke en de rechte wang>>de linker- en de rechterwang>
255;al.1;6-7
- M2a: Het doet
zeker zeer Mieleken, vraagt hij, en toe Albrik <+,> geef hem nog een
kartats <+,> zegt hij. [X] [?] Ze
- D: Het doet
zeker zeer <+,> Mieleken <,>>?> vraagt hij, en toe <+,>
Albrik , geef hem nog een kartats, zegt hij. [-X] Ze
255;al.1;9
- M2b: gremellacht
<.>>,> <I>>i>n het begin <.>>,> <W>>w>ant
255;al.1;11
- D: zoveel
straf <+ maken>
255;al.1;11
- M2a: dat ze
er <hen>>zich> geen meester
255;al.1;12-13
- M2a: En <sanderdaags>>
's anderdaags> <niet durven>>durven ze niet> naar school
gaan <+,> maar <op de vlakte blijven>>ze blijven op de vlakte>
spelen,
- M2b: En 's
anderdaags durven ze niet naar school <- gaan>, <- maar> ze
blijven op de vlakte spelen,
255;al.1;14
- M2a: Ze maken
<-hen> een wierookpot <,>>.> <z>>Z>e staan
255;al.1;16-17
- M2a: <B>>b>onpa
op bezoek. Die heeft het beter <+,> zegt
255;al.1;23-24
- M2a: Het slaat
ineens, lijk een bliksemslag door zijn hoofdje <+,>
- M2b: Het slaat
ineens <-,> lijk een bliksemslag door zijn hoofdje,
255;al.1;24
255;al.1;26
255;al.1;27
- M2a: <presies>>precies>
op slag kleiner
- M2b: precies
<op slag>>ineens> kleiner
255;al.1;28
- M2a: Hij keert
<hem>>zich> om
255;al.1;29-31
- M2a: Allez
<+,> stap voort Guido <+,> en ge moogt nooit omzien, dat betaamt
niet. [-X] En hebt ge het bogot gezien,
- D: Alleze,
stap voort <+,> Guido, en ge moogt nooit omzien, dat betaamt niet.
En hebt ge het <bogot>>begot> gezien,
255;al.1;31
- M2a: hij schreid<-d>e
toch ook al
- D: hij schreide
toch ook <+,> al
255;al.2
- M2a: [+X]
Hij is terug kontent,
255;al.2;1-2
- M2b: een schoonen
theater waar hij mag naar <zien>>kijken>.
- D: een schoon<-en>
theater waar hij <mag naar kijken>>naar kijken mag>.
255;al.2;4
- M2a: maakt
hij <- hem> in het geheim
256;al.1;4
- M2b: Hij gaat
<- maar> weer binnen
256;al.1;6
256;al.1;7
256;al.2;1-2
- M2b: en <hem>>zich>
suf te peinzen
256;al.2;4-5
- M2b: hoe grooter
de<-n> berg wordt die ligt te wachten. <- Ze pompen Guido al maar
meer verstand in, terwijl hij er ligt in te verdrinken.>
- D: <+,>
hoe grooter de berg wordt die ligt te wachten.
256;al.2;6
- M2a: letters
en <c>>[x]>ijferkens
- M2b: letters
en <[x]>>c>ijferkens
256;al.2;7
- M2b: <dat
zou>>is> een zachte hand <- zijn> die
256;al.2;8-9
- M2b: over
zijn kopken <streek>>strijkt>, iemand die <zei>>zegt>
<,>>:> kom eens hier mijn<-e> jongen.
- D: over zijn
kopken strijkt, iemand die zegt: kom eens hier <+,> mijn<+e>
jongen.
256;al.2;10-11
- D: een <staal>>stalen>
gezicht
256;al.2;11
- M2b: schudt
ze <- eens> haar hoofd,
- D: schudt
ze <+ eens> <haar>>het> hoofd,
256;al.3;3-4
- M2b: eene<-n>
die juist alles ziet. Hoe is het mogelijk
- D: een<-e>
die juist alles ziet <.>>,> <H>>h>oe is het mogelijk
256;al.3;6
- D: doodarme
ouders <+,> die
256;al.3;8
- M2b: een schoone<-n>
naam
256;al.3;9
256;al.3;12-13
- M2a: Waar is den tijd dat ik dien nog onder mijn handen had<-t>.
- D: Waar is de<-n> tijd dat ik dien nog onder mijn handen had <.>>!>
256;al.4;1
- M2a: vraagt
<hem>>zich> af
256;al.4;2
257;al.1;3
- M2a: duitsche
woorden. [X] [?] Guido smijt <hem>>zich>
- D: <d>>D>uitsche
woorden. [-X] Guido smijt zich
257;al.1;4
257;al.1;5
- M2a: <+,>
duivel die ge zijt.
257;al.1;5
- M2b: Het wordt
stil<-le>.
257;al.1;7
- M2b: weet
te zeggen <+,> manneken <!>>,> <I>>i>k heb
257;al.1;8
257;al.1;10
- M2b: op een
moeder die <verweg>>ver weg>
- D: <op>>om>
een moeder die ver weg
257;al.2;1
- D: Zijn<-e>
<p>>P>a komt niet <- op>, en ze steken hem <- maar>
voorloopig
257;al.2;2
257;al.2;4
257;al.2;4
257;al.2;6
257;al.2;8
257;al.2;9
- M2b: zijn
handen <,>>.> <h>>H>ij laat
257;al.3;1
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
257;al.3;1-2
- M2a: te eten.
En dan voort <.>>,> <Z>>z>aken, zaken.
- D: te eten
<.>>,> <E>>e>n dan voort, zaken, zaken.
257;al.3;6-7
- M2a: Kolen
<+,> leder <+,> treinriggels <+,> lokomotieven, hij maakt
alles,
257;al.3;7
- M2b: de<-n>
groote<-n> toovenaar.
257;al.3;10
257;al.3;13-14
- M2b: heel
ander dingen<-s> <,>>en> drinkt zijn koffie uit <:>>.>
En waar
- D: heel ander<+e>
dingen en drinkt zijn koffie uit <.>>:> En waar
257;al.3;15
- M2b: twijfelt
hij toch even<-tjes>.
- D: twijfelt
hij <- toch> even<+tjes>
258;al.1
258;al.1;1
- M2a: lijk
zijn moeder <!>>.>
258;al.1;2
258;al.1;3
258;al.1;5
- M2a: En zijde
dood Guidoken? <H>>h>ij
- M2b: En <zijde>>zijt
ge> dood Guidoken? <h>>H>ij
- D: En zijt
ge dood <+,> Guidoken? Hij
258;al.1;6-7
- M2b: Ja <+,>
waar slaapt Guido nu <,>>?> <h>>H>ij klampt een
meisen aan <.>>:> Waar
258;al.1;10-11
- D: en ge ziet
<- schoon> zijn kaaksbeenderen
258;al.1;12
258;al.1;13
258;al.1;14
258;al.1;16-17
- M2a: den man
die langs hem heen slibbert <+,>
- M2b: de<-n>
man die langs hem heen slibbert,
258;al.1;18
258;al.1;21
258;al.1;24
- M2a: langen
<+,> langen duisteren tunnel
258;al.1;25
258;al.1;25-26
- M2a: loopt
<+,> loopt, valt en kan niet meer op, de trein
- M2b: loopt,
loopt, valt en kan niet meer op <,>>.> <d>>D>e trein
258;al.1;26
258;al.1;28
- M2b: de<-n>
trein is weg <,>>...> hij ligt
258;al.1;29
258;al.1;30
258;al.1;31
- M2a: [-X]
Guido beziet het niet
258;al.1;32
258;al.1;34-35
- M2a: Hij laat
<hem>>zich> vallen
258;al.1;36-37
- D: dat zullen
ze <- wel> geern hebben.
259;al.1;1
- M2a: <een>>één>
voor <een>>één>
- D: <één>>eén>
voor één
- VW: [eén]]één] voor één
259;al.2;1
- M2a: Hij wordt
ouder <.>>,> <E>>e>n stilder.
- M2b: Hij wordt
ouder, en <stilder>>stiller>.
259;al.2;2
- M2a: gaan
<-,> en ziet daar
259;al.2;4
- M2b: op het
couvert <,>>.> <e>>E>n zijn oogen bezien dezen die
- D: op het
couvert. En zijn oogen bezien <dezen>>hen> die
259;al.2;5
259;al.2;6
259;al.2;6-7
- M2b: een gewaagde<-n>
roman
259;al.2;7
- D: <laten
slingeren heeft>>heeft laten slingeren>,
259;al.2;8
259;al.2;12
- M2b: en steekt
<- ze> beiden weg.
- D: en steekt
beide<-n> weg.
259;al.2-al.3;13-1
- M2a: te betrappen
<,>>.> [+X] <- En> <h>>H>et zou
259;al.3;2
259;al.3;2-3
- M2a: <hen>>zich>,
de lomperik<-k>en
259;al.3;5
- M2a: Mensch
<+,> hond en kat,
259;al.3;9
- M2a: Goeden
<- dag> soortgenoot <+,> zegt hij.
- M2b: Goeden
<+ dag> <+,> soortgenoot, zegt hij.
259;al.3;12-13
- M2a: daagt
den onzichtbaren hemel uit <.>>,> <H>>h>ij vloekt
waarom
259;al.3;13-14
- M2a: niets
<méer>>méér> gemaakt hebben dan maar een
lompen botten mensch <!>>.>
- D: niets méér
gemaakt hebben dan maar een lompe<-n> botte<-n> mensch.
259;al.3;15
259;al.3;19-20
- M2a: om te
zeggen <:>>[x]><I>>i>s het niet <méer>>méér>,
- M2b: om te
zeggen <[x]>>:> is het niet méér,
259;al.3;22
260;al.1;1
- M2a: een strikvraag,
waar het juist moei<-e>lijk wordt.
- M2b: een strikvraag
<-,> waar het juist moeilijk wordt.
260;al.1;4-5
- M2b: En hij
zegt <,>>:> en ge weet het niet
260;al.1;9
260;al.1;10
260;al.1;11
- M2a: beklaag<d>>t>
<.>>,> <W>>w>oorden
- M2b: beklaagt
<,>>.> <w>>W>oorden
260;al.1;11-12
- M2a: aan meneer
<+,> zijn papa <+,> meedeelt.
260;al.1;14
- M2a: <Savends>>'s
Avends>
260;al.1;16
- D: <op>>over>
zijn handen,
260;al.1;16
260;al.1;17
260;al.1;18
- M2a: Hij legt
<hem>>zich> neer op het open boek,
- D: Hij legt
zich neer <op>>over> het open boek,
260;al.1;18-19
- M1a: vingeren door <+,>
- M2b: vingeren door <-,>
- D: <vingeren>>vingers> door
[terug]
|