[terug]
[1] Eens, op een minder mooie
avond
Overlevering
M5 Eens op een
mooie avond (typoscript), p. 3-13
M4 Dol Kijwe, Eens
op een mooie avond, p. 3-22
M3 Eens, op een mooie avond, p. 112-136
Varianten en correcties
607 Titel Eens, op
een minder mooie avond < Eens,
op een minder mooie avond zijnde
het kommentaar op voorgaand boek, geschreven door zijn biograaf, in de
literatuurgeschiedenis alleen bekend als “de biograaf van Noob Kijwedol”. M3
609 1 vonden <
lazen M3
3 introvingereerde <
introvinogureerde M3
4 Dol
Kijwe < Noob Kijwedol M3
6 Gunnarsson <
Gunnarzson M4
Trouwens < Trouwens, M4
8-9 spreken,
de voornaamste held, die < spreken, die M3
9 bisschop
Foetreloe < bisschop met naam Foetreloe M4
11-12 ‘du Vieux Foutre’ < “du Vieux Foutre” M4
12 ‘loe’
< “loe” M4
14 o.a.
< onder andere M3
15 ‘mijn
loetje’ < “mijn loetje” M4
15-16 even
zijn vriend de < even de M3
16 Belgicisme
< neerlandisme, samen met het
belgicisme M3
22 voert.
We < voert, we M3
25 st..
st... stotterende <
st... st... stotterende M4
25-27 Trouwens, die Guus lijkt toch wel een beetje
een Zweedse
naam, ik zal mijn theorie nog eens
moeten herzien. <
Die Guus lijkt toch wel een beetje
een Zweedse naam. Ik
zal mijn theorie nog eens herzien. [voetnoot] M3
610 1 ook <
óók M4
1-2 zou het godverdomd die geweest zijn, de
hoer? – en de < zou het god-verdomd die geweest zijn, de
hoer? en de M4 <
ik had misschien beter over deze een pornografisch verhaal geschreven,
liever dan mijn tijd te verprutsen aan deze studie – en de M3
3 Dol
Kijwe < Noob M3
8 vandaan,
zonder opspraak te verwekken? < vandaan? M3
12 tot
voeten < tot de voeten M3
- het splitje of lulletje niet te
vergeten - < , en grondig M3
15 toehorend <
toebehorend M3
18 Tenslotte <
Tenslotte, M4
18 toehorend <
toebehorend M3
18-19 b.. b... bokser Guus: <
b... b... bokser Guus: M4
< bokser gu... gu... godomme, straks krijgen we er ook van! guus: M3
19 Noëlla <
Noella M3
21 Dol
– Kijwe, bedoelen we - < Kijwedol M3
23 ten
andere < trouwens M3
27 Dol’s <
Kijwedols M3
28-29 zijn
helden toeschrijft < hen toeschrijft M3
29-30 beginnen
lezen < herlezen M3
30 zelf <
zčlf M4 <
zelf M3
611 2 het
boek < het hele boek M3
3 Op
bladzijde < Reeds op bladzijde M3
4 al
bijna < bijna al M3
9 is <
is, M4 <
is M3
11 langs, <
langs M3
12 neuken <
bewerken M3
13-14 Dol Kijwe – Kijwe Dol - we <
Dol Kijwe – of Kijwe Dol – we M4
< Kijwedol? We M3
17-18 kombinatie, zoals ge ziet, want <
kombinatie trouwens, want M3
21 aangezichten <
gezichten M3
24 ‘die het genot zo lang mogelijk willen
uitstellen’. < “die het genot zo lang mogelijk willen
uitstellen”. M4
26 ‘uitstellen’ <
“uitstellen” M4
27 ‘dadelijk toegeven’ <
“dadelijk toegeven” M4
30 systokutodelischer <
systomedidelischer M3
32 draait <
draait, M3
34 van
Den < Van Den M4
34-35 Reinaerde en andere < Reinaerde, of Den
Isengrimus en alle andere M3
35 ongewoons. <
ongewoons! M3
noot Denk
nu hierom niet, < denk nu niet M3
zou zijn < is M3
612 1-2 verhaal, over de bisschop en zo, dient meer als leidraad en heeft <
verhaal, over de bisschop en zo, dient meer als leiddraad en heeft M5-4 < verhaal
of leiddraad, over de bisschop en zo, heeft M3
2 onwezenlijk <
onwezenlijke M3
4 Dol
Kijwe < Kijwedol M3
5-6 af
– om nu eens het juiste woord te gebruiken – in <
af in M3
8 methamitofisisch <
methamidofisisch M3
10-11 vrienden
en de hoertjes op < vrienden, de hoertjes en de andere kinderen
op M3
12 Noëlla <
Noella M3
14 het
er dan over < het dan erover M3
16-17 binnenhuis-sadistische <
kleine sadistische M3
18 ja
hoe < ja, hoe M3
23 het
iets geven? - < het de moeite waard zijn? – M3
24 nogmaals <
nu eens M3
28 vakantie <
verlof M3
29 laten
we < laat ik M3
30 Kijwe’s <
Kijwedols M3
36 eerbaar
genoeg zijn < eerbaar genoeg zijn, M3
613 2 bij
Dol Kijwe. < bij Kijwedol… als hij tenminste niet
bij zichzelf gedacht heeft: ik mag
het niet tč bont
maken. M3
6 gespaard, <
gespaard M3
6-7 ‘haar iets oudere vriendinnetje’ <
“haar iets oudere vriendinnetje” M4 <
“haar iets ouder vriendinnetje” M3
9 ouder <
ouder, M3
ze, <
ze M3
huis van buurman, <
huis van buurman M3
10 raam
van buurman, < raam van buurman M3
binnen kreeg <
binnenkreeg M3
11 dit <
dat M3
12 wat <
eens M3
12-13 zoveel in dit boek geneukt wordt <
zoveel geneukt wordt in dit boek M3
16 hoofd
af, < hoofd M3
ook
< óók M3
17 Maar
voort met dat < Maar vort met het M3
21 een
jongetje < een veertienjarig jongetje M3
24 Ze <
Zij M4
25 nu
ook < dan ook M3
het jongetje <
het veertienjarig jongetje M3
27 en
er < ermee M3
27-28 mee wonen, zonder vrienden die bezoek komen
brengen. < wonen en geen vrienden bezitten. M3
29 brengen,
komt < brengen komt M3
31 die
- <
die, M3
weer eens aan <
weer aan M3
vensterraam - <
vensterraam, M3
36 donker
straatje < donkerder straat M3
614 2 detail:
ze < detail: Arlette M3
4 loslaat.
Wat < loslaat, wat M3
6-7 er
me < er mij M3
9 Kijwe
Dol < Kijwedol M3
12 dan
nog een < dan een M3
15 het
kan < het kán M4
19 in
huis heeft. < heeft gekregen. M3
heer < staatsburger M3
22 schatten-wasser <
schattenwasser M3
23 pap,
als u < pap hebben, als ge M3
27 tijdstip <
tijdstip, M3
Kijwe Dol < Kijwedol M3
29-30 ‘eens terwijl ze ergens met verlof was’ <
“eens terwijl ze ergens met verlof was” M4
32 lijkt <
blijkt M3
36 die
een nieuwe < die deze nieuwe M4
37 deze
smeerlap een < het een M3
615 2 het
Reinaert-epos < den Vos Reinaerde M3
denken. < denken, toen hij
overspel pleegde. M3
7 toe
te dienen < toe de dienen M4 < toe te dienen M3
vraag mij < vraag me M4
7-8 dit
heeft kunnen bijdragen tot de seksuele opvoeding van
dit jongetje. <
dit tot de seksuele opvoeding van het
jongetje heeft kunnen bijdragen. M3
8-9 het trouwens Marina zelf <
het trouwens Marina zélf M4
< het Marina M3
9-10 me
kut, godverdomme! < “Mijn kut, godverdomme”. M3
11 Wat Arlette < War Arlette M5 <
Wat Arlette M4
11 het
ogenblik < op een ogenblik M3
12 zijn
wel alle < zijn alle M3
14 zeer <
zéér M4
15 verlangt <
wou M3
nog
< nog, M4
verlaat, < verliet M3
16 de
inderdaad huiswaarts kerende vrouw
< zijn vrouw M3
muilpeer < oorveeg M3
19 heen
helpen < heenhelpen M3
20 zijn
trouwe < zijn huis binnen te brengen en zijn trouwe M3
30 snoeren. <
snoeren... M4
32 veel
woorden < mooie woorden M4
36 Noëlla,
gewapend < Noélla moet, gewapend M3
36-37 gaat van de drie mannelijke instrumenten <
van de drie instrumenten M3
616 7 Noëlla
er aan < Noella eraan M3
hoe
< terwijl M3
9 één <
eén M3
10 andere
hand < andere M3
Noëlla < Noella M3
12 noemt. <
zegt. M3
13 gaat
bijrekenen < bij gaat rekenen M3
14 Noëlla <
Noella M3
14-15 steeds
maar Noëlla < steeds Noella M3
18 komen, <
zijn gekomen, M3
19-20 generaal dan ook nog van haar verhaal kan
genieten. < generaal dan ook nog van háár verhaal kan
genieten. M4 <
generaal ook nog van háár verhaal genieten kan. M3
21 zou
genoten < zou kunnen genoten M4
30 ik
ben een hond, ik ben een hond.
< “ik ben een hond,
ik ben een hond”. M3
31 feite, <
feite… M3
33 Wat
zeer < Wat ten andere zeer M3
34 het eindelijk te zien gebeuren <
het er eindelijk te laten van komen, M3
35 Paulette, <
Paulette M3
hij naar < hij weeral naar M4
617 2 het
niet. < het ook niet. M4 <
men ook niet. M3
4 likken
– we < likken. We M3
5 zou
– en < zou. En M3
9 verlangen <
opwinding M3
st.. st... stotterende < st... st... stotterende M4
11 hierdoor dan < hier dus M3
18 met
ook de pik < met zijn pik M3
st.. st... stotteren < st... st... stotteren M4
19 Noëlla <
Noella M3
20 Noëlla < Noella M3
22 hebben.
< hebben! M3
25 voor
de eerste maal < reeds M3
26-27 dat
nu de mossel, muis, pruim, < dat de mossel muis pruim M3
31 eindelijk
eens een < eindelijk een M3
32 u
kunt < ge kunt M3
32 Noëlla <
Noella M3
33 monsterstuk in stelling, op het <
monsterstuk bij het M3
34 Noëlla <
Noella M4
heb je < hebt ge M3
de bestorming van het
citadelletje. < de poppen aan het dansen. M3
618 1 is
dan Helena < is Helena dan M3
2 nabij <
naderbij M3
4 zweren, <
zweren M3
7 met
hem < met Johan M3
9 Nellie, <
Nellie M3
13 en
dit doen wil, < en ze dit wil doen M3
14 Fysio-biolodarmisch <
Fysio-biologodarmisch M4 <
Fysio-biologidarmisch M3
16 Kijwe
Dol < Kijwedol M3
16-17 zelf
zien < zelf wel zien M4
24-25 doel. Ingrid aanvaardt de sleutel van Johan in
haar slotje, en opent zich. < doel. Zodadelijk! zegt Ingrid... als de
glazen gevuld zijn. Waarna ze zich onder tafel neervleit, de sleutel van Johan
in haar slotje brengt, en zich opent. M3
25-26 hierdoor krijgt ze dan datgene, wat <
hierdoor dan datgene krijgt, wat M3
29 het ook soms een krijgt. En hier is het
paard vanzelfsprekend Ingridje.
< het ook soms eens krijgt.
En hier is paard vanzelfsprekend Ingridje. M4
< het niet krijgt. M3
30-31 ontsnapt,
ze < ontsnapt. Ze M3
34 ligt,
geeft < ligt en die wild zoent, geeft M3
36 weten! <
weten. M3
619 3 en
zo. < en zo! M4
6 uitspreiden <
uitspreiden, M3
9 bezoedelen <
bezoedelen, M4
10 godverdomme! <
godverdomme. M3
10 de
ander < de andere M3
11 heeft. <
krijgt. M3
13-14 in haar nu heilige kut. <
in wat de opvoedende blaadjes de vrouwelijkheid noemen. M3
15 bladzijde
zoveel. < bladzijde 88. M3
16 leggen, <
leggen M3
heftigheid < hittigheid M3
17 erin <
er in M3
20-21 bisschop haar de vagina vult met wat hem van
nature toebehoort. < bisschop met wat hem toebehoort haar vagina
vult. M3
21 kunnen
we < kan ik M3
24 staat. <
stond. M3
25 wil
hij ook < wou hij nu ook M3
27 staat <
stond M3
28 de
zijne < dezijne M4
29 de
onze. < de onze die er wat bij gewaarword. M3
30 eerste
– of is het de tweede? - < eerste M3
32 lezen, als u er de tijd voor hebt,
want < lezen, want M3
nog
< nóg M4 < nog M3
34 streelt <
streelde M3
kut en wil < kut, en wou M3
trouwen, < trouwen M3
zegt < zei M3
35 krijgt <
kreeg M3
37 Het
zou < Dat zou M3
620 4 klimaks <
klimax M4 <
climax M3
7 kan <
mag M3
priester, < priester M3
9 kan <
moet M3
11-12 mannen
de wijven beu zijn en in < mannen in M3
13 zuigen <
afzuigen M3
de jonge < de drie jonge M3
14 kelk <
kelk, M3
19 groot
onderscheid < grote onderscheid M3
20 Kijwe
Dol < Noob Kijwedol M3
21 zeggen, <
zeggen M3
21-22 zingenot, alleen maar moordgenot kent. <
zingenot, alleen maar moord-genot kent. M4 < zingenot kent, alleen moord-genot. M3
23 ‘ze wierpen alles weg’ <
“ze wierpen alles weg” M4
24 en bloedvergieten < en het
bloedvergieten M3
25 deden!
< deden. M3
26 leven,
< leven M3
27 Kijwe Dol
< Kijwedol M3
30 laarzen of een < laarzen, een M3
kousen <
kousjes M3
A lŕ < A lá M4
31 Benny… nee, < Benny, neen, M3
35 die rozenblaadjes lijken. <
die er als rozenblaadjes uitzien. M3
36 klitoris – of dief – een <
clitoris een M3
621 2 zwijgen, <
zwijgen M3
3 We hadden het reeds, van terzijde, over de
eigenaardigheid, < Nu weet ik echt niet meer of we het reeds
over deze eigenaardigheid hadden, M3
5 En daar moeten we het zodadelijk eens < En als dit niet het
geval is, zullen we het er zodadelijk eens M3
6 heel
wat belangrijkers < veel belangrijkers M3
7 ons
zo heel < ons heel M3
11 101 <
111 M3
12 kut
wel wat aan < kut toch wel aan M3
13 ons <
onzes M3
Kijwe < Noob M3
14 kut <
Kut M4 <
kut M3
16 getroffen, <
getroffen M3
heel jonge < heel heel jonge M3
20 opkan <
op kan M3
22 bij, <
bij M3
meer… < meer - M3
24 mócht <
mocht M3
26 Kijwe
Dol < Noob Kijwedol M3
27 gezorgd <
gezocht M3
een pik of piek <
een piek M3
28 stijve, een instrument, een mast en <
stijve, een fluit, een instrument en M3
29 nam
hij < vond hij M3
30 maar het blijft daarbij. Wij <
doch daar blijft het dan bij. We M3
32 ook <
Ook M4 <
“Ook M3
33 d’r
lijf < haar gat M3
dezelfde. < dezelfde”. M3
34 of
wat ervoor doorgaat: < of dat wat ervoor doorgaat, M3
622 2 langsliep <
langs liep M3
3 dochtertje <
dochter M3
5 ogenblik: folklore of oudheidkunde en < ogenblik, folklore
en M3
8 neuken <
berijden, M3
8-9 als
een < als er een M3
10 en
andere folkloristische < en folkloristische M3
11 maar <
doch M3
11-12 er
van af < er nu van af M3
13-15 meisjes, langs een verlaten veldweg,en dan nog
eens langs een veldweg die niet verlaten kan genoemd, want <
meisjes, in de duinen, langs een verlaten veldweg, nog eens langs een
verlaten veldweg, en dan nog eens langs een veldweg die niet verlaten kan
genoemd, want M4 <
meisjes, in de duinen, langs een verlaten veldweg, nog eens langs een
verlaten veldweg, en dan nog eens langs een veldweg die niet verlaten kan
genoemd, wat M3
17-18 reeds van in de wieg een zijkertje, dat <
een zijkertje, reeds van in die wieg. Dat M3
18 horen <
horen, M3
21-22 naar even heetlopende meisjes en andere
jongens? < naar een even heetlopende partner? M3
23 geschikt
materiaal < heel wat materiaal M3
27 zelfs nog erger te <
zelfs godhemelstegodvlammendstegodverdomme te M3
32 gevonden, <
gevonden M3
33 verantwoorde <
verantwoordde M5-4
34-35 we,
achteraf beschouwd, niet < we niet M3
36 paardrijders, <
paardrijders – M3
36-37 aan
mooie < aan de mooie M3
37 aan
bookmakers < aan de bookmakers M3
623 2-3 verschijnsel
Humor bij Kijwe Dol < verschijnsel “Humor” bij
Noob Kijwedol M3
5 giechelen. <
gichelen en lachen. M3
7 we
tenslotte < we dan tenslotte M3
8-9 Ik kan het niet verhelpen, maar het kittelt
me zo! < “Het kittelt me zo!”. M3
10 Kijwe
Dol < Kijwedol M3
11 beschrijven, <
beschrijven M3
godverdommes <
godverdommen M3
13 in de fonetische pataten van
Beethoven. < in een pathetische sonate. M3
17 alleen
vloekend < alleen al vloekend M3
rond < rond, M4
25 dan in de afdeling Heren, <
dan een voor mannen, M3
25-26 rechtopstaande <
rechtopstaand M4 <
rechtopstaande M3
26 als
heren, < als mannen, M3
27-28 nog
– zoals reeds even vermeld – schijten
< nog schijten M3
30 bescheten <
behandelde M3
36 mogelijkheid
van het kunnen betwijfelen. < mogelijkheid betwijfelen. M3
36-37 Het moet eens nader wetenschappelijk
onderzocht of < Het zou, onzes insziens, wetenschappelijk
nader moeten onderzocht, of M3
624 1 piek <
lul M3
2 hoort
hierover nog < hoort nog M3
3 Niets, <
Niets M3
4-5 boek lezen, en zien of u er wat aan hebt.
Misschien kan het ook voor u een mooie avond worden. < boek eens lezen en
er uw eigen kommentaar aan toe te voegen, er zijn nog wat lege bladen. En we
hopen dat het ook voor u een mooie avond mag worden, veel lees en fluitgenot! M3
[terug]