- Marc Holthof in De Tijd van 13 juni 2009:
‘Louis Paul Boons derde roman, Vergeten Straat, verscheen zopas als deel 3 van het Verzameld Werk. [...] Het is een van Boons best gestructureerde boeken bevolkt met een reeks onvergetelijke personages. In de voortreffelijke commentaar van het L.P. Boon documentatiecentrum achteraan kan men lezen dat Boon niet tevreden was over de roman en er zelfs met gêne naar terugkeek. [...] Die afwijzing heeft veel te maken met de ontstaansgeschiedenis van het boek. [...] Echt utopisch is Vergeten Straat nooit geworden. Het utopische van het boek wordt gerelativeerd door een grimmig einde. De illusieloze manier waarop Boon de wereld van zijn personages weergeeft, maakt de grootheid van dit boek uit.’

- 'Yvonne' op www.literairnederland.nl van
22 juni 2009:

De Noord-Zuid-lijn en Vergeten straat
V
rijwel dagelijks staan de kranten anno 2009 vol met nieuws over de problemen rondom de aanleg van de Noord-Zuid-lijn in Amsterdam. Deze maand verscheen bij de Arbeiderspers Vergeten straat, van Louis Paul Boon. Een roman uit 1946. Onderwerp: De Noord-Zuid-lijn.

D
e volgende fragmenten komen uit Vergeten straat, maar zouden zo geplukt kunnen zijn uit Het Parool van de afgelopen maanden…

- De laatsten tijd hoort ge ook het vaag gerommel, het verre kappen en breken voor de Noord-Zuid-verbinding. En soms, heel dof: boem.
- Koelie […] leest de gazet. Het is over de Noord-Zuid. Dat het lang genoeg geduurd heeft eer het Noord-station met het Zuid-station verbonden kon worden. Dat het een grootsch werk is.
- …. Honderden krotwoningen gaan er door verdwijnen; aan duizenden werklozen, die nu in bandeloosheid en misplaatsten wrok leven, zullen arbeid en brood verschaft worden.
-
…. Die Noord-Zuid-verbinding is een lap op een versleten broek.
-
Ze stapt een eind met Koelie mee en spreekt over de Noord-Zuid. Iedereen spreekt daar over.
- Iedereen peinst dat het ongeveer zal uitkomen aan het café van Louisken.
-
Het bonzen van haar hart overstemt het trillen van het pakhuis, het naderend gerommel voor de Noord-Zuid. Het ‘boem’ is niet meer enkele straten af, het is midden in haar hart.
-
Straks komen de mannen van de Noord-Zuid hier toe, en ze zullen bij mij het stof en de kalk uit hun keel komen spoelen, zegt ze.
-
Dat de mannen, die aan de Noord-Zuid werken en bij mij moesten frit met mosselen eten, nu bij u hun laatsten cent zullen verdrinken.
-
De mannen die aan de Noord-Zuid werken komen toe in de morgen, smijten hun kabas tegen den muur, spuwen in de handen en herbeginnen. De ploegbaas kijkt hun op de vingers. Hij kijkt naar de lucht of het vandaag niet regenen zal, naar het halve huis van Louisken, en naar den overkant waar ze weer al een door moeten.
-
Ik wenschte dat de Noord-Zuid hen naar de hel voerde, dat ieder die er een cent aan verdient vandaag nog dood viel.
-
We moeten een petitie indienen bij de regeering, bij de meesters van de Noord-Zuid.

[terug]