[terug]

Variantenapparaat Menuet

 

NVT: Nieuw Vlaams Tijdschrift, maart-april 1955

D1 [= basistekst]: Boekvink, De Arbeiderspers, Amsterdam, [april] 1955

D2: Nieuw Vlaams Tijdschrift Reeks 66, Ontwikkeling, Antwerpen, 1955 [= NVT]

VW: Te oud voor kamperen? en andere verhalen, De Arbeiderspers, 2005, pp.121-227 [Verzameld werk]

 

p.127

D1:

van een mijner vroegere <- verloren> voetstappen.

 

D1:

<lente->>lente> of zomerweer [zetfout in D1]

VW:

[lente]]lente-] of zomerweer

 

D1:

<teweeg gebracht>>teweeggebracht>

 

D1:

met mezelf urenlang<-e> gesprekken voeren.

 

p.128

D1: [krantenband]

<brandhorens>>brandhoorns>

 

D1: [krantenband]

<snachts>>s nachts>

 

D1:

het sein van <n>>n> uur

 

p.129

D1:

maar het moesten er <mr>>mr> zijn

 

D1:

Ja zij waren er weer<+,> de kleine meisjes,

 

p.130

D1:

waren zij dat alles <weer>>alweer> vergeten

 

p.131

D1:

er was <- koude> koffie, brood en kaas.

 

p.132

D1: [krantenband]

de ouders <+ van> de dood van hun dochtertje wilde gaan aankondigen [zetfout in D1]

VW:

de ouders [- van] de dood van hun dochtertje wilde gaan aankondigen

 

D1:

een andere kijk op de dingen <kn>>kon> hebben.

 

p.132-133

D1:

Bij mijn vrouw waren de broeken steeds ranzig<.>>,> <+ steeds bevlekt, en tussen de spleet der dijen bruin aan het worden. Mijn vrouw rende rond en praatte en beredderde vele zaken, maar zij nam het met haar vrouwzijn niet zo nauw. Zij dacht daar weinig of helemaal niet aan. Almeteens ontdekte ze dat haar broek onwelriekend werd, en dan stroopte ze die naar beneden en trok een andere aan. Zij stond daar wijdbeens en schortte de broek op en was geen vrouw zij was meer een zwemmer die de honderd meter halen wil. Maar enkele uren later rook die broek weeral onwelvoeglijk, ik geloof dat zij te weinig tijd had om naar het closet te gaan.> Het meisje <zat>>bewoog> op de hurken,

 

p.133

D1: [krantenband]

<grootwarenhuis>>groot warenhuis>

 

D1: [krantenband]

de inspecteur<+s>

 

D1:

<schorste>>schortte> zij de rokken

 

p.134

D1: [krantenband]

een<-s> dansmeester [zetfout in NVT]

 

D1:

<hartsgrondig>>hartgrondig> verveeld

 

D1:

Weer zag ik <+ tussen de benen> de smetteloze broek

 

p.135

D1: [krantenband]

die de zuiverheid nastreef<-de> [zetfout in D1]

VW:

die de zuiverheid nastreef[+de]

 

D1:

hoe wordt hij een onverschillige<!>>.>

 

D1:

Toch heeft mijn <vrouw>>moeder> op een of andere wijze van mij gehouden. <+ Toch moet ook mijn vrouw op een of andere wijze van mij houden.>

 

D1:

zij was <savonds>>s avonds> zeer eenzaam, schreef ze.

 

D1:

<niet begrijpend>>nietbegrijpend>

 

p.136

D1:

een glas bier te drinken<-,> en een gesprek te voeren.

 

D1:

als een bal-last had <aanzien>>aangezien>.

 

D1:

met haar <geesteszieke>geestes-zieke> ogen

 

p.139

D1:

gezamen<+t>lijk

 

p.140

D1:

<ws>>ws> reeds moord.

 

D1:

dat zij met deze wezens niets gemeen<-s> had.

 

D1:

ja, ik was een dier, <niet mr>>niets mr>

 

D1:

en kropen <+ ze> er rond alsof het iets was dat <hn>>hn> toehoorde en niet mij.

 

p.142

D1:

dat de antenne mijner ziel vooral door mijn <zaadzak>>geslacht> heenloopt

 

p.143

D1: [krantenband]

<oudrenner>>oud-renner>

 

D1:

hadden <doorkruist>>doorkruisd> [zetfout in D1]

VW:

[doorkruisd]]doorkruist]

 

D1:

en hoe intenser ik er om <geleden>>gebeden> heb [zetfout in D1]

VW:

en hoe intenser ik er om [gebeden]]geleden] heb

 

p.144

D1: [krantenband]

rep en roer<-,> toen een persoon

 

D1:

maar omdat men er van weggerukt kon <wrden>>worden>.

 

D1:

een <anecdote>>anekdote> verhaalde, over een <nder>>ander> lustig wiel en een <ndere>>ndere> hand

 

p.145

D1: [krantenband]

gezogen<-,> en alhoewel

 

D1: [krantenband]

snelden de ongelukkige te<-r> hulp

 

D1: [krantenband]

<enige>>enkele> jonge grappenmakers

 

D1:

<Dt>>Dt> is het wat ik bedoelen wou,

 

p.146

D1: [krantenband]

bal<-l>onnetjes [2x]

VW:

bal[+l]onnetjes [2x]

 

D1:

<kabinet>>cabinet>

 

p.147

D1:

<een of andere>>een godsdienstige> instelling

 

D1:

Hij bleef nog steeds de streng<-e> gelovige,

 

D1:

aan de instelling die hij had <bedrogen>>bestolen>.

 

p.148

D1:

<rijke mensen>>rijkemensen>

 

D1:

trouwe <kerkbezoeksters>>kerkbezoekers>

 

p.150

D1:

omdat men over die ziekte <spk>>sprak>.

 

D1:

alsof er <gn>>gn> schermen omheen stonden.

 

D1:

<mecanisme>>mechanisme>

 

p.151

D1:

een <l>>l> te klein ogenblik

 

p.152

D1:

wier kunsten slechts op bedrog en niet te achterhalen magie berust<+t>en

 

p.153

D1:

iets gezond<+s>

 

p.156

D1:

<ndere>>ndere> en belangrijker bezigheden

 

D1:

<tot nog toe>>totnogtoe>

 

D1:

Hij liet me een kind zien<+,> dat ziekelijk ging zijn, dat een klein ongelukkig wezentje zou worden<-,> dat misvormd opgroeien zou

 

D1:

die boven ons bed hing vastgenageld<+,>

 

p.157

D1:

Zo had deze dwaze <- madame> blavatsky gezegd

 

D1:

die moest leven tussen hun harde waarheden <- en hun vlijmscherpe zekerheden>.

 

p.158

D1:

en daar apat<+h>isch neerzitten kon

 

D1:

als <+als>[zetfout in D1] het opgaan van de zon,

VW:

als [- als] het opgaan van de zon

 

p.159

D1: [krantenband]

honderden <fotos>>fotos> van jongens

 

D1:

de god die zij steeds had <aanroepen>>aangeroepen>

 

p.160

D1:

terwijl ik haar <bovenbracht>>boven bracht>

 

D1:

<alln>>alln> zou gebaard hebben

 

D1:

tot <in>>ik>[zetfout in D1] mijn geslachtsorganen kroop

VW:

tot [ik]]in] mijn geslachtsorganen kroop

 

p.161

D1:

En telkens <+ als> zij gilde

 

p.161-162

D1:

en uit de wonde en het bloed kwam het <kind plots naar buiten>>net als een afscheiding ik kon soms dagen wachten en dan zat ik op het w.c. en zweette water en bloed, en scheurde open terwijl het naar buiten kwam. En nu was het net eender met deze geboorte. Het was daar plots, een kleine spartelende puit die de tovenaar gelijk een konijn bij de achterste poten vasthield>. Alle spanning brak in mij

 

p.163

D1:

onze armen bleven aan elkaar <gestrengeld>>verstrengeld>

 

p.165

D1:

Ik voelde de pijn pas <dr>>dr>

 

p.167

D1: [krantenband]

<vijf andere>>5 anderen>

 

D1: [krantenband]

de directie <+ van het hotel>

 

D1:

woord na woord<.>>:>

 

p.171

D1: [krantenband]

een beetje speels<-,>

 

D1:

<smorgens>>s morgens> opsta

 

D1:

misschien is het de dood, <+ maar> daar denk ik niet aan,

 

p.172

D1:

Het is gek<:>>,> maar die god gelijkt zo goed op de mensen...

 

p.173

D1:

en ze stiekem tussen <de zijne>>dezijne> te mengen

 

p.174

D1:

voor een pleisteren heilige< >>,>

 

D1:

zij verlangt <+ heel> veel waard te zijn,

 

p.175

D1: [krantenband]

en een vijfde <- soldaat> die getuige was

 

D1: [krantenband]

<pornographische>>pornografische> films

 

D1:

<wt>>wt> hij dacht

 

p.176

D1: [krantenband]

naaktdansers en <-danseressen>>danseressen>

VW:

naaktdansers en [+-]danseressen

 

D1: [krantenband]

<pornographisch>>pornografisch> materiaal

 

D1:

verb<a>>o>uwereerdheid

 

D1:

want het betekent <dt>>dat>, wat wij tussen de benen hebben.

 

D1:

of ze zouden <drven>>durven> reageren.

 

p.177

D1: [krantenband]

men was op het spoor <- gekomen> van deze bende <+ gekomen>

 

D1:

met de neus te willen <bij liggen>>bijliggen>?

 

p.179

D1: [krantenband]

<prostitues>>prostituees>

 

D1:

wanneer dat eens eindigen zou<+,>

 

D1:

maar wat in de grond <lles>>lles> betreft.

 

D1:

En hoe langer ge <daarover>>daar over> nadenkt

 

D1:

<dt>>dt> is het

 

p.180

D1: [krantenband]

<autos>>autos>

 

D1:

en dat op deze rots de <kerk>>wereld> werd gebouwd.

 

p.182

D1:

<en>>een> stomweg schopt ze alles in de war [zetfout in D1]

VW:

[een]]en] stomweg schopt ze alles in de war

 

D1:

en vooral helemaal niets <dt>>doet>.

 

D1:

Zij weet niet eens wat <rijkzijn>>rijk zijn> is

 

D1:

<n>>n> dag

 

p.183

D1:

eigenlijk geeft zij <hm>>hm> rekenschap

 

p.184

D1:

maar wanneer <kn>>kn> ik u dan zien?

 

p.185

D1:

dat zij <hm>>hm> omwikkelt met die koord, <hm>>hm> knoopt en vastbindt.

 

VW:

zeggen mag, zeggen [kn]]kn]

 

D1:

en op een andere avond niet <mg>>mg> gebeuren.

 

p.186

D1:

en los te <lten>>lten>.

 

D1:

maar wanneer <kn>>kn> ik u dan eens zien?

 

p.187

D1: [krantenband]

<onthoofdde>>onthoofde> [zetfout in D1]

VW:

[onthoofde]]onthoofdde]

 

D1:

niet <hr>>hr>, doch mij zou gevraagd hebben.

 

D1:

<hr>>hr> man

 

D1:

met <veelveel>>heelveel> ander gedachten begraven

 

D1:

<hr>>hr> man

 

D1:

bij <hm>>hm>

 

D1:

vooral <dt>>dt> waar de duivel zijn staart verborgen zit...

 

D1:

en ondertussen<-...> ja, ondertussen

 

p.189

D1:

haast <niet merkbaar>>onmerkbaar>

 

D1:

is hij <drom>>drom> wel met haar getrouwd.

 

p.191

D1:

twee <- totaal> verschillende werelden

 

p.192

D1:

en zij is er vijf en twintig en hij negen en twintig<+,>

 

p.193

D1:

op heel andere wijze naar <- haar> [zetfout in D1] kijkt

VW:

op heel andere wijze naar [+ haar] kijkt

 

p.195

D1: [krantenband]

dat hij bedrogen <werd>>was> geworden [zetfout in NVT en D2]

 

p.196

D1:

Maar nu kan ik het niet verdragen<;>>,> het is alles zo dwaas,

 

D1:

gelijk <ik>>in>[zetfout in D1] hier sta met dat kleine oude mannetje in mijn armen

VW:

gelijk [in]]ik] hier sta met dat kleine oude mannetje in mijn armen

 

p.197

D1:

Eerst lag zij <neergeveld>>neergevleid> in bed

 

p.198

D1:

is <hij het>>het hij> die daar ligt,

 

D1:

omdat zij met elkaar niets gemeen<-s> hebben.

 

D1:

wat ik weet <+ en wat zij weet>?

 

p.201

D1:

met hun <moorden>>woorden>[zetfout in D1] of hun krankzinnigheden

VW:

met hun [woorden]]moorden] of hun krankzinnigheden

 

p.202

D1:

achter de rug had gekregen<-,> en<+,> hij was woedend

 

p.203

D1: [krantenband]

La <Goulue>>Gaulue> [2x]

 

D1: [krantenband]

French-<cancan>>cacan>[zetfout in D1]

VW:

French-ca[+n]can

 

D1:

dat het alles mislopen ging met mij<+,>

 

p.204

D1:

en hoe <dt>>dt> daar voortdurend opgericht stond naar mij.

 

D1:

en waarom dan altijd <drover>>drover>?

 

D1:

dat ook <dt>>dt> tot de mens behoorde

 

p.205

D1:

hij dans<-t>e niet of dronk niet [zetfout in D1]

VW:

hij dans[+t]e niet of dronk niet

 

p.207

D1:

heeft <+ toch> meer recht te zeggen

 

D1:

neer te kijken juist op <hn>>hn>

 

p.208

D1:

Blijven staan is achteruit<gaan>>gang>

 

p.209

D1: [krantenband]

uit een <+ rijdende> personenwagen springen,

 

D1: [krantenband]

en vroeg <+ nadrukkelijk> toelating

 

D1:

dat het niet uit zichzelf was klaargekomen<,>>.> [zetfout in NVT]

 

p.210

D1:

alleen dat zij <nders>>nders> was, dat zij eigenlijk meer aan <hm>>hm> geleek.

 

p.211

D1:

Vooral <dt>>dt> stemde mij wrevelig,

 

D1:

nog niet hoef<+de> te weten [zetfout in NVT]

 

p.213

D1:

lag naakt naast haar in <+ het> bed.

 

D1:

leefden zij dan alleen <drvoor>>drvoor>?

 

D1:

Ik legde <+ hem> een stapel kinderkleren voor

 

D1:

dat hij het alleen <drop>>drop> had aangelegd

 

p.213-214

D1: [krantenband]

een <onbekend individu>>individu waarvan zij slechts vaag een signalement kon geven>

 

D1:

dat het zijn bedoeling was mij daar te betasten. <+ Ik begreep het pas terwijl het reeds telaat was.>

 

p.214

D1:

dat er slechts die ene weg <ws>>ws>... dat er eigenlijk niets anders was <dn>>dn> die weg.

 

p.214-215

D1: [krantenband]

<een vader was met zijn vierjarig dochtertje op wandel>>voor de tweede maal deed zich alhier een kinderroof voor toen een vader met zijn vierjarig dochterje op wandel was>

 

p.215

D1:

iets <z>>zo> komiek

 

D1:

in woedende<-r> golven op

 

p.216

D1: [krantenband]

bekende dat zij <+ reeds meer dan een jaar> schuldige betrekkingen onderhield met twee getrouwde mannen

 

D1: [krantenband]

wier hoofd zij <+ met een beenhouwersmes> afsneden en <+ daarna>

 

D1:

en als men met kinderen in huis komt<-,> dan

 

D1:

<+ nu> maar moeten stilzitten.

 

D1:

Tot ik eindelijk ontdek<+t> [zetfout in D1]

VW:

Tot ik eindelijk ontdek[-t]

 

D1:

<dt>>dt> is het

 

D1:

ik <kn>>kn> geen woord uitbrengen

 

p.217

D1: [krantenband]

bij de aankomst van <+ enkele> voorbijgangers sloegen zij op de vlucht

 

D1:

zoals men er alleen <kn>>kn> staan

 

D1:

van <dt>>dt> leven

 

D1:

maar <nders>>nders>, alsof er niets mee bedoeld werd dat<dr>>dr> betrekking op heeft.

 

D1:

proppen<s>>d>vol

 

p.218

D1: [krantenband]

naar <buiten wierp>>buitenwierp>

 

D1:

en verlangt dat <wl>>wl>.

 

D1:

en <hr>>hr> mocht ik nooit in huis hebben binnengebracht, en <lles>>lles> moest anders zijn geweest,

 

D1:

alleen bevrediging zoekend. <+ Het is vreemd, te wenen en daaraan te denken, terwijl een man boven op u neerligt en zijn bevrediging zoekt.>

 

p.219

D2: [krantenband]

in de straat begon te spelen [hier ontbreekt in D2 een 8-tal passages uit de krantenband; wl in NVT (zie VW p. 219-225)] een man heeft op ongewone wijze een einde aan zijn leven gebracht

 

D1: [krantenband]

men <kon>>kan> de redenen niet gissen

 

D1:

daar neer te <ligen>>liggen> [zetfout in nvt]

 

D1:

niet <dt>>dt>.

 

D1:

ongesproken over de angst om <hm>>hm>

 

D1:

Ik <liet>>deed> dat steeds door het meisje doen

 

p.220

D1: [krantenband]

<hij werd terug in vrijheid gesteld>>zodat hij door de politie terug in vrijheid gesteld>

 

D1:

ik dwong mij te <bladeren>>beraden> [zetfout in D1] in de knipsels die hij samenbracht

VW:

ik dwong mij te [beraden]]bladeren] in de knipsels die hij samenbracht

 

D1:

te proeven<+...> en te genieten.

 

D1:

Ik wist<,>> > ja, dat wist ik

 

p.221

D1: [krantenband]

<en>>met het gevolg dat het reeds> 2 cm. was opgeschoten

 

D1:

ik heb immer gedacht dat <- het>[zetfout in D1] er niet zozeer op aankomt

VW:

ik heb immer gedacht dat [+ het] er niet zozeer op aankomt

 

D1:

<mecanica>>mechanica>

 

D1:

En datzelfde vernietigende ogenblik<-,> waarin

 

D1:

keek hij naar <hr>>hr>.

 

p.222

D1:

Zij wist dus ook <dt>>dt>

 

D1:

gelijk een <leek>>teek>[zetfout in NVT]

 

D1:

maar ik <w>>wou> er niet verder over nadenken.

 

p.222-223

D1:[krantenband]

en laat drie kinderen <na;>>achter terwijl> een vierde

 

p.223

D1: [krantenband]

op de vlucht slaan <+ om zich tegen gebeurlijke besmetting te beschermen de gevangene zal onmiddellijk de nodige medische zorgen ontvangen>

 

D1:

dat boven op de trap <zou>>kon> klimmen

 

p.224

D1:

hoe hij <dt>>dt> zou opvatten

 

D1:

en alles uit mij wegvloeide<;>>,>

 

D1:

een paar <ndere>>ndere> mensen

 

p.225

D1:

ik bedoel deze<+n> die zijn zoals ik, en niet deze<+n> die zijn zoals die beide<+n> daar

 

p.226

D1:

tch<-,> en niet meer de moed hebben gevoeld

 

D1:

doch om <hr>>hr>... <o>>O>mdat hij haar liefhad

 

p.225-227

D1: [krantenband]

een man heeft op ongewone wijze een einde aan zijn leven gebracht: hij stak twee ontstekers in de oren en drukte op een schakelaar waardoor zijn schedel ontplofte [laatste krantenregels in NVT en D2] <+ / zonder iets te zeggen verliet een veertienjarig meisje bij valavond de ouderlijke woning, stak eerst het vuur aan een woning, daarna aan een garage dan drong zij de kerk binnen waar ze op het altaar de bijbel en de nationale vlag in brand stak, en gewapend met deze toorts bracht zij het vuur overal rond op een grote zwarte steen had zij eerst geschreven met krijt: loop naar de duivel / een 55-jarig man had reeds een paar nachten een kat boven op het dak klaaglijk horen miauwen, en uit medelijden was hij boven op het dak geklommen om het diertje uit die netelige toestand te verlossen, maar toen hij het wou grijpen sprong het schielijk weg zodat hij zijn evenwicht verloor en naar beneden stuikte: hij was op slag dood.>

[terug]