[terug]
Variantenapparaat Menuet
D2:
‘Nieuw Vlaams Tijdschrift Reeks 66’, Ontwikkeling, Antwerpen, 1955 [= NVT]
VW:
Te oud voor kamperen? en andere verhalen, De Arbeiderspers, 2005,
pp.121-227 [Verzameld werk]
p.127
D1:
van
een mijner vroegere <- verloren> voetstappen.
D1:
<lente->>lente> of zomerweer [zetfout
in D1]
VW:
[lente]]lente-] of zomerweer
D1:
<teweeg gebracht>>teweeggebracht>
D1:
met mezelf urenlang<-e> gesprekken voeren.
p.128
D1:
[krantenband]
<brandhorens>>brandhoorns>
D1:
[krantenband]
<snachts>>’s
nachts>
D1:
het sein van <èèn>>één> uur
p.129
D1:
maar het moesten er <mèèr>>méér> zijn
D1:
Ja zij waren er weer<+,> de kleine meisjes,
p.130
D1:
waren zij dat alles <weer>>alweer>
vergeten
p.131
D1:
er was <- koude>
koffie, brood en kaas.
p.132
D1: [krantenband]
de ouders <+ van> de dood van hun dochtertje
wilde gaan aankondigen [zetfout in D1]
VW:
de ouders [- van] de dood van hun
dochtertje wilde gaan aankondigen
D1:
een
andere kijk op de dingen <kón>>kon> hebben.
p.132-133
D1:
Bij mijn vrouw waren de
broeken steeds ranzig<.>>,> <+ steeds bevlekt, en tussen de
spleet der dijen bruin aan het worden. Mijn vrouw rende rond en praatte en
beredderde vele zaken, maar zij nam het met haar vrouwzijn niet zo nauw. Zij
dacht daar weinig of helemaal niet aan. Almeteens ontdekte ze dat haar broek
onwelriekend werd, en dan stroopte ze die naar beneden en trok een andere aan.
Zij stond daar wijdbeens en schortte de broek op en was geen vrouw – zij was
meer een zwemmer die de honderd meter halen wil. Maar enkele uren later rook
die broek weeral onwelvoeglijk, ik geloof dat zij te weinig tijd had om naar
het closet te gaan.> Het meisje <zat>>bewoog> op de hurken,
p.133
D1: [krantenband]
<grootwarenhuis>>groot warenhuis>
D1: [krantenband]
de inspecteur<+s>
D1:
<schorste>>schortte>
zij de rokken
p.134
D1: [krantenband]
een<-s>
dansmeester [zetfout in NVT]
D1:
<hartsgrondig>>hartgrondig>
verveeld
D1:
Weer zag ik <+ tussen
de benen> de smetteloze broek
p.135
D1:
[krantenband]
die
de zuiverheid nastreef<-de> [zetfout in D1]
VW:
die de zuiverheid nastreef[+de]
D1:
hoe wordt hij een
onverschillige<!>>.>
D1:
Toch heeft mijn
<vrouw>>moeder> op een of andere wijze van mij gehouden. <+ Toch
moet ook mijn vrouw op een of andere wijze van mij houden.>
D1:
zij
was <savonds>>’s avonds> zeer eenzaam, schreef ze.
D1:
<niet
begrijpend>>nietbegrijpend>
p.136
D1:
een
glas bier te drinken<-,> en een gesprek te voeren.
D1:
als
een bal-last had <aanzien>>aangezien>.
D1:
met
haar <geesteszieke>geestes-zieke> ogen
p.139
D1:
gezamen<+t>lijk
p.140
D1:
<wàs>>wás>
reeds moord.
D1:
dat
zij met deze wezens niets gemeen<-s> had.
D1:
ja,
ik was een dier, <niet mèèr>>niets méér>
D1:
en
kropen <+ ze> er rond alsof het iets was dat <hùn>>hún>
toehoorde en niet mij.
p.142
D1:
dat
de antenne mijner ziel vooral door mijn <zaadzak>>geslacht>
heenloopt
p.143
D1:
[krantenband]
<oudrenner>>oud-renner>
D1:
hadden
<doorkruist>>doorkruisd> [zetfout in D1]
VW:
[doorkruisd]]doorkruist]
D1:
en
hoe intenser ik er om <geleden>>gebeden> heb [zetfout in D1]
VW:
en
hoe intenser ik er om [gebeden]]geleden] heb
p.144
D1:
[krantenband]
rep
en roer<-,> toen een persoon
D1:
maar
omdat men er van weggerukt kon <wórden>>worden>.
D1:
een
<anecdote>>anekdote> verhaalde, over een <ànder>>ander>
lustig wiel en een <àndere>>ándere> hand
p.145
D1:
[krantenband]
gezogen<-,>
en alhoewel
D1:
[krantenband]
snelden
de ongelukkige te<-r> hulp
D1:
[krantenband]
<enige>>enkele>
jonge grappenmakers
D1:
<Dàt>>Dát>
is het wat ik bedoelen wou,
p.146
D1:
[krantenband]
bal<-l>onnetjes
[2x]
VW:
bal[+l]onnetjes [2x]
D1:
<kabinet>>cabinet>
p.147
D1:
<een
of andere>>een godsdienstige> instelling
D1:
Hij
bleef nog steeds de streng<-e> gelovige,
D1:
aan
de instelling die hij had <bedrogen>>bestolen>.
p.148
D1:
<rijke
mensen>>rijkemensen>
D1:
trouwe
<kerkbezoeksters>>kerkbezoekers>
p.150
D1:
omdat
men over die ziekte <spàk>>sprak>.
D1:
alsof
er <gèèn>>géén> schermen omheen stonden.
D1:
<mecanisme>>mechanisme>
p.151
D1:
een
<àl>>ál> te klein ogenblik
p.152
D1:
wier kunsten slechts op
bedrog en niet te achterhalen magie berust<+t>en
p.153
D1:
iets
gezond<+s>
p.156
D1:
<àndere>>ándere>
en belangrijker bezigheden
D1:
<tot
nog toe>>totnogtoe>
D1:
Hij
liet me een kind zien<+,> dat ziekelijk ging zijn, dat een klein
ongelukkig wezentje zou worden<-,> dat misvormd opgroeien zou
D1:
die boven ons bed hing
vastgenageld<+,>
p.157
D1:
Zo had deze dwaze <-
madame> blavatsky gezegd
D1:
die moest leven tussen
hun harde waarheden <- en hun vlijmscherpe zekerheden>.
p.158
D1:
en
daar apat<+h>isch neerzitten kon
D1:
als <+als>[zetfout
in D1] het opgaan van de zon,
VW:
als [- als] het opgaan van de zon
p.159
D1: [krantenband]
honderden <foto’s>>fotos> van jongens
D1:
de
god die zij steeds had <aanroepen>>aangeroepen>
p.160
D1:
terwijl
ik haar <bovenbracht>>boven bracht>
D1:
<allèèn>>alléén>
zou gebaard hebben
D1:
tot
<in>>ik>[zetfout in D1] mijn geslachtsorganen kroop
VW:
tot
[ik]]in]
mijn
geslachtsorganen kroop
p.161
D1:
En
telkens <+ als> zij gilde
p.161-162
D1:
en
uit de wonde en het bloed kwam het <kind plots naar buiten>>net als
een afscheiding – ik kon soms dagen wachten en dan zat ik op het w.c. en
zweette water en bloed, en scheurde open terwijl het naar buiten kwam. En nu
was het net eender met deze geboorte. Het was daar plots, een kleine
spartelende puit die de tovenaar gelijk een konijn bij de achterste poten
vasthield>. Alle spanning brak in mij
p.163
D1:
onze
armen bleven aan elkaar <gestrengeld>>verstrengeld>
p.165
D1:
Ik
voelde de pijn pas <dààr>>dáár>
p.167
D1: [krantenband]
<vijf
andere>>5 anderen>
D1: [krantenband]
de directie <+ van
het hotel>
D1:
woord na woord<.>>:>
p.171
D1: [krantenband]
een beetje
speels<-,>
D1:
<smorgens>>’s morgens> opsta
D1:
misschien
is het de dood, <+ maar> daar denk ik niet aan,
p.172
D1:
Het
is gek<:>>,> maar die god gelijkt zo goed op de mensen...
p.173
D1:
en
ze stiekem tussen <de zijne>>dezijne> te mengen
p.174
D1:
voor
een pleisteren heilige<– >>,>
D1:
zij
verlangt <+ heel> veel waard te zijn,
p.175
D1:
[krantenband]
en een vijfde <-
soldaat> die getuige was
D1:
[krantenband]
<pornographische>>pornografische>
films
D1:
<wàt>>wát>
hij dacht
p.176
D1:
[krantenband]
naaktdansers
en <-danseressen>>danseressen>
VW:
naaktdansers
en [+-]danseressen
D1:
[krantenband]
<pornographisch>>pornografisch>
materiaal
D1:
verb<a>>o>uwereerdheid
D1:
want
het betekent <dàt>>dat>, wat wij tussen de benen hebben.
D1:
of
ze zouden <dùrven>>durven> reageren.
p.177
D1:
[krantenband]
men
was op het spoor <- gekomen> van deze bende <+ gekomen>
D1:
met
de neus te willen <bij liggen>>bijliggen>?
p.179
D1:
[krantenband]
<prostituée’s>>prostituees>
D1:
wanneer dat eens
eindigen zou<+,>
D1:
maar wat in de grond
<àlles>>álles> betreft.
D1:
En hoe langer ge
<daarover>>daar over> nadenkt
D1:
<dàt>>dát>
is het
p.180
D1:
[krantenband]
<auto’s>>autos>
D1:
en dat op deze rots de
<kerk>>wereld> werd gebouwd.
p.182
D1:
<en>>een>
stomweg schopt ze alles in de war [zetfout in D1]
VW:
[een]]en] stomweg schopt ze alles in de war
D1:
en vooral helemaal
niets <dóét>>doet>.
D1:
Zij weet niet eens wat
<rijkzijn>>rijk zijn> is
D1:
<èèn>>één>
dag
p.183
D1:
eigenlijk
geeft zij <hèm>>hém> rekenschap
p.184
D1:
maar
wanneer <kàn>>kán> ik u dan zien?
p.185
D1:
dat
zij <hèm>>hém> omwikkelt met die koord, <hèm>>hém>
knoopt en vastbindt.
VW:
zeggen
mag, zeggen [kàn]]kán]
D1:
en
op een andere avond niet <màg>>mág> gebeuren.
p.186
D1:
en
los te <làten>>láten>.
D1:
maar
wanneer <kàn>>kán> ik u dan eens zien?
p.187
D1:
[krantenband]
<onthoofdde>>onthoofde>
[zetfout in D1]
VW:
[onthoofde]]onthoofdde]
D1:
niet
<hààr>>háár>, doch mij zou gevraagd hebben.
D1:
<hààr>>háár>
man
D1:
met
<veelveel>>heelveel> ander gedachten begraven
D1:
<hààr>>háár>
man
D1:
bij
<hèm>>hém>
D1:
vooral
<dàt>>dát> waar de duivel zijn staart verborgen zit...
D1:
en
ondertussen<-...> ja, ondertussen
p.189
D1:
haast
<niet merkbaar>>onmerkbaar>
D1:
is
hij <dààrom>>dáárom> wel met haar getrouwd.
p.191
D1:
twee <- totaal>
verschillende werelden
p.192
D1:
en
zij is er vijf en twintig en hij negen en twintig<+,>
p.193
D1:
op heel andere wijze
naar <- haar> [zetfout in D1] kijkt
VW:
op heel andere wijze
naar [+ haar] kijkt
p.195
D1: [krantenband]
dat hij bedrogen
<werd>>was> geworden [zetfout in NVT en D2]
p.196
D1:
Maar nu kan ik het niet
verdragen<;>>,> het is alles zo dwaas,
D1:
gelijk
<ik>>in>[zetfout in D1] hier sta met dat kleine oude
mannetje in mijn armen
VW:
gelijk
[in]]ik] hier sta met dat kleine
oude mannetje in mijn armen
p.197
D1:
Eerst
lag zij <neergeveld>>neergevleid> in bed
p.198
D1:
is
<hij het>>het hij> die daar ligt,
D1:
omdat
zij met elkaar niets gemeen<-s> hebben.
D1:
wat
ik weet <+ en wat zij weet>?
p.201
D1:
met
hun <moorden>>woorden>[zetfout in D1] of hun
krankzinnigheden
VW:
met
hun [woorden]]moorden] of hun krankzinnigheden
p.202
D1:
achter
de rug had gekregen<-,> en<+,> hij was woedend
p.203
D1:
[krantenband]
La
<Goulue>>Gaulue> [2x]
D1:
[krantenband]
French-<cancan>>cacan>[zetfout
in D1]
VW:
French-ca[+n]can
D1:
dat
het alles mislopen ging met mij<+,>
p.204
D1:
en
hoe <dàt>>dát> daar voortdurend opgericht stond naar mij.
D1:
en
waarom dan altijd <dààrover>>dáárover>?
D1:
dat
ook <dàt>>dát> tot de mens behoorde
p.205
D1:
hij
dans<-t>e niet of dronk niet [zetfout in D1]
VW:
hij
dans[+t]e niet of dronk niet
p.207
D1:
heeft
<+ toch> meer recht te zeggen
D1:
neer
te kijken juist op <hèn>>hén>
p.208
D1:
Blijven
staan is achteruit<gaan>>gang>
p.209
D1:
[krantenband]
uit
een <+ rijdende> personenwagen springen,
D1:
[krantenband]
en
vroeg <+ nadrukkelijk> toelating
D1:
dat
het niet uit zichzelf was klaargekomen<,>>.> [zetfout in NVT]
p.210
D1:
alleen
dat zij <ànders>>ánders> was, dat zij eigenlijk meer aan
<hèm>>hém> geleek.
p.211
D1:
Vooral
<dàt>>dát> stemde mij wrevelig,
D1:
nog
niet hoef<+de> te weten [zetfout in NVT]
p.213
D1:
lag
naakt naast haar in <+ het> bed.
D1:
leefden
zij dan alleen <dààrvoor>>dáárvoor>?
D1:
Ik
legde <+ hem> een stapel kinderkleren voor
D1:
dat
hij het alleen <dààrop>>dáárop> had aangelegd
p.213-214
D1:
[krantenband]
een
<onbekend individu>>individu waarvan zij slechts vaag een signalement
kon geven>
D1:
dat
het zijn bedoeling was mij daar te betasten. <+ Ik begreep het pas terwijl
het reeds telaat was.>
p.214
D1:
dat
er slechts die ene weg <wàs>>wás>... dat er eigenlijk niets anders
was <dàn>>dán> die weg.
p.214-215
D1:
[krantenband]
<een
vader was met zijn vierjarig dochtertje op wandel>>voor de tweede maal
deed zich alhier een kinderroof voor toen een vader met zijn vierjarig
dochterje op wandel was>
p.215
D1:
iets
<zó>>zo> komiek
D1:
in
woedende<-r> golven op
p.216
D1:
[krantenband]
bekende
dat zij <+ reeds meer dan een jaar> schuldige betrekkingen onderhield met
twee getrouwde mannen
D1:
[krantenband]
wier
hoofd zij <+ met een beenhouwersmes> afsneden en <+ daarna>
D1:
en
als men met kinderen in huis komt<-,> dan
D1:
<+
nu> maar moeten stilzitten.
D1:
Tot
ik eindelijk ontdek<+t> [zetfout in D1]
VW:
Tot
ik eindelijk ontdek[-t]
D1:
<dàt>>dát>
is het
D1:
ik
<kàn>>kán> geen woord uitbrengen
p.217
D1:
[krantenband]
bij
de aankomst van <+ enkele> voorbijgangers sloegen zij op de vlucht
D1:
zoals
men er alleen <kàn>>kán> staan
D1:
van
<dàt>>dát> leven
D1:
maar
<ànders>>ánders>, alsof er niets mee bedoeld werd
dat<dààr>>dáár> betrekking op heeft.
D1:
proppen<s>>d>vol
p.218
D1:
[krantenband]
naar
<buiten wierp>>buitenwierp>
D1:
en
verlangt dat <wèl>>wél>.
D1:
en
<hààr>>háár> mocht ik nooit in huis hebben binnengebracht, en
<àlles>>álles> moest anders zijn geweest,
D1:
alleen
bevrediging zoekend. <+ Het is vreemd, te wenen en daaraan te denken,
terwijl een man boven op u neerligt en zijn bevrediging zoekt.>
p.219
D2:
[krantenband]
in
de straat begon te spelen [hier ontbreekt in D2 een 8-tal passages uit de
krantenband; wél in NVT (zie VW p. 219-225)] een man heeft op ongewone wijze een einde aan zijn leven
gebracht
D1:
[krantenband]
men
<kon>>kan> de redenen niet gissen
D1:
daar
neer te <ligen>>liggen> [zetfout in nvt]
D1:
niet
<dàt>>dát>.
D1:
ongesproken
over de angst om <hèm>>hém>
D1:
Ik
<liet>>deed> dat steeds door het meisje doen
p.220
D1:
[krantenband]
<hij
werd terug in vrijheid gesteld>>zodat hij door de politie terug in
vrijheid gesteld>
D1:
ik
dwong mij te <bladeren>>beraden> [zetfout in D1] in de
knipsels die hij samenbracht
VW:
ik
dwong mij te [beraden]]bladeren] in de knipsels die hij samenbracht
D1:
te
proeven<+...> en te genieten.
D1:
Ik
wist<,>> – > ja, dat wist ik –
p.221
D1:
[krantenband]
<en>>met
het gevolg dat het reeds> 2 cm. was opgeschoten
D1:
ik heb immer gedacht dat
<- het>[zetfout in D1] er niet zozeer op aankomt
VW:
ik heb immer gedacht dat [+ het] er niet zozeer op aankomt
D1:
<mecanica>>mechanica>
D1:
En
datzelfde vernietigende ogenblik<-,> waarin
D1:
keek
hij naar <hààr>>háár>.
p.222
D1:
Zij
wist dus ook <dàt>>dát>
D1:
gelijk
een <leek>>teek>[zetfout in NVT]
D1:
maar
ik <wóú>>wou> er niet verder over nadenken.
p.222-223
D1:[krantenband]
en
laat drie kinderen <na;>>achter terwijl> een vierde
p.223
D1:
[krantenband]
op
de vlucht slaan <+ om zich tegen gebeurlijke besmetting te beschermen – de
gevangene zal onmiddellijk de nodige medische zorgen ontvangen>
D1:
dat
boven op de trap <zou>>kon> klimmen
p.224
D1:
hoe
hij <dàt>>dát> zou opvatten
D1:
en
alles uit mij wegvloeide<;>>,>
D1:
een
paar <àndere>>ándere> mensen
p.225
D1:
ik
bedoel deze<+n> die zijn zoals ik, en niet deze<+n> die zijn zoals
die beide<+n> daar
p.226
D1:
tóch<-,>
en niet meer de moed hebben gevoeld
D1:
doch
om <hààr>>háár>... <o>>O>mdat hij haar liefhad
p.225-227
D1:
[krantenband]
een
man heeft op ongewone wijze een einde aan zijn leven gebracht: hij stak twee
ontstekers in de oren en drukte op een schakelaar waardoor zijn schedel
ontplofte [laatste krantenregels in NVT en D2] <+ / zonder iets te
zeggen verliet een veertienjarig meisje bij valavond de ouderlijke woning, stak
eerst het vuur aan een woning, daarna aan een garage – dan drong zij de kerk
binnen waar ze op het altaar de bijbel en de nationale vlag in brand stak, en gewapend met deze toorts bracht zij het
vuur overal rond – op een grote zwarte steen had zij eerst geschreven met
krijt: loop naar de duivel / een 55-jarig man had reeds een paar nachten een
kat boven op het dak klaaglijk horen miauwen, en uit medelijden was hij boven
op het dak geklommen om het diertje uit die netelige toestand te verlossen,
maar toen hij het wou grijpen sprong het schielijk weg zodat hij zijn evenwicht
verloor en naar beneden stuikte: hij was op slag dood.>
[terug]