Al vertellend over het een en het ander
VW, p.72-74

p.72

TSa:     <AL VERTELLEND OVER HET EEN EN HET ANDER...>>al vertellend over het een en het ander...> [- gecentreerd]

D1:       <al vertellend over het een en het ander...>>AL VERTELLEND OVER HET EEN EN HET ANDER...> [+ gecentreerd]

D1a:     <- AL> VERTELLEND OVER <- HET> EEN EN <- HET> ANDER... [gecentreerd]

D2:       <VERTELLEND OVER EEN EN ANDER...>>Jean uit Tervueren>

[- gecentreerd]

 

TSa:     ... begint er iemand over de mobilisatie en ge herinnert u <die>>de> mobilisatie dat er in die dagen een <D>>d>uitsch schip gekelderd werd,

D1a:     ... begint er iemand over de mobilisatie en <ge herinnert>>herinnert ge> u de mobilisatie dat er in die dagen een duitsch schip gekelderd werd,

D2:       <+ Vertellend over een en ander> <- ... > begint er iemand over de mobilisatie <+ , > en herinnert ge u <- de mobilisatie> dat <- er> in die dagen een <duitsch>>Duits> schip gekelderd werd,

 

TSa:     met schoenen. <E>>e>n daardoor herinnert ge u plots <J>>j>ean, <J>>j>ean-uit-<T>>t>ervueren <- ,> die lachte lijk een zot omdat ge gezegd had

D1:       met schoenen. <e>>E>n daardoor herinnert ge u plots jean, jean-uit-tervueren die lachte lijk een zot omdat ge gezegd had

D1a:     met schoenen. En daardoor herinnert ge u plots jean, <jean-uit-tervueren>>jean uit tervuren>die lachte <lijk>>{lijk/als}> een zot omdat ge gezegd had

D2:       met schoenen <.>>...> En <daar>>hier>door herinnert ge u <plots>> meteen> <- jean,> <j>>J>ean uit <t>>T>ervueren> <+ , > die lachte <{lijk/als}>> als> een <zot>>gek> omdat ge gezegd had<+t>

 

TSa:     ging oorlog worden, want hoe gingen de <D>>d>uitschers afkomen? <Z>>z>e hebben geen schoenen. <E>>e>n wij moeten maar juist de grenzen vol punaiskens smijten.

D1:       ging oorlog worden, want hoe gingen de duitschers afkomen? <z>>Z>e hebben geen schoenen. <e>>E>n wij moeten maar juist de grenzen vol punaiskens smijten.

D1a:     <ging>>zou> oorlog worden <,>>-> want hoe gingen de duitschers afkomen? <Z>>z>e hebben geen schoenen <.>>,> <En wij moeten maar juist de grenzen vol punaiskens smijten.>>en we hoeven alleen maar de grens met punais = vol spijkertjes te strooien.>

D2:       <zou>>ging> oorlog worden < - >> . > <w>>W>ant hoe gingen de <duitschers>>Duitsers> <- af>komen? ze <hebben>>hadden> geen schoenen,en we <hoeven>>hoefden> alleen maar de grens vol spijkertjes te strooien.

D1a:     veel <- dingen> gelachen hebt <+ ,> <die>>dat> achteraf niet om mee te lachen <waren>>was>, bijvoorbeeld die<-n> ijzeren muur en bijvoorbeeld de loopgrachten

D1b:     veel gelachen hebt, dat achteraf niet om mee te lachen was, bijvoorbeeld <- die ijzeren muur bijvoorbeeld> de loopgrachten

D2:       veel gelachen hebt <- ,> dat achteraf niet om mee te lachen <was>>bleek>, bijvoorbeeld de loopgrachten

 

TSa:     want de boer moest kunnen passeeren met zijn kar, en bijvoorbeeld <J>>j>ean-zelf-uit- <T>>t>ervueren, die een klein kind was als de oorlog

D1a:     want de boer moest kunnen passeeren met zijn kar <,>>-> en bijvoorbeeld jean-zelf-uit-tervueren, die <een klein>>nog een> kind was <als>>toen> de oorlog

D2:       <+ , > want de boer moest kunnen passe<-e>ren met zijn kar <->>.> [+ X] <e>>E>n <bijvoorbeeld>>nu> <jean-zelf-uit-tervueren>>Jean zelf> <,>> ...> <die nog een kind was>>hij was nog een kind> toen de oorlog

 

TSa:     zoodat hij zijn pa nooit gezien heeft; en nu was er bij <Jean-zelf>>jean zelf> een kind op komst en <J>>j>ean gaat in den oorlog... halt <- ,> het is niet noodig dwaze fantasietjes te vertellen <- ,>

D1a:     zoodat hij zijn pa nooit gezien heeft <;>>.> <e>>E>n nu was er bij jean zelf een kind op komst en jean gaat in den oorlog... <halt>>nee> <+ ,> het is niet noodig dwaze fantasie<-tjes> te vertellen <+ ,>

D2:       zo<-o>dat hij nooit zijn pa gezien heeft. En nu was er bij <j>>J>ean zelf een kind op komst en <j>>J>ean gaat in de<-n> oorlog... <n>>N>ee, het is niet no<-o>dig fantasie te <vertellen>>verkopen>,

TSa:     waarheid is dat gij eigenlijk niet weet wat er met <J>>j>ean-uit-<T>>t>ervueren gebeurd is, het <omweer>>onweer> ging over ons <- ,> kleine <B>>b>elgische soldaatjes <- ,> heen en iedereen

D1a:     waarheid is <+ ,> dat gij eigenlijk niet weet wat er met jean-uit-tervueren gebeurd is, het onweer ging over ons kleine belgische soldaat­jes heen <+ ,> en <iedereen>> elkeen>

D2:       waarheid <- is>, dat <gij>>ge> eigenlijk niet <+ eens> weet wat er met <jean-uit-tervueren>>Jean uit Tervueren> gebeurd is <,>>.> <h>>H>et onweer ging over ons <+ ,> kleine <b>>B>elgische soldaatjes <+ ,> heen <- ,> en elkeen

 

D1a:     <- zijn> eigen armen en beenen om <maar nadien op de vingeren te beginnen tel­len>> [xxx] = zich pas daarna af te vragen>

D2:       eigen armen en be<-e>nen om zich pas <daarna af>>achteraf> te vragen

TSa:     <J>>j>ean nooit meer gezien, noch aan het <A>>a>lberkanaal

D2:       <j>>J>ean nooit meer gezien, noch aan het <a>>A>lberkanaal

 

TSa:     toch in <V>>v>eldwezelt met zijn geweerken in de handen

D1a:     toch in veldwezelt met zijn geweerke<-n> in de handen

D2:       toch in <veldwezelt>>de grond gestopt> <+ ,> met zijn geweerke in de hand<-en>

TSa:     - waarvan de slagpin te kort was, lijk bij het mijne, zoodat ge er geen enkel schot mee hebt kunnen lossen - of misschien is hij thuis geraakt lijk gij en ik <thuis geraakt>> thuisgeraakt> zijn, waarom gij en ik wèl en een ander niet?

D1a:     - waarvan de slagpin te kort was, <lijk>>zoals> bij het mijne, zoodat ge er geen enkel schot mee hebt kunnen lossen - of misschien is hij thuis geraakt <lijk>>gelijk> gij en ik <- thuisgeraakt zijn>, <+ -> waarom gij en ik wèl <+ ,> en een ander niet?

D2:       <- - waarvan de slagpin te kort was, zoals bij het mijne, zoodat ge er geen enkel schot mee hebt kunnen lossen> - of misschien is hij thuis geraakt gelijk gij en ik, <- -> waarom gij en ik <wèl>>wel>, en <een ander>>anderen> niet?

D2:       dat daargelaten <+,>

 

TSa:     veel over <T>>t>ervueren vertel<d>>t=d> heeft, 20 keer

D1a:     veel over tervueren verteld heeft <,>>:> <20>>twintig> keer

D1b:     veel over tervueren verteld heeft: <twintig>>20> keer

D2:       veel over <t>>T>ervueren verteld heeft: 20 keer

 

TSa:     de sto<k>>o=k>ken gedragen heeft van den koning toen die kwam golf spelen, en één keer

D1a:     de stokken gedragen heeft van de<-n> koning <+ ,> toen die kwam golf spelen, en <I>>één> keer

D2:       de stokken <- gedragen heeft> van de koning <+ mocht dragen> <- ,> toen die <+ daar> kwam golf spelen, en één keer

TSa:     daar <hij>>gij> het een schetsboekje achter het ander volkrabbelde vertelde hij u ook

D1a:     daar gij het <een>>ene> schetsboekje <achter>>na> het ander volkrabbelde <+,> vertelde hij u ook

D2:       daar <gij>>hij> <+ u> het ene schetsboekje na het ander<+e> <volkrabbelde>> zag volkrabbelen>, vertelde hij <- u> ook

 

p.73

TSa:     <T>>t>ervueren die werldberoemd was en waar hij <- eens> een flesch wijn had gekregen en waar hij... en op een keer vroegt gij

D2:       <t>>T>ervueren die wereldberoemd was <+ , > en waar hij <- een flesch wijn had gekregen en waar hij>... <e>>E>n op een keer vroegt <gij>>ge>

 

TSa:     en het was dan bogot nog <Edgar Tytgat>>edgar tijtgat> en gij zegdet <- « > ik ken hem <- ,>

D1a:     <+ ,> en het was dan <bogot>>bijgod> nog edgar tijtgat <+ .> <e>>E>n gij zegdet <+ :> ik ken hem <+ ,>

D2:       , en het <was>>bleek> dan <bijgod nog>>nog bijgod> <e>>E>dgar <t>>T>ijtgat <+ te zijn>. En <gij zegdet>>ge riept uit>: ik ken hem,

TSa:     hij heeft een grijze calot en een roze hobbelken op zijn neus en hij gaat met zijn palet in de hand naar den paardjesmolen kijken <- » >.

D1a:     hij heeft een grijze calot en een roze hobbelken op zijn neus en hij gaat met zijn palet in de hand naar de<-n> paardjesmolen kijken.

D2:       hij <heeft een grijze calot>>draagt lang grijs haar> en een roze hobbel<ken>>tje> op zijn neus <+ , > en hij gaat met zijn palet in de hand naar de paardjesmolen kijken.

TSa:     <E>>e>n daarmee herinnert ge u ook dat ge sedertdien <Edgar Tytgat>>edgar tijtgat> al eens de hand hebt gedrukt <+ (och wien hebt ge sedertdien allemaal al niet de hand gedrukt en het is lijk dien schrijver gezegd heeft: veel menschen hebben tot mij gesproken maar weinigen hebben mij iets gezegd)> en hem hooren vertellen dat zijn hondje dood was, en hoe tragisch hij dat zegde il est mort en ondertusschen een koekje opknabbelde en er misschien in gedachten een stukje afbrak voor zijn hond. <M>>m>aar <J>>j>ean-zelf, ge zult hem eens opzoeken <- ,> peinst ge <-, >

D1:       <e>>E>n daarmee herinnert ge u ook dat ge sedertdien edgar tijtgat al eens de hand hebt gedrukt (och wien hebt ge sedertdien allemaal al niet de hand gedrukt en het is lijk dien schrijver gezegd heeft: veel menschen hebben tot mij gesproken maar weinigen hebben mij iets gezegd) en hem hooren vertellen dat zijn hondje dood was, en hoe tragisch hij dat zegde il est mort en ondertusschen een koekje opknabbelde en er misschien in gedachten een stukje afbrak voor zijn hond. <m>>M>aar jean-zelf, ge zult hem eens opzoeken peinst ge

D1a:     En daarmee herinnert ge u ook <+ ,> dat ge sedertdien edgar tijtgat al eens de hand hebt gedrukt (och wie<-n> hebt ge sedertdien allemaal al niet de hand gedrukt <+,> en het is <lijk>>zoals> die<-n> schrijver gezegd heeft: veel menschen hebben tot mij gesproken maar weinigen hebben mij iets gezegd) en <liet ge> hem hooren vertellen dat zijn hondje dood was, en hoe tragisch hij dat <zegde>>zei> <+:> il est mort <+,>en ondertusschen een koekje <-op>knabbelde en er misschien in gedachten een stukje afbrak voor zijn hond. [+X] Maar jean-zelf, ge zult hem eens opzoeken <+,> peinst ge <+,>

D2:       <- En daarmee herinnert ge u ook, dat ge sedertdien edgar tijtgat al eens de hand hebt gedrukt (och wie hebt ge sedertdien allemaal al niet de hand gedrukt, en het is zoals die schrijver gezegd heeft: veel menschen hebben tot mij gesproken maar weinigen hebben mij iets gezegd) en liet ge hem hooren vertellen dat zijn hondje dood was, en hoe tragisch hij dat zei: il est mort, en ondertusschen een koekje knabbelde en er misschien in gedachten een stukje afbrak voor zijn hond.> [X] Maar <jean-zelf>>Jean zelf> <,>>...> <g>>G>e zult hem eens opzoeken, peinst ge,

 

TSa:     te <T>>t>ervueren zit, ge kunt daar toch niet toekomen en naar <J>>j>ean vragen

D2:       te <t>>T>ervueren zit, ge kunt daar <- toch> niet toekomen en naar <j>>J>ean vragen

 

D1a:     met den koning is meegeweest - pardon <I>>één> keer - en die daar al <kan verhuisd>>verhuisd kan> zijn, en die al lang <kan dood>>dood kan> zijn.

D2:       met de<-n> koning <is meegeweest>>weest golfspelen is> - pardon <+ , > één keer - en die daar al kan verhuisd kan zijn, en die al lang dood kan zijn.

 

TSa:     ge zegt <- dat> wel <- « > ik zal hem eens opzoeken <- » > maar dat zult ge waar­schijnlijk niet.

D2:       ge zegt wel <+ dat> <ik>>ge> <- zal> hem eens <+ zult> opzoeken <+ , > maar <dat zult ge waarschijnlijk niet>>ge doet dat toch nooit>.

 

D1a:     het droefste in het leven <...>>(> <+ het droefste...> als de vliegers weg zijn, als de roode fusee's daar han­gen en <het alerte gaat>>er alarm is> en de bommen vallen <+,> dan staat ge <- er> met <- een> toegestropt hart uw zenuwpijn af te knabbelen en te wachten tot het cabinet vrij is <- om met 7 haasten het te laten neervallen en te peinzen ik zal op mijn gemak de rest doen als de vliegers weg zijn...> <+ )>

D2:       <+ wel> het <droefste>> meest triestige> in het leven ( <het droefste...>>het meest triestige,> als <de vliegers weg zijn>>er geen vliegers hangen> <,>>...> <+want> als de ro<-o>de fusee's daar hangen en er alarm is en de bommen vallen, dan staat ge met <toege­stropt>> toegeknepen> hart uw zenuwpijn<+en> af te knabbelen en te wachten tot het <cabinet>>w.c.> vrij is)

 

D1:       <e>>E>n als de vliegers weg zijn dan is het droefste in uw leven dat ge zooveel menschen hebt gekend

D1a:     <E>>e>n als <+ dan>de vliegers weg zijn <+ ,> <- dan> is het droefste in uw leven dat ge zooveel menschen hebt gekend

D2:       En als dan de vliegers weg zijn <- ,> is het <droefste>>meest triestige> in uw leven dat ge zo<-o>veel mens<-ch>en hebt gekend

D1a:     en zorgen <gedeeld hebt>>hebt gedeeld>, en dat ge die nooit meer zult hooren of zien.

D2:       en zorgen hebt gedeeld, en dat ge die nooit meer zult ho<-o>ren of zien.

D1a:     En dat ge <u>>u/ze [?]> zelfs,

D2:       En dat ge <u/ze [?]>>u> zelfs,

D1a:     <- het> een en <- het> ander, hen binnen enkelen tijd

D2:       een en ander, hen binnen enkele<-n> tijd

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D1a:     en er is nergens brood te krijgen, de <controleur>>kontroleurs> <is>>zijn> bij <cyrile-den-bakker>>den bakker> <+ binnengevallen> en <cyrile-den-bakker>>de bakker>

D2:       <e>>E>n er is nergens brood te krijgen <,>>.> <d>>D>e kontroleurs zijn bij de<-n> bakker binnengevallen en de bakker

 

D1a:     langs achter gaan loopen <+ ,> en vertelt <+ nu [?]> dat aan den anderen kant van de stad <al de>>alle> menschen al weenend<-e> rondloopen

D2:       langs <achter gaan loopen>>de achterdeur op de loop gegaan>, en <vertelt nu [?]>>weet bovendien te vertellen> dat aan de<-n> andere<-n> kant van de stad alle mens<-ch>en al we<-e>nend rondlo<-o>pen

D2:       waar gaan <wij naartoe>>we heen>? - en als de <controleur>>kontroleurs> weg <is>>zijn>

D2:       <+ terug> aanschuiven voor een gesmokkeld brood van <60 fr.>>zestig frank.>

D1a:     <+ ,> zoolang ge <+ nog> een cent hebt?

D2:       , zo<-o>lang ge nog een cent<+je> <hebt>>bezit>?

 

p.74

D2:       <e>>E>n <lisje>>Liesje> <die>> , > de dochter van een sociaal-demokraat <- is>

 

D1a:     sympathieën heeft geloofde dat de oorlog ten hoogste maar <3>>drie> dagen

D2:       sympathieën <- heeft> <+,> <geloofde>>heeft geloofd> dat de oorlog ten hoogste maar drie dagen

 

D2:       <4>>vier> jaar in plaats van <4>>vier> dagen en ge ziet nog <altijd>>steeds> niets <+ . >

D1a:     de vrouwen staan in <troppelkens>>groepjes> bijeen en zeggen <+ ">wat moeten we nu beginnen?<+ "> <al malkander>>elkaar> bekijkend

D2:       <d>>D>e vrouwen staan in groepjes bijeen en zeggen " wat moeten we nu beginnen? " <+,> elkaar <bekijkend>>aankijkend>

D2:       ja dat <ZEGGEN>>ZEGGEN> ze <+ . >

D1a:     en dat er <- een> zich <+ ene> 2 taarten heeft laten bakken <+ ,> raad eens hoeveel <,>>?> 700 <fr.>>frank.>

D2:       <e>>E>n dat er zich ene <2>>twee> taarten <heeft laten>>liet> bakken, raad eens hoeveel? 700 frank.