Albertine Spaens
VW, p.86-88

p.86

TSa:     <ALBERTINE SPAENS>>albertine spaens> [- gecentreerd]

D1:       <albertine spaens>>ALBERTINE SPAENS> [+ gecentreerd]

D2:       <ALBERTINE SPAENS>>Albertine Spaens> [- gecentreerd]

 

TSa:     <A>>a>lbertine <S>>s>paens was een heel braaf en een heel plezierig en een heel leelijk mensch die al haar tanden had moeten laten trekken lijk ze loshingen van honger

D1:       <a>>A>lbertine spaens was een heel braaf en een heel plezierig en een heel leelijk mensch die al haar tanden had moeten laten trekken lijk ze loshingen van honger

D1a:     Albertine spaens was een heel braaf en een heel plezierig en een heel leelijk mensch <+,> <die>>dat> al haar tanden <had moeten>>moest> laten trekken <lijk>>gelijk> ze loshingen van honger <+,>

D2:       Albertine <s>>S>paens was een heel braaf en een heel plezierig en een heel le<-e>lijk mens<-ch>, dat al haar tanden moest laten trekken <gelijk>>zoals> <ze>>die> loshingen van honger,

 

TSa:     bleef loopen met oogen van een 30 jarige en met een mond van een 80 jarige, zie "de ouder­lingen hun soep etend" van <G>>g>oya, en van soep gesproken, <Albertine>> alber<i=t>ine> ging iederen noen voor haar en voor haar leelijken man met ons mee naar de gaarkeuken <T>>t>ehuis <Leopold III>>leopold 3>

D1a:     bleef loopen met oogen van een 30 jarige en met een mond van een 80 jarige <- , zie "de ouderlingen hun soep etend" van goya, en van soep gesproken>, <a>>A>lbertine ging iederen noen <- voor haar en voor haar leelijken man> met ons mee naar de gaarkeuken <t>>T>ehuis <l>>L>eopold <3>>III>

D1b:     bleef loopen met oogen van een 30 jarige en met een mond van een 80 jarige, Albertine ging iederen noen met ons mee naar de gaarkeuken <- Tehuis> Leopold III

D2:       bleef lo<-o>pen met o<-o>gen van een <30 jarige>>dertigjarige> en <met een>>de> mond van een <80 jarige>>tachtigjarige> <,>>.> <Albertine ging iederen noen>>Iedere noen ging ze> met ons mee naar de gaarkeuken Leopold III

 

TSa:     waar wij 2 patatjes en een stukje vleesch, doe de deur toe dat het niet wegvliegt, en wat legumen uit doosjes aan 2 <frank>>fr.> per maaltijd + de zegeltjes, in een kommetje geschept kregen.

D1a:     waar wij 2 patatjes <+ kregen> en een stukje vleesch, <+ (> doe de deur <toe>> dicht> dat het niet wegvliegt <,>>)> <- en wat legumen uit doosjes aan 2 frank per maaltijd + de zegeltjes,> in een kommetje geschept kregen.

D1b:     waar wij 2 patatjes <- kregen> en een stukje vleesch, (doe de deur dicht dat het niet wegvliegt) in een kommetje geschept kregen.

D2:       waar <wij>>we> <2>>twee> patatjes en een stukje vlees<-ch> <- ,> (doe <+ gauw> de deur dicht <+ ,> dat het niet weg<vliegt>>waait>) in een kommetje <geschept>>geschrapt> kregen.

 

D1a:     Dinge<n>>s>

 

D1a:     <gekregen heeft>>heeft gekregen>

 

TSa:     <D>>d>uitschgezinden

D2:       <duitschgezinden>>Duitsgezinden>

 

D1:       dat de oorlog nog 5 jaar ging duren, "dat mag niet want mijn man heeft gerekend op een blitskrieg en als het nog langer dan een maand duurt weet ik niet wat wij moeten beginnen <", >> ," >

D1a:     dat de oorlog <- nog> 5 jaar ging duren, "dat mag niet want mijn man heeft gerekend op een blitskrieg en als het nog langer dan een maand duurt weet ik niet wat wij moeten beginnen," <+ ->

D2:       dat de oorlog <5>>vijf> jaar <ging>>zou> duren, "dat mag niet <+ ,> want mijn man heeft gerekend op een blit<s>>z>krieg en als het nog langer dan een maand <duurt>>gaat duren> weet ik niet wat wij moeten beginnen<- ,>" -

 

TSa:     den aardigsten praat vertelde die er maar te <j=h>ooren was, bijvoorbeeld over een gasfa­briek waar de meisjes door de uitwasemingen hun zinnen voelden opgejaagd worden zoodat zij <+ ...> maar dat heeft geen belang <- in deze kroniek,> het is maar a propos; en <óók>>òòk> apropos, van <Lode Zielens>>lode zielens> zei ze dat het een slechte schrijver was... madame <L>>l>ammens was het ! <E>>e>n <Albertine Spaens>>al<c=b>ertine spaens>, die lachte

D1a:     den <aardigsten>>vreemdste> praat vertelde die <- er> maar te hooren was, bijvoorbeeld over een gasfabriek waar de meisjes door de uitwasemingen hun zinnen voelden opgejaagd worden zoodat zij... maar <- dat heeft geen belang> het is maar a propos <;>>.> <e>>E>n òòk apropos, van lode zielens zei ze dat het een slechte schrijver was... madame lammens was het! <e>>E>n albertine spaens, die lachte

D2:       de<-n> vreemdste praat vertelde die maar te ho<-o>ren was <- , bijvoorbeeld over een gasfabriek waar de meisjes door de uitwasemingen hun zinnen voelden opgejaagd worden zoodat zij... maar het is maar a propos. En òòk apropos,> <+ en> van <l>>L>ode <z>>Z>ielens zei <- ze> dat het een slechte schrijver was... madame <l>>L>ammens was het! En <a>>A>lbertine <s>> S>paens <- , die> lachte

 

TSa:     al de gekke beweringen van madame <L>>l>ammens, overigens lachte zij met alles, met dat beetje groenten-uit-doosjes en die soep van winterhulp en <- met> het volk dat aanschoof en <- met> de aanplakbrieven van de <D>>d>uitschers die wij onder de baan zagen hangen... en ja,

D1a:     al de gekke beweringen van madame lammens, overigens lachte zij met alles, met dat beetje groenten-uit-doosjes en die soep van winterhulp en het volk dat aanschoof en de aanplakbrieven van de duitschers <- die wij onder de baan zagen hangen>... <e>>E>n ja,

D2:       al <de>>die> gekke beweringen van madame <l>>L>ammens <,>>.> <overigens lachte zij>>Zij lachte overigens> met alles, met <- dat beetje groenten-uit-doosjes en> die soep van <w>> W>interhulp en het volk dat aanschoof en de aanplakbrieven van de <duitschers>>Duitsers>... En ja,

 

p.86-87

TSa:   dat is waar ook, wij passeerden op onzen weg-terug altijd een <D>>d>uitschgezinden schoolmeester waar wij niet meer tegen spraken alhoewel het overigens een braaf manneken was met een bolhoedje en heel groote wijduitstaande voeten, en die ondanks alles toch zeer beleefd goedendag bleef zeggen, goedendag madame <L>>l>ammens en goedendag madame <S>>s>paens, en op een keer,

D1a:   dat is waar ook, wij passeerden op onzen weg-terug altijd een duitschgezinden schoolmeester <+,> waar wij niet meer tegen spraken alhoewel het overigens een braaf manneken was met een bolhoedje en heel groote wijduitstaande voeten, en die ondanks alles toch zeer beleefd goedendag bleef zeggen, <+-> goedendag madame lammens en goedendag mada­me spaens, <+-> en op een keer,

D2:       dat <is waar ook>>herinner ik me ook nog>, <wij passeerden op onzen weg-terug altijd een duitschgezinden­ schoolmeester>>op onze weg terug botsten we soms op een Duitsgezinde onderwijzer> waar wij niet meer tegen spraken <+,> alhoewel het overigens een braaf <manneken>>ventje> was met een bolhoedje en <- heel> gro<-o>te wijduitstaande voeten <,>>.> <- en die> <o>>O>ndanks alles <+ bleef hij> toch <zeer>>heel> beleefd <goedendag>>goeiedag><- bleef> zeggen <,>>:> <goedendag>>goeiedag> madame <l>>L>ammens en <goedendag>> goeiedag> madame <s>>S>paens <,>>.><e>>E>n op een keer,

 

TSa:     <A>>a>lbertine die weeral heel-den-weg-door zich zot had gelachen, keerde zich om en zei dreigend: goedendag tegen mijn goesting.

D1a:     albertine die weeral heel-den-weg-door zich zot had gelachen, keerde zich om en zei dreigend: goedendag tegen mijn goesting <.>>!>

D2:       <a>>A>lbertine die <weeral heel-den-weg-door zich zot had gelachen>>zich weer de hele weg langs gek had gelachen>, keerde zich <+ dreigend naar hem> <- om> en zei <- dreigend>: <goedendag>>goeiedag> tegen mijn goesting <!>>.>

 

D1a:     [+X] Al mijn tanden staan los lijk ik honger heb <+,> zei ze eens <,>>.> en 's ande­rendaags zei ze <+:> ik heb hier altijd pijn en pijn en pijn, en ze wees naar haar hart,

D2:       [-X] <Al mijn tanden staan los lijk ik honger heb>>Ik verlies al mijn tanden uit honger>, zei ze eens. <en 's anderendaags>>En de volgende dag> zei ze: ik heb hier altijd pijn en pijn <- en pijn> <,>>.> <en ze wees naar haar hart>>En ze bracht de hand aan het hart>,

 

TSa:     jongens eens zal <tóch>>tòch> de<-n> oorl<i=o>g gedaan zijn en eens zullen die grijze <tóch>>tòch> weg zijn en dan zullen wij met onze oude beenen leeren swingen

D1a:     jongens <+,> eens zal tòch de oorlog gedaan zijn en eens zullen die grijze <+ luizen> tòch <weg>>vertrapt> zijn <+,> en dan zullen wij met onze oude beenen leeren swingen <+,>

D2:       jongens, eens zal <tòch>>tóch> <de>>die> oorlog gedaan zijn en eens zullen die grijze luizen <tòch>>toch> vertrapt zijn, en dan zullen wij met onze oude be<-e>nen le<-e>ren swingen,

 

TSa:     2 <A>>a>lbertinen <S>>s>paens zullen zijn lijk ik zal uiteengeschokt worden.

D1a:     2 albertinen spaens zullen zijn <+ ge>lijk ik zal uiteengeschokt worden.

D2:       <2>>twee> <a>>A>lbertinen <s>>S>paens zullen zijn <+ ,> <gelijk>>zoals> ik zal uiteengeschokt worden.

 

D1a:     ze duwde daar <langsom>>steeds> meer aan, ze bleef soms eens op den hoek van een straat staan

D2:       ze duwde daar steeds meer aan, ze bleef soms eens <op den hoek van een straat>>aan een straathoek> staan

 

D2:       ons <achterna roepend>>naroepend>: <blijf toch wat naar mij wachten.>wacht me toch wat!>

 

D2:       vroeg ze zelfs <+:> draag<+t> gij mijn soep eens <een beetje>>wat>.

 

D1a:     [+X] En dan <zag>>ontmoette> ik haar eens <+,>

D2:       [X] En dan ontmoette ik haar <- eens>,

 

TSa:     dat ze de tram moest hebben voor een specialist in <G>>g>ent, ik had de tram zien wegrijden

D1a:     dat ze de tram moest hebben <voor>>om> een <+ hart>specialist <+ op te zoeken><- in gent>, ik had de tram <+ net> zien wegrijden

D2:       dat ze de tram <moest hebben>>wou nemen> om een hartspecialist op te zoeken, ik had de tram net zien wegrijden <+,>

 

D2:       haar tandenlo<-o>ze mond

D1a:     <Is... en "weg" zei ze niet>>Ze wou vragen of de tram al weg was>, <+ [xxx]> ze kon niet meer <+ vragen [?]>, ze hing tegen den muur en vroeg mij

D2:       Ze wou vragen of de tram al weg was, <[xxx]>>doch> ze kon <+ het> niet meer <- vragen [?]>, ze hing <+ hijgend> tegen <den>>een> muur en vroeg <mij>>me>

 

TSa:     een <Z>>z>warte die met zijn botte botten aan ons voorbijging deed haar weer het hoofd rechten <- en meer dan luid genoeg vragen of ik al leeren zwemmen had. Zwemmen? Zeker, had men dien morgen op den Engelschen post niet gezegd dat het Dortmundkanaal was gebombardeerd geworden?> <+ .> <E>>e>n dan,

D1:       een zwarte die met zijn botte botten aan ons voorbijging deed haar weer het hoofd rechten. <e>>E>n dan,

D1a:     een zwarte die met zijn <botte botten>>lompe laarzen> aan ons voorbijging deed haar weer het hoofd rechten. En dan,

D2:       een zwarte die met zijn <lompe>>botte> laarzen <- aan> ons <voorbijging>>voorbij stapte> deed haar weer het hoofd rechten. En dan,

 

TSa:     het was vèrgevorderde kanker die noodzakelijk moest geopereerd worden <.>>,> zij

D2:       het was v<è>>e>rgevorderde kanker die noodzakelijk moest <geopereerd>>weggesneden> worden <,>>.> <zij>>Ze>

 

D2:       <4>>vier> jaar honger hadden teveel van haar <geeischt>>geëist>, <zij>>ze> kon niet meer naar huis, <zij>>ze>

 

TSa:     juist denzelfden dag dat haar vrienden van over het kanaal gekomen waren, en madame <B>>b>eerens en madame <L>>l>ammens die nu ook al dood is

D1a:     <juist>>net> denzelfden dag dat haar vrienden van over het kanaal gekomen waren <,>>.> <e>>E>n madame beerens en madame lammens <+ ,> die nu ook al dood is
<+ ,>

D2:       net <denzelfden>>dezelfde> dag dat haar vrienden van over het kanaal gekomen waren. En madame <beerens>>Berens> en madame <l>>L>ammens, die nu ook al dood is,

 

TSa:     en rechtte nog eens het hoofd, hà zei ze, <+ leg dan een belgische vlag over mijn appelsienkist,> en denzelfden avond was ze al dood.

D2:       en rechtte nog <eens>>even> het hoofd < , >> . > <hà>>Ha> <+ ,> zei ze, leg dan een <b>>B>elgische vlag over mijn appelsienkist, en <denzelfden>>de-zelfde> avond was ze al dood.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D1a:     en <dingen>>Dinges>

D2:       <e>>E>n Dinges

 

D2:       <smijt>>gooit> als hij <zat>>stomdronken> naar huis komt <+ ,> en iedereen trakteert die heil <h>> H>itler wil zeggen en in de <bordeelen>>nachtkoten> zit en daar 50.000 <fr.>>frank> <verteert op een avond>>op één avond aan kant zet> - want hij is <chef>>van klein schrijnwerkertje plots het grote hoofd> van de <hout-distributie>>houtdistributie>geworden <+ .>

 

p.88

D2:       <e>>E>n <- hoe> mijn ouders zeggen

 

D2:       het <MAG>>MAG> niet lang <+ meer> duren <- of wij hebben geen geld meer>, <wij>>we> hebben <- ons> nu reeds geld op ons huis<+je> moeten le<-e>nen

 

D1a:     en <iedereen die er zegt>>ik die hen teleurstellend moet zeggen> dat het WEL lang zal duren <+ ,> wordt er voor een duitschgezinde uitgescholden

D2:       en <ik die hen teleurstellend moet zeggen>>omdat ik hen teleurstezllen moet en zeg> dat het <WEL>> wel> lang <zal>>gaat> duren, word<-t> <+ ik> er voor een <duitschgezinde>>Duitsgezinde> uitgescholden <+ .>

 

D1a:     en de menschen die <- gaan> vragen aan den paster-die-een-geweldige-engelschgezinde-is of ze in het kapelleken mogen <- komen> bidden<+ dat dichter bij hun huis staat> -

D2:       <e>>E>n de mens<-ch>en <- die> vragen aan de<-n> paster<- -die-een-geweldige-engelschgezinde-is> of ze <+ in plaats van naar de kerk te gaan> in het kapelleke<-n> mogen bidden <+ ,> dat dichter bij<-hun> huis <staat>>is> -

 

D1a:     die daarmee geen volk in zijn kerk zou hebben zegt <van>>:> neen <->>.><d>> D>at verandert toch niets aan de zaak

D2:       die daarmee geen volk <+ meer> in zijn kerk <zou>>ga hebben <+ ,> zegt <- :> nee<-n>.<d>>D>at verandert toch niets aan de zaak <+ ,>

 

D1a:     de vliegers niet meer zullen smijten met aan dat kapellek<-n> te staan bidden? - en de menschen die zeggen <+ :> als ze <+ int [?] kapelleke> niet binnen mogen

D2:       de vliegers <niet meer zullen smijten>>geen bommen meer zullen gooien> met <aan>>in> dat kapelleke te <staan>>zitten> bidden? <- -> <e>>E>n de mens<-ch>en <- die> zeggen: als <ze>>we <int [?]>>in dat> kapelleke niet binnen mogen

 

D2:       <dat ze dan>>zullen we> buiten op straat <- zullen> staan bidden <->>.> <e>>E>n ik zal het u verbieden <+ ,> zegt de paster, ik zal u daar doen wegjagen <+.>

 

D1a:     en het zeden<verval>>bederf> <+ neemt zo ontzettend toe> <- , dat er in den avond oude vrouwen naar elkander staan te pissen, en dat er in den omtrek van het station schoolkinderen in een cremerie komen zitten, waar het een echt bordeel is - zoodat ge u daar een oude vrouw van I4 jaar kunt uitkiezen - en zoo>dat een oude hoer zich afvraagt waar de wereld <+ toch> naartoe gaat <,>>:> in mijn tijd...

D2:       <e>>E>n <het zedenbederf>>de zedenverwildering> neemt zo ontzettend toe <+ ,> dat een <oude>>ouwe> hoer zich afvraagt waar de wereld toch naartoe gaat: in mijn tijd...

 

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

 

D1:       en de kinderen loopen <- achter> een duitschen soldaat <+ na> en vragen of hij van normandië komt <,>>.> <j>>J> zegt hij maar wij <gaan>>keren> terug <+ met nieuwe wapens.> en de kinderen krijgen een <kreemken>>ijsroompje>

D2:       <e>>E>n de kinderen lo<-o>pen een <duistchen>>Duitse> soldaat na en vragen of hij van <n>> N>ormandië komt. Ja <+ ,> zegt hij <+ ,> maar <wij>>we> keren terug met nieuwe wapens. <e>>E>n de kinderen krijgen een ijsroompje

 

D1a:     aan dat eene <kreemeken>>ijsroompje> <lekken>>likken>, hij hoort hen "<lek­ken>>likken>" uitspreken en hij zegt: allemaal <lek>>lik>- en de kinderen vragen of hij belgisch kent

D2:       aan dat e<-e>ne ijsroompje likken, hij hoort hen "likken" uitspreken en hij zegt: <allemaal>>iedereen> lik <->>.> <e>>E>n de kinderen vragen of hij <+ dan> <b>>B>elgisch kent <+ ,>

 

D1a:     bommen smijten op duitschland <,>>.> <e>>E>n ze wijzen hem <- naar> den jongen van kuyle <+ aan> en zeggen: dat is een zwarte - en die is ongelooflijk fier

D2:       bommen <smijten>>gooien> op <duitschland>>Duitsland>. En ze wijzen hem <den jongen van kuyle>>het zoontje van Kuyle> aan en zeggen: dat is een zwarte - en die is ongelooflijk fier<+.>

 

D2:       [alinea weggelaten]