|
Het boek over den oorlog p.31 TSa: <HET BOEK OVER DEN OORLOG>>het boek over den oorlog> [- gecentreerd]
TSb: het boek over den oorlog [handschrift zetter:] - kap. centreren
D1a: HET BOEK OVER DE<-N> OORLOG [gecentreerd]
D2: <HET BOEK OVER DE OORLOG>>Het boek over de oorlog> [- gecentreerd]
TSa: <e>>E>en kleine schrijver
D1a: kleine<-n> oorlog maar welke gro<-o>te schrijver gaat <- er> nu opstaan
D1a: Zijn-Boek-Over-De<-n>-Gro<-o>te<-n>-Oorlog - allemaal met <- een> hoofdletter<+s> -
D2: <Zijn-Boek-Over-De-Grote-Oorlog>>zijn Boek Over De Grote Oorlog> - <allemaal>>dat alles> met hoofdletters -
D1: <En>>en> aanbieden, het is een
D1a: <en>>En> aanbieden <- , het> is een
TS: zoo een boek. <O>>o>ns
D1: zoo een boek. <o>>O>ns
D1a: zo<-o> een boek <.>>,> <O>>o>ns
D1b: zo een boek <,>>.> <o>>O>ns
D1a: ons in het ontstelde geweten <smijten>>gooien> <-, dat> ware dichter bij de waarheid <- , dit is, bij de welvoeglijkheid>.
TS: <G>>g>ij misschien
D1: <g>>G>ij misschien
D1a: Gij misschien <+ ,>
D2: [+X] <Gij misschien>>Misschien zult gij het doen>,
D1a: die geteisterd werd in uw have en goed, <lijk>>zoals> ze dat noemen,
D1a: <lijk>>als> een stuk vee en gedeporteerd <lijk>>als> een misdadiger, <- en> gebombardeerd
D1a: <lijk>>als> met een <blikken pot>>leeg blik> waar de kinderen op schoppen,
D2: als <- met> een leeg blik waar<+op> de kinderen <- op> schoppen,
D1a: en I00 maal gestorven verminkt de<-n> mond gesnoerd
D2: en <I00>>honderd> maal gestorven verminkt de mond gesnoerd
D2: een <ijzeren sleutel>>schroefsleutel>
TSa: zoodat ge, daar zittend lijk <J>>j>ob met zijn zweren... of neen, daar zittend lijk
D1a: zo<-o>dat ge, daar zittend <lijk>>als> <j>>J>ob met zijn zweren.. <o>>O>f neen, daar zittend <lijk>>als>
TSa: <F>>f>ransken <W>>w>auters die in <K>>k>assel
D1a: <fransken>>Franske> wauters die in <k>>K>assel
D2: Franske <w>>W>auters die in Kassel
D1a: voor <- het> vuil water <gekropen was>>was gekropen>
D2: voor vuil water <was gekropen>>gekropen was>
TSa: <K>>k>assel
D1a: <k>>K>assel
TSa: meer zag<- ,> <«>> ... > hadden ze mij een stoel onder de knikkende beenen geschoven, ik zou <- ,> daar zittend <- ,> al-wat-<K>>k>assel-geweest-was kunnen overzien hebben <-»>... en
D1: meer zag...<h>>H>adden ze mij een stoel onder de knikkende beenen geschoven, ik zou daar zittend al-wat-kassel-geweest-was kunnen overzien hebben... en
D1a: meer zag... Hadden ze mij een stoel onder de knikkende be<-e>nen geschoven, ik zou daar zittend al-wat-<k>>K>assel-geweest-was kunnen overzien hebben... en
D2: meer zag... Hadden ze mij een stoel onder de knikkende benen geschoven, ik zou daar zittend al-wat-Kassel-<geweest-was>>was-geweest> kunnen overzien hebben... <e>>E>n
TSa: op een stoel en kijkend naar al-wat-<E>>e>uropa-geweest-was < ... >>-> ach ziet ge, weeral te klein van formaat < ... >>-> naar al-wat-de-wereld-geweest-was, zoudt gij
D1a: op een stoel en kijkend <- naar al-wat-europa-geweest-was - ach ziet ge, weeral te klein van formaat - > naar al-wat-de-wereld-geweest-was, zoudt gij
D2: op <een >>die> stoel en kijkend naar al-wat-de-wereld-<geweest-was>>was-geweest>, zoudt gij
D1a: waarvoor <wij misschien niet eens>>niemand misschien> de<-n> moed <zullen hebben>>zou vinden> het te lezen,
D2: waarvoor <niemand>>wij> misschien de moed <+ niet> zou<+den> vinden het te lezen,
TSa: zullen zeggen <-«>ik begrijp het niet<-»> <+ ,> omdat
D1a: <zullen>>zouden> zeggen ik begrijp het niet, omdat
D2: zouden zeggen <+ :> ik begrijp het niet <,>>...> omdat
TSa: die aaneengelijmd werden met doodgeboren letters, en maar iets kunnen schoon vinden dat <- ,> lijk men zegt <- ,> rythme heeft, of dat rijmt, of dat geen beteekenis heeft.
D1a: die aaneengelijmd werden met doodgeboren letters, en maar iets kunnen <schoon>> mooi> vinden dat <lijk>>als> men zegt rythme heeft, <- of dat rijmt,> <of dat>>en> geen bete<-e>kenis <- heeft>.
D2: die <aaneengelijmd werden>>aan elkaar werden gelijmd> met <doodgeboren>>dode> letters, en <maar>>slechts> iets <kunnen mooi>>mooi kunnen> vinden <dat als men zegt rythme heeft,>>als het, zoals men zegt, rietme heeft,> en geen betekenis.
TSa: <W>>w>ant gij zoudt
D1: <w>>W>ant gij zoudt
D2: [+X] Want gij zoudt
TS: uit zweet en modder <- ,> en stervende paarden
TS: omhoog <- ,> en door den luchtdruk uiteengereten huizenblokken <- ,>
D1a: omhoog en door de<-n> luchtdruk uiteengereten <huizenblokken>>huizen]blokken [?]>
[Het is niet helemaal duidelijk wat er met de tussenvoegeing van de rechte haak bedoeld wordt (vermoedelijk 'in twee woorden schrijven')]
D2: omhoog en door de luchtdruk uiteengereten <huizen]blokken [?]>>huizenblokken>
D1: <g>>G>ij zoudt
p.31-32 D1a: <lijk>>gelijk> verwrongen rails
p.32 TSa: een eindeken verder in de <licht=lucht> steken
D1a: een eind<-eken> verder in de lucht steken
D1a: <van zins zijn>>zinnens waren> <- om> naar de<-n> hemel te rijden,
TSa: van die rails <- ,> het kan niet anders <- ,> weer op de aarde zullen neerploffen lijk trouwens alles dat de hoogte in wil <- < >. <G>>g>ij zoudt
D1: van die rails het kan niet anders weer op de aarde zullen neerploffen lijk trouwens alles dat de hoogte in wil. <g>>G>ij zoudt
D1a: van die rails <- het kan niet anders> weer op de aarde <zullen neerploffen>>neerploften> <lijk>>zoals> trouwens alles dat de hoogte in wil. Gij zoudt
D2: van die rails weer op de aarde neerploften <- zoals trouwens alles dat de hoogte in wil.> <Gij>>Ge> zoudt
D1a: <lijk>>gelijk> onze armen die zich in medelijden uitstrekken, maar zich <halverwegen>>halfweg> <+ weer>
D2: gelijk <- onze> armen die zich in medelijden uitstrekken <- ,> maar zich halfweg <- weer>
D1a: past, want als onze handen niet do<-o>den
D2: past < , >> ... > want als <onze>>ónze> handen niet doden
D2: onze <schoonste>>mooiste> gedachten
D2: <gedachten-van-krankzinnigen>>gedachten van krankzinnigen>
TSa: <E>>e>n uw<-e> bloedende woorden aaneengeregen tot pijnlijke verwrongen zinnen
D1: <e>>E>n uw bloedende woorden aaneengeregen tot pijnlijke verwrongen zinnen
D2: En uw bloedende woorden aaneengeregen tot pijnlijk<-e> verwrongen zinnen
D1a: <lijk>>gelijk>
D1a: <lijk>>gelijk>
D1a: rookende steden <w>>W>archau <c>>C>oventry <h>>H>amburg <k>>K>arkhof <r>>R>otterdam
D2: ro<-o>kende steden War<+s>chau Coventry Hamburg Karkhof Rotterdam
TSa: en al de steden van <R>>r>usland <waar zulke schoone en rechtvaardige menschen woonden dat men zich verplicht zag ons wijs te maken>>waarvan men ons wijsgemaakt heeft> dat
D1a: en al de steden van <r>>R>usland waarvan men ons wijsgemaakt heeft dat
D2: en <al de steden>>heel> Rusland waarvan men ons <wijsgemaakt heeft>>heeft wijsgemaakt> dat
D2: <tusschen>>tussen> <hun>>de> opeengeklemde tanden
TSa: <O>>o> uw boek
D1: <o>>O> uw boek
D2: [+X] O uw boek
TSa: van gecondenseerde tranen <- ,> <van>>en> wellust-in-den-dood <- ,> <van>>en> schweinerij die in geen <kroniek>>enkel boek> past
D1a: van gecondenseerde tranen en wellust-in-de<-n>-dood en schweinerij die in geen enkel boek past
D2: van gecondenseerde tranen en <wellust-in-de-dood>>doodswellust> en schweinerij die in geen enkel boek past <+,>
TSa: men haalt den neus al op als <er een klein vloeksken in staat>>een kleine godverdomme de bladzijden ontsiert>,
D1a: men haalt de<-n> neus op als een kleine <godverdomme>>g.v.d.> de bladzijden ontsiert,
D2: men haalt <+ nu> de neus al op als een kleine g.v.d. de bladzijden ontsiert,
TSa: <u>>U>w <b>>B>oek
TSa: zal afleggen van het dier dat den geest kon overwinnnen, van den draak die boven op <St.Michel>>st.michel> stond en zijn krullende tong uit stak.
D1a: <zal>>zullen> afleggen van het dier dat de<-n> geest kon overwinnen <- ,> van de<-n> draak die boven op <st.michel>>de heilige Michael <?>> stond en zijn krullende tond <uit stak>>uitstak>.
D1b: zullen afleggen van het dier dat de geest kon overwinnen <- van de draak die boven op de heilige Michael <?> stond en zijn krullende tong uitstak>.
TSa: <U>>u>w boek,
D1: <u>>U>w boek,
TSa: voor uw <- eigen> zichzelf geschreven hebt,
D1a: <- voor uw zichzelf> geschreven hebt,
D2: geschreven hebt <- ,>
D1a: blinde<-n> angst
TSa: mits 25 <cent.>>ct.> te betalen lijk in het museum want
D1a: mits 25 ct. te betalen <lijk>>zoals> in het museum want
D2: <+ misschien wel> mits <25 ct.>>tien cent> te betalen zoals in het museum <+,> want
TSa: <O>>o>m al moordend
D1: <o>>O>m al moordend
D2: en <- al> verkrachtend en <- al> leugens uitstrooiend <- ,> van uw boek te zeggen <+,> dat <- er> nooit gro<-o>ter leugen
TSa: <O>>o>m u in den ban
D1: <o>>O>m u in den ban
D1a: Om u in de<-n> ban
TSa: den index van den staat te zetten en op <den>>een> nieuwen brandstapel
D1a: <den index van den staan>>de lijst van verboden boeken> te zetten en op een nieuwe<-n> brandstapel
D1: lijk de <I>>i>ndianen
D1a: <lijk de indianen>>als Indianen>
TSa: <W>>w>ant ik <- ,> kleine schrijver <- ,>
D1: <w>>W>ant ik kleine schrijver
D1a: Want ik <+ ,> kleine schrijver <+ ,>
p.32-33 TSa: die met geknabbeld papier smijten, doch gij <- ,> groote schrijver <- ,> zult groote vijanden hebben
D1a: die <met geknabbeld papier>>met drek> <smijten>>gooien>, doch gij <+ ,> groote schrijver <+ ,> zult gro<-o>te vijanden hebben
D2: die met drek gooien, doch gij, gro<-o>te schrijver, <zult>>gaat> grote vijanden hebben
D1a: onte<-e>ren
ZP: [tekstdeel ontbreekt]
TSa: [romein, volgende pagina]
TSb: [handschrift zetter:] hier 2 regels wit, dan tekst in cursief vervolgen op zelfde pagina
D1: [cursief]
TSb: <w>>W>aar is de tijd dat ge uw eigen huisje probeerde af te betalen
D1: <W>>w>aar is de tijd dat ge uw eigen huisje probeerde af te betalen
D1a: <w>>W>aar is de tijd <dat>>toen> ge <+ worstelde om> uw <- eigen> huisje
<- probeerde> af te betalen <+,>
D1a: vooruitkomend met <wat te werken>>als dagloner> en dan weer achteruitkrabbelend met te <moeten gaan doppen>>[xxxxxx] aan [xxxx] als werkloze> <<>>.> <e>>E>n op een morgen
D2: <+ wat> vooruitkomend <- met> als dagloner en dan weer <achteruitkrabbelend>>achteruit krabbelend> met te <[xxxxxx] aan [xxxx]>>moeten aanschuiven> als werkloze. En op een <morgen>> ochtend> <+ ,>
D1a: die zegt <+ :> voel eens IK <WORD>>ZAL> LEVEN <- GEWAAR> <,>>.> <e>>E>n <ondertusschen>>meteen> <+ staat daar> [?] de agent met uw mobilisatiebrief
D2: die zegt: voel eens <+ , > <IK ZAL LEVEN>>ik word leven gewaar>. En meteen staat daar de agent met uw mobilisatiebrief
D1a: <+ dan> maar alleen
D1a: die ze <- u> <- op>stuurt, en de brieven die ze <- u> schrijft <+ ,> vandaag <+ :> ik word
D2: die ze stuurt <- ,> en de brieven die ze schrijft, vandaag: ik word
D1a: gewaar <+ ,> zou er iets zijn? en 's <anderendaags>>de volgende dag> <+ :> o godzijdank nu heeft hij weer zijn nest gedraaid <<>>!>
D2: gewaar, zou er <iets zijn>>wat verkeerd lopen>? <e>>E>n <- 's> de volgende dag: o godzijdank <+ , > nu heeft hij weer zijn nest gedraaid!
D1: [X] [+ regel wit]
D1a: <o>>O>ndertusschen <geeft men>>ontvangt ge> u I fr. <+ soldij> per dag
D2: Ondertuss<-ch>en ontvangt ge <- u> <I fr.>>één frank> soldij per dag
D2: en <zijn>>lopen> de officieren <zat>>dronken> en breekt de oorlog uit <+ -> <juist>>net> als
D1a: het <a>>A>lbertkanaal
D1: en zijn ze ginder <vòòr>>voor> u de grijze smeerlappen en gaan ze àchter u aan het loopen de andere smeerlappen en zit ge
D1a: en zijn ze ginder <voor>>vóor [?]> u <+ ,> de grijze smeerlappen <+ ,> en gaan ze àchter u aan het loopen <+ ,> de andere smeerlappen <+ ,> en zit ge
D2: en <- zijn> ze ginder <vóor [?]>>vóór> u <+ zijn>, de grijze smeerlappen, en <- gaan> ze <àchter>>achter> u aan het lo<-o>pen <+ gaan>, de andere smeerlappen <,>>-> en zit ge
D1a: uw kind moet ongeveer beginnen lo<-o>pen,
D2: <->>.> <u>>U>w kind moet ongeveer beginnen <+ te> lopen,
TSa: ge weet niet of ZIJ eigenlijk lasten moet be<a=t>alen ja of neen >
D1a: ge weet niet of <ZIJ>>uw vrouw> eigenlijk lasten moet betalen ja <of>>dan> neen >
D2: <->>.> <g>>G>e weet niet of uw vrouw <eigenlijk>>nu> lasten moet betalen <+ , > ja dan nee<-n> >
D2: <DE BOMMEN VALLEN>>DE BOMMEN VALLEN>
D1: [+ regel wit]
BOEM
[+ regel wit]
D1a: <o>>O> dat was er dicht tegen <+.>
D2: <O dat was er dicht tegen.>>dat was dichtbij!>
D1a: <e>>E>n zeggen <+,> dat <+ daar aan het Albertkanaal> de groote hoop er zich nog altijd aan vastklampte <+ ,> dat het groote manœuvers waren <+ .>
D2: En zeggen, dat <- daar aan het Albertkanaal> de gro<-o>te hoop <+ daar aan het Albertkanaal> <- er> zich nog <- altijd> <aan vastklampte>>vastklampte aan> <+ de dwaze gedachte> <- ,> dat het <+ maar> gro<-o>te man<œ>>oe>uvers waren.
|
||