Brief van mijn vriend den schilder
VW, p.108-110

p.108

TSa:     <BRIEF VAN MIJN VRIEND DEN SCHILDER>>brief van mijn vriend den schilder> [- gecentreerd]

D1:       <brief van mijn vriend den schilder>>BRIEF VAN MIJN VRIEND DEN SCHILDER> [+ gecentreerd]

D1a:     <BRIEF VAN MIJN VRIEND DEN SCHILDER>>Brief over Lea Lûbka> [- gecentreerd]

 

TSa:     de schrijver <- ,> misschien herinnert gij u nog <Lea Lûbka>>lea lûbka>, het <J>>j>oodsche meisje dat wij binst den oorlog <L>>l>isken noemden

D1:       de schrijver misschien herinnert gij u nog lea <lûbka>>lubka>, het joodsche meisje dat wij binst den oorlog lisken noemden

D1a:     <+ ,> <-de schrijver> misschien herinnert gij u nog <lea lubka>>Lea lübka>, het joodsche meisje dat wij binst den oorlog <lisken>>Liesje> noemden <+ ,>

D2:       <- ,> misschien herinnert <gij>>ge> u nog Lea <lübka>>Lûbka>, het joods<-che> meisje dat wij binst de<-n> oorlog Liesje noemden,

 

D1a:     nooit meer andere<-n> naam zal hebben

 

D2:       haar e<-e>renaam, en die daar altijd zo<-o> stil zat te breien

 

D1a:     nog <- veel> minder

 

D1a:     dat ze geen ondergrondsche gazetten <moest>>had te> ronddragen of met geen <kabas>>tas> springstof door<-heen> de stad moest,

D2:       <dat>>waarin> ze geen ondergronds<-ch>e <gazetten>>kranten> ­had <- te> <ronddragen>>rond te dragen> of met geen tas spring­stof door de stad moest,

 

TSa:      om de <veertien>>I4> dagen eens haar mond opende om er een gedachte te laten uitrollen zoo diep en zoo schoon

D2:     om de <I4>>veertien> dagen eens <haar>>de> mond opende om er een gedachte te laten <uitrollen>>ontbloeien> <+ ,> zo<-o> diep en <-zoo> schoon

 

TSa:    dat ge ze tevergeefs zoudt gaan zoeken bij <D>>d>ostojewski of <D.-H. Lawrence>> d.h.lawrence> of zelfs in <Die-Erlösung-Vom-Leiden van Buddha>>die erlösung-vom-leiden van buddha> die ik verleden maand voor u gekocht heb naast de barak van <W>>w>interhulp op de oude markt, en die ik eens, terwijl ze daar toch zat, geschilderd heb als <E>>e>migrante <- ,>

D1:    dat ge ze tevergeefs zoudt gaan zoeken bij dostojewski of <d.h.>>d. h.> lawrence of zelfs in die erlösung-vom-leiden van buddha die ik verleden maand voor u gekocht heb naast de barak van winterhulp op de oude markt, en die ik eens, terwijl ze daar toch zat, geschilderd heb als emigrante

VW:    dat ge ze tevergeefs zoudt gaan zoeken bij dostojewski of [d. h.]]d.h.] lawrence of zelfs in die erlösung-vom-leiden van buddha die ik verleden maand voor u gekocht heb naast de barak van winterhulp op de oude markt, en die ik eens, terwijl ze daar toch zat, geschilderd heb als emigrante

D1a:     dat ge ze tevergeefs zoudt gaan zoeken bij <dostojewski of d. h. lawrence of zelfs in die erlös­ung-vom-leiden van buddha>>de grote denkers en wijsgeren - > <- die ik verleden maand voor u gekocht heb naast de barak van winterhulp op de oude markt,> en die ik eens, terwijl ze daar toch zat, geschilderd heb als emigrante

D2:       dat ge ze tevergeefs zoudt <- gaan> zoeken bij de grote <- denkers en> wijsgeren < - >> . > <en die ik eens,>>Ik schilderde haar eens> terwijl ze daar toch zat <- , geschilderd heb> als <emigrante>>'emigrante'>

 

TSa:   met haar paksken op de <knieën>>knieen>, en met haar kindergezichteken kijkend <- ,> door het paksken heen <- ,>

D1a:   met haar pakske<-n> op de knieen, en met haar kinder<gezichteken>>gezichtje> kijkend door het pakske<-n> heen

D2:     met haar <pakske>>pakje> op de <knieen>>knieën> en met haar kindergezichtje kijkend door het <pakske>>pakje> heen

 

TSa:       de komende <veertien>>I4> dagen misschien uit haar mond zou hebben laten vallen - maar

D1a:     de komende I4 dagen misschien uit <haar>>{haar/de}> mond zou <- hebben> laten vallen <->>.> <m>>M>aar

D2:      de komende <I4>>veertien> dagen misschien uit <{haar/ de}>>de> mond zou laten vallen. Maar                 

          

D1a:     <die>>dat> schilderij, <lijk>>gelijk> uw schrijverij ook dat niet is, <+ ->

D2:       dat schilderij, <gelijk>>zoals> uw schrijverij ook dat niet is <- ,> -

 

D1a:     toen wij nog eerlijk en <onnoozel>>naïef> waren en <op>> ­over> de ijzeren <passerelle>>brug> <- onder de brug> naar den <schijn>>weerschijn>

D2:       toen wij nog eerlijk en naïef waren en <­over>>onder> de ijzeren brug naar de<-n> weerschijn

 

TSa:    en zegden < « >> " > ik zal maar iets schrijven en ik zal maar iets schilderen dat diep en waar en schoon is < » >> "><- ,> en nu schrijft gij moppen en nu schilder ik <Mickie-Mouse>>mickie mouse> op kinderbedden - maar

D1a:    en zegden ,,ik zal <maar iets>>nooit wat> schrijven en ik zal <maar iets>>nooit wat meer> schilderen <+ dan wat> dat diep en waar en <schoon>>mooi> is" en nu schrijft gij moppen en nu schilder ik <m>>M>ickie <m>>M>ouse op <kinderbedden>> kermistenten> <->>.> <m>>M>aar   

D2:     en zegden < ,, >> : > ik zal nooit wat schrijven en ik zal nooit wat <- meer> schilderen dan wat <- dat> diep en <waar en mooi >>mooi en waar> <is>>gaat zijn> <- "> < +. >

            <e>>E>n nu schrijft gij <moppen>>mopjes> en nu schilder ik Mickie Mouse op kermistenten. Maar      

 

TSa:   die laastste schoone gedachte heeft <L>>l>isken nooit meer gezegd, tenware ginder misschien in <D>>d>uitschland waarheen ze gedeporteerd werd.

D1a:   die laatste schoone gedachte heeft lisken nooit meer gezegd, tenware ginder misschien in duitschland waar<-heen> ze <gedeporteerd werd>>werd gedeporteerd> <+ heen>.

D2:     die laastste scho<-o>ne gedachte heeft <lisken>>Liesje> nooit meer gezegd, tenware ginder misschien in <duitschland>>Duitsland> waar ze <+ heen> werd gedeporteerd <- heen>.

 

TSa:    en zet de radio open en luister er niet naar, lijk dat gaat <- - naar wat luisteren wij eigenlijk wel? - > <+ ,> en almeteens

D1a:   en zet <+ ik> de radio open en luister er niet naar, <lijk>>{lijk/gelijk}> dat gaat, en almeteens

D2:     en zet ik de radio open en luister er niet naar, <{lijk/gelijk}>>gelijk> dat gaat, en almeteens

 

TSa:   afroepen < « >> " > <Lea Lûbka>>lea lûbka> <- ,> in goede gezondheid <- ,> komt terug uit kamp <M>>m>athausen < » >> " > en ik loop rond tusschen mijn <vier>>4> muren

D1:    afroepen " lea <lûbka>>lübka> in goede gezondheid komt terug uit kamp mathausen " en ik loop rond tusschen mijn 4 muren

D1a:   afroepen <,,>>:> lea lübka in goede gezondheid komt terug uit kamp mathausen" <+ .> <e>>E>n ik loop rond tusschen mijn 4 muren

D2:     afroepen: <lea lübka>>Lea Lûbka> in goede gezondheid komt terug uit kamp <m>>M>athausen <- ">. En ik loop rond tuss<-ch>en mijn <4>>vier> muren

 

p.108-109

D2:     <tegen>>tot> het mislukte schilderij waar ze zit naar haar <paksken>>pakje> te kijken <- ,> en tegen de gescheurde tas waar<+ uit> ze nog <- uit> gedronken heeft, en tegen de<-n> wankele<-n> stoel waar<+op> ze <+ nog> zitten breien heeft

 

D1a:   dan een paar kousen <,>>(> misschien wel aan dat <+ ,> waar wij allen naar verlangd hebben in den tijd,

D2:     dan <+ alleen maar> een paar kousen (misschien wel aan dat <- ,> waar <wij>>we> allen naar verlangd hebben in de<-n> tijd,

D1a:   den verren afglans van dat verlangen soms nog eens in uw oogen wil zoeken, gek die ik ben... <+ )>        

D2:     de<-n> verre<-n> afglans <- van dat verlangen> soms nog eens in uw o<-o>gen wil zoeken, <gek>> dwaas> die ik ben <- ...> )                 

 

TSa:      <E>>e>n tot dat alles heb ik geroepen: ze komt terug <- ,> ze komt terug.

D1:       <e>>E>n tot dat alles heb ik geroepen: ze komt terug ze komt terug.

D1a:     En tot dat alles heb ik geroepen: ze komt terug ze komt terug <.>>!>

D2:       <E>>e>n tot dat alles heb ik geroepen: ze komt terug ze komt terug!

 

TSa:    ik ben in de straten gaan rondloopen en heb tegen de lucht en tegen de boomen op den boulevard en tegen de leurders van <cigarettes - Anglaises! ->>cigarettes-anglaises-!> in den <R>>r>adijzengang gezegd <- ,> geroepen <- ,> gefluisterd: ze komt terug!

D1a:   ik <ben>>heb> in de straten <- gaan> <rondloopen>>rondgeloopen> en heb tegen de lucht en tegen de boomen op den boulevard en tegen de leurders van <+ "> cigarettes-anglaises-!<+ "> <in den radijzengang>>op de zwarte markt> gezegd geroepen gefluisterd: ze komt terug!

D2:     ik <heb>>liep> in de straten rond<-geloopen> en <heb>>zei> tegen de lucht en <- tegen> de bo<-o>men op de<-n> boulevard en tegen de leurders <van>>met> <"cigarettes-anglaises-!">>cigarettes-Anglaises!> op de zwarte markt <- gezegd geroepen gefluisterd>: ze komt terug!

TSa:   <E>>e>n ik ben bij <P>>p>iet geweest - en <P>>p>iet zijn broer was daar ook

D1:    <e>>E>n ik ben bij piet geweest - en piet zijn broer was daar ook

D2:     <En ik ben bij piet geweest>>Ik liep bij Piet> - en <piet zijn broer>>de broer van Piet> was daar ook,

 

TSa:    zoodat het eigenlijk een gang gespaard was want ik was ook van zins om <hij>>bij> hem te gaan -

D1a:   zoodat het eigenlijk een gang gespaard was want ik was ook van zins om <bij hem te gaan>>naar die toe te gaan> -

D2:     zo<-o>dat het <- eigenlijk> <een gang>>voetstappen> gespaard <was>>waren> want ik was ook <van zins>>zinnens> om naar <die>>hem> toe te gaan -

 

TSa:    dan bij <L>>l>eo geweest alhoewel <L>>l>eo haar niet zoo goed gekend heeft,

D1a:   dan bij leo geweest <alhoewel<+ ,>=<+ ,>alhoewel> leo haar niet zoo goed <gekend heeft>>heeft gekend>,

D2:     dan <bij>>maar> <l>>L>eo <geweest>>weest opzoeken>, alhoewel <l>>L>eo haar niet zo<-o> goed heeft gekend,

 

TSa:     overal zeggen kon. Overal. LEA <LUBKA>>LÛBKA> KOMT TERUG < ! >> . >

D1:       overal zeggen kon. Overal. LEA <LÛBKA>>LUBKA> KOMT TERUG.

D2:       overal <vertellen>>zeggen> kon. Overal. LEA <LUBKA>>LÛBKA> KOMT TERUG.

 

TSa:    <E>>e>n vanmorgen is er een brief uit <Z>>z>weden dat <Lea Lûbka>>lea lûbka> ginder gestorven is:

D1:    <e>>E>n vanmorgen is er een brief uit zweden dat lea lûbka ginder gestorven is:

D1a:    [+X] En vanmorgen is er een brief uit zweden dat lea lûbka ginder gestorven is:

D2:      [X] En <vanmorgen>>vanochtend> is er een brief uit <z>>Z>weden dat <lea lûbka>>Lea Lûbka> ginder gestorven is:

 

D2:       wij <hare>>haar> vriendinnen hebben de laatste o<-o>genblikken

 

TSa:     om haar lijden te verzachten - o <L>>l>isken <L>>l>isken -

D2:       om haar lijden te verzachten < - o lisken lisken - >>(o Liesje, Liesje)>

 

D1a:   bijeen gelegd om een ei<-tje> te kunnen koopen, hebben gestolen en hebben eten gespaard

D2:     <bijeen>>bij elkaar> gelegd om een ei te kunnen ko<-o>pen, hebben gestolen en <- hebben> eten gespaard

 

TSa:     <- ,> en dagen en weken

D2:       <+ ,> en dagen en weken

 

D1a:     te werken<,>>-> uitgeput door dingen, pneunomie,

D2:       te werken - uitgeput door <- dingen,> pneunomie <- ,>

 

D2:       <gekregen hadden>>hadden gekregen> werd zij <wèèr>>wéér> gestraft

 

D1a:     in de<-n> <zijkenden>>plassende> regen uren lang <appel>>appèl> staan

D2:       in de plassende regen <uren lang>>urenlang> appèl staan

 

TSa:     <n>>N>u is <Lea Lûbka>>lea lûbka> dood,

D1:       <N>>n>u is lea lûbka dood,

D1a:     [+X] Nu is lea lûbka dood,

D2:       [X] Nu is <lea lûbka>>Lea Lûbka> dood,

 

TSa:    men roept nog altijd haar naam af: <Lea Lûbka>>lea lûbka> in goede gezondheid <- ,> komt terug uit kamp <M>>m>athausen. <U>>u>w vriend de schilder.

D1:     men roept nog altijd haar naam af: lea lûbka in goede gezondheid komt terug uit kamp mathausen. <u>>U>w vriend de schilder.

D1a:   men roept <+ haar> nog altijd haar naam <- af>: lea lûbka in goede gezondheid komt terug uit kamp mathausen. <- Uw vriend de schilder>.

D1b:   men roept haar nog altijd haar naam: lea lûbka in goede gezondheid komt terug uit kamp mathausen. <+ Uw vriend de schilder>.

D2:       men roept <- haar> nog <altijd>>immer> haar naam: <lea lûbka>>Lea Lûbka> in goede gezondheid <+ ,> komt terug uit kamp <m>>M>athausen. Uw vriend de schilder.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:    [romein, volgende pagina]

TSb:    [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D2:       <e>>E>n het verhaal van <nico rost>>Nico Rost>, met zijn doek over zijn kop om zijn zwe<-e>ren te bedekken, over <d>>D>achau waar ze <een lijk-met-een-pul-in-de-hand>>een lijk, met een pul in de hand,> voortduwden en in de rij <lieten mee>>mee lieten> aanschuiven om wat meer soep te hebben <+ .>

 

D2:       [-witregel]

 

D1a:     en het lijk dat daarmee ook op het <appel>>appèl> moest zijn

D2:       <e>>E>n het lijk dat <daarmee>>hierdoor> ook op het appèl moest zijn <+ .>

 

VW:     en niemand die binst den oorlog wist wat het [ o. f.]]o.f.] was

D1a:     en niemand die binst den oorlog wist wat <het o. f.>>de Weerstand> <+ eigenlijk> was <+ ,>

D2:       <e>>E>n niemand die binst de<-n> oorlog wist wat de Weerstand <+ nu> eigenlijk <+ voor iets> was,

 

p.109-110

VW:     en 4 dagen na de bevrijding: iedereen die u zegt ik was ook bij het [o. f.]]o.f.] - en nu zeggen ze: ik ben blij nooit bij dat [o. f.]]o.f.] te zijn geweest want het zijn maar vuile communisten

D1a:     en 4 dagen na de bevrijding <- :> iedereen die u zegt <+ :> ik was ook bij <het o. f.>>de Weerstand> <->>.> <- en> <+ [xxx]> nu zeggen ze <+ reeds>: ik ben blij nooit bij dat <o. f.>>de Weerstand> te zijn geweest want het zijn maar <vuile>>[?] = een hoop smerige> communisten <+ .>

D2:       en <4>>vier> dagen na de bevrijding iedereen die u zegt: ik was ook bij de Weerstand. <[xxx]>>En> nu zeggen ze reeds: ik ben blij nooit <bij>>in> <- dat> <de>>die> Weerstand te zijn geweest <+ ,> want het zijn maar een hoop smerige communisten. 

 

p.110

D1a:     <e>>E>n mijn vader die zegt <+ :> <- bah> wij hebben een kaart achter het <venster>>winkelraam> gehangen dat we van den <w>>W>eerstand waren <+ ,> en dààrom komt <er>>nu haast> niemand meer in onzen winkel <->>. = ->

D2:       En mijn vader <- die> zegt: <wij>>we> hebben een <+ lid>kaart <achter het winkelraam gehangen dat we van den Weerstand waren>>van de Weerstand in het winkelraam geplaatst> <- ,> en <- dààrom komt nu> haast niemand <+ komt> <meer>>nog> <in onzen winkel>>iets kopen> -

 

D2:       en <wij>>we> hebben iemand uit de<-n> bond <der>>van de> meester-schilders gesloten

 

D1a:     <+,> en nu heeft die gestapo reeds een bon gekregen voor glas en al de andere schilders die bij den bond zijn hebben nog <geen>>géén> bon voor glas

D2:       , en nu heeft die gestapo reeds een bon <- gekregen> voor glas <+ ,> en al de <- andere> schilders die bij de<-n> bond zijn hebben nog géén bon voor glas <+ .>