De 2 blinden
VW, p.66-68

p.66

TSa:     <DE TWEE BLINDEN>>de 2 blinden> [- gecentreerd]

D1:       <de 2 blinden>>DE 2 BLINDEN> [+ gecentreerd]

D1a:     DE <2>>TWEE> BLINDEN [gecentreerd]

D2:       <DE TWEE BLINDEN>>De twee blinden> [- gecentreerd]

 

D1a:     Tusschen het vastgevrozen poortje van mijn <hof>>tuin> <langs>>en> het rangeerstation waar de doode treinen <stonden>>staan>, <- en> langs

D2:       Tuss<-ch>en het vastgevro<z>>r>en poortje van mijn tuin en het rangeerstation waar de do<-o>de treinen staan, langs

 

TSa:     waar de doode boten lagen maar <- waar> de vaartkapoenen

D1a:     waar de doode boten <lagen>>liggen> <maar>>en> de vaartkapoenen

D2:       waar de do<-o>de boten liggen en de vaartkapoenen

 

TSa:     over de leun hingen <- ,> lijk <K>>k>urt <P>>p>eiser het hun geleerd heeft, en langs

D1a:     over de leun <hingen>>hangen> <- lijk kurt peiser het hun geleerd heeft>, en langs

 

TSa:     aan den achterkant stonk <- ,> oorlog-of-geen-oorlog - ge zoudt zeggen <- ,>

D1a:     aan de<-n> achter<kant>>zijde> <stonk>>stinkt> oorlog-of-geen-oorlog - ge zoudt zeggen

D2:       aan de<-n> achter<kant>>zijde> <stonk>>stinkt> <oorlog-of-geen-oorlog>> oorlog of geen oorlog> - ge zoudt zeggen

 

D1a:     aan den overkant garen of dekens of glucose <- of rayonne>

D2:       aan de<-n> overkant <- garen of> dekens of glucose

 

D2:       de <voor>>straat>deur

 

TSa:     het was al dood en stijf want het was de winter ven <S>>s>talingrad.

D1a:     het <was>>is> al dood en stijf want het <was>>is> de winter van stalingrad.

D2:       het is al dood en stijf want het is de winter van <s>>S>talingrad.

 

TSa:     <Vóór>>vòòr> de toegevrozen deur van het hospitaal stonden ze

D1:       <v>>V>òòr de toegevrozen deur van het hospitaal stonden ze

D1a:     Vòòr de toegevrozen deur van het hospitaal <stonden>>{stonden/staan}>  ze

D2:       <Vòòr>>Vóór> de toegevro<z>>r>en deur van het hospitaal <{stonden/staan}>>staan> ze

 

D1a:     <hun>>de> handen over de ooren

D2:       de handen over de o<-o>ren

 

TSa:     dat het koud was want iedereen wist dat het koud was <,>>(> maar a là wat zegt de eene mensch anders tot den anderen mensch? <+)> :

D1a:     dat het koud <was>>{was/ is}> <+ ,> want iedereen <wist>weet> dat het koud was <(>>{( /-} > maar <a là>>kom> <+ ,> wat zegt de eene mensch anders tot den anderen mensch? <- ): >

D2:       dat het koud <{was/is}>>is>, want iedereen weet dat het koud <was>>is> <{( /-}>> - > maar kom, wat zegt de e<-e>ne mens<-ch> anders tot de<-n> andere<-n> mens<-ch>?

 

TSa:     ik, daar de wereld altijd begint met ik en ik vraag mij af waarom <J>>j>ohannes niet gezegd heeft "in den beginne was ik", en de andere menschen die ook allemaal "ik" zeggen, en de <twee>>2> blinden. <De>>De=de> eene blinde <- ,> die een linksche was <- ,> had de klep van zijn muts scheef, zoo,

D1:       ik, daar de wereld altijd begint met ik en ik vraag mij af waarom johannes niet gezegd heeft "in den beginne was ik <",>>,"> en de andere men­schen die ook allemaal "ik" zeggen, en de 2 blinden. <d>>D>e eene blinde die een linksche was had de klep van zijn muts scheef, zoo,

D1a:     ik, <+ [xxx xxx xxxxxxx xxxxxx]><- daar de wereld altijd begint met ik en ik vraag mij af waarom johannes> <+ En tussen hen die wachten> niet <- gezegd heeft "in den beginne was ik," en de andere menschen die ook allemaal "ik" zeggen, en> <+ staan> de <2>> twee> blinden.  De eene blinde <+ ,> die een links<-ch>e <was>> {was/is} > <had>>heeft> de klep van zijn <muts>>pet> scheef, zo<-o>,

D1b:     ik, <-   [xxx xxx xxxxxxx xxxxxx]> En tussen hen die wachten niet staan de twee blinden. De eene blinde, die een linkse {was/is} heeft de klep van zijn pet scheef, zo,

D2:       <-  ik,> En tussen hen die wachten <- niet> staan <+ook> de twee blinden <.>>:> <D>>d>e e<-e>ne blinde <- ,> die een linkse <{was/is}>>is> heeft de klep van zijn pet scheef, zo,

 

TSa:     langs den rechterkant, en de andere blinde <- ,> die een rechtsche was had de klep van zijn muts scheef, zoo, langs den linkerkant, lijk ze hun muts eerst goed hadden opgezet

D1a:     <langs>>[xxxx]> de<-n> <rechterkant>>{rechterkant/linkerkant}>, en de andere blinde die een rechtsche <was>>{was/is}> <had>>heeft> de klep van zijn <muts> >{muts/pet}> scheef, <- zoo,> langs de<-n> <linkerkant>>rechterkant>, <+ge>lijk ze <hun muts>>de pet> eerst goed <hadden>> {hadden/hebben} > opgezet

D2:       <[xxxx]>>aan> den <{rechterkant/linkerkant}>>linkerkant>, en de andere blinde die een rechts<-ch>e <{was/is}>>is> heeft de klep van zijn <{muts/pet}>> pet> scheef, langs de rechterkant, gelijk ze de pet eerst goed <{hadden/hebben}>> hebben> opgezet

 

D2:       <- hadden> aan getrokken,

 

TSa:     den blinde <- ,> rechts stond met een toot open aan den nek, van te lang aan den kapstok te hebben gehangen,

D2:       de<-n> blinde rechts <stond>>staat> <+ open> met een toot <- open> aan <den>>zijn> nek, van te lang aan de<-n> kapstok te hebben gehangen,

 

TSa:     neemt zijn eenige overjas maar van den kapstok als het de winter is van <S>>s>talingrad,

D1a:     neemt <+ spaarzaam> zijn<- e>enige <- over>jas maar van den kapstok als het de winter is van stalingrad,

D2:       neemt spaarzaam zijn enige <+ over>jas maar van de<-n> kapstok als het de winter is van <s>> S>talingrad,

 

D2:       geen overjas <had>>heeft>, zijn vest <hing>>hangt>

 

TSa:     had toegeknoopt, de onderste knoop in het <tweede-onderste>>2de onderste> knoopsgat enzoovoort.

D1a:     <had>>heeft> toegeknoopt, de <onderste>>laatst [?]> knoop in het <2de onderste>>voorlaatste> knoopsgat <- enzoovoort>.

D2:       heeft toegeknoopt, de <laatst [?]>>laatste> knoop in het voorlaatste knoopsgat.

 

D2:       <juist>>alleen> maar haar <rooden>>rode> neus uit een zwarte<-n> hoofddoek <+ naar buiten> <liet>>laat> <- naar buiten> kijken,

 

TSa:     <één>>I> oor

D1a:     <I>>het en>[?]  oor

D2:       het en<+e> oor

 

p.66-67

TSa:     ontdooide, vertelden ze over den oorlog en de <W>>w>olga en de <Roode October-fabriek>>roode-october-fabriek> <- ,> en de vrouw vroeg

D1a:     <ontdooide>>ontdooit>, vertelden ze over den oorlog en de wolga en de roode-october-fabriek <+ .> <e>>E>n de vrouw vroeg

D2:       ontdooit, <vertelden>>vertellen> ze over de<-n> oorlog en de <w>>W>olga en de <roode-october-fabriek>>Rode-Octoberfabriek>. En de vrouw <vroeg>>vraagt>

 

p.67

TSa:     ging duren en of er kolen gingen komen en melk en af en toe eens een ei <;>>(> en iedereen zag,

D1a:     ging duren en of er kolen gingen komen en melk en af en toe eens een ei (en iedereen <zag>>ziet>,

D2:       <ging>>gaat> duren en of er kolen <gingen>>gaan> komen en melk <- en af en toe eens een ei> (en iedereen ziet,

 

D2:       "lang" bete<-e>kenen <wou>>wil>:

 

TSa:     nog <vóór>>vòòr> <J>>j>eannineken <+ ging genezen zijn> die in zaal 3 lag met <tering-in-de-keel >>tering in de keel> <- , ging genezen zijn> <+ ) >.

D2:       nog <vòòr>>vóór> <jeannineken>>haar kleine meisje> <ging genezen>>genezen gaat> zijn <+ , > <die>>dat> in zaal <3>>III> <lag>>ligt> met tering in de keel).

 

TSa:     ging nog lang duren, zegden de <twee>>2> blinden, aangezien dit en aangezien dat, en

D2:       <ging>>gaat> nog lang duren, <zegden>>zeggen> de <2>>twee> blinden, aangezien dit en aangezien dat <,>>.> <e>>E>n

 

TSa:     stak <één voor één>>I voor I> de 5 vinger<s>>en> omhoog van zijn linkerhand, in de rechterhand hield hij zijn witten stok

D1a:     stak <+ [xxxxxxx]> I voor I de <5>>vijf> vingeren <- omhoog> van <zijn>> {zijn/de}> linkerhand <+ omhoog>, in de rechterhand hield hij zijn witten stok

D2:       <stak>>steekt> <[xxxxxxx]>>narekenend> <I voor I>>een voor een> de vijf vingeren ­van <{zijn/de} linkerhand>>de rechterhand> <omhoog>>op>, in de <rechter>>linker>hand <hield>>houdt> hij <zijn>>de> witte<-n> stok

 

TSa:     een lange witte <zesde>>6de> vinger was en naar den grond wees, dààr, een stap of <twee>>zoo> van hem af.

D1a:     een lange witte 6de vinger was en naar den grond wees, dààr, een stap of zoo van <hem>> zich> af.

D2:       een lange witte <6de>>zesde> vinger <was>>is> en naar de<-n> grond <wees>>wijst> <- , dààr, een stap of zoo van zich af>.

 

TSa:     <T>>t>oen ontdooide de voordeur van het hospitaal <- ,> om 2 uur juist <- ,>

D1:       <t>>T>oen ontdooide de voordeur van het hospitaal  om 2 uur juist

D2:       [+X] <Toen>>Dan> <ontdooide>>ontdooit> de <voor>>straat>deur van het hospitaal om 2 uur juist <+,>

 

D2:       voet<-en>geschuifel

 

TSa:     van uit de<-n> corridor naar buiten sloeg, zag

D2:       <van uit>>vanuit> de <corridor>>gangen> naar buiten <sloeg>>slaat>, <zag>>ziet>

 

D1a:     binnenging, eerst de vrouw met den rooden neus die de blinden liet staan en zich haastte naar zaal <3>>{3/III}>

D2:       binnen<ging>>gaat>, eerst de vrouw met de <rooden>>rode> neus die de blinden <liet>>laat> staan en zich haast<-te> naar zaal <{3/III}>>III> <+,>

 

TSa:     zich haastte naar zaal I en 2 en 3 tot en met 8, langs den eenen kant 8 voor het mansvolk en langs den anderen kant 8 voor het vrouwvolk, en dan ik die naar het hospitaal ging <- ,> zoomaar. <K>>k>om <- ,> zei

D1:       zich haastte naar zaal I en 2 en 3 tot en met 8, langs den eenen kant 8 voor het mansvolk en langs den anderen kant 8 voor het vrouwvolk, en dan ik die naar het hospitaal ging <- ,> zoomaar. <k>>K>om zei

D1a:     zich haast<-te> naar <zaal I en 2 en 3 tot en met 8, langs>>de zalen aan> den eenen kant <- 8> voor het mansvolk en <langs>>aan> den anderen kant <- 8> voor het vrouwvolk <- , en dan ik die naar het hospitaal ging zoomaar>. Kom <+ ,> zei

D2:       zich haast naar de zalen aan de<-n> <eenen>>ene> kant voor <het mansvolk>>de mannen> en aan de<-n> andere<-n> kant voor <het vrouwvolk>>de vrouwen>­. Kom, <zei>>zegt>

 

D2:       <trok>>trekt> aan de mouw van de<-n> andere<-n> blinde die nog altijd <opsomde>>opsomt> en <vertelde>>vertelt> en misschien zeggen <ging>>gaat>

 

D2:       "wat zullen <wij>>we> nog allemaal zien" tot de vrouw die al lang weg <was>> is>.

 

D2:       <staken>>steken> hun stok vooruit en <hielden>>houden> hun kop achteruit en <hieven>>heffen> hun voeten op en <gingen>>gaan> binnen <,>>.>  <e>> E>n ik die <achterna kwam>>hen nakom> hoor<-de> de<-n> portier

 

TSa:     "de laatste moet de deur sluiten" en <één>>I> van de <twee>>2> blinden keerde zich om en tastte naar de deurklink en deed de deur toe vlak <vóór>>voor> mijn neus.

D2:       "de laatste moet de deur sluiten"<+,> en <I>>een> van de <- 2> blinden <keerde>>keert> zich om en tast<-te> naar de deur<klink>>knop> en <deed>> doet> de deur toe vlak voor mijn neus.

 

TSa:     <Z>>z>oodat ik buiten bleef staan <- ,> tusschen de terug vastgevrozen voordeur

D1:       <z>>Z>oodat ik buiten bleef staan tusschen de terug vastgevrozen voordeur

D2:       Zo<-o>dat ik buiten <bleef>>blijf> staan tuss<-ch>en de terug vastgevro<z>> r>en <voor>>straat>deur

 

TSa:     en de vaartkapoenen van <K>>k>urt <P>>p>eiser en het achterpoortje van mijn hof, in den winter van <S>>s>talingrad.

D2:       <- en de vaartkapoenen van kurt peiser> en het achterpoortje van mijn <hof>>tuin>, in de<-n> winter van <s>>S>talingrad.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.   

D1:       [3 alinea's cursief]

D1b:     [3 alinea's worden geschrapt]

D2:       [3 alinea's uit D1 zijn weggelaten en naar het vorige hoofdstuk "Naphtebak" verplaatst. Ze worden op deze plaats vervangen door 14 cursief gedrukte alinea's die in ZP en D1 in het volgende hoofdstuk "Opkuischeling" opgenomen zijn. Hiervoor is een duidelijke reden: in D1 schrijft Boon "dit is iets dat eigenlijk op de andere bladzijde moest gestaan hebben maar a là". In D2 plaatst hij dit hoofdstuk inderdaad "op de andere bladzijde".]

 

D1a:     van <dien>>[xxx]> duitschen officier

 

p.68

D1a:     en <lou>>Piere> [?]

 

D1a:     niet meer weet <wat nu>>van wat hout peilen te maken>

 

D1a:     in zijn uniform <- naar de fransche grens om> boter <- te> smokkelen

 

D1a:     <hangt>>verpatst> dat geld aan <- het gat van> haar minnaars,

 

D1a      hun mager <kontje>>gatje>

 

D1a:     en <florimond>>Lou>

 

D1a:     die deze <van de straat>>aan de spoorwegen> gepikt heeft

 

D1a:     DIE <GODVERDOMMESCHE>>smeerlap van een> DIEF!