|
De grens p.37 TSa: <DE GRENS>>de grens> [- gecentreerd]
TSb: de grens [handschrift zetter:] - kap centreren
D2: <DE GRENS>>De grens> [- gecentreerd]
TSa: <D>>d>aar zij ginder op de hoogte lagen <- ,> bestreken zij met hun mitrailleusevuur
TSb: <d>>D>aar zij ginder op de hoogte lagen bestreken zij met hun mitrailleusevuur
D1a: Daar zij ginder op de hoogte lagen bestreken zij met hun mitrailleu<s>>z>evuur
D2: Daar zij ginder op de hoogte lagen <bestreken zij met hun mitrailleuzevuur>>bestreek hun vuur>
D1a: eerst nog onze<-n> eigen <pinnekensdraad>>prikkeldraad> <op handen en voeten>>al kruipend> moesten <- gaan> doorknippen.
D2: <eerst nog>>nog eerst> onze eigen prikkeldraad al kruipend <+ op handen en voeten> moesten doorknippen.
TSa: <V>>v>an in de gracht
D1: <v>>V>an in de gracht
D1a: de<-n> <pinnekens>>prikkel>draad
D2: <de>>het> prikkeldraad
D1a: de kle<-e>ren
TSa: <H>>h>et wordt een echte cowboyfilm <- ,> zei ik. <E>>e>n <- Dingen> vloekte. <Hij>>en> schreeuwde tot hen ginder
D1: <h>>H>et wordt een echte cowboyfilm zei ik. <e>>E>n vloekte. <e>>E>n schreeuwde tot hen ginder
D1a: <- Het wordt een echte cowboyfilm zei ik.> <En vloekte. En schreeuwde>>Ene schreeuwde> <+ dat zij> <- tot hen ginder>
D1b: Ene schreeuwde <- dat zij>
D2: <Ene>>Iemand> schreeuwde
TSa: neersmijten. <H>>h>et is omdat er godverdomme geen enkele officier te zien is <- ,> zei <hij>>iemand dien ik tot dan toe nog nooit gezien had>.
D1: neersmijten. <h>>H>et is omdat er godverdomme geen enkele officier te zien is zei iemand dien ik tot dan toe nog nooit gezien had.
D1a: neer<smijten>>gooien>. Het <is>>komt> omdat <- er> <godverdomme>> g.v.d.> geen enkele officier te zien is <+ ,> zei iemand die<-n> ik tot dan toe nog nooit gezien had.
D1b: neergooien. Het komt omdat g.v.d. geen enkele officier te zien is, <zei iemand die ik tot dan toe nog nooit gezien had>>riep een andere>.
D2: neergooien. <Het>>Dat> komt omdat <+ hier> g.v.d. geen enkele officier te zien is, riep een andere.
TSa: <E>>e>n dat was waar <.>>,> <G>>g>edurende de mobilisatie
D1: <e>>E>n dat was waar, gedurende de mobilisatie
D1a: En dat was waar<+heid>, gedurende de mobilisatie
D2: En dat was waarheid <,>>.> <gedurende de mobilisatie>>Zolang de mobilisatie duurde>
D2: <uw voet niet>>geen voet> scheef zetten of ze keken u met vlammende o<-o>gen omver <,>>.>
TSa: <D>>d>ingen
D1a: <dingen>>Dinges>
D2: omdat <wij>>we> <- van verveling> <in slaap waren gevallen terwijl we wacht hielden bij een stomme hoop graszoden>>op wacht bij een hoop stomme graszoden in slaap vielen>.
TSa: <M>>m>aar hier
D1: <m>>M>aar hier
TSa: eerste schot <- ,> uitgenomen dan dien armzaligen luitenant van de <Negende>>9de> <.>>,> <D>>d>och wat beteekende
D1a: eerste schot <+ ,> uitgenomen dan die<-n> armzalige<-n> luitenant van de 9de, doch wat bete<-e>kende
D2: eerste schot, <uitgenomen>>uitgezonderd> dan die armzalige luitenant van de 9de, doch wat betekende
TSa: ginder? <- Kom, zei Dingen.> <E>>e>n met dat wij gisteren heel den dag <- am>munitie en voedsel gezocht hadden begonnen wij
D1a: ginder? <e>>E>n <met dat>>daar> wij gisteren heel de<-n> dag munitie en voedsel gezocht hadden begonnen wij
D2: ginder? <En>>Doch> daar wij <gisteren>>reeds> heel de dag <munitie en voedsel gezocht hadden>>voedsel en munitie hadden gezocht> begonnen <wij>>we>
TSa: onzen ransel <.>>,> <W>>w>ij trokken in een boog om <het prikkeldraad>>de pinnenkensdraad>
TSb: onzen ransel, wij trokken in een boog om de pinne<-n>kensdraad
D1a: onze<-n> ransel, wij trokken in een boog om <de pinnekensdraad>>het prikkeldraad>
D2: onze ransel, <wij>>we> trokken in een boog om het prikkeldraad
TSa: een heel<+en> tijd<-je> vroeger op den steenweg uit <.>>,> <T>>t>enminste <- ,>
D1a: <een heelen tijd>>heel wat> vroeger op de<-n> steenweg uit <,>>-> tenminste <+ ,>
TSa: geweest zijn hadden wij die grauwgeverfde rupsauto's niet gezien <.>>,> <E>>e>r hing aan den buitenkant
D1a: geweest zijn hadden <+ ,> wij die grauwgeverfde rups<auto's>>wagens> niet gezien <,>>.> <- er hing> <a>>A>an den buitenkant <+ hing>
D2: <geweest zijn>>zijn geweest>, hadden <wij>>we> die grauw<geverfde>>geschilderde> rupswagens niet gezien. Aan de<-n> buitenkant hing
TSa: een jonge soldaat aan <- ,> en hij stak <- ,> vreemd genoeg <- ,> zijn vuist naar ons uit.
D2: een jonge <soldaat>>snotneus van een soldaat><- aan> <+ , > en <hij stak vreemd genoeg zijn vuist naar ons uit>>vreemd genoeg hij deed net of hij zijn vuist naar ons uitstak>.
TSa: <E>>e>n almeteens <- ,> enkele meter verder van ons,
D1: <e>>E>n almeteens enkele meter verder van ons,
D1a: En almeteens <+ ,> enkele meter verder van ons,
D2: En <almeteens>>meteen>, enkele meter <- verder> van ons <+ verwijderd>,
TSa: de <Negende>>9de>
TSa: <- ,> hij smeet zijn revolver weg en stak zijn handen omhoog. <E>>e>n
D1: hij smeet zijn revolver weg en stak zijn handen omhoog. <e>>E>n
D1a: <+ ,> <- hij> <smeet>>gooid [?]> zijn revolver weg en stak zijn handen <omhoog>>op>. En
D2: , <+ hij> <gooid [?]>>gooide> zijn revolver we en stak zijn handen op. En
TSa: <D>>d>ingen gezegd heeft 'kom'
D1a: <dingen>>Dinges> gezegd heeft 'kom'
D2: Dinges gezegd heeft 'kom' <+ , >
TSa: <- ,> maar we smeten
D1a: <+ ,> maar we <smeten>>gooiden>
D1a: <- we> stonden naast de<-n> luitenant.
D1a: En die soldaat in zijn zwart kostuum <,>>-> hij lachte en zei
D2: En die <+ piepjonge> soldaat in zijn zwart <kostuum>>uniform> <->>?> <h>>H>ij lachte en zei <+ , >
TSa: <achttien>>18> jaar was en <- dat hij> in <P>>p>olen gevochten had en in <S>>s>panje. <M>>m>aar in <S>>s>panje?
D1: I8 jaar was en in polen gevochten had en in spanje. <m>>M>aar in spanje?
D1a: I8 jaar was en in polen gevochten had en in <s>>S>panje. Maar in <s>>S>panje?
D2: 18 jaar was en in <p>>P>olen <gevochten had>>had gevochten> en in Spanje. Maar in Spanje <?>>...>
TSa: geweest zijn. Hij haalde zijn <+ nagemaakt-oostersche->sigaretten boven
D1a: geweest zijn. Hij haalde zijn <nagemaakt-oostersche-sigaretten>>ersatz-sigaretten> boven
D2: <geweest zijn>>zijn geweest>. Hij haalde zijn <ersatz-sigaretten>>erzatssigaretten> boven
p.37-38 TSa: aan <- ,> en <- hij> zei dat we immer weiter moesten gaan <.>>,> <E>>e>n hij stak
D1a: aan <+ ,> <- en> zei dat we immer weiter moesten gaan <,>>-> en <- hij> stak
D2: aan <,>>.> <+ Hij> zei dat we immer weiter moesten gaan <.>>-> en stak
TSa: den steenweg <,>>.> en lijk hij wees, zijn arm was haast zoo lang als de steenweg zelf <- , zoo een gebaar maakte hij>.
D1: den steenweg, <e>>E>n lijk hij wees, zijn arm was haast zoo lang als de steenweg zelf.
D1a: den steenweg. En <lijk>>zoals> hij <wees, zijn arm>>die uitstrekte [?]> was <+ die><- haast> zo<-o> lang als de steenweg zelf.
D2: de<-n> steenweg. <- En zoals hij die uitstrekte [?] was die zo lang als de steenweg zelf.>
TSa: gekneld <- ,> ik keek er naar <- ,>
D1a: gekneld <+,> ik keek er naar
TSa: dat hij <zijn vuist>>ze>
D2: dat hij <ze>>die>
D1a: een <- heel> kleine revolver in. <+ weggeborgen> Die steenweg <.>>....> Later
D2: een kleine revolver in <+ weggeborgen>. <- weggeborgen> <- Die steenweg....>
[+X] Later
TSa: vroeg <D>>d>ingen mij <- « en> hebt ge dit gezien en hebt ge dat gezien <»>>,> maar
D1a: vroeg <dingen>>Dinges> mij <+ :> hebt ge dit gezien en hebt ge dat gezien, maar
D2: vroeg Dinges <mij>>me>: en hebt ge dit gezien en hebt ge dat gezien, maar
D1a: met <mijn>>de> o<-o>gen toe heb geloopen <+ ,> want ik dierf
D2: met <mijn>>de> ogen toe heb gelo<-o>pen, want ik dierf
TSa: die menschen en die kinderen en die <B>>b>elgische en die <D>>d>uitsche soldaten,
D1a: <- die> mens<-ch>en en <- die> kinderen en <- die> <b>>B>elgische en <- die> <d>>D>uitsche soldaten,
D2: mensen en kinderen en <- Belgische en Duitsche> soldaten,
D2: ons <op school vroeger>>als kinderen> verteld <+,>
TSa: <en ik herkende>>nu herkende ik> hem dadelijk dien weg.
D1a: nu herkende ik <- hem> dadelijk die<-n> weg.
TSa: ergens zijn <- ,> zei <D>>d>ingen <- en> ik keek
D1a: ergens zijn <+ ?> zei <dingen>>Dingen> ik keek
D2: ergens zijn? zei Dinges <+ . > <i>>I>k keek
D1a: en ik zag niets, wij stonden in een vlakte van steen>>gruis>>slag>.
D2: en <- ik> zag <niets, wij stonden in>>alleen maar> een vlakte <van>>met> steenslag.
TSa: Hier st<i=o>nd eergisteren dat café waar ze dien schoonen pick-up hadden <- ,>
D1a: Hier stond eergisteren dat café waar ze die<-n> <schoonen>>mooie> pick-up hadden
D2: Hier stond eergisteren <+ nog> dat café waar ze die mooie <pick-up>>pickup> hadden <+,>
TSa: <- ,> en hier hadden ze die <drie>>3> felle dochters.
D1a: en hier hadden ze die <3>>drie> felle dochters.
TSa: <V>>v>eldwezelt geweest <- ,> eergisteren <- . > <E>>e>n nu was het niets.
D1a: <v>>V>eldwezelt geweest eergisteren en nu was het niets.
D2: <+ het dorp> Veldwezelt geweest eergisteren <+ , > en nu was het niets <+ meer>.
D1: <+ I van de 3 dochters, de jongste en volgens mij de schoonste, lag met haar maar dat wil ik liefst zoo vlug mogelijk vergeten,> <Er lagen twee Duitschers op den drempel van een café-geweest>>en op den drempel van het café-geweest lagen 2 duitschers> <- .> <N>>n>et of
D1a: <I van de 3>>Een der drie> dochters, de jongste en volgens mij de <schoonste>>mooiste>, lag met <+ ...> <- haar> maar dat wil ik liefst zoo vlug mogelijk vergeten <,>>.> <e>>E>n op de<-n> drempel van het café-geweest lagen <2>> twee> duitschers <+ .> <n>>N>et of
D2: Een der drie dochters, de jongste en volgens mij de mooiste, lag met... maar dat wil ik liefst zo<-o> vlug mogelijk vergeten. En op de drempel van het café-geweest lagen twee <duitschers>>Duitsers>. Net of
TSa: ze <+ zich> een stuk in hun vijs <+ gedronken> hebben <- ,> zei <D>>d>ingen
D1a: ze zich een stuk in hun <vijs>>[xxxx]> gedronken hebben <+ ,> zei <dingen>> Dinges> <+ ,>
D2: ze zich een stuk in hun <[xxxx]>>vijs> <gedronken hebben>>hebben gedronken>, zei Dinges,
TSa: <A>>a>lleen <één>>I> ding was blijven staan <- ,> een kapelleken Ite At Joseph.
D1: <a>>A>lleen I ding was blijven staan een kapelleken Ite At Joseph.
D1a: Alleen <I>>een> ding was blijven staan <+ ,> {een kapelleke<-n>/ een klein kapel}> Ite At Joseph.
D1b: <- Aleen een ding was blijven staan, {een kapelleke/een klein kapel}> Ite At Joseph.
D2: <- Ite At Joseph.>
D2: <Wij echter gingen naar ginder>>We volgden de steenweg>, naar de grens <+ toe> waar
D1: <- ,> en waar achter dien paal
D1a: en waar achter die<-n> paal
TSa: en andere menschen <w=l>eefden en andere huizen stonden.
D1a: en ander<-e> <menschen>>volk> leefde<-n> en andere huizen stonden.
D2: en ander volk leefde <- en andere huizen stonden>.
TSa: <- Tenminste, dat dacht ik toch vroeger, maar hoe deerlijk was ik mis. De lucht was één lucht boven Duitschland en België en de boomen waren dezelfde en de huizen waren dezelfde; en op Duitschen grond,> er kwam een boer buiten
D1: <e>>E>r kwam een boer buiten
D2: Er kwam een boer <+ naar> buiten
TSa: hij zei als we dorst hadden dat we konden drinken <.>>,> <I>>i>k keek naar den boer
D1a: hij zei als we dorst hadden dat we konden drinken <,>>.> <i>>I>k keek naar den boer
D2: hij zei <+ , > als we dorst hadden dat we konden drinken. Ik keek naar <den>>die> boer
TSa: het was precies <S>>s>tijn <S>>s>treuvels.
D1a: het was <precies>>net> <s>>S>tijn <s>>S>treuvels
D2: <het was net>>hij leek op> Stijn Streuvels.
ZP: [tekstdeel ontbreekt]
TSa: [romein, volgende pagina]
TSb: [handschrift zetter:] geen nwe bldz.
D1: [cursief]
D1a: <e>>E>n dat die boer <precies>>net> <s>>S>tijn <s>>S>treuvels was? <g>> G>ij
D2: En dat die boer net Stijn Streuvels was? <Gij>>Ge>
D1: dat de menschen uit duitschland precies de menschen uit <belgië>>belgie> konden geweest zijn, maar dat is niet waar:
D1a: <+ ,> dat de menschen uit <d>>D>uitschland <precies>>net> de menschen uit <b>>B>elgie konden geweest zijn, maar dat is niet <waar>>zo>:
D2: , dat de mens<-ch>en uit Duits<-ch>land net de mens<-ch>en uit <Belgie>>België> konden geweest zijn, maar dat is niet zo < :>>->
D1a: en meer niet <->>.> <e>>E>n of de mens<-ch>en er juist dezelfde waren weet ik tòch niet,
D2: <+,> en meer niet. En of de mensen er <juist>>net> dezelfde waren weet ik <tòch>>tóch> niet,
D1a: weide<-n> met veel <pinnekensdraad>>prikkeldraad> omheen,
D2: weide met <- veel> prikkeldraad omheen,
D1a: <in onzen blooten>>naakt>
p.38-39 D1a: geen luizen hadden <->>.> <e>>E>r waren pasters tusschen ons en het was eigenaardig om zien <lijk>>hoe> die menschen beschaamd waren om hun <blooten>>blote> <,>>.> <a>>A>ls een paster soldaat is herkent ge hem aan het gouden kruis op zijn kraag en als hij moet laten zien of hij geen luizen heeft herkent ge hem aan zijn handen die hij voor zijn bloote<-n> houdt <->>.> <e>>E>n verder
D2: geen luizen hadden. <- Er waren pasters tusschen ons en het was eigenaardig om zien hoe die menschen beschaamd waren om hun blote. Als een paster soldaat is herkent ge hem aan het gouden kruis op zijn kraag en als hij moet laten zien of hij geen luizen heeft herkent ge hem aan zijn handen die hij voor zijn bloote houdt>
[+X] En verder
D1a: <s.s. officieren>>S.S.-officieren>
D2: <S.S.-officieren>>s.s.-officieren>
D2: <->>,> en verder hadden we honger <->>,> en verder <KREGEN>>KREGEN>
D1a: laten zien <+ .>
|
||