Eenvoudig verhaal
VW, p.78-81

p.78

TSa:     <EENVOUDIG VERHAAL>>eenvoudig verhaal> [- gecentreerd]

D1:       <eenvoudig verhaal>>EENVOUDIG VERHAAL> [+ gecentreerd]

D2:       <EENVOUDIG VERHAAL>>Eenvoudig verhaal> [- gecentreerd]

 

TSa:     lijk het mij verteld werd <- ,> zonder er een woord

D1a:     <lijk>>zoals> het mij <verteld werd>>werd verteld> zonder <- er> een woord

TSa:     om lit<-t>erair te zijn <+,> of zonder er een woord af te doen dat aanstoot zou kunnen geven <+ aan hen die uit te groote angst om het leven doorheen het leven gaan met de oogen en de ooren toe>,

D1a:     <om literair>>om het mooi> te <zijn>>maken>, of zonder <- er> een woord <af te doen>>weg te laten> dat aanstoot zou kunnen geven <aan hen>>bij deze> die uit te groote angst om het leven door<-heen> het leven gaan met de oogen en de ooren toe,

D2:       om het mooi te maken<- ,> of <- zonder> een woord weg te laten dat aanstoot zou kunnen geven <- bij deze die uit te groote angst om het leven door het leven gaan met de oogen en de ooren toe>,

 

TSa:     <G>>g>aston

D2:       <g>>G>aston

 

TSa:     in <D>>d>e Donkere Cel

TSa:     9 dagen aan een stuk en gebo<e>>i=e>id

D2:       <9>>acht> dagen <aan een stuk>>lang> <- en> geboeid

TSa:     <->>(> zoodat ge nu nog <- ,> als het regent <- ,> de linken kunt zien <->>)> en zonder te kunnen pissen of kakken.

D1a:     (zoodat ge nu nog als het regent de <linken>>striemen> kunt zien) en zonder <te kunnen pissen of kakken>>zijn gevoeg te kunnen doen>.

D2:       (<-zoodat ge nu nog> als het regent <de striemen kunt zien>>kunt ge nog de striemen zien>) en zonder zijn gevoeg te kunnen doen.

TSa:     den <negenden>>9den> dag kon hij zich niet meer inhouden <- ,>

D2:       de<-n> <9den>>negende> dag kon hij zich niet meer <in>>op>houden

 

TSa:     <en>>[xx]=en> piste <+ hij> <- ,> en wentelde <+ hij> zich naar de deur <en trachtte er>>er trachtend> op te schoppen

D1a:     en <+ be>piste <hij>>zich> <- en wentelde hij zich naar de deur er trachtend op te schoppen>

 

D1a:     <verhoord>>onderhoord> door dezelfde<-n> <+ lui>die hem <komen>> hadden> aan<+ge>houden <- waren>,

D2:       onderhoord door dezelfde <lui>>kerels> die hem hadden aangehouden,

TSa:     niets wist <- ,> dat hij juist maar een briefje gevonden had in zijn bus,

D1a:     niets wist <+,> dat hij juist maar een briefje <gevonden had>>had gevonden> in zijn bus <,>>->

D1a:     <- dat heel aardig was,> <+ waar> hij <- keek er> <zelf eerst>>eerst zelf> nog verbaasd naar <+ keek>,

D2:       waar hij <eerst zelf nog>>eerst nog zelf> verbaasd naar keek,

 

D1a:     het gezicht <+ .> <- en> <h>>H>ij

 

TSa:     het deed niets pijn <- ,>

D2:       het deed <niets>>geen> pijn <+ ,>

TSa:     alles van, het was een <caoutchouc-lap>>rubberen lap>

D2:       alles van <,>>:> het was een rubberen lap

D2:       zo<-o>dat <het vel>>de huid> <+ zo> van zijn <vleesch>>­gezicht> <getrokken werd>>werd gerukt>.

 

TSa:     in De Eenzaamheid geworpen en <alle dagen>>iederen dag> moest hij naar den <caoutchouc-lap>>rubberen lap> en op den duur begon hij op den weg-heen-en-terug<+-door-de-gangen> al te denken "o ik wou dat ik al in mijn celleken zat".

D1:       in De Eenzaamheid geworpen en iederen dag moest hij naar den rubberen lap en op den duur begon hij op den weg-heen-en-terug-door-de-gangen al te denken "o ik wou dat ik al in mijn celleken zat<".>>.">

D1a:     in De Eenzaamheid geworpen en iederen dag moest hij naar den rubberen lap <+ ,> en op den duur begon hij op den weg-heen-en-terug-door-de-gangen al te denken "o ik wou dat ik al in mijn celleken zat."

D2:       in <D>>d>e Eenzaamheid geworpen en iedere<-n> dag moest hij naar de<-n> rubberen lap <+ toe>, <en op den duur begon hij>>zodat hij op de duur> op de<-n> <weg-heen-en-terug-door-de-gangen>>weg door de gangen> <+ begon> <- al> te denken <">>:> o ik wou dat ik al <+ veilig> in mijn <celleken>>celletje> zat. <- ">

TSa:     naar het millioenenkwartier te sturen waar een villa was waar er in de kelders folterkamers waren. <E>>e>n toen sprak hij. <- Niet veel.> <+ ha,> <H>>h>ij maakte hun wat wijs en <ze>>zij> geloofden het godomme.

D1:       naar het millioenenkwartier te sturen waar een villa was waar er in de kelders folterkamers waren. <e>>E>n toen sprak hij. <h>>H>a, hij maakte hun wat wijs en zij geloofden het godomme.

D1a:     naar <- het millioenenkwartier te sturen waar> een villa <- was> waar er in de kelders <+ de> folterkamers <waren>>te sturen> . En toen sprak hij. Ha, hij maakte <hun>>[xxx]> wat wijs en ­zij geloofden het godomme.

D2:       naar <- een villa waar er in de kelders>de folterkamers> te sturen <- .> <En toen spak hij>>als hij niet sprak> <.>>-> <H>>h>a, hij maakte <[xxx]>>hun> wat wijs en zij geloofden het godomme.

 

D1a:     den duur <begon>>kon> hij <- te kunnen> spreken

D2:       de<-n> duur kon hij spreken

 

TSa:     langs een buis van de chauffage, en hij zei <- «> ik heet <G>>g>aston <- »> en die andere zei <- «> ik heet <A>>a>ndré <»>>,> en hij

D1a:     langs een buis van de <chauffage>>centrale verwarming>, en hij zei <+ :> ik heet gaston <+.> <e>>E>n die andere zei <+ :> ik heet andré <,>>.> <e>>E>n hij

D2:       <+,> langs <een>>de> buis van de centrale verwarming, en hij zei: ik heet <g>>G>aston.­ En <die>>de> andere zei: ik heet <a>>A>ndré. En hij

D2:       <van>>uit> welke stad

D2:       <hofken>>tuintje>

 

TSa:     had gezet en die andere zei < - «> ik ook <- »>. <E>>e>n daarna wou hij <A>>a>­ndré

D1:       had gezet en die andere zei ik ook. <e>>E>n daarna wou hij andré

D1a:     had gezet en die andere zei <+ :> ik ook. En daarna wou hij andré

D2:       had gezet <+ ,> en die andere zei: ik ook. En daarna wou hij <a>>A>ndré

 

p.78-79

TSa:     hij haalde een truk uit als ze naar de koer moesten, hij misliep zich van cel en <zag>>keek> door het spionnetje, <één>>I> pink, en zei zei <- «> dag <A>>a>ndré <- »> en <-A>>a>ndré zei <- «> dag <G>>g>aston <- »>.

D1a:     hij haalde een truk uit als ze naar de koer moesten, hij misliep zich van cel en keek door het spionnetje, <I pink>>een enkel ogenblik>, en zei dag andré <+ .> <e>>E>n andré zei dag gaston.

D2:       <- hij haalde een truk uit> als ze naar de koer moesten, <- hij> misliep <+ hij> zich <+ zogezegd> van cel <- en keek door het spionnetje>, een enkel ogenblik, en <+ hij> zei <+ :> dag <a>>A>ndré. En <andré>>de andere> zei <+ :> dag <g>>G>aston.

 

p.79

D1a:     [+ X] En dan

 

TSa:     3 cellen boven elkander waren <->>(> en ik knikte want <J>>j>osé had mij dat ook verteld, maar bij haar was dat in <V>>v>orst geweest en bij hem in <St-Gilles>>st.gilles> <->>)>

D1a:     3 cellen boven elkander waren (en ik knikte want josé had mij dat ook verteld, maar bij haar was dat in <vorst>>een ander gevangenis>geweest <- en bij hem in st.gilles>)

D2:       <3>>drie> cellen boven <elkander>>elkaar> waren (en ik knikte <+,> want <j>>J>osé had mij dat ook verteld <- , maar bij haar was dat in een ander gevangenis geweest>)

D2:       een keer of <4>>vier> heeft hij het gehoord, sprong er <iemand>>ene>

TSa:     in den <Zondag-nanoen>>zondagnanoen> dat er maar I of 2 bewakers waren

D1a:     in den zondagnoen <+ ,> <dat>>{dat/als}> er maar I of 2 bewakers waren <+ ,>

D2:       in de<-n> zondagnanoen, <{dat/als}>>als> er maar <I of 2>>een of twee> bewakers waren,

D2:       uit het spionnetje <+ stuk> zo<-o>dat ze het <spionnetje>>luikje> konden opheffen

D2:       naar <iedereen>>elkeen> kijken die voorbij moest,

 

TSa:     zoodat ze elkander <kenden>>bego<[x]=n>nen te kennen>

D2:       zo<-o>dat ze <elkander>>elkaar> begonnen te kennen

D1a:     een <prise die>>stopcontact dat> ze verwijderden en waarlangs ze spraken <tegen elkander>>met elkaar>,

 

TSa:     en met een sleutel zijn tanden uitgeslagen en dan moest hij zijn eten <zóó>>zòò> inslikken maar het bleef op een bal in zijn maag zitten en hij bleef daar liggen al dien tijd zich wentelend van pijn <->>(> o dat was niets maar een andere

D1a:     en met een sleutel <zijn>>de> tanden uitgeslagen en dan moest hij zijn eten zòò inslikken maar het bleef op een bal in zijn maag zitten en hij bleef daar liggen al dien tijd zich wentelend van pijn (o dat was niets maar een andere

D2:       en <+ dan> met een <+schroef>sleutel de tanden uitgeslagen <+,> <en dan moest hij>>zodat hij> zijn eten <zòò>>zonder kauwen> <+ moest> inslikken <maar>>en> het <- bleef> op een bal in zijn maag <+ bleef> zitten <en hij bleef daar liggen al dien tijd zich wentelend>>zodat hij zich lag te wentelen> van pijn <( >>.> <o>>O> <+ maar> dat was niets <+,> <- maar> een andere

 

TSa:     opgehangen aan zijn voeten en er met den <caoutchouc-lap>>rubberen lap> over geslagen en hem een borst afgeslagen en hem dan naar huis gezonden alhoewel hij <ter-dood-veroordeeld>>terdoodveroordeeld> was, en het had

D1a:     opgehangen aan <zijn>>de> voeten <+ ,> en <- er><+ [xx xxxxx xxx xxxx]> met den rubberen lap <- over geslagen en hem een borst afgeslagen> en hem dan naar huis <gezonden>>gestuurd> alhoewel hij terdoodveroordeeld was, en het <had>>was>

D2:       <- opgehangen aan de voeten, en> <- [xx xxxxx xxx xxxx]> met de<-n> rubberen lap <+ over de borst geslagen> en hem dan naar huis gestuurd alhoewel hij <terdoodveroordeeld was>>ter dood was veroordeeld> <,>>-> <- en> het was

 

D1a:     omvergeschoten <+,> dan had hij misschien nog kunnen roepen Leve België <+,> en was hij als een held gestorven

D2:       <omver>>neer>geschoten, dan had hij <- misschien> nog kunnen <- roepen> Leve België <+ roepen> <- ,> en was hij als een held gestorven <+,>

 

TSa:     insteken en wat zal men van het gouvernement krijgen? <->>)> <E>>e>n

D1:       insteken en wat zal men van het gouvernement krijgen? <- )> en

VW:      insteken en wat zal men van het gouvernement krijgen? [+ )] en

D1a:    insteken en wat zal men van het <gouvernement>>{gouvernement/[?]}> <e>>E>n

D2:       insteken <+,> en wat zal men van het <{gouvernement/[?]}>>gouvernement> krijgen? En

TSa:     <M>>m>erxplas waar het redelijk goed was

D2:       <m>>M>erxplas waar het <redelijk>>tamelijk> goed was

 

TSa:     pakjes kon krijgen maar daarna moest hij naar de <F>>f>­ransche kust

D1a:     pakjes kon krijgen <+ ,> maar daarna moest hij naar de <f>>F>ransche kust

D2:       pakjes <kon krijgen>>mocht ontvangen>, <maar>>doch> daarna moest hij naar de <fransche>>Franse> kust

D1a:     om er te werken en zakken cement te dragen op een paar klompen en als hun klompen versleten waren op hun kousen <+,>

D2:       om er <- te werken en> zakken cement te dragen <+,> <op een paar>>al lopend op hun> klompen <+ -> en al <hun>>de> klompen versleten waren <+,> op hun kousen,

D1a:     bloote voeten <,>>.> <e>>E>n als ze

D2:       blo<-o>te voeten. En als ze

 

D2:       bo<-o>men

 

TSa:     een hel <- ,> ja waarlijk

D2:       een hel <+ ,> ja waarlijk

 

TSa:     ging uit zijn <- ,> en hij zei iederen nacht dat het maar zooveel nachten meer was waarin men hem kon doodsmijten <.>>,> <E>>e>n dan vielen er eens bommen in de <latrineputten>> latrineputten> en gansch het kamp hing vol stront.

D1a:     <ging>>zou> uit zijn <+,> en hij zei iederen nacht dat het maar zooveel nachten meer <was>>waren> waarin men hem kon doodsmijten, en dan vielen er eens bommen in de latrineputten en gansch het kamp hing vol <stront>>drek>.

D2:       zou <uit zijn>>uitzijn>, en hij zei iedere<-n> nacht dat het maar zo<-o>veel nachten meer waren waarin men hem kon dood<smijten>>gooien>, en dan vielen er <- eens> bommen in de latrineputten en <gansch>>heel> het kamp hing vol drek.

TSa:     niet gaan, de <Weermacht>>wehrmacht>

D2:       niet <gaan>>los>, de wehrmacht

 

TSa:     daar <T>>t>odten <- ,> en de <T>>t>odten zegden

D2:       daar todten en <de todten>>die> zegden

 

p.79-80

TSa:     te maken <h>>j=h>adden met de <Weermacht>>wehrmacht>.

p.80

TSa:     liep van hier naar daar, tot zelfs bij een hoogen <D>>d>­uitschen officier

D2:       liep <van hier naar daar>>overal>, tot zelfs bij een <hoogen duitschen>>hoge Duitse> officier

 

D2:       het <schoonste>>mooiste> huis van de stad <- in groene zetels>, <- en> ze

 

TSa:     juist een <filter-koffie>>filterkoffie> en er zat een <D>>d>uitsche hoer met haar been­en tusschen zijn beenen <- ,> en ze lieten <Gaston>>gastond=gaston> zijn vrouw daar staan lijk een bedelvrouw.

D2:       <juist>>net> een filterkoffie en er zat een <duitsche>>Duitse> hoer met haar be<-e>nen tuss<-ch>en <zijn beenen>>de zijne> <+ ,> en ze lieten <gaston zijn vrouw>>de vrouw van Gaston> daar staan <lijk>>als> een bedelvrouw.

 

TSa:     aan het loopen gegaan <- , in het kamp,> op een nacht

D2:       aan het lo<-o>pen gegaan <+,> <- op> een nacht

 

TSa:     precies zot was, trein op en trein af <- ,>

D1a:     <precies>>net> zot <was>>leek>, trein op en trein af

D2:       <net zot leek>>als een gek liep>, <+ en hij> trein op en trein af <+,>

 

D1a:     en hij had buitengewone <chance>>geluk>. En nu

D2:       en hij had <buitengewone>>buitengewoon> geluk. [+X] En nu

 

D1a:     maar <peinst>>denkt> ge dat er iemand <op>>aan> hem <peinst>>denkt>?

 

TSa:     boterham met gelei <- ,> zegt hij, en verder slapen wij heel den dag, daar wordt ge ook dik van.

D1a:     boterham met gelei <+,>zegt hij, en verder slapen wij heel den dag, daar wordt ge ook dik van.

D2:       boterham met <gelei>>jam> zegt hij, en verder slapen <wij>>we> heel de<-n> dag, daar wordt ge ook dik van.

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D1a:     en dat ze een duitschen soldaat <hebben gevonden>>gevonden hebben> in het graan langs de oude gentbaan, midden in het veld langswaar ik altijd naar gaston ga,

D2:       <e>>E>n <- dat> ze <+ hebben> een <duitschen>>Duitse> soldaat gevonden <- hebben> in het graan <+,> <langs>>aan> de <oude gentbaan>>veldbaan> <- ,> <- midden in het veld> langswaar ik <altijd>>steeds> naar <g>>G>aston <+ toe>ga <,>>->

D1a:     hebben hem gehoord <+,> het was precies een beest - en ik

D2:       hebben hem <gehoord>>horen schreeuwen> <+,> het was <precies>>net> een <+ wild> beest <->>.> <e>>E>n ik

 

D1a:     5 minuten vroeger <gepasseerd was heb weeral>>voorbij = langs [xxx] was geweest heb weeral> niets gehoord of gezien - ze hebben

D2:       <5>>vijf> minuten vroeger langs [- xxx] was geweest> <+ ,> <+ en> <- heb> weeral niets <+ heb> gehoord of gezien <->>.> <z>>Z>e hebben

D1a:     en hij had in geen 7 dagen gegeten en kon niet meer spreken buiten "heu" zeggen <+ -> en hij had zullke dikke beenen en hij had kapotte voeten met gestold bloed en hij kreeg melk -

D2:       <en>>,> hij had in geen <7>>zeven> dagen gegeten en kon <niet meer spreken buiten "heu" zeggen>>alleen nog dierlijke geluiden uit zijn gezwollen keel krijgen> <->>.> <- en> <­h>>H>ij had zulke dikke be<-e>nen <+ ,> en <- hij had> kapot­te voeten met gestold bloed <+,> en hij kreeg melk <+ te drinken> -

 

D1a:     men gaf hem melk en wittebrood <godomme>>g.v.d.> en al de kinderen uit de blokken die <in lange geen>>de smaak van> wittebrood <meer gezien hadden>>niet meer kennen> stonden er op te geeloogen - en hij zegde dat hij van de kust kwam,

D2:       <men gaf hem>>hij kreeg> melk en wittebrood <- g.v.d.> en <- al> de kinderen uit de blokken <+ ,> die de smaak van wittebrood niet meer kennen <+ ,> stonden er op te <geeloogen>>kijken> <->>.> <en hij zegde>>Hij zei> dat hij <van>>aan> de kust <kwam>>was weggevlucht>,

 

D1a:     dat hij gedeserteerd was, en ze vroegen hem waar hij naartoe wou en hij zegde "de feldgendarmerie," <+ ->en pierre gelooft dat het iemand voor den kogel is

D2:       dat hij <+ daar> gedeserteerd was, en ze vroegen <- hem> waar hij <naartoe>>zich verbergen> wou <+ ,> en hij <zegde>>­antwoordde> <+ :> <- "> de feldgendarmerie < ,"- >> . > <- en> <p>>P>ierre gelooft dat het <iemand>>ene> voor de<-n> kogel is <+ .>

D2:       [-X] <en gaston>>En Gaston> zegt dat <dienstweigeraars>>deserteurs> naar een <hoogen >> hoge> berg moeten om ste<-e>nen beneden te <gieten>>storten> <+ ,>

D2:       terug uit te <gieten>>storten> <+ .>

 

D2:       [-X] <e>>E>n <gust-de-coiffeur>>Gust de coiffeur>

D1a:     is "in duitschland is I5 jaar de ouderdom om een meisje een jong te maken en 2I jaar de ouderdom om als soldaat <aanzien te worden>>te worden aangezien>"

D2:       is <">>:> in <duitschland>>Duitsland> is I5 jaar de ouderdom om een meisje <een jong>>zwanger> te maken en 2I jaar de ouderdom om als <+ volwaardig> soldaat te worden aangezien <">>.>

 

TSa:     [X] en charel-den-beenhouwer zegt tut tut hij <[?] = is soldaat en hij> moet

D1a:     [X] en charel-den-beenhouwer zegt <+:> tut tut <+,> hij is soldaat en hij moet

D2:       [-X] <e>>E>n <charel-den-beenhouwer>>Karel de slager> zegt: <tut tut>>tut-tut>, hij is soldaat en <- hij> moet

 

D2:       <pietje de dood>>Pietje-de-dood> <+ .>         

 

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

 

p.81

D1a:     [2 alinea's worden geschrapt]

D1a:     <en het schoonste woord is het woord van het volk,>>O hoe schoon = mooi kan het volk iets zeggen:>

D2:       O hoe mooi <- kan> het volk iets <+ kan> zeggen

D1a:     komt <afgezeild>>aagekwakkeld [?]> is EEN VLIEGER DIE MET KRUKKEN GAAT

D2:       komt <aangekwakkeld [?]>>aanhinken> <+ ,> is <EEN VLIEGER DIE>> een vlieger die> <MET KRUKKEN GAAT>>MET KRUKKEN GAAT> <+ .>