De oude ekster
VW, p. 46-48

p.46

TSa:     <DE OUDE EKSTER>>de oude ekster> [- gecentreerd]

D1:       <de oude ekster>>DE OUDE EKSTER> [+ gecentreerd]

D2:       <DE OUDE EKSTER>>De oude Ekster> [- gecentreerd]

 

TSa:     <E>>e>n er was <eene>>I> dien wij de <E>>e>kster noemden, een klein manneken

D1:     <e>>E>n er was I dien wij de ekster noemden, een klein manneken

D1a: <- En> <e>>E>r was <I>>{I/ ene}> dien wij de ekster noemden, een <klein manneken>>ventje>

D2:      Er was <{I/ene}>>ene> die<-n> wij de <e>>E>kster noemden, een ventje

 

D2:       een <krommen scherpen>>scherpe kromme> neus

 

D2:       o<-o>gen

 

TSa:     de <R>>r>at

D2:       de <r>>R>at

 

TSa:     <E>>e>kster

D2:       <e>>E>kster

 

D2:       <altijd>>steeds>

 

TSa:     <V>>v>erdinaso

 

TSa:     <- ,> een ekster met een zwart kostuum en een leeren riem over den schouder.

D1a:    <+ ,> een ekster <met>>in> <- een> zwart <kostuum>>uniform> en een leeren riem over de<-n> schouder.

D2:       , een ekster in <+  een> zwart uniform en een le<-e>ren riem over de schouder.

 

TSa:    veel geld hadden <- . > <Zat hij op droog zaad, dan wou>>want als hij op droog zaad zat wou> hij <+ integendeel> <F>>f>ransch spreken en <V>>v>ivan

D1a:  veel geld hadden <+ ,> want als hij op droog zaad zat wou hij integendeel fransch spreken en <vivan>>vivat>

D2:     veel geld hadden, want als hij op droog zaad zat wou hij integendeel <fransch>>Frans> spreken en vivat

 

TSa:   roepen en zelfs van o <Roode Vaan>>roode vaan> zingen als men hem <+ maar>

D1a:     roepen <+ ,> en zelfs van o roode vaan zingen als men hem maar

D2:       roepen, en zelfs van o ro<-o>de vaan zingen <+ ,> als men hem maar

 

D2:       een <djop>>job>

 

TSa:     <- ,> als hij maar de kans kreeg <- om>

D1a:     <+ ,> als hij maar de kans kreeg

 

D1a:   en 's avonds dàt in <den donkeren>>[xxx xxxx]> te komen ratten wat hij binst den dag had <gereed>>klaar> gezet.

D2:     en 's avonds <dàt>>dát> <- in [xxx xxxx]> te komen ratten wat hij binst de<-n> dag had <klaar gezet>>klaargezet>.

 

TSa:     en riep dat hij de ongelukkigste was van heel de wereld <- ,> en ondertusschen

D2:       en <riep>>huilde> dat hij de <ongelukkigste>>meest ongelukkige> <- was> van heel de wereld <+ was> <+ ,> en onder-tuss<-ch>en

 

TSa:     zijn broekband los <- ,> die een echte karwats was <- ,>

D2:       <zijn broekband>>de broeksband> los die een echte karwats was

 

TSa:     om bloedende striemen in ons gelaat te slaan. <Dàt>>dat> was de <E>>e>kster

D1:       om bloedende striemen in ons gelaat te slaan. <d>>D>at was de ekster

D2:     om <+ de omringenden> bloedende striemen in <ons>>het> gelaat te slaan. [+X] Dat was de <e>>E>kster

 

TSa:  <- ,> en zijn vader vaneigens <- dàt> was de oude <E>>e>kster <- ,> die men gemakkelijk de oude <R>>r>at

D1a:   en zijn vader vaneigens was de oude ekster <+ ,> die men gemakkelijk de oude rat

D2:   en zijn vader vaneigens was de oude <e>>E>kster, die men gemakkelijk de oude <r>>R>at

 

D1a:   millioenen had en iedereen trakteerde en zat liep <+ ,> en <+ dan> proces op proces had om in een café

D2:    <millioenen>>miljoenen> had en <iedereen trakteerde en zat liep>>zat liep en elkeen trakteerde>, en dan proces op proces <had>>kreeg> om in <een café>>de café's>

 

TSa:     <- ,> of om een vrouw aan te randen of om een lokaal,

D1a:     of <- om> een vrouw aan te randen of <om>>in> een lokaal, <+ ->

D2:       <+ ,> <- of>  een vrouw aan te randen <+ ,> of <- in> een lokaal <- ,> 

 

TSa:   van de flamingenten was, de ruiten te hebben uitgesmeten <;>>,> en die den anderen dag

D1a:   van de flaminganten was <,>>- > de ruiten te hebben <uitgesmeten>> uitgegooid>, en die de<-n> <anderen>>volgende> dag

D2:   <van de>>der> flaminganten was -  <de ruiten te hebben uitgegooid>>met pek te besmeuren>, en die <+ dan> de volgende <dag>>ochtend>

 

D1a:     <- het> een of ander kot

D2:       <een of ander kot>>een hoerekot of in de nor>

 

TSa:     <Z>>z>oodat de <E>>e>kster

D1:       <z>>Z>oodat de ekster

D2:       Zo<-o>dat de <e>>E>kster

 

TSa:   als hij <- om> zijn zondagpree vroeg <- ,> niet wist of hij <duizend frank>>I000 fr.> ging krijgen of een schop onder zijn <broek>>gat>.

D1a:   als hij zijn zondag<pree>>geld> vroeg <+ ,> niet wist of hij <I000 fr.>>duizend frank> ging krijgen of een schop onder zijn gat.

D2:    als hij zijn zondaggeld vroeg, niet wist of hij duizend frank <ging>>zou> krijgen of een schop onder zijn gat.

 

TSa:     de <D>>d>uitschers binnengekomen <- ,> en men moet niet zeggen

D1a:     de duitschers <binnengekomen>>daar> <+ ,> en men moet niet zeggen

D2:       de <duitschers>>Duitsers> daar, en men moet niet <zeggen>>beweren>

 

TSa:     <vóór>>vòòr> den oorlog betaald werden door <den Duitsch>>de duitschers> <- ,> dat is niet waar,

D1a:   vòòr de<-n> oorlog betaald werden door de duitschers <+ ,> dat is niet waar <,>>:>

D2:    <+ reeds> <vòòr>>vóór> de oorlog <betaald werden door de duitschers>>door de Duitsers betaald werden>, dat is niet waar:

 

TSa:     <E>>e>kster

D2:       <e>>E>kster

 

D1a:     want hij had <niet dàt van>>zelfs niet eens wat> tabak

 

TSa:   en het was al <vier>>4> dagen dat hij zich geen pint meer had kunnen koopen <.>> ,> <H>>h>ij

D1a:   en het <was al 4 dagen dat>>in geen vier dagen had> hij zich <geen>>reeds een[?]> pint <- meer had> kunnen koopen <,>>.> <h>>H>ij

D2:      en <- het> in geen vier dagen had hij zich <reeds>>nog> een pint kunnen ko<-o>pen. Hij

 

p.47

TSa:     den omtrek van <B>>b>russel

D2:       de<-n> omtrek van <b>>B>russel

 

TSa:     <R>>r>ookt <St. Michel>>st. michel> stond er op zijn knapzak.

D1:       <r>>R>ookt st.michel stond er op zijn knapzak.

D1a:     <Rookt st. michel stond er op>>[xx xxxx] er [?] reclame voor sigaretten op het papier[?] dat> zijn knapzak <+ was geworden>.

D2:       <[xx xxxx] er [?]>>Er stond> reclame voor sigaretten op het <papier[?]>>tapijt> dat zijn knapzak was geworden.

 

TSa:     het gedacht om voor eigen rekening een vliegplein aan te leggen <- ,>

D1a:     het <gedacht>>idee> om voor eigen rekening een vliegplein aan te leggen <+ :>

D2:       het idee om voor eigen rekening <+ zo> een vliegplein aan te leggen:

 

TSa:     een gestolen broyeur staan <- ,>

D1a:     een gestolen <broyeur>>betonmolen> staan <+ ,>

 

TSa:     den <Duitsch>>duitscher> met het meeste goud op de <epauletten>>kraag>

D1a:     de<-n> duitscher met het meeste goud op de kraag   

D2:       de <duitscher>>Duitser> met het meeste goud op de kraag

 

D2:       zo<-o>

 

TSa:   <- ,> een vliegplein was niet zoo maar in een handomdraai gereed en gij en ik zouden gaan beredeneeren

D1a:  <+ ,> een vliegplein was niet zoo maar in een handomdraai gereed <+ ,> en <gij en ik>>wij tweeen[?]> zouden <gaan>>beginnen> beredeneeren

D2:    , een vliegplein was niet <zoo maar>>zomaar> in een handomdraai gereed, en wij <- tweeen[?]> zouden beginnen <beredeneeren>>redeneren>

 

TSa:  en ge daar dan zoudt zitten met de gebakken peren <.>>,> <I>>i>ets wat de oude <E>>e>kster

D1a:  <+ ,> en <ge>>we> daar dan zoud<t>>en> zitten met de gebakken peren <,>>-> <I>>i>ets wat de oude <E>>e>kster

D2:    <- ,> en we daar dan zouden zitten met de gebakken peren - iets wat de oude <e>> E>kster

 

D2:     <+ , > om de <simpele>>eenvoudige> reden dat het hem op die <manier>>wijze> reeds heel zijn leven lang <gegaan was>>was gegaan> <.>>:> <V>>v>andaag alles

 

TSa:     <- echter> godzijgedankt

D1a:     <godzijgedankt>>godzijdank>

 

TSa: de oude <E>>e>kster mocht zijn geld halen <.>>,> <H>>h>ij trok zijn <kleerkes>>kleerkast> aan

D1a:     de oude ekster mocht zijn geld halen <,>>.> <h>>H>ij trok zijn kleerkast aan

D2:       de oude <e>>E>kster mocht zijn geld halen. Hij trok zijn kleerkast aan

 

TSa:   in <B>>b>russel een bon om naar <L>>l>euven om zijn geld te gaan, <- duizenden en duizen-den franken.> <H>>h>ij was millionair. <+ voor de hoeveelste x zou dat nu geweest zijn?> <E>>e>n vaneigens

D1:     in brussel een bon om naar leuven om zijn geld te gaan, hij was millionair. <v>>V>oor de hoeveelste x zou dat nu geweest zijn? <e>>E>n vaneigens

D2:     in <b>>B>russel een bon om <naar>>in> <l>>L>euven <om zijn geld te gaan>>het geld op te halen>, hij was <millionair>>miljonair> <.>>-> <V>>v>oor de hoeveelste <x>>keer> <zou dat nu geweest zijn>>reeds>? En <vaneigens>>vanzelfsprekend>

 

TSa:   in <L>>l>euven <- ,> heel den avond en een stuk in den nacht de beest vertoonen moest <- ,>

D1a:   in leuven heel den avond en een stuk in den nacht de beest vertoonen moest <+ ,>

D2:     in <l>>L>euven heel de<-n> avond en een stuk in de<-n> nacht de beest verto<-o>nen moest,

 

TSa:   op een kamerken <in een meer dan verdachte wijk met een wreed stuk in zijn botten>> in een bordeel zijn roes uit te slapen>

D2:     <op>>in> een kamerke<-n> in een bordeel zijn roes uit te slapen

 

D2:       ro<-o>de fusee's niet <benedenwerpen>>dalen>.

 

TSa:     over <L>>l>euven <- ,>

D1a:     over leuven <+ ,>

D2:       <over leuven>>op Leuven>,

 

TSa:   <+ en verdwaasd wakker wordend> <hij zag>>zag hij> de muren ineenstuiken en de daken brandend <beneden vallen>>benedenvallen>,

D2:     en verdwaasd wakker wordend zag hij de muren ineenstuiken en de daken brandend <benedenvallen>>neerkomen> <,>>->

 

TSa:   hij alleen <zat>>bleef> daar levend in zijn hemd <te>>zitten> bibberen tusschen al die doode hoeren.

D2:     hij alleen bleef daar levend in zijn hemd zitten bibberen tuss<-ch>en <al die>>de> do<-o>de hoeren.

 

D2:       <millioenen>>miljoenen>

 

TSa:     zijn broek kwijt <- ,>

D2:       zijn broek kwijt <+ ,>

 

TSa:     die van hem niet was en die vol bloed zat <- ,>

D1a:     die van hem niet was <+ ,> en die vol bloed zat <+ ,>

D2:       die <+ niet> van hem <- niet> was <- ,> en die vol bloed zat <- ,>

 

TSa:     waar ze hem niet <- meer> herkenden.

D2:       waar ze hem <+ haast> niet herkenden.

 

TSa:   voor onzen <P>>p>a dat ge komt <- ?> vroeg de jonge <E>>e>kster <.>>,> <D>>d>an moet ge eens terugkomen want onze <P>>p>a

D1a:  voor <- onzen> pa dat ge komt <+ ?>  vroeg de jonge ekster, dan moet ge eens terug<komen>>{komen/keren}> want <- onze> pa

D2:   voor pa dat ge komt? vroeg de jonge <e>>E>kster <,>>...> dan moet ge eens terug<{komen/keren}>>keren> want pa

 

TSa:     <Leuven>>leuben=leuven>

D2:       <l>>L>euven

 

TSa:     <E>>e>kster

D2:       <e>>E>kster

 

D2:       uit de<-n> weg om in de<-n> spiegel

 

TSa:     in dien <éénen>>I> nacht grijs haar gekregen had.

D1a:     in dien I nacht <+ oud en> grijs <- haar> <gekregen had>>was geworden>.

D2:       in die<-n> <I>>ene> nacht oud en grijs <was geworden>>geworden was>.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D1a:     <i>>I>emand die ons vertelt dat de duitschers

D2:       Iemand die ons vertelt dat de <duitschers>>Duitsers>

 

D1a:     vol water gieten <+ ,>

 

D2:       hebben <- :> met hun handen

 

p.47-48

D1a:     <g>>G>aston komt binnen en vertelt dat <g>>G>aston

 

D1a:     <- die in gent> in de gevangenis zit <+ en> gevraagd heeft om hem een dweil

D2:       in de gevangenis zit en gevraagd heeft <- om> hem een dweil

 

D1a:     <- als ze hem den volgenden keer gaat bezoeken>

 

D2:    <WANT GE WEET HOE PROPER HIJ STEEDS IS>>WANT GE WEET HOE PROPER HIJ STEEDS IS>

 

D2:       <+ ,> zegt ze <+ .>

 

D1a:     en <j>>J>osé

D2:       <en>>En> José

 

TSa:   met 3 of 4 vrouwen in dezelfde cel zat waar ze allen op dezel<d=f>den emmer moesten gaan,

D1a:  met <3 of 4>>drie of vier> vrouwen in dezelfde cel zat <+ ,> waar ze allen op denzelfde<-n> emmer moesten <- gaan>,

D2:    met drie of vier vrouwen in dezelfde cel zat, waar ze allen op de<-n>zelfde emmer moesten,

 

D1a:     <- terwijl dan de een en de ander haar maandstonden had,>

 

D1a:   vertelt dat zij dacht <- dat> <lisken>>Liske> <(ge zult later wel in dit boek over lisken bijnaam van lea lübka hooren) dat lisken dus er ook was>met een glimp te hebben gezien> <,>>->

D2:    vertelt dat <zij>>ze> dacht <Liske>>ook Liesje> met een glimp te hebben gezien -  

 

D1a:  en josé heeft eens zeer vlug over de ballu-strade gekeken en inderdaad dat was ginder <precies>>net> <lisken>>Liske>,

D2:    <en josé heeft eens zeer vlug over de ballustrade gekeken en inderdaad dat was ginder net lisken>>ze keek zeer vlug over de ballustrade en zag daar ene die net Liesje was>,

 

D2:       <te veel>>teveel>

 

D1a:     MET ZEKERHEID TE <- KUNNEN> ZEGGEN DAT ZIJ HET WAS

D2:       MET ZEKERHEID ZEGGEN DAT ZIJ HET WAS <+ . >

 

D1a:     en van <2>>twee> jongens

D2:       <e>>E>n van twee jongens

 

D1a:  en in de duitsche gazetten <staat er>>lazen we> dat ze <opgehangen werden>>werden opgehangen>

D2:      <en in de duitsche gazetten lazen we>>leest men in de Duitse kranten> dat ze werden opgehangen

 

D1a:  <met>>aan> hun voeten <opgehangen werden>>werden opgehangen> <- en ZOO BLEVEN HANGEN> TOT ZE STIERVEN

D2:    aan hun voeten werden opgehangen <TOT ZE STIERVEN>>TOT ZE STIERVEN> <+.>