De goudvisschen
VW, p.34-36


p.34

TSa:     <DE GOUVISSCHEN>>de goudvisschen> [- gecentreerd]

TSb:     de goudvisschen [handschrift zetter:] - kap. centreren

D1a:     DE GOUDVIS<-SC>HEN [gecentreerd]

D2:       <DE GOUDVISHEN >>De goudvissen> [- gecentreerd]

 

TSa:     <I>>i>k wist dat <Roels>>van den abeele>

TSb:     <i>>I>k wist dat van den abeele

D1a:     Ik wist dat <van den abeele>>Van Den Abeele>

D2:       Ik wist dat Van <D>>d>en Abeele

 

D1a:     met opengescheurde<-n> schouder

D2:       met opengescheurde schouder <+ ,>

 

TS:       ik keek er toch niet naar <- ,> ik draaide mijn hoofd

D1a:     ik keek <- er> toch niet <- naar> <+,> ik draaide <mijn>>het> hoofd

 

TS:       den luitenant van de <Negende>>9de>

D1a:     de<-n> luitenant van de 9de

 

TS:  met de armen open hen <sont>>stond> te verwijten van <S>>s>aligaud's en <B>>b>oche's <- ,> net of

D1a:    met de armen open hen stond te verwijten van saligaud's en boche's <+,> net of

D2:    <+ hen> met de armen open <- hen> stond te verwijten <van>>:> saligaud's <en>>,> boche's <,>>!> <n>>N>et of

 

TS:       aan den overkant van het <A>>a>lbertkanaal konden hooren. <E>>e>r was

D1:       aan den overkant van het albertkanaal konden hooren. <e>>E>r was

D1a:     aan den overkant van het <a>>A>lbertkanaal konden hooren. Er was

D2:       aan de<-n> overkant van het Albertkanaal konden ho<-o>ren. Er was

 

TS:     genoeg <.>>,> <V>>v>lak naast ons schoot er <een>>I> den band van zijn mitrail–leuse leeg <- ,>

D1a:   genoeg, vlak naast ons schoot er <I>>ene> de<-n> band van zijn mitrailleuse leeg <+,>

D2:    genoeg <,>>.> <v>>V>lak naast ons schoot er ene de band van zijn mitrailleuse leeg,

 

TS:       dien hij uit de <C>>c>remerie gehaald had <- ,>

D1a:     die<-n> hij uit de cremerie<+ '> [?] gehaald had

D2:       die hij uit de cremerie<- '> <gehaald had>>had gehaald>

 

TSa:   en het scheen hem misschien net hetzelfde spektakel te zijn van op de <N>>n>ationale <S>>s>chietbaan. <B>>b>uiten de stukas dan.

D1:   en het scheen hem misschien net hetzelfde spektakel te zijn van op de nationale schietbaan. <b>>B>uiten de stukas dan.

D1a:   en het scheen hem misschien net hetzelfde spektakel te zijn van <- op> de nationale schietbaan. Buiten de stukas dan.

D2:    en het <scheen>>leek> hem <+ nu> misschien net hetzelfde spektakel te zijn van de nationale schietbaan. Buiten de stukas dan.

 

TSa:    <E>>e>n buiten dien verschrikkelijken dorst. <B>>b>ah <- ,> zei de telefonist <- ,> dat is zooals uw lot ligt <- ,>

D1:      <e>>E>n buiten dien verschrikkelijken dorst. <b>>B>ah zei de telefonist dat is zooals uw lot ligt

D1a:   En buiten die<-n> verschrikkelijken dorst. Bah <+ ,> zei de telefonist <+ ,> dat is zooals uw lot ligt <+ ,>

D2:     En buiten die verschrikkelijke<-n> dorst. [+X] Bah, zei de telefonist, dat is zo<-o>als uw lot ligt,

 

TSa:     <D>>d>ingen antwoordde hem dat

D1:       <d>>D>ingen antwoordde hem dat

D1a:     Dinge<n>>s> antwoordde <+ ,><- hem> dat

 

TS:       in <één>>I> uur dan op zijn dorp in <tien>>10> jaar, iets waarop

D2:    in <I>>één> uur dan op zijn dorp in <10>>tien> jaar <,>>.> <i>>I>ets waar<op>>bij>

 

TSa:     en aan mij begon uit te leggen dat het < zóó óns lót wàs>>ZOO ONS LOT WAS>

<- ,>

D1a:     en aan mij begon uit te leggen dat het ZOO ONS LOT WAS <+ ,>  

D2:       en <- aan> mij begon uit te leggen dat het ZO<-O> ONS LOT WAS,

 

D1a:     hier <+ ]> [?] te komen sterven.

D2:       hier <- ]> te komen sterven.

 

TSa:     <E>>e>n daar wou <D>>d>ingen

D1:       <e>>E>n daar wou dingen

D1a:     <dingen>>Dinges>

 

TS:       rekketekketekten <- .> <H>>h>et was

D2:       rekketekketekten <+ ,> het was

                             

TS:       <D>>d>e <twee>>2> van de infirmerie vloekten

D1:       <d>>D>e 2 van de infirmerie vloekten

D1a:     De <2>>[xxxx] twee> van de infirmerie vloekten

D2:       De <- [xxxx]> twee van de infirmerie vloekten <+ ,>

             

TSa:     konden zijn, ik bloed zelf al <- ,>

D1a:     konden zijn <,>>.> <+ I>ik bloed zelf al <+ ,>

D2:       konden zijn. <Iik>>Ik> bloed zelf al,

 

TSa:     <N>>n>een <- ,>

D1:       <n>>N>een

D1a:     Neen <+ ,>

 

TSa:     onzinnige bevelen <.>>,> <G>>g>a om nieuwe <- am>munitie <- ,> zei de luite–nant  <- .><E>>e>n er <wàs>>was> geen <- am>munitie meer <- ,>

D1a:  onzinnige bevelen <,>>[x]> <g>>G>a <- om> nieuwe munitie <+ halen> <+,> zei de luitenant en er was geen munitie meer <+ ,>

D2:    onzinnige bevelen  <[x]>>.> Ga nieuwe munitie halen, zei de luitenant en er was geen munitie meer,

 

TSa:     een <half>>I/2> uur

D1a:     een <I/2>>half> uur

 

TSa:     <E>>e>n tracht mij een brood mee te brengen <- ,> <L>>l>ouis <- ,> zei hij. <J>>j>a <- ,>

D1:       <e>>E>n tracht mij een brood mee te brengen louis zei hij. <j>>J>a

D1a:     En tracht mij een brood mee te brengen <+ ,> <l>>L>ouis <+ ,> zei hij. Ja

D2:       En tracht mij een brood mee te brengen, Louis, zei hij. Ja <+ , >

 

TSa:     bij ons gekomen <- ,>

 

D2:       <moesten>>hadden te> doen

 

D2:       ho<-o>ger

 

D1:       op ons neer <.>>,> <M>>m>aar

 

TSa:   dan zei hij toch <L>>l>ouis, <zóó>>zòò>, kameraadschappelijk. <E>>e>n brood dus. <N>>n>et

D1:       dan zei hij toch louis, zòò, kameraadschappelijk. <e>>E>n brood dus. <n>>N>et

D1a:    dan zei hij toch <l>>L>ouis, <zòò>>zò>, kameraadschappelijk. En brood dus. Net

D2:   <- dan> zei hij toch Louis, <zò>>zo>, kameraadschappelijk. En brood dus <.>>,> <N>>n>et

 

TSa:    dat <- ook> de keuken al lang den weg van de <- am>munitie gevolgd was. <M>> m>aar

D1:      dat de keuken al lang den weg van de munitie gevolgd was. <m>>M>aar

D1a:    dat de keuken al lang de<-n> weg van de munitie gevolgd was. Maar

D2:      dat de <+ veld>keuken <al lang>>reeds> de<-n> weg van de munitie gevolgd was. Maar

 

D1a:     van die<-n> dijk

 

TSa:     hèn <- ,> ginder <- ,> niet meer zoo goed <Vorwarts>>VORWARTS>

D2:       <hèn>>hén> <+ ,> ginder <+ ,> niet meer zo<-o> <goed>>luid> VORWARTS

 

p.34-35

TSa:  <I>>i>k bekeek <D>>d>ingen <- als> om te vragen of hij meeging <- ,> juist toen de telefonist het langverwachte bevel aan den luitenant doorgaf:

D1:  <i>>I>k bekeek dingen om te vragen of hij meeging juist toen de telefonist het langverwachte bevel aan den luitenant doorgaf:

D1a:  Ik bekeek <dingen>>Dinges> om te vragen of hij meeging <+ ,> <juist>>net> toen de telefonist het langverwachte bevel aan de<-n> luitenant doorgaf:

D2:     Ik <bekeek>>keek> Dinges <+ aan> <+ ,> <+ als> om te vragen of hij meeging

<,>>en> net toen <+ gaf> de telefonist het langverwachte bevel aan de luitenant door<-gaf>:

 

p.35

TSa:   <H>>h>et werd iets lijk in de film als de boot zinkt <- .> <W>>w>ij begonnen lijk zotten met een bijl alles stuk te slaan <- ,>

D1:    <h>>H>et werd iets lijk in de film als de boot zinkt wij begonnen lijk zotten met een bijl alles stuk te slaan

D1a:  Het werd iets <lijk>>als> <in de>>als een> film <als>>waarin> <de boot>> het schip> zinkt <+ .> <w>>W>ij begonnen <lijk>>als> zotten met een bijl alles stuk te slaan <+ ,>

D1b:   Het werd iets <- als> als een film waarin het schip zinkt. Wij begonnen als zotten met een bijl alles stuk te slaan,

D2:     <- Het werd iets als een film waarin het schip zinkt.> [+ X] Wij begonnen als <zotten>> gekken> met een bijl alles stuk te slaan,

 

TSa:     zelfs zijn stoel kapot <- ,>

D1a:     zelfs zijn stoel kapot <+ ,>

D2:       <zelfs>>zèlfs> zijn stoel <kapot>>tot spaanders>,

 

TSa:   en wij wilden langs de kleine kassei <achteruit trekken>>achteruittrekken> <+ ,> maar die lag al onder het vuur van hen ginder.

D1:     en wij wilden langs de kleine kassei achteruittrekken maar die lag al onder het vuur van hen ginder.

D1a:   en wij wilden langs de kleine kassei achteruittrekken, maar die lag al onder <- het> vuur <- van hen ginder>.

D2:    en wij <wilden>>probeerden> langs de kleine kassei <achteruittrekken>>achteruit te trekken>, maar die lag al onder vuur.

 

TSa:   <B>>b>rysken die tot <drie>>3> telde en er dan in vliegende vaart overzoefde <- ,> sloeg aan den anderen kant kop over kont neer. <W>>w>e

D1:    <b>>B>rysken die tot 3 telde en er dan in vliegende vaart overzoefde sloeg aan den anderen kant kop over kont neer. <w>>W>e

D1a:   Bryske<-n> <+,> die tot <3>>drie> telde en er dan in vliegende vaart overzoefde <+,> sloeg aan de<-n> andere<-n> kant kop over kont neer. We

 

TSa:     door de <C>>c>remerie <- heengaan,> en <D>>d>ingen

D1a:     door de cremerie en <dingen>>Dinges>

 

D1a:     <zijn>>het> geweer

 

TSa:     open <- ,> er stond een kom met goudvisschen

D1a:     open <+ ,> er stond een kom met goudvisschen

D2:       open, er stond een kom met goudviss<-ch>en

 

TSa:     Wij kropen door<-heen> het raam

D2:       <Wij>>We> kropen door het raam

 

TSa:     de <+ straat>deur stuk te stampen, maar almeteens <- ,><D>>d>ingen

D1a:     de straatdeur stuk te stampen, maar almeteens <dingen>>Dinges>

D2:       de straatdeur stuk te stampen, maar almeteens <+ , > Dinges

 

TSa:     en beet peinzend op zijn vingernagels <.>>,> <I>>i>k

D1a:     en beet <peinzend op zijn>>zich de> vingernagels <,>>.> <i>>I>k

D2:       en beet zich de vingernagel<s>>en>. Ik

 

D1a:     tusschen het kozijn en de<-n> piedestalle

D2:       tuss<-ch>en het <+ raam>kozijn en <de piedestalle>>de gordijnen>

 

TSa:  op zijn plaats <,>>.> <om dan woest naar mij te kijken>>en omdat ik naar hem bleef wachten bekeek hij mij woest> alsof ik de <hemel weet wat>>hemelweetwat> <uitgestoken>> midsdaan> had. <E>>e>en eind verder

D1:     op zijn plaats. <e>>E>n omdat ik naar hem bleef wachten bekeek hij mij woest alsof ik de hemelweetwat misdaan had. <e>>E>en eind verder

D2:     op zijn plaats. En omdat ik naar hem bleef wachten <bekeek hij mij woest>>keek hij me woedend aan><+ ,> alsof ik de hemelweetwat misdaan had. Een eind verder

 

D1a:     neer<smijten>>gooien> <+ ,> want <zij ginder>>zij-ginder>

 

TSa:     het kanaal over <- ,>

D1a:     het kanaal over <+ ,>

D2:       <+ nu> het kanaal over,

 

TSa:     <één>>EEN> vlam. <E>>e>n in die gracht zei <D>>d>ingen: moest <gij>> GIJ>

D1:       EEN vlam. <e>>E>n in die gracht zei dingen: moest GIJ

D1a:     <EEN>>ÉÉN> vlam. En in die gracht zei <dingen>Dinges>: moest GIJ

D2:       <ÉÉN>>één> vlam. En in die gracht zei Dinges: moest GIJ

 

D2:       goudviss<-ch>en

 

TSa:     <W>>w>el <,>>...> waarom keekt ge dan zoo bokkig?

D1:       <w>>W>el... waarom keekt ge dan zoo bokkig?

D1a:     <Wel>>[xxx]>... waarom keekt ge dan zoo bokkig?

D2:       <[xxx]>>wel>... waarom keekt ge dan zo<-o> bokkig?

 

TSa:     <I>>i>k moest lachen <- .> <I>>i>k was het niet die bokkig keek <- ,>

D1:       <i>>I>k moest lachen ik was het niet die bokkig keek

D1a:     [+X] Ik moest lachen <+.> <i>>I>k was het niet die bokkig keek <+ ,>

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] - 2 regels wit, tekst vervolgen blz. 10, cursief

D1:       [cursief]

 

TSb:     <e>>E>igenlijk zijn die goudvisschen een beetje gefantaseerd

D1:       <E>>e>igenlijk zijn die goudvisschen een beetje gefantaseerd

D1a:     eigenlijk zijn die goudvisschen een beetje gefantaseerd <+ ,>

D2:  <e>>E>igenlijk <zijn>>heb ik met> die goudviss<-ch>en <een beetje>>wat> gefantaseerd,

 

D1a:     voor <->>.> <h>>H>et is zòò gebeurd: <dingen>>Dinges>

D2:       voor. <Het is zòò gebeurd>>Maar dit is niet gefantaseerd>: Dinges

 

D1a:     <een>>de> haag met zijn f.m. over de<-n> schouder,

D2:       de haag met zijn <f.m.>>handmitrailleur> over de schouder,

 

D1a:   vasthangen <->>.> <w>>W>ij riepen <+ ,> <- naar hem> dat hij de<-n> lederen riem van zijn f.m

D2:     vasthangen. <Wij>>We> riepen, dat hij de lederen riem van <zijn f.m.>>de mitrailleur>

 

D1a:     hij hoorde het niet <+,>

 

D1a:     en <kakte>>deed> zijn broek vol waar hij stond

D2:       en deed zijn broek vol waar hij stond <+ .>

 

TSb:     <d>>D>ingen integendeel - o een andere dingen [+ cursief]

D1:       <D>>d>ingen integendeel - o een andere dingen

D1a:     <dingen>>Dinges> integendeel - o een andere <dingen>>Dinges>

 

D1a:     en schoot zo<-o> den <eenen>>ene> lader na de<-n> anderen

D2:       en schoot zo de<-n> ene lader na de andere<-n>

 

D1a:     <zot>>gek> van woede <+.>

 

TSb:     <e>>E>n ik? [+ cursief]

D1:       <E>>e>n ik?

D1a:     <e>>E>n ik?

 

p.35-36

D1a:     op hun weg naar het zot<-huis> <+ gekkenhuis> <,>>.> <z>>Z>ouden ze GINDER

D2:       op <- hun> weg naar het <- zot> gekkenhuis. Zouden ze <GINDER>>GINDER>

 

p.36

D1a:     <+ ,> dacht ik <->>.> <o god>>O God> godomme laat hen toch niet sterven <+ ,> laat hen mij nog <I X>>eén keer> terugzien <+ .>

D2:   , dacht ik. O God god<+d>omme laat hen toch niet sterven, laat hen mij nog <eén>>één> keer <- terug>zien.

 

D1a:    WAT IS DAT NU <+ ,> EEN KIND HEBBEN EN DAN STERVEN ZONDER HET TE ZIEN?

D2:      WAT IS DAT NU, EEN KIND HEBBEN ZONDER HET TE <ZIEN>>HEBBEN GEZIEN>? [- cursief]

 

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [commentaar zetter:] - hier 2 regels wit, dan tekst vervolgen van bldz 11

D1:       [cursief] [2 witregels]

D2:       [cursief] [1 witregel]

 

D1a:     <p>>P>rosper vertelt: er werd iemand

D2:       Prosper vertelt: er werd <iemand>>er ene>

 

D1a:     naar de<-n>abri van de<-n> militaire<-n> dokter <deed/bracht> <+ ,>

D2:       naar de abri van de militaire dokter <- deed> bracht,

 

D1a:     te loopen <,>>.> <w>>W>ij

D2:       te lo<-o>pen <.>>-> <W>>w>ij

 

D1a:     terug in den abri drijven om eerst dat oog te verzorgen <+.>

D2:       terug <- in> de<-n> abri <+ in>drijven om eerst <+ nog> dat oog te verzorgen.

 

D1a:     <l>>L>angs den weg: <2>>twee> brankardiers

D2:       Langs de<-n> weg: twee brankardiers

 

D1a:     met haar <4>>vier> armen open en de stervende ernaast <+ ,>

D2:       <+ eveneens> met haar <- vier> armen open <+ ,> en de stervende ernaast,

 

D1a:     NOG EENS GEBOMBARDEERD <+ .>

D2:       NOG EENS GEBOMBARDEERD. [- cursief]

 

D1a:     <en 2>>En twee> soldaten die aan het <a>>A>lbertkanaal waren gaan loopen<+ ,>

D2:       En twee soldaten die aan het Albertkanaal waren gaan lo<-o>pen,

 

D2:       <gedarmen-die-waren-gaan-loopen>>gendarmen die ook waren gaan lopen>

 

D1a:  vòòr een generaal die <riep en van zijn klooten maakte>>zijn muil opensperde> en op zijn <sloefen>>sloffen> was <,>>.> <e>>E>n almeteens

D2:     <vòòr>>vòòr> een generaal die <zijn muil opensperde>>almaar schreeuwde> en op zijn sloffen was. En almeteens

 

D1a:     kwamen <- er> <d>>D>uitsche vliegers en de generaal-op-zijn-<sloefen>>sloffen>

D2:  <kwamen>>waren daar> Duits<-ch>e vliegers en de <generaal-op-zijn-sloffen>>generaal op zijn sloffen>

 

D1a:   reed weg <+ ,> zeggend <+ [x]> DAT ZIJ LATER VOOR DEN KRIJGSRAAD ZOUDEN TE KOMEN HEBBEN <+ .>

D2:    reed weg <+,> <zeggend>>schreeuwend> < [x]>>:> <DAT ZIJ LATER VOOR DEN KRIJGSRAAD ZOUDEN TE KOMEN HEBBEN>> DAT ZIJ LATER VOOR DE KRIJGSRAAD ZOUDEN KOMEN>.

 

D1a:     <en nadien>>En later>, kwestie van die<-n> generaal, vertelde mijn vrouw dat al die oude mannen met een ro<-o>den band

D2:       En <- later,> kwestie van die generaal, <+ veel later> vertelde mijn vrouw <+ me>

<+,> dat al die <oude>>ouwe> mannen met een rode<-n> band

 

D2:       <voorbijgereden>>voorbij gereden> <+,>

 

D1a:  dat zij gro<-o>te <schoone>>mooi> honden bij zich hadden en jonge snerren <+ liefjes> van een jaar of <I6>>zestien> <+ .>

D1b:   dat zij grote mooi honden bij zich hadden en jonge snerren <- liefjes> van een jaar of zestien.

D2:     dat <zij>>ze> grote mooi<+e> honden bij zich hadden en jonge <snerren>>wijvekes> van een jaar of zestien.