Het eerste uur
VW, p.89-91

p.89

TSa:     <HET EERSTE UUR>>het 1ste uur> [- gecentreerd]

D1:       <het 1ste uur>>HET EERSTE UUR> [+ gecentreerd]

D2:       <HET EERSTE UUR>>Het eerste uur> [- gecentreerd]

 

TSa:     <D>>d>e <twee>>2> laatste nachten konden wij niet meer slapen, er stond een zetel aan het open achterpoortje en daar zat ik te soezen met een sargie rond de beenen en naar de sterren te kijken en naar het verre gronk van de vliegers te luisteren en sigaretten te smoren,

D1:       <d>>D>e 2 laatste nachten konden wij niet meer slapen, er stond een zetel aan het open achterpoortje en daar zat ik te soezen met een sargie rond de beenen en naar de sterren te kijken en naar het verre gronk van de vliegers te luisteren en sigaretten te smoren,

D1a:     De <- 2> laatste nachten konden wij niet meer slapen <,>>.> <- er stond een zetel> <a>>A>an het open achterpoortje <en daar zat ik>>lag ik maar in een zetel> te soezen met een <sargie>>{sargie/deken}> rond de beenen <+ ,> en naar de sterren te kijken en naar het verre gronk van de vliegers te luisteren en sigaretten te <smoren>>roken>,

D2:       De laatste nachten konden wij niet meer slapen <.>>,> <Aan het open achterpoortje lag ik maar in een zetel te soezen>>meestal lag ik in een zetel te soezen aan het open achterpoortje> met een <{sargie/deken}>>deken> rond de be<-e>nen, <en>>om> naar de sterren te kijken en <- naar> het verre gronk van de vliegers te luisteren en sigaretten te smoren <,>>->

 

TSa:     binnen te komen en naar den <toktoktok tók>>toktoktok-tòk> van den <E>>e>ngelschen post te luisteren <- ,> en om kwart voor <twaalf>>I2>, tarara­boem,

D1a:     binnen te komen en naar de<-n> <toktoktok-tòk>>turletut> van de<-n> engelschen post te luisteren en <om kwart voor I2>>net iets voor middernacht>, tararaboem,

D2:       binnen te <komen>>lopen> en naar de turletut van de <engelschen>>Engelse> post te luisteren <+ .> <e>>E>n <iets>>even> voor middernacht, tararaboem,

 

TSa:     als er een bloote vrouw onthuld werd of de koning s<i=t>ierf enzoovoort maar niet als er 40 mijnwerkers onder den grond bedolven zaten,

D1a:     als <- er een bloote vrouw onthuld werd of> de koning stierf <enzoovoort>>of zo> <- maar niet als er 40 mijnwerkers onder den grond bedolven zaten,>

 

TSa:     en dat ons toen misselijk maakte, maar dat nu na <vier>>4> jaar mijn hart deed om en weer springen tot in mijn keel: onze troepen hebben de <B>>b>elgische grens overschreden.

D1a:     en dat ons toen misselijk maakte, maar dat nu na <4>>vier> jaar mijn hart deed <om en weer springen>>opspringen> tot in mijn keel: onze troepen hebben de <b>>B>elgische grens overschreden.

D2:       <- en dat ons toen misselijk maakte>, maar dat nu na vier jaar mijn hart deed opspringen tot in mijn keel: onze troepen hebben de Belgische grens overschreden.

 

D1a:     Mijn vrouw die mij <afgelost had>>had afgelost> om naar de vliegers te luisteren en sigaretten te <smoren>>roken>,

 

TSa:     te hebben gesloten, hoe onvoorzichtig terwijl de <D>>d>uitschers nog altijd voorbijre­den, staat die camion met gewonden daar nog vroeg ik, neen die is weg zei ze, en ik keek haar aan,

D1a:     te hebben gesloten <,>>-> hoe onvoorzichtig <+ ,> terwijl de duitschers nog altijd voorbijreden <,>>.> <s>>S>taat die camion met gewonden daar nog <+ ?> vroeg ik <,>>.> <n>>N>een die is weg zei ze <,>>.> <e>>E>n ik keek haar aan,

D2:       te hebben <+ af>gesloten - hoe onvoorzichtig, terwijl de <duitschers>>Duitsers> nog altijd voorbijreden. Staat die camion met gewonden daar nog? vroeg ik. Nee<-n> die is weg <+ ,> zei ze. En ik keek haar aan,

 

D1a:     over <haar>>het> hoofd en mijn overjas <- die> <- met den kraag overeind stond> over haar schouders <+ met de kraag overeind>.

D2:       over het hoofd en mijn overjas <- over haar schouders> met de kraag overeind <+ rond de schouders>.

 

TSa:     <G>>g>ij zijt precies een <R>>r>us zei ik,

D1:       <g>>G>ij zijt precies een rus zei ik,

D1a:     Gij zijt <precies>>net> een rus <+ ,> zei ik,

D2:       <Gij>>Ge> zijt net een <r>>R>us, zei ik <- ,>

 

D1a:     naar de<-n> tararaboem en ze zei <+ :>

 

TSa:     ik zou wel kunnen schreien <L>>l>ouis jongen ik zou wel kunnen schreien, maar

D1a:     ik zou wel kunnen <+ ,> <schreien>>huilen> <+ ,> louis jongen <+ ,> ik zou wel kunnen <schreien>>huilen> <,>>.> <m>>M>aar

D2:       ik zou wel kunnen <- ,> huilen, <l>>L>ouis jongen, ik zou wel kunnen huilen. Maar

 

TSa:     daar <- ,> zei mijn vrouw, en inderdaad wij hoorden hen in gesloten gelederen opstappen,

D1a:     daar <+ !> zei mijn vrouw, en inderdaad wij hoorden hen <in gesloten gelederen>> met gespijkerde schoenen> opstappen,

D2:       daar! zei mijn vrouw, en inderdaad <wij>>we> hoorden hen met gespijkerde schoenen opstappen,

 

TSa:     hoorden we <+ ,> zeer vaag <- ,> want de wind kwam van den anderen kant, den beiaard spelen.

D1a:     hoorden we, zeer vaag want de wind kwam van den anderen kant, de<-n> beiaard spelen.

D2:       hoorden we, zeer vaag want de wind kwam van de<-n> andere<-n> kant, de beiaard spelen.

 

D1:       En wat was dat? <p>>P>recies gejoel. En ondertusschen

D1a:     En wat was dat? <Precies>>Het leek> gejoel. En ondertusschen

D2:       En wat was dat? <H>>h>et leek gejoel. En ondertuss<-ch>en

 

D1a:     voorbijmarcheerden, er was <letterlijk>>werkelijk> te veel te hooren en te zien,

D2:       voorbijmar<ch>>sj>eerden, er was werkelijk <te veel>>teveel> te ho<-o>ren en te zien,

 

TSa:     <D>>d>uitschers, ze liepen in <twee>>2> rijen dicht tegen de huizen en we trokken ons diep terug in het portaal en hielden onzen adem in.

D1a:     duitschers <- ,> ze liepen in <2>>twee> rijen dicht <tegen>>naast> de huizen en we trokken ons diep terug in het <portaal>>deurgat> en hielden <onzen>>de> adem in.

D2:       <duitschers>>Duitsers> <+ -> ze liepen in twee rijen dicht naast de huizen en we trokken ons diep <terug in het deurgat>>in de schaduw> en hielden de adem in.

 

p.89-90

TSa:     <V>>v>orwarts riepen ze. <E>>e>n meneerken <B>>b>rys,

D1:       <vorwarts>>Vorwärts> riepen ze. <e>>E>n meneerken brys,

D1a:     Vorwärts <+,> riepen ze. En meneerke<-n> brys,

D2:       <Vorwärts>>Vorwarts>, riepen ze. En meneerke <b>>B>rys,

 

D1a:     maar nu met den oorlog ten onder was gekomen en <eindjes>>peukjes> sigaret langs de straat ging rapen als <het niemand>>niemand het> zag,

D2:       <+ ,> maar nu met de<-n> oorlog ten onder was gekomen en peukjes sigaret <- langs de straat> ging rapen als niemand het zag,

 

D1a:     <,>>-> veronderstelden we, want in de duisternis was het een zwarte lap <;>>.> <e>>E>n <iets voorbij den abri>>wat verder> sloegen ze <de>>al> ruiten <uit>>stuk>

D2:       - veronderstelden we, want in de duisternis was het een zwarte lap. En wat verder sloegen ze al <+ de> ruiten stuk

 

TSa:     en stampten ze de deur in bij manke <C>>c>harlot die binst den anderen oorlog

D1a:     en stampten ze de deur <+ ,> <- in> <+ het was> bij <c>>C>harlot die binst de<-n> anderen oorlog

D2:       en stampten ze de deur <- , het was> bij manke Charlot <+ ,> die binst de andere<-n> oorlog

 

TSa:     een <z>>Z>warte was geweest, hoe rijmt men dat nu aaneen?

D1a:     een zwarte was geweest, hoe rijmt men dat <- nu> aaneen?

D2:       een zwarte was geweest, hoe rijmt men dat <aaneen>>saam>?

 

TSa:     hoort zei ik, en het was de <M>>m>arseillaise die men zong, dat zou wel <P>>p>rosken

D1a:     hoor<-t> zei ik, en het was de marseillaise die men zong, dat zou wel <prosken>> Proske>

D2:       <hoor>>luister> zei ik, en het was de <m>>M>arseillaise die men zong dat zou wel Proske

 

TSa:     <E>>e>n <D>>d>ingen <- ,> zei mijn vrouw. <D>>d>ingen <- ,> zei ik <- ,> waar zijn uw gedachten? <M>>m>en was hem over <veertien>>I4> dagen komen halen,

D1:       <e>>E>n dingen zei mijn vrouw. <d>>D>ingen zei ik waar zijn uw gedachten? <m>>M>en was hem over I4 dagen komen halen,

D1a:     En <dingen>>Dinges> <+ ,> zei mijn vrouw. Dinge<n>>s> <+ ,> waar zijn uw gedachten?<+ ...> Men was <hem>>Dinges> <- over> I4 dagen <+ geleden> komen halen,

D2:       En Dinges, zei mijn vrouw. Dinges, waar zijn uw gedachten? <+ vroeg ik>... <M>>m>en <was>>had> <Dinges>>hem> <I4>>veertien> dagen geleden <komen halen>>van zijn bed gehaald>,

 

TSa:     met oogen <zóó>>zòò> groot en een trillende onderlip, nadat ze rondgezocht had om iets <weg te steken>>te verbergen>, maar wat hadden wij nog om <weg te steken>> te verbergen>? of wat een boek hadden wij nog om te verbranden? geen enkel meer.

D1:       met oogen zòò groot en een trillende onderlip, nadat ze rondgezocht had om iets te verbergen, maar wat hadden wij nog om te verbergen? <o>>O>f wat een boek hadden wij nog om te verbranden? <g>>G>een enkel meer.

D2:       met o<-o>gen <zòò>>zó> groot en een trillende onderlip, nadat ze rondgezocht had om iets te verbergen, maar wat hadden <wij>>we> nog om te verbergen <?>>,> <Of>>of> wat een boek hadden <wij>>we> nog om te verbranden? Geen enkel meer.

 

D2:       <Enfants de la patrie>>Enfants de la patrie>...

 

D1a:     <vervroos>>vervroor>

 

D2:       <Formez vos bataillons>>Formez vos bataillons>...

 

D1a:     en wij staken groetend onze vuist <omhoog>>op> naar die jongens met een handgranaat in hun broeksband.

D1b:     en wij <staken groetend onze vuist op naar>>juichten hen toe> <+ ,> die jongens met een handgranaat in hun broeksband.

 

TSa:     I0 waren ze, maar dat belette ons toch niet om 's anderendaags <- 's morgens> naar de 990 andere die op de tanks van de <E>>e>ngelschen zaten, <óók>>òòk> onzen duim omhoog te steken.

D1a:     <I0>>tien> waren ze, maar dat belette ons toch niet om <'s anderendaags>>de volgende ochtend> naar de 990 andere die <- op de> <+ te wuiven en> tanks van de engelschen zaten, òòk onzen duim omhoog te steken.

D2:       tien waren ze, maar dat belette ons toch niet om de volgende ochtend <- naar> de 990 andere <+ toe te juichen> die <- te wuiven en> <+ op de> tanks van de <engelschen>> Engelsen> zaten <- , òòk onzen duim omhoog te steken>.

 

TSa:     deden het naar de <E>>e>ngelschen en naar de <A>>a>merikanen en naar de <K>>k>anadezen en <+ naar> de <S>>s>chotten en <+ naar> de jongens van de witte brigade, alhoewel ik er <veel>>verscheidene> bij zag

D2:       <deden het naar>>juichten> de <engelschen>>Engelsen> <+ toe> en <- naar> de <a>>A>meri-kanen en <- naar> de <k>>C>anadezen en <- naar> de <s>>S>chotten en <- naar> de jongens van de witte brigade <,>>-> alhoewel ik er verscheidene bij zag

 

TSa:     waren wij blind <.>>,> <H>>h>et was het <eerste>>Iste> uur.

D1a:     waren wij blind. Het was het <Iste>>eerste> uur.

D2:       waren <wij>>we> blind <.>>:> <H>>h>et was het eerste uur.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D1a:     [correcties in D1]

D1b:     [hele alinea wordt geschrapt]

 

VW:      het lokaal van [v. n. v.]]v.n.v.] kapotslaat

D1a:     het lokaal van <v. n. v.>>de Zwarten> <kapot>>stuk>slaat

 

D1a:     <2>>twee>

 

D1a:     dan <had men>>hadden ze> een schoon lokaal en nu <heeft men>>hebben ze>

 

D2:       <e>>E>n de <engelsche>>Engelse> deserteurs die overal <buitengehaald worden>>worden buitengehaald>, bij <f>>F>lorine en bij <e>>E>lise en bij pi en pa.

 

p.91

D2:       <m>>M>aar de dichters <- ,> die

 

D1a:     hebben geschreven, die weer <af>>aan>komen-op-hun-kousen

D2:       hebben geschreven <- ,> <die weer aankomen-op-hun-kousen>>komen weer voorzichtig aan op hun sokken> <+ ,>

 

D1a:     en god - god <bo>>bij>got - terwijl ze hun <gat>>gevoeg> <- afgekuischt> hebben <+ gedaan> op den schaamdoek van jezus-christus

D2:       en <g>>G>od - <g>>G>od bijgo<t>>d> - terwijl ze hun gevoeg hebben gedaan op de<-n> schaamdoek van <jezus-christus>>Christus> <+ .>

 

D1a:     [alinea wordt geschrapt]

 

TSa:     [handschrift, potlood:] Hoe vaak een stond verwijl ik niet in droomen

TSb:     [met rode inkt overschreven:] Hoe vaak een stond verwijl ik niet in droomen

D1:       [gedrukt in sierletters :] Hoe vaak een stond verwijl ik niet in droomen

 

D2:       <e>>E>n een man die met een stok gaat < , >> - > kwestie dat hij eens van een rijdende auto is gevallen < , >> - > en <- die> een straat <alom gaat>>om loopt> als hij mij ziet <af>>aan>komen <+ ,> want hij <peinst>>denkt> dat ik ook een dichter ben < - >> . > <e>>E>n dichters

 

D1a:     als het niet iets is <in het genre van>>als> hoeren <+ bijvoorbeeld>

D2:       als het niet iets is als <hoeren>>een hoer> bijvoorbeeld <+ .>

 

D2:       <e>>E>n dat ik verdriet heb omdat hij dat <peinst>>denkt> -

 

D1a:     niet dat de dichters zotten of iets in <den genre van hoeren>>als hoeren bijvoorbeeld> zijn - maar dat ik een dichter ben

D2:       niet dat <- de> dichters <- zotten of> iets <- in> <+ zijn> <als>>zoals> hoeren bijvoorbeeld <- zijn> - maar dat ik een dichter ben <+ .>