Le drapeau
VW, p.105-107

p.105

TSa:     <LE DRAPEAU>>le drapeau> [ gecentreerd]

D1:       <le drapeau>>LE DRAPEAU> [+ gecentreerd]

D2:       <LE DRAPEAU>>Le Drapeau> [- gecentreerd]

 

TSa:     kleine soldaten van het <B>>b>elgisch leger lieten met ons groote manoeuvers houden in het kamp van <B>>b>everloo

D1a:     <kleine soldaten>>soldaatjes> van het belgisch leger lieten met ons groote manoeuvers houden in het kamp van beverloo

D2:       soldaatjes van het <b>>B>elgisch leger lieten met ons gro<-o>te <manoeuvers>> legeroefeningen> houden in het kamp van <b>>B>everloo

 

TSa:     van <voor>>vòòr> den oorlog aan <D>>d>ingen vragen waar de vijand zat, en <D>>d>ingen keek zwijgend naar het exemplaar dat "stoemerik" zei en verder ging, en <D>>d>ingen

D1a:     van vòòr den oorlog aan <dingen>>Dinges> vragen waar de vijand zat, en <dingen>>Dinges> keek zwijgend naar het exemplaar dat "stoemerik" zei en verder ging, en <dingen>>Dinges>keerde zich naar ons

D2:       van <vòòr>>vóór> de<-n> oorlog aan Dinges vragen waar de vijand zat, en Dinges keek zwijgend naar het exemplaar dat "stoemerik" zei en verder ging <,>>.> <e>>E>n Dinges keerde zich <naar ons>>tot mij>

 

TSa:     <kon ik nu zeggen waar de vijand was? hij stond voor mij.>>hoe kon ik hem nu zeggen dat hij de vijand was?> <W>>w>ant uw vijand

D1:       hoe kon ik hem nu zeggen dat hij de vijand was? <w>>W>ant uw vijand

D1a:     hoe kon ik hem nu zeggen dat <hij>>HIJ> de vijand was? [+X] Want uw vijand

D2:       <h>>H>oe kon ik hem nu zeggen dat HIJ de vijand was? [X] Want uw vijand

TSa:     spreken kan en u van stoemerik verwijt, iemand die betaal<t=d> wordt door gansch het volk om eten te geven aan de soldaten

D1a:     <spreken kan>>spreekt> en u <- van> <stoemerik>>"stoemerik"> verwijt, < - iemand> die betaald wordt door gansch het volk om eten te geven aan de soldaten

D2:       spreekt en u "stoemerik"<verwijt>>noemt>, die betaald wordt <- door gansch het volk> om <+ behoorlijk> eten <- te geven> aan de soldaten <+ te geven>

 

D1a:     <- iemand> die het leven van zijn soldaten vergalt, <- iemand waar de soldaten van herademen als ze hooren zeggen dat hij gestorven is,> <iemand>>en> die... enfin <+,>die uw vijand is. En zooiets

D2:       die het leven van zijn soldaten vergalt <- ,> en die... enfin, die uw vijand is. En zo<-o>iets

 

TSa:     voor goed te beseffen als ge die <A>>a>merikaansche officieren

D2:       <voor goed>>voorgoed> te beseffen als ge die <a>>A>merikaansche officieren

 

D1a:     op café <- gaan en> zitten <- te> pokeren <,>>-> <bijzoover ik een>>gisteren nog een> ordonnans gezien <- heb> die op den schouder van zijn captain <toekte>>tikte>

D2:       op café zitten pokeren - gisteren <+ zag ik> nog een ordonnans <- gezien> die op de<-n> schouder van zijn captain tikte

 

TSa:     en zei <«>>:> he zeg <- ,> drinkt ge ook iets? <- ».> <I>>i>n zoo een leger zou ik ook cow-boy <- ,> och wat zeg ik <- ,> ook soldaat willen geweest zijn.

D1:       en zei: he zeg drinkt ge ook iets? <i>>I>n zoo een leger zou ik ook cow-boy och wat zeg ik ook soldaat willen geweest zijn.

D1a:     en zei: <he>>hé> zeg <+ ,> drinkt ge ook iets? In zo<-o> een leger <zou ik ook>>moet men graag> cow-boy och wat zeg ik <- ook> soldaat <willen geweest zijn>>zijn>.

D2:       en zei: <hé>>hè> zeg, drinkt ge ook iets? In zo een leger moet men graag <cow-boy>> cowboy> och wat zeg ik soldaat zijn.

 

D1a:     En dat was maar bij wijze van inleiding <- tot den dans>,

 

TSa:     wou eigenlijk schrijven over zoo een commandant van het <B>>b>elgisch leger, <M>>m>achin heette hij <- ,> of <C>>c>hose-là ik weet het niet juist meer maar als ge hem op den hoek van de rue <R=r>ue zult tegenkomen zult ge wel seffens zien wien ge voor u hebt.

D1a:     wou <- eigenlijk> schrijven over zo<-o> een commandant van het belgisch leger, <m>>M>achin <+ of zo> heette hij <- of chose-là> ik weet het niet juist meer <+,> maar als ge hem op den hoek van de rue <r>>R>ue <zult tegenkomen>>gaat ontmoeten> zult ge <wel seffens>>meteen wel> zien wie<-n> ge voor u hebt.

D2:       wou <+ eigenlijk> schrijven over zo een commandant van het <b>>B>elgisch leger, Machin of zo heette hij <+,> ik weet het niet juist meer, maar als ge hem <op den hoek van de rue Rue>>in de stad> <gaat>>zult> ontmoeten <zult>>gaat> ge meteen wel zien wie ge <voor>>vóór> u hebt.

 

D1a:     den <eenen>>ene> dag officier en treiterde dan de soldaten en hij was den anderen dag

D2:       de<-n> ene dag officier en treiterde dan de soldaten <+ .> en <- hij> was de<-n> andere<-n> dag

W2:      de ene dag officier en treiterde dan de soldaten [- .] en was de andere dag

 

D1a:     burgerkleeren om in <- de> hoedanigheid van <- den->broer-van-zijn-zuster in de fabriek van zijn zuster <de werkmenschen>>het werkvolk> te treiteren.

D2:       burgerkle<-e>ren om in hoedanigheid van broer-van-zijn-zuster in de fabriek van zijn zuster het werkvolk te treiteren.

 

TSa:     <H>>h>ij was rexist. <E>>e>n hij zei tegen een jongen uit de fabriek fabriek <- «> ik bemin u niet <- »> <+,> waarop die jongen <- hem> verbaasd <- aankeek en> antwoordde <- «> och dat is niet noodig<- ,> ge zult gij met mij toch niet mogen trouwen <- »>. <E>>e>n dan kwam <de>>een nog grootere> vijand <- in> het land <+ binnenvallen> dat hij <+ eerst> had helpen <onder den knie houden>> naar de klooten maken> en vaneigens <liep hij>>hij liep> wat hij loopen kon,

D1:       <h>>H>ij was rexist. <e>>E>n hij zei tegen een jongen uit de fabriek ik bemin u niet, waarop die jongen verbaasd antwoordde och dat is niet noodig ge zult gij met mij toch niet mogen trouwen. <e>>E>n dan kwam een nog grootere vijand het land binnenvallen dat hij eerst had helpen naar de klooten maken en vaneigens hij liep wat hij loopen kon,

D1a:     <- Hij was rexist. En hij zei tegen een jongen uit de fabriek ik bemin u niet, waarop die jongen verbaasd antwoordde och dat is niet noodig ge zult gij met mij toch niet mogen trouwen.> En dan kwam <een nog grootere>>de> vijand het land binnenvallen <- dat hij eerst had helpen naar de klooten maken> en vaneigens hij liep wat hij loopen kon,

D2:       En dan kwam de vijand het land binnenvallen en vaneigens hij liep wat hij lo<-o>pen kon,

 

p.105-106

TSa:     hij reed met zijn auto en zijn madame en zijn <twee>>2> jachthonden haast de <M>>m>iddellandsche <Z>>z>ee in.

D1a:     hij reed met zijn auto en zijn madame en zijn <- 2> jachthonden haast de middellandsche zee in.

D2:       hij reed met zijn <auto>>wagen> <- en zijn madame en zijn jachthonden> haast de <middellandsche zee>>Middellandse Zee> in.

 

p.106

D1a:     Maar in <- de> hoedanigheid

 

D1a:     <- den->broer-van-zijn-zuster kwam hij terug, zoo gauw <- als> het onweer over was,

D2:       broer-van-zijn-zuster kwam hij terug <- ,> <zoo gauw>>zohaast> het onweer over was,

 

TSa:     <D>>d>uitsche leger als hij daar niet was <- , meneer>? en hoe moest men de <j=k>oolmijn uitbaten waar hij aandeelen in had? <H>>h>ij kwam teru<f=g> in burgerskleeren

D1:       duitsche leger als hij daar niet was? <e>>E>n hoe moest men de koolmijn uitbaten waar hij aandeelen in had? <h>>H>ij kwam terug in burger<-s>kleeren

D2:       <duitsche>>Duitse> leger als hij daar niet was? <- En hoe moest men de koolmijn uitbaten waar hij aandeelen in had?> Hij kwam terug in burgerkle<-e>ren

 

TSa:     saboteeren zei hij <->>(> ik zou wel eens willen weten wat hij saboteerde, buiten den portemonnee van de kleine menschen <->>)>

D1a:     saboteeren zei hij (ik zou wel eens willen weten wat hij saboteerde, buiten den portemonnee van de kleine <menschen>>man>)

D2:       sabote<-e>ren zei hij (ik <zou>>wou> wel eens <- willen> weten wat hij saboteerde, buiten de<-n> portemonnee van de kleine man)

 

TSa:     in de ondergondsche beweging ging, of dat hij het was die dien aanslag op een <D>>d>uitschen trein heeft geleid, of die manifesten

D1a:     in de ondergondsche beweging ging, of dat hij het was die <dien>>de> aanslag op een duitschen trein <heeft geleid>>leidde>, of die manifesten

D2:       in de ondergonds<-ch>e beweging ging <- ,> of <- dat hij het was die> de aanslag op een <duitschen>>Duitse> trein leidde <- ,> of <- die> manifesten

 

TSa:     Wel neen <- .> <H>>h>et was integendeel hij die accoord kwam met <- de> kolenhandelaars-leden-van-<V.N.V.>>v. n. v.> en <D>>d>evlag en <R>>r>ex die vergunning kregen om met een camion naar de <W>>w>alen te rijden en de kolen van meneer <M>>m>achin op te laden, zoogezegd voor het rantsoen.

VW:      Wel neen het was integendeel hij die accoord kwam met kolenhandelaars-leden-van- [v. n. v.]]v.n.v.] en devlag en rex die vergunning kregen om met een camion naar de walen te rijden en de kolen van meneer machin op te laden, zoogezegd voor het rantsoen.

D1a:     <- Wel> <n>>N>een <+ ,> het was integendeel hij die accoord <kwam>>was> met <kolenhandelaars-leden-van-v. n. v. en devlag en rex>>kolenhandelaars en leden van pro-Duitse organisaties, om met <- die> vergunning <- kregen om met een camion> naar <de walen>>het Walenland> te rijden en <- de> kolen <- van meneer machin> op te laden <,>>-> zoogezegd voor <- het> rantsoen.

D2:       Neen, het was integendeel hij die <accoord>>akkoord> was met <- kolenhandelaars en> leden van pro-Duitse organisaties <- ,> om <- met> <+ kolenhandelaars> vergunning <+ te bezorgen> <- naar het Walenland te rijden en kolen op te laden -> zo<-o>gezegd <+ kolen> voor rantsoen <+ naar het Walenland te halen>.

 

TSa:     <H>>h>a dat was een mop, dat rantsoen. <E>>e>n kijk, den <eersten>>Isten> dag van de bevrijding <+...> of neen den <tweeden>>2den> <- dag,> want den <eersten>>Isten> dag was er nog vrees voor de <D>>d>uitschers die achter de <S>>s>chelde ingesloten zaten nog zouden kunnen doorbreken hebben <,>>...> den <tweeden>>2den> dag

D1:       <h>>H>a dat was een mop, dat rantsoen. <e>>E>n kijk, den Isten dag van de bevrijding... of neen den 2den want den Isten dag was er nog vrees voor de duitschers die achter de schelde ingesloten zaten nog zouden kunnen doorbreken hebben... <d>>D>en 2den dag

D1a:     <- Ha dat was een mop, dat rantsoen.> [+X] En <kijk>>zie>, den <Isten>>eerste> dag van de bevrijding <...>>-> of neen <+ ,> den <2den>>tweede> want den Isten dag was er nog vrees voor de <+ ingesloten> duitschers <- die achter de schelde ingesloten zaten> nog <zouden kunnen>>konden> doorbreken <- hebben> <...>>-> <D>>d>en 2den dag

D2:       [X] En zie, de<-n> eerste dag van de bevrijding - of neen, de<-n> tweede <+ dag,> want de<-n> <Isten>>eerste> <- dag> was er nog vrees voor <+,> <+ dat> de ingesloten <duitschers>>Duitsers> <- nog> konden doorbreken - de<-n> <2den>>tweede> dag

 

TSa:     zijn uniform van officier van het <B>>b>elgisch leger, hij reed met naphte van de <E>>e>ngelschen en de menschen langden hun mutsken af voor den commandant, die aan de poort ging staan van de kazerne

D1a:     <- zijn> uniform van officier van het belgisch leger, hij reed met <naphte>>benzine> van de engelschen en <de menschen>>het volk> langde<-n> <hun mutsken>>het petje> af <voor den commandant, die>>voor hem, terwijl hij> aan de poort <- ging staan van> de<+r> kazerne <+ stond> <+ ,>

D2:       uniform van officier van het <b>>B>elgisch leger, hij reed met benzine van de <engelschen>> Engelsen> <+ ,> en het volk langde het petje af voor hem <- ,> terwijl hij aan de poort der kazerne stond <- ,>

 

TSa:     waar men de <Z>>z>warten binnenbracht, en die aan een tafel zat en rapporten schreef en <F>>f>ransch sprak en niets deed dat nu eens nuttig was,

D1a:     waar men de zwarten binnenbracht <,>>.> <en die aan een tafel zat en>>Hij zat er aan een ontzagwekkend bureau en schreef> rapporten <- schreef> en <fransch sprak>> sprak fransch> en <niets deed>>deed niets> dat nu eens nuttig was <,>>->

D2:       waar men de zwarten binnenbracht. Hij zat er <aan>>achter> een ontzagwekkend bureau en schreef rapporten en sprak <fransch>>Frans> en deed niets dat <- nu eens> nuttig was -

 

TSa:     maar alles in de war bracht en dossiers deed verdwijnen en simpele <menschkens>> menschjes> niet liet loskomen en kolendieven-leden-van-<R>>r>ex op staanden voet ontsloeg.

D1a:     maar <+ bracht> alles in de war <- bracht> en <dossiers deed>>deed dossiers> verdwijnen <- en simpele menschjes niet liet loskomen> en <kolendieven-leden-van-rex>>leden van De Vlag> <- op staanden voet ontsloeg>.

D1b:     maar bracht alles in de war en deed dossiers verdwijnen en leden van De Vlag <+ op staanden voet ontsloeg>.

D2:       <maar>>hij> bracht <+ integendeel> alles in de war en deed dossiers verdwijnen en <+ liet> leden van De Vlag <op staanden voet ontsloeg>>onmiddellijk vrij>.

 

TSa:     <Z>>z>oodat het te erg werd <.>>,> <Z>>z>oodat <P>>p>rosken die het niet meer kon aanzien op hem toevloog en zei: <D>>d>evlag <D>>d>evlag weet ge wel wat dat beteekent <- ,> <D>>d>evlag?

D1:       <z>>Z>oodat het te erg werd, zoodat prosken die het niet meer kon aanzien op hem toevloog en zei: devlag devlag weet ge wel wat dat beteekent devlag?

D1a:     Zoodat het te erg werd, zo<-o>dat prosken <- die> het niet meer kon aanzien <+ en> op hem toevloog en zei: <devlag>>DeVlag> <d>>D>evlag <+ ,> weet ge wel wat dat beteekent <- devlag>?

D2:       Zo<-o>dat het te erg werd, zodat <prosken>>Proske> het niet meer kon aanzien en op hem <toevloog>>aanvloog> en zei: <- DeVlag Devlag,> weet ge wel wat dat <beteekent>>voor iets was,> <+ De Vlag>?

 

TSa:     een hooge officierenborst en hij keek <P>>p>rosken met vlammende oogen omver <+,> want het was <- nog> niet tot hem doorgedrongen dat de mentaliteit van de vereenigde legers een andere is dan de mentaliteit van het <B>>b>elgisch leger, het was alleen maar tot hem doorgedrongen dat hij zijn <briefkens>>briefjes> van I000 <+ zeer vlug> moest omwisselen in <briefkens>>briefjes> van 50 <+ of anders was gutt er mee weg>. <E>>e>n of hij nu wist wat <D>>d>evlag was? <D>>d>eflak <-,> zei hij, mais oui c'est le drapeau.

D1:       een hooge officierenborst en hij keek prosken met vlammende oogen omver, want het was niet tot hem doorgedrongen dat de mentaliteit van de vereenigde legers een andere is dan de mentaliteit van het belgisch leger, het was alleen maar tot hem doorgedrongen dat hij zijn briefjes van I000 zeer vlug moest omwisselen in briefjes van 50 of anders was gutt er mee weg. <e>>E>n of hij nu wist wat devlag was? <d>>D>eflak zei hij, mais oui c'est le drapeau.

D1a:     een hooge officierenborst en hij keek <+ op> prosken met vlammende oogen <om­ver>>neer>, <- want het was niet tot hem doorgedrongen dat de mentaliteit van de vereenigde legers een andere is dan de mentaliteit van het belgisch leger,> <+ - alhoewel hij het weeral niet was alhoewel het allemaal kon hem niet schelen,>[?] het was alleen maar tot hem doorgedrongen dat hij zijn briefjes van I000 zeer vlug moest omwisselen in briefjes van 50 of anders was <gutt>>{gutt/[xx xxxx xxxx]}> er mee weg. En of hij <- nu> wist wat <d>>D>evlag was? Defla<k>>g> <+,> zei hij, mais oui c'est le drapeau.

D1b:     een hooge officierenborst en hij keek op prosken met vlammende oogen neer, - alhoewel hij het weeral niet was <alhoewel het allemaal kon hem niet schelen,>>en het hem voordien geen zier schelen kon> [?] het was alleen maar tot hem doorgedrongen <+ , het kon hem alleen maar schelen>[?] dat hij zijn briefjes van I000 zeer vlug moest omwisselen in briefjes van 50 of anders was {gutt/[xx xxxx xxxx]} er mee weg. En of hij wist wat Devlag was? Deflag, zei hij, mais oui c'est le drapeau.

D2:       een ho<-o>ge officierenborst en <+ en antwoordde:> <- hij keek op prosken met vlammende oogen neer, - alhoewel hij het weeral niet was en het hem voordien geen zier schelen kon het was alleen maar tot hem doorgedrongen, het kon hem alleen maar schelen dat hij zijn briefjes van I000 zeer vlug moest omwisselen in briefjes van 50 of anders was {gutt/[xx xxxx xxxx]} er mee weg. En of hij wist wat Devlag was?> <Deflag>>TeFlak>, <- zei hij,> mais oui c'est le drapeau.

 

p.107

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1a:     en een mooigekleede maar-wat-oud-en-zuurwordende dame, die op den trein zit en in de <gazet>>krant> naar <- de> aankondigingen van <salle-de-vente's>> verkoopzalen> <kijkt>>uitkijkt> "verkoop van oude meubelen <- in het palais-des-beaux-arts>" en ze scheurt <het er>>de aankondiging> uit en verder staat er nog een <- aankondiging> en ze scheurt het <er weer>>ze eveneens> uit, en verder staat er NOG <- zoo> een <- aankondiging> <+waar ze overheen kijkt> <+ ,> en een werkman die naast haar zit en meegelezen heeft, zegt: madame daar <staat>>stond> er nog een <+ .>

D2:       <e>>E>n een mooigekle<-e>de <maar-wat-oud-en-zuurwordende>>maar reeds in puin vallende> dame <- ,> <die op den trein zit>>zit in de trein> en <+ kijkt> in de krant <- naar> <+ de> aankondigingen van verkoopzalen <- uitkijkt> <+ na> "verkoop van oude meubelen" <+ ,> en ze scheurt de aankondiging uit <+ ,> en <+ wat> verder staat er nog een en ze scheurt <- het> ze eveneens uit < , >> - > en verder staat er <NOG>>nog> een waar ze <overheen kijkt>>over heenkijkt>, en een werkman die naast haar zit en <meegelezen heeft>>meelas>, zegt: madame <+ ,> daar stond er nog een.

 

D1a:     en <onze jo die>>mijn zoontje Jo dat> 's morgens naar school gaat en op den <noen>> middag> komt er een snotneus binnen die zegt dat de juffrouw zegt <+ ,> dat <onze jo>> mijn zoon Jo> <moet>>niet> naar school <gaan>>is geweest> - en het gezicht van mijn vrouw die niet weet of ze dood gaat vallen ja dan neen <->>.> <m>>M>isschien <+ is hij> overreden - <- een klein manneken - onbekend -> misschien ligt hij in het hospitaal - misschien ligt hij in het doodenhuisje - en ik ga op zoek en het is niets <+ van dat alles> ik kom hem tegen en hij <heeft>>is> niet naar school geweest <+ zegt hij> omdat zijn schoenen hem te erg knelden <- zegt hij> - want hij weet dat ik hem geen nieuwe schoenen <KAN koopen>>koopen KAN>

D2:       en mijn zoontje Jo dat 's morgens naar school gaat en op de<-n> middag komt <- er> een <snotneus>> jongetje> binnen <die>>dat> zegt <+ :> dat de juffrouw zegt <- ,> dat mijn zoon Jo niet naar school is geweest <->>.> <e>>E>n het gezicht van mijn vrouw die niet weet of ze <dood gaat vallen>>gaat doodvallen> ja <dan>>of> neen <.>> -> <M>>m>isschien <- is hij> overreden <->>,> <misschien ligt hij in het hospitaal>>misschien door een vliegende bom getroffen> <->>,> misschien <- ligt hij> <+ al> in het do<-o>denhuisje <->>.> <e>>E>n ik ga op zoek en < het is niets van dat alles ik kom hem tegen en>>ontdek dat> hij <- is> <+ doodgewoon> niet naar school <geweest>>is gegaan> <- zegt hij> <+ -> omdat <zijn>>mijn> schoenen <hem te erg knelden>>mij pijn doen, zegt hij> <->>.> <w>>Want hij weet dat ik hem geen nieuwe schoenen ko<-o>pen <KAN>>KAN> <+ .>