Lof der boswell sisters
VW, p.95-96

p.95

TSa:     <LOF DER BOSWELL SISTERS>>lof der boswell sisters> [- gecentreerd]

D1:       <lof der boswell sisters>>LOF DER BOSWELL SISTERS> [+ gecentreerd]

D2:       <LOF DER BOSWELL SISTERS>>Lof der Bosswell Sisters> [- gecentreerd]

W2:       Lof der Bos[-s]well Sisters [- gecentreerd]

D2:       In die <droeve>>ellendige> dagen, ik had nog maar een stap naar de<-n> radio gedaan

 

TSa:     mijn vrouw zei al "zijt ge daar weer en is dat nu een tijd om naar muziek te luisteren" en dan antwoordde ik "het zijn de <B>>b>oswell sisters" net of zij iets <méér>>mèèr> waren dan muziek. Want,

D2:       mijn vrouw zei al <">>:> <- zijt ge daar weer en> is dat nu een tijd om naar muziek te luisteren <">>?> <e>>E>n dan antwoordde ik <">>:> het zijn de <b>>B>oswell <s>>S>isters <">>,> net of zij iets <mèèr>>méér> waren dan muziek. Want <- ,>

TSa:     lof der <B>>b>oswell sisters

D2:       lof der <b>>B>oswell <s>>S>isters

TSa:     den lof zingen van <B>>b>eethoven en <B>>b>ach waar iedereen mij van spreekt en waar men mij eens deed naar luisteren en dan vroeg "wat peinst gij er van" en dat ik dan met een benepen hart "niets" moest zeggen, want zij hadden geluisterd naar de zee en de wouden en <G>>g>od, en ik had niets gehoord dan de houtzagerij van <Van Neste>>gust van neste>.

D1a:     den lof zingen van beethoven en bach waar <iedereen>>men> mij van spreekt <- en waar men mij eens deed naar luisteren en dan vroeg "wat peinst gij er van" en dat ik dan met een benepen hart "niets" moest zeggen,> <+ en waar men> <- want zij hadden geluis­terd naar> de zee en de wouden en god <+ in hoort>, en ik had niets <+ deed dat mij alleen aan [?]><- gehoord dan>de houtzagerij van gust <- van> neste <+ deed denk­en>.

D2:       de<-n> lof zingen van <beethoven en bach>>Bach en Beethoven> waar men mij <van>>over> spreekt en waar men de zee en de wouden en <g>>G>od in hoort, <- en ik had niets> <- deed><+ doch> dat mij alleen aan de houtzagerij van <gust neste >>Gust Nest> <deed>>doet> denken.

 

D1a:     een nog <- veel> grooter dichter

D2:       een nog gro<-o>ter dichter

 

TSa:     den lof zingen van de jazz, ziel van de negers uit <Zuid-Amerika>>zuid-amerika> die zich in hun bloed herinneren dat hun voorouders onder de maan van <A>>a>frika den oorlog dansten, en die nu heimwee voelen om er bij dood te vallen. <J>>j>azz, ziel van onzen kapotten tijd,

D1:       den lof zingen van de jazz, ziel van de negers uit zuid-amerika die zich in hun bloed herinneren dat hun voorouders onder de maan van afrika den oorlog dansten, en die nu heimwee voelen om er bij dood te vallen. <j>>J>azz, ziel van onzen kapotten tijd,

D2:       de<-n> lof zingen van de jazz, <- ziel van de negers uit zuid-amerika die zich in hun bloed herinneren dat hun voorouders onder de maan van afrika den oorlog dansten, en die nu heimwee voelen om er bij dood te vallen. Jazz,> ziel van onze<-n> kapotte<-n> tijd,

 

D1a:     en wanhoop en misplaatste liefde voor allen die wij veel beter zouden kraken <;>>-> van onzen tijd <- dus> waarin wij,

D2:       en wanhoop <- en misplaatste liefde voor allen die wij veel beter zouden kraken> - van onze<-n> tijd waarin wij,

 

D1a:     maar waarin het geen ander geslacht dan het onze <- misschien> zou kunnen uithouden,

D2:       <maar>>doch> waarin <- het> geen ander geslacht dan het onze <+ het> zou kunnen uithouden,

 

TSa:     <A>>a>rmstrong

D2:       <a>>A>rmstrong

 

D1a:     Maar <+ ik ben geen> <- een> groot dichter <- ben ik niet>,

 

TSa:     , en ik ben <- ,> juist daarom <- ,> maar een <h=b>eetje bekend in onze straat, terwijl gij <- ,> <B>>b>oswell sisters <- ,> bekend zijt over heel de wereld.

D2:       <- ,> en <- ik> ben <- juist> daarom <+ ook juist> maar een beetje bekend in onze straat, terwijl gij <b>>B>oswell <s>>S>isters bekend zijt over heel de wereld.

 

D2:       in die <droeve>>ellendige> dagen naar de<-n> radio

 

D2:       mijn o<-o>ren

 

TSa:     o <B>>b>oswell sisters, dan was ik u haast dankbaar omdat ik leef in dezen tijd.

D2:       o <b>>B>oswell <s>>S>isters, dan was ik u haast dankbaar omdat ik leef in deze<-n> tijd.

 

TSa:     uw <« lady-o, lady-o, lady-o »>>lady-o lady-o lady-o> achter de storingen <- ,> en ik weet niet hoe

D1a:     uw <+"> lady-o lady-o <- lady-o> <+"> achter de storingen en ik weet niet hoe

D1b:     uw <-"> lady-o lady-o <-"> achter de storingen en ik weet niet hoe

D2:       uw <lady-o lady-o>>songs> achter de storingen en <- ik> weet niet hoe

 

TSa:     of de drukker zou eerst <Lady-o, Lady-o>>ladyo-ladyo> moeten zetten en er dan <Turletut, Turletut, Turletut> turletut turletut turletut> moeten overheen drukken.

D1a:     of <de drukker>>men zou> zou eerst ladyo-ladyo moeten zetten en er dan turletut turletut turletut <- moeten> overheen drukken.

D2:       of men zou <- zou> eerst <ladyo-ladyo>>zo een song> moeten <zetten>drukken> en er dan turletut turletut turletut < + moeten> <overheen>>over heen> drukken.

 

TSa:     dan kwam eens de <G>>g>estapo binnen <- ,> juist toen gij

D2:       dan kwam <- eens> de gestapo <+ eens> binnen <juist>>net> toen gij

 

p.95-96

D1:       en ze gingen weer buiten en ik werd wat bleek <als>>toen> ze weg waren en ik dacht "daar zal ik eens een roman over schrijven" maar

D1a:     en ze gingen weer buiten en ik werd wat bleek toen ze weg waren <+ ,> en <- ik> dacht "daar zal ik eens een roman over schrijven" <+ -> maar

D2:       en <- ze> gingen weer buiten <+ ,> en ik werd wat <bleek>>wit> toen ze weg waren <- ,> en dacht <">>:> daar zal ik eens een roman over schrijven <- "> <->>.> <m>>M>aar

 

TSa:     zoo belangloos geworden dat ik er niet eens <drie>>3> regeltjes

D2:       zo<-o> belangloos geworden dat ik er niet eens <3>>drie> regeltjes

 

TSa:     kunnen over schrijven, en over u <driehonderdduizend>>300.000>.

D2:       <kunnen>weten> over <+ te> schrijven, en over u <+ wel> 300.000.

 

TSa:   dan, daarna <- ,> - alhoewel de dagen even droef bleven <- ,> of misschien nog wat droever werden kwestie van die verwikkelingen en het onbegrip in <B>>b>elgië en in ­<G>>g>riekenland, en al die andere dingen die we zullen opkroppen <- tot de tijd van spreken gekomen is> - daarna dus, toen wij ruimer ademden en naar <H>>h>errijzend <N>>n>ederland luisterden, toen hoorde ik u terug <- ,>

D1a:   dan <- ,> daarna <+ ,><- - alhoewel de dagen even droef bleven of misschien nog wat droever werden kwestie van die verwikkelingen en het onbegrip in belgië en in griekenland, en al die andere dingen die we zullen opkroppen - daarna dus,> toen wij ruimer ademden en naar herrijzend nederland luisterden, toen hoorde ik u terug

D2:      an daarna, toen wij ruimer ademden en naar <h>>H>errijzend <n>>N>ederland luisterden, toen hoorde ik u terug

 

TSa:     o geliefde <- ,> geliefde <B>>b>oswell sisters <- ,> die mij meer waard zijt dan <B>>b>ach en <B>>b>eethoven.

D2:       o geliefde <- geliefde> <b>>B>oswell <s>>S>isters die mij meer waard zijt dan <b>>B>ach <en>>of> <b>>B>eethoven.

 

D2:       ho<-o>ren mag,

 

TSa:     een <weekblad>>boekje> dat gij <- waarschijnlijk> nooit lezen zult, maar waarvan ik hoop dat gij t<i=o>ch... wieweet <.>>...> <E>>e>n weet ge wat, ik zal het <+ zeer> gauw schrijven <- , zeer gauw,> en er dan mijn handen overleggen, zoodat

D2:       een boekje dat <gij>>ge> nooit lezen zult, maar waarvan ik hoop dat <gij>>ge> toch... wieweet... <e>>E>n weet ge wat, ik zal het zeer <gauw>>vlug> schrijven en er dan mijn handen <overleggen>>over heen leggen> <- ,> zo<-o>dat

 

TSa:     er trilde iets ginder zeer diep <- in mijn hart,> en mijn vrouw vroeg mij <«>>:> van wat zijn uw oogen zoo nat? <- »>

D1a:     er trilde iets ginder zeer diep <+ in mij> en mijn vrouw vroeg mij: van wat zijn uw oogen zoo nat?

D2:       er trilde <iets ginder>>ginder iets> zeer diep in mij <+ ,> en mijn vrouw vroeg <mij>>me>: van wat zijn uw o<-o>gen zo<-o> nat?

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

 

D2:       <e>>E>n het aandoenlijke geval van <3>>drie> oude mannetjes die <staan>>zitten> te ze<-e>veren <+,> en het <I>ene> oud mannetje vraagt <+:>

 

D1:       En de 2 andere die staan te knikken en te peinzen, en het wieweet misschien niet <- te> geloo­ven

D2:       En de <2>>twee> andere die <staan>>zitten> te knikken en <te peinzen>>na te denken>, en <- het> <wieweet>>wie weet> <+,> <+ het> misschien niet <+ eens> gelo<-o>ven <+ .>

 

D2:       <e>>E> ik vraag <mij>>me> af <+ ,> wat <VERMAKELIJKHEID>>'vermakelijkheid'> bete<-e>kent in het hoofd van een oud mannetje <+ .>