|
ge schrijft uw 'kleine oorlog' ZP: [tekstdeel ontbreekt]
TS: [romein]
TSb: [handschrift zetter:] cursief
D1: [cursief]
TSb: <g>>G>e schrijft uw 'kleine oorlog'
D1: <G>>g>e schrijft uw 'kleine oorlog'
D1a: <ge>>Ge> schrijft uw 'kleine oorlog'
D2: Ge schrijft uw <'kleine oorlog'>>Kleine Oorlog>
TSb: <g>>G>e zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt
D1: <G>>g>e zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt>
D1a: <ge>>Ge> zoudt liever een ander boek schrijven > <groot schoon woelig juist < ge zoudt >>grootser, dieper, mooier. Ge zoudt>
D1a: van de<-n> kleine<-n> man tegenover de<-n> <grooten>>grote> oorlog,
D2: <DE BIJBEL VAN DEN OORLOG>>DE BIJBEL VAN DE OORLOG>
D1a: <<>>.> <o>>O>p een andere<-n> dag wens<-ch>t ge echter
D2: . <Op een andere>>De volgende> dag wenst ge <- echter>
TSa: stuk te stampen op het vlak van uw <schrijtafel=schrijftafel> het is zeer plezierig zooiets maar ge zijt verplicht u den dag daarna
D1a: stuk te stampen <- op het vlak van uw schrijftafel> het is zeer plezierig zo<-o>iets <+ ,> maar ge zijt verplicht u de<-n> dag daarna
D2: stuk te stampen <+ -> het is <zeer plezierig>>opwindend> zoiets, maar ge zijt verplicht u <de dag daarna>>de volgende dag>
D1a: ko<-o>pen
D1: doet ge <tòch>>toch>
D1a: behoefte <>>.> <d>>D>e <-e>ene mens<-ch>
TSa: gij schrijft uw '<j=k>leine oorlog'
TSb: <g>>G>ij schrijft uw 'kleine oorlog' [+ cursief]
D1a: <gij>>Gij> schrijft uw 'kleine oorlog'
D2: Gij schrijft uw <'kleine oorlog'>>Kleine Oorlog> <+ .>
|
||