ge schrijft uw 'kleine oorlog'
VW, p.29

p.29

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TS:       [romein]

TSb:     [handschrift zetter:] cursief

D1:       [cursief]

 

TSb:     <g>>G>e schrijft uw 'kleine oorlog'

D1:       <G>>g>e schrijft uw 'kleine oorlog'

D1a:     <ge>>Ge> schrijft uw 'kleine oorlog'

D2:       Ge schrijft uw <'kleine oorlog'>>Kleine Oorlog>

 

TSb:     <g>>G>e zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt

D1:       <G>>g>e zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt>

D1a:     <ge>>Ge> zoudt liever een ander boek schrijven > <groot schoon woelig juist < ge zoudt >>grootser, dieper, mooier. Ge zoudt>

 

D1a:     van de<-n> kleine<-n> man tegenover de<-n> <grooten>>grote> oorlog,

 

D2:       <DE BIJBEL VAN DEN OORLOG>>DE BIJBEL VAN DE OORLOG>  

 

D1a:     <<>>.> <o>>O>p een andere<-n> dag wens<-ch>t ge echter

D2:       . <Op een andere>>De volgende> dag wenst ge <- echter>

 

TSa:     stuk te stampen op het vlak van uw <schrijtafel=schrijftafel> het is zeer plezierig zooiets maar ge zijt verplicht u den dag daarna

D1a:     stuk te stampen <- op het vlak van uw schrijftafel> het is zeer plezierig zo<-o>iets <+ ,> maar ge zijt verplicht u de<-n> dag daarna

D2:      stuk te stampen <+ -> het is <zeer plezierig>>opwindend> zoiets, maar ge zijt verplicht u <de dag daarna>>de volgende dag>

 

D1a:     ko<-o>pen

 

D1:       doet ge <tòch>>toch>

 

D1a:     behoefte <–>>.> <d>>D>e <-e>ene mens<-ch>

 

TSa:     gij schrijft uw '<j=k>leine oorlog'

TSb:     <g>>G>ij schrijft uw 'kleine oorlog' [+ cursief]

D1a:     <gij>>Gij> schrijft uw 'kleine oorlog'

D2:       Gij schrijft uw <'kleine oorlog'>>Kleine Oorlog> <+ .>