|
Objektief F-I-8 TSa: <OBJECTIEF F.I.8.>>objektief f.i.8> [- gecentreerd] D1: <objektief f.i.8>>OBJEKTIEF F-I-8> [+ gecentreerd] D1a: <OBJEKTIEF F-I-8>>Stalpaert van de Werbestelle> [gecentreerd] D2: Stalpaert van de Werbestelle [- gecentreerd]
TSa: in het station, <S>>s>talpaert-van-de-<W>>w>erbestelle die naar <G>>g>ent moet vervoerd worden en tusschen 6 gendarmen staat te wachten naar den trein <- ,> waar <- ,> waar? o gij smeerlap dit en dat <- ,> lappe lappe <- .> <B>>b>ravo. D1: in het station, stalpaert-van-de-werbestelle die naar gent moet vervoerd worden en tusschen 6 gendarmen staat te wachten naar den trein waar waar? <o>>O gij smeerlap dit en dat lappe lappe bravo. D1a: in het station, <stalpaert-van-de-werbestelle>>Stalpaert van de Werbestelle> die naar gent moet vervoerd worden <+ ,> en tusschen 6 gendarmen staat te wachten naar den trein <+ - het loopt als een lopend vuurtje rond:> waar waar? O gij smeerlap dit en dat lappe lappe bravo. <+ en klappe klappe en er teveel naast en dus klop erop [xxxx]>[?] D2: in het station, Stalpaert van de Werbestelle die naar <g>>G>ent <+ naar de gevangenis> moet <vervoerd>>overgebracht> worden, en tuss<-ch>en <6>>zes> gendarmen staat te wachten naar de<-n> trein - <+ en> het loopt als een lopend vuurt<-je> rond: waar waar? <O>>o> gij smeerlap dit en dat <+ ,> <lappe lappe>>geef hem daar een mep in het gelaat,> bravo. <- en klappe klappe en er teveel naast en dus klop erop [xxxx]>
D2: zeer ble<-e>ke lichtelo<-o>ze o<-o>gen
D2: kan <verlgd>>verlengd> worden,
D1a: een rood-blauw gezicht van er gisteren ook al op te <bonken>>slagen = meppen>. D2: een <rood-blauw>>roodblauw> gezicht van er gisteren ook al op te meppen.
D1a: een <kop>>hoofd> boven de anderen uit alsof hij de spil is van den paardjesmolen, <lappe>>mep>, en de spil wijkt naar achter, <lappe>>mep>, en de spil wijkt naar voor D2: een hoofd boven de anderen uit alsof hij de spil is van de<-n> paardjesmolen, mep, en de spil wijkt naar achter, mep, en de spil wijkt naar <voor>>vóór>
D1a: verderdraait en hem dinge<n>>s> toe<roept>>schreeuwt> waar men 4 lange jaren D2: <verderdraait>>verder draait> en hem dinge<s>>n> toeschreeuwt waar men <4>>vier> lange jaren
D1a: wacht tot na den oorlog! Stalpaert kijk <langs>>{langs/[xxxx]}> <+ ,> hier <+ ,> zegt de gendarm, D1b: wacht tot na den oorlog! Stalpaert kijk <{langs/[xxxx]}>>langs> <- ,> hier <,>>!> zegt de gendarm, D2: wacht tot na de<-n> oorlog! [+X] Stalpaert kijk langs hier! zegt de gendarm,
TSa: huilende <zéér>>zèèr>-bleeke <zéér>>zèèr>-gloeiende gezichten I schreiend en 3 nietszeggende gezichten. <A>>a>hoe D1: huilende zèèr-bleeke zèèr-gloeiende gezichten I schreiend en 3 nietszeggende gezichten. <a>>A>hoe D1a: huilende zèèr-bleeke zèèr-gloeiende gezichten <+ ,> <I>>een> schreiend en <3>> drie> nietszeggende gezichten. <Ahoe>>Awoert> D2: huilende <zèèr-bleeke>>bleke> <- zèèr->gloeiende gezichten, een schreiend en drie nietszeggende gezichten. Awoert <+ ,>
TSa: voor u en <- voor> uw madame van het trottoir moesten <D>>d>uitsch <H>>h>eil <H>>h>itler <Z>>z>ot <S>>s>adist <M>>m>enscheneter. D2: voor u en uw madame van het <trottoir>>gaanpad> moesten <+ ,> <duitsch>>Duits> heil <h>>H>itler zot sadist mens<-ch>eneter.
TSa: [-X] [- witregel] <S>>s>talpaert kijk langs daar zegt de gendarm, D1: <s>>S>talpaert kijk langs daar zegt de gendarm, D1a: Stalpaert kijk langs daar <+ !> zegt de gendarm,
TSa: afgeloopen pas op pas op daar is de trein van 7 uur <40>>45> voor <G>>g>ent. D1a: <af>>aan>geloopen <+ :> pas op pas op daar is de trein van 7 uur 45 voor gent. D2: aangelo<-o>pen: <pas op pas op>>opgepast> daar is de trein van 7 uur 45 voor <g>>G>ent.
D2: de<-n> paardjesmolen
TSa: den trein van 7 uur <40>>45> <+ voor gent> D2: de<-n> trein van 7 uur 45 <- voor gent>
D2: < , >> - > en al zoekend naar een le<-e>ge <coup>>coupee>
TSa: < - >> ( > men heeft zooveel van zitten als van staan < - >> ) > loopen ze de spil t. t. z. <S>>s>talpaert omver D1a: (men heeft zooveel van zitten als van staan) loopen ze de spil <- t. t. z.> stalpaert omver D2: <- (men heeft zooveel van zitten als van staan)> lo<-o>pen ze de spil <s>>S>talpaert omver <+ ,>
D2: zo<-o>dat het <dadelijk>>meteen> ophoudt met een paardjesmolen te zijn <- maar een zee wordt, een plas, iets dat op niets trekt.>
D1a: Stap in <+ !>
TSa: en <S>>s>talpaert stapt in en zoekt zicht met zijn nietsziende oogen een hoekje en gaat zitten alsof hij nog altijd <S>>s>talpaert-van-de-<W>>w>erbestelle is, alsof hij niet begrijpt dat <S>>s>talpaert-van-de-<W>>w>erbestelle een droom is <+ , een nachtmerrie,> D2: en <s>>S>talpaert stapt in en zoekt zicht met zijn <nietsziende>>nietsbegrijpende> o<-o>gen een hoekje en gaat zitten alsof hij nog altijd <stalpaert-van-de-werbestelle>>Stalpaert van de Werbestelle> is, alsof hij niet begrijpt dat <stalpaert-van-de-werbestelle>>Stalpaert van de Werbestelle> een droom is, een nachtmerrie <- ,>
p.112 D1a: Stalpaert sta recht <+ !>
D1a: voor het venster staan <,>>.> <ahoe>>Awoert> smeerlap, D2: voor het <venster>>treinraam> staan. Awoert smeerlap,
D2: zijn o<-o>gen
D1a: dat punt ginder, <- verdomd waar zou dat ergens zijn?> en <lijk>>zoals> D2: dat punt ginder < , >> . > <e>>E>n zoals
TSa: precies een <O>>o>nsheer, een <O>>o>nsheer van de duivelen. D1a: precies een <o>>O>nsheer, een <o>>O>nsheer van de duivelen. D2: <precies>>net> een <Onsheer>>Onzelieveheer>, een <Onsheer>>Onzelieveheer> van de duivelen.
D1a: En een meisje zegt <+ :> ik ga flauw vallen <+ -> maar ze doet het niet, <+ -> D2: En een meisje zegt: ik ga <flauw vallen>>flauwvallen> - maar ze doet het niet <- ,> -
D1a: in een hooge taal die hij niet gewend is: eindelijk eindelijk <+ is> rechvaardigheid <- is> geschied. D2: in een ho<-o>ge taal die hij niet gewend is: eindelijk eindelijk is rechvaardigheid geschied.
TSa: <E>>e>n de trein fluit en rijdt weg, de kaai aan spoor 2 is leeg en de kaai aan spoor 3 staat vol volk dat <+ naar brussel moet en dat> de wegrijdende trein voor <G>>g>ent nakijkt. D1: <e>>E>n de trein fluit en rijdt weg, de kaai aan spoor 2 is leeg en de kaai aan spoor 3 staat vol volk dat naar brussel moet en dat de wegrijdende trein voor gent nakijkt. D2: [+X] En de trein fluit en rijdt weg, de kaai aan spoor <2>>twee> is leeg en de kaai aan spoor <3>>drie> staat vol volk dat naar <b>>B>russel moet en <- dat> de wegrijdende trein voor <g>>G>ent nakijkt.
TSa: naar zijn zweetende hand en iemand haalt zijn uurwerk boven en kijkt <n>>[x]=n>aar ginder van waar de trein van 8 uur <+ en> I0 voor <B>>b>russel moet komen, en een meneer die op de <eerste>>Iste> rij gestaan heeft zegt: ik zie dat toch niet gaarne. D1a: naar zijn zweetende hand en iemand haalt zijn uurwerk boven en kijkt <naar ginder van>>uit> waar de trein van 8 uur <- en> I0 voor brussel moet komen, en een meneer die op de Iste rij gestaan heeft zegt: ik zie dat toch niet gaarne. D2: naar zijn zwe<-e>tende hand en iemand <- haalt zijn uurwerk boven en kijkt uit waar de treinvan 8 uur I0 voor brussel moet komen, en een meneer> die op de <Iste>>eerste> rij <+ daarstraks> <gestaan heeft>>heeft gestaan> <+ ,> zegt: ik zie dat toch niet <gaarne>>graag>.
ZP: [tekstdeel ontbreekt] TSa: [romein, volgende pagina] TSb: [handschrift zetter:] geen nwe bldz. D1: [cursief]
D1: [1 witregel] D2: [2 witregels]
D2: <s>>S>imonne en <l>>L>ucette die ook eens naar het bal van de <canadeezen>>Canadezen> gaan
D2: <- en> geen plaats <- hebben> om te zitten en zelfs geen plaats <- hebben> om wat te staan, en <het balkon dat vol zit>>overal zit het vol> met schoolmeisjes van <I4 en I5>>veertien en vijftien> jaar,
D1a: met heel hun <kont>>billen en [xxx xxx xxxx]> bloot, D2: met heel hun billen en <[xxx xxx xxxx]>>wat nog meer> bloot,
D2: oude <canadeezen>>Canadezen> jonge <canadeezen>>Canadezen> zatte <canadeezen>>Canadezen>
D1a: en<jette>>Jet> die een oude hoer is van rond de 60 jaar <heeft>>is> ook naar het bal geweest en heeft maar <I>>een> dans gemankeerd en dat kwam omdat ze eens naar de koer moest D2: en Jet die een <oude>>ouwe> hoer is van rond de <60>>zestig> <- jaar> is ook naar het bal geweest en heeft maar <een>>één> dans <gemankeerd>>overgeslagen> en dat kwam omdat ze eens naar de koer moest <+ .>
D2: <e>>E>n de kinderen
D2: van op de<-n> <camion>>vrachtwagen> laten leeglo<-o>pen,
D1a: of <+ er> den zak <- er> met vereende krachten af<smijten>>werpen>- D2: of er de<-n> zak met vereende krachten afwerpen-
D2: en gij die <zegt>>denkt>: wat moet er toch armoe<-de> zijn <+ !> - maar als ge <hen>>die kinderen> volgt
D1a: ziet ge <+ ,> dat ze de kolen bijeenvagen en gaan verkoopen D2: ziet ge, dat ze de kolen bijeenvagen en <+ ergens duur> gaan verko<-o>pen <+ .>
|
||