Piano te koop
VW, p. 82-85

p.82

TSa:     <PIANO TE KOOP>>piano te koop> [- gecentreerd]

D1:       <piano te koop>>PIANO TE KOOP> [+ gecentreerd]

D2:       <PIANO TE KOOP>>Piano te koop> [- gecentreerd]

D1a:     Wij kunnen ook nog onze piano verkoopen <+,> zei mijn vrouw,

D2:       Wij kunnen ook nog onze piano verko<-o>pen, zei mijn vrouw,

D2:       een andere<-n> kant

 

D2:       bete<-e>kende <,>>:> het e<-e>nige stuk

TSa:     mee kavelen; en ook <- ,> waarom het willen verzwijgen <- ,>

D1a:     mee <kavelen>>opkalefateren>; en ook <+ ,> waarom het willen verzwijgen <+ ,>

D2:       mee opkalefateren <;>.> <e>>E>n ook, waarom het willen verzwijgen,

 

D1a:     voor mijzelf beteekende, want ik hield er van om op de bank in den hof te zitten, of aan de open <voordeur>>straatdeur <- al kijkend naar de straat>, en naar

D2:       voor <mij>>me>zelf bete<-e>kende <,>>:> <- want> ik hield <er van>>ervan> om op de bank in <den hof>>het tuintje> te zitten <- ,> <- of aan de open straatdeur,> en naar

 

TSa:     al werd er maar <REGENDROPPEN DIE AAN UW VENSTER KLOPPEN>> regendroppen die aan uw venster kloppen [handschrift zetter in kantlijn:] curs.-> gespeeld; want

D1:       al werd er maar < regendroppen die aan uw venster kloppen [handschrift zetter in kantlijn:] curs.->>regendroppen die aan uw venster kloppen> gespeeld; want

D1a:     <+ ook>al werd er maar regendroppen die aan uw venster kloppen­ gespeeld <;>>.> <w>>W>ant

D2:       ook al werd <- er> maar regendroppen die aan uw venster kloppen gespeeld. Want

D1a:     de een<+e> houdt van een glas bier en de ander

D2:       de <een>>ene> houdt van een glas bier en de ander<+e>

D2:       <+ ,> en ik van de<-n> avond met <- de> druppelende

D1a:     <kartonnetje>>bordje>

D1a:     "piano te koop" en wij voelden <ons>>als> lijk

D2:       "piano te koop" en wij voelden <als>>ons> <lijk>>als>

D1a:     <kartonnetje>>bordje>

TSa:     te klein is zei ik <+,> alleen de bakker stapte binnen

D2:       te klein is <+,> zei ik <,>>.> <a>>A>lleen de bakker stapte binnen <+,>

D1a:     om ons een grooter <karton>>bordje> te <- gaan> maken,

D2:       om <- ons> een gro<-o>ter bordje te <+ beginnen> maken,

TSa:     met zijn lang dom gezicht, die piano zei hij <- ,>

D1a:     met zijn lang dom gezicht <,>>.> <d>>D>ie piano zei hij <+ ,>

D2:       met zijn lang dom gezicht. Die piano <+ ,> zei hij,

D1a:     Wij lieten <- ze> hem <+ die> zien en ik nam <- er> alvast het witte beeld <- van> weg dat er bovenop had gestaan, want wij konden geen zwart meubel hebben of ik moest er een wit beeld opzetten, ik was daar zot van, van wit en zwart, en verder bleven wij den bakker afwachtend aankijken.

D2:       Wij lieten hem die zien <- en ik nam alvast het witte beeld weg dat er bovenop had gestaan, want wij konden geen zwart meubel hebben of ik moest er een wit beeld opzetten, ik was daar zot van, van wit en zwart>, en <- verder> bleven <- wij> <den bakker>>hem> <+ verder> afwachtend aankijken.

TSa:     <- ,> het stond even idioot als altijd <.>>,> <N>>n>een <- ,> zei hij tenslotte <- ,>

D1a:     het stond even idioot als altijd <,>>.> <n>>N>een <+ ,> zei hij tenslotte <+ ,>

D2:       <+ ,> het stond even idioot als <altijd>>steeds>. Nee<-n>, zei hij tenslotte,

D2:       <25 centiemen>>een kwartje>

D2:       <dat>>die> <hadden>>hebben> ze in het café achter de<-n> hoek,

TSa:     verkoopen opperde mijn vrouw <:>>.> wij gingen er naar kijken,

D1:       verkoopen opperde mijn vrouw. <w>>W>ij gingen er naar kijken,

D1a:     verkoopen opperde mijn vrouw. Wij gingen <er naar>>naar die elektrische piano> kijken,

D2:       verko<-o>pen <+ ,> opperde mijn vrouw. <Wij>>We> gingen naar die ele<k>>c>trische piano kijken,

TSa:     <een>>en> ze speelde,

D1a:     met de toetsen die op en neer gingen zonder dat <- er> iemand <+ er> een vinger naar uitstak, het is precies toovenarij zei hij.

D2:       <met>>om> de toetsen die op en neer gingen zonder dat iemand <- er> een vinger naar <+ ze> uitstak, het is <precies>>net> to<-o>venarij <+ ,> zei hij.

D1a:     Ik koop ze <+,> zei hij. Hij vroeg den prijs niet <+,> hij zat er alleen mee in hoe hij ze ging thuiskrijgen.

D2:       Ik koop ze, zei hij. Hij vroeg de<-n> prijs niet, hij zat er alleen mee in hoe ze <ging>>zou> thuiskrijgen.

p.83

D1a:     Wij duwen ze op de kar en ik span <- er> mijn paard <in>>voor>

D1b:     Wij duwen ze op de kar en ik span mijn paard <voor>>in> <+!>

D2:       <Wij>>We> duwen ze op de kar en ik span mijn paard in <!>>,>

D1a:     geef ik <er>>mij> iets <- op>. Dat wou de bakker niet <,>>.> <i>>I>k zal <- er> iets <- op> geven <+ ,>

D2:       <geef ik mij iets>>betaal ik een rondje>. Dat wou de bakker niet. Ik zal <iets>>een rondje> geven,

D2:       <Zij>>Ze> gaven allebei <iets>>een> <+ ,> en toen gaf de bakker nog <iets>>een> en daarop de baas uit het café nog <iets>>een>,

D1:       <ten slotte>>tenslotte>

D2:       <wij>>we> allen met troebele o<-o>gen

TSa:     <Ramona gij zijt het schoonste meisje van de stad>>ramona gij zijt het mooiste meisje van de stad [handschrift zetter in kantlijn:] curs.->

D1:       <ramona gij zijt het mooiste meisje van de stad [handschrift zetter in kantlijn:] curs.->>ramona gij zijt het mooiste meisje van de stad>

D2:       hij gaf nog <iets>>een rondje>.

TSa:     een heel arm <bakkertje van voor den oorlog>>bakkertje-van-vòòr-den-oorlog> was geweest,

D2:       een heel arm <bakkertje-van-vòòr-den-oorlog>>bakkertje van vóór de oorlog> was geweest <- ,>

TSa:     en die den <eersten>>Isten> dag van den oorlog met <tien>>I0> brooden in een laken gewikkeld over de brug van den <Z>>z>warten <H>>h>oek wou, als de <D>>d>uitsche vliegers kwamen smijten. <E>>e>n zich zijn vader herrinerend begon de bakker te weenen,

D1:       en die den Isten dag van den oorlog met I0 brooden in een laken gewikkeld over de brug van den zwarten hoek wou, als de duitsche vliegers kwamen smijten. <e>>E>n zich zijn vader herrinerend begon de bakker te weenen,

D1a:     en die den Isten dag van den oorlog met I0 brooden in een laken gewikkeld over de brug van den zwarten hoek wou, <+ net> als de duitsche vliegers kwamen <smijten>>gooien>. En zich zijn vader herrinerend begon de bakker te weenen,

D2:       <- en die den Isten dag van den oorlog met I0 brooden in een laken gewikkeld over de brug van den zwarten hoek wou, net als de duitsche vliegers kwamen gooien> <+ maar in de bombardenmenten was gebleven> <.>>,> <E>>e>n zich zijn vader heinnerend begon <de bakker>>hij> te we<-e>nen,

D1a:     hij kan nu niet zien hoe ik geld verdien <+ ,>

D2:       hij kan nu niet <+ meer> zien <hoe ik geld>>wat geld ik> verdien,

 

TSa:     <- En> toen ging de <cafédeur>>deur van het café> open en kwam de vrouw van den bakker

D1:       <t>>T>oen ging de deur van het café open en kwam de vrouw van den bakker

D2:       Toen ging de deur van het café open en kwam de vrouw van de<-n> bakker

D1a:     hij bleef, staat ge daar weeral druppels van 35 frank te drinken <+,>

D2:       hij bleef <,>>.> <s>>S>taat ge daar weeral druppels van 35 frank te drinken,

TSa:     en zei ik ver<e=t>elde

D1a:     en zei <+:> ik vertelde

D2:       daar <juist>>net> <dat>>hoe> mijn vader nu niet meer <zien kan>>kan zien> hoe <wij effenaf niet meer weten wat met ons geld aan te vangen>>schromelijk veel geld wij verdienen>.

TSa:     <Zwijg>>zwijf=zwijg>

D1:       <z>>Z>wijg

D1a:     Zwijg <+,>

D1a:     En <+ ge>lijk zij dat zei viel de piano stil en zwegen wij en iedereen die in het café zat keek naar hen.

D2:       En <gelijk zij dat zei>>meteen> viel de piano stil en zwegen wij <- en iedereen die in het café zat keek naar hen>.

TSa:     stij<d=f>

 

D2:       to<-o>nen dat hij niet dronken was, ik weet wat ik zeg <+,> zei hij.

D1a:     antwoordde zij. En zij keek naar ons en legde uit dat iedereen nu <denkt>>dacht> dat de bakkers goud verdienen maar dat is niet waar<,>>:> na den oorlog

D2:       <+,> antwoordde zij. En <- zij keek naar ons en> <+ ze> legde <+ ons> uit <+,> dat iedereen nu dacht dat de bakkers goud <verdienen>>verdienden> <+,> maar dat is niet waar: na de<-n> oorlog

D2:       mens<-ch>en

 

D1a:     Hoezoo <+?> vroeg de baas uit het café, en hij vroeg

D2:       Hoezo<-o>? vroeg de baas uit het café <,>>.> <e>>E>n hij vroeg

D2:       zo<-o> slecht

 

D1a:     <+,> zei hij. Vaneigens dat er geen bloem in is antwoordde de bakker, juist maar

D2:       , zei hij. <Vaneigens dat>>Zeker zit> er geen bloem in <- is> <+,> <antwoordde>>zei> de bakker, <juist>>aleen> maar

 

TSa:     en <zelf bakt>>ge bakt zèlf>, dan zit er wel in hoe komt dat?

D1a:     en ge bakt zèlf, dan zit er wel in <+,> hoe komt dat?

TSa:     en zijn vrouw hield hem vast en <ze hebben zich elders een piano gekocht>>ze zijn dan toch maar ONZE piano komen <p=k>oopen>, <een>>deze> waar <ge>>ze> zelf <moet>>moeten> op spelen

D2:       en zijn vrouw <hield hem vast>>volgde hem> <+ ,> en ze zijn dan toch maar ONZE piano komen ko<-o>pen, deze waar ze zelf <moeten>>moesten> op spelen

 

TSa:     of zijn vrouw niet, maar ik zal er <- later> ons kleine <T>>t>hérèse toe dwingen van er op te spelen heeft hij gezegd.

D1a:     of zijn vrouw niet <,>>.> <m>>M>aar ik zal er ons kleine thérèse toe dwingen van er op te spelen <+ ,> heeft hij gezegd.

D2:       of zijn vrouw niet. Maar ik zal er <ons>>de> kleine <thérèse>>Mies> toe dwingen van er op te spelen, heeft hij gezegd.

p.84

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1:       [1 witregel]

D2:       [2 witregels]

D1a:     en de rijkemenschen die belgischgezind zijn en<- die> als de vliegers overkomen zeggen

D2:       <e>>E>n de <rijkemenschen>>rijke mensen> die <b>>B>elgischgezind zijn en als de vliegers overkomen zeggen <+:>

 

D1a:     zouden moeten <- over>komen en BOMMEN SMJTEN BOMMEN SMIJTEN <+ ->

D2:       <- zouden> moeten <- komen en> <BOMMEN SMIJTEN BOMMEN SMIJTEN>>BOMMEN GOOIEN BOMMEN GOOIEN> -

D1a:     zoodat het <arme>>werk> volk dat van <het>>de> <- elektriek>fabriek of van het goederenstation wil wegvluchten niet langs hun tuin <zou>>kan> komen en het gras vertrappen

D2:       zo<-o>dat het <werk volk>>werkvolk> dat van de fabriek<+en> of <- van> het <- goederen>station wil wegvluchten <+,> niet langs hun tuin <kan komen>>zou vluchten> en het gras vertrappen <+.>

D2:       <e>>E>n de arme mens<-ch>en die dat aan de <rijkemenschen>>rijke mensen> verwijten - zeer stil <+,>

 

D2:       zouden ho<-o>ren - of dat nu <belgischgezind-zijn>>Belgischgezind zijn> is?

 

D2:       Maar als ze kolen <aan het station gepakt>>van de spoorwegen gestolen> hebben <+,> verko<-o>pen ze die aan de rijkemens<-ch>en en zitten <zijzelf>>ze zelf> in de koude <+.>

 

D2:       <e>>E>n die <engelschgezind>>Engelsgezind> is kan van de <engelschen>>Engelsen> geen kwaad ho<-o>ren,

 

D1:       en swing is de schoonste dans, en de andere<-n> zeggen dat lafaards zijn

D2:       en swing is de schoonste dans <+ die er bestaat> <,>>-> en de andere<+n> zeggen dat <het>>de Engelsen> lafaards zijn

 

D2:       <+,> en swing is de onzedelijkste dans die <er kan bestaan>>bestaat> <+.>

 

D1a:     en de gestapo die binnen<komt>>valt> en mijn vrouw wegduwt en <de trappen van mijn hofken afkomt>>mijn tuintje komt indraaien[?]>

D2:       <e>>E>n de gestapo die binnenvalt en mijn vrouw <wegduwt>>in een hoek duwt> en mijn tuintje komt <indraaien[?]>>inrennen> <+,>

D2:       wat sche<-e>ve spruitplanten in de<-n> grond <aan het steken ben>>stop>,

 

TSa:     maar alleen om eens mijn paspoort te zien, terwijl ik dacht <[?] = dat het met mij> xxxxxxx<[?]=g>ebakken was en reeds de lappen op mijn kop gewaar werd

D1a:     maar alleen om eens mijn paspoort te zien <,>>-> terwijl ik dacht dat het met mij gebakken was <+,> en <+ ik> reeds de lappen op mijn kop gewaar werd

D2:       <maar alleen>>alleen maar> om <- eens> mijn <paspoort>>papieren> <te zien>>na te kijken> - terwijl ik dacht dat het <met mij gebakken was>>afgelopen was met mij>
<- ,> en ik <reeds>>al> de lappen op mijn kop gewaar werd <+.>

 

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

 

D2:       <e>>E>n de jeugd die tuss<-ch>en de<-n> bommenregen een nieuwe mode uitvindt <+,> <- en die> de haren laat groeien

 

D1:       maar hol en leeg is in haar gedachte<-n> - en de s. s. die in een danszaal binnenvalt en zich amuseert met den revolver in de vuist - gisteren zijn ze een huisje binnengevallen

VW:      maar hol en leeg is in haar gedachte - en de [s. s.]]s.s.] die in een danszaal binnenvalt en zich amuseert met den revolver in de vuist - gisteren zijn ze een huisje binnengevallen

D1a:     <- maar hol en leeg is in haar gedachte> - en de s. s. die in een danszaal binnenvalt en zich amuseert met den revolver in de vuist - gisteren zijn ze een huisje binnengevallen

D2:       - en de <s. s.>>S. S.> die <- in> een danszaal binnenvalt <en zich amuseert>>om> met de<-n> revolver in de vuist <+ de oorlogsjeugd de doodsangst op het lijf te jagen> <->>.> [+X] <g>>G>isteren <+ nog> <zijn ze>>is deze S. S.> een huisje binnengevallen

 

D1a:     en hebben ze de vrouw <aangepakt>>aangerand>

 

D1a:     en de spaarzame meubelkens in stukken geklopt, daarna bleek het dat ze zich mispakt hadden van huisje <+.>

D2:       en de spaarzame meubel<kens>>tjes> <in stukken geklopt>>stukgeslagen> <,>>.> <d>>D>aarna bleek <+,> <- het> dat ze zich <mispakt>>vergist> hadden van huisje.

 

D1a:     en <- gustaaf> bruyndonxs die mij vertelt dat hij geschreid <had>>heeft> als stalingrad gevallen <was>>is> <,>>:> nu zullen de bolchevisten komen <+,> zei hij met zijn holleke<-n> toegenepen van angst

D2:       en <bruyndonxs>>Bral> die mij <vertelt>>bekent> <dat>>hoe> hij geschreid heeft <als stalingrad gevallen is>>bij de val van Stalingrad>: nu zullen de <bolchevisten>> bolsjevisten> komen, <zei>>zegt> hij met zijn <holleke>>holletje> toege<+k>nepen van angst <+.>

 

p.85

D1a:     en boone's dochter die <zegde>>zegt> dat de russen berlijn gebombardeerd <hadden>> hebben> want bolchevisten zijn geen menschen,

D2:       <e>>E>n <b>>B>oone's dochter <- die> zegt dat de <r>>R>ussen <b>>B>erlijn gebombardeerd hebben <+,> want <bolchevisten>>bolsjevisten> zijn geen mens<-ch>en <,>>->

 

D1a:     de duitschers de russische steden<uitgemoord hadden>>hebben uitgemoord> DAT KAN IK NIET GELOOVEN <zei>>zegt> ze

D2:       de <duitschers>>Duitsers> de <r>>R>ussische steden <hebben uitgemoord>> uitgemoord hebben> <+?> <DAT KAN IK NIET GELOOVEN>>Dat kan ik niet geloven> <+,> zegt ze <+.>