Pseudo-hallucination
VW, p.40-42

p.40

TSa:     <PSEUDOHALLUCINATION>>pseudo-halluciantion> [- gecentreerd]

TSb:     pseudo-hallucination [handschrift zetter:] - kap. centreren

D1:       PSEUDO-HALLUCINATION [gecentreerd]

D1a:     <- PSEUDO-> <+ De> HALLUCINATION [gecentreerd]

D1b:     <- De> <HALLUCINATION>>Hallucinatie> [gecentreerd]

D2:       Hallucinatie [- gecentreerd]

 

TSa:   <H>>h>ebt ge al eens naar <V>>v>oncke gekeken <- ,> vroeg mij <D>> d>ingen <- ,> toen wij

TSb:     <h>>H>ebt ge al eens naar voncke gekeken vroeg mij dingen toen wij

D1a:    Hebt ge al eens naar <v>>V>oncke gekeken <+,> vroeg mij <dingen>>Dinges> toen wij

D2:       Hebt ge al eens naar Voncke gekeken, vroeg mij Dinges <+,> toen <wij>>we>

 

TSa:     <P>>p>oolsche

D1a:     <p>>P>oolsche

D2:       Pools<-ch>e

 

TSa:     Zeker <- ,> we werden allen mager <- ,>

D1a:     Zeker <+,> we werden allen mager <+,>

 

TSa:     maar lijk <V>>v>oncke <- ,> dat was niet meer om aan te zien.

D1a:     maar <lijk>>zoals> <v>>V>oncke <+,> dat was niet meer om aan te zien.

D2:     maar zoals <+ met> Voncke <dat was niet meer om aan te zien>>was dat niet meer om aanzien>.

 

TSa:     <Z>>z>ijn oogen werden grooter dan zijn hoofd <.>>,> <Z>>z>e zonken,

D1:       <z>>Z>ijn oogen werden grooter dan zijn hoofd, ze zonken,

D1a:     Zijn oogen werden gro<-o>ter dan zijn hoofd, ze zonken,

D2:       Zijn o<-o>gen werden groter dan zijn <hoofd>>kop>, ze zonken,

 

TSa:     <- ,>  lijk een blad op het water.

D1a:      <+ g>lijk een blad op het water.

D2:       <glijk>>gelijk> een blad op het water.

 

TSa:     in den hoek, op het stroo en de luizen die de <P>>p>olen

D1a:     in de<-n> hoek, op het stro<-o> en de luizen die de <p>>P>olen

 

TSa:    mijn <oogen>>hoofd> van dat <P>>p>oolsch weg <,>>want> buiten iets dat aan <Viva Amerika>>viva amerika> geleek verstond ik

D1a:  mijn hoofd van dat <poolsch>>Pools> weg <+ ,> want buiten iets dat aan <viva amerika>>Viva Amerika> geleek <verstond>>begreep> ik

D2:    mijn hoofd van dat Pools weg, want buiten iets dat <aan>>op> Viva Amerika geleek begreep ik

 

TSa:     <V>>v>oncke

D1a:     <v>>V>oncke

 

TSa:   hooger dan wij en staarde over ons heen weg <.>>,> <I>>i>k volgde zijn blik<- ,> en <- ik> had eerst het dwaas gedacht

D1a:    ho<-o>ger dan wij en staarde over ons heen weg, ik volgde zijn blik en had eerst <het>> de> dwaas gedacht<+e>

D2:    hoger dan wij en staarde over ons heen <- weg>, ik volgde zijn blik en had eerst de <dwaas>>dwaze> gedachte

 

D2:       <- achter>nakeek

 

D2:       sentimente<-e>le

 

TSa:  <- ,> hij staarde doodgewoon naar <K>>k>üchen 3 waar een <Duitsch>>duitsche> soldaat naast den <prikkeldraad>>pinnekensdraad>

D1a:  <+,> hij staarde doodgewoon naar <k>>K>üchen <3>>III> waar een <d>>D>uitsche soldaat naast <den pinnekensdraad>>het prikkeldraad>

D2:    , hij staarde <- doodgewoon> naar Küchen III waar een Duits<-ch>e soldaat naast het prikkeldraad

 

D1a:     zonder <- er> zelfs beschaamd <- om> te zijn schildwacht te moeten spelen.

<+ alsof het <iets eervols was = begerenswaardig>>

D1b:     zonder zelfs beschaamd te zijn schildwacht te moeten spelen.

alsof het <begerenswaardig>>een grote eer was om schildwacht te mogen zijn>

D2:    <+ , > <- zonder zelfs beschaamd te zijn schildwacht te moeten spelen> alsof het een grote eer was <- om> schildwacht te mogen zijn.

 

TSa:     <V>>v>oncke ko<[x]=n> dien schildwacht niet zien <- ,>

D1a:     <v>>V>oncke kon die<-n> schildwacht niet zien

 

TSa:     den volgenden avond <- ,> dat hij met zijn verzonken oogen

D1a:     de<-n> volgenden avond <dat>>waarin> hij met <- zijn> verzonken oogen

D2:       de volgende<-n> avond waarin hij met verzonken o<-o>gen

 

D1a:     <allemaal>>allen> op school <geleerd hadden>>hadden geleerd>

D2:       allen <+ nog> op school hadden geleerd

 

TSa:   en sedertdien nooit meer gezongen hadden, van kap ik mijn wilgen blokjes en van zeg kwezelken wilde gij dansen, iets waar geen kruim in zat lijk in het lied dat de meesten onder ons daar <tusschen>>achter> dien <- prikkel>draad zongen: volkeren der aarde, uw zonen <.>>...> <I>>i>n die schoolliedjes

D1a:   en sedertdien nooit meer gezongen <- hadden, van kap ik mijn wilgen blokjes en van zeg kwezelken wilde gij dansen, iets waar geen kruim in zat lijk in het lied dat de meesten onder ons daar achter dien draad zongen: volkeren der aarde, uw zonen>... in die schoolliedjes

D2:     <- en sedertdien nooit meer gezongen> <...>>-> in die schoolliedjes

 

TSa:   <- ,> maar als <V>>v>oncke het zong <- ,> <dedieu>>och godomme> <- ,> men zou er om hebben kunnen schreien lijk het belachelijk was.

D1a:  maar als <v>>V>oncke het zong och godomme men zou er om <hebben kunnen schreien>>gegriend hebben> <lijk>>gelijk> het belachelijk was.

D2:    maar als Voncke <het>>die> zong <+,> och god<+d>omme men zou er om gegriend hebben gelijk het belachelijk was.

 

D1a:     een valsc<-h>en gremel

D2:       een vals<-cen> <gremel>>lachje>

 

TSa:     iemand zei <- :> <V>>v>oncke man <- ,>

D1a:     iemand zei <+ :> <v>>V>oncke man <+,> 

D2:       <iemand>>ene> zei: Voncke man,

 

TSa:     te zeggen <- ,>

D1a:     te zeggen <+,>

 

p.40-41
D1a:     om eens met hem een <farce>>grap> uit te halen,

D2:       <+,> <- om> een met hem een grap uit te halen <,>>->

 

D1:       dat men in <B>>b>elgië als een farce aanziet:

D1a:  dat men in <b>>B>elgië als een <farce>>{farce/grap}> <aanziet>>{aanziet/ beschouwt}>:

D1b:     dat men in België als een {farce/grap} <{aanziet/ beschouwt}>>aanziet>:

D2:       dat men in België <- als> een <{farce/grap}>>grap> <aanziet>>meent te zijn>:

 

TSa:    den weg naar <N>>n>ieuwekerken vraagt <dan slaat hij de armen open>>dat hij dan de armen openslaat> lijk een windmolen

D1a:   de<-n> weg naar <n>>N>ieuwekerken vraagt <+,>  dat hij dan de armen openslaat lijk een windmolen

D2:   de weg naar Nieuwekerken vraagt, dat hij dan de armen openslaat <lijk>>als> een windmolen

 

TSa:     en <hij zendt u naar Woubrechtegen>>u naar woubrechteghem zendt>.

D1a:     en u naar <w>>W>oubrechteghem zendt.

 

TSa:     <V>>v>oncke

D1a:     <v>>V>oncke

 

D2:       <cabaret-avond>>cabaretavond>

 

TSa:     deed het <.>>,> <H>>h>ij stond  op een <driepikkel>>3pikkel>

D1a:     deed het, hij stond op een <3pikkel>>driepikkel>

D2:       deed het, hij <stond op een driepikkel>>ging op een bank staan>

 

TSa:     <kloppe-kloppe-klop>>kloppekloppeklop>

D2:       <kloppekloppeklop>>klopklopklop>

 

TSa:     <kloppe-kloppe-klop>>kloppeklop>

D2:       <kloppeklop>>klopklopklop>

 

TSa:     deed hij <.>>,> <Z>>z>e zegden

 

TSa:  zou zijn <- .> <E>>e>n hij <stepte>>sprong rond> <+ en stampte met zijn versleten soldatenschoenen op den houten vloer van de stube> <.>>,> <W>>w>ant hij kwam uit een dorp waar er al een cinema was en waar hij <+ dat> <- mogelijk> in een vergeelde film <+ mogelijk> eens had zien <steppen>>doen>.

D1a:   zou zijn en hij sprong rond  en stampte met zijn versleten soldatenschoenen op de<-n> houten vloer van de stube <- , want hij kwam uit een dorp waar er al een ciname was en waar dat hij in een vertgeelde film mogelijk eens had zien doen>.

D2:     zou zijn en hij sprong rond en stampte met zijn versleten soldatenschoenen op de<-n> houten vloer van de stube.

 

D2:       [+X] Ik kon

 

TSa:     in de latrines hangen om over den <prikkeldraad>>pinnekensdraad>

D1a:     in de latrines hangen om over den <+ het> <pinnekensdraad>>prikkeldraad>

D2:      <in de latrines>>van de latrineplaats> hangen <+ , > om over <- den> het prikkeldraad

 

D2:       En <op een keer>>wat later>,

 

TSa:     <V>>v>oncke was daar ook <.>>,> <H>>h>ij heesch zich

D1a:     <v>>V>oncke> was daar ook, hij hees<-ch> zich

 

D2:       om <er>>zich> ontmoedigd weer <af te komen>>te laten zakken>.

 

TSa:   Zoekt ge iets <- ,> vroeg ik. <R>>r>ood werd hij niet <- ,> maar hij mummelde wat

D1:       Zoekt ge iets vroeg ik. <r>>R>ood werd hij niet maar hij mummelde wat

D1a:     Zoekt ge iets <+ ?> vroeg ik. Rood werd hij niet maar <+ ,> hij mummelde wat

D2:       Zoekt ge iets? vroeg ik. <- Rood werd hij niet maar,> <h>>H>ij mummelde wat

 

TSa:     en wou ontsnappen <.>>,> <I>>i>k hield

 

TSa:  berucht waren <, en dat er ongelooflijk veel danszalen waren, meer dan in Brussel zelf>>want als men met hen in den vallenden zondagavond uit de danszaal wegging [xxxxxx] ze zelf u op het lijf gevlogen hebben>,

TSb:  berucht waren want als men met hen in den vallenden zondagavond uit de danszaal wegging <[xxxxxx]>>kwamen> ze zelf u op het lijf gevlogen <- hebben>,

D1a:  berucht waren <+ -> want als men met hen in den vallenden zondagavond uit de danszaal wegging <+ ,> kwamen ze zelf u op het lijf gevlogen <,>>->

D2:   berucht waren - want als men met hen in de<-n> vallende<-n> zondagavond uit de danszaal wegging, <kwamen ze zelf u op het lijf gevlogen,>>vlogen ze u zelf op het lijf> -

 

TSa:   en over het krankzinnigengesticht-voor-vrouwen dat er op een heuvel stond, en zonder overgang zei ik <- :>

D1a:   en over het krankzinnigengesticht-<-voor-vrouwen> dat er op een heuvel stond, en zonder overgang zei ik <+ :>

D2:    <- en over het krankzinnigengesticht- dat er op een heuvel stond> <,>>->  en zonder overgang zei ik:

 

D2:       o<-o>gen

 

TSa:   <- ,> zei hij <- .> <I>>i>k had het in mijn droom zoo duidelijk gezien <,>>:> er lag een <vijfde>>5de>

D1a:     <+,> zei hij <+,> ik had het in mijn droom zoo duidelijk gezien: er lag een <5de>> vijfde>

D2:       , zei hij, ik had het in mijn droom zo<-o> duidelijk gezien: er lag een vijfde

 

TSa:     eens kijken. <- Ik keek hem aan, en ja, wat kon ik zeggen?>

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1a:     <w>>W>ij stuurden een kaartje <->>:>

D2:       <Wij>>We> stuurden een kaartje:

 

D2:    <DOORSCHRAPPEN WAT NIET JUIST IS>>DOORSCHRAPPEN WAT NIET JUIST IS>

 

D1a:     wij kregen een kaartje terug <+,>

D2:       <wij>>we> kregen een kaartje terug,

 

D1a:     niets aan het huis kapot en de kleine kan lo<-o>pen <lijk>>als> een hert <+,>

D2:       niets aan het huis <kapot>>stuk> <+,> en de kleine <kan>>kon reeds> lopen als een hert,

 

D1:      in den hof al de porij uitgetrokken <+ .>

W1:      in den hof al de porij uitgetrokken [- .]

D1a:     in de<-n> <hof>>{hof/tuin}> al de <porij>>[xxxx xxxxxx]> uitgetrokken. <+ ->

D1b:    in de {hof / tuin} al de <[xxxx xxxxxx]>>prijplanten> uitgetrokken.-

D2:       in de <{hof/tuin}>>tuin> al de prijplanten <uitgetrokken>>verwoest>. <- ->

 

D1a:  <o>>O> <+,> zei iemand <+,> wat zullen wij <allemaal>>allen> veel te vertellen hebben

D2:       O <- ,> zei iemand, wat zullen <wij>>we> <- allen> veel te vertellen hebben

 

D1a:     de <v>>V>lucht <+ ,>

 

D2:       rond de be<-e>nen <+ alsof dat de nieuwe mode was,> en alle vrouwen

 

p.42

D1a:     en vielen haast omver van honger <->>.>

D2:       en vielen <haast omver>>soms om> van honger.

 

D1a:     <d>>D>an hebt gij niets van de <v>>V>lucht gezien als ge de<-n> derde<-n> dag

 

D1a:     <zegde>>zei> men

 

D1a:   die al de <porij>>prijplanten> uitgetrokken <- had> <+,> <benauwd>>bang> was

D2:       <+,> die al de prijplanten <uitgetrokken>>had verwoest>, bang was

 

D1a:     kapotte <kapoot>>kapote> en mijn baard en mijn zeer mager gezicht <->>.> <i>> I>k <gaf>>schonk> hem

 

D1a:     <+ "> DE<-N> KRIJGSGEVANGENE <+ "> <dien>>eenbeeldje dat> ik ginder

D2:       <"DE KRIJGSGEVANGENE">>'de krijgsgevangene'> een beeld<-je> dat ik ginder

 

D1a:     had gesnippeld <,>>.> <h>>H>ij sloeg <hem>>het> stuk

 

D1a:     zijn moe<-der> 

D2:       zijn moe<+der> <+ .>