Rechtvaardigheid
VW, p.99-101

p.99

TSa:     <RECHTVAARDIGHEID>>rechtvaardigheid> [- gecentreerd]

D1:       <rechtvaardigheid>>RECHTVAARDIGHEID> [+ gecentreerd]

D2:       <RECHTVAARDIGHEID>>Rechtvaardigheid> [- gecentreerd]

 

TSa:     die <P>>p>rosken altijd gekend hadden als een die liever dood viel

D1a:     <+ ,> die <prosken>>Proske> altijd gekend hadden als een die liever dood viel

D2:       , die Proske <altijd gekend hadden>>steeds hebben gekend> als <een>>ene> die liever <dood viel>>doodviel>

 

D1a:     <iest-of-wat>>iets of wat> wit toescheen, wij <- dus> hadden veel <plezier>>pret> aan hem beleefd.

 

TSa:     zei: <W>>w>at? <E>>e>n hij veerde recht en gaf zijn ontslag of sloeg den baas van de <D>> d>ingenfabriek in zijn gezicht of smeet zijn vrouw buiten.

D1a:     zei: wat? en hij veerde recht en gaf zijn ontslag of sloeg den <baas van de dingenfabriek>>fabrieksbaas> in <zijn>>{zijn/het}> gezicht of smeet zijn vrouw buiten.

D2:       zei: wat? en hij veerde recht en gaf zijn ontslag of sloeg de<-n> fabrieksbaas in <{zijn/het} >>het> <gezicht>>gelaat> of <smeet>>gooide> zijn vrouw <bui­ten>>op straat>.

 

D2:       <Vaneigens>>Vanzelfsprekend>

 

D1a:     niet zoo een subtiele<-n> geest

D2:       niet zo<-o> een subtiele geest

 

D1a:     <+ ,> en de weerzin welde zoo hevig in hem op

D2:       , en de weerzin welde zo<-o> hevig in hem op

 

TSa:    uit te drukken, hij moest er op kunnen bonken <- ,> hij. <I>>i>ederen zaterdagnoen sprong hij <- bij ons> binnen met een <briefken>>briefje> <- :> <« De Rede van Stalin »>>de rede van stalin> of <« De Deken van Canterbury over de Sovjet-Unie »>>de deken van canterbury over de sovjet-unie> of <« Vrij België »>>vrij belgië> of <« De Roode Ster »>>de roode ster>,

D1:      uit te drukken, hij moest er op kunnen bonken hij. <i>>I>ederen zaterdagnoen sprong hij binnen met een briefje de rede van stalin of de deken van canterbury over de sovjet-unie of vrij belgië of de roode ster,      

D1a:    uit te drukken, hij moest er op kunnen bonken <- hij>. Iederen zatedag<noen>> middag> sprong hij binnen met een briefje <+ ,> de rede van stalin <+ ,> of de deken van canterbury over de sovjet-unie <+ ,> of vrij belgië of de roode ster,

D2:       uit te drukken <,>>:> hij moest er <op kunnen>>kunnen op> bonken. Iedere<-n> zaterdagmiddag sprong hij binnen met een <briefje>>drukwerk>, de rede van <s>>S>talin, of de deken van <c>>C>anterbury over de <sovjet- unie>> Sovjet­unie>, of <vrij belgië>>Vrij België> of de <roode ster>>Rode Ster>,

 

TSa:     een nieuw orgaan opgericht <- .> <Hier Moscou Londen>>"hier moscou-londen"> en ik moest er den titel voor teekenen en hij legde mij uit "al den eenen kant een vuist en al den anderen kant twee opgerichte vingeren, en tusschen telefoondraden <+ een ster en> den titel <- »> ik zou het zelf teekenen maar ik heb er geen tijd voor <- , zei hij> <+">.

D1:       een nieuw orgaan opgericht "hier moscou-londen" en ik moest er den titel voor teekenen en hij legde mij uit "al den eenen kant een vuist en al den anderen kant twee opgerichte vingeren, en tusschen telefoondraden een ster en den titel ik zou het zelf teekenen maar ik heb er geen tijd voor <".>>.">

D1a:     een nieuw orgaan opgericht "hier moscou-londen" <en>>-> ik moest er den titel voor teekenen en hij legde mij uit <+:> "<al>>aan> den eenen kant een vuist en al den anderen kant twee opgerichte vingeren, en tusschen telefoondraden een ster <- en den titel> <+ ,> ik zou het zelf teekenen maar ik heb er geen tijd voor."

D2:       een nieuw orgaan opgericht "<hier moscou-londen>>Hier Moskou-Londen>" - ik <moest>> mocht> er de<-n> titel voor te<-e>kenen en hij legde mij uit <+ hoe hij het zag>: <-"> aan de<-n> <eenen>>ene> kant een vuist en <al>>aan> de<-n> andere<-n> kant twee <opgerichte>>gespreide> <vingeren>>vingers> <- ,> en <tusschen telefoondraden>>in het midden> <een ster>>de ster der Verenigde Volkeren> <,>>.> <i>>I>k zou het zelf te<-e>kenen maar ik heb er geen tijd voor <+ , zei hij>.<- ">     

 

TSa:     <E>>e>n als het geteekend was kwam hij er niet om, hij was het de eerste <veertien >>I4> dagen vergeten en de volgende <veertien>>I4> dagen zat hij al in den bak.

D1:       <e>E>n als het geteekend was kwam hij er niet om, hij was het de eerste I4 dagen verge­ten en de volgende I4 dagen zat hij al in den bak.

D1a:     En <als>>toen> het geteekend was <kwam>>daagde> hij <- er> niet <om>> meer op>, hij was het de eerste I4 dagen vergeten en de volgende I4 dagen zat hij al <in den bak>>opgesloten in de cel>.

D2:       <En>>Doch> toen het gete<-e>kend was daagde hij niet meer op, hij was het de eerste <I4>> veertien> dagen vergeten en de volgende <I4>>veertien> dagen zat hij al opgesloten in de cel.

 

TSa:     om tusschen ons herrie te schoppen en geen <duizend>>I000> <G>>g>estapo's konden hem dit beletten.

D2:       om tuss<-ch>en ons herrie te schoppen en geen <I000>>duizend> gestapo's konden hem dit beletten.

 

D2:       <- dan zou> zijn geest <+ zou> nog teruggekomen zijn om na de<-n> oorlog tuss<-ch>en ons op te ve<-e>ren en <na te roepen>>te schreeuwen>: wat?

 

D1a:     Daar liep hij dien <fameuzen morgen>>gedenkwaardige ochtend>, dat ze eindelijk

D2:       [+X] Daar liep hij die<-n> gedenkwaardige ochtend, <dat ze>>toen de Duitsers> eindelijk

 

D2:       onder de<-n> arm

 

D2:       het e<-e>ne been

 

TSa:     want de kazerne <-,> ginder op het <plein met de boomen rond>>plein-met-de-<h=b>oomen-rond> <-,> werd te klein lijk hij grooten kuisch hield <i=o>nder de <Z>>z>warten. <D>>d>och <-,>

D1:       want de kazerne ginder op het plein-met-de-boomen-rond werd te klein lijk hij grooten kuisch hield onder de zwarten. <d>>D>och

D1a:     want de kazerne ginder op het plein<- -met-de-boomen-rond>werd te klein <lijk>> zoals> hij gro<-o>ten kuisch hield onder de zwarten. Doch

D2:       want de kazerne ginder op het plein werd te klein zoals hij grote<-n> kuis<-ch> hield onder de zwarten. Doch

 

D2:       <stilaan terug>>terug stilaan> tijd te vinden om de<-n> zaterdagmiddag <+ even> <- bij mij> binnen te <springen>>wippen>

 

p.99-100

TSa:     <W>>w>ij <-,> de politieke gevangenen <- ...> zei hij <.>>,> <+ juist> <Z>>z>ooals hij vroeger gezegd had <-:> wij <-,> de mannen van de <K. P.>> k. p.> of de mannen van < Het Een Of Ander>>het-een-of-ander> waar hij <- juist> toevallig lid van was... <E>>e>n niets ging rechtvaardig in de wereld <- .> <Niets, niets, niets.>>niets niets niets,> <- En nu, dat O. F. zwijg mij er van, zei hij.> <E>>e>n hij keek neerslachtig rond naar mijn boeken die hier en daar op den grond lagen rond te zwerven. <D>>d>ingen <- ,> zei hij,

D1:       <w>>W>ij de politieke gevangenen zei hij, juist zooals hij vroeger gezegd had wij de mannen van de k. p. of de mannen van het-een-of-ander waar hij toevallig lid van was... en niets ging rechtvaardig in de wereld niets niets niets, en hij keek neerslachtig rond naar mijn boeken die hier en daar op den grond lagen rond te zwerven. <d>>D>ingen zei hij,

VW:      Wij de politieke gevangenen zei hij, juist zooals hij vroeger gezegd had wij de mannen van de [k. p.]]k.p.] of de mannen van het-een-of-ander waar hij toevallig lid van was... en niets ging rechtvaardig in de wereld niets niets niets, en hij keek neerslachtig rond naar mijn boeken die hier en daar op den grond lagen rond te zwerven. Dingen zei hij,

D1a:     Wij de politieke gevangenen zei hij <,>>.> <j>>J>uist zooals hij vroeger <gezegd had>>had gezegd> <+:> wij de mannen van <- de k. p. of de mannen van het-een-of-ander>>Dit of Dat,> waar hij toevallig lid van was... en niets ging rechtvaardig in de wereld niets niets niets, en hij keek neerslachtig rond naar mijn boeken die hier en daar op den grond lagen rond te zwerven. Dinge<n>>s> zei hij,

D2:       Wij de politieke gevangenen <+,> zei hij. Juist zo<-o>als hij vroeger had gezegd: wij de mannen van Dit of Dat <-,> waar hij toevallig lid van was... en niets ging rechtvaardig <- in de wereld> niets niets niets <- , en hij keek neerslachtig rond naar mijn boeken die hier en daar op den grond lagen rond te zwerven>. Dinges <+,> zei hij,

 

TSa:     ge weet wel <- ,> de groote baas van de <Dingen and Dingen-fabriek>>dingen-and-dingen-fabriek> waar wij in den tijd nog <gewerkt hebben>>de auto's geschilderd hebben>, dien heeft men losgelaten <+ om naar zwitserland te kunnen uitwijken>, en de kleine <fabriekswachtertjes>>vischjes> <- , die> blijven zitten.

D1a:     ge weet wel de groote baas van de dinge<n>>s>-and-dinge<n>>s>-fabriek <- waar wij in den tijd nog de auto's geschilderd hebben>, die<-n> heeft men losgelaten om naar zwitserland te kunnen uitwijken, en de kleine vischjes blijven zitten.

D2:       ge weet wel de groote baas van de <d>>D>inges-and-<d>>D>inges-fabriek, die heeft men losgelaten om naar <z>>Z>witserland te kunnen uitwijken, en de kleine vis<-ch>jes blijven zitten.

 

TSa:     nutteloos dat ik hem trachtte <- wijs te maken hoe heel die oorlog>... <H>>h>ij onderbrak <mij>>mijn aarzelend aanvangenden zin> met een onmogelijk te bepalen verdriet in de stem: en nu moeten wij onze wapens afgeven! zoodat

D1:       nutteloos dat ik hem trachtte... <h>>H>ij onderbrak mijn aarzelend aanvangenden zin met een onmogelijk te bepalen verdriet in de stem: en nu moeten wij onze wapens afgeven! <z>>Z>oodat

D1a:     nutteloos dat ik hem trachtte... Hij onderbrak mijn aarzelend aanvangenden zin met een onmogelijk te bepalen verdriet in de stem: en nu moeten wij onze wapens <afgeven>> inleveren>! Zoodat

D2:       nutteloos dat ik hem trachtte... <H>>h>ij onderbrak mijn aarzelend aanvangende<-n> zin met <+ iets waarbij hij> <- een> onmogelijk te bepalen verdriet in de stem <+ kreeg>: en nu moeten wij onze wapens inleveren! <Zoodat>>zodat>

 

D1a:     <langs>>aan> den eenen kant al die mannen loslaten die ik aangehouden heb <+,> en <langs>>aan> den anderen kant mij mijn wapens afpakken <;>>:> als ge soms eens in den avond langs <ons kanten>>mijn buurt> komt,

D2:       aan den <eenen>>ene> kant al die mannen loslaten die ik aangehouden heb, en aan de<-n> andere<-n> kant mij mijn wapens <afpakken>>afnemen> <:>>...> als ge soms eens in de<-n> avond langs <mijn>>onze> buurt komt,

 

D1a:     of ik er niet <- in> lig met een schot in <mijn>>de> buik.

 

TSa:     <E>>e>n almeteens sprong hij recht en was hij weg <.>>,> en wat er dan eigenlijk gebeurd is weet ik niet omdat ik het niet wil weten, maar <P>>p>rosken

D1:       <e>>E>n almeteens sprong hij recht en was hij weg, en wat er dan eigenlijk gebeurd is weet ik niet omdat ik het niet wil weten, maar prosken

D1a:     <- En almeteens sprong hij recht en was hij weg,> [+X] en wat er dan eigenlijk gebeurd is weet ik niet omdat ik het niet wil weten, maar <prosken>>Proske>

D2:       [X] <e>>E>n wat er dan <eigenlijk>>feitelijk> gebeurd is weet ik niet omdat ik het niet wil weten, maar Proske

 

TSa:     in den bak, omdat <- ,> zeggen ze <- ,> hij al <de fabriekswachtertjes>>die kleine visch> losgelaten heeft. <M>>m>aar <neen>>och>, <ook deze krijgen hem er niet onder>>prosken zal toch nooit met iets of iemand akkoord zijn>, den een of <- den> anderen <- zater>dag hoor ik weer de bel en is <Prosken>>hij> daar, lid van de <V. O. B. D. O. N. O. P. G.>>v. o. b. d. o. n. o. p. g.> <Vóór>>vòòr>­oorlogsche en <Binst-de-oorlogsche>>binstdeoorlogsche> en <N>>n>aoorlogsche politieke gevangenen.

D1:       in den bak, omdat zeggen ze hij al die kleine visch losgelaten heeft. <m>>M>aar och, prosken zal toch nooit met iets of iemand akkoord zijn, den een of anderen dag hoor ik weer de bel en is hij daar, lid van de v. o. b. d. o. n. o. p. g. vòòroorlogsche en binstdeoorlogsche en naoorlogsche politieke gevangenen.

VW:      in den bak, omdat zeggen ze hij al die kleine visch losgelaten heeft. Maar och, prosken zal toch nooit met iets of iemand akkoord zijn, den een of anderen dag hoor ik weer de bel en is hij daar, lid van de [v. o. b. d. o. n. o. p. g.]]v.o.b.d.o.n.o.p.g.] vòòr­oorlogsche en binstdeoor­logsche en naoorlogsche politieke gevangenen.

D1a:     in den bak, <- omdat zeggen ze hij al die kleine visch losgelaten heeft. Maar och, prosken zal toch nooit met iets of iemand akkoord zijn, den> een of anderen dag hoor ik weer de bel en is hij daar, lid van de v. <- o. b. d.> o. n. <- o.> p. g. <v>>V>òòroorlogsche en <- binstde>oorlogsche en naoorlogsche politieke gevangenen.

D2:       in de<-n> <bak>>nor> <,>>.> <e>>E>en of andere<-n> dag hoor ik <- weer> de <bel>>straatschel> en is hij daar, lid van de <v. o. n. p. g. >> V.O.N.P.G.> <+ -> <Vòòroorlogsche>>Vooroorlogse> <- en> <oorlogsche>> Oorlogse> en <naoorlogsche>>Naoorlogse> <p>>P>olitieke <g>>G>evangenen.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D1a:     [alinea's werden geschrapt]

 

D2:       <e>>E>n die dichters in de radio ho<-o>rend, over de<-n> duivel en zijn moer, <over god en zijn moer, en over kunst>>hun kunst en hun inspiratie en hun weet ik veel> - een mens<-ch>

 

W2:      [geinterviewd]]geïnterviewd]

 

D2:       met een <schijnheilig>>uitgestreken> gezicht zeggen: <dààr>>dáár> zou ik u toch niets kunnen over zeggen meneer <+ .>

 

p.101

D2:       <e>>E>n <j>>J>an die deze bladzijden <- eens> leest

 

D1a:     of er geen <hoofdletters>>komma> op mijn schrijfmachien <staan>>staat> - welja zeg ik - waarom <doet ge dat dan>>schrijft ge dan zonder?> vraagt hij

D2:       of er geen komma op mijn <schrijfmachien>>schrijfmachine> staat - welja zeg ik - waarom schrijft ge dan zonder? vraagt hij <+ .>