|
Roode nacht p. 43 D1: <roode nacht>>ROODE NACHT> [+ gecentreerd]
D1a: RO<-O>DE NACHT [gecentreerd]
D2: <RODE NACHT>>Rode nacht> [- gecentreerd]
TSa: dat de sirenen <+ nogmaals> loeiden <- , nogmaals,> en <- dat> mijn vrouw
TSa: zei <- «> pak gij den kleine alvast en loop den hof in, ik kom achterna met de sargie <- »,> -
D1a: zei pak gij de<-n> kleine alvast en loop de<-n> hof in, ik kom achterna met de sargie -
D2: zei <+:> pak gij de kleine alvast en loop de <hof>>tuin> in, ik kom achterna met <de sargie>>een deken> -
TSa: zeggen zou <- ,> - die nacht <- ,> o hou mijn schrijfmachien
D1a: zeggen zou - die nacht <+ ,> o hou mijn schrijfmachien
D2: zeggen zou - die nacht, o hou mijn schrijf<machien>>machine>
D1a: word <.>>...> Ik duwde hen in de<-n> put
D2: word... [+X] Ik duwde hen <in de put>>de put in>
TSa: <- ,> en zette mij te sterven.
TSa: de <eerste>>Iste> roode <parachute>>fusee>, ginder, een heelen eind achter de root werkmanshuizen <.>>,> <E>>e>n daar nog <een, zie, zie,>>I zie zie> en nog <een>>I>.
D1a: de <Iste>>eerste> roode fusee, ginder, een <heelen>>hele> eind achter de root werkmanshuizen, en daar nog <I>>een> <+ ,> zie zie <+,> en nog <I>>en>.
D2: de eerste ro<-o>de fusee, ginder, een hele eind achter de <root>>rij> werkmanshuizen, en daar nog een <- ,> zie zie <- ,> en nog <en>>een>.
TSa: afteekent <- ,> zei ik.
D2: afte<-e>kent <+,> zei ik.
TSa: <parachute's>>fusee's>
TSa: vlak boven ons huis en er achter en er <vóór>>vòòr> <.>>,> <W>>w>ij hadden
D1a: <- vlak> boven ons huis en er achter en er vòòr, wij hadden
D2: boven ons huis en er achter en er <vòòr>>voor>, wij hadden
TSa: en op den hoek hadden ze een bloedrood huis <- ,> en de root werkmanshuizen was een bloedroode root.
D1a: en op de<-n> hoek hadden ze een bloedrood huis en de root werkmanshuizen was een bloedroode root.
D2: <- en op de hoek hadden ze een bloedrood huis> en de <root>>rij> werkmanshuizen was een bloedro<-o>de <root>>rij>.
TSa: die men afteekent <- ,> vroeg mijn vrouw <.>>,> <E>>e>n mijn zoon die de echo is <«>>:> is het de spoorlijn pa? <- ».> <Ja>>ja> <- ,> zei ik <- .> <M>> m>aar ik hield ondertusschen mijn hart vast.
D1a: die men afte<-e>kent <+ ?> vroeg mijn vrouw, en mijn zoon die de echo is: is het de spoorlijn pa? <ja>>Ja> zei ik <maar>>en> ik hield ondertusschen mijn hart vast.
D2: die men aftekent? vroeg mijn vrouw, en mijn zoon die de echo is: is het de spoorlijn<+ ,> pa? Ja<+,> zei ik en <ik hield ondertusschen>>ondertussen hield ik> mijn hart vast.
TSa: de <Ophanger en zijn vrouw Mathilde met haar kinderen>>ophanger-en-zijn-vrouw en mathilde-met-haar-kinderen> en de <P>>p>rotestant en heel die armemenschenbuurt die geen kelder had <- ,>
D1a: <de ophanger>>Staf Spies>-en-zijn-vrouw en <m>>M>athilde-met-haar-kinderen en de protestant en heel die armemens<-ch>enbuurt die geen kelder had <+ ,>
D2: <Staf Spies-en-zijn-vrouw>>Staf Spies en zijn vrouw> en <Mathilde-met-haar-kinderen>> Mathilde met haar kinderen> en de protestant en heel die armemens<-ch>enbuurt die geen kelder had,
TSa: <- ,> naast ons <- ,>
TSa: <D>>d>e <O>>o>phanger
D1: <d>>D>e ophanger
D1a: <De ophanger>>Staf Spies>
D2: Staf Spies <+ ,>
TSa: smoort en commentaar geeft 'zie dit en hoor dàt' keek en zei niets. <- Niets.>
D1a: <smoort>>rookt> en commentaar geeft 'zie dit en hoor' keek en zei niets.
D2: rookt en commentaar geeft 'zie dit en hoor <dàt>>dat>' <+ ,> keek en zei niets.
TSa: <- Hij hield zijn hart vast, net als ik.> <H>>h>ij hield met een roode hand <- ,> een roode sigaret vast
D1: <h>>H>ij hield met een roode hand een roode sigaret vast
D1a: Hij hield met een ro<-o>de hand een ro<-o>de sigaret vast
TSa: het trillen van zijn <handen>>vingeren>
D1a: het trillen <van zijn>>zijner> vingeren
TSa: verwonderde mij er over dat men zegt dat men in zulke oogenblikken heel zijn leven overziet <.>>,> <I>>i>k dacht alleen maar dat het met ons gebakken was <.>>:><I>>i>ets
D1a: <- verwonderde mij er over dat men zegt dat men in zulke oogenblikken heel zijn leven overziet, ik dacht alleen maar> dat het met ons gebakken was <:>>,> iets
D2: <+ dacht toen> dat het met ons gebakken was, iets
TSa: altijd gezegd heb in mijn leven, als die plank van onder mij wegschoot <- ,> en als
D1a: <- altijd> <gezegd heb in mijn leven>>{gezegd heb in mijn leven/ook al eens vroeger had gedacht[?]}>, <als>>toen> die plank van onder mij wegschoot en <+ hoog op [xx xxxxx], en toen> <- als>
D2: <{gezegd heb in mijn leven/ook al eens vroeger had gedacht[?]}>>ook al eens vroeger had gedacht>, toen die plank van onder mij wegschoot hoog op <[xx xxxxx]>>de steiger> <- ,> en toen
TSa: in de fabriek van <D>>d>ingen de naphtelamp ontplofte <- ,> maar
D1a: in de fabriek <- van dingen> de naphtelamp ontplofte <,>>.> <m>>M>aar
D2: in de fabriek <de>>die> naphtelamp ontplofte. Maar
TSa: geen belang <.>>,> <I>>i>k wierp mij in den put en stak mijn hoofd ook
D1a: geen belang, ik wierp mij in de<-n> put en <stak>>stopte> <mijn>>het> hoofd
<- ook>
TSa: de sargie en hoorde mijn jongen zeggen: en verlos ons van den kwade <- ,> amen.
D2: de <sargie>>deken> en hoorde mijn <jongen>>zoontje> zeggen: en verlos ons van de<-n> kwade amen.
TSa: zoo lang duurde <.>>,> <W>>w>aarom smijten ze dan niet effenaf <- ,> zei ze.
D1a: zoo lang duurde, waarom <smijten>>gooien> ze dan niet <effenaf>>gewoon> <+,> zei ze.
D2: zo<-o> lang duurde, waarom gooien ze dan niet gewoon, zei ze.
p.43-44 D1a: Ja dat was het, <smijten>>gooien> en sterven, maar
TSa: dien heelen rooden nacht <dóór>>dòòr> zitten sterven.
D1a: die<-n> <heelen rooden>>hele rode> nacht dòòr zitten sterven.
D2: die hele rode nacht <dòòr>>dóór> zitten sterven.
D1a: de<-n> put
TSa: het brandde ginder <- . > <- Ze hadden juist één brandbom gesmeten> op het rangeerstation en wij
D2: het brandde ginder op het rangeerstation en <wij>>we>
D1a: hooren <smijten>>gooien>.
D2: ho<-o>ren gooien.
TSa: <- ,> maar ginder
D2: <+ , > maar ginder
D1a: <+g>lijk hij altijd is,
D2: <glijk>>gelijk> hij <altijd>>steeds> is,
TSa: stil <.>>,> <Z>>z>oo stil dat ge plots <- ,> ginder ik weet niet waar <- ,> de bommen hoordet vallen.
D1a: stil, <+ was het, [?]> zo<-o> stil dat ge plots <+ ,> ginder ik weet niet waar <+ ,> de bommen hoorde<-t> vallen.
D2: stil, <- was het, [?]> zo stil dat ge plots, ginder ik weet niet waar, de bommen hoorde vallen.
TSa: <D>>d>e <Ophanger en zijn vrouw>>ophanger-en-zijn-vrouw> <- ,> en <Mathilde en haar kinderen>>mathilde-met-haar-kinderen> <- ,>
D1: <d>>D>e ophanger-en-zijn-vrouw en mathilde-met-haar-kinderen
D1a: <De ophanger>>Staf Spies>-en-zijn-vrouw en <m>>M>athilde-met-haar-kinderen
D2: <Staf Spies-en-zijn-vrouw>>Staf Spies en zijn vrouw> en <Mathilde-met-haar-kinderen>>Mathilde en haar kinderen>
TSa: en heel de root die <+ naast ons> in de keldering <- naast ons>
D2: en heel de <root>>buurt> die naast ons in de keldering
D2: kwam<-en> boven en kakelde<-n> tegen <elkander>>elkaar> op.
TSa: op <K>>k>ortrijk <- ,> zei de <O>>o>phanger
D2: op <k>>K>ortrijk <+ ,> zei <de ophanger>>Staf Spies>
TSa: <W>>w>aar <- ,> vroeg <M>>m>athilde die het nochtans <even goed gehoord had>>duidelijk verstaan had> <.>>,> <Op>>op> <K>>k>ortrijk <- ,>
D1: <w>>W>aar vroeg mathilde die het nochtans duidelijk verstaan had, op kortrijk
D1a: Waar <+ ?> vroeg mathilde <die het nochtans duidelijk verstaan>>zomaar zoveel[?] ze het toch begrepen> had <,>>.> <op>>Op> <k>>K>ortrijk <+ ,>
D2: Waar? vroeg <m>>M>athilde zomaar <zoveel[?]>>terwijl> ze het toch <begrepen>>gehoord> had. Op Kortrijk,
TSa: herhaalde hij <.>>,> <E>>e>n
D2: herhaalde hij <- ,> en
TSa: aan <K>>k>ortrijk <- ,> aan iemand dien ik kende <- ,> <D>>d>ingen, <+ dingen> die met mij <- in Duitschland> krijgsgevangen had gezeten <- ,>
D1a: aan <k>>K>ortrijk <+ ,> aan iemand dien ik kende <+ ,> <dingen>>Dinges>, <dingen>>Dinges> die met mij krijgsgevangen had gezeten
D2: aan Kortrijk, aan <- iemand dien ik kende, Dinges,> Dinges die met mij krijgsgevangen had gezeten
TSa: een <+ heel> plezierigen brief
D1a: een heel <plezierigen>>olijke> brief
TSa: en die mij geantwoord had dat hij lam was <- ,>
D1a: en die mij geantwoord had dat hij lam was <+ ,>
D2: en <- die> mij geantwoord had dat hij lam was,
TSa: zijn beenen <.>>,> <E>>e>n ik
D2: <zijn>>de> be<-e>nen, en ik
D1a: hoe hij <+ met dat nikkel> de<-n> put zou <ingeloopen hebben>>zijn ingelopen>.
D2: hoe hij met dat nikkel de put zou zijn ingelopen.
TSa: <T>>t>oen de menschen die het veld waren opgevlucht, en ginder nog meer ansgt hadden uitgestaan <- ,>
D1: <t>>T>oen de menschen die het veld waren opgevlucht, en ginder nog meer ansgt hadden uitgestaan
D1a: [+X] Toen <de menschen>>het volk> <die>>{die/dat}> het veld <waren>> was> <op>>in>gevlucht, <+ -> en ginder nog meer angst had<-den> uitgestaan <+ ,>
D2: [X] Toen het volk <{die/dat}>>dat> het veld was ingevlucht <- ,> - en ginder nog meer angst had uitgestaan,
D1a: er waren parachutisten beneden gekomen <+ ,> zegden ze fluisterend, <+ ->
D2: er waren <+ daar> parachutisten <beneden gekomen>>gedaald>, zegden ze fluisterend <- ,> -
TSa: de <O>>o>phanger
D1a: <de ophanger>>Staf Spies>
TSa: <De wereld, uitgenomen Kortrijk.>>want de wereld van den ophanger is die root werkmanshuizen en kortrijk behoort daar niet meer toe, dat is een andere wereld.> [- X] <E>>e>en lange rij van pits<lichtekens>>lichtjes>
D1: <w>>W>ant de wereld van den ophanger is die root werkmanshuizen en kortrijk behoort daar niet meer toe, dat is een andere wereld.<e>>E>en lange rij van pitslichtjes
D1a: Want de wereld van <den ophanger>>Staf Spies> is die root werkmanshuizen en <k>>K>ortrijk behoort daar niet meer toe, dat is een andere wereld. Een lange rij van pitslichtjes <+ ]>[?]
D2: Want de wereld van Staf Spies is die <root>>rij> werkmanshuizen en Kortrijk behoort daar niet meer toe, dat is een andere wereld. Een lange rij van pitslichtjes <- ]>[?]
TSa: doorheen de <hoven>>hofjes> in den rooden nacht die weer een zwarte nacht geworden was <.>>,> <A>>a>lleen ginder
D1a: doorheen de <hofjes>>tuintjes> in den rooden nacht die weer een zwarte nacht geworden was <,>>.> <a>>A>lleen ginder
D2: door<-heen> de tuintjes in de<-n> <rooden>>rode> nacht die weer een zwarte nacht <geworden was>>was geworden>. Alleen ginder
ZP: [tekstdeel ontbreekt]
TSa: [romein, op volgende pagina]
TSb: [handschrift zetter:] geen nwe bldz.
D1: [cursief]
D1: [1 witregel]
D2: [2 witregels]
D1a: <e>>E>n in een hoop volk dat door de duitschers te erembodeghem <bijeengebracht werd>> werd bijeengebracht> <werd>>was> gemitrailleerd -
D2: En in een hoop volk dat door de <duitschers>>Duitsers> <- te erembodeghem> <werd bijeengebracht>> was bijeen gebracht> <was>>werd> gemitrailleerd <->>,>
D1a: <I>>ene> die zich een sekonde te vroeg had laten vallen en tusschen die dooden lag zonder te durven bewegen,
D2: ene die zich <een>>één> sekonde te vroeg <had laten>>liet> vallen <en tusschen die dooden lag>>lag er uren tussen de doden> zonder te durven bewegen <,>>->
D1a: kroop er 's <avonds-met-den-donkeren van>>in het donker in de avond[?]> tusschenuit
D2: <kroop er 's in het donker in de avond[?] tusschenuit>>'s avonds in het duister kroop hij er tussenuit>
D1: een beirput hangen, juist met zijn kopken boven <+.> VW: een beirput hangen, juist met zijn kopken boven [- .]
D1a: een <beirput>>aalput> hangen, juist met zijn kopke<-n> boven.
D2: <een aalput hangen>>de aalput verbergen>, <juist>>alleen> met zijn kop<-ke> boven.
D1a: en <j>>J>aspers
D1b: [hele alinea wordt geschrapt]
p.45
D1a: te naaste week zal gedaan zijn<+ ,> <en>>krijgt> in den zondagavond ruzie <- krijgt>
D2: <te naaste week>>volgende week> zal gedaan zijn, krijgt in de<-n> zondagavond ruzie
D1a: die hij vraagt om <haar>>die> op den dorpel de ass<-ch>e wat uit te kloppen <+ ->
D2: <+ ,> <die>>waarvan> hij vraagt om die op <den dorpel>>de stoep> de asse <- wat> uit te kloppen -
D1a: madame lammens klopt <- er> de ass<-ch>e + <+ uit, plus> <per malheur>>bij ongeluk> al den tabak <+ ,> <- uit>
D2: madame <l>>L>ammens klopt de asse <- +> uit, plus bij ongeluk <al den tabak>>het restje tabak>,
D1a: en haar man staat recht en slaat zijn pijp <kapot>>in woede stuk> en madame lammens krijgt een krak in haar kop en is dood
D1b: en haar man staat recht en slaat zijn pijp <in woede stuk>>kapot> en madame lammens krijgt een krak in haar kop en is dood
D2: en haar man staat <+ woedend> recht en slaat zijn pijp kapot <+ , > en madame <l>>L>ammens krijgt een krak in haar kop en is dood <+ .>
D1a: <e>>E>n de broer
D2: <s>>S>paarzaamheidstraat is naar <duitschland>>Duitsland>
D1a: met <- zijn vrouw>, een duitsche <+ vrouw>,
D2: met <+ een vrouw>, een <duitsche>>Duitse> <- vrouw>,
D1a: en hij mag van <haar>>die Duitse vrouw> niet meer terug <+ ,> want ze loopt op haar laatste dagen voor een kind <+ ,> en ze zegt
D2: en hij mag van die Duitse vrouw niet meer terug, <- want ze loopt op haar laatste dagen voor een kind, en> ze zegt
D1a: in duitschland slecht is <,>>-> het regiem <allà>>en zo> -
D2: in <duitschland>>Duitschland> slecht is <->>,> het regiem en zo -
D1a: want ze zit daar <+ in de Spaarzaamheidstraat> midden anti-duitschgezinden
D2: want ze zit daar in de Spaarzaamheidstraat midden anti-<duitschgezinden>>Duitsgezinden> <+ .>
|
||