Self-defense
VW, p.119-121

p.119

TSa:       <SELF-DEFENSE>>self-defense> [- gecentreerd]

D1:       <self-defense>>SELF-DEFENSE> [+ gecentreerd]

D2:       <SELF-DEFENSE>>Self-defense> [- gecentreerd]

 

TSa:    <vroeger>>in dit boek> « ik » zegde dan was dat zoomaar een manier

D1a:    in dit boek « ik » zegde <+ ,> dan was dat zoomaar een manier

D2:      in dit boek <+ steeds maar> <« ik »>>'ik'> zegde <- ,> dan was dat zo<-o>maar een manier

 

TSa:   dat « ik » beteekende veel meer <« gij »>>gij> < , >> - > <+ gij arme kleine vertrapte gehoonde bespuwde en met beloften gepaaide man die niet den moed had of te dom waart om recht te staan en <kus>>kis=kus> mijn klooten te schreeuwen in de paleizen waar men een met goud en brokaat omhangen god aanbidt en op de knieen ligt voor generalen en hoeren en koningen en ministers van state die veel dekoraties rond hun pens moeten hangen om de aandacht weg te wenden van hun leege hoofden, en voor die dichters en schilders en dokters en professoren en romanschrijvers die al deze hoeren en ministers van state gevleid hebben en gezegd: lees mijn boeken zie er is geen onrecht of geen armoede - gij arme kleine gehoonde en om den tuin geleide man die met mij en met dit boek lacht want toont het u zooals ge zijt en er staat ergens iets in van kit - haha - en die hooren zeggen hebt dat ik een slechte schrijver ben> laat mij het nu eens over den <kleinen oorlog-schrijver>>kleinen-oorlog-schrijver-zelf> hebben

D1a:   dat « ik » beteekende veel meer gij - gij arme kleine vertrapte gehoonde bespuwde en met beloften gepaaide man <+ ,> die niet den moed had of te dom waart om recht te staan <- en kus mijn klooten te schreeuwen in de paleizen waar men een met goud en brokaat omhangen god aanbidt en op de knieen ligt voor generalen en hoeren en koningen en ministers van state die veel dekoraties rond hun pens moeten hangen om de aandacht weg te wenden van hun leege hoofden, en voor die dichters en schilders en dokters en professoren en romanschrijvers die al deze hoeren en ministers van state gevleid hebben en gezegd: lees mijn boeken zie er is geen onrecht of geen armoede - gij arme kleine gehoonde en om den tuin geleide man die> <+ en> met mij en <- met> dit boek lacht want toont het u zooals ge zijt en er staat ergens <iets in van kit>>een lelijk woord in,> - haha <->>.> <- en die hooren zeggen hebt dat ik een slechte schrijver ben> <laat mij het nu eens over den kleinen-oorlog-schrijver-zelf hebben>>Doch laat het mij nu eens voor een keer over mezelf hebben>

D2:     <dat « ik »>>het> bete<-e>kende veel meer <gij>>'gij'> - gij arme kleine vertrapte gehoonde bespuwde en met beloften gepaaide man, die niet de<-n> moed had of te dom waart om recht te staan <+ ,> en met mij en dit boek lacht want toont het u zo<-o>als ge zijt en er staat ergens een lelijk woord in, <- -> haha. Doch laat het mij nu eens voor een <+ zeldzame> keer over mezelf hebben

 

TSa:    < - >>(> <T>>t>olstojewski heeft toch gezegd dat een moderne mensch slechts over zich zelf spreken <kan>>j=kan> < - >>)> die aan den uitgever <- van dit blad> zou willen <vragen>>voorstellen> om een prijs<vraag>>kamp> in te richten

D1a:    <- (tolstojewski heeft toch gezegd dat een moderne mensch slechts over zich zelf spreken kan)> <+ ,> <die>>ik zou> aan den uitgever <- zou> willen voorstellen <- om> een prijskamp in te richten

D2:       <,>>:> ik zou aan de<-n> uitgever willen voorstellen een prijskamp in te richten

 

TSa:     <« aan wat moet een kleine oorlog-schrijver eerst en vooral denken? »>>« iedereen schrijve zelf zijn kleine-oorlog Iste prijs een pijp »> en hij zou dan <+ zelf> meedoen <->>(> <C>>c>harlot richtte eens een prijskamp in wie er <- het> best kon <C>>c>harlot <zijn>>nabootsen> en hij deed zelf mee en hij kreeg den <zevenden>>7den> prijs <->>)> en hij zou dan <+ tot alle mededingers> zeggen het volgende:

D1a:    « iedereen schrijve zelf zijn <kleine-oorlog>>Kleine-Oorlog> <+ ,> <Iste>> eerste> prijs een pijp » <+ -> en <hij>>ik> zou dan zelf meedoen (charlot richtte eens een prijskamp in wie er best kon charlot nabootsen en hij deed zelf mee en hij kreeg den 7den prijs) en <- hij zou dan> tot alle mededingers <- zeggen> het volgende <+ zeggen>:

D2:     < « >>'> iedereen schrijve zelf zijn <Kleine-Oorlog>>Kleine Oorlog>, eerste prijs een pijp< » >>'> <- -> en ik zou dan <- zelf meedoen (charlot richtte eens een prijskamp in wie er best kon charlot nabootsen en hij deed zelf mee en hij kreeg den 7den prijs) en tot> alle mededingers <het volgende zeggen>>mijnervaringen en mijn raadgevingen deelachtig maken>:

 

TSa:    <E>>e>en kleine<+->oorlog-schrijver moet er eerst en vooral aan denken dat de <meeste lezers>> menschen> zich voorstellen dat <die kroniek>>een boek> een openbare vermakelijkheid is

D1:    <e>>E>en kleine-oorlog-schrijver moet er eerst en vooral aan denken dat de menschen zich voorstellen dat een boek een openbare vermakelijkheid is

D2:     <Een kleine-oorlog-schrijver>>De schrijver van een Kleine Oorlog> moet er eerst en vooral aan denken <+ ,> dat de mens<-ch>en zich voorstellen dat een boek een openbare vermakelijkheid is

 

D2:       de<-n> grond

 

D2:     er aan denken <+ ,> dat hij wel <- mag rondloopen en> de o<-o>gen <+mag> openhouden maar <- het> toch <niet>>niets> schrijven <- zoomaar> <lijk>>zoals> hij het gezien heeft,

 

D1a:   want dan is het geen kunst <- en> zeggen de letterkundigen <+ :> <- dat> hij <+ is> slechts een doodgewoon fototoestel <- is>.

D2:     want <dan is het>>dat is> geen kunst zeggen de letterkundigen: <hij is slechts>>dan is men maar> een doodgewoon fototoestel.

 

p.120

TSa:    <E>>e>n nog daarna moet hij er aan denken om iederen mensch <- ,> dien hij in het leven ontmoet <- ,> achterna te rennen en zijn paspoort te vragen « want het kan gebeuren dat ik misschien binnen een jaar of <twee>>2> <over u iets>>iets over u> zal schrijven ». <E>>e>n vooral moet hij zich niet laten fotografeeren want ge komt door een straat en daar staat iemand die peinst dat hij de <S>>s>oldaat van I4-I8 is, of <Meneer de Swaem-Profiteur>>meneer de swaem-profiteur> of <Meneer Boone-Profiteur>>meneer boone-profiteur> of <Een Sentimenteele Meneer>>een sentimenteele meneer> of <P>>p>rosken of <D>>d>ingen-zelf.

D1:    <e>>E>n nog daarna moet hij er aan denken om iederen mensch dien hij in het leven ontmoet achterna te rennen en zijn paspoort te vragen « want het kan gebeuren dat ik misschien binnen een jaar of 2 iets over u zal schrijven ». <e>>E>n vooral moet hij zich niet laten fotografeeren want ge komt door een straat en daar staat iemand die peinst dat hij de soldaat van I4-I8 is, of meneer de swaem-profiteur of meneer boone-profiteur of een sentimenteele meneer of prosken of dingen-zelf.

D1a:    <- En nog daarna moet hij er aan denken om iederen mensch dien hij in het leven ontmoet achterna te rennen en zijn paspoort te vragen « want het kan gebeuren dat ik misschien binnen een jaar of 2 iets over u zal schrijven ».> En vooral moet hij zich niet laten fotografeeren want <ge komt door een straat en daar staat iemand die peinst dat hij de soldaat van I4-I8 is>>in een of andere straat kan hij tegen iemand [xxxxxxx] en zelf denkt het genie is> [?] <- ,> of meneer de swaem-<-profiteur> of meneer boone-<-profiteur> of <een>>de> sentimenteele meneer of prosken of <dingen>>Dinges>-zelf.

D2:     En vooral moet hij <zich niet laten fotografeeren>>er op bedacht zijn> <want in een of andere straat kan hij tegen iemand [xxxxxxx] en zelf denkt het genie is [?]>>niet langs eenzame straten te lopen, want hij kan er tegen iemand aanbotsen die zichzelf meende te herkennen> <of>>in> meneer <de swaem->>Swaem <+ de profiteur> of <- meneer boone-> of de <- sentimenteele> meneer <+ van de vleeskontrole> of <prosken>>Proske> of Dinges-zelf.

 

TSa:   <zes en dertig>>36> menschen die denken dat zij <D>>d>ingen zijn, en er zijn <elf>>II> meneeren die den <- kroniek->schrijver met woeste blikken aankijken, peinzend dat hij hen bedoelde als hij over <Meneer De Swaem>>meneer de swaem> sprak,

D1a:   36 menschen die denken dat zij <d>>D>ingen zijn, en er zijn II meneeren die den schrijver met woeste blikken aankijken, peinzend dat hij <hen>>hén> bedoelde als hij over meneer <- de> swaem <+ de profiteur>[?] sprak,

D2:     36 mens<-ch>en die denken dat zij Dinge<n>>s> zijn, en <- er zijn> <II>>elf> mene<-e>ren die de<-n> schrijver<+s> met woeste blikken <aankijken>>nakijken> <- ,> <peinzend dat hij hén bedoelde als hij over meneer swaem de profiteur sprak>>omdat zij zichzelf in meneer Swaem hebben herkend>,

W2:     36 mensen die denken dat zij Dinges zijn, en elf meneren die de schrijver[-s] met woeste blikken nakijken omdat zij zichzelf in meneer Swaem hebben herkend,

 

TSa:    een symbolischen <M>>m>eneer bedoeld heeft, en <twee>>2> er van hebben hem een dreigbrief geschreven. <Vijf>>5><M>>m>eneeren denken dat zij <Meneer Boone>>meneer boone> zijn

D1a:   een symbolischen meneer bedoeld heeft <,>>-> en <2>>twee> <er van>> ervan> hebben hem een dreigbrief geschreven. <5>>Vijf> meneeren denken dat zij meneer boone zijn

D2:     een symbolische<-n> meneer <+ Swaem> <bedoeld heeft>>heeft bedoeld> < - >>.> <- en> <t>>T>wee ervan hebben hem een dreigbrief geschreven <.>>,> <V>>v>ijf <- meneeren> denken dat zij meneer <b>>B>oone zijn

 

TSa:    < - >>(>want ik ben dik <- ,> zeggen ze, en ik woon wel naast geen stort maar die van naast mijn deur laat toch altijd zijn vuilbak <buitenstaan>>buiten staan> < - >>)>

D1a:   (want ik ben dik zeggen ze, en ik woon wel naast geen stort maar die van naast mijn deur laat toch altijd zijn vuil<+nis>bak <buiten staan>>buitenstaan>)

D2:     (want ik ben dik <+ ,> zeggen ze, en ik woon wel naast geen stort maar die <- van> naast <mijn>>de> deur laat <- toch> <altijd>>steeds> zijn vuilnisbak <buitenstaan>>buiten staan>)

 

TSa:     en <vier>>4> er van houden de vrouw-van-den-schrijver staande <- ,> al vloekend dat het daar niet zal bij blijven, <een>>I> er van heeft gedreigd zelf te komen en hem van achter zijn schrijftafel te halen.

D1a:   en 4 er van houden<+ ,> de vrouw-van-den-schrijver staande al vloekend dat het daar niet zal bij blijven, <I>>[?]> er van heeft gedreigd zelf te komen en hem van achter zijn schrijftafel te halen.

D2:     <- en> <4>>vier> <- er van> <houden>>hielden> <- ,> de <vrouw-van-den-schrijver>> vrouw van de schrijver> staande al vloekend dat het <daar>>dáár> niet <zal>>ging> bij blijven, <[?]>>en één> <- er van> heeft gedreigd zelf te komen en hem <- van> achter zijn schrijftafel <+ vandaan> te halen.

 

TSa:     [-X] <E>>e>en andere meneer <vraagt>>eischt> geboorteplaats naam datum en tegenwoordig beroep van <voormalige controleurs + medeplichtige boeren>>een heelen hoop helden uit dit boek>,

D1:     <e>>E>en andere meneer eischt geboorteplaats naam datum en tegenwoordig beroep van een heelen hoop helden uit dit boek,

D1a:   Een andere meneer eischt geboorteplaats naam datum en <- tegenwoordig> beroep van een heelen hoop helden uit dit boek,

D2:     Een andere meneer eis<-ch>t geboorteplaats naam <- datum> en beroep van een <heelen>>hele> hoop helden <- uit dit boek>,

 

TSa:   komt onderteekenen < « >> : > ik <ondergeteekende controleur>>ondergeteekende-van-de-dierenbescherming> bevestig hiermee een hesp aanvaard te hebben van boer <Knobbels>> uytersprot> <- »>.

D1a:   komt onderteekenen: ik ondergeteekende-<-van-de-dierenbescherming> bevestig hiermee <+ ...> <- een hesp aanvaard te hebben van boer uytersprot.>

D2:     komt onderte<-e>kenen: ik <ondergeteekende->>ondergetekende> bevestig hiermee...

 

TSa:   dat de maatschappij van <B>>b>elgische <S>>s>poorwegen vraagt om haar naam en adres te bezorgen van de <K>>k>olendieven < - >>(> en de schrijver dan misschien zeggen: ik <zelf>>in het klein> mevrouw <+ en gij-zelf in het groot> < - >>)> .

D1a:   dat de maatschappij van belgische spoorwegen vraagt om haar naam en adres te bezorgen van de kolendieven <(>> - > en de schrijver dan misschien zeggen: ik in het klein <+ ,> mevrouw <+ ,> en gij-zelf in het groot <- )>.

D2:     dat de maatschappij <van>>der> <- belgische> spoorwegen vraagt om haar naam en adres te bezorgen van de kolendieven < - >> , > en <de schrijver dan misschien>>dat ik hierdoor verplicht wordt te> zeggen: ik in het klein <- , mevrouw,> en <gij-zelf>>gij> in het groot <+ , mevrouw>.

 

TSa:   Hij zou er wel mee zijn geweest, <- binst den oorlog> <was hij>>hij was> eens <- per ongeluk> in een gezelschap verzeild waar men zat te bedisselen hoe men handigst een zekeren <chef van de hulpfeldgendarmen>>lustmoordenaar-van-een-hulpfeldgendarm> kon <omverblazen>>omver blazen>, en <- dat hij> 's anderendaags hoorde <+ hij> zeggen dat die<+n> bewuste<+n> knul werkelijk omvergeschoten was - en ge kunt het gelooven of niet <- ,> maar de schrijver heeft dien dag achter aan zijn broekje getast - en nu zou men misschien willen dat hij naam en adres...

D1a:   <- Hij zou er wel mee zijn geweest, hij was eens in een gezelschap verzeild waar men zat te bedisselen hoe men handigst een zekeren lustmoordenaar-van-een-hulpfeldgendarm kon omver blazen, en 's anderendaags hoorde hij zeggen dat dien bewusten knul werkelijk omvergeschoten was - en ge kunt het gelooven of niet maar de schrijver heeft dien dag achter aan zijn broekje getast - en nu zou men misschien willen dat hij naam en adres...>

 

TSa:    <E>>e>n een andere meneer schrijft <+ een verontwaardigde brief> « <- ...> alhoewel gij dit op humoristische wijze gedaan hebt<- ...> », zoodat de schrijver iedere letter op verzegeld papier moet zetten

D2:       <e>>E>n een andere meneer schrijft een verontwaardigde brief < « >>:> alhoewel gij dit op humoristische wijze gedaan hebt < », >>.> <zoodat>>Zodat> de schrijver <iedere>>elke> letter op verzegeld papier <moet>>hoeft te> zetten <+ ,>

 

p.120-121

TSa:   hem zoomaar klakkeloos dingen aanwrijft die niet waar zijn, meneer <- ,> ik ben nog nooit humoristisch geweest <.>>,> <T>>t>enware men die sociale aanklachten van <C>>c>haplin <- ,> waar de gal van het witte doek <- af>drupt <- ,> ook humoristisch ging noemen.

D1a:   hem zoomaar klakkeloos dingen aanwrijft die niet waar zijn < , >> : > meneer ik ben nog nooit humoristisch geweest, tenware men die <- sociale> aanklachten van chaplin <- waar de gal van het witte doek drupt> ook humoristisch ging noemen.

D2:     hem zo<-o>maar klakkeloos dingen <aanwrijft>>mag aanwrijven> die niet waar zijn: meneer ik <ben>>was> <- nog> nooit humoristisch <- geweest>, tenware <men>>gij> die aanklachten van <c>>C>haplin ook humoristisch ging<+t> noemen.

 

ZP:       [tekstdeel ontbreekt]

TSa:     [romein, volgende pagina]

TSb:     [handschrift zetter:] geen nwe bldz.

D1:       [cursief]

 

D2:      <w>>W>edden dat het geen <I0>>tien> jaar duurt of het is weer oorlog <+ ,> zegt de e<-e>ne <+ .>

 

D2:      <e>>E>n <de>>een> andere die hem <beziet>>bekijkt> met in <zijn>>de> o<-o>gen de<-n> <schrik>>angst> <van>>om> dat <allemaal>>alles> nog eens <+ opnieuw> te moeten beleven - en nu met die atoombom <+ ...>

 

D2:      <e>>E>n nog een andere die dan begint te vloeken op die rotte... rott<+t>e... <e>>E>n <zijn>>de> schouders ophaalt want hij weet eigenlijk niet goed <WAT>>wat> <er>>nu> rot is <+ .>

W2:     En nog een andere die dan begint te vloeken op die rotte... rott[-t]e... En de schouders ophaalt want hij weet eigenlijk niet goed wat nu rot is.

 

D2:      <e>>E>n nog een andere die vraagt <+ :> zijt <ge>>gij> dan TOCH zot?

 

D2:     <e>>E>n nog een allerlaatste andere <+ ,> die de<-n> eerste<-n> e<-e>ne gelijk geeft omdat hij iedereen gelijk geeft, maar die achteraf zegt <+ :> ik peins <niet>>toch> dat het <+ niet> <zòò>>zó> vroeg <zal>> gaat> zijn <+ want> er is <tè veel>>tevéél> kapot - en daar klampt hij zich aan vast want <HET IS ZIJN TROOST>>HET IS ZIJN TROOST> <+ .>

 

D1:       laatste roep:
SCHOP DE MENSCHEN
TOT ZIJ
EEN
GEWETEN
KRIJGEN

D2:       Laatste roep: 
SCHOP DE MENSEN
TOT ZIJ EEN GEWETEN KRIJGEN